RIB 22 086 Bijlage D Richtlijn cameratoezicht 2020_aangepast november 2022
Tekst van het document
Team Veiligheid Versie november 2022 t
1
Inhoud 1.
Inleiding
2
2.
Het instrument cameratoezicht
3
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Vormen Wettelijk kader Effectiviteit Privacywetgeving Betrokken partijen
3 3 4 4 5
3.
Afwegingskader
6
3.1 3.2 3.3 3.4
3.5 3.6 3.7
Afwegingskader als beslismoment cameratoezicht Doel cameratoezicht in Rijswijk Veiligheidsanalyse Rijswijk Noodzakelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit 3.4.a Noodzakelijkheid 3.4.b Proportionaliteit 3.4.c Subsidiariteit Vast of flexibele camera Kostenraming Duur toezicht en evaluatie
6 7 7 7 7 7 8 8 8 9
4.
Bijlagen
10
4.1 4.2
Artikel 151c Gemeentewet Artikel 2:45 APV Cameratoezicht op openbare plaatsen
11 11
2
1. Inleiding Cameratoezicht is in de afgelopen jaren een vanzelfsprekend instrument in het arsenaal van middelen om de veiligheid op straat, in winkelcentra, wooncomplexen, horeca en bedrijvenparken te vergroten. De huidige richtlijn voor Rijswijk is al enigszins verouderd. Sindsdien heeft een aantal ontwikkelingen plaatsgevonden dat mede aanleiding is om de richtlijn aan te passen. De belangrijkste ontwikkelingen zijn: Sinds 1 juli 2016 is de Gemeentewet met betrekking tot cameratoezicht aangepast. 'Vast' cameratoezicht is vervangen door 'cameratoezicht'. Met de term 'cameratoezicht' wordt dan zowel vast als mobiel (ook wel flexibel of tijdelijk genoemd) cameratoezicht bedoeld. Als gevolg van bovenstaande is in 2017 artikel 2:77 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) aangepast. In de recent (juni 2021) aangepaste APV heeft geen verandering plaatsgevonden als het gaat om Cameratoezicht op openbare plaatsen. Een andere aanleiding om de richtlijn aan te passen is, dat er op dit moment geen kader voor handen is waarmee eenduidig antwoord kan worden gegeven op verzoeken voor cameratoezicht. In deze richtlijn beschrijft de gemeente hoe ze om wil gaan met deze vorm van handhaving. In dit document is een afwegingskader opgenomen waarmee een beslissing kan worden genomen over het inzetten van cameratoezicht als één van de instrumenten op het terrein van integrale veiligheid
2. Het instrument cameratoezicht 2.1
Vormen
Er bestaan verschillende vormen van cameratoezicht, die binnen verschillende juridische kaders geregeld worden. Gemeenten hebben alleen zeggenschap over publiek en deels over publiekprivaat cameratoezicht. In deze richtlijn gaat het dan ook alléén over deze vormen van toezicht. Publiek cameratoezicht Dit is cameratoezicht door de overheid met als belangrijkste doel het handhaven van de openbare orde in de openbare ruimte. Vaak gaat het hierbij om cameratoezicht in binnensteden en uitgaansgebieden, maar soms ook in woonwijken, stationsgebieden en andere openbare plaatsen. De gemeente is hiervoor verantwoordelijk. Publiekprivaat cameratoezicht Dit is een mengvorm van publiek en particulier of bedrijfsmatige gebruik van cameratoezicht. Hierbij werken gemeenten en bedrijven samen om de veiligheid te bevorderen. Bij deze vorm van cameratoezicht worden zowel beelden van het bedrijfspand opgenomen als deels van de openbare weg en van de toegangswegen. Denk hierbij ook aan een bedrijventerrein.
2.2
Wettelijk kader
Cameratoezicht kan alleen als het onderdeel uitmaakt van een brede aanpak en andere mogelijkheden al zijn geprobeerd. De doelstelling van het publieke cameratoezicht is primair gebaseerd op artikel 151c van de Gemeentewet, de Politiewet en de Wet politiegegevens. Artikel 151c Gemeentewet (bijlage 1) In artikel 151c van de Gemeentewet is bepaald dat het doel bij de toepassing van gemeentelijk cameratoezicht het handhaven van de openbare orde is. Hieronder valt ook de algemene bestuurlijke voorkoming van strafbare feiten die invloed hebben op de orde en rust in de gemeente. Cameratoezicht op grond van 151c heeft als eerste een signalerende functie. De camera ziet meer en met die informatie kunnen de politie en andere hulpdiensten op straat worden aangestuurd. Sinds 1 juli 2016 is de Gemeentewet met betrekking tot cameratoezicht aangepast. 'Vast' cameratoezicht is vervangen door 'cameratoezicht'. Met de term 'cameratoezicht' wordt dan zowel vast als mobiel (ook wel flexibel of tijdelijk genoemd) cameratoezicht bedoeld.
3
Algemene Plaatselijke Verordening, artikel 2:45; Cameratoezicht op openbare plaatsen1 De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats. De gemeenteraad heeft op grond van artikel 151c lid 2 Gemeentewet de bevoegdheid om ook andere plaatsen, die zonder enige vorm van beperking voor het publiek toegankelijk zijn, aan te wijzen als openbare plaat en zo onder de reikwijdte van de wet te brengen. Het gaan dan om plaatsen zoals parkeerterreinen. Aanwijzingsbesluit Cameratoezicht van de burgemeester In het aanwijzingsbesluit worden de gebieden met cameratoezicht aangewezen. Dit aanwijzingsbesluit wordt gepubliceerd en belanghebbenden kunnen hiertegen bezwaar indienen. Wet op de politiegegevens De operationele regie bij cameratoezicht is in handen van de politie. Ondanks dat de politie verantwoordelijk is voor de operationele regie van cameratoezicht, kunnen camerabeelden ook door andere personen dan politiefunctionarissen (bijvoorbeeld beveiligingspersoneel) worden uitgekeken. Op grond van artikel 151c Gemeentewet mogen camerabeelden, in het belang van de handhaving van de openbare orde, worden vastgelegd.
Omdat de gegevensverwerking plaatsvindt in het kader van de uitoefening van de politietaak is de Wet politiegegevens (Pg) op die verwerking van toepassing. Beelden mogen maximaal vier weken worden bewaard, tenzij (het vermoeden bestaat dat) de gegevens noodzakelijk zijn bij de opsporing van een gepleegd strafbaar feit. Politiewet Bij evenementen, zoals Koningsdag, of bij plotselinge ernstige verstoringen van de openbare orde, kan op grond van de Politiewet cameratoezicht worden ingezet. Daarbij gaat het om zeer kortstondig en/of mobiel cameragebruik. Politiewet Artikel 3 Artikel 3 van de Politiewet is de basis voor het optreden van de politie; ook in combinatie met artikel 151c van de Gemeentewet. De
politie(taak) is verbonden met artikel 151c en het principe van cameratoezicht. Ook de operationele regie van de politie op het uitkijken van camerabeelden, is gebaseerd op dit artikel waarbij de grondslag voor het bewaren van de camerabeelden is belegd in de Wet politiegegevens (artikel 8 en 9). Bij cameratoezicht is artikel 3 de grondslag voor het toepassen van flexibel cameratoezicht (onder andere onvoorziene ordeverstoringen of (de vrees voor) ordeverstoringen van tijdelijke aard, bijvoorbeeld bij een risicowedstrijd in het betaalde voetbal). De algemene politietaak om, in ondergeschiktheid van het bevoegde gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregels, te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde, vormt de legitieme basis. Politiewet Artikel 13 Artikel 13 van de Politiewet verwijst naar het reguliere driehoeksoverleg. Conform artikel 151c van de Gemeentewet kan het driehoeksoverleg een periode vaststellen waarin, in het belang van de handhaving van de openbare orde, gebruik wordt gemaakt van de camera's en de met de camera's gemaakte beelden in elk geval rechtstreeks worden bekeken.
2.3
Effectiviteit
Cameratoezicht wordt – zowel nationaal als internationaal – veel toegepast en er hebben menig evaluaties plaatsgevonden. Vraag is in welke situatie is cameratoezicht een efficiënt instrument? Het Centrum voor Criminaliteitspreventie (het CCV) geeft aan dat deze vraag niet eenduidig beantwoord kan worden. Uit de evaluaties blijkt dat cameratoezicht soms leidt tot een toename van (objectieve) veiligheid. In andere evaluaties wordt geconcludeerd dat de (subjectieve) onveiligheid juist toeneemt. Cameratoezicht kan een veilig gevoel geven, maar dit wordt gezien als schijnveiligheid. Onderzoekers geven aan dat alleen het invoeren van cameratoezicht geen effect heeft op het verbeteren van de veiligheid. Het moet altijd onderdeel uitmaken van een pakket aan maatregelen. Denk hierbij aan de aanpassing van verlichting of het snoeien van groen.
1 Op 5 juni 2021 heeft de raad met de aangepaste APV
Rijswijk 2021 ingestemd. Zie bijlage 2 bij deze richtlijn.
4
2.4
Privacywetgeving
In veel gemeenten zijn in de afgelopen jaren stappen gezet om met behulp van cameratoezicht overlast en criminaliteit terug te dringen en veiligheidsgevoelens te vergroten. Rond de inzet van camera’s doen zich allerlei vragen voor, die, behalve met de effectiviteit van het cameratoezicht, te maken hebben met de privacy van burgers en de bescherming van de persoonsgegevens die met behulp van de camera’s worden vastgelegd Beelden van gemeentelijk cameratoezicht vallen onder de Wet politiegegevens en niet de AVG. Met het overgaan tot gebruik van publiek cameratoezicht zijn in het kader van de privacy een aantal belangrijke voorwaarden gesteld namelijk: • •
• •
•
•
Minder vergaande maatregelen zijn niet voldoende gebleken om de openbare orde te handhaven. De inzet van camera’s staat niet op zichzelf, maar gebeurt in combinatie met andere maatregelen. Zoals (betere) straatverlichting of toezicht op straat. De gemeente moet mensen informeren over het cameratoezicht, bijvoorbeeld met bordjes. Nemen de camera's ook geluid op? Of worden er op een andere manier geluidsopnames gemaakt? Dan moet de gemeente mensen daarover ook informeren. De politie mag de camerabeelden niet langer dan 4 weken bewaren. Behalve als er concrete vermoedens zijn dat er strafbare feiten op de camerabeelden staan. Dan mag de politie de beelden gebruiken om die strafbare feiten op te sporen. De gemeente moet een data protection impact assessment (DPIA) uitvoeren.
2.5
Betrokken partijen
Gemeenteraad en burgemeester De burgemeester is volgens artikel 172 Gemeentewet belast met de handhaving van de openbare orde. Hij beslist, na overleg in de driehoek2, over de inzet van cameratoezicht. Tevens beslist hij waar cameratoezicht wordt uitgeoefend en hij bepaalt de plaatsingsduur. Dit op basis van de door de raad aan de burgemeester gegeven bevoegdheid opgenomen in artikel 2:77 Algemene Plaatselijke Verordening. Dit besluit wordt bekend gemaakt aan de gemeenteraad en gepubliceerd (aanwijzingsbesluit). Openbaar Ministerie In artikel 151c lid 2 Gemeentewet is voorgeschreven dat de burgemeester na overleg met de officier van justitie in het lokale driehoeksoverleg de periode vaststelt waarin de geplaatste camera’s zullen worden gebruikt en de beelden live worden bekeken. Aan de hand van de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit worden de uitkijktijden voor het live uitkijken bepaald. Politie Het handhaven van de openbare orde is een politietaak, daarom heeft de politie de operationele regie (oftewel de regie op de uitvoering) van cameratoezicht (zie lid 3 artikel 151c Gemeentewet). De politie heeft een belangrijke rol bij cameratoezicht. Het initiatief wordt meestal genomen op voorstel van de politie. Het feit dat de politie de operationele regie heeft, betekent niet dat de beelden uitsluitend door politiefunctionarissen mogen worden uitgekeken.
Het is toegestaan dat andere cameraobservanten de beelden uitkijken onder regie van de politie. Daarnaast is op grond van de Wet Politiegegevens (Wpg) de politie verantwoordelijk voor het verwerken van de beelden. Alle beelden worden gedurende zeven dagen opgeslagen. De camerabeelden mogen in overeenstemming met artikel 151c Gemeentewet gedurende ten hoogste vier weken worden bewaard. In de praktijk is de termijn van zeven dagen afdoende en proportioneel gebleken.
Formeel hoeft de burgemeester alleen de periode van gebruik en uitkijken in overleg met de driehoek vast te stellen. 2
5
3. Afwegingskader
stap 1
Doelomschrijving cameratoezicht
stap 2
Veiligheidsanalyse
stap 3
Definiëren alternatieven Nee
stap 4
Ja Afwegingskwadrant
Noodzakelijkheid
Proportionaliteit
Ja, cameratoezicht is mogelijk
Subsidiariteit
Nee, cameratoezicht is niet mogelijk
Afstemming met portefeuillehouder over wel/niet inzet cameratoezicht NEE
JA Vast of flexibele camera
Type alternatieven
Uitlezen camera’s
Afstemming inzet
Financiering
Besluitvorming
Uitvoering cameratoezicht
Uitvoering alternatieven
Per locatie evaluatie cameratoezicht (stap 1,2,3 en 4)
6
3.1
Afwegingskader als beslismoment
Bij de beslissing over het instellen van cameratoezicht is het belangrijk een aantal afwegingen te maken. Sommige afwegingen moeten gemaakt worden vanwege de wettelijke kaders die voortkomen uit het EVRM, andere zijn praktisch van aard. Het afwegingskader van het CCV biedt een leidraad die wordt gebruikt bij beslissingen over publiek én publiekprivaat cameratoezicht.
3.2
Doel cameratoezicht in Rijswijk Stap 1
Als de privacy van burgers wordt geschaad, moeten daar goede redenen voor zijn. Er moet een helder omschreven en concreet doel zijn. In de gemeentewet staat dat het handhaven van de openbare orde zo’n doel is. Hieronder valt ook de verantwoordelijkheid van de gemeente voor het voorkomen van strafbare feiten die invloed hebben op de orde en rust in de samenleving. De gemeente Rijswijk wil zorgvuldig omgaan met het toepassen van haar bevoegdheden op het gebied van cameratoezicht. Om zo ook de privacy van burgers goed te kunnen beschermen. Daarom zijn de veiligheidsanalyse en afwegingen en het afwegingskwadrant die in de komende paragrafen besproken worden leidend bij beslissingen over cameratoezicht. Doelstelling Rijswijk: Handhaving van de openbare orde, inclusief het voorkomen van strafbare feiten die invloed hebben op de orde en rust in de samenleving. Cameratoezicht kan ook bijdragen tot: • Efficiënter inzet van politie (interventie) • Camera’s geven een veiliger gevoel (subjectieve veiligheid) • Beelden zijn achteraf te gebruiken voor verdere vervolging (opsporing)
3.3
Veiligheidsanalyse Stap 2
Voordat een gemeente besluit om cameratoezicht toe te passen, moet zij aantonen dat dit noodzakelijk is voor de handhaving van de openbare orde. Er moet dus sprake zijn van een gebied waarin zich onveilige situaties of met enige regelmaat ongeregeldheden voordoen. Om hier een goed beeld van te krijgen, moet voor de start van het cameraproject een grondige analyse van de veiligheidssituatie plaatsvinden. Aan de hand van deze analyse moet de gemeente
aantonen dat er een evenwichtige verhouding bestaat tussen het doel en het middel. Voor de analyse maakt de gemeente Rijswijk niet alleen gebruik van politiecijfers over de plaatsen waar delicten worden gepleegd. Ook kwalitatieve gegevens over de veiligheidsbeleving van bewoners, winkeliers en horecaondernemers om de beslissing over cameratoezicht op te baseren worden gebruikt.
3.4
Noodzakelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit Stap 3 en 4
Het recht op privacy in algemene zin is vastgelegd in artikel 10, eerste lid, van de Grondwet. Op Europees niveau kennen we artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) en artikel 17 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR). Indien cameratoezicht een inbreuk op de privacy inhoudt, dient vervolgens de vraag te worden beantwoord of deze inbreuk al dan niet rechtmatig is. Daartoe dient de gebruikte vorm van cameratoezicht met name te worden getoetst aan de eisen van noodzakelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit. De inzet van het cameratoezicht moet daarbij voldoen aan alle eisen van artikel 151c van de Gemeentewet. De verwerking van de camerabeelden door de politie moet daarnaast voldoen aan alle eisen van de Wet politiegegevens. In stap 3 is het kruispunt van het verder gaan met cameratoezicht of juist het overgaan op alternatieven. Indien sprake is van het laatste volgt in het schema de rechterkant. Voor het instellen van cameratoezicht dienen de volgende overwegingen te worden genomen (stap 4).
3.4.a
Noodzakelijkheid
Voor de invoering (of continuering) van cameratoezicht moet (ook wettelijk gesproken) een noodzaak is. Dit houdt voor publiek cameratoezicht in dat er sprake moet zijn van een openbaar gebied waarin zich regelmatig onveilige situaties voordoen en waar eerdere maatregelen niet het gewenste effect hebben gehad. Aan de hand van de veiligheidsanalyse, de doelomschrijving en het afwegingskwadrant kun je bepalen of het noodzakelijk is om cameratoezicht in te voeren dan wel te continueren. Als de doelstelling kan worden behaald (of het probleem kan worden opgelost) met alternatieve maatregelen, of als de veiligheidssituatie zodanig is dat het niet noodzakelijk is om cameratoezicht in te voeren of te continueren, dan mag er (wettelijk gezien) geen cameratoezicht worden ingevoerd of gecontinueerd.
3.4.b
Proportionaliteit
7
Het vastleggen van beelden via cameratoezicht mag geen onevenredige inbreuk op de privacy betekenen. Cameratoezicht mag alleen worden ingezet als de omvang van de criminaliteit, de onveiligheid of overlast zo groot is dat de het de schending van de persoonlijke levenssfeer rechtvaardigt. Dat is de eis van proportionaliteit. De gemeente moet in elk afzonderlijk geval opnieuw de afweging maken of cameratoezicht evenredig is aan doel dat bereikt moet worden. Hierbij baseren wij ons op de eerder genoemde veiligheidsanalyse: daaruit moet duidelijk blijken dat er sprake is van omvangrijke problematiek.
3.4.c Subsidiariteit Wanneer een veiligheidsprobleem ook met andere maatregelen dan cameratoezicht kan worden opgelost, is de gemeente verplicht om voorrang te geven aan de maatregel die het minste inbreuk maakt op de privacy van burgers. We noemen dit de eis van subsidiariteit. Wanneer bijvoorbeeld extra surveillance of aanpassing van de straatverlichting hetzelfde effect heeft, kiezen we niet voor cameratoezicht. Cameratoezicht is een zwaar middel dat alleen mag worden ingezet als andere lichtere maatregelen niet het beoogde doel hebben bereikt of zullen bereiken. Op basis van het afwegingskwadrant kun je kijken of voldaan is aan deze eis. Het afwegingskwadrant dient per locatie/ situatie te worden toegepast. Afwegingskwadrant
(criminaliteitscijfers) en subjectieve veiligheid (veiligheidsbeleving) wordt verwacht, is inzet een optie. Optie C Zullen beide veiligheidsaspecten (zowel objectieve en subjectieve veiligheid) naar verwachting afnemen bij inzet van camera’s, is cameratoezicht geen optie. Optie D Als de verwachting is dat alleen de objectieve veiligheid verbeterd, moet sterk worden ingezet op communicatie en op ondersteunende maatregelen om de veiligheidsbeleving sterk te verbeteren
3.5
3.6
Optie A Bij alleen een toename van de subjectieve veiligheid dienen de overige maatregelen sterk gericht te zijn op het vergroten van de objectieve veiligheid. Cameratoezicht kent dan een groot afbreukrisico omdat het alleen de beleving beïnvloed (vals gevoel van veiligheid). Optie B Indien bij de inzet van cameratoezicht een verbetering van de objectieve
Vast of flexibele camera
Criteria voor flexibel cameratoezicht zijn gelijk aan die voor vast cameratoezicht, maar in de veiligheidsanalyse verschilt de duur van de verstoring van de openbare orde. Voor vast toezicht moet sprake zijn van ‘langdurige verstoring van de openbare orde’. Bij flexibel toezicht kan het gaan om een recente verstoring van de openbare orde, zoals een inbraakgolf. Het kan ook gaan om een verwachte verstoring, zoals autobranden in de periode voor en rond oud en nieuw. Hierdoor zal vast cameratoezicht veelal worden ingezet voor interventie en flexibel cameratoezicht veelal voor preventie. Of cameratoezicht in een gebied moet worden voortgezet, is afhankelijk van het vooraf bepaalde subdoel. Per locatie is het maatwerk om afspraken over indicatoren en informatiebronnen te maken.
Kostenraming
Cameratoezicht is een dure maatregel. Omdat publiek cameratoezicht een verantwoordelijkheid is van de gemeente, zijn wij ook verantwoordelijk voor de kosten ervan. De kosten zijn afhankelijk van het doel van het toezicht, deomstandigheden in het toezichtgebied en de beschikbaarheid van mensen. De gemeente moet rekening houden met de volgende (mogelijke) kosten. Vaste kosten: - Onderhoudskosten en vervangingskosten Van verouderde apparaten; - Personeelskosten: salaris voor toezichthouders en surveillanten, uitlezen en live bekijken van beelden, opvolgen van beelden; - Kosten voor nevenactiviteiten: bijvoorbeeld extra verlichting, snoeien van bomen, plaatsen van masten voor de camera’s en overige bouwkundige voorzieningen; - Schoonmaakkosten: camera’s moeten ongeveer vier tot zes keer per jaar worden schoongemaakt.
8
Incidentele kosten: - Aanschafkosten van apparatuur (camera’s, transmitter en receiver). Deze kosten kunnen worden beperkt door camera’s te huren in plaats van te kopen; - Kosten voor infrastructurele aanpassingen: graafwerkzaamheden en bestrating voor de aanleg van glasvezelkabels of radioverbindingen; - Verplaatsingskosten: als een plek weer veilig is, kunnen de camera’s worden verplaatst naar andere een locatie.
3.7
Sinds 2005 waren de eerste cameratoezicht in Venserpolder geplaatst. Het doel van de camera’s was om drugshandel en drankgebruik tegen te gaan. Doordat er camera’s geplaatst worden, is de veiligheid in de buurt nu steeds beter. Daarom heeft de gemeente besloten dit voor goed te beëindigen.
Duur toezicht en evaluatie
Voordat de gemeente start met cameratoezicht, geeft de burgemeester aan hoe lang de camera’s mogen blijven hangen. In de gemeentewet staat dat de plaatsing van camera’s altijd aan een bepaalde duur gekoppeld wordt. De gemeente moet regelmatig beoordelen of de doelen van het cameratoezicht inmiddels gehaald zijn en of het nog steeds noodzakelijk is. Dat moet in verband met de eerder genoemde criteria voor proportionaliteit en subsidiariteit (artikel 151 C, lid 5 Gemeentewet). In onderstaand stroomschema wordt de toetsing van het wel of niet voortzetten van de inzet van camera’s op locatie als volgt weergegeven Stroomschema toetsing camera’s
Functiegebonden: locaties die door hun aard te maken hebben met problemen Situatiegebonden: locaties die door een veranderende situatie te maken hebben met problemen Deel krantenartikel over het verwijderen van cameratoezicht in de Venserpolder te Amsterdam
Voorstanders Doordat de gemeente van Amsterdam meer maatregelen inzetten om de buurt veilig te houden heeft het ervoor gezorgd dat de criminaliteit sterk gedaald is. De maatregelen zijn bijvoorbeeld het regelmatig fouilleren, het opzetten van een winkeliersvereniging, het opnieuw inrichten van openbare ruimtes en de samenwerkingen tussen eigenaar, ondernemers, politie en stadsdeel. Daarom wilt de gemeente van Amsterdam de cameratoezicht verwijderen. Tegenstanders Na de uitspraak van burgemeester Van der Laan kwam er gelijk protest uit de buurt. Bewoners, winkeliers en ondernemers zijn tegen dit besluit. Zij vinden dat bij het beëindiging van cameratoezicht de criminaliteit en overlast juist terugkeren. Niet lang geleden was het slecht aan toe in Venserpolder. Criminaliteit was toen zeer hoog, waardoor het niet meer veilig is om op straat te lopen. De buurt vrezen dat dit terugkeren. Bang dat het leven in de buurt niet meer mogelijk is een probleem.
9
BIJLAGEN: 1 2
Artikel 151 c Gemeentewet Artikel 2:45 Algemene Plaatselijke Verordening 2021; cameratoezicht op openbare plaatsen
10
Bijlage 1 Artikel 151 C Gemeentewet 1 De raad kan bij verordening de burgemeester de bevoegdheid verlenen om, indien dat in het belang van de handhaving van de openbare orde noodzakelijk is, te besluiten om voor een bepaalde duur camera’s in te zetten ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats als bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties en andere bij verordening aan te wijzen plaatsen die voor een ieder toegankelijk zijn. 2 De burgemeester besluit met inachtneming van het in de verordening van de raad bepaalde: a. binnen welk gebied, bestaande uit openbare plaatsen of andere voor een ieder toegankelijke plaatsen als bedoeld in het eerste lid, camera’s worden ingezet; b. voor welke duur de gebiedsaanwijzing plaatsvindt. 3 De burgemeester stelt, na overleg met de officier van justitie in het overleg, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Politiewet 2012, de periode vast waarin in het belang van de handhaving van de openbare orde daadwerkelijk gebruik van de camera’s plaatsvindt en de met de camera’s gemaakte beelden in elk geval rechtstreeks worden bekeken. 4 De burgemeester bedient zich bij de uitvoering van het in het eerste lid bedoelde besluit van de onder zijn gezag staande politie.
5 De burgemeester trekt het besluit, bedoeld in het eerste lid, in zodra de inzet van camera’s niet langer noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de openbare orde. 6 De aanwezigheid van camera’s als bedoeld in het eerste lid is op duidelijke wijze kenbaar voor een ieder die het gebied, bedoeld in het tweede lid, onder a, betreedt. 7 Met de camera’s worden uitsluitend beelden gemaakt van een openbare plaats als bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties en andere bij verordening aan te wijzen plaatsen die voor een ieder toegankelijk zijn. 8 Ten behoeve van de handhaving van de openbare orde worden in het kader van het toezicht, bedoeld in het eerste lid, gegevens verwerkt. 9 De verwerking van de gegevens, bedoeld in het achtste lid, is een verwerking als bedoeld in de Wet politiegegevens, met dien verstande dat, in afwijking van het bepaalde in artikel 8 van die wet, de vastgelegde beelden na ten hoogste vier weken worden vernietigd en de gegevens, bedoeld in het achtste lid, indien er concrete aanleiding bestaat te vermoeden dat die gegevens noodzakelijk zijn voor de opsporing van een strafbaar feit, ten behoeve van de opsporing van dat strafbare feit kunnen worden verwerkt. 10 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met het oog op de goede uitvoering van het toezicht, bedoeld in het eerste lid, regels worden gesteld omtrent: a.
de camera’s en andere technische hulpmiddelen benodigd voor het toezicht, bedoeld in het eerste lid, en de wijze waarop deze hulpmiddelen worden aangebracht; b. de personen belast met of anderszins direct betrokken bij de uitvoering van het toezicht; en c. de ruimten waarin de waarneming of verwerking van door het toezicht vastgelegde beelden plaatsvindt.
11
Bijlage 2 APV Rijswijk 2021 Artikel 2.45 Cameratoezicht op openbare plaatsen 1. De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats. Vindplaats: Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Rijswijk houdende regels omtrent openbare orde en veiligheid (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2021) (overheid.nl)
12