RIB 23 019 A Beleidsplan openbare verlichting.pdf
Tekst van het document
Door de toenemende behoefte aan smart lighting concepten wordt het tijd om te “normaliseren”. Er lijkt nu een universele oplossing in de maak te zijn om dit tot een standaard te verheffen. De ontwikkeling van een genormaliseerde (Zhaga)connector is de eerste stap in het normaliseren van smart lighting. Aan deze genormaliseerde connector zijn een aantal eisen gesteld.
Als de connector in het armatuur is ingebouwd passen in de basis alle modules erop die volgens deze ‘Zhaga’ specificatie zijn ontwikkeld.
Deze eisen zijn: • Kleinere connector zodat de integratie in straatverlichting eenvoudig is; • Geschikt voor alle montage richtingen; • Uitgevoerd met standaard aansluitingen zodat uitwisselbaarheid wordt gegarandeerd;
Als de module is uitgevoerd met de Zhaga connector is het eenvoudig om er een sensor op te bouwen. Denk hierbij aan een licht/donker sensor, camera of luchtkwaliteitssensor. Door deze opzet is het gemakkelijk om verschillende sensoren te combineren of uit te wisselen. Bijvoorbeeld een sensor met een communicatiemodule aan de bovenzijde en aan de onderzijde een camera module. Een ander voordeel van de Zhaga connector is dat het armatuur dezelfde specificaties behoudt. De originele certificaten blijven daarmee intact.
De wijze van verbinding en communicatie met openbare verlichting is op verschillende manieren in te vullen. Elk met hun eigen voor- en nadelen. De keuze die hierin gemaakt moet worden is belangrijk voor het type oplossing dat beoogd wordt.
FIGUUR 4-1: SCHEMATISCHE WEERGAVE OPZET COMMUNICATIE SMART-LIGHTING
32
33
04 De voodelen van een Zhaga connector voor Rijswijk zijn: • •
Indien een module defect is kan er eenvoudig reparatie of vervanging worden uitgevoerd; Het later toevoegen van modules is eenvoudig;
•
Upgraden of updaten is gemakkelijk door het enkel vervangen van de module. Als je voorheen alleen een luchtkwaliteitssensor hebt, maar later ook een camera wilt plaatsen is dat geen probleem (mits de juiste communicatievorm is gekozen).
Al met al zullen de kosten van een armatuur een fractie hoger zijn in verband met het vooraf uitrusten van dergelijke connectoren. Echter zijn dan de kosten om een module achteraf aan te brengen natuurlijk vele malen lager. Tevens zijn ook veel minder risico’s door niet in te grijpen op het armatuur zelf. De Zhaga connector is daarom een interessante ontwikkeling; zeker omdat het nog niet duidelijk is hoe Rijswijk de inzet van Smart City wil uitvoeren. In scenario 3 (§ 5.1) is het uitgangspunt dynamisch verlichten opgenomen, waarbij gekeken wordt naar de toekomstbestendigheid van de verlichting met betrekking tot Smart City. Het is van belang om bij toepassing van Smart-City technologieën te kijken naar de behoeftes van de gemeente en zijn bewoners. Het is bijvoorbeeld nu al mogelijk om lampen (systemen) zelf te laten melden zodra deze defect zijn. Op deze manier hoeft de burger geen melding te maken en kunnen verkeerde of dubbele meldingen voorkomen
worden. Hiermee wordt een werklast verminderd en kan er nog sneller worden gereageerd op storingen. Een andere functie is de mogelijkheid om het tijdstip en de hoeveelheid van het dimmen op elk gewenst moment eenvoudig aan te passen. Hiermee wordt het beheer van openbare verlichting nog efficiënter en meer gebruikersgericht. Heeft het zin om de straatverlichting aan het internet te koppelen? Heeft het zin om sensoren aan te brengen aan, in of op de straatverlichting? Het antwoord ligt in het feit dat Smart City al op grote schaal wordt geïmplementeerd in onze samenleving. Smart Lighting wordt nog niet toegepast in Rijswijk. De techniek hiervoor wordt in beperkte mate op de markt aangeboden en de beheersystemen kunnen nog onvoldoende worden aangesloten. Echter, wanneer de techniek wel voldoende is ontwikkeld en op de markt gebracht, kan het de gemeente veel brengen. Deze ontwikkelingen worden oa gevolgd de komende jaren op toepasbaarheid.
4.1.8 TOEPASSING VAN 5G OP LICHTMASTEN De behoefte aan snellere internetverbindingen en het overbrengen van (grote hoeveelheden) data is de laatste jaren versneld gegroeid. Steeds meer 'slimme' apparatuur is verbonden met internet, waaronder Smart Lighting. Om snellere verbindingen mogelijk te maken is men begonnen met de uitrol van het 5G netwerk, dat op den duur 4G zal vervangen. Echter, een hoogwaardig 5G netwerk heeft veel meer zendmasten (antennes) nodig dan 4G. Hierbij worden lichtmasten erg interessant; hier kunnen antennes aan verbonden worden en ze staan al in de openbare ruimte. Rondom het uitrollen van het 5G
netwerk via antennes op de lichtmasten is er de laatste 2 jaar niet veel voortgang geboekt. De Rijksoverheid stelt frequenties beschikbaar voor 5G die in 2023 geveild gaan worden. Aanbieders van mobiele telefonie en bedrijven mogen testen met de 5G technologie. Voor sommige testen moeten zijn een experimenteervergunning aanvragen. De locaties waarvoor het Rijksinspectie Digitale Infrastructuur zo'n vergunning heeft gegeven, staan in het Antenneregister. Wij houden voor Rijswijk de 5G ontwikkelingen nauwlettend in de gaten.
4.1.9 DE LICHTMAST ALS LAADPAAL Een andere ontwikkeling in opmars, zijn de laadpalen die fungeren als lichtmast. Dit betekent dat de laadpaal onderdeel uitmaakt van de lichtmast. Deze techniek stelt wel een aantal eisen aan de lichtmast. De ' Rijswijkse' lichtmast is er niet op uitgerust om als laadpaal te fungeren. Er staat overdag geen stroom op de mast, er is geen ingang voor laadkabels en de stroomcapaciteit is überhaupt niet afdoende. Het toepassen van deze laadpaal-
lichtmast is wel mogelijk bij renovaties en herinrichtingen, wanneer er nieuwe lichtmasten aangeschaft moeten worden. Wat geldt voor alle nieuwe technieken, geldt ook voor deze innovatieve laadpaal: het kost tijd om deze techniek verder te ontwikkelen en toepassen om zonder kinderziektes te werken. Ook deze ontwikkeling wordt gevolgd en waar nuttig en mogelijk, ook toegepast.
FIGUUR 4-2: SCHEMATISCHE WEERGAVE OPBOUW ZHAGA CONNECTOR / ARMATUUR
34
35
04 04.2
Beleidsregels Rijswijk
4.2.1 GENERIEKE BELEIDSREGELS Verlichtingssterkte en gelijkmatigheid van de verlichting
Lichthinder
In 2017 is de door de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) opgestelde Nederlandse Praktijk Richtlijn (NPR-13201:2017) van kracht geworden. Rijswijk hanteerde reeds al de richtlijnen van de NPR13201:2017. Bijkomend is de zogenaamde verticale verlichtingssterkte, deze verticale verlichtingssterkte is van belang voor een goede gezichtsherkenning in verblijfsgebieden. De klasse indeling is in de NPR-13201:2017 opgenomen als “Verhoogde gezichtsherkenning” en onderverdeeld in drie klassen. Deze verhoogde gezichtsherkenning wordt alleen toegepast bij nieuwe installaties.
Lichthinder is licht dat als storend en verblindend wordt ervaren. Om dit te voorkomen is er een verblindingsindex classificatie (D) vastgesteld in de NPR13201:2017. Tevens is er door het NSVV in maart 2020 de vernieuwde richtlijn met betrekking tot lichthinder uitgegeven. Rijswijk conformeert zich aan de richtlijn lichthinder. Daar waar gevraagd, zal worden uitgegaan van een omgevingszone conform de richtlijn. Klachten over lichthinder worden individueel behandelt in relatie tot de richtlijn.
Beleidsregels aangaande verlichtingssterkte en gelijkmatigheid: • De verlichtingssterkte (horizontaal/verticaal) / luminantie voldoet aan de NPR13201:2017; • De gelijkmatigheid voldoet aan de NPR13201:2017 (Avond/nacht schakelingen uitgezonderd); • Klasse B (Ev ≥0,5 lux) is de streefwaarde verticale verlichtingssterkte in nieuwe situaties; • Bij bestaande verlichting kan worden afgeweken (vanuit economisch oogpunt); • Achterpaden worden in nieuwe situaties niet verlicht.
Politiekeurmerk veilig wonen (PKVW) Rijswijk conformeert zich niet aan het politiekeurmerk veilig wonen. Achterpaden worden in nieuwe situaties vanuit onze gemeente niet verlicht. Energiebesparing Rijswijk conformeert zich aan het Energieakkoord en de doelen benoemd voor de openbare verlichting. Medio 2020 is er al 8% besparing gerealiseerd (ten opzichte van de nulmeting van januari 2013) in onze gemeente. Rijswijk gaat ervan uit de doelen te kunnen bereiken door het consequent toepassen van ledverlichting in combinatie met het toepassen van dimmen bij vervanging en uitbreiding.
Beleidsregels aangaande lichthinder: • Bij nieuwe verlichtingsontwerpen dient de verblindingsindex classificatie van de gebruikte armaturen ter beoordeling te worden voorgelegd aan de beheerder OVL; • Bij nieuwe ontwerpen en huidige openbare verlichting wordt de vernieuwde richtlijn lichthinder (2020) gehandhaafd; • Bij klachten wordt de situatie individueel bekeken en beoordeeld.
Lichtvervuiling en duisternis Door de ligging van Rijswijk is het voorkomen van lichtvervuiling van belang. Rijswijk hecht vooral in de groene gebieden en de parken waarde aan duisternis en wil deze duisternis behouden en waar mogelijk uitbreiden. In sommige situaties is, enigszins beperkt, strooilicht wenselijk. Hierbij valt te denken aan het “mee verlichten” van voortuinen c.q. voordeuren van de inwoners van Rijswijk. Beleidsregels aangaande lichtvervuiling en duisternis: • Licht waar het moet, donker waar het kan; • In parken wordt geen verlichting toegepast, met enkele uitzonderingen daargelaten; • Bij nieuwe verlichtingsontwerpen in zowel woon- als buitengebieden zullen alleen armaturen worden toegepast waarvan het uittredende licht nauwelijks tot lichtvervuiling leidt.
Beleidsregels aangaande energiebesparing: • Bij vervanging of nieuwe openbare verlichting dient gebruik te worden gemaakt van ledverlichting, voor zover dit (beheer)technisch en financieel realistisch is; • Dimmen van nieuw te plaatsen en/of te vervangen (conventionele) verlichtingsinstallaties; • Nieuwe of aangepaste openbare verlichtingsinstallatie die minimaal voldoen aan energielabel B (SLEEC).
36
37
04 Materialisatie
Omgevingscommunicatie
De gemeente conformeert zich aan toepassen van: • Led met een levensduur van min. 20 jaar (100.000 uur L80F10); • Dimbare verlichting; • Beperking van lichthinder; • Vervallen materialen moeten demontabel en scheidbaar zijn; • Inkoopcriteria aangaande max. 500mA komt te vervallen*.
Als gemeente hechten we veel waarde aan informeren en het communiceren met onze inwoners en stakeholders. Ook t.a.v. openbare verlichting zoeken we actief toenadering tot onze inwoners en andere stakeholders. Soms kan dit zijn op basis van informeren en in andere gevallen door middel van participatie. In alle gevallen dient communicatie op maat te worden gezocht.
*Aanvullend dient alle toe te passen openbare verlichting minimaal te voldoen aan energielabel B, wat de huidige kwaliteit is ten aanzien van het energiebeleid. Het streven is naar een beter energielabel.
Beleidsregels aangaande materialisatie: • Openbare verlichting wordt duurzaam ingekocht volgens de criteria voor duurzaam inkopen, eventueel aangevuld met specifieke eisen i.r.t. circulariteit; • Nieuwe of aangepaste openbare verlichtingsinstallaties voldoen minimaal aan energielabel B (SLEEC); • Bij vervanging van armaturen dient getracht te worden het lampvermogen te reduceren binnen de overige beleidsregels; • Bij vervanging of bij nieuwe openbare verlichting wordt verlichting met wit licht toegepast in de lichtkleur 3000 Kelvin; • Armaturen dienen geschikt te zijn om te dimmen.
Stroomvoorziening Gemeente Rijswijk heeft een eigen net, een gedeelte hiervan is ondergebracht bij netbeheerder Stedin. Het is wenselijk om dit gedeelte goed in kaart te brengen. Waarbij het van belang is de omvang en staat van het net inzichtelijk te krijgen. Samen met het eigen net geeft dit een compleet overzicht van de bestaandesituatie in de gemeente Rijswijk.
Beleidsregels aangaande omgevingscommunicatie • Gemeente Rijswijk betrekt haar inwoners, ondernemers en belangengroepen bij openbare verlichting door te communiceren bij veranderingen. • Bij omvangrijke projecten wordt er vooraf overlegd met stakeholders en omwonenden. • In de communicatie over herinrichting van de openbare verlichting is nadrukkelijk aandacht voor het aspect lichthinder voorkomen.
Beheer en onderhoud Om het areaal van de openbare verlichting kwalitatief goed in orde te houden, is adequaat beheer en onderhoud noodzakelijk. Het zal capaciteit vergen van de beheersorganisatie om op de hoogte te blijven van nieuwe kennis en het onderhoud zo kostenefficiënt mogelijk uit te laten voeren. De onderhoudsaannemer die de werkzaamheden voor de openbare verlichting binnen de gemeente verricht, dient zich minimaal te conformeren aan de eisen die gemeente stelt aan duurzaamheid en circulariteit. Beleidsregels aangaande beheer en onderhoud: • Bij het beheer van de openbare verlichting dient kapitaalvernietiging zoveel mogelijk te worden voorkomen, door onderhoud tijdig uit te voeren. • Het dagelijks beheer is ondergebracht bij de gemeente Rijswijk
De verwachting is dat de energieprijzen de komende jaren aanzienlijk zullen gaan stijgen. Dit is direct het gevolg van de heffingen in het kader van de CO2-uitstoot en andere milieubelastingen die te verwachten zijn. Deze stijging zal door de energieleverancier worden doorberekend aan haar klanten en dus ook aan Rijswijk. Hoe groot deze stijging zal zijn is momenteel nog niet bekend. Het is wel van belang hier alvast rekening mee te houden. Beleidsregels aangaande stroomvoorziening: • Bij nieuwbouw en vervanging van openbare verlichting blijft de bestaande wijze van aansluiten gehandhaafd; • Verlichting van derden, zoals van de woningstichting, moeten met een eigen aansluiting op het energienet van Stedin worden aangesloten; • Brandgangen van de woningstichting en particulieren vallen buiten het beheer en onderhoud van de gemeente; • Bij nieuwe aanleg wordt gekeken naar de toepassing van DC-netten en het beveiligen hiervan.
38
39
04 4.2.2 GEBIED SPECIFIEKE BELEIDSREGELS Woongebieden
Hoofdinfrastructuur
Openbare verlichting speelt een belangrijke rol in woongebieden. De lichtkleur en kleurweergave zijn hierin essentieel om verkeers- en sociale veiligheid te realiseren.
Een deel van de wegen die behoort tot de hoofdinfrastructuur valt niet onder het beheer van gemeente Rijswijk. De verantwoordelijkheid voor de openbare verlichting op deze en onderliggende wegen ligt bij de betreffende wegbeheerder. Hier kan in overleg met deze beheerder getracht worden het beleid eenduidig te regelen. Bij verlichting voor gebiedsontsluitingswegen is de verkeersveiligheid het belangrijkste doel. Het zijn wegen met een hogere verkeersdruk op bepaalde tijdstippen. De nadruk zal liggen op conflicterende punten binnen het wegennet. Hierbij zal de openbare verlichting intenser zijn dan bij een gedeelte van een doorgaande weg. Dimmen van de verlichting kan op bepaalde tijdstippen toegepast worden zonder dat dit de verkeersveiligheid schaadt.
Om schijnveiligheid te voorkomen wordt voor de openbare verlichting op locaties zonder sociale controle het uitgangspunt: “licht waar het moet donker waar het kan” gehanteerd. Zo worden bijvoorbeeld solitaire voetpaden, fietspaden en parken alleen verlicht wanneer deze ook ’s avonds deel uitmaken van een doorgaande wandelroute en beschikken over voldoende sociale controle. Parkeerterreinen worden voorzien van dimbare verlichting. Met het oog op milieu wordt er aan de hand van het gebruik van het parkeerterrein bepaald of er dimbare oriëntatie verlichting mogelijk is. Mocht het parkeerterrein niet of nauwelijks gebruikt worden in de donkere uren, dan kan er besloten worden om niet te verlichten. Het plaatsen van openbare verlichting moet worden afgestemd met de aanwezige groenvoorzieningen binnen onze gemeente. Beleidsregels aangaande woongebieden: • Openbare verlichting wordt gebruikt om verkeersveiligheid en sociale veiligheid te creëren. • Openbare verlichting mag geen schijnveiligheid oproepen in bijvoorbeeld groene zones zoals parken. • In 30 km-zones is gelijkmatigheid van verlichting extra van belang. De voorkeur ligt hier bij het gebruik van dimtechnieken. • Locaties zonder sociale controle worden alleen verlicht wanneer deze deel uitmaken van een doorgaande route en beschikken over voldoende sociale controle.
• Parkeerterreinen worden voorzien van goede dimbare openbare verlichting. Indien een parkeerterrein niet of nauwelijks wordt gebruikt in het donker, dan kan de verlichting worden uitgeschakeld. • Voor verticale verlichtingssterkte is de B-klasse van toepassing (NPR13201).
Winkelgebieden en zichtlocaties Winkelgebieden hebben een andere dynamiek dan woongebieden. Zo moet er bijvoorbeeld rekening worden gehouden met koopavonden, maar ook is er meer aandacht voor sfeer. Dit vraagt om andere keuzes ten aanzien van bijvoorbeeld dim regimes en materialen.
Beleidsregels aangaande hoofdinfrastructuur: • Er wordt een functionele uitstraling toegepast. • Er wordt overleg gevoerd met de wegbeheerder om het beleid eenduidig te regelen. • Conflictpunten krijgen extra aandacht.
Groenzones De groenzones binnen de gemeente Rijswijk hebben een grote ecologische waarde. Ecologische verstoring door de openbare verlichting is onwenselijk. Aanvullend op de generieke beleidsregels, wordt in de groenzones binnen de bebouwde kom gestuurd op het terugdringen van lichthinder en lichtvervuiling. Openbare verlichting wordt alleen toegepast wanneer de verkeersveiligheid hierom vraagt en alle andere maatregelen aangaande verkeersveiligheid onvoldoende blijken. Beleidsregels aangaande groenzones: • Hier wordt niet verlicht, tenzij er zwaarwegende redenen zijn aan te wijzen (niet verlichten, tenzij… principe). • Openbare verlichting wordt enkel toegepast als er geen alternatieven mogelijk zijn om het gewenste effect te bereiken. • Hierbij valt te denken aan wegdekreflectie, bakens, reflectoren, actieve en passieve markering. • Ten opzichte van de huidige situatie is het streven om het areaal niet verder uit te breiden. • Het areaal zal bij voorkeur verder afnemen door middel van het toepassen van alternatieven.
Beleidsregels aangaande winkelgebieden: • Lichtkleur speelt een belangrijke rol. We sturen niet alleen op verkeersveiligheid maar ook op sociale veiligheid en het creëren van de juiste sfeer (afwijkende lichtkleur is toegestaan mits juist onderbouwt). • Er wordt rekening gehouden met commerciële uitingen. • Permanente bevestigingen van commerciële uitingen aan lichtmasten vindt niet plaats. • Het is in overleg toegestaan om bloembakken aan de mast te bevestigen. • Bij het aanlichten van gebouwen wordt energiezuinige verlichting toegepast (met uitschakeling na 24.00 uur). • Er wordt zorggedragen voor een dimregime. • Voor verticale verlichtingssterkte is de B-klasse van toepassing (NPR13201:2017).
40
41
HOE GAAN WIJ DAT 05 BEREIKEN? Gemeente Rijswijk heeft tussen 2014 en 2018 circa 3000 armaturen en lichtmasten vervangen of nieuw geplaatst. Hierbij is een groot deel van het areaal vervangen door een energiezuinige variant zoals de PLL en ledverlichting. Naast het op orde brengen en behouden van het areaal wordt er ook gekeken naar het extra verduurzamen en renoveren van het verlichtingsareaal. In dit hoofdstuk zal dieper worden ingegaan op enkele mogelijkheden om deze extra verduurzaming (verledden) te realiseren. Dit verleddingsplan is onderverdeeld in scenario’s (zie bijlage 1). Rijswijk heeft met het verledden van armaturen gekeken naar bewezen innovaties die voor een extra besparingsimpuls kunnen zorgen, hierbij moet gedacht worden aan led en statisch dimmen. In dit plan is ervan uitgegaan dat de conventionele armaturen door led armaturen worden vervangen. Ook het toepassen van led met statisch of dynamisch dimmen draagt bij aan een duurzame manier van verlichten. Deze toepassing heeft tech-
nische en financiële gevolgen voor het areaal. Het vervangen door led inclusief dimmen zal een hogere investering vragen, maar kan voor een deel worden terugverdiend op de lagere energie- en onderhoudskosten. Het gereed maken van de installaties door het toepassen van connectoren of dynamische dimtechnieken vraagt ook een extra investering, maar daarnaast creëert het nieuwe mogelijkheden voor nu of de toekomst. Aan de hand van een drietal scenario’s, is gekeken naar de financiële consequenties. Het energieverbruik van de openbare verlichting voor een deel van het heden en verleden is onvoldoende inzichtelijk. Het Beheerplan Openbare Verlichting (2017 – 2021) geeft wel het volgende verbruik aan voor de periode 2012 – 2016; hierbij is het energieverbruik bepaald op basis van het aantal branduren en het vermogen van de armaturen zoals die beschikbaar zijn in de betreffende data:
JAAR
2012
2013
2014
2015
ENERGIEVERBRUIK PER JAAR (KWH)
1.878.772
1.895.987
1.776.713
1.749.753
1.690.909
AANTAL LICHTMASTEN
8.136
8.136
8.161
8.161
8.490
ENERGIEVERBUIK PER LICHTMAST PER JAAR (KWH)**
231
233
218
211
199
2016 *
Hierbij moet worden vermeld dat de afgelopen jaren een aantal nieuwe wijken binnen Rijswijk zijn gerealiseerd, daarnaast heeft een inventarisatie in 2021 van de gehele gemeente aangetoond dat een aantal oudere lichtmasten niet waren opgenomen in de voorgaande data, hiermee kunnen we ook concluderen dat het energieverbruik van deze jaren niet compleet is. Na deze inventarisatie staat het aantal lichtmasten op 9.247 en het aantal armaturen op 9.537; deze aantallen zijn beduidend groter dan bekend was in 2016. Deze toename in aantal lichtobjecten heeft een negatieve invloed op de relatieve energiebesparing gedurende de jaren ten opzichte van de voorgaande situaties. Hierdoor is een eerlijke vergelijking met deze voorgaande jaren en daarmee het behalen van het energieakkoord niet eenvoudig. Wel kunnen we inzetten op zoveel mogelijk energiebesparing vanaf het heden, door (vroegtijdig) conventionele armaturen te vervangen door led armaturen met een dimschema. Om toch een inschatting van het energieverbruik in 2020 te kunnen maken, is de data van januari 2021, zoals beschikbaar binnen het beheersysteem MOON, gebruikt. Vergelijkbaar met het beheerplan, is hierbij gerekend met 4100 branduren per jaar. Met deze inschatting komt het energieverbruik in 2020 uit op 1.594.739 KWh.
Uit de cijfers blijkt dat er na 2021 nog ongeveer 1.850 armaturen minder zuinig zijn dan de circa 7.400 zuinige armaturen (led en compact fluorescentie; zie ook paragraaf 3.2). Deze 1.850 armaturen moeten daarmee vervangen of omgevormd worden naar ledverlichting om een grotere energiebesparing te realiseren. Vervanging kunnen we doen op basis van de economische levensduur van armaturen; dit ligt vaak op 20 jaar. Een andere optie is het verlengen van deze levensduur door de technische levensduur aan te houden. Afhankelijk van de technische staat van het armatuur, is een verlenging van ongeveer 4 jaar mogelijk; hiermee kan een technische levensduur van 24 jaar worden behaald. Hierbij moet worden opgemerkt dat dit niet mogelijk is met ieder armatuur, dit zal per situatie bekeken moeten worden. Met betrekking tot masten geldt dat de economische levensduur vaak wordt vastgesteld op 40 jaar. Door middel van een stabiliteitsmeting kan worden bepaald of en hoe veel van de technische levensduur nog resterend is. Hiermee kan een technische levensduur van 48 jaar worden behaald.
*
* HET ENERGIEVERBRUIK IN 2015 EN 2016 IS EEN INSCHATTING OP BASIS VAN HET VERBRUIK IN 2014 EN DE UITBREIDING VAN HET AREAAL. ** HET ENERGIEVERBRUIK IS PER LICHTMAST BEREKEND IN PLAATS VAN PER LAMP. DIT KOMT OMDAT OVER 20122014 HET AANTAL LAMPEN NIET BEKEND ZIJN.
42
43
05 05.1
Scenario’s
Actuele ontwikkelingen zoals de energiecrisis, inflatie en tekort aan materialen hebben een forse impact op de prijzen van energie en materiaal. Deze ontwikkelingen zijn gevolg van onder andere leveringsproblemen wegens wereldwijde lockdowns gedurende de coronapandemie, een groot tekort aan containers in China, de opstopping in het Suezkanaal, stijgende energieprijzen en de oorlog in Oekraïne met daarmee gepaard gaande leveringsproblemen. Deze aanhoudende onzekerheid op de markten heeft ook invloed op dit beleidsplan: vooral de stijgende metaalprijzen hebben invloed op de leveringskosten van lichtmasten. Deze prijsstijgingen vermoeilijken het daarmee om een nauwkeurige meerjarenbegroting voor de OVL op te stellen. Voor de meerjarenbegroting van dit beleidsplan zijn zoveel mogelijk de huidige prijzen (mei 2022) gehanteerd. De verwachting is echter dat deze prijzen de komende maanden nog verder zullen stijgen, waardoor het nodig kan zijn om de begroting opnieuw te evalueren zodra de markt enigszins is afgekoeld.
Daarnaast moet rekening gehouden worden met de uitfasering van conventionele lampen binnen Europa. In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven wanneer de productie van diverse lampen wordt stopgezet. Na deze data worden lampen van deze types niet meer op de markt gebracht. De verwachting is dat diverse partijen wel een voorraad zullen aanleggen voordat de uitfaseringsdata zijn bereikt, echter is deze voorraad vanzelfsprekend eindig. Het is daarom belangrijk om rekening te houden met deze data voor wat betreft de komende vervangingsplannen. Voor de gemeente Rijswijk zal voornamelijk de uitfaseringsdatum van 2023 voor de PLL-lampen van belang zijn; deze zijn namelijk ruimschoots aanwezig in het huidige areaal. Daarnaast geldt voor de latere uitfasering van HID-lampen in 2027 dat deze lampen nog tot dat jaar kunnen worden geremplaceerd. Armaturen met HID-lampen als lichtbron kunnen worden daarom uiterlijk in 2031 vervangen. Zodra gewenste lampen niet meer beschikbaar zijn, kan de keuze gemaakt worden om hier vervroegd door led te vervangen of het bestaande armatuur met led om te bouwen. Hierbij dient rekening gehouden te worden met een extra financiële investering, wat gedeeltelijk kan worden terugverdiend met lagere exploitatiekosten.
Fluorescentielampen Compacte fluorescentielampen, niet-geïntegreerd: PL-C, PL-S, PL-T, PL-L, PL-R, PL-Q Compacte fluorescentielampen, niet-geïntegreerd - lange levensduur: PL-C, PL-T, PL-L Xtra Lineaire fluorescentielampen T8 Lineaire fluorescentielampen T5 Lineaire fluorescentielampen – lange levensduur: T8 Xtreme, T5 Xtra Voortgezet: Niet-lineaire fluorescentielampen: TL-E Circular (T9), TL5 Circular, TL-D U Voortgezet: lineaire fluorescentielampen voor uitstalling van voedsel/voedingsindustrie: Master TL-D food, TL5 Secura Voortgezet: lineaire fluorescentielampen voor noodtoepassingen
Uitfaseringsdatum 24 februari 2023 24 augustus 2023 24 augustus 2023 24 augustus 2023 24 februari 2023
24 februari 2025 24 februari 2025 24 februari 2027 Buiten toepassingsgebied RoHS
Voortgezet: lineaire fluorescentielampen voor explosieve omgeving/openbaar vervoer: TL-X XL, TLD 36W 1m
44
Vrijstellingen verlengd tot
HID-lampen en portfolio speciale verlichting
Vrijstellingen verlengd tot
Voortgezet: HPS (SON) Voortgezet: metaalhalidelampen (Quartz MH/Ceramic MH) Voortgezet: CDM-lampen Voortgezet: MSA, MSD, MSR lampen voor entertainment Voortgezet: HPS-lampen voor tuinbouw Voortgezet: TL-D gekleurd voor entertainment UHP-lamp voor entertainment & druk Voortgezet: UHP-lamp voor projectie Voortgezet: UV – A , B, C lampen (inclusief TL-D Blacklight Blue)
24 februari 2027 24 februari 2027 24 februari 2027 24 februari 2027 24 februari 2027 24 februari 2025 24 februari 2027 24 februari 2027
45
05 De drie scenario’s zoals onderstaand beschreven zijn getoetst op hun haalbaarheid: • • •
Scenario 1: 20-40 Scenario 2: 24-48 Scenario 3: Versneld verledden
De doorgerekende scenario’s zijn als volgt opgebouwd: Scenario 1: 20-40 Binnen dit scenario worden armaturen en lichtmasten vervangen na het behalen van de economische levensduur. Voor armaturen geldt hierbij dat ze worden vervangen na 20 jaar. Voor lichtmasten geldt dat ze worden vervangen na 40 jaar. Scenario 2: 24-48 Binnen dit scenario worden armaturen en lichtmasten vervangen na het behalen van de technische levensduur. Voor armaturen geldt hierbij dat de levensduur kan worden verlengd tot 24 jaar, voor lichtmasten geldt dat de levensduur kan worden verlengd tot 48 jaar. Scenario 3: 20-40 Versneld verledden Binnen dit scenario worden de armaturen en lichtmasten vervangen na het behalen van de economische levensduur en worden armaturen die relatief veel energie verbruiken (meer dan 70W) versneld vervangen door led armaturen. Hiermee kunnen armaturen dus vervangen worden voordat ze de beoogde levensduur hebben behaald, maar wordt wel ingezet op meer energiebesparing. Daarnaast wordt afzonderlijk bepaald wat de extra kosten zijn voor een DOV oplossing gebaseerd op Zhaga-connectoren.
MEERKOSTEN: DYNAMISCHE OPENBARE VERLICHTING (DOV) Naast de keuze voor één van de drie bovenstaande scenario’s, kan er gekozen worden om de openbare verlichting klaar te maken voor dynamische toepassingen, denk hierbij aan zowel dynamisch dimmen als het kunnen uitlezen van storingen en meldingen. Hierbij hoeven de dynamische toepassingen niet direct worden geïmplementeerd, maar kan wel alvast de keuze gemaakt worden om de armaturen uit te rusten met een Zhaga- connector. Door te kiezen voor de Zhaga- connector, kunnen uitbreidingen (zowel software-/ als hardware-technisch) worden geïmplementeerd zodra dit gewenst is. Dynamische openbare verlichting maakt het mogelijk om snel aanpassingen te maken in de dim-profielen, om zo de gehele OVL-installatie zo efficiënt mogelijk te laten opereren. Een statisch dim-profiel kan resulteren in een energiebesparing van zo’n 35%; voor
dynamisch dimmen kan een energiebesparing van meer dan 50% worden behaald, afhankelijk van de gekozen instellingen en gevoeligheid van de sensoren. Daarnaast kunnen storingen automatisch gemeld worden bij de aannemer, waardoor de administratieve handelingen voor de gemeente afnemen en schades en storingen sneller worden opgelost. Om dynamische toepassingen mogelijk te maken voor de OVL, dient er rekening gehouden te worden met een aantal extra investeringen, zowel op het gebied van software als op het gebied van hardware. Afhankelijk van de hoeveelheid armaturen die tegelijkertijd klaar worden gemaakt voor dynamische toepassingen, kunnen globaal de onderstaande stuksprijzen worden gehanteerd:
HARDWARE MEERPRIJS ZHAGA CONNECTOR
PER STUK
€ 25,00
MEERPRIJS OLC
PER STUK
€ 125,00
BEWEGINGSSENSOR
PER STUK
€ 100,00
PER STUK / JAAR
€ 4,50
PER STUK
€ 2,50
PER STUK
GRATIS INBEGEPEN IN MOON
SOFTWARE DATAKOSTEN
COMMISSIONING
BEHEER OP AFSTAND
46
47
05 SCENARIO 1: 20-40 In dit scenario zullen de armaturen en masten worden vervangen zodra de vastgestelde economische levensduur is behaald. Voor masten is dit 40 jaar en voor armaturen 20 jaar. Gezien de leeftijd van het areaal is het raadzaam de reeds overschreden levensduren te vervangen. De masten en armaturen die de levensduur al zijn gepasseerd zijn samengevoegd onder de kop achterstallig. Deze achterstallige vervan-
ging wordt over 7 jaar verwerkt (2023 t/m 2029); dit is doorberekend in zowel de kosten als de (cumulatieve) besparingen. Over een periode van 10 jaar komen de totale kosten uit op €3.191.140,- en kan daarmee €196.114,- aan exploitatiekosten worden bespaard. Over een periode van 10 jaar is hiermee een totaal budget van circa €3,0 miljoen nodig; gemiddeld valt dit binnen het jaarlijkse budget van €368.000,-.
In bovenstaande grafiek zijn twee lijnen opgenomen die het energieverbruik (per jaar in kWh) over de komende jaren weergeeft. De blauwe lijn laat het verloop zien als het achterstallig onderhoud verdeeld zal worden over 5 jaar. De oranje lijn laat het verloop zien als het achterstallig onderhoud verdeeld zal worden over 7 jaar, zoals in de bovenstaande begroting. De twee grijze stippellijnen tonen de doelstelling volgens het energieakkoord. De grafiek is gebaseerd op het energieverbruik zoals aangegeven in het Beheerplan Openbare Verlichting (2017 – 2021) voor de periode 2013 t/m 2016; voor het energieverbruik van 2020 is de beschikbare data uit MOON gebruikt. Vergelijkbaar met het beheerplan, is hierbij gerekend met 4100 branduren per jaar. Energieverbruik volgens het Beheerplan Openbare Verlichting (2017 – 2021): 2013: 1.895.987 KWh 2014: 1.776.713 KWh 2015: 1.749.753 KWh 2016: 1.690.909 KWh Energieverbruik via de beschikbare data in het beheersysteem MOON: 2020: 1.594.739 KWh
Het voordeel van scenario 1 is dat het areaal in gezonde staat blijft. Door het wegwerken van de achterstand en het tijdig vervangen van onderdelen die hun economische levensduur hebben bereikt, zal de uitval aanzienlijk dalen. Dit resulteert in een verlaging van de onderhoudskosten. Daarnaast vallen de kosten voor de jaarlijkse vervanging binnen het budget (€368.000,-). Voor het inlopen van de achterstand van de vervangingen dient rekening te worden gehouden met (deels) verhoogde financiële consequenties, zoals reeds beschreven in de Programmabegroting Rijswijk 20202023.
48
Het nadeel van scenario 1 is dat er aan het einde van de technische levensduur wordt vervangen, hierbij wordt er geen rekening gehouden met de eventuele mogelijkheid tot oprekking van de levensduur. Hierdoor ontstaat onvermijdelijke kapitaalvernietiging, wat moeilijk uit te leggen is aan de bewoners. Als we kijken naar het jaarverbruik, zien we dat, met de huidige aannames, het energieakkoord voor 2030 niet gehaald zal worden.
49
05 SCENARIO 2: 24-48 Het huidige scenario is gericht op het maximaal verlengen van de levensduur bij toegepaste producten. Er zal gekeken worden naar de staat van de mast of het armatuur en aan de hand van deze informatie kan er bepaald worden of en hoe lang de levensduur kan worden verlengd. Voor de berekening zijn we ervan uit gegaan dat de levensduur voor masten verlengd kan worden van 40 naar 48 jaar kan en van armaturen van 20 naar 24 jaar. De masten en armaturen die de levensduur al zijn gepasseerd zijn samengevoegd on-
der de kop achterstallig. Deze achterstallige vervanging wordt over 7 jaar verwerkt (2023 t/m 2029); dit is doorberekend in zowel de kosten als de (cumulatieve) besparingen. Over een periode van 10 jaar komen de totale kosten uit op €2.303.280,- en kan daarmee €164.050,- aan exploitatiekosten worden bespaard. Over een periode van 10 jaar is hiermee een totaal budget van circa €2,1 miljoen benodigd; gemiddeld valt dit binnen het jaarlijkse budget van €368.000,-.
In bovenstaande grafiek zijn twee lijnen opgenomen die het energieverbruik (per jaar in kWh) over de komende jaren weergeeft. De blauwe lijn laat het verloop zien als het achterstallig onderhoud verdeeld zal worden over 5 jaar. De oranje lijn laat het verloop zien als het achterstallig onderhoud verdeeld zal worden over 7 jaar, zoals in de bovenstaande begroting. De twee grijze stippellijnen tonen de doelstelling volgens het energieakkoord. De grafiek is gebaseerd op het energieverbruik zoals aangegeven in het Beheerplan Openbare Verlichting (2017 – 2021) voor de periode 2013 t/m 2016; voor het energieverbruik van 2020 is de beschikbare data uit MOON gebruikt. Vergelijkbaar met het beheerplan, is hierbij gerekend met 4100 branduren per jaar. Energieverbruik volgens het Beheerplan Openbare Verlichting (2017 – 2021): 2013: 1.895.987 KWh 2014: 1.776.713 KWh 2015: 1.749.753 KWh 2016: 1.690.909 KWh Energieverbruik via de beschikbare data in het beheersysteem MOON: 2020: 1.594.739 KWh
Het voordeel van scenario 2 is dat door het verlengen van de levensduur de vervangingskosten aanzienlijk lager zijn ten opzichte van scenario 1. Het achterstallig onderhoud is namelijk meer dan 50% minder dan het eerste scenario. Daarnaast vallen de kosten voor jaarlijkse vervanging binnen het budget (€368.000,-) en vallen de totale kosten, inclusief het inlopen van de achterstand van de vervangingen, ook binnen dit budget.
50
Het nadeel van scenario 2 is dat er stabiliteitsmetingen uitgevoerd moeten worden voor het veilig verlengen van de levensduur bij masten. Met deze metingen kan worden bepaald wat de resterende levensduur is. Dit zal voor iedere mast afzonderlijk moeten gebeuren, wat resulteert in extra kosten. Echter is het bijkomende voordeel dat de levensduur optimaal benut zal worden. Voor armaturen geldt ook dat uitval hoger zal zijn als de levensduur wordt verlengd tot 24 jaar. Als we kijken naar het jaarverbruik, zien we dat, met de huidige aannames, het energieakkoord voor 2030 niet gehaald zal worden. Daarnaast leidt het verlengen van de levensduur tot een beeldkwaliteit C volgens de CROW.
51
05 SCENARIO 3: 20-40 VERSNELD VERLEDDEN In scenario 3 zullen de armaturen en masten worden vervangen als de vastgestelde economische levensduur is behaald. Dit is voor een armatuur 20 jaar en voor een mast 40 jaar. Daarnaast worden armaturen die relatief veel vermogen verbruiken (meer dan 70W) versneld vervangen door led armaturen. Versneld vervangen houdt hierbij in dat armaturen met relatief veel vermogen als achterstallig worden beschouwd zodra deze de levensduur van 15 jaar hebben behaald. Wanneer deze armaturen jonger zijn dan 15 jaar, worden ze binnen de komende 5 jaar versneld vervangen door led. Hiermee zijn alle armaturen met een relatief hoog vermogen binnen de komende 5 jaar vervangen
door de zuinigere led armaturen. De overige masten en armaturen die de levensduur al zijn gepasseerd zijn samengevoegd onder de kop achterstallig. Deze achterstallige vervanging wordt over 7 jaar verwerkt (2023 t/m 2029); dit is doorberekend in zowel de kosten als de (cumulatieve) besparingen. Over een periode van 10 jaar komen de totale kosten uit op €3.596.900,- en kan daarmee €305.525,- aan exploitatiekosten worden bespaard. Over een periode van 10 jaar is hiermee een totaal budget van circa €3,3 miljoen benodigd; gemiddeld valt dit binnen het jaarlijkse budget van €368.000,-.
In bovenstaande grafiek zijn twee lijnen opgenomen die het energieverbruik (per jaar in kWh) over de komende jaren weergeeft. De oranje lijn laat het verloop zien als het achterstallig onderhoud in het eerste jaar weggewerkt zal worden. De gele lijn laat het verloop zien als het achterstallig onderhoud verdeeld zal worden over 7 jaar, 2023 t/m 2029. De twee grijze stippellijnen tonen de doelstelling volgens het energieakkoord. De grafiek is gebaseerd op onderstaande gegevens waarbij voor 2013 de gegevens van 2014 zijn aangehouden en voor 2020 zijn de laatst bekende gegevens (2015) aangehouden. Energieverbruik volgens het Beheerplan Openbare Verlichting (2017 – 2021): 2013: 1.895.987 KWh 2014: 1.776.713 KWh 2015: 1.749.753 KWh 2016: 1.690.909 KWh Energieverbruik via de beschikbare data in het beheersysteem MOON: 2020: 1.594.739 KWh
Het voordeel van scenario 3 is dat de armaturen met een relatief hoog vermogen zo snel mogelijk worden vervangen door de energiezuinigere led. Dit valt ook terug te zien in het jaarverbruik, waarbij, met de huidige aannames voor energieverbruik, het energieakkoord voor 2030 wel gehaald zal worden. Net als bij scenario 1 blijft het areaal in gezonde staat. Door het wegwerken van de achterstand en het tijdig vervangen van onderdelen die hun economische levensduur hebben bereikt, zal de uitval aanzienlijk dalen. Dit resulteert in een verlaging van de onderhoudskosten. Het, daarbovenop vervangen van conventionele verlichting met een hoog verbruik (<70W) door led, resulteert in nog een stukje minder uitval.
52
Het nadeel is dat er een stuk hogere investering nodig is ten opzichte van de vorige twee scenario’s. Het vroegtijdig vervangen van armaturen met een relatief hoog vermogen kan gezien worden als kapitaalvernietiging, ook al zal het energieverbruik en benodigde onderhoud hierdoor wel dalen.
53
05 05.2
Conclusie en aanbevelingen
Binnen dit beleidsplan, openbare verlichting voor de periode 2023-2027, is onder meer invulling gegeven aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente Rijswijk. Daarnaast is ingegaan op de vervanging en zijn daarvoor verschillende vervangingsscenario’s beschreven. Waar in de vorige beleidsperiode ook nog veel werd gekozen voor PLL-armaturen, geldt in de huidige beleidsperiode led als uitgangspunt bij vervanging en nieuwe openbare verlichting. Door innovatie kent led tegenwoordig namelijk een groter lichttechnisch rendement en een veel lagere aanschafprijs dan tijdens de vorige beleidsperiode. Led is daarmee volwassen geworden en er is geen discussie meer over de toepassing hiervan. Ook binnen de gemeente Rijswijk wordt om die reden al enkele jaren led standaard toegepast. Naast het energieverbruik heeft led nog een voordeel, namelijk de ruime keuze uit optieken. Door de juiste optieken toe te passen is het mogelijk de mastafstand te vergroten, wat resulteert in een verkleining van het areaal en daarbij een extra besparing op verbruik en CO2-uitstoot. Inmiddels heeft Rijswijk al meer dan 2.400 led-armaturen (27%).
Voor dimmen in nachtelijke uren is in de vorige beleidsperiode voorgesteld om bij het plaatsen van nieuwe verlichting per situatie te bekijken of de kosten van het dimmen opwegen tegen de te behalen energiebesparingen en of de locatie dimmen toelaat. Tegenwoordig is het standaard dat een dim-systeem in ledarmaturen wordt ingebouwd. Daarmee kan in principe op elke locatie gedimd worden. Naast het toepassen van led, geldt binnen de huidige beleidsperiode het uitgangspunt dat verlichting ook statisch of mogelijk dynamisch gedimd zal worden. Er is steeds meer aandacht voor lichthinder en lichtvervuiling. De nieuwe generatie armaturen voorkomt zo goed als mogelijk verblinding. Daarnaast zijn er nieuwe richtlijnen die richting geven aan een beter evenwicht tussen wat de mens verlangt en wat voor de natuur gewenst is. Dit aspect krijgt de aandacht bij verlichtingsplannen in natuurzones. In lijn met het inkoopbeleid wordt bij inkoop van materialen meer aandacht besteed aan Maatschappelijk Verantwoord Inkopen en circulariteit. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het minimaliseren van de gevolgen voor het milieu bij inkopen.
FINANCIEEL In de uiteenzetting per scenario is het financieel overzicht in grote lijnen weergegeven. In bijlage 2 wordt de begroting van de te verwachten kosten voor de betreffende scenario’s onderbouwd. Het voorstel is om scenario 3 te volgen voor de komende beleidsperiode. Dit scenario is nagenoeg sluitend binnen het beschikbare jaarlijkse budget, zeker als je naar de kapitaallasten kijkt over de komende 10 jaar. Binnen dit scenario wordt er een grote en belangrijke stap gemaakt met het verder verduurzamen van het areaal. Scenario 3 lijkt daarbij het enige scenario waarbij het energieakkoord voor 2030 wel
54
gehaald zal worden. Anderzijds kan het vroegtijdig vervangen van armaturen met een relatief hoog vermogen wel gezien worden als kapitaalvernietiging. Met de huidige aannames voor onder anderen de (onzekere) materiaalprijzen, lijkt er met het hanteren van scenario 3 een overschot van zo’n €300.000 te ontstaan over een periode van 10 jaar. Dit overschot kan bijvoorbeeld worden ingezet voor het toepassen van dynamische openbare verlichting (DOV). Door gebruik te maken van dynamisch dimmen, kan een extra energiebesparing worden gerealiseerd.
ENERGIEBESPARING I.R.T. DE DOELSTELLINGEN Ondanks alle inspanningen die de afgelopen jaren zijn gedaan, is dit nog niet voldoende om de doelstelling van het Energieakkoord voor 2030 te behalen. De relatief vroege keuze voor het toepassen van energiezuinige armaturen als PLL, net als de latere uitbreiding van het areaal en daarmee de toename in aantal lichtobjecten, heeft een negatieve invloed op de relatieve energiebesparing als we 2030 vergelijken met 2013; 2013 was immers al een relatief energiezuinig als we dit vergelijken met de rest van Nederland. Deze relatieve vergelijking maakt het lastig om het Energieakkoord voor 2030 te behalen van het Energieakkoord. Door in te zetten op het versneld verledden (scenario 3), kan het Energieakkoord voor 2030 net worden gehaald. Dit scenario vraagt echter wel om een extra financiële investering. In de vorige beleidsperiode lag de focus op het toepassen van energie zuinige armaturen waardoor er een goede stap is gemaakt om te besparen op het energie-
verbruik en de CO2-uitstoot. Als we naar het areaal van Rijswijk kijken, zoals weergeven in hoofdstuk 3, zien we dat het overgrote deel van de openbare verlichting bestaat uit armaturen met een PLL-lichtbron. Deze lichtbron is de “spaarlamp” onder de openbare verlichting en vanuit zichzelf al energiezuinig. Ondanks dit feit valt uit het doorrekenen van de scenario’s op te maken dat door het doorvoeren van energiezuinige led-armaturen i.c.m. het dimmen alsnog een aanzienlijke verduurzaming valt te realiseren. Om die reden is het verstandig om ons in te (blijven) zetten voor zoveel mogelijk energiebesparing vanaf het heden, door conventionele armaturen (vroegtijdig) te vervangen door led armaturen met een dim-schema. Voor nu kan globaal worden vastgesteld, dat als de posities van de lichtobjecten niet worden aangepast en armaturen één op één worden vervangen door led, het energielabel B realiseerbaar is.
KABELNET Voor de kabels wordt een levensduur van 60 jaar gehanteerd. Gezien de planning in hoofdstuk 3 zal het binnen 3 jaar in gezonde staat verkeren. Afhankelijk van het aantal storingen in het gehele net zal 7 km/per jaar voldoende zijn om het kabelnet in gezonde staat te houden na de achterstand van de eerste 3 jaar.
Bij vervanging is het raadzaam om rekening te houden met de komende aanleg van glasvezel, gas en waterleidingen. Door dit te combineren kan er efficiënt vervanging en onderhoud worden gepleegd. Zo voorkomen we dat er meerdere malen ingrijpende werkzaamheden op dezelfde locatie worden gedaan.
Per wijk dient er rekening te worden gehouden met de reeds vervangen kabels. Onderstaand een overzicht zoals deze momenteel bekend is (mei 2022) Wijk 1:
Crowvliet Leeuwendaal Wijk 2: Havenkwartier Oud Rijswijk Rembrandtkwartier Wijk 4: Te Werve Wijk 10: Haantje Sion
55
B1
UITGANGSPUNTEN BEREKENING FINANCIËLE DOORREKENING
In dit beleidsplan openbare verlichting van Rijswijk zijn drie scenario’s doorgerekend. Om tot een zo accuraat mogelijke berekening te komen, zijn een aantal aannames gedaan en diverse uitgangspunten bepaald. In deze notitie worden deze aannames en uitgangspunten nader beschreven.
ALGEMEEN • • •
• •
Bij het plaatsen van ledverlichting als duurzame verlichting is het uitgangspunt dat deze tijdens de levensduur van het led-armatuur twee keer schoongemaakt moet worden; De prijzen van de werkzaamheden en materialen zijn op basis van ervaringscijfers binnen Montad op basis van eenheidstarieven; Bij de exploitatieberekening is geen rekening gehouden met maandelijks optredende transport en aansluittarieven per lichtmast. Dit zijn maandelijkse kosten welke dienen te worden betaald per lichtpunt binnen de gemeente. Daar waar minder lichtpunten in de nieuwe situatie worden teruggeplaatst zullen er ook minder maandelijkse kosten worden doorberekend door het nutsbedrijf; In de berekening is geen rekening gehouden met de aanwezigheid en locaties van het eigen OV-netwerk; Uitgangspunt voor de berekening is een export van de actuele areaalgegevens uit het beheersysteem van de gemeente Rijswijk met peildatum november 2021.
SCENARIO 2
Scenario 1 - Masten en armaturen OPENBARE VERLICHTING
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
€ 27.830,00 € 8.160,00 € 41.040,00
€ 11.550,00 € 480,00 € 14.580,00
€ 1.760,00 € 7.040,00 € 8.100,00
€ 880,00 € 4.800,00 € 5.130,00
€ 220,00 € 11.200,00 € 9.720,00
€ 220,00 € 0,00 € 270,00
€ 220,00 € 9.920,00 € 8.640,00
€ 1.760,00 € 160,00 € 2.295,00
VERVANGEN ARMATUUR Vervangen armatuur
€ 37.156,00
€ 10.388,00
€ 14.084,00
€ 7.952,00
€ 10.444,00
€ 4.900,00
€ 11.424,00
€ 3.724,00
LEVEREN LICHTMASTEN Leveren mast verlichtingsobject 4m. Leveren mast verlichtingsobject 6m. Leveren mast verlichtingsobject 8m.+
€ 50.400,00 € 17.200,00 € 30.600,00
€ 24.480,00 € 1.200,00 € 1.800,00
€ 1.440,00 € 4.000,00 € 26.400,00
€ 1.440,00 € 800,00 € 18.000,00
€ 480,00 € 0,00 € 42.000,00
€ 480,00 € 0,00 € 0,00
€ 480,00 € 0,00 € 37.200,00
€ 2.880,00 € 1.600,00 € 600,00
LEVEREN ARMATUREN Standaard LED type A Standaard LED type B Standaard LED type C
€ 340.900,00 € 108.500,00 € 21.500,00
€ 105.700,00 € 15.750,00 € 12.000,00
€ 130.900,00 € 22.400,00 € 32.500,00
€ 75.950,00 € 21.350,00 € 3.000,00
€ 109.900,00 € 17.850,00 € 4.000,00
€ 32.550,00 € 11.200,00 € 25.000,00
€ 85.050,00 € 18.900,00 € 55.500,00
€ 38.850,00 € 7.350,00 € 500,00
Subtotaal:
€ 683.286,00
€ 197.928,00
€ 248.624,00
€ 139.302,00
€ 205.814,00
€ 74.620,00
€ 227.334,00
€ 59.719,00
Kosten voorbereiding, directie en toezicht (VD&T)
€ 102.492,90
€ 29.689,20
€ 37.293,60
€ 20.895,30
€ 30.872,10
€ 11.193,00
€ 34.100,10
€ 8.957,85
Totaal:
€ 785.780,00
€ 85.810,00
€ 261.430,00
€ 68.680,00
VERVANGEN LICHTMAST Vervangen lichtmast 4m. Vervangen lichtmast 6m. Vervangen lichtmast 8m.+
Achterstallig
€ 227.620,00
€ 285.920,00
€ 160.200,00
€ 236.690,00
€ 227.620,00
€ 398.174,29 1 € 112.254,29
€ 272.454,29 2 € 112.254,29
€ 348.944,29 € 198.064,29 € 373.684,29 € 180.934,29 3 4 5 6 € 112.254,29 € 112.254,29 € 112.254,29 € 112.254,29
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Onderstaande tabellen zijn ter onderbouwing van de scenario’s zoals beschreven in paragraaf 5.2 van dit beleidsplan.
SCENARIO 1
Scenario 1 - Masten en armaturen OPENBARE VERLICHTING
SCENARIO 3 Achterstallig
2022
2023
2024
2025
2026
2027
VERVANGEN LICHTMAST Vervangen lichtmast 4m. Vervangen lichtmast 6m. Vervangen lichtmast 8m.+
€ 34.870,00 € 41.760,00 € 78.030,00
€ 9.570,00 € 0,00 € 11.745,00
€ 0,00 € 3.840,00 € 3.240,00
€ 110,00 € 0,00 € 135,00
€ 6.600,00 € 6.720,00 € 13.770,00
€ 17.820,00 € 0,00 € 21.870,00
€ 1.650,00 € 160,00 € 2.160,00
VERVANGEN ARMATUUR Vervangen armatuur
€ 79.940,00
€ 4.984,00
€ 11.424,00
€ 3.724,00
€ 3.500,00
€ 4.116,00
€ 1.372,00
2028
Scenario 1 - Masten en armaturen OPENBARE VERLICHTING
€ 11.110,00 € 6.240,00 € 18.900,00
€ 34.870,00 € 41.760,00 € 78.030,00
€ 9.570,00 € 0,00 € 11.745,00
€ 0,00 € 3.840,00 € 3.240,00
€ 110,00 € 0,00 € 135,00
€ 6.600,00 € 6.720,00 € 13.770,00
€ 17.820,00 € 0,00 € 21.870,00
€ 1.650,00 € 160,00 € 2.160,00
€ 11.110,00 € 6.240,00 € 18.900,00
€ 3.612,00
VERVANGEN ARMATUUR Vervangen armatuur
€ 87.500,00
€ 8.820,00
€ 14.280,00
€ 8.932,00
€ 6.692,00
€ 7.560,00
€ 224,00
€ 2.408,00
€ 61.200,00 € 24.800,00 € 156.600,00
€ 20.880,00 € 0,00 € 0,00
€ 0,00 € 0,00 € 14.400,00
€ 240,00 € 0,00 € 0,00
€ 7.200,00 € 12.000,00 € 25.200,00
€ 38.640,00 € 400,00 € 0,00
€ 3.120,00 € 800,00 € 600,00
€ 22.560,00 € 2.800,00 € 23.400,00
€ 762.650,00 € 193.200,00 € 197.000,00
€ 33.600,00 € 22.750,00 € 77.000,00
€ 85.400,00 € 30.100,00 € 90.000,00
€ 39.200,00 € 18.900,00 € 76.500,00
€ 12.600,00 € 17.500,00 € 76.500,00
€ 28.700,00 € 11.550,00 € 77.500,00
€ 2.800,00 € 0,00 € 0,00
€ 20.300,00 € 9.800,00 € 0,00
€ 1.637.610,00
€ 184.365,00
€ 241.260,00
€ 144.017,00
€ 184.782,00
€ 204.040,00
€ 11.514,00 € 117.518,00
€ 245.641,50
€ 27.654,75
€ 36.189,00
€ 21.602,55
€ 27.717,30
€ 30.606,00
€ 1.727,10
€ 1.883.250,00
€ 212.020,00
€ 277.450,00
€ 165.620,00
€ 212.500,00
€ 234.650,00
€ 13.240,00 € 135.150,00
€ 212.020,00
€ 546.485,71 1 € 269.035,71
€ 434.655,71 2 € 269.035,71
€ 481.535,71 € 503.685,71 € 282.275,71 € 404.185,71 3 4 5 6 € 269.035,71 € 269.035,71 € 269.035,71 € 269.035,71
LEVEREN LICHTMASTEN Leveren mast verlichtingsobject 4m. Leveren mast verlichtingsobject 6m. Leveren mast verlichtingsobject 8m.+
€ 61.200,00 € 24.800,00 € 156.600,00
€ 20.880,00 € 0,00 € 0,00
€ 0,00 € 0,00 € 14.400,00
€ 240,00 € 0,00 € 0,00
€ 7.200,00 € 12.000,00 € 25.200,00
€ 38.640,00 € 400,00 € 0,00
€ 3.120,00 € 800,00 € 600,00
€ 22.560,00 € 2.800,00 € 23.400,00
LEVEREN LICHTMASTEN Leveren mast verlichtingsobject 4m. Leveren mast verlichtingsobject 6m. Leveren mast verlichtingsobject 8m.+
LEVEREN ARMATUREN Standaard LED type A Standaard LED type B Standaard LED type C
€ 762.650,00 € 185.850,00 € 72.500,00
€ 33.250,00 € 11.200,00 € 25.500,00
€ 85.050,00 € 18.900,00 € 55.500,00
€ 38.850,00 € 7.350,00 € 500,00
€ 12.600,00 € 12.950,00 € 26.000,00
€ 28.700,00 € 350,00 € 32.000,00
€ 2.800,00 € 350,00 € 20.000,00
€ 20.300,00 € 9.800,00 € 21.500,00
LEVEREN ARMATUREN Standaard LED type A Standaard LED type B Standaard LED type C
€ 1.498.200,00
€ 117.129,00
€ 192.354,00
€ 50.909,00
€ 126.540,00
€ 143.896,00
€ 33.012,00 € 140.222,00
Subtotaal:
€ 224.730,00
€ 17.569,35
€ 28.853,10
€ 7.636,35
€ 18.981,00
€ 21.584,40
€ 4.951,80
Kosten voorbereiding, directie en toezicht (VD&T)
€ 1.722.930,00
€ 134.700,00
€ 221.210,00
€ 58.550,00
€ 145.520,00
€ 165.480,00
€ 37.960,00 € 161.260,00
Subtotaal: Kosten voorbereiding, directie en toezicht (VD&T)
Totaal:
56
Achterstallig
VERVANGEN LICHTMAST Vervangen lichtmast 4m. Vervangen lichtmastt 6m. Vervangen lichtmast 8m.+
€ 21.033,30
Totaal:
€ 17.627,70
57
INVESTERING- EN EXPLOITATIEBEPALING Voor het bepalen van de hoogte van de investering- en exploitatiebedragen zijn de volgende uitgangsbedragen gehanteerd. Deze bedragen zijn samengesteld op basis van ervaring. Kostprijzen op basis van huidige marktprijzen en een afronding om de indexatie in te calculeren. Prijzen zijn exclusief BTW en toeslagen (administratiekosten, toezicht, projectleiding, et cetera).
Bijplaatsen lichtmast
58
59
B2 GEBRUIKTE LAMPEN Compact fluorescentie
Hogedruk natrium
Type Toepassing Karakteristiek Gemiddelde technische levensduur
Type Toepassing Karakteristiek Gemiddelde technische levensduur
Alle wegen, Warm - koel wit licht, goede woonstraten waarneming van objecten, verminderde waarneming van kleuren
Hoofdwegen Geel-oranje licht, goede waarneming van objecten, verminderde waarneming van kleuren
16.000 branduren (circa 4 jaar)
12.000 branduren (circa 4 jaar)
PL-L
SON-E
PL-T
SON-T
Metaalhalogeen
Lagedruk natrium
Type Toepassing Karakteristiek Gemiddelde technische levensduur
Type Toepassing Karakteristiek Gemiddelde technische levensduur
Alle wegen, Wit licht, goede woonstraten en waarneming van objecten, winkelgebieden goede waarneming van kleuren.
Snelwegen Geel (slechte kleurweergave) 18.000 branduren
CDO-TT
16.000 branduren (circa 4 jaar)
SOX-E
CDM-T
CDM-R
60
61
B2 Fluorescentie
Inductie
Type Toepassing Karakteristiek
Alle wegen, woonstraten
Wit licht, goede waarneming van objecten, goede waarneming van kleuren.Inefficent.
Gemiddelde technische levensduur 16.000 branduren (circa 4 jaar)
TL-d
Type Toepassing Karakteristiek
Winkelstraten, stadspleinen
Gemiddelde technische levensduur
Warm wit
QL
LIGHT EMITTING DIODE (LED) Type Toepassing Karakteristiek
Hoofdwegen, woonstraten en winkelgebieden
Wit licht, goede waarneming van objecten, goede waarneming van kleuren.
Gemiddelde technische levensduur 100.000 branduren (circa 25 jaar) o.b.v. L80F10
LED
62
63
B3
TYPE MATERIALEN GERELATEERD A/D FUNCTIE VAN DE WEG OPMERKING:
Het gebruik van armaturen in Centrum- en Winkelstraten is mede afhankelijk van de aanwezigheid van zichtlocaties en het mogelijk meer naar voren brengen van de openbare ruimte. Bij geen bijzonderheden wordt gesteld dat er gebruik wordt gemaakt van de armatuur zoals ook voorgeschreven in woonstraten.
64
WOONWIJKEN
HOOFDWEGEN & LOKALE WEGEN
Sustainder
Alexia
Philips
Speedstar BGP322
Philips
UrbanStar BDS100
Philips
Digistreet BGP761
Lightronics
LUZ
Schreder
Teceo 2
Lightronics
Compact
65
B4 SLEEC Agentschap NL heeft een label laten ontwikkelen waarmee gemeenten de energieprestatie van bestaande of toekomstige openbare verlichtingsinstallaties (OVL) kunnen kwalificeren. Het ontwikkelde OVL-label is een maat voor de energieprestatie van een installatie. Hiervoor is een indicator gebruikt die onderlinge vergelijking van systemen mogelijk maakt: het Street Lighting Energy Efficiency Criteria (SLEEC), beschreven in de EN13201-5. De methode houdt rekening met de efficiëntie van lampen, voorschakelapparatuur, het type armaturen en het lichtontwerp. Ook het (gunstige) effect van dim-installaties wordt meegewogen. Het label kent 7 efficiëntie klassen, net als het Europese label voor witgoed, auto en huishoudelijke lampen. De klassen zijn zo ingericht dat er nog ruimte is voor ontwikkeling. Klasse A is met die reden nog niet eenvoudig te bereiken. Met een zeer efficiënt ontwerp is het sporadisch mogelijk klasse B te behalen. Een C en soms zelfs D klasse is al een efficiënt ontwerp.
De score wordt vastgesteld op basis van de volgende gegevens: • De te verlichten wegdekken; • De bepaling van de wegfunctie (woon/verblijf of verkeer); • Het lichtontwAerp van de installatie (lampen, armaturen en de hoogte en afstanden lichtmasten); • De uit de NPR vastgestelde lichtklasse; • Het systeemvermogen van het toegepaste lamptype, VSA (voorschakelapparatuur) en indien bekend het dimregime;
66
De score wordt berekend met de volgende formules: Voor woonstraten SEnorm= P [W]/Eh,min[lux]/A[m2] (P = vermogen in Watt; Eh = minimale horizontale verlichtingssterkte binnen de lichtklasse van een straat in lux; A = de oppervlakte van erfgrens tot erfgrens tussen twee lichtmasten conform het rekenvlak zoals beschreven in de Aanbevelingen van de NSvV voor OVL deel 2) Voor verkeerswegen SLnorm=P[W]/Lmin[Cd/m2] /A[m2] (Lmin = de minimale luminantie per m2 van de installatie binnen de lichtklasse van de betreffende straat; A = de oppervlakte van de rijbaan tussen twee lichtmasten, eveneens conform het vereiste rekenvlak) Resultaat is een eenduidig, onderling vergelijkbaar getal voor de energieprestatie van alle wegtypes. Praktisch nut Met behulp van het label kunnen gemeenten en ontwerpers de energieprestatie van hun huidige of toekomstige installaties onderbrengen in een bepaalde zuinigheidsklasse (A-G). Het ontwikkelde label, dat in een adviesrapport is beschreven, is behulpzaam bij het vaststellen van beleidsambities en duurzaam inkopen, maar kan in de toekomst ook worden gebruikt voor benchmarking.
67