CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Wijziging Omgevingsplan gemeente Rijswijk basisregeling (RV 25 103)

Raadsvergadering 16 december 2025, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Wijziging Omgevingsplan gemeente Rijswijk basisregeling (RV 25 103)6.846 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL

Raadsvergadering 16 december 2025 Agendapunt nr. Corsanr. 25.088277

Portefeuillehouder(s) A.H. van de Waart - Stadsontwikkeling, Mobiliteit, Grondzaken en Participatiebeleid

Beleidsthema Leefomgeving

Aan de Raad, 1. Onderwerp wijziging Omgevingsplan gemeente Rijswijk, basisregeling 2. Beoogd effect voorstel Met het vaststellen van de basisregeling als wijziging van het omgevingsplan, wordt een eerste belangrijke stap gezet om voor 2032 tot een samenhangend omgevingsplan te komen dat wettelijk voldoet. Met het vaststellen van de basisregeling wordt een groot aantal regels die in veel gevallen gemeentebreed gelden, vervangen en toegevoegd aan het omgevingsplan. Deze regels gelden dus ook direct gemeentebreed. Met deze wijziging van het omgevingsplan wordt tevens een uniforme basis gelegd om in de volgende stap van de transitie van het omgevingsplan gebiedsgerichte regels te vervangen. Regels gekoppeld aan een punt onder De Naald staan klaar om bij volgende gebiedsgerichte planwijzigingen overige regels in bestemmingsplannen, beheersverordeningen en de bruidsschat te vervangen. Deze regels vormen nu dus vast de basis voor de gebiedsgerichte planwijzigingen en gelden vooralsnog alleen onder de Naald. Deze kunnen dan de komende jaren worden benut om in gebieden aan te geven welke activiteiten waar zijn toegestaan of verboden en om bijvoorbeeld het geluidsniveau op een locatie aan te geven. Met deze basisregeling ligt de gemeente op koers om tijdig aan haar wettelijke verplichtingen te voldoen. 3.

Inleiding Sinds inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 heeft Rijswijk een omgevingsplan van rechtswege net als alle andere gemeenten in Nederland. Dit omgevingsplan bestaat uit een bundeling van: • onder andere alle bestemmingsplannen, beheersverordeningen, de Nota Bodembeheer en de Verordening afvoer hemelwater Rijswijk 2022; • de bruidsschat. In de bruidsschat staan voormalige Rijksregels over bouwen en milieu. Gemeenten hebben tot 2032 de tijd om ervoor te zorgen dat er een samenhangend omgevingsplan ontstaat dat wettelijk voldoet. En dat hierin alle regels over de fysieke leefomgeving staan die op basis van de Omgevingswet moeten zijn opgenomen. Het college heeft op 29 augustus 2023 besloten om met behulp van een basisregeling tot een samenhangend omgevingsplan te komen. Met de voorliggende wijziging van het omgevingsplan wordt deze basisregeling vastgesteld. De regels die hiermee worden vervangen en soms verhuizen van bijvoorbeeld een Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) naar het omgevingsplan, zijn regels voor activiteiten die in veel gevallen overal in de gemeente gelden. Zoals de regel dat een kapvergunning nodig is voor het kappen van een boom van een bepaalde omvang. Het merendeel van de regels in de basisregeling zijn bestaande regels die op een andere wijze zijn geordend of geformuleerd.

Deze nieuwe regels regelen inhoudelijk hetzelfde wat er nu ook al geregeld is (zogenaamd ‘beleidsarm’), bijvoorbeeld dat een omgevingsvergunning nodig is bij het kappen van een boom met een diameter van 15 cm op een hoogte gemeten van 1.30 meter. Onder kopje 4 wordt toegelicht op welke onderdelen de regeling niet beleidsarm is. Met het vaststellen van de wijziging van het omgevingsplan gelden voortaan de regels in de basisregeling en niet langer de regels in de gemeentelijke regelingen. Corsanr. 25.088277

Pagina 1 van 14

RAADSVOORSTEL (vervolg) 4. Argumenten Verbeteren inzichtelijkheid regels fysieke leefomgeving en harmonisatie bouwregels In het wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Rijswijk, basisregeling worden: • regels vervangen uit het omgevingsplan van rechtswege: o de Verordening afvoer hemelwater Rijswijk 2022; o het Paraplubestemmingsplan en Beheerverordening parkeren; o het Paraplubestemmingsplan en de Beheerverordening wonen; o bouwregels en regels over bijvoorbeeld archeologie en leidingen uit bestemmingsplannen en beheersverordeningen; o de bruidsschat; regels over bouwen en milieu die voor elke activiteit overal in Rijswijk gelden; o de Nota Bodembeheer gemeente Rijswijk. • en regels vervangen en toegevoegd uit: o de Verordening Fysieke Leefomgeving; o de Aansluitverordening gemeente Rijswijk; o de Verordening waterbergingsfonds Rijswijk 2022; o de Erfgoedverordening Rijswijk 2024; o de Verordening doelgroepen woningbouw gemeente Rijswijk; o de Nadere regels kabels en leidingen Rijswijk; o het Aanwijzingsbesluit opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke; o de Welstandsnota.

Met het vervangen en soms toevoegen van de regels over de fysieke leefomgeving van het omgevingsplan, wordt de inzichtelijkheid van de regelgeving verbeterd: • de meeste regels over de fysieke leefomgeving staan nu bij elkaar in de basisregeling en worden digitaal ontsloten in het omgevingsloket; • de opbouw en formulering van de regels is geüniformeerd; • begrippen zijn geharmoniseerd en dat geldt ook met name voor regels over bouwen. De regels voor hoofdgebouwen zijn in de basisregeling vereenvoudigd. Niet langer het bouwvlak is bepalend, maar de toets van zowel welstand (omgevingskwaliteit) als stedenbouwkundige kwaliteit wordt centraal gesteld bij verlenen van de omgevingsvergunning. De Welstandsnota en gebiedspaspoorten en ontwikkelkaders bepalen of een bouwplan voldoende omgevingskwaliteit biedt en daarmee: of een omgevingsvergunning kan worden verleend. In de oude systematiek wordt bij een aanvraag primair getoetst of deze binnen het bouwvlak mag. Past deze niet dan is er sprake van aanvraag voor een omgevingsvergunning om af te wijken van het omgevingsplan, een BOPA. Het beoordelingskader of deze BOPA mag worden verleend is breed. Er moet namelijk sprake zijn van ”een evenwichtige toedeling van functies aan locaties“ om deze omgevingsvergunning voor de BOPA te kunnen verlenen.

Door nu een binnenplanse vergunningplicht voor hoofdgebouwen op te nemen met een veel afgebakender beoordelingskader dan “een evenwichtige toedeling van functies aan locaties” (namelijk door toetsing aan welstand en stedenbouwkundige kaders) wordt het veel voorspelbaarder of de vergunning kan worden verleend. Dit biedt bovendien de mogelijkheid om de door de gemeente vastgestelde gebiedspaspoorten en ontwikkelkaders voor locatieontwikkelingen strakker en sneller door te laten werken. Voor het bouwen van aanbouwen, bijgebouwen, dakkapellen en erfafscheiding en dergelijke is bij inventarisatie van de bestaande regels gebleken dat er een flinke overlap is en dat regels niet altijd met elkaar in overeenstemming zijn.

Corsanr. 25.088277

Pagina 2 van 14

RAADSVOORSTEL (vervolg) Zo staan er in het Besluit bouwwerken leefomgeving onder de Omgevingswet regels over omgevingsplanactiviteiten die vergunningsvrij zijn onder bepaalde voorwaarden. De gemeente mag in het omgevingsplan voor deze activiteiten geen vergunningplicht opleggen. Ook in de bruidsschat staan voormalige rijksregels die bepalen dat sommige activiteiten vergunningsvrij zijn onder bepaalde voorwaarden. En tenslotte bevatten bestemmingsplannen/ beheersverordeningen, de Welstandsnota en een enkele beleidsregel, ook regels die aangeven onder welke voorwaarden mag worden gebouwd. Deze vergunningplichten zijn in de basisregeling beter op elkaar afgestemd en de voorwaarden waaronder gebouwd mag worden, zijn geharmoniseerd. De objectcriteria uit de Welstandsnota voor bijvoorbeeld kozijn- en gevelaanpassingen zijn daarbij verhuisd naar het omgevingsplan. Het is niet langer nodig om voor deze activiteiten een vergunning aan te vragen. Deze activiteiten moeten dan wel aan de voorwaarden in het omgevingsplan voldoen. Om de inzichtelijkheid verder te vergroten zijn de volgende overbodige regels uit de bruidsschat geschrapt. Het gaat om regels over: • hagelkanonnen; • traditioneel schieten; • lozen vanuit een gemeentelijke voorziening voor het inzamelen van transport van afvalwater; • lozen vanuit een niet bodembeschermende voorziening in of op de bodem.

In Rijswijk komen deze streekgebonden activiteiten (hagelkanonnen en traditioneel schieten) niet voor of biedt een specifieke zorgplicht die is opgenomen in de basisregeling voldoende mogelijkheden om op te treden als er nadelige gevolgen voor de leefomgeving ontstaan (regels over lozen). Verbeteren van de bescherming van de fysieke leefomgeving De specifieke zorgplicht uit de bruidsschat is vervangen door een specifieke zorgplicht die op alle activiteiten in de leefomgeving van toepassing is. Met deze zorgplicht wijst het omgevingsplan de initiatiefnemer erop dat voor iedere activiteit die in de fysieke leefomgeving wordt ondernomen, de initiatiefnemer zelf verantwoordelijk is. Hij/zij zal op basis van deze specifieke zorgplicht nadelige gevolgen moeten beperken als dat niet lukt, de activiteit moeten nalaten. Daarmee zorgt de specifieke zorgplicht in de basisregeling voor een vangnet om op te kunnen treden tegen nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving van activiteiten. Deze specifieke zorgplicht beschermt de kwaliteit van de fysieke leefomgeving tegen activiteiten die nu wellicht nog onbekend zijn en daarom nog niet in het omgevingsplan zijn geregeld. Afweegruimte behouden Daarnaast zijn maatwerkmogelijkheden uit de bruidsschat voor milieubelastende activiteiten overgenomen in de basisregeling en van toepassing verklaard op nagenoeg alle regels in het omgevingsplan.

Hiermee is het mogelijk om met een beschikking - ook op verzoek van de initiatiefnemer – van regels in het omgevingsplan af te wijken. Bijvoorbeeld: in de basisregeling is opgenomen dat erf- en perceelsafscheidingen niet hoger dan 2 meter mogen zijn. Deze regels zijn gesteld met als doel het beschermen van de omgevingskwaliteit en het behouden van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van gebouwen en locaties. Stel dat de eigenaar van een sportterrein een erf- en perceelsafscheiding van bijvoorbeeld 3 meter wil plaatsen. Dan kan hij/zij hiervoor maatwerk aanvragen om af te wijken van de maximale hoogte van 2 m. Als dan het beschermen van de omgevingskwaliteit en het behouden van de bouw- en gebruiksmogelijkheden niet in het geding is, kan er maatwerk worden verleend. Dit is dan een aparte beschikking waartegen bezwaar kan worden aangetekend door degene die het maatwerkbesluit ontvangt. Soms kan het - om het doel van de regel te bereiken - nodig zijn om regels aan te scherpen. Het kan ook voorkomen dat het doel van de regel niet in het geding komt als de regels worden versoepeld. Ook dan kan op verzoek maatwerk worden verleend.

Corsanr. 25.088277

Pagina 3 van 14

RAADSVOORSTEL (vervolg) De basisregeling biedt bovendien de ruimte om met een andere maatregel het doel van een voorgeschreven regel in het omgevingsplan te bereiken, nadat de gemeente hier toestemming voor heeft verleend. Deze mogelijkheden van de Omgevingswet voor gelijkwaardige maatregelen, worden in de basisregeling niet ingeperkt. Doorwerking van (nieuw beleid) en de Omgevingsvisie Het vaststellen van deze wijziging van het omgevingsplan zorgt ervoor dat dit recent vastgestelde beleid doorwerkt in juridische regels: • Bodemenergieplan Rijswijk Bogaard stadscentrum en Plaspoelpolder d.d. 24 september 2024 Deze wijziging maakt het mogelijk om beter te sturen op de ondergrond als het gaat om gesloten bodemenergiesystemen. Meer sturing is nodig om ervoor te zorgen dat de ondergrond optimaal kan worden benutten voor warmte- en koudeopslag om zo maximaal mogelijk bij te dragen aan de doelen rondom de energietransitie; • Beleidskader voor regels over Terrassen en Uitstallingen in Rijswijk d.d. 25 mei 2025 Om de doelen van het beleid te ondersteunen zijn nieuwe beleidsmatige keuzes voor terrassen en uitstallingen in de regels doorgevoerd. De basisregeling maakt het mogelijk om een binnenplanse vergunning aan te vragen voor een eiland- of bootterras; • Omgevingsvisie Rijswijk; gezonde buitenplaats in de metropool’ d.d.

april 2025 - In de Rijswijkse woonzorgvisie 2021 - 2030 is de ambitie uitgesproken om kwetsbare Rijswijkers zoals senioren, de mogelijkheid te bieden om in Rijswijk te (blijven) wonen. Deze ambitie is in de Omgevingsvisie bevestigd. De basisregeling bevat een regeling voor premantelzorgwoningen. En daarnaast maakt de basisregeling het mogelijk om scootmobielen en fietsenberging onder voorwaarden zonder vergunning in de voortuin te plaatsen. - Op basis van de Omgevingsvisie zijn in de basisregeling gebiedstypen benoemd. Deze gebiedstypen zijn nodig om de overige gebiedsgerichte regels in bestemmingsplannen, beheersverordeningen en bruidsschat bij volgende wijzigingen van het omgevingsplan te kunnen vervangen. - Op advies van de Omgevingsdienst Haaglanden en van de GGD is een aantal regels met betrekking tot de bodem toegevoegd/aangescherpt. In de Omgevingsvisie is de ambitie opgenomen om met name de gezondheid van jonge kinderen te beschermen. Daarom zijn regels voor lood en pfas bij het toepassen van grond in de basisregeling aangescherpt t.o.v. de Nota bodembeheer voor nieuw aan te leggen speelplaatsen en volkstuinen en voor het nieuw bouwen van woningen met een tuin, voor kinderdagverblijven en voor scholen met een buitenruimte.

Voor bestaande speelplaatsen, volkstuinen, woningen met tuin, kinderdagverblijven en scholen met buitenruimte blijven de huidige normen voor lood in stand. - Daarnaast zijn aanvullende regels gesteld naar aanleiding van inbreng tijdens de participatie van de GGD en Omgevingsdienst Haaglanden over: o het in gebruik nemen van een moestuin of een speelplaats; o de verwijdering van de verontreiniging voor lood, koper en drins (organische chloorpesticiden). Dit op basis van het Rijswijkse beleid voor wonen. Hierbij zijn de waardes aangescherpt voor lood voor het terugsaneren als het gaat om moes- en volkstuinen en kinderspeelplaatsen; o thermisch gereinigde grond en specifieke bouwstoffen (onder andere voor staalslakken); - Als gevolg van het streven in de Omgevingsvisie naar 1,5 miljoen verduurzaamde woningen in 2030 regelt de basisregeling dat in meer situaties dan in de landelijke regelgeving niet meer nodig is. Tenminste als deze units voldoen aan de regels in het omgevingsplan. Daarmee wordt het nog makkelijker en sneller om een warmtepomp te plaatsen. Voldoen aan kaders die Rijk en provincie aan het omgevingsplan stellen Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) bevatten kaders voor regels opgenomen in het omgevingsplan om nationale en provinciale belangen te borgen. Dit zijn zogenaamde instructieregels.

Corsanr. 25.088277

Pagina 4 van 14

RAADSVOORSTEL (vervolg) De volgende instructieregels van Rijk en provincie hebben tot regels geleid in de basisregeling: Rijksinstructieregels - bebouwingscontour houtkap; Het Bkl verplicht om een bebouwingscontour houtkap aan te wijzen. Buiten deze contour zijn de regels uit het Besluit activiteiten leefomgeving onder de Omgevingswet van toepassing met de provincie als bevoegd gezag. Deze rijksregels zorgen ervoor dat bij het beheren van bossen/landgoederen, niet meer voor het kappen van iedere boom met een diameter van meer dan 15 cm, op basis van de Rijswijkse regelgeving, een vergunning moet worden aangevraagd. Omdat in de Landgoederen- en stadsparkzone bospercelen worden beheerd en soms meerdere bomen tegelijk moeten worden gekapt, is de contour zo bepaald dat deze gebieden buiten de bebouwingscontour liggen. - bebouwingscontour geur; Het Bkl verplicht een bebouwingscontour geur aan te wijzen rond stedelijk gebied. Binnen deze bebouwingscontour worden woningen en andere geurgevoelige locaties beter beschermd tegen geuroverlast. De redenering is dat in het buitengebied, buiten deze bebouwingscontour, bewoners in het algemeen minder geuroverlast ervaren door veehouderijen. Aangezien Rijswijk geen buitengebied met een agrarisch karakter heeft, komt in de basisregeling de bebouwingscontour geur overeen met de gemeentegrens.

Daarmee worden dus alle woningen en geurgevoelige locaties in Rijswijk op hetzelfde niveau beschermd tegen geuroverlast omdat er geen onderscheid wordt gemaakt of de woning of geurgevoelige locatie binnen of buiten de contour ligt. - bebouwingcontour jacht; Het Bkl verplicht een bebouwingscontour jacht aan te wijzen aangewezen. Buiten deze bebouwingscontour is jacht met een geweer voor faunabeheer toegestaan. Gezien het stedelijk karakter van de gemeente en de bevolkingsdichtheid is het onwenselijk om binnen de gemeente te jagen. Daarom is in deze basisregeling van het omgevingsplan de gemeentegrens als bebouwingscontour aangewezen. - beperkingengebied lokaal spoor; Het Bkl verplicht om beschermingszones voor de tram in Rijswijk aan te wijzen voor 2026. In deze beschermingszones gelden voor bepaalde activiteiten regels om ervoor te zorgen dat er geen gevaarlijke situaties ontstaan. Deze beschermingszones waar nu ook al een vergunning nodig is, zijn in deze basisregeling aanzienlijk breder geworden. Dit om ongewenste situaties met bijvoorbeeld hoogwerkers ten behoeve van bouwwerkzaamheden op de weg naast het spoor te voorkomen. Voor deze activiteiten zal, als gevolg van het breder worden van deze zones, vaker een vergunning nodig zijn.

Daar staat tegenover dat voor allerlei vaak voorkomende activiteiten, bijvoorbeeld voor het onderhouden van de groenvoorziening, niet langer een vergunning nodig is, maar met een melding kan worden volstaan. De MRDH is bevoegd gezag voor deze regels in het omgevingsplan. - Ladder voor duurzame verstedelijking; De ladder voor duurzame verstedelijking is een Rijksinstructieregel die borgt dat bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte is aan deze nieuwe ontwikkeling is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. In het algemeen zullen dergelijke nieuwe stedelijke ontwikkelingen alleen mogelijk zijn via een wijziging van het omgevingsplan, omdat de gebruiksregels in voormalige bestemmingsplannen (die niet in de basisregeling zijn opgenomen maar pas bij de gebiedsgerichte uitrol zullen worden omgezet) de ontwikkeling verbieden. Het is echter niet uitgesloten dat er bestaande onbenutte bouwmogelijkheden zijn, die het bouwen van bijvoorbeeld woningen zonder wijziging van het omgevingsplan mogelijk maken. Voor de zekerheid is daarom de ladder voor duurzame verstedelijking als beoordelingsregel toegevoegd bij de binnenplanse omgevingsvergunning voor het bouwen van hoofdgebouwen en andere gebouwen.

- Overige instructieregels van het Rijk Naast de ladder voor duurzame verstedelijking is in de basisregeling ook de instructieregel ‘Weging van het waterbelang’ verwerkt. De wijze waarop dit is gedaan, is vermeld in paragraaf 1.5 van de algemene toelichting in bijlage A van dit besluit.

Corsanr. 25.088277

Pagina 5 van 14

RAADSVOORSTEL (vervolg) Verder is gebruik gemaakt van de mogelijkheid die de Omgevingswet biedt om regels over woningbouwcategorieën op te nemen en te bepalen dat de betreffende sociale huurwoningen, sociale koopwoningen en middenhuurwoningen, in stand moeten worden gehouden. Dit in lijn met het vast te stellen Volkshuisvestingsprogramma en waarbij de inkomensdoelgroep voor de middenhuurwoningen in lijn is gebracht met de Wet betaalbare huur die sinds juli 2024 van kracht is. Een groot deel van de instructieregels van het Rijk zal echter pas in de gebiedsgerichte uitrol van het omgevingsplan worden opgepakt. Dit betreft de instructieregels in paragraaf 5.1.2 en 5.1.4 van het Besluit kwaliteit leefomgeving over waarborgen van de veiligheid en beschermen van de gezondheid en het milieu. Deze instructieregels hebben betrekking op het toestaan en verbieden van activiteiten in gebieden en het bepalen van bijvoorbeeld het toegestane geluidsniveau. Daarom worden deze instructieregels verwerkt bij de gebiedsgerichte wijziging ten behoeve van het vervangen van vergelijkbare regels in bestemmingsplannen/ beheersverordeningen en in de bruidsschat in afdeling 5.3 van het omgevingsplan. Instructieregels van de provincie - landgoedbiotoop; De Zuid-Hollandse Omgevingsverordening verplicht gemeenten om regels te stellen over het bouwen en slopen van bouwwerken in de landgoedbiotoop.

Deze instructie van de provincie voor het omgevingsplan heeft tot doel de kenmerken en waarden van de landgoedbiotoop (grofweg de Landgoederenzone) te beschermen en heeft betrekking op bouwen en slopen. In de basisregeling is deze instructie verwerkt. Zo is er een verplichting opgenomen om advies te vragen aan de provincie bij bouwen en slopen in de landgoedbiotoop. - molenbiotoop; Om aan de instructieregels van de provincie over de molenbiotoop te voldoen, zijn regels over het in stand houden van de molenbiotoop uit bestemmingsplannen als onderdeel van het omgevingsplan van rechtswege vervangen. Deze regels zorgen ervoor dat historische windmolens zoals die aan de Molenwetering in Rijswjk, voldoende wind kunnen vangen en daardoor kunnen blijven draaien; - Overige instructieregels van de provincie Zuid-Holland Ter verwerking van de instructieregels uit de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening zijn verder regels opgenomen over: o de regionale waterkeringen en bijbehorende beperkingengebieden; o regels over grondwater en milieubelastende activiteiten; o regels over toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen; o regels over stedelijke ontwikkelingen en wonen; o regels over activiteiten in het Natuurnetwerk Nederland; o regels ter bescherming van bekende archeologische waarden; o vervangende regels voor de voorbeschermingsregels over grondwaterkwaliteit van de provincie Zuid-Holland.

Daarmee kunnen deze voorbeschermingsregels vervallen. Een deel van de instructieregels is – net zoals bij sommige instructieregels van het Rijk relevant voor gebiedsgerichte wijzigingen van het omgevingsplan waarin de overige regels uit bestemmingsplannen en de bruidsschat worden vervangen. Deze zullen dan worden verwerkt. Het betreft de volgende instructieregels: o externe veiligheid (paragraaf 7.3.2 (Zuid-Hollandse Omgevingsverordening)); o detailhandel (paragraaf 7.3.9 Zuid-Hollandse Omgevingsverordening); o kantoren (paragraaf 7.3.10 Zuid-Hollandse Omgevingsverordening); o bedrijven (paragraaf 7.3.11 Zuid-Hollandse Omgevingsverordening); o agrarische activiteiten (paragraaf 7.3.15 Zuid-Hollandse Omgevingsverordening); o energie (paragraaf 7.3.21 Zuid-Hollandse Omgevingsverordening).

Corsanr. 25.088277

Pagina 6 van 14

RAADSVOORSTEL (vervolg) Mogelijkheden benutten om kosten te verhalen De Omgevingswet biedt de mogelijk om kosten te verhalen op een initiatiefnemer door middel van regels in het omgevingsplan. Deze mogelijkheid kan worden ingezet als het niet lukt om een anterieure overeenkomst af te sluiten. De basisregeling voorziet hierin. Participatie bij de voorbereiding en zienswijze ter inzage legging In lijn met de participatieverordening en het participatiebeleid zijn bewoners, bedrijven, belangstellenden en overheidsinstanties voordat er een ontwerpwijziging is opgesteld, in de gelegenheid gesteld om fysiek en digitaal informatie in te winnen en inbreng te leveren. Het gesprek tijdens de participatie is gevoerd aan de hand van een voorontwerpwijziging. Met uitzondering van bewoners, hebben overige belanghebbenden van deze mogelijkheid gebruik gemaakt om te reageren op het voorontwerp. In een Nota “Beantwoording Zienswijzen ontwerpwijziging Omgevingsplan gemeente Rijswijk, basisregeling” heeft het college onderbouwd waarom inbreng wel, niet of nog niet heeft geleid of zal leiden tot een aanpassing in de ontwerpwijziging van het omgevingsplan. De ontwerpwijziging en de Nota hebben van maandag 2 juni 2025 – maandag 14 juli 2025 ter inzage gelegen.

Er zijn 4 zienwijzen ontvangen waarmee als volgt is omgegaan: - Van een inwoner over de juridisch borging van realisatie van voldoende parkeergelegenheid; In het omgevingsplan is een vergunningplicht opgenomen voor het toevoegen van een bouwwerk of terrein met parkeerbehoefte. Deze vergunningplicht biedt voldoende mogelijkheden om te sturen op het realiseren van voldoende parkeerbehoefte en de vergunning zelf biedt voldoende grondslag om op de realisatie van parkeervoorzieningen te handhaven. - Van de GGD over een gezonde leefomgeving; De regels waar de GGD een opmerking over heeft of verder bij betrokken wil worden, zijn regels die voorlopig aan een punt onder de Naald worden gekoppeld. Dit is in de toelichting verduidelijkt. Voorlopig is de omschrijving van de begrenzing van het luchtkwaliteitsaandachtsgebied aangepast. Bij een volgende wijziging van het omgevingsplan zal bekeken worden of de begrenzing nog steeds passend is bij het bestuurlijk besluit naar aanleiding van de uitkomst van de regionale gezamenlijke aanpak luchtkwaliteit. - Van de Provincie Zuid-Holland over de landgoedbiotoop; Naar aanleiding van de zienswijze is nader overleg met de provincie gevoerd over de wijze waarop het beste invulling kan worden gegeven aan de regels die zij voorschrijft voor het omgevingsplan met betrekking tot de Landgoedbiotoop.

Uit eerder overleg over het voorontwerp is namelijk gebleken dat de provincie ervan uitging dat nieuwe ontwikkelingen of via een planwijziging of via een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna: BOPA) mogelijk worden gemaakt en dat zij op dat moment betrokken worden. De provinciale instructieregels zijn daarbij altijd van toepassing. De basisregeling bevat echter regels die het bouwen van hoofdgebouwen en andere gebouwen mogelijk maakt met een binnenplanse vergunning, zie onder het kopje “Bouwen”. Dat maakt dat niet altijd meer voor deze activiteit een omgevingsplanwijziging of BOPA nodig is. Als het goed is, is de provincie ook al betrokken bij het gebiedspaspoort of ontwikkelkader als bepaald wordt welke ontwikkeling daar wenselijk is. Bij beoordelen of de omgevingsvergunning staat dan vooral de vraag of het initiatief binnen dit kader past en onder welke voorwaarden de vergunning kan worden verleend. De relevante regels van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening zijn daarom in de basisregeling opgenomen als aanvullende beoordelingsregel bij deze vergunningplichtige activiteit.

Corsanr. 25.088277

Pagina 7 van 14

RAADSVOORSTEL (vervolg) De regels van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening gaan onder meer over klimaatbestendig bouwen. Deels is dit onderwerp in het omgevingsplan geborgd via de eisen aan compenserende waterberging bij nieuwbouw en bij functiewijziging. De aanvullende beoordelingsregel verzekert dat ook andere aspecten van klimaatbestendig bouwen, zoals de toename van watertekorten en langere periodes van hitte, een volwaardige rol spelen bij de beoordeling van aanvragen voor nieuwe hoofdgebouwen of andere gebouwen. Naar aanleiding van haar zienswijze heeft overleg met de provincie plaatsgevonden. Hieruit is gebleken dat de provincie de systeemkeuzes die de gemeente heeft gemaakt voor de basisregeling accepteert en akkoord is met de aanwijzing van Gedeputeerde Staten als adviseur bij de binnenplanse omgevingsvergunning voor activiteiten in de Landgoedbiotoop. In lijn met de keuze voor de Landgoedbiotoop is vervolgens in overleg met de provincie bekeken voor welke binnenplanse vergunningen nog meer een adviesrol voor gedeputeerde staten passend is. De provincie acht het voldoende om adviseur te zijn voor de omgevingsvergunning voor activiteiten in gebieden met bekende archeologische waarden en voor activiteiten in het Natuurnetwerk Nederland. Voor andere omgevingsvergunningen is de provincie dus niet als adviseur aangewezen.

De zienswijzen zijn in de “Nota Beantwoording Zienswijzen ontwerpwijziging omgevingsplan gemeente Rijswijk, basisregeling” samengevat en voorzien van reactie. Deze is als bijlage 2 bij dit besluit opgenomen. •

Van het Hoogheemraadschap Delfland onder andere met betrekking tot de weging van het waterbelang in het omgevingsplan; Het Hoogheemraadschap maakt zich zorgen over de weging van het waterbelang in de basisregeling. Zo had zij graag gezien dat ook alle polderkades en waterlichamen als functies in het omgevingsplan worden aangeduid. In de nota van toelichting van de basisregeling is daarom een extra onderbouwing opgenomen hoe met de weging van het waterbelang is omgegaan en waarom polderkades en waterlichamen niet zijn aangewezen.

Wijzigingen basisregeling ten opzichte van ontwerpwijziging Naast de wijzigingen die zijn aangebracht als gevolg van zienswijzen zijn - op hoofdlijnen - de volgende ambtshalve wijzigingen ten opzichte van de ontwerpwijziging doorgevoerd: - Er zijn een aantal gemeentebrede regels die nu toch nog niet vervangen worden door regels in de basisregeling: o regels over hinderlijk geparkeerde voertuigen worden nu nog niet meegenomen in de basisregeling. Dit zijn regels ter vervanging van: ▪ regels in de Verordening fysieke leefomgeving in hoofdstuk 5 ‘Parkeren en liggen’; ▪ “Beleidsregel ontheffingen voor beoordeling van aanvragen en voor het gebruik van ontheffingen o.b.v. artikel 5.1.7 van de Verordening Fysieke Leefomgeving”; ▪ regels over (brom)fietsen in de APV in artikel 2.51 en 2.52; ▪ Aanwijzingsbesluit grote voertuigen. o regels over ligplaatsen ter vervangen van het “Uitvoeringsvoorschrift ligplaats vaartuigen” worden ook nu nog niet meegenomen. Het is nog niet zover dat deze regels vervangen kunnen worden. De bestaande regels blijven gelden totdat deze regels met een volgende wijziging van het omgevingsplan hierin zijn opgenomen. o Verder worden er regels NEN-normen uit de basisregeling geschrapt inclusief de definities van die normen. Op 1/10/2025 is een wijziging van de Omgevingsregeling in werking getreden waarmee het Rijk de aanwijzing van NEN-normen voor o.a.

gemeentelijke milieuregels uit de bruidsschat naar zich toe heeft getrokken. Het is daarom niet meer nodig om deze regels uit de bruidsschat te vervangen.

Corsanr. 25.088277

Pagina 8 van 14

RAADSVOORSTEL (vervolg) -

-

Net als in de huidige regels in de Erfgoedverordening zijn in de basisregeling regels opgenomen over activiteiten bij gemeentelijke monumenten. In de huidige regels is op voorhand niet duidelijk wanneer er sprake is van een activiteit bij een gemeentelijk monument omdat deze regels overal in de hele gemeente gelden En dat maakt het voor onder andere de initiatiefnemer lastig: moet zijn/haar activiteit nu wel of niet aan deze regels voldoen? Daarom zijn in de basisregeling geometrieën voor gemeentelijke monumenten toegevoegd aan de regels ter vervanging van regels in de Erfgoedverordening en de bruidsschat. Het werkingsgebied van deze regels is dus verkleind. Hiermee is duidelijk waar de regels voor een activiteit bij een gemeentelijk monument gelden maar ook waar deze regels niet gelden. In principe is het perceel waar het monument zich bevindt, als geometrie aan de regel gekoppeld. Hierdoor worden de regels over activiteiten bij gemeentelijke monumenten in het omgevingsloket bij “regels op de kaart” alleen zichtbaar als op het perceel wordt geklikt waarop het gemeentelijk monument staat. En is ook bij de vergunningchecker in het omgevingsloket direct duidelijk dat er in ieder geval sprake is van een activiteit bij een gemeentelijk monument.

De straatnamen van de locaties van standplaatsen uit de notitie “Standplaatsen in de gemeente Rijswijk 2012 zijn in basisregeling overgenomen. Verder zijn omissies in de toelichting en de regels doorgevoerd en toelichtingen verder verduidelijkt.

Deze aanpassingen hebben niet gezorgd voor een fundamentele wijziging van de inhoud van het besluit. 5. Kanttekeningen Voorrangsbepalingen Deze wijziging van het omgevingsplan vervangt een groot aantal regels in gemeentelijke regelingen waaronder verordeningen. Sommige verordeningen worden in z’n geheel vervangen en gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze wijziging van het omgevingsplan ingetrokken. • de Aansluitverordening gemeente Rijswijk; • de Verordening waterbergingsfonds Rijswijk 2022; • de Verordening afvoer hemelwater Rijswijk 2022; • de Verordening doelgroepen woningbouw gemeente Rijswijk; • de Erfgoedverordening Rijswijk 2024. Voor de regels die in bestemmingsplannen en beheersverordeningen staan is een voorrangsbepaling opgenomen. Dat geldt ook voor de regels in de Nota Bodembeheer die in deze wijziging van het omgevingsplan worden vervangen. Deze voorrangsbepaling bepaalt dat de nieuwe regels in het omgevingsplan voorgaan op de regels in de nota zolang deze nog niet is aangepast. Deze aanpassing kan dan vervolgens na het vaststellen van de basisregeling plaatsvinden. Dat geldt ook voor de Welstandsnota. Bij sommige activiteiten waarvoor objectcriteria in de Welstandsnota staan, is straks een vergunning niet langer nodig. Voor deze activiteiten zijn de objectcriteria namelijk als rechtstreeks werkende regels in het omgevingsplan opgenomen.

De Welstandsnota (of: Nota Omgevingskwaliteit) zal hier in de loop van 2026 op worden aangepast. De Algemene Plaatselijke Verordening en de Verordening Fysieke Leefomgeving bevatten echter een aantal regels die in deze verordening blijven staan en niet overgeheveld worden naar het omgevingsplan, omdat deze regels (bij nader inzien) niet (primair) zijn gesteld met het oog op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, maar met het oog op een ander belang, bijvoorbeeld om ervoor te zorgen dat op de markt niet alleen kledingstalletjes komen te staan maar bijvoorbeeld ook groentestalletjes. Bij deze regels over de markt, is het belangrijkste motief ordening van de markt. Dit zijn regels die niet in het omgevingsplan mogen worden opgenomen. Alleen regels die gaan over activiteiten die gevolgen (kunnen) hebben voor de fysieke leefomgeving mogen in het omgevingsplan worden opgenomen.

Corsanr. 25.088277

Pagina 9 van 14

RAADSVOORSTEL (vervolg) Bij het omzetten van de regels uit de Verordening Fysieke Leefomgeving naar het omgevingsplan is gebleken dat er ook nog vergelijkbare regels in de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur staan. Bij het verhuizen van de regels van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur (AVOI) naar de Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) in 2021, is deze verordening niet ingetrokken. Daarnaast is bij het omzetten van de regels uit de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur naar de Verordening Fysieke Leefomgeving, de juridische basis voor collegebesluit “Nadere regels kabels en leidingen Rijswijk” niet meeverhuisd. Omdat in de basisregeling van het Omgevingsplan alleen regels voor kabels en leidingen zijn opgenomen die niet onder de Telecommunicatiewet vallen, moet deze juridische basis in de vorm van de AVOI / VFL blijven voortbestaan op deze onderdelen. Kabels en leidingen die onder de Telecommunicatiewet vallen, mogen volgens de Omgevingswet niet in het omgevingsplan worden opgenomen. De Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur kan daarom niet gelijktijdig met het wijzigen van het omgevingsplan worden ingetrokken omdat dan deze juridische basis vervalt.

Eerst zal in de Verordening Fysieke Leefomgeving deze basis moeten worden gerepareerd en gelijktijdig kan dan ervoor gezorgd worden dat de regels in de Verordening Fysieke Leefomgeving alleen gaan over kabels en leidingen van het openbaar telecommunicatienetwerk en niet langer over alle kabels en leidingen. Risico’s en “parapluverordening” Doordat – zoals bovenstaand geduid – nog niet alle onderliggende verordeningen zijn aangepast, staan er met vaststelling van de basisregeling Omgevingsplan soms gelijkluidende of min of meer gelijkluidende regels op twee plekken (namelijk: in het omgevingsplan én in een verordening die is vastgesteld op grond van de Gemeentewet). Dit is in basis onwenselijk, maar het actualiseren van de verordeningen is een te omvangrijke klus om voor vaststelling van de basisregeling af te ronden. Om te duiden dat de regels uit de basisregeling voorgaan op de betreffende regels uit onderliggende verordeningen, is een generieke voorrangsbepaling opgenomen. Het niet gelijktijdig met vaststelling van de basisregeling omgevingsplan, intrekken of wijzigen van deze verordeningen kan rechtsonzekerheid met zich meebrengen omdat op verschillende plekken vergelijkbare regels staan en bij eventuele verschillen niet in één oogopslag duidelijk is welke regel geldt.

Ook in de uitvoeringspraktijk vraagt dit om extra aandacht en scherpte bij interpretatie van regels in relatie tot elkaar. Omdat de basisregeling echter grotendeels beleidsarm is, levert dat in de praktijk op zichzelf geen probleem op. Regels in de basisregeling en regels in onderliggende verordeningen regelen namelijk in basis hetzelfde, alleen soms op een net iets andere wijze. Op basis van de Verordening Fysieke Leefomgeving is bijvoorbeeld een vergunning nodig voor het kappen van een boom en straks – als de wijziging van het omgevingsplan met de basisregeling in werking treedt – is die vergunning nog steeds nodig. Maar het kan zijn dat er bij andere activiteiten verschillen zijn en dan moet het duidelijk zijn welke regels gelden. Daarom wordt gelijktijdig met dit raadsvoorstel ook een raadsvoorstel voorgelegd tot het vaststellen van een “parapluverordening” die regelt dat de regels in het omgevingsplan bij inwerkingtreding voorgaan op regels die hetzelfde doel hebben in de verordeningen waarop de “parapluverordening” ziet. Daarnaast wordt gelijktijdig met het publiceren van deze wijziging van het omgevingsplan ook een geconsolideerde versie van alle betreffende verordeningen op overheid.nl gepubliceerd zodat duidelijk is voor welke regels de voorrangsbepaling als gevolg van inwerkingtreding van deze wijziging van het omgevingsplan geldt.

Corsanr. 25.088277

Pagina 10 van 14

RAADSVOORSTEL (vervolg) Het komende half jaar zal een project worden gestart om efficiënt en doelgericht de verordeningen waarop de “parapluverordening” ziet te actualiseren, zodat er geen sprake meer is van dubbele regels ten opzichte van de basisregeling omgevingsplan. In een komende raadsvergadering (eerste helft 2026; als de omgevingsplanregels onherroepelijk zijn) wordt dan een raadsvoorstel voor zoveel mogelijk van de betreffende herziene verordeningen ter vaststelling voorgelegd met ook bijvoorbeeld het voorstel om de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur, gelijktijdig in te trekken. Voor de APV geldt wellicht een langere doorlooptijd, vanwege samenloop met meerdere wijzigingen. Bijkomend voordeel van deze werkwijze is dat er geen rechtsvacuüm ontstaat mocht onverhoopt de rechter delen van het wijzigingsbesluit basisregeling omgevingsplan vernietigen als de oude regels al zijn geschrapt. Idealiter zou deze wijziging van het omgevingsplan met de basisregeling gelijktijdig vast gesteld worden met een aangepaste Verordening Fysieke Leefomgeving en Algemene Plaatselijke Verordening waarin de regels zijn geschrapt die in de basisregeling worden vervangen.

Zoals bovenstaand geduid wordt daar echter niet voor gekozen, omdat het aanpassen van de Verordening Fysieke Leefomgeving en Algemene Plaatselijke Verordening naar aanleiding van de basisregeling omgevingsplan een te omvangrijke klus is gebleken om gelijktijdig met het opstellen van de basisregeling uit te voeren. Indien vaststelling van de basisregeling echter verder door wordt geschoven, betekent dit ook uitstel van doorwerkingen van beleid, zoals het bodemenergieplan, nieuwe regels voor terrassen en uitstallingen waaronder de mogelijkheid om een vergunning aan te vragen voor eiland- en bootterrassen. Dit wordt als onwenselijk ervaren. Risico van het later aanpassen van de verordeningen (waaronder de VFL) is bovenstaand geduid en samen te vatten als a) een risico op rechtsonzekerheid en b) onduidelijkheid bij de uitvoering. Ten aanzien van a) geldt dat dit risico als beperkt wordt geduid, juist vanwege het beleidsarme karakter van de basisregeling. Mochten onverhoopt delen van de basisregeling onverbindend worden verklaard in een beroepsprocedure, dan kan worden teruggevallen op de – nagenoeg gelijkluidende – regels uit de verordeningen.

Ten aanzien van b) geldt dat extra wordt ingezet op begeleiding van de uitvoerende teams bij implementatie van de basisregeling en dat het komende half jaar een intensief project wordt opgezet om de verordeningen aan te passen, zodat zo kort mogelijk ‘dubbelingen’ bestaan. Het eventueel later vaststellen van de basisregeling heeft ook gevolgen voor wijzigingen van het omgevingsplan die in voorbereiding zijn. Omdat de gemeente Rijswijk (net als elke gemeente) één omgevingsplan heeft, betekent dit dat iedere wijziging van het omgevingsplan plaatsvindt op de laatst vastgestelde versie. Daarnaast moet er ook rekening gehouden worden met de beperkingen van het plansoftwarepakket dat de gemeente heeft aangeschaft: deze ondersteunt (nog) niet het ‘parallel wijzigen’ van het omgevingsplan. Voor één van de grote gebiedsontwikkelingen in de gemeente is een wijziging in voorbereiding die ervan uitgaat dat de wijziging van het omgevingsplan met de basisregeling eerst wordt vastgesteld. Uitstel van het vaststellen van de basisregeling betekent ook het opschuiven van de voorbereiding van de wijziging van het omgevingsplan voor deze gebiedsontwikkeling.

En dat betekent dat het niet meer gaat lukken om een wijziging van het omgevingsplan vast te stellen voordat het voorbereidingsbesluit voor dat betreffende gebied is afgelopen, met alle risico’s van dien (waaronder fors risico op nadeelcompensatie). Gelet hierop wordt de raad geadviseerd om de vaststelling van de basisregeling niet te laten wachten op aanpassing van de onderliggende verordeningen. Uiteraard is er ook het risico op beroep en een eventuele voorlopige voorzieningen, na vaststelling van deze basisregeling. Het exacte risico hierbij is lastig te duiden, want sterk afhankelijk van onderdelen waartegen beroep wordt ingesteld. Onder het kopje ‘Vervolg’ meer hier over. Corsanr. 25.088277

Pagina 11 van 14

RAADSVOORSTEL (vervolg) 6. Juridisch perspectief Het vaststellen van een samenhangend omgevingsplan dat aan alle wettelijke vereisten voldoet is een verplichting die volgt uit het stelsel Omgevingsrecht. Deze basisregeling is een eerste belangrijke stap daartoe. 7. Financiën Er zijn financiële consequenties en deze in eerste instantie zijn meegenomen in de Kadernota 2026. En vervolgens opgenomen in de ‘Begroting 2026-2029’ onder ‘Omzetten bestemmingsplannen naar omgevingsplannen’. Hiermee zijn de financiële consequenties van deze wijziging van het omgevingsplan met het vaststellen van de basisregeling gedekt. Hiermee is ook de volgende stappen van de transitie gedekt: het gebiedsgericht vervangen van bestemmingsplannen en beheersverordeningen. 8. Vervolg Volgens artikel 16.77b van de Omgevingswet wordt een wijziging van het omgevingsplan niet eerder bekendgemaakt dan nadat twee weken zijn verstreken sinds de dag waarop de wijziging is vastgesteld door de gemeenteraad. Vanaf de datum van bekendmaking start de beroepstermijn van 6 weken. Een belanghebbende kan gedurende deze termijn beroep instellen bij de Raad van State. De wijziging van het omgevingsplan treedt in werking met ingang van 4 weken na bekendmaking. Als beroep wordt ingesteld en een voorlopige voorziening wordt aangevraagd, heeft dit geen schorsende werking.

De volgende stap in de transitie is het gebiedsgericht wijzigen van het omgevingsplan en het vervangen van de overige regels in bestemmingsplannen, beheersverordeningen en de bruidsschat in het omgevingsplan van rechtswege. Dit zijn gebruiksregels die aangeven welke activiteiten waar zijn toegestaan of verboden en bijvoorbeeld welke geluidsniveaus op locaties zijn toegestaan. Hiervoor zijn de komende jaren meerdere planwijzigingen nodig voordat de transitie van het omgevingsplan is voltooid. Voor een aantal gemeentelijke regelingen geldt dat deze als gevolg van vervangende regels in de basisregeling niet in z’n geheel gelijktijdig kunnen worden ingetrokken maar nog moeten worden aangepast. Het gaat dan bijvoorbeeld om de Verordening Fysieke Leefomgeving waarvan een groot aantal regels met deze wijziging van het omgevingsplan worden vervangen, maar een deel ook nog moet blijven voortbestaan. Mogelijk is het vanwege het doel van de regels beter om deze resterende regels toe te voegen aan de APV op het moment dat deze wordt aangepast. 9. Communicatie en Participatie De nieuwe regels van de gemeente worden gepubliceerd in het Omgevingsloket. Daar kan iedereen bij “Regels op de kaart” de nieuwe regels raadplegen. Ook is op deze website voor de meest voorkomende activiteiten een vergunningchecker beschikbaar. Het raadsbesluit wordt gepubliceerd op officielebekendmakingen.nl.

Via de gemeentelijke website zal ook bekendheid worden gegeven aan de nieuwe basisregeling. 10. Wat gebeurt er bij niet (tijdig) beslissen? Voor dit besluit geldt in principe geen fatale termijn. Het doorschuiven van het besluit naar een later moment heeft echter wel gevolgen voor de volgende wijziging van het omgevingsplan, zoals ook geduid onder het kopje ‘kanttekeningen’. Er kan pas een nieuwe wijzigingsprocedure van het omgevingsplan worden gestart wanneer er besloten is op het nu voorliggende wijzigingsbesluit voor de basisregeling.

Corsanr. 25.088277

Pagina 12 van 14

RAADSVOORSTEL (vervolg) Deze wijziging van het omgevingsplan met de basisregeling moet eerst worden vastgesteld voordat de gebiedsgerichte vervanging van de overige regels in bestemmingsplannen, beheersverordeningen en bruidsschat kan worden gestart. De gemeente heeft tot 2032 om deze overige regels te vervangen. Bij de gebiedsgerichte vervanging van deze regels zal de gemeente moeten motiveren hoe zij is omgegaan met de nieuwe Rijksregels over geur, geluid, omgevingsveiligheid en trillingen. De verwachting is dat dit beleidsrijke wijzigingen zullen zijn waarbij belangen van inwoners en bedrijven meer zullen worden geraakt dan bij deze grotendeels beleidsarme omzetting van bestaande regels. Hiervoor zal in de periode tot 2032 dan ook een uitgebreid traject worden doorlopen, inclusief participatie. Hoewel 2032 ver weg lijkt, is de planning strak. Niet (tijdig) vaststellen betekent ook dat doorwerking van beleid, bijvoorbeeld het horeca- en detailhandelsbeleid langer op zich zal laten wachten. En tenslotte heeft niet tijdig vaststellen gevolgen voor onze lopende gebiedsontwikkelingen.

Zonder vastgestelde basisregeling zal de voorbereiding van een wijziging omgevingsplan voor één van de grotere gebiedsontwikkelingen in de gemeente vertraging oplopen, waardoor het niet meer mogelijk is om voor het aflopen van de voor betreffend gebied geldende voorbeschermingsregels een wijziging van het omgevingsplan voor dit gebied vast te stellen. Hierdoor loopt de gemeente een fors risico op nadeelcompensatie. Bijlage(n) - Wijziging Omgevingsplan gemeente Rijswijk, basisregeling - Verordening tot wijziging van verordeningen in verband met de inwerkingtreding van de basisregeling voor het Omgevingsplan gemeente Rijswijk - Nota Beantwoording Zienswijzen ontwerpwijziging Omgevingsplan gemeente Rijswijk, basisregeling d.d. november 2025 Burgemeester en wethouders, de secretaris,

de burgemeester,

P.M. Schuit

H. Sahin

Corsanr. 25.088277

Pagina 13 van 14

RAADSBESLUIT

De gemeenteraad van Rijswijk, Bijeen in openbare vergadering op 16 december 2025 Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 18 november 2025 nr. 25.088276

BESLUIT: 1. Het “Omgevingsplan gemeente Rijswijk” te wijzigen door het wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Rijswijk, basisregeling conform bijlage A vast te stellen; 2. Bijgaande verordening tot wijziging van verordeningen in verband met de inwerkingtreding van de basisregeling voor het Omgevingsplan gemeente Rijswijk vast te stellen 3. gelijktijdig met de inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit de volgende verordeningen in te trekken: • de Aansluitverordening gemeente Rijswijk; • de Verordening waterbergingsfonds Rijswijk 2022; • de Verordening afvoer hemelwater Rijswijk 2022; • de Verordening doelgroepen woningbouw gemeente Rijswijk; • de Erfgoedverordening Rijswijk 2024. 4. dat dit besluit in werking treedt vier weken na bekendmaking ervan; 5. dat het besluit onder 1 wordt aangehaald als Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Rijswijk, basisregeling. Aldus besloten door de Raad van de gemeente Rijswijk, in zijn vergadering van 16 december 2025

De gemeenteraad, de griffier,

de voorzitter,

J.A. Massaar, bpa

H. Sahin

Corsanr. 25.088277

Pagina 14 van 14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=339226bb-b669-47f1-9e5e-01bbac4e5382