CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Vaststelling belastingverordeningen 2026 (RV 25 049)

Raadsvergadering 11 november 2025, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling belastingverordeningen 2026 (RV 25 049)2.139 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL

Raadsvergadering 11 november 2025 Agendapunt nr.

Portefeuillehouder(s) W.J.M. van Damme - Financiën, Economische Zaken, Voorkomen ondermijning, Bedrijfsvoering en Dienstverlening

Corsanr. 25.078248

Beleidsthema Financiën – belastingverordeningen 2026

Aan de Raad, 1. Onderwerp Vaststelling belastingverordeningen 2026. 2. Beoogd effect voorstel Vaststellen belastingverordeningen 2026. 3. Inleiding De Gemeentewet geeft gemeenten de mogelijkheid een limitatief aantal belastingen te heffen. Voordat een belasting kan worden geheven, moet een belastingverordening worden vastgesteld. Hierbij wordt rekening gehouden met eventuele gewijzigde regelgeving, de geschatte inflatiecorrectie, overige kostenstijgingen en de gewenste opbrengst. Bij het opstellen van de belastingverordeningen is rekening gehouden met de uitgangspunten van de conceptbegroting 2026. Deze zijn opgenomen in de paragraaf Lokale Heffingen. 4. Argumenten Het college van burgemeester en wethouders stelt u voor, overeenkomstig bijgaande ontwerpbesluiten, de volgende belastingverordeningen vast te stellen: • • • • • • • • • • •

Verordening Onroerendezaakbelasting 2026 Verordening Riool- en waterzorgheffing 2026 Verordening Afvalstoffenheffing 2026 Legesverordening en tarieventabel 2026 (inclusief bijlage Casadata) Toelichting bij de Verordening op de heffing en de invordering van leges 2026 Verordening Precariobelasting en tarieventabel 2026 Tarieventabel 2026 behorende bij de Verordening parkeerregulering en Parkeerbelasting 2016 Verordening Toeristenbelasting 2026 Verordening Marktgeld 2026 Verordening Liggeld 2026 Verordening Haven- en Kadegeld 2026

Onroerende-zaakbelastingen (OZB) De WOZ-waarden worden jaarlijks opnieuw vastgesteld. Voor het belastingjaar 2026 worden de WOZ-waarden vastgesteld naar de waarde op 1 januari 2025. Ten opzichte van het belastingjaar 2025 (waardepeildatum 1 januari 2024) stijgt de gemiddelde WOZ-waarde voor woningen met ongeveer 10%. Dat betekent dat de gemiddelde WOZ-waarde van een woning in de gemeente Rijswijk voor 2026 afgerond uitkomt op € 393.000. De procentuele waardestijging ligt in lijn met het landelijke gemiddelde. Deze waardestijging leidt zelf niet tot een hogere belastingopbrengst, omdat hiermee rekening wordt gehouden bij het vaststellen van de OZB-tarieven door deze evenredig te verlagen. De gemeente profiteert dus niet van hogere WOZ-waarden. De opbrengst OZB wordt in 2026 verhoogd met de inflatiecorrectie van 2,6%.

Corsanr. 25.078248

Pagina 1 van 6

RAADSVOORSTEL (vervolg) Gemeente Rijswijk heft de OZB bij de eigenaar van een woning of niet-woning. Het aanslagbedrag OZB wordt berekend op basis van een percentage van de WOZ-waarde van een onroerende zaak. De gewenste belastingopbrengst, de WOZ-waarden van de woningen en niet-woningen in Rijswijk en een percentage waarmee deze waarden gemiddeld worden verlaagd naar aanleiding van bezwaarschriften bepalen de hoogte van dit percentage. Om de in de begroting opgenomen opbrengst voor 2026 te realiseren daalt het tarief voor woningen van 0,0770% van de WOZ-waarde in 2025 naar 0,0711% in 2026. Voor niet-woningen daalt het tarief van 0,6521% in 2025 naar 0,6326% in 2026. Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing dient ter dekking van de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Bij de afvalstoffenheffing wordt een gedifferentieerd tarief gehanteerd. De hoogte van de heffing is afhankelijk van het aantal personen per huishouden (één-, twee-, of meerpersoonshuishoudens). De gemeenteraad heeft voor dit systeem van tariefdifferentiatie gekozen op grond van de redenering dat het afvalaanbod hoger ligt bij meer personen per huishouden. Zoals in de Kadernota 2026 is opgenomen wordt door een aangepaste toerekening van de uren de opbrengst van de afvalstoffenheffing structureel bijgesteld.

Hierbij zijn de lasten die zijn toe te rekenen aan de afvalstoffenheffing opnieuw in kaart gebracht. De bodemprocedure tegen de staat voor compensatie van kosten voor het opruimen van lachgascilinders is nog niet afgerond. Daarom wordt de egalisatiereserve van € 132.000 ingezet om de gemeentelijke opruimkosten te dekken. Door de gewijzigde urentoerekening en de inzet van de egalisatiereserve daalt de afvalstoffenheffing gemiddeld met 4%. Het tarief voor het ophalen van grofvuil blijft ongewijzigd op € 17,50. Rioolheffing De rioolheffing wordt geheven om de kosten van het beheer en onderhoud van de afvoersystemen van afvalwater, hemelwater en grondwater te dekken. Het gebruikersdeel van de rioolheffing wordt geheven op basis van het ingenomen water. Hierbij wordt een vastrechttarief gehanteerd met een drempelwaarde van 500 m3. De verwachting is dat nagenoeg alle woningen onder deze drempelwaarde blijven. Belastingplichtigen die meer dan 500 m3 hebben ingenomen, worden naast het vastrecht aangeslagen voor € 1,00 per m3 boven de 500 m3. Het tarief voor één, twee- en meerpersoonshuishoudens stijgt gemiddeld met de gehanteerde inflatiecorrectie van 2,6% Gevolgen voor de woonlasten De woonlasten vormen een graadmeter voor inwoners om te bepalen of de gemeentelijke lasten stijgen of dalen.

De berekening van de woonlasten is gebaseerd op de OZB voor een huiseigenaar bij een gemiddelde WOZ-waarde van € 393.000, de rioolheffing en afvalstoffenheffing. Per categorie huishouden betekent dit dat de woonlasten in 2026 ten opzichte van 2025: • • •

voor een éénpersoonshuishouden gemiddeld dalen met 0,36% voor een tweepersoonshuishouden gemiddeld dalen met 0,59% voor een drie- of meerpersoonshuishouden gemiddeld dalen met 0,79%

Belastingsoort Onroerendezaakbelastingen Afvalstoffenheffing Rioolrecht Totaal Verschil t.o.v. jaar eerder Verschil t.o.v. jaar eerder %

Corsanr. 25.078248

1 persoonshuishouden 2024 2025 2026 € 250,23 € 272,58 € 279,42 € 369,96 € 394,20 € 379,56 € 177,05 € 183,24 € 187,96 € 797,24 € 850,02 € 846,94 -€ 3,08 -0,36%

2 persoonshuishouden Meerpersoonshuishouden 2024 2025 2026 2024 2025 2026 € 250,23 € 272,58 € 279,42 € 250,23 € 272,58 € 279,42 € 444,12 € 473,16 € 455,40 € 532,92 € 567,84 € 546,48 € 196,49 € 203,28 € 208,60 € 220,61 € 228,36 € 234,40 € 890,84 € 949,02 € 943,42 € 1.003,76 € 1.068,78 € 1.060,30 -€ 5,60 -€ 8,48 -0,59% -0,79%

Pagina 2 van 6

RAADSVOORSTEL (vervolg) Legesverordening De kostendekkendheid van de totale legesverordening mag niet hoger zijn dan 100%. Dit houdt in dat de geraamde opbrengsten de geraamde kosten niet mogen overstijgen. In de bijlage bij de Paragraaf Lokale Heffingen is de mate van kostendekkendheid van de Leges verder uitgewerkt, conform vereisten BBV. De leges stijgen in 2026 met de indexatie van 2,6% met uitzondering van de door de wetgever gemaximeerde tarieven. Hoofdstuk 1 Legesverordening In Hoofdstuk 1 is een aantal tarieven wettelijk vastgesteld, zoals het tarief voor akten van de burgerlijke stand. Daarnaast is een aantal tarieven gebonden aan een wettelijk maximum, zoals paspoorten en rijbewijzen. Omdat de tarieven van rijbewijzen nog niet officieel zijn vastgesteld worden deze, wanneer het Rijk de tarieven definitief vaststelt, nog aangepast. Het college is hiervoor door de raad gemandateerd. Verder zijn de tarieven voor de huwelijken meer kostendekkend gemaakt. Kabels en leidingen In paragraaf 1.9, Bijzondere wetten, zijn in artikel 1.32 de diensten in het kader van de Telecommunicatiewet (Kabels en Leidingen) opgenomen. Voor meldingen van niet ingrijpende aard is volgens de Verordening Fysieke Leefomgeving (FLO) geen instemmingsbesluit meer nodig. Voor meldingen zonder instemmingsbesluit mogen geen leges in rekening worden gebracht.

Per 2026 worden deze meldingen daarom niet meer opgenomen in de tarieventabel van de leges. Hoofdstuk 2 Legesverordening Inschatting van het kansenpercentage bij grote bouwprojecten In Hoofdstuk 2 van de legesverordening zijn de grote bouwprojecten opgenomen waarbij de bouwkosten boven de € 1.000.000 bedragen. Voor de lopende bouwplannen is een inschatting gemaakt hoe groot de kans is dat in 2026 een aanvraag kan worden verwacht. Deze kans wordt uitgedrukt in een kansenpercentage. Kansenpercentage aanvragen omgevingsvergunningen Activiteiten met betrekking tot bouwwerken Het gaat hierbij om 12 projecten. Het grootste project heeft € 150 miljoen als geschatte bouwkosten. Dit project alleen al levert € 1 miljoen aan leges op (het maximale legesbedrag dat volgens de tarieventabel leges kan worden opgelegd voor een bouwtechnische omgevingsvergunning en een ruimtelijke omgevingsplanactiviteit). De ontwikkelaar heeft aangegeven dat de aanvraag naar verwachting in het laatste kwartaal van 2026 zal worden gedaan. Bij een onvoorziene vertraging in dit proces, bestaat de kans dat deze aanvraag pas in 2027 zal worden gedaan. Deze baten zullen dan niet in 2026 terecht komen. Dergelijke later ingediende aanvragen, of juist aanvragen die eerder worden ingediend, dan verwacht kunnen leiden tot grote verschillen tussen de begrote baten en de gerealiseerde baten.

Om deze reden is bij de nu ingeschatte projecten een kansenpercentage opgegeven waarmee een risicobedrag is berekend. Rekening houdend met het kansenpercentage Van de € 3,1 miljoen aan baten die worden verwacht in paragraaf 2.3, Activiteiten met betrekking tot bouwwerken, worden € 2,9 miljoen baten behaald met deze 12 grote bouwprojecten als deze allemaal in 2026 worden aangevraagd. Op basis van de opgegeven kansenpercentages is het risicobedrag berekend op € 1.205.000, -. Kortom: de realisatie uit de aanvragen omgevingsvergunningen Activiteiten met betrekking tot bouwwerken zou € 1,2 miljoen lager kunnen zijn dan de nu opgenomen opbrengstraming van € 2,9 miljoen. Genoemd risico is opgenomen in de risicoparagraaf.

Corsanr. 25.078248

Pagina 3 van 6

RAADSVOORSTEL (vervolg)

Toelichting bij tarieventabel parkeren 2026 Parkeerbelasting wordt geheven voor het parkeren op een aangewezen plaats en tijdstip of voor een verleende parkeervergunning. De tarieven van parkeervergunningen en de tarieven voor straatparkeren (automaat en belparkeren) blijven in 2026 gelijk. Dit betekent dat de 1e en 2e parkeervergunning voor bewoners € 70,20 per jaar kost. Voor straatparkeren blijft het tarief € 3,30 per uur in het gebied rond Bogaard stadscentrum, in overige gebieden blijft het tarief € 2,15 per uur. In specifiek aangewezen gebieden rond voorzieningen blijft het tarief € 2,15 per uur, als het kenteken is aangemeld voor het eerste uur € 0,00. Het maximumtarief voor een naheffingsaanslag parkeerbelastingen is landelijk vastgesteld op € 82,00. Op basis van de kostentoerekening en de raming van het aantal naheffingen (50.000) is de kostprijs van een naheffingsaanslag in de gemeente Rijswijk op begrotingsbasis € 67,56. Het tarief voor een naheffingsaanslag is vastgesteld op € 67,50 vermeerderd met het voor de betreffende parkeerplaats geldende tarief van de parkeerbelasting voor het eerste uur. Precariobelasting De precariobelasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond.

Voor de precariobelasting wordt voorgesteld om de tarieven voor terrassen en uitstallingen opnieuw vast te stellen op een tarief van € 0,00. Dit komt voort uit het streven van Rijswijk om een gunstig vestigingsklimaat te creëren voor bedrijven en het verbeteren van de levendigheid van de winkelgebieden. Voor de overige tarieven wordt voorgesteld om deze te verhogen met de geschatte inflatiecorrectie van 2,6%. Reclamebelasting In de Kadernota 2025 is opgenomen dat per 2026 reclamebelasting wordt ingevoerd met een opbrengstraming van € 150.000. De voorbereidingen, implementatie en uitvoeringswerkzaamheden hebben meer voeten in de aarde dan voorzien. Om een zorgvuldige en rechtmatige uitvoering aan deze belasting te kunnen geven wordt voorgesteld om de invoering van deze belasting door te schuiven naar het volgende belastingjaar 2027. Toeristenbelasting Voor overnachtingen door personen die niet in Rijswijk wonen wordt bij degene die het nachtverblijf aanbiedt toeristenbelasting geheven. Voor 2026 wordt voorgesteld om het tarief voor toeristenbelasting vast te stellen op € 3,70 per persoon per overnachting. Dit tarief voor 2026 was al opgenomen in de paragraaf lokale heffingen van de begroting 2025. In de meerjarenbegroting 2024 - 2027 is besloten om het tarief voor 2 achtereenvolgende jaren vast te stellen. Voor belastingjaar 2027 stijgt het tarief naar € 3,80.

Overige belastingen en heffingen Het geschatte inflatiepercentage voor het jaar 2026 is 2,6% en de tarieven worden dan ook met dit percentage verhoogd. Dit betreft de tarieven voor marktgelden, liggelden en haven- en kadegelden.

5. Kanttekeningen n.v.t. 6. Juridisch perspectief De gemeenteraad ontleent haar wettelijke bevoegdheid tot het vaststellen van belastingverordeningen uit artikel 147 van de Gemeentewet. De Gemeentewet regelt welke belastingen door de gemeente mogen worden geheven.

Corsanr. 25.078248

Pagina 4 van 6

RAADSVOORSTEL (vervolg) 7. Financiën De financiële consequenties zijn verwerkt in de conceptbegroting 2026 8. Vervolg n.v.t. 9. Communicatie en Participatie Voorlichting aan de belastingplichtigen via www.officielebekendmakingen.nl en Rijswijk Regelrecht 10. Wat gebeurt er bij niet (tijdig) beslissen? Het doel van het heffen van belastingen is het waarborgen van een financieel gezonde gemeente. Als de belastingverordeningen niet (tijdig) vastgesteld worden zal teruggevallen moeten worden op de belastingverordeningen van het voorgaande belastingjaar. Dit heeft nadelige consequenties voor de financiën van de gemeente.

11. Bijlage(n) -

Vergelijkingstabel tarieven overige belastingen Bekendmaking van raadsbesluiten; Verordening Onroerendezaakbelasting 2026; Verordening Riool- en waterzorgheffing 2026; Verordening Afvalstoffenheffing 2026; Legesverordening en tarieventabel 2026 (inclusief bijlage Casadata); Verordening Precariobelasting en tarieventabel 2026; Toelichting bij de Verordening op de heffing en de invordering van leges 2026 Tarieventabel 2026 behorende bij de Verordening parkeerregulering en Parkeerbelasting 2016; Verordening Toeristenbelasting 2026; Verordening Marktgeld 2026; Verordening Liggeld 2026; Verordening Haven- en Kadegeld 2026.

Burgemeester en wethouders, de secretaris,

de burgemeester,

P.M. Schuit

H. Sahin

Corsanr. 25.078248

Pagina 5 van 6

RAADSBESLUIT

De gemeenteraad van Rijswijk, Bijeen in openbare vergadering op 11 november 2025 Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders, d.d. 14 oktober 2025, nr.

BESLUIT: De verordeningen voor gemeentelijke belastingen en heffingen voor het jaar 2026 vast te stellen. Aldus besloten door de Raad van de gemeente Rijswijk, in zijn vergadering van 11 november 2025

De gemeenteraad, de griffier,

de voorzitter,

J.A. Massaar, bpa

H. Sahin

Corsanr. 25.078248

Pagina 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=dd94268a-8743-4b6c-90f0-4757347bc154