CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB 23 019 Bijlage OV plan - V+VB.docx

Forum Stad 4 april 2023, gemeente RijswijkBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken: vaststelling wijze van afdoening18.170 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

*

Beleidsplan

OPENBARE VERLICHTING 2023 - 2027

Licht waar het moet, donker waar het kan VOORWOORD

2

3

Beste lezer, Openbare verlichting heeft invloed op plant en dier, denk bv aan lichtvervuiling, maar andersom kunnen planten en dieren ook invloed hebben op onze verlichting. Openbare verlichting draagt bij aan sociale veiligheid en verkeersveiligheid. Dit vraagt erom dat we goed nadenken over de wijze waarop wij onze openbare ruimte inrichten en verlichten, maar ook dat onze openbare verlichting duurzaam, veilig en betrouwbaar is. Onze openbare ruimte is het visitekaartje van onze stad. Rijswijk heeft veel groen, van de oude landgoederen tot onze stadsparken. Van deze parken maken niet alleen mensen gebruik, er leven ook veel verschillende dieren. Deze diversiteit koesteren we en willen we versterken. Het uitgangspunt van dit beleidsplan Openbare Verlichting 2023-2027 is dan ook “licht waar het moet, donker waar het kan”. Tegelijkertijd moet de verlichting bijdragen aan een positief gevoel over de verkeersveiligheid en de sociale veiligheid. Daarom is het van belang dat we onze openbare verlichting zo efficiënt mogelijk inrichten, waarbij betrouwbaarheid en duurzaamheid voorop staan. De afgelopen jaren hebben we al flinke stappen gezet. In 2019 is bijvoorbeeld een start gemaakt met de vervanging van het OVL-kabelnet. Deze vervanging heeft ervoor gezorgd dat het aantal storingsmeldingen flink is gedaald.

Ook hebben we ingezet op het vervangen van de conventionele verlichting voor ledverlichting. Een duurzame ontwikkeling waar we de komende jaren verder mee aan de slag gaan. Openbare verlichting is een belangrijk onderdeel van het totale energieverbruik van de gemeente. Verduurzaming van de verlichting leidt tot een lager verbruik en dus tot lagere kosten, zonder dat we daarbij concessies doen aan veiligheid. Energiezuinige alternatieven kunnen tot wel 40% aan besparingen opleveren op het verbruik. Daarbij houden we rekening met de milieucriteria voor maatschappelijk verantwoord inkopen. Zo letten we bijvoorbeeld op de levensduur van ledsystemen, maar ook op de lichtkleur om lichthinder en lichtvervuiling zo veel mogelijk te beperken. Met het beleidsplan Openbare Verlichting 2023-2027 werken we aan het behalen van onze doelstellingen uit het coalitieakkoord Gezonde Groei, maar ook aan de doelstellingen uit het energieakkoord van de SER en het Rijksbrede programma Nederland Circulair in 2050. De ontwikkelingen van de afgelopen jaren zetten we de komende periode voort voor een duurzaam Rijswijk met betrouwbare en veilige openbare verlichting rekening houdend met mens en dier. Licht waar het moet, donker waar het kan. Mark Wit Wethouder Openbare Ruimte

INHOUDSOPGAVE INLEIDING

4

1.1 Aanleiding 1.2 Terugblik 1.3 Doelstelling 1.4 Leeswijzer

6 6 7 7

WAAR MOETEN WE REKENING MEE HOUDEN?

8

02.1 Landelijke beleidskaders 2.1.1 Verantwoordelijkheid 2.1.2 Richtlijnen openbare verlichting 2.1.3 Doelen openbare verlichting 2.1.4 Werkgeversverantwoordelijkheid 2.1.5 Wet Natuurbescherming 2.1.6 Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW) 2.1.7 SER Energieakkoord voor duurzame groei 2.1.8 Nederland circulair in 2050 2.1.9 Milieucriteria voor maatschappelijk verantwoord inkopen:

8 8 9 10 14 15 15 16 18 18

02.2 Gemeentelijke beleidskaders 2.2.1 Verkeer 2.2.2 Groen 2.2.3 Programmabegroting 2020-2023

20 20 20 20

WAT HEEFT RIJSWIJK AAN OPENBARE VERLICHTING? 03.1 leeftijdsopbouw 03.2 Areaalopbouw naar type lamp 03.3 Areaal opbouw en materiaalsoort lichtmasten

WAT WIL RIJSWIJK? 04.1

04.2

Ambitie en visie 4.1.1 Algemene uitgangspunten voor openbare verlichting 4.1.2 Renovatie 4.1.3 Duisternis 4.1.4 Techniek 4.1.5 Smart City 4.1.6 Smart lighting 4.1.7 Connectiviteit Beleidsregels Rijswijk 4.2.1 Generieke beleidsregels 4.2.2 Gebied specifieke beleidsregels

HOE GAAN WE DIT BEREIKEN? 05.1

05.2

22 24 28 29

30 30 30 31 31 31 32 33 34 36 36 40

42

Scenario’s Scenario 1: 20-40 Scenario 2: 24-48 Scenario 3: 20-40 Versneld verledden Conclusie en aanbevelingen

44 48 50 52 54

Uitganspunten berekening financiële doorrekening Gebruikte lampen Type materialen gerelateerd a/d functie van de weg Sleec

56 60 64 66

BIJLAGEN B1 B2 B3 B4

2

3

01 INLEIDING Gemeente Rijswijk ligt in Zuid-Holland en kent sinds 1950 een enorme uitbreiding. In 2009 startte de bouw van de nieuwe woonwijk Rijswijk Buiten. Hiermee zijn de laatste agrarische gebieden in Rijswijk getransformeerd naar woonwijken en één bedrijventerrein. Rijs- wijk is een van de groenste gemeentes in de Randstad. De landgoederenzone in het noordelijke deel van de stad en de stadsparkzone aan de zuidkant dragen aanzienlijk bij aan het openbaar groen van Rijswijk. Rijswijk heeft de ambitie om een mooie, veilige en groene gemeente te blijven. Daarnaast heeft de gemeente de taak om de buitenruimte goed te verlichten om de buitenruimte sociaal en verkeersveilig te houden. Vaak wordt een goed verlichte buitenruimte als vanzelfsprekend gezien. In de beleving van de in- woners en de weggebruikers functioneert deze altijd. Een betrouwbaar netwerk van de openbare verlich- ting is belangrijk. Uitval van de verlichting of andere storingen moeten tot een minimum worden beperkt.

Bij het opstellen van dit beleidsplan is rekening gehouden met de gestelde landelijke, regiona- le en de gemeentelijke beleidskaders. Binnen de landelijke beleidskaders wordt de verantwoor- delijkheid van de gemeente beschreven in relatie tot wat er in de wet is bepaald. Naast de wettelijke richtlijnen zijn er diverse andere richtlijnen meegenomen in het opstellen van dit beleidsplan. Dit beleidsplan beoogt de openbare verlichting in te richten op een toekomstbestendige en duurzame manier waarin rekening gehouden wordt met heden- daagse en toekomstige technieken binnen de open- bare ruimte.

Openbare verlichting gaat een steeds grotere rol spe- len op het gebied van duurzaamheid. Rijswijk is een groene woon- en werkstad in Haaglanden. Om flora en fauna niet te verstoren is het belangrijk om de juiste afwegingen te maken welke plek wordt ver- licht en welke niet. De sociale- en verkeersveiligheid spelen een grote rol in het maken van deze afweging.

4

5

01 In dit beleidsplan voor de periode 2023-2027 is het doel om de openbare verlich- ting efficiënt in te richten voor een positieve bijdrage aan sociale en verkeers- veiligheid zonder impact op de beleving in de donkere uren. In de vorige periode werden nog vaak PLL-armaturen gekozen, maar tegenwoordig wordt standaard gebruik gemaakt van ledverlichting vanwege de grotere efficiëntie en lagere kosten. Daar- naast wordt er ingezet op vervanging van het ov kabelnet van Rijswijk door middel van een analyse van de huidige leeftijd van het netwerk op wijkniveau, met als doel om het kabelnet zo snel mogelijk in een gezonde staat te krijgen.

1.3 DOELSTELLING Het doel is om de openbare verlichting dusdanig efficiënt in te richten dat het een positieve bijdrage levert aan de socialeen verkeersveiligheid, zonder dat dit ten koste gaat van de beleving en het gebruik in de donkere uren. Aandacht voor verlichten op maat met het oog op veiligheid en betrouwbaarheid is hierbij van belang. Het doel van dit beleidsplan is om (d.m.v. kaders) een handreiking te bieden hoe om te gaan met de openbare verlichting in verschillende situaties. Hierbij zal gedacht moeten worden aan: • •

Toelichten op welke wijze de gemeente vorm geeft aan het beheer en onderhoud van de openbare verlichtingsobjecten en het terugdringen van storingen; Inspelen op het verminderen van het energieverbruik en welke mogelijkheden er zijn omtrent besparingen en het gevolgd voor het energieakkoord;

• • • •

Inzicht geven in financiële en tactische keuzes in relatie tot het energieakkoord; Handvatten geven waar wel of juist geen verlichting geplaatst dient te worden; Inzichtelijk maken of het huidige areaal kan worden onderhouden met het jaarlijkse budget; Inzicht geven in het meerjarig vervangingsplan.

1.1 AANLEIDING De aanleiding voor het opstellen van dit beleidsplan is het verlopen van het huidige beheerplan, periode 2017 – 2021. In het afgelopen beheerplan zijn enke- le uitgangspunten geformuleerd, onder meer hoe om te gaan met het energieakkoord SER, onderhoudsintervallen en financiële consequenties. Bij vervanging door ouderdom is er besloten altijd led toe te pas- sen, dit in combinatie met een passend dimprofiel.

Gezien de snelgroeiende ontwikkelingen van de laat- ste jaren is dit het juiste moment om beleidskaders op te stellen. Voor de openbare verlichting is de ambitie gericht op duurzaamheid en betrouwbaarheid.

1.4 LEESWIJZER

1.2 TERUGBLIK In 2019 is een start gemaakt met de vervanging van het ov-kabelnet en het standaard toepassen van ledver- lichting inclusief passend dimregime. Daarnaast is er ingezet op het remplaceren van de conventionele ver- lichting. Het resultaat is terug te zien in onderstaande tabel.

JAAR

2019

2020

2021

2022

TYPE STORINGEN

2500 MELDINGEN

1300 MELDINGEN

900 MELDINGEN

820 MELDINGEN

AANRIJDSCHADE: 43 KABELSTORING: 150 LAMPSTORING: 2300

AANRIJDSCHADE: 66 KABELSTORING: 75 LAMPSTORING: 1180

AANRIJDSCHADE: 91 KABELSTORING: 60 LAMPSTORING: 750

AANRIJDSCHADE: 81 KABELSTORING: 91 LAMPSTORING: 648

ARMATUUR VERVANGING (LED)

350 ST. MET DIMREGIME

350 ST. MET DIMREGIME

250 ST. MET DIMREGIME

530 ST. MET DIMREGIME

KABEL VERVANGING

14 KM TOTAAL 14KM

7 KM TOTAAL 21KM

7 KM TOTAAL 28KM

11 KM TOTAAL 39KM

€ 364.844,29

€ 358.536,74

€ 302.898,88

EXPLOITATIEKOSTEN

€ 571.911,88

DALING VAN 36% T.O.V. 2019

DALING VAN 37% T.O.V. 2019

DALING VAN 53% T.O.V. 2019

Om u als lezer structuur te bieden bij het lezen van dit beleidsplan is een onderverdeling gemaakt in zes hoofdstukken. Hoofdstuk 1 staat geheel in het te- ken van de aanleiding en het doel van dit beleids- plan. Hoofdstuk 2 geeft antwoord op de vraag wat de gemeente moet. In dit hoofdstuk worden de (wet- telijke) beleidskaders voor openbare verlichting be- noemd en beschreven. In hoofdstuk 3 wordt de hui- dige stand van zaken in Rijswijk ten aanzien van de openbare verlichting uiteengezet. Met de voorgaan-

de hoofdstukken als uitgangspunt, is hoofdstuk 4 gebruikt om de uiteindelijke beleidsregels van Rijswijk te formuleren. In hoofdstuk 5 wordt inzicht gegeven in de benodigdheden om het beleid uit te voeren. Door middel van scenario’s geven we een visie op be- nodigdheden om tot invoering van het beleidsplan te kunnen komen. De resterende documentatie be- staat uit diverse bijlagen die ter ondersteuning van de hoofdstukken 3 t/m 5 dienen.

- STORINGSMELDINGEN T.OV. 2019 MET 64% GEDAALD IS - AANRIJDSCHADE T.OV. 2019 MET 114% IS GESTEGEN - 28KM OV KABEL IS VERVANGEN - 28% IS MOMENTEEL EEN LED ARMATUUR

6

7

02

WAAR MOETEN WE REKENING MEE HOUDEN?

Openbare verlichting heeft veel raakvlakken met overige beheerdisciplines in de openbare ruimte. Er is een sterke samenhang met de infrastructuur (wegen) en het openbaar groen, maar bijvoorbeeld ook met duurzaamheid en (sociale) vei- ligheid. Verder is niet alleen het lokaal beleid relevant, maar ook het re- gionaal en landelijk beleid. Verder is niet alleen lokaal beleid relevant, maar ook regionaal en landelijk beleid spelen een rol en zorgen voor kaders. Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de relevante wetgevingen, richtlijnen en externe en interne beleidskaders en de wijze waarop deze invloed hebben op de openbare verlichting binnen de gemeente. Daarmee geeft dit hoofdstuk antwoord op de vraag: ‘Waarmee moeten wij rekening houden?’

02.1

Landelijke beleidskaders

2.1.2 RICHTLIJNEN OPENBARE VERLICHTING De Nederlands Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) heeft voor de openbare verlichting diverse richtlijnen en aanbevelingen opgesteld. Deze richt- lijnen en aanbevelingen gelden als vertrekpunt bij de toepassing van verlichting in de openbare ruimte. De NSVV heeft, in combinatie met de NEN, in ja- nuari 2017 de Nederlandse Praktijk Richtlijn voor Openbare Verlichting (NPR13201- 2017) gepubli- ceerd. Deze publicatie dient als vervanging van de NPR13201-1:2002 en Ontwerp NPR 13201:2016. Tevens vervalt met het uitbrengen van de nieuwe richt- lijn de tijdelijke richtlijn genaamd ROVL-2011 wel- ke na uitkomst als standaard richtlijn in Nederland werd gehanteerd. De NPR beschrijft welke verlichtingskwaliteit op locaties en onder bepaalde omstandigheden benodigd is en hoe dit wordt bereikt. In 2014 is de ‘Richtlijn voor Actieve Markering’ gepu-

toepassen van actieve markering, dit is een markering in het wegdek die zelf licht geeft. Deze richtlijn biedt een standaardisatie, waarmee producenten betere producten kunnen ontwikkelen die de weggebruiker een vertrouwd beeld geven. Actieve markering zou een oplossing kunnen bieden in gebieden waar reguliere openbare verlichting niet realiseerbaar is. Hierbij is te denken aan bijvoorbeeld natuur- of buitengebieden. In 2014 heeft de NSVV de Richtlijn Lichthinder gepubliceerd. Hierin zijn 5 eerdere richtlijnen over lichthinder samengevoegd, geactualiseerd en aangevuld. Met deze richtlijn wordt beoogd om een stap te zetten richting evenwicht tussen natuur, mens en techniek. Voor nieuwe installaties en bestaande installaties die voorzien worden van een groter aantal en/of nieuwe types armaturen, zijn sinds 1 november 2021 de nieuwe grenswaarden voor maximaal toege- stane waarden voor de lichtemissie van armaturen

2.1.1 VERANTWOORDELIJKHEID Op basis van het Burgerlijk Wetboek kan onze gemeente verantwoordelijk worden gesteld voor scha- de die wordt opgelopen op de openbare weg. Dit is het geval wanneer de weg, inclusief de openbare ver- lichting, niet voldoet aan de eisen die redelijkerwijs aan de gegeven omstandigheden mag worden gesteld. Hierbij kan worden teruggegrepen op art. 6:162 BW; schuldaansprakelijkheid en art. 6:174 risicoaanspra- kelijkheid. Onder dit recht is de schuld verantwoor- delijkheid omgezet in een risicoaansprakelijkheid. Dit betekent dat de weggebruiker niet meer de schuld van de wegbeheerder (de gemeente Rijswijk) hoeft

8

aan te tonen, maar slechts de gevaarlijke toestand van de weg (uitrusting) en het eventuele risico dat ermee veroorzaakt kan worden. De nieuwe bepaling zal een snellere aansprakelijkheid van de gemeente als wegbeheerder met zich meebrengen dan voorheen het geval was. Wettelijk is niet vastgelegd aan welke kwa- liteit de openbare verlichting moet voldoen. Justitie hanteert op dit moment als enig houvast de Aanbeve- lingen voor Openbare Verlichting, uitgegeven door de NSVV. Een wegbeheerder is vrij om af te wijken van de aanbevelingen mits dit is onderbouwd en beleids- matig is vastgelegd.

bliceerd door de NSVV. In deze richtlijn worden op ba- sis van praktijkervaring handvatten geboden voor het

definitief.

De Gemeente Rijswijk hanteert de NPR13201-2017 als uitgangspunt. In nieuwe situaties (uitbrei- ding / vervanging) dient hieraan te worden voldaan. Op gebied van verticale verlichtingssterkte streven wij naar klasse B (0,5 lux minimaal). In nieuwe situaties (uitbreiding / vervanging) dient hier- aan te worden voldaan. In bestaande situaties is dit klasse A (0,3 lux minimaal). Het aanpassen van bestaande situaties kan (economisch) niet haalbaar of zeer kostbaar zijn en / of er zijn geen klachten van burgers om aanpassingen aan de openbare verlichting uit te voeren.

9

02 2.1.3 DOELEN OPENBARE VERLICHTING Bij het implementeren van de Nederlandse Praktijk Richtlijn voor openbare verlichting (NPR13201-2017) binnen de gemeente en de uitvoering van beleid is het van belang dat een goed onderbouwde keuze wordt gemaakt voor wat betreft het wel of niet verlichten en

SOCIALE VEILIGHEID de wijze waarop verlicht wordt. Deze integrale afwe- ging maakt Rijswijk op basis van de volgende func- ties (Hoewel duurzaamheid niet direct een functie is, wordt hij toch meegenomen in deze functie opsom- ming):

Openbare verlichting heeft invloed op het veiligheidsgevoel van gebruikers van de openbare ruimte. Een slecht verlichte omgeving, waarin weinig over- zicht is, wordt als onveilig ervaren. Het tegenoverge- stelde is ook waar als de omgeving goed is verlicht. Een goed verlichte omgeving maakt iets of iemand herkenbaar en stelt een weggebruiker in staat om hier tijdig op te reageren. Openbare verlichting kan dus ook sociale veiligheid bieden. Dat openbare verlich- ting resulteert in meer sociale veiligheid geldt echter

niet altijd. De mate van objectieve sociale veiligheid wordt voornamelijk bepaald door de aanwezigheid van behulpzame medemensen. Het verbeteren van de sociale veiligheid met behulp van openbare verlich- ting kan daarom enkel daar waar bijvoorbeeld ook woningen direct langs de weg staan of waar een in- tensief gebruik van de openbare ruimte plaatsvindt. Zonder deze sociale controle levert het verlichten van een openbare ruimte enkel schijnveiligheid op.

RUIMTELIJKE INRICHTING EN LEEFBAARHEID Het passend gebruik van openbare verlichting ver- sterkt het karakter van de openbare ruimte. Het plaat- sen van klassieke lantaarns draagt bij aan de histori- sche uitstraling van de omgeving. Het illumineren van karakteristieke of monumentale gebouwen verbetert de beleving van de openbare ruimte in het donker. De

kleur van het licht speelt hierbij een grote rol. Zo le- vert verlichting met een warme (geel) uitstraling een gezelligere ruimte op dan verlichting met een koude (wit/blauw) uitstraling. Daarentegen wordt helder wit licht vaak als veilig en prettig ervaren. De keuze in lichtkleur kan per situatie bepaald worden.

FIGUUR 2 1: SCHEMATISCHE WEERGAVE DOELEN OPENBARE VERLICHTING

VERKEERSVEILIGHEID Onder verkeersveiligheid wordt een veilige en vlotte afwikkeling van het verkeer verstaan. Op de openba- re wegen is zicht de belangrijkste waarnemingsfactor om ons veilig te kunnen verplaatsen. In het donker wordt een groot deel van dit zicht beperkt. Deels wordt dit gecompenseerd door de verlichting van bij- voorbeeld auto’s of fietsers, maar deze verlichting is niet altijd voldoende voor een veilig gebruik van de weg. Zonder openbare verlichting kan de weggebrui- ker namelijk vaak niet verder kijken dan het bereik

10

DUURZAAMHEID van de koplampen. Om ook in het donker te kunnen anticiperen op het overige wegverkeer, vooral in een druk gebied, kan onder andere openbare verlichting helpen bij het vergroten van de verkeersveiligheid. De openbare verlichting is dus van invloed op de ver- keersveiligheid bij duisternis. De verkeersdeelnemers moeten het verloop van de weg, de aanwezigheid van zijwegen, overige weggebruikers en eventuele obsta- kels kunnen waarnemen.

Openbare verlichting is een belangrijke factor in het totale energieverbruik van gemeenten. Het verduur- zamen van de openbare verlichting binnen de ge- meente leidt tot een grote stap in de verduurzaming van de gehele gemeente. Gemiddeld gaat circa 50% van het energieverbruik binnen een gemeente naar de openbare verlichting. Door te investeren in ener- giezuinige alternatieven zijn besparingen tot wel 40% op het energieverbruik van de openbare verlichting realiseerbaar. Hiermee wordt een besparing op het milieu gerealiseerd door de CO2-uitstoot terug te dringen. Tevens levert het een besparing op in de

energiekosten, materiaal en onderhoud. Het beleid voor de openbare verlichting kan bijdra- gen aan het verlagen van de milieudruk, het ener- gieverbruik en het voorkomen van natuurschade. Er dient hierbij aandacht besteed te worden aan de vol- gende aspecten: • • • •

Lichthinder en lichtvervuiling; Verlichtingssterkte; Duisternis; Effectief gebruik van materialen.

11

02

LICHTHINDER In 2014 heeft de NSVV de nieuwe ‘Richtlijn Lichthin- der’ gepubliceerd. Hierin zijn 5 eerdere richtlijnen over lichthinder samengevoegd, geactualiseerd en aangevuld. Met deze richtlijn wordt beoogd om een stap te zetten richting evenwicht tussen natuur, mens en techniek. Voor nieuwe installaties en bestaande installaties die voorzien worden van een groter aantal en/of nieuwe types armaturen, zijn sinds 1 november 2021 de nieuwe grenswaarden voor maximaal toege- stane waarden voor de lichtemissie van armaturen definitief. Lichthinder wordt niet alleen veroorzaakt door de openbare verlichting, zoals te zien in Figuur 2.2 zijn er tal van andere aspecten die invloed hebben op het licht in de openbare ruimte. Het is wel van be-

lang hier rekening mee te houden bij de vervanging van bestaande verlichtingsinstallaties. Gebeurt dit niet, maar wordt er wel voldaan aan de grenswaarden van de openbare verlichting, dan kan er nog steeds lichthinder optreden. Lichthinder is te voorkomen door te voldoen aan onderstaande grenswaarden. In de bijlage zijn de grenswaarden vastgelegd voor de maximaal toegestane waarden voor de lichtemissie, ter voorkoming van lichthinder voor omwonenden. In Tabel 2 1 zijn de grenswaarden vastgelegd voor de maximaal toegestane verlichtingssterkte op de re- levante geveldelen, ter voorkoming van lichthinder voor omwonenden.

FIGUUR 2 2: VERSCHILLENDE TOEPASSINGSGEBIEDEN WAAR LICHTHINDER KAN OPTREDEN.

De Gemeente Rijswijk conformeert zich aan de richtlijn lichthinder. Aan de hand van de toe- gekende waarde aan landelijke omgeving (E2) voor parken en natuurgebieden. Voor de overi- ge gebieden wordt stedelijk gebied (E3) en Stadscentrum of industriegebied (E4) gehanteerd. Klachten over lichthinder in de openbare verlichting worden individueel behandelt in relatie tot deze richtlijn.

TABEL 2 1: GRENSWAARDEN VOOR DE MAXIMALE VERLICHTINGSSTERKTE TER VOORKOMING VAN LICHTHINDER VAN OMWONENDEN

12

13

02 2.1.4 WERKGEVERSVERANTWOORDELIJKHEID

2.1.5 WET NATUURBESCHERMING

Openbare verlichting is een elektrotechni- sche installatie die vallen onder de NEN-nor- mering NEN1010 en NEN-3140. Waar de eerstgenoemde de veiligheid van de laagspannings- installatie beschrijft geeft de laatstgenoemde aan hoe je hier bedrijfsmatig veilig mee om kan gaan.

Sinds 1 januari 2017 is de ‘Wet Natuurbescherming’ van kracht. Deze wet vervangt de ‘Natuurbescher- mingswet’ van 1998, de ‘Boswet’ en de ‘Flora- en Faunawet’. De ‘Wet Natuurbescherming’ voorziet in de bescherming van planten- en diersoorten en kan daarmee uiteenlopende gevolgen hebben voor de Ge- meente Rijswijk. Als aangetoond kan worden dat ver- lichting verstorend is voor bepaalde soorten kan op basis van deze wet worden besloten dat de lichtbron aangepast of verwijderd zal moeten worden. Naast de ‘Wet Natuurbescherming’ heeft Nederland de ‘Euro- pese Vogel- en Habitatrichtlijn’ geïmplementeerd in de wetgeving. Deze richtlijn voorziet in de bescher- ming van leefgebieden van verschillende planten en diersoorten. De aangewezen Vogel- en Habitatricht- lijngebieden genieten een speciale bescherming, waardoor projecten met gevolgen voor een dergelijk

De norm voor elektrotechnische laagspanningsinstallaties in woningen, gebouwen en infrastructuur is de NEN- 1010 ‘Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties’. Deze norm heeft betrek- king op het veilig aanleggen van nieuwe installaties, maar ook op aanpassingen aan bestaande installaties. De NEN-3140 ‘Bedrijfsvoering van elektrische installaties – Laagspanning’ is van toepassing op de bedrijfsvoering van elektrotechnische laagspanningsinstallaties in woningen, gebouwen en infrastructuur. Deze norm beschrijft het veilig werken aan en met deze installaties. De norm wordt juridisch gezien als de sterkste methode om aantoonbaar te voldoen aan de eisen in het Arbobesluit met betrekking tot veilig werken aan en met de genoemde installaties.

soon die directe verantwoordelijkheid draagt voor de veilige bedrijfsvoering van de elektrische installatie en/of de elektrische arbeidsmiddelen. Dit omvat al- lerlei taken zoals beschreven in de NEN 3140, die er op zijn gericht de veiligheid van de elektrische instal- laties en elektrische arbeidsmiddelen te waarborgen en het veilig werken ermee mogelijk te maken. Per juli 2019 is de NEN 3140+A3:2019 van kracht. In de 2019 uitgave is een wijziging opgenomen over de ter- mijnen van visuele inspectie. De bepaling dat deze jaarlijks moet worden uitgevoerd, is los gelaten. Er is nu gesteld dat de installatieverantwoordelijke be- paalt en vastlegt hoe vaak een visuele controle moet worden uitgevoerd. Alleen als er niets is vastgelegd, dan blijft de termijn voor visuele inspectie jaarlijks. Belangrijke taken en verantwoordelijkheden die zich bij Installatieverantwoordelijkheid voordoen zijn: •

•

Het elektriciteitsnet voor openbare verlichting wordt door gemeente Rijswijk beheert en voert naast het beheerookderegieoverdeveiligheidvanhetondergrond- se elektriciteitsnet en is daarbij tevens verantwoor- delijk voor het bovengrondse deel van de installaties.

•

Sinds de NEN 3140 van 1998 moet iedere gemeente een Installatieverantwoordelijke hebben (minimaal een persoon met elektrotechnische achtergrond). Een Installatieverantwoordelijke (IV-er) is de per-

•

• •

Het tijdig inspecteren en laten herstellen van gebreken, de veiligheid van elektrische installaties en het regelen van arbeidsmiddelen. Het opzetten van een toegangsregeling voor ruimten en installaties met elektrisch gevaar. Het vaststellen van procedures voor bediening van werkzaamheden aan elektrische installa- ties. Het toetsen en goedkeuren van plannen voor elektrische installaties. Het in gebruik nemen van elektrische installa- ties na werkzaamheden aan die installaties. Het opzetten van een Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) van alle elektrische installa- ties.

gebied moeten worden getoetst aan bepaalde eisen. Uit wetenschappelijke onderzoeken komen sterke bewijzen naar voren dat de openbare verlichting in de buitengebieden en natuurgebieden schadelijke gevolgen heeft op flora en fauna populaties (o.a. Mo- lenaar, 2003). Kunstmatige verlichting kan nadelige gevolgen hebben voor de voortplanting, oriëntatie, het biologische ritme, seizoensmigratie, versnippe- ring van leefgebieden en het ongeschikt raken van foerageergebieden voor fauna soorten. Binnen deze natuurgebieden wordt daarom geen OVL toegepast. De toetsing van dit aspect is dan ook noodzakelijk binnen de omschreven richtlijngebieden. Verlichting dient terughoudend te worden toegepast in landgoe- deren en parkzones. De noodzaak van goede verlich- ting in de openbare ruimte is vanuit het oogpunt van verkeers- en sociale veiligheid zeer belangrijk.

2.1.6 POLITIEKEURMERK VEILIG WONEN (PKVW) Het is van belang dat de inwoners van de gemeente veilig en prettig wonen. Om hier richting aan te geven is het politiekeurmerk veilig wonen in het leven ge- roepen. Door te voldoen aan de eisen wordt de kans op inbraak verkleint en zal de sociale veiligheid rond woningen, wooncomplexen en in buurt en wijken toe- nemen. Het keurmerk volgt grotendeels de richtlijnen

en aanbevelingen van de NSVV en stelt nadere eisen aan de mate van de verlichting. Het toepassen van het keurmerk is een gemeentelijke keuze en vormt geen verplichting. Doordat de gemeente Rijswijk als uitgangspunt heeft dat gemeentelijke achterpaden niet worden verlicht, wordt er niet geconformeerd aan het aan het Politie Keurmerk Veilig Wonen.

De gemeente Rijswijk conformeert zich niet aan het Politiekeurmerk Veilig Wonen. Zo is bijvoor- beeld het uitgangspunt dat gemeentelijke achterpaden niet worden verlicht.

De Gemeente Rijswijk heeft een eigen OVL netwerk. Rijswijk heeft de Installatieverantwoordelijk- heid ondergebracht bij de aannemer die het onderhoudscontract heeft. Verder wordt aan de ver- schillende aannemers die aan de elektrotechnische installaties werken ook gevraagd om, in het kader van de NEN 3140, de juiste bevoegdheden aan te tonen.

14

15

02 2.1.7 SER ENERGIEAKKOORD VOOR DUURZAME GROEI

Belangrijk om te weten is dat de eerste vier doelstellingen gelden voor heel Nederland, alle openbare

In 2013 is door de Sociaal-Economische Raad (SER) het energieakkoord gepresenteerd, wat het energie- en klimaatbeleid tot 2030 bevat. Het akkoord is tot stand gekomen en ondertekend door ruim veertig organisaties, waaronder overheidsorganisaties zoals de Rijksoverheid, het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Unie van Waterschappen. In het akkoord zijn afspra- ken gemaakt op het gebied van energiebesparing, schone technologie en klimaatbeleid. Deze afspra- ken moeten uiteindelijk leiden tot een betaalbare en schone energievoorziening, werkgelegenheid en kan- sen voor Nederland in de schone technologiemark- ten. Op het gebied van verduurzamen van openbare verlichting (en verkeersregelinstallaties) bevat het energieakkoord een belangrijke ambitie.

verlichting en verkeersregelinstallaties van gemeenten, provincies, waterschappen en Rijkswaterstaat tezamen. Dus niet iedere gemeente hoeft 20% en 50% energiebesparing te halen. Een gegeven is dat 95% van de OVL in Nederland eigendom is van de ge- meenten. Het referentiejaar voor doelstelling 1 en 2 is 2013. Gemeenten die al veel energie bespaard heb- ben in de periode tot 2013 dragen echter wel bij aan doelstellingen 3 en 4 en kunnen bovendien tot voor- beeld dienen voor andere gemeenten en deze helpen.

Bovenstaande doelstellingen gelden voor heel Nederland. De doelstellingen komen neer op de openbare verlichting en verkeersregelinstallaties van alle overheden gezamenlijk. Al uitgevoerde besparingsmaatregelen in de periode tot 2013 tellen hierbij ook mee en kunnen gerekend worden tot de derde en vierde doelstelling. Rijkswaterstaat bewaakt de mate waar- in de doelstellingen voor openbare verlichting (OVL) worden gerealiseerd. Gemeente Rijswijk is bezig met het doorvoeren van besparingen door de toepassing van led in de openbare verlichting en hecht waarde aan het verder verduurzamen van haar installatie. Het verbruik van de openbare verlichtingsinstallatie bedraagt ca. 50% van het totale verbruik van de gemeentelijke organisatie.

In het energieakkoord zijn de volgende doelstellingen geformuleerd: 1. 2. 3. 4.

20% energiebesparing in 2020 ten opzichte van 2013; 50% energiebesparing in 2030 ten opzichte van 2013; 40% van de OVL is voorzien van slim energie management in 2020; 40% van de OVL is energiezuinig in 2020.

Als we kijken naar het totaal landelijke elektrisch energieverbruik versus dat van Rijswijk blijkt dat we boven het totaal landelijk gemiddelde zitten. In 2019 verbruikte Rijswijk ca. 53,2 kWh/m² te- genover zo’n 49,7 kWh/m² gemiddeld in Neder- land. (Bron: Waar staat je gemeente van de VNG) Bij het maken van keuzes op het gebied van openbare verlichting worden onderstaande duurzaamheidscri- teria overwogen. Gezien het feit dat de inzichten en materialen op het gebied van openbare verlichting dermate kunnen veranderen is afwijken van de ge- noemde criteria mogelijk, mits dit goed wordt onder- bouwd. Momenteel zijn deze als volgt vastgesteld.

Duurzaamheidscriteria: • • • • • • • • •

Toepassen van milieuvriendelijk geproduceer- de materialen; Toepassen van verlichtingsmiddelen met een hoge levensduur en recyclingmogelijkheden; Toepassen van verlichtingsmiddelen die effici- ent en energiezuinig zijn (CO2); Dimmen van lichtbronnen in nachtelijke uren, om zo energie te besparen (CO2) en het milieu te ontlasten (lichtvervuiling); Hergebruiken van vrijkomende materialen; Afvoeren van defecte gasontladingslampen naar een erkende verwerker; Voorkomen van lichthinder door kritisch ont- werp (wel of niet verlichten, afstand t.o.v. bo- men en struiken) en dimmen; Duurzaam ontwerpen van de openbare verlich- ting; Energiezuinig ontwerpen van de openbare verlichtingsinstallatie.

De Gemeente Rijswijk conformeert zich aan het SER-energieakkoord en de daaraan gekoppelde doelstellingen voor de openbare verlichting. Een besparing van 50% (t.o.v. 2013) in 2030.

16

17

02 2.1.8 NEDERLAND CIRCULAIR IN 2050 In 2016 is het Rijksbrede programma Nederland Circulair in 2050 ingericht. De overheid werkt hierin samen met het bedrijfsleven, kennisinstituten, na- tuur- en milieuorganisaties, overheden, vakbonden, financiële instellingen en andere maatschappelijke organisaties om zuiniger en slimmer met grondstof- fen om te gaan. Het kabinet heeft drie doelstellingen geformuleerd om de Nederlandse economie zo snel mogelijk circulair te maken: 1. Bestaande productieprocessen maken efficiën- ter gebruik van grondstoffen, zodat er minder

grondstoffen nodig zijn. 2. Wanneer nieuwe grondstoffen nodig zijn, wordt zoveel mogelijk gebruikgemaakt van duurzaam geproduceerde, hernieuwbare (onuitputtelijke) en algemeen beschikbare grondstoffen, zoals biomassa (dat zijn grondstoffen uit planten, bo- men en voedselresten). Het gebruikt van deze grondstoffen maakt Nederland minder afhan- kelijk van fossiele bronnen en het is beter voor het milieu. 3. Nieuwe productiemethodes ontwikkelen en nieuwe producten circulair ontwerpen.

De Gemeente Rijswijk conformeert zich aan deze doelstellingen en probeert zo goed als mogelijk haar bijdrage te leveren in de keuzes die ze maakt op het gebied van openbare verlichting. Er wor- den bijvoorbeeld armaturen toegepast die door modulaire opbouw kansen bieden in het circulair hergebruik van onderdelen. Tevens worden initiatieven als Circulair Verlicht (een initiatief van ge- meente Assen waarbij lichtmasten een nieuw leven krijgen) nauwlettend gevolgd en waar mogelijk in bijgedragen.

B. Bij nieuwbouw van OVL-installaties en bij complete vervanging van lampen en armaturen van OVL– installatie, in woon- en verblijfgebieden: Het ledsysteem moet geschikt zijn om gedimd te worden en het moet mogelijk zijn (lokaal of online) te programmeren dat de verlichting ’s nachts wordt uitgeschakeld. ME4

Lichthinder wordt beperkt De lichtuitstraling van de OVL-installatie moet vallen binnen de grenswaarden als gesteld in de Richt- lijn Lichthinder 2020 van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV).

ME5

Arbeidsfactor De arbeidsfactor voor de te installeren armatuur moet ≥ 0,90 zijn.

ME6

Lichtkleur In woongebieden moet, om het risico van hinder voor de mens te beperken, de CCT van lichtbronnen ≤ 3000 K en moet een dim- of uitschakelprogramma worden geïmplementeerd. Het dimprogramma moet in overeenstemming zijn met de eisen van criterium Openbare verlichting / Dimbare OVL-installatie.

GC1

Energiezuinige OVL-installatie Naarmate de [hier benoemen waar de uitvraag zich op richt; bijvoorbeeld een OVL-installatie of licht- bron plus armatuur, etc.] energiezuiniger is dan [X], wordt de inschrijving hoger gewaardeerd

GC2

OVL-installatie bestaat uit recyclebare of hernieuwbare materialen Dit deel van de inschrijving wordt hoger gewaardeerd naarmate: • het percentage van het gewicht van de OVL-installatie dat afkomstig is uit gerecycleerde* of biobased** materialen hoger is; • de onderdelen van de OVL-installatie gemakkelijker kunnen worden gedemonteerd, vervan-

2.1.9 MILIEUCRITERIA VOOR MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD INKOPEN: Per 30 maart 2017 zijn de Milieucriteria voor de productgroep openbare verlichting aangaande maatschappelijk verantwoord inkopen gewijzigd. De minimumeisen als opgenomen in het milieucriteria document gelden als ondergrens. Naast minimum- eisen zijn standaard gunningscriteria opgenomen in het document. De standaard gunningscriteria kun- nen worden toegepast om de ambitie te verhogen en

duurzaamheid verder te bevorderen. Voorgaande zijn in lijn met de doelstellingen uit de aanbestedingswet om zoveel mogelijk maatschappelijke waarde te creë- ren. Elke inkoop en aanbesteding is echter maatwerk. Het opstellen van een aanbestedingsdocument blijft dan ook de verantwoordelijkheid van de inkoper en daarmee ook voor onze gemeente.

Onderstaand een overzicht van de eisen zoals deze zijn opgenomen in het milieucriteria voor maatschappelijk verantwoord inkopen. (Bron: Rijksoverheid MVI-criteriatool openbare verlichting) ME1

Toepassen ledverlichting In nieuwe situaties en bij vervanging/vernieuwing in bestaande situatie worden lichtbronnen toege- past met minimaal energieklasse C volgens EU verordening 2019/2015.

ME2

Levensduur ledsysteem Ledmodulen die worden toegepast, dienen een verwachte levensduur van 100.000 branduren te heb- ben en te voldoen aan L80F10 (LxFy waarde) en Tq 25°C.

ME3

Dimbare OVL-installatie A. Bij nieuwbouw van OVL-installaties en bij complete vervanging van lampen en armaturen van be- staande OVL-installaties langs verkeerswegen: De OVL-installatie moet dimbaar zijn in minimaal twee dimstanden: tot minstens 10% van de maximale lichtopbrengst en het moet mogelijk zijn (lokaal of online) te programmeren dat de verlichting ’s nachts wordt uitgeschakeld.

18

gen, hergebruikt en gerecycleerd: • De aansluitingen zijn eenvoudig te vinden, bereikbaar met gangbaar gereedschap, op locatie te demonteren en voor zover mogelijk genormaliseerd. • Demontage beschadigd de onderdelen niet. • Kunststofonderdelen bestaan uit één polymeer of compatibele polymeren. GC3

Een beter plan circulaire economie wordt hoger gewaardeerd - bij voldoende aanbod De inschrijver dient een plan van aanpak in, waarin wordt beschreven welke bijdrage wordt geleverd aan de circulaire economie door de opdracht waarop de aanbesteding betrekking heeft. Elementen die in het plan naar voren moeten komen zijn:

GC4

Een beter plan circulaire economie wordt hoger gewaardeerd - bij onvoldoende aanbod De inschrijver dient een ontwikkelplan in te dienen, dat bij uitvoering leidt tot een zo circulair mo- gelijke omgang met grondstoffen gedurende de loop van het contract. In het plan wordt ingegaan op:

GC5

Gebruik van een hoger percentage circulair materiaal wordt hoger gewaardeerd De inschrijver moet aangeven welk massapercentage van het toegepaste materiaal in het eindproduct wordt vertegenwoordigd door circulaire materialen, dat wil zeggen: hergebruikt, gerecycled en/of bio- based. (= massa hergebruikt, gerecycled en/of biobased materiaal gedeeld door de totale massa). Naarmate een groter aandeel van het toegepaste materiaal in het eindproduct circulaire materialen betreft, wordt de inschrijving hoger gewaardeerd, volgens de volgende factoren per categorie: [x].

GC6

Naarmate de verlichting energiezuiniger is, wordt dit hoger gewaardeerd Naarmate de inschrijver voor de lichtbronnen een gunstiger energielabel toepast dan energielabel C (volgens EU verordening 2019/2015) wordt de inschrijving hoger gewaardeerd.

19

02 02.2

Gemeentelijke beleidskaders

Voor de gemeentelijke beleidskaders zijn gemeentelijke afspraken en/of stukken opgenomen met directe raakvlakken op de openbare verlichting. Deze raakvlakken zijn beschreven in het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2021-2025, Gemeente Rijswijk d.d. 8-9- 2020.

2.2.1 VERKEER

VERHOGEN VEILIGHEID(SGEVOEL) EN VERKEERSVEILIGHEID Van de programmabegroting worden een aantal verhogende maatregelen benoemd als het gaat om het veiligheidsgevoel. De openbare verlichting kan daar een bijdrage aan leveren. Goedwerkende openba- re verlichting op de juiste plaats is van groot belang voor het veiligheidsgevoel. Uit onderzoek is gebleken dat met name wit licht, veelal bij toepassing van led- verlichting, een goede bijdrage levert aan het veilig- heidsgevoel. Dit komt omdat wit licht een hele goe- de weergave heeft van kleuren waardoor herkenning

en voetpaden zien hier toepassingsmogelijkheden. Fietspaden en voetpaden behalen standaard vaak al een hogere lichtreflectie dan rijbanen doordat er gebruikgemaakt wordt van roodkleurig asfalt voor fietspaden en (licht)grijze tegels voor voetpaden tegen- over zwart asfalt voor de rijbanen. Door bijvoorbeeld gebruik te maken van een slijtlaag met witte steen- slag, kan de reflectiewaarde nog eens extra worden verhoogd. Lichte bestrating wordt niet toegepast voor de rijbanen; dit heeft te maken met de sterke vervuiling van het lichte wegdek door het verkeer. Hiermee resulteert deze vervuiling in meer kosten voor de wegbeheerder.

De gemeente stimuleert positieve gedragsbeïnvloeding van verkeersdeelnemers. Dit kan door het ne- men van fysieke maatregelen, maar ook door weg- gebruikers bewust te maken van hun verkeersgedrag in de eigen omgeving. Kwetsbare verkeersdeelne- mers verdienen bescherming. De gemeente betrekt de positie van deze kwetsbare verkeersdeelnemers

gekozen worden voor het aanbrengen van zebra safe op diverse plaatsen. Deze zebra safes zijn zebrapaden met verlichting om zo de veiligheid bij het oversteken te verhogen.

van objecten en personen verhoogd wordt. Ook het toepassen van lichte bestrating leidt tot een verbeter- de zichtbaarheid en gezichtsherkenning door de re- flectie van het wegdek. Met name voor fietspaden

In de structuurvisie van Rijswijk (2020; Mobiliteit in Balans) zet in op bewuster mobiliteitsgedrag en

PROFILEREN WINKELCENTRA

bij de voorbereiding van plannen voor de inrichting van de openbare ruimte. De gemeente Rijswijk kiest ervoor om kruispunten volledig te verlichten, waar- door er minder onveilige situaties ontstaan. Het toe- passen van intelligente verlichting wordt nog niet omarmd vanwege de betrouwbaarheid van de tech- niek en het mogelijk gemis van sociale veiligheid.

stuurt hierbij op duurzame mobiliteit. Hierbij moet gedacht worden aan het openbaar vervoer en de fiets.

Door het toepassen van de juiste materialen, vormgeving en lichtkleur wordt een bepaalde beleving en sfeer gecreëerd, die het prettig maken om in een bepaalde omgeving te verblijven en daarnaast esthetische meer- waarde hebben.

Voor het verhogen van de veiligheid bij voetgangersoversteekplaatsen en scholen kan er bijvoorbeeld

Voor de fietser en voetganger betekent dit: • •

Het realiseren van sociaal veilige routes, door informeel toezicht; Het voldoen aan de verlichtingsnorm met als uitgangspunt “licht waar het moet, donker waar het kan”.

Bij de duurzaamheid wordt met name ingestoken op het verlagen van het elektriciteitsverbruik en de daaraan gerelateerde CO2 uitstoot. Rijswijk neemt dan ook haar verantwoordelijkheid waar het gaat om energiebespa- ring en verduurzaming van het eigen vastgoed en het maatschappelijke vastgoed.

BASISKWALITEITSNIVEAU

2.2.2 GROEN Rijswijk heeft een groen imago en wil dat imago waarderen en koesteren. De keuzes die gemaakt worden voor het onderhoudsbeheer van groen, hebben in- vloed op het beleidsplan voor de openbare verlich- ting. Bomen kunnen het lichtbeeld, lichtkwaliteit en afscherming van licht verhinderen. Bijvoorbeeld bij achterstallig (snoei)onderhoud of het plaatsen van nieuw groen. Anderzijds kan het groen schade oplo- pen door werkzaamheden aan de openbare verlich- ting, bijvoorbeeld bij het vervangen en/of aanleggen van voedingskabels van de openbare verlichting. Een integrale afstemming tussen deze vakdisciplines is

DUURZAAMHEID EN DUURZAME ENERGIE STIMULERING

daarmee van essentieel belang. Het uitgangspunt is om in gebieden met veel groen kunstmatig licht zo beperkt mogelijk toe te passen. Er is de laatste jaren veel onderzoek gedaan naar de invloed van lichtkleur op mens en dier. Dat de kleur van kunstlicht invloed heeft op mens en dier is al langer bekend. De opkomst van ledverlichting in haar verscheidende kleuren is hier mede aanleiding voor. Proeven tonen aan dat de invloed van kunstlicht op fauna sterk verminderd kan worden door licht van een aangepast spectrum. Denk hierbij ook aan de speciale vleermuis armaturen die op sommige plekken al worden toegepast. In gevallen waar (specifiek) licht nodig is moet de verlichting op maat ontworpen worden. In nieuwe lichtontwerpen is een integraal ontwerp met de inrichting van de openbare ruimte en het groenontwerp het uitgangspunt. Bestaande con- flicten tussen groen en openbare verlichting worden incidenteel per situatie bekeken, waarna er een pas- sende oplossingen zal worden gezocht. Denk daarbij aan snoeiwerkzaamheden of het vervangen of ver- plaatsen van een lichtobject.

In het IBOR is vastgesteld welk kwaliteitsniveau gehanteerd wordt in de openbare ruimte. Voor de openbare verlichting hanteren we kwaliteitsniveau B. Het oudste gebied van Rijswijk beslaat met haar historische en dorpse karakter een groot gebied en biedt een diversiteit aan woningen. Oud Rijswijk en Leeuwendeel hebben daarom veelal klassieke lichtmasten en armaturen die de wijken extra sfeer geven. Ondanks het vastgestelde kwaliteitsniveau wordt maatwerk geleverd, daar waar nodig. Er wordt per wijk gekeken welk type armatuur het beste past. • • •

Profilering Smart City; Verkeersveilige schoolomgeving; Basis kwaliteitsniveau wordt vastgelegd in het IBOR.

VERSNELD VERVANGEN KABELS T.B.V. DE OPENBARE VERLICHTING Het verouderde elektriciteitsnet zorgt voor veel storingen aan de openbare verlichting. Er is budget vrijge- maakt om dit in de komende jaren aan te pakken.

2.2.3 PROGRAMMABEGROTING 2020-2023 Rijswijk heeft in haar programma 2020-2023 punten opgenomen die raakvlakken hebben met de openba- re verlichting:

20

• • • •

Verhogen veiligheid en veiligheidsgevoel in de wijk; Profileren winkelcentra; Verbeteren verkeersveiligheid; Versneld vervangen kabels voor de openbare verlichting.

21

03

WAT HEEFT RIJSWIJK AAN OPENBARE VERLICHTING?

Om het beleidsplan voor openbare verlichting het juiste perspectief te kunnen beschouwen, is het van belang om een beeld te kunnen vormen van de omvang en de karakteristieken van de openbare verlichting in onze gemeente. In dit hoofdstuk wordt antwoord gegeven op de vraag: ‘Wat hebben wij aan openbare verlichting?’ en wordt inzicht gegeven in de omvang en karakteristieken van het areaal van de openbare verlichting binnen Rijswijk. In het onderstaande overzicht worden de aantallen van het ov-areaal in kaart gebracht.

OMVANG AREAAL OPGEDEELD IN SOORT LICHTMASTEN

ARMATUREN TOTAAL

9.537

9.247 ARMATUREN CONVENTIONEEL

ARMATUREN LED

7.051

2.486

OMVANG ELEKTRICITEITSNET SCHAKELKASTEN

121

KABEL

260 km

VEROUDERD KABELNET

50% > 40 33% > 60

22

23

03 03.1

leeftijdsopbouw

Op basis van de ov-inventarisatie is er een analyse gemaakt van het areaal open- bare verlichting binnen Rijswijk. In onderstaande tabellen is een overzicht ge- maakt van de leeftijden van masten en armaturen. Hierin zijn ook de verschillende lamptypes hierin opgenomen.

LICHTMASTEN

ARMATUREN

Circa 80% van de lichtmasten is jonger dan 30 jaar (figuur 3-1). Rekening houdend met een vervangingscyclus van 40 jaar, komen deze masten in de komende 10 jaar nog niet in aanmerking voor vervanging. Voor latere beleidsperiodes zal een relatief groot aantal masten vervangen moeten worden. De lichtmasten die vóór 1992 zijn geplaatst (19%), zullen in aanmer- king komen voor vervanging tijdens de komende beleidsperiode. Daarnaast is circa 13% van het areaal ouder dan 40 jaar. Zodra lichtmasten de leeftijd van

40 jaar hebben bereikt, kan de veiligheid in het ge- ding komen. Omdat de masten deels in de grond staat is de kwaliteit van het ondergrondse deel van de mast niet te zien. Dit deel is meestal het kritische punt van de mast. Door inwerking van corrosie ter hoogte van het maaiveld gaan masten uiteindelijk rotten en kun- nen ze omvallen. Ook al kan de verwachte levensduur enigszins worden opgerekt, moeten risico’s worden vermeden.

FIGUUR 3.1: PLAATSINGSJAAR LICHTMASTEN (BRON: MOON)

24

Figuur 3-2 toont de leeftijdsopbouw van armaturen binnen het lichtmasten areaal. De categorie van ou- der dan 20 jaar bevat ca. 27%. Verlichtingsarmaturen ouder dan 20 jaar krijgen te maken met verouderingsverschijnselen. Dit zijn bijvoorbeeld dat de lichtkap van oudere armaturen dof kunnen worden, waardoor ze minder licht en een ander lichtbeeld geven. Daar- naast heeft ook de veroudering van onderdelen, zoals elektronica, lampvoeten en lampen van het armatuur invloed op de kwaliteit. Waardoor het armatuur niet meer of slecht kan functioneren. Bij het defect ra-

ken van onderdelen bij oudere verlichtingsarmaturen krijgt men te maken met het niet meer leverbaar zijn van de betreffende onderdelen. Vaak zijn oudere ty- pen verlichtingsarmaturen en/of onderdelen daarvan niet meer verkrijgbaar in verband met uitfasering. Het door ouderdom defect raken van armaturen resul- teert dan uiteindelijk in hogere onderhoudskosten, meer energieverbruik en meer storingen met langere doorlooptijden. Hier valt de komende beleidsperiode dus een inhaalslag te maken.

FIGUUR 3.2: PLAATSINGSJAAR ARMATUREN (BRON: MOON)

25

03 KABELNET

OVERZICHT RIJSWIJK OPGEDEELD IN WIJKEN

In figuur 3-3 is de leeftijd van het huidige kabelnet in kaart gebracht op wijkniveau waarbij gecategoriseerd wordt op leeftijden per 20 jaar. Het kabelnet bestaat voor meer dan de helft uit kabels ouder dan 20 jaar. 18 % heeft de maximale leeftijd van 60 jaar overschreden, dit kan resulteren in een hogere storingsgevoeligheid. Voor de toekomst is het raadzaam de storingen omtrent het kabelnet goed te analyseren om zo tijdig onder- houd of vervanging uit te voeren om zo grote storin- gen te voorkomen. Hierbij is het van belang om reke-

LEEFTIJD (JAAR)

00 - 20

ning te houden met de komende aanleg van glasvezel, gas en waterleidingen. Door dit te combineren kan er efficiënt vervanging en onderhoud worden gepleegd. Zo voorkomen we dat er meerdere malen ingrijpende werkzaamheden op dezelfde locatie worden gedaan. Het onderstaand overzicht vermeldt op welke termijn het kabelnet moet worden vervangen op basis van 7 km per jaar.

20 - 40

40 - 60

> 60

WIJK 1 WIJK 2

2

WIJK 3

1.1

WIJK 4

1.5

WIJK 5

3.4

WIJK 6

3.8

WIJK 7

2.3

WIJK 8

6.6

WIJK 9

4.5

Leeftijd kabels 00 - 20 jaar Leeftijd kabels 20 - 40 jaar Leeftijd kabels 40 - 60 jaar Leeftijd kabels 60 jaar & ouder Leeftijd kabels Reeds vervangen FIGUUR 3.3: OVERZICHT LEEFTIJD KABELS GECATORISEERD PER WIJK

WIJK 10

0.8

WIJK 11

TOTALEN (JAAR)

26

1.2

0.8

16.8

6.1

2.5

27

03 03.2

03.3

Areaalopbouw naar type lamp

De onderstaande grafiek laat de opbouw van het aantal lampen per type zien. Het onderstaande figuur toont de gebruikte lichtbronnen in de ge- meente. Duidelijk wordt dat er nog circa 20% van het huidige areaal tot niet zuinige conventionele lampen behoort (hoge druk natrium, metaalhalo- geen en lage druk natrium). Het overgrote deel van het areaal is voorzien van led of (compact) fluores- centie. De fluorescentielamp kan worden gezien als de ‘spaarlamp’ voor de openbare verlichting.

Samen met de energiezuinige ledverlichting maakt dat Rijswijk veelal heeft gekozen voor energiezuinige lichtbronnen. Echter neemt dit niet weg dat er aanvullend nog maatregelen genomen kunnen worden voor verdere verduurzaming van het areaal. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan het vervangen door ledarmaturen in combinatie met het dimmen van een installatie in de nachtelijke uren. De specifieke lamp eigenschappen zijn terug te vinden in de bijlage 2. 16

Areaal opbouw en materiaalsoort lichtmasten

De onderverdeling van de lichtmasten in lichtpunt- hoogte en materiaalsoort is in onderstaande tabel weergegeven. Vanwege de grote verschillen in aan- tallen is gekozen voor een tabel in plaats van een gra- fiek. Het overgrote gedeelte van de stalen masten is

voorzien van een coating. Dit betekent voor het onderhoud, hogere kosten. Dit heeft wel als voordeel dat de levensduur van de mast wordt verlengd wan- neer deze regelmatig worden geschilderd.

STAAL

913

<3M

4M-6M

7M-9M

>10M

ONBEKEND

322

5848

1580

1023

371

<3M

4M-6M

7M-9M

>10M

ONBEKEND

0

57

71

29

0

<3M

4M-6M

7M-9M

>10M

ONBEKEND

42

16

0

0

0

<3M

4M-6M

7M-9M

>10M

ONBEKEND

59

6

7

0

240

GIETIJZER

2486

4920

ALUMINIUM

701

ONBEKEND LED

32

162

29

COMPACT FLUORESCENTIE FLUORESCENTIE INDUCTIE

HOGEDRUK NATIRUM METAALHALOGEEN LAGEDRUK NATRIUM ONBEKEND

FIGUUR 3.3: AREAAL OVERZICHT PER TYPE GEBRUIKTE LICHTBRON (BRON: MOON). WAARBIJ: GROEN = LAAG ENERGIEVERBRUIK; BLAUW = GEMIDDELD ENERGIEVERBRUIK; ORANJE = HOOG

28

ENERGIEVERBRUIK; ROOD = ERG HOOG ENERGIEVERBRUIK

29

04 WAT WIL RIJSWIJK? In dit hoofdstuk wordt stilgestaan bij de ambitie en visie die de gemeente Rijs- wijk heeft ten aanzien van de openbare verlichting. Ook zal worden ingegaan op de huidige stand van zaken, de betrouwbaarheid en de duurzaamheid van de openbare verlichting in Rijswijk. Er wordt inzage gegeven in hoe Rijswijk het beleid zal profileren met de vraag: “Wat wil Rijswijk?”

04.1

Ambitie en visie

Rijswijk wil haar openbare verlichting op een zo duurzaam mogelijke wijze invullen. Zo duurzaam mogelijk betekent dat er onder andere wordt gekeken naar de leeftijd van de lamp, het type lamp en het ver- mogen, bijvoorbeeld. Pas zodra de materialen in aan- merking komen voor vervanging, wordt er voor een duurzame oplossing gekozen. In alle andere gevallen zou dat tot kapitaalvernietiging leiden, hetgeen na- tuurlijk onwenselijk is. Hierbij zet Rijswijk volledig in op verledden, ofwel het toepassen van ledverlichting. Conventionele verlichting wordt niet meer toegepast.

Ook de betrouwbaarheid en beschikbaarheid van de openbare verlichting moet naar een hoger niveau. Het niet branden van de openbare verlichting is een van de meest voorkomende meldingen in de open- bare ruimte. Er is al veel verbeterd, maar we blijven inzetten op de betrouwbaarheid. Door het verledden en het vernieuwen van het elektriciteitsnet zal ook de betrouwbaarheid en beschikbaarheid toenemen. Dit door de nieuwe technieken waarbij controle en be- diening op afstand mogelijk is.

4.1.2 RENOVATIE De ‘normale’ technische afschrijving van masten is 40 jaar en voor armaturen 20 jaar. Gezien de bodemgesteldheid kan ervoor gekozen worden om voor de technische levensduur van masten 50 jaar te hanteren. Tevens is het mogelijk om de technische levensduur van armaturen te verhogen (zie scenario 2 (§ 5.1)). Bij het verlengen van de levensduur is het van belang tij- dig regulier onderhoud te doen en de masten goed te

ad-hoc-werkzaamheden. Grootschalig vervangen is in de praktijk goedkoper dan ad hoc vervangin- gen en zorgt voor een aanzienlijke daling in de sto- ringen. In het huidige beheerplan is dit al meege- nomen, het efficiënt toepassen van remplace wordt al toegepast op de kabels, masten en armaturen.

monitoren. Om zo de betrouwbaarheid te waarborgen.

aanzicht van de straten, is het raadzaam lichtmasten en armaturen gelijktijdig te vervangen. Hierbij is het van belang dat er rekening gehouden wordt met de levensduur van de armaturen ten opzich- te van de masten. Hierdoor kan de mate van licht in de gehele straat nader worden afgestemd en in- cidentele uitval van (oudere) armaturen of lam- pen voorkomen worden. Er zal per project be- paald moeten worden wat de beste aanpak zal zijn.

De masten en armaturen aan het einde van de technische levensduur te vervangen en niet verder uit te stellen (zie scenario 1 (§ 5.1)). Daarmee wordt voorkomen dat de technische staat zodanig verslechtert dat het risico op uitval of schade te groot wordt. Daar- naast geldt bij veel oudere armaturen dat de tech- niek en materiaalkeuzes verouderd of niet duurzaam zijn en dat onderdelen niet meer worden geleverd. Bij lampvervangingen, de zogenaamde rem- place, wordt gestreefd naar het voorkomen van

Rekening houdende met de kostenefficiëntie en het

Wanneer er incidenteel jonge armaturen in een straat staan dan worden deze hergebruikt in andere straten of bij schades.

4.1.1 ALGEMENE UITGANGSPUNTEN VOOR OPENBARE VERLICHTING Openbare verlichting heeft tot doel om bij duisternis (circa 4.000 uur per jaar = 47 % van het jaar) het open- bare leven zo goed mogelijk te laten functioneren. Hoewel met de openbare verlichting het niveau van daglicht niet bereikt nog gewenst is, moet de openba- re verlichting wel bijdragen aan een veilige woon- en leefomgeving. Een goede kwaliteit van de openbare verlichting is van groot belang om betrouwbare ver- lichting te bereiken. Wij stellen als uitgangspunt “Licht waar het moet, donker waar het kan” voor. Er wordt ge- streefd naar het gebruik van openbare verlichting op een niveau dat recht doet aan alle functies die verlich- ting moet hebben wanneer de situatie hier om vraagt.

30

Rijswijk streeft ernaar dat de openbare verlichting duurzaam en tegen acceptabele kosten bijdraagt aan: • • • • •

De verkeersdoorstroming en de verkeersveiligheid; Het gevoel van sociale veiligheid; Het creëren van sfeer, gezelligheid en identiteit; Betrouwbaarheid; Duurzaamheid.

Bovenstaande bijdragen worden binnen onze ge- meente nagestreefd met in het achterhoofd dat de openbare verlichting in de bijdragen geen of zo min mogelijk hinder veroorzaakt voor haar omgeving. Hierbij valt te denken aan de natuur maar ook aan onze inwoners.

4.1.3 DUISTERNIS Het beleidsplan voor de openbare verlichting is bij Rijswijk gericht op “licht waar het moet, don- ker waar het kan”. Alle verlichting zal daarom goed en doelmatig worden uitgevoerd. Vrij ver- taald betekent dit dat er wordt verlicht om het openbare leven bij duisternis zo veilig en leef- baar mogelijk te maken. Daarbij wordt de duister- nis daar waar nodig zoveel mogelijk gerespecteerd.

De Landgoederenzone in het Noorden en de stadsparken in het zuiden van Rijswijk worden als donker- te gebieden in Rijswijk aangewezen.

4.1.4 TECHNIEK en ontwikkeling In tegenstelling tot een aantal jaren geleden bevat openbare verlichting steeds meer techniek. Was het jaren geleden alleen mogelijk om de verlichting ’’s Avonds aan en ’’s Morgens uit te doen, kunnen we te- genwoordig steeds meer. Met de komst van de nieu- we technieken hebben we steeds meer licht op maat. Daarbij gaat de verlichting alleen aan wanneer het moet en wordt de lichtsterkte aangepast aan de be-

hoefte van de gebruiker. Het is en blijft een uitdaging om met een juiste toepassing van openbare verlich- ting en de beschikbare technieken te voldoen aan alle vormen van veiligheid voor de openbare ruimte. Hierbij moet de openbare ruimte vervolgens zo goed mogelijk worden bediend, tegen zo laag mogelijke kosten.

31

04 4.1.5 SMART CITY Smart City is een term die meer en meer wordt ge- bruikt in de wereld van de openbare ruimte. Maar wat is een Smart City eigenlijk en wat kunnen we er mee? Een Smart City gebruikt technologie om de kwaliteit, de prestaties en de interactiviteit van ver- schillende diensten in de openbare ruimte te combi- neren en verbeteren. Daarbij maakt “The Internet Of Things” het mogelijk dat technologie slim met elkaar verbonden kan worden (communicatie via internet) en hiermee alle manieren van directe sturing kunnen plaatsvinden. Door interactief op behoefte te sturen kunnen de gebruikskosten omlaag en kan er meer ef- ficiënt op output worden gestuurd. Smart City en de ontelbare mogelijkheden bieden een oplossing voor diverse problemen of behoeftes in de openbare ruim- te. Innovatieve technieken, ICT en infra helpen in deze sturing en interactie. Smart City oplossingen zijn heel divers en in alle vormen en maten in te vullen.

4.1.6 SMART LIGHTING Onderstaand zijn een aantal mogelijkheden beschre- ven van zaken die Smart City mogelijk maakt: • • • • •

Croud-control: sturen van groepen mensen bij bijvoorbeeld evenementen; Sturen van verkeersstromen op basis van verkeersintensiteit; Inzicht in luchtkwaliteit door diverse metingen; Reageren op calamiteiten door meting van bijvoorbeeld luchtkwaliteit, geluid etc.; Vuilnisdiensten op afroep; vuilcontainers ge- ven melding bij behoefte aan legen.

De ontwikkeling van SmartCity mogelijkheden is continu en nog lang niet afgelopen. Het is slechts de vraag; Welk probleem willen we oplossen? Of welke behoefte wil ik in voorzien? Bijna alle problemen zijn nu, of in de toekomst in te vullen met een Smart City oplossing. Het is slechts een kwestie van tijd.

Smart lighting (slimme verlichting) is een onderdeel van Smart City dat zich specifiek richt op de moderne technologie in en rondom de verlichting. In de open- bare verlichting vertaalt dit zich in de vorm van zowel zelfstandig als op afstand bestuurbare en beheerbare armaturen en verlichting. Met de hedendaagse technologie kunnen de armaturen, lampen en systemen zelf communiceren met het beheersysteem van de beheerder. Deze techniek is op dit moment in ontwikkeling. Het schouwen van het areaal zal door mid- del van deze nieuwe technieken in de toekomst an- ders moeten worden ingericht. Dit zou jaarlijks min- der frequent hoeven te gebeuren door o.a. de langere levensduur van Ledlampen. Dit zorgt op termijn voor een meer efficiënter en kostenbesparend beheer.

Naast het op afstand kunnen beheren van de open- bare verlichting biedt smart lighting ook de mo- gelijkheid om het licht te sturen. Zo wordt het mogelijk om bij veiligheidssituaties het verlichting- sniveau op te schalen tot een voor de veiligheids- dienst of handhaving vooraf vastgesteld niveau. Daarnaast kan dynamisch dimmen, daar waar het toegepast wordt, er voor zorgen dat de doelstellin- gen voor duurzaamheid behaald kunnen worden. De wijze van verbinding en communicatie met open- bare verlichting is op verschillende manieren in te vullen. Elk met hun eigen voor- en nadelen. De keu- ze die hierin gemaakt moet worden is belangrijk voor het type oplossing dat beoogd wordt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=b57e12d8-a383-4cf9-99f0-46e16ba95f0c