RA 25 068 Reactie op ingediende zienswijzen begroting 2025-2029 SbJH
Tekst van het document
Koninginnegracht 7 2514 AA Den Haag
Aan: de gemeenteraden van Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden- Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer
085-4855417 info@sbjh.nl www.sbjh.nl KvK 78576040 IBAN NL93BNGH0285165585 BTW NL854773976B01
Datum: 4 september 2025 Betreft: Reactie op zienswijzen begrotingswijziging 2025, de conceptbegroting 2026 en de meerjarenbegroting 2027-2029 SbJH
Geachte leden van de raad, Conform de Gemeenschappelijke Regeling Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden hebben wij u op 15 april 2024 de conceptbegrotingswijziging SbJH 2025, de conceptbegroting SbJH 2026 samen met de meerjarenbegroting 2027-2029 met toelichting toegezonden. De gemeenteraden van de regiogemeenten hebben ieder hun zienswijze aangaande de Begrotingswijziging 2025 en de begroting 2026 van het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden (SbJH) bij ons ingediend, waarvoor wij u erkentelijk zijn. Ook zijn we dankbaar voor de waardering die is uitgesproken voor de inzet van de medewerkers van het Servicebureau. Generiek is in de ingekomen zienswijzen bij de volgende punten een reactie gegeven: 1) Begrotingswijziging 2025 2) Begroting 2026 a. Taakstelling b. Inkoopstrategie Jeugdhulp Haaglanden 2027 c. Gevolgen Haags Toekomstperspectief d. Informatiebeveiliging e. MVI f. Gemeenteraadsverkiezingen 2026 In deze brief staan wij dan ook stil bij deze aandachtspunten. Ad 1) Begrotingswijziging 2025 Zoals door het bestuur besloten is de taakstelling ad € 231.000 ingevuld in de begrotingswijziging 2025. Wij zijn erkentelijk voor uw waardering over de wijze waarop wij deze taakstelling hebben mogen invullen.
Ad 2) Begroting 2026 Ad a) Taakstelling
Zoals in de begroting 2026 aangegeven is de taakstellende opdracht ad € 315.000,- niet realistisch voor het SbJH. Zoals u aangeeft in uw reacties worden de gemeenten, vanwege een lagere algemene uitkering uit het gemeentefonds, geconfronteerd met een financiële uitdaging. Voor het SbJH is dit reden geweest om ons te focussen op onze de kerntaken, en daarover ook in gesprek te gaan met de directeuren van de negen deelnemende gemeenten en te bezien welke mogelijkheden er zijn om tot kostenbesparingen te komen. Een aantal structurele bezuinigingen in de formatie van het SbJH zijn mogelijk vanaf het jaar 2026. Bekend is dat de ketencoördinator in het voorjaar van 2026 met pensioen gaat en niet zal worden vervangen. Ook zal, op basis van het afnemen van de aantallen declaraties (gevolg van het Haags Toekomstperspectief) gecombineerd met efficiënter werken (betere ondersteuning in het softwarepakket, aanscherping werkprocessen en een verschuiving van telefonische verzoeken naar mail) in de loop van 2025 één van de vier FTE bij de afdeling declaraties worden ingeleverd. Deze wijzigingen in de formatie zullen ook worden verwerkt in de begrotingswijziging 2026 en de begroting 2027, die wij u in het voorjaar van 2026 zullen aanbieden.
Vanwege een aantal knelpunten in de organisatie is het echter ook noodzakelijk gebleken ook een aantal investeringen te doen in de formatie die in het belang zijn van gemeenten, ook met het oog op de vernieuwing van alle jeugdhulpcontracten in 2027. Het directeurenoverleg (DO) heeft in het voorjaar van 2025 met deze investeringen ingestemd. Deze investeringen worden gefinancierd via de stelpost ad € 500.000 welke in de begroting van het SbJH is opgenomen en die, na een besluit van het DO, gebruikt kan worden om extra taken uit te voeren en te financieren, vooruitlopend op een wijziging van de begroting. Het structurele deel van deze investering wordt verwerkt in de begrotingswijziging van 2026 en in de begroting van 2027 zoals die in het voorjaar van 2026 zullen worden opgesteld en u ter zienswijze zullen worden voorgelegd. U vraagt om voorstellen met extra opties om tot bezuinigingen te komen. Het Servicebureau zal als onderdeel van de inkoop 2027 bezien welke verbeteringen mogelijk zijn. De wijzigingen in de financiering en bekostiging van aanbieders zal gevolgen hebben voor de werkzaamheden van het servicebureau, maar de aard van omvang valt nog moeilijk te voorspellen omdat de besluitvorming over de inkoop op het moment van schrijven van deze zienswijze nog niet is afgerond.
Ad b) Inkoopstrategie Jeugdhulp Haaglanden 2027 Zoals u weet is het SbJH een uitvoeringsorganisatie. Dit impliceert dat wij meedenken en adviseren in het proces van de inkoop 2027. De beleidskeuzes worden echter via het Programmabureau en de negen deelnemende gemeenten gemaakt. Vervolgens zal het SbJH deze beleidskeuzes omzetten in uitvoering. De impact van de gemaakte keuzes wordt gedurende het proces steeds meer zichtbaar en zal later in
Pagina 2 van 5
het proces leiden tot aanpassingen in het dienstverleningsproces van het SbJH. De informatie over de ontwikkelingen lopen dan ook via de lijn van het Programmabureau en de individuele gemeenten. Hierboven gaven wij al aan, dat het Servicebureau vanuit de door haar gevoelde verantwoordelijkheid in deze een proactieve opstelling richting het Programmabureau en de gemeenten zal kiezen, teneinde hen optimaal te ondersteunen. De gemeente Den Haag verwijst naar het aanvullend financieel risico Jeugdhulp plus. Zoals de gemeente Den Haag terecht opmerkt betreft dit een risico dat primair onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten vallen. Het SbJH heeft, op verzoek van de centrumgemeente (de gemeente Den Haag), ondersteuning verleend in dit proces. De gemeenten stonden aan de lat voor de kosten van afbouw van de gesloten jeugdzorg. De kosten hiervan liep in de tientallen miljoenen. Door samenwerking tussen het Rijk, de betreffende zorgaanbieders, de gemeente Den Haag en het SbJH zijn er diverse bronnen ingezet om deze kosten te vergoeden (met name SPUK en BREN). De inzet dit het SbJH heeft ingebracht in dit proces is vergoed via de € 500 k post in de begroting van het SbJH. Het grootste risico naar de toekomst toe is de opbouw van alternatieven. Onbekend is of de aanwezig gereserveerde middelen toereikend zijn om deze kosten op te vangen.
Ad c) Gevolgen Haags Toekomstperspectief In de reactie op de zienswijzen van 2025 is de volgende tekst opgenomen: “Diverse zienswijzen gaan in op de mogelijke gevolgen van de veranderde situatie binnen de gemeente Den Haag als gevolg van de invoering per 1 januari 2024 van het Haags Toekomstperspectief Jeugd- en Gezinshulp. In het bijzonder zijn vragen gesteld over de mogelijkheid dat de gemeente Den Haag minder diensten gaat afnemen van het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden en minder gaat bijdragen aan het Servicebureau. In dat verband wordt er eveneens door u op gewezen, dat in de risicokaart dit specifieke risico echter niet wordt benoemd. Volgens de door u vastgestelde GR-regeling worden de kosten van het SbJH verdeeld volgens de verdeelsleutel inwonersaantal. Zonder aanpassing van de GR-regeling blijft de huidige verdeelsleutel qua kosten in stand. Aanpassing van de GR-regeling is de verantwoordelijkheid van de gezamenlijke gemeenten en vereist instemming van de gemeenteraden. Zonder uw toestemming wordt de GRregeling niet aangepast. Dit is tevens de reden dat het risico van vermindering afname diensten door de gemeente Den Haag niet in de risicokaart als specifiek risico wordt benoemd.
Binnen de huidige GR-regeling heeft dit risico namelijk niet aanwezig.” In de praktijk blijkt dat het HTP voor de inzet vanuit het Servicebureau verschillende, ook tegengestelde, effecten heeft. Enerzijds is er zoals verwacht sprake van een vermindering van de werkzaamheden (aantallen declaraties). Anderzijds is er echter sprake van een verhoging van de inzet: afwikkelen van de declaraties welke door de onderaannemers van de consortia bij de gemeente Den Haag worden
Pagina 3 van 5
ingediend, vragen vanuit zorgaanbieders over grijze gebieden tussen het HTP en de inzet van jeugdhulp vanuit de regionale producten et cetera. Het SbJH werkt uiteraard van harte mee aan het onderzoek op dit onderwerp dat de gemeente Den Haag momenteel uitvoert. Wij hebben begrepen dat het onderzoek in het 4e kwartaal 2025 zal worden afgerond. Ad d) Informatiebeveiliging In uw zienswijzen geeft u terecht aan dat het onderwerp informatiebeveiliging onvoldoende is uitgewerkt in de begroting 2026. In paragraaf 2.2 van de definitieve begroting 2026 hebben we de door u verzochte toelichting nu opgenomen. Ad e) Maatschappelijk verantwoord inkopen (MVI) Zoals u in uw zienswijzen reeds aangeeft is de relevantie van de MVI doelstelling bij het SbJH minder relevant vanwege de werkzaamheden. Helaas is verzuimd de motivatie op te nemen in de begroting 2026. Onze excuses hiervoor. Die motivatie luidt als volgt. Het SbJH is een uitvoeringsorganisatie. Onze inkopen zijn uit te splitsen in de jeugdzorg, waarbij de contractbepalingen door de gemeenten zijn vastgesteld, en in bedrijfsvoering (zie onze begroting). Het grootste deel van de kosten van de bedrijfsvoering van het SbJH is personeel gerelateerd. Andere grote posten zijn ICT en huisvesting. Zoals u heeft kunnen lezen in de begrotingswijziging 2025 is het SbJH verhuisd van de locatie op het Spui naar de Koninginnegracht te Den Haag.
Bij het maken van de keuze van de nieuwe locatie is uitdrukkelijk ook naar het energielabel gekeken. De nieuwe locatie heeft een A+ label hetgeen beter is dan het energielabel op de oude locatie. Qua reiskostenvergoeding wordt het openbaar vervoer gestimuleerd door een volledige vergoeding (op basis van 2e klasse) voor het reizen met het openbaar vervoer en het opnemen van een vergoeding voor de aanschaf van een fiets in het IKB (mits deze gebruikt wordt voor het reizen van en naar het werk en/of het trein/bus/metro station). Ad f) Gemeenteraadsverkiezingen 2026 In uw zienswijzen verzoekt u ons een overdrachtsdocument en inwerkprogramma op te stellen, zowel voor het nieuwe bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling als voor de nieuwe raadsleden in de gemeenten. Het is gebruikelijk dat het SbJH het nieuwe bestuur meeneemt in de ontwikkelingen en hen uitdrukkelijk op de hoogte brengt wat er speelt.
Pagina 4 van 5
Het is niet gebruikelijk dat het SbJH de raadsleden in deze apart informeert. Dit heeft met name te maken met het gegeven dat het SbJH een uitvoeringsorganisatie is die het door de gemeenten vastgestelde beleid en de door de gemeenten vastgestelde inkoopdocumenten in haar eigen rol tot uiting brengt. Uiteraard is het SbJH ten alle tijden bereid, indien de lokale gemeenteraden dit wensen, om een presentatie te geven over de werkzaamheden die wij uitvoeren namen de negen deelnemende gemeenten. Dit uiteraard in afstemming met de verantwoordelijke wethouder. We geven in overweging om hiervoor de regionale raadsledenbijeenkomsten, die met enige regelmaat vanuit het Programmabureau worden georganiseerd voor de direct bij de portefeuille jeugdhulp betrokken raadsleden, te benutten.
Wij gaan ervan uit hiermee afdoende te hebben geïnformeerd. Het bestuur van het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden Hoogachtend,
L. Bentvelzen Voorzitter
M. Dijns Secretaris
Pagina 5 van 5
BEGROTING 2026
Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden Postbus 12 600 2500 DJ Den Haag Tel 085 4855417 www.sbjh.nl Email: info@sbjh.nl
Begroting 2026
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
1.1
Inleiding
4
1.2
De gemeenschappelijke regeling en haar bestuur
5
1.3
Leeswijzer
5
2
Programmaplan
6
2.1
Inleiding
6
2.2
Programma werkzaamheden Servicebureau
7
2.2.1
Het Servicebureau contracteert
10
2.2.2
Het Servicebureau controleert
11
2.2.3
Het Servicebureau analyseert
12
2.2.4
De kosten van het Servicebureau in beeld
13
3
Paragrafen
15
3.1
Inleiding
15
3.2
Paragraaf weerstandsvermogen
15
3.3
Paragraaf financiering
18
3.4
Paragraaf bedrijfsvoering
19
3.5
Paragraaf Woo
21
3.6
Paragraaf Frauderisico beheersing
21
4
Financiële begroting 2026-2029
22
4.1
Inleiding
22
4.2
Uitgangspunten
22
4.3
Financiële meerjarenbegroting
24
4.4
Algemene dekkingsmiddelen
26
4.5
Bijdrage gemeenten
26
4.6
Reservemutaties
26
5.
Besluit bestuur
27
Pagina 2 van 45
Begroting 2026
Bijlagen
28
Bijlage 1:
Staat van reserves en voorzieningen
28
Bijlage 2:
Voorschotbedragen 2026 e.v.
28
Bijlage 3:
Exploitatie overzicht met toelichting
29
Bijlage 4:
Verschillen tussen begroting 2025 en begroting 2026
31
Bijlage 5:
Begroting oude stijl
32
Bijlage 6:
Inwonersaantallen per gemeente
32
Bijlage 7:
EMU-saldo
33
Bijlage 8:
Meerjarenbegroting op taakveldniveau
33
Bijlage 9:
Risico overzicht SbJH
34
Pagina 3 van 45
Begroting 2026
1
Inleiding
1.1
Inleiding
Voor u ligt de begroting 2026-2029 van de gemeenschappelijke regeling Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden (hierna te noemen het Servicebureau of SbJH). Het Servicebureau is op 24 november 2014 opgericht als Inkoopbureau H10. Volgens artikel 3 van de gemeenschappelijke regeling behartigt het Servicebureau de belangen van de gemeenten op het terrein van de uitvoering van de gemeentelijke contractering in het kader van de Jeugdwet. Op basis van de gemeenschappelijke regeling is een dienstverleningsovereenkomst (DVO) opgesteld tussen het Servicebureau (opdrachtnemer) en de deelnemende gemeenten (opdrachtgever). In de DVO is de hoofdtaak (zoals verwoord in artikel 3 van de gemeenschappelijke regeling) verfijnd naar deeltaken waarmee het Servicebureau belast is in de uitvoering. De DVO is vervolgens in een jaarplan geconcretiseerd. Belangrijkste onderdelen van de uitvoering betreft de contractering van aanbieders die Jeugdhulp leveren aan jeugdigen uit de deelnemende gemeenten, contractmanagement met deze aanbieders, de controle op de declaraties van de aanbieders, de verantwoording daarvan en de data-analyse. De werkzaamheden van het Servicebureau zijn in 2020 voor onbepaalde tijd verlengd en de naamgeving is aangepast van Inkoopbureau H10 naar Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden. Het Servicebureau is een bedrijfsvoering organisatie met één verantwoordelijk bestuur.
Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording moeten gemeenschappelijke regelingen een sluitende meerjarenbegroting aanbieden over het begrotingsjaar en de drie daarop volgende jaren. Deze meerjarenbegroting betreft daarom de periode 2026-2029. De indexatie in de kaderbrief 2026 die het Servicebureau heeft ontvangen wijkt af van de reguliere indexatie. Strikt formeel hoort dan een tabel bijgevoegd te zijn met de veranderingen en de waarde in de oude en nieuwe situatie. Het SbJH zal hier echter, gezien de aanpassingen 2025, niet verder op in gaan. De kaderbrief 2026 bevat tevens een taakstelling. Het SbJH heeft in 2025 (2e begrotingswijziging) en 2026, op basis van een reële inschatting van de kosten, zo goed mogelijk aan deze opgave voldaan. Voor zover de gewenste taakstelling niet is bereikt wordt deze door het SbJH en de aangesloten gemeenten niet reëel geacht.
Pagina 4 van 45
Begroting 2026
1.2
De gemeenschappelijke regeling en haar bestuur
Het doel van de gemeenschappelijke regeling (artikel 3) is het behartigen van de belangen van de gemeenten op het terrein van uitvoering van inkooptaken op taakonderdelen binnen het sociaal domein. Het Servicebureau heeft negen deelnemende gemeenten, namelijk: • Delft • Den Haag • Leidschendam-Voorburg • Midden-Delfland • Pijnacker-Nootdorp • Rijswijk • Wassenaar • Westland • Zoetermeer. Voorschoten is per 1-1-2024 uittreden, maar zal in 2026 voor het laatst nog een bijdrage leveren aan de begroting. Het bestuur bestaat per datum van de begroting uit de volgende leden: Voorzitter: Lid: Lid: Secretaris:
mevr. L. Bentvelzen dhr. H. Bredemeijer mevr. M. Van Bijnen mevr. M. Dijns
(wethouder gemeente Rijswijk) (wethouder gemeente Den Haag) (wethouder gemeente Pijnacker-Nootdorp) (directeur)
Het Servicebureau kent een éénhoofdige directie: mevr. M. Dijns
1.3
Leeswijzer
De hoofdstukken 2 en 3 betreffen de beleidsbegroting, de hoofstukken 4 en verder betreffen de financiële begroting conform de BBV. In hoofdstuk 2 is de inhoudelijke beschrijving van de doelstellingen van het Servicebureau beschreven. In dit hoofdstuk worden de eerste twee Wvragen beantwoord, namelijk “Wat willen we bereiken?” en “Wat gaan we daarvoor doen?”. Tevens wordt globaal aangegeven wat deze zaken zullen gaan kosten. In hoofdstuk 3 staan vervolgens de verplichte paragrafen beschreven, waarna hoofdstuk 4 de financiële begroting met een toelichting op de uitgangspunten en de uiteenzetting van de financiële positie bevat. In hoofdstuk 5 is het besluit van het Bestuur opgenomen. De bijlagen staan in hoofdstuk 6. M. Dijns Directeur Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden 4 september 2025
Pagina 5 van 45
Begroting 2026
2
Programmaplan
2.1
Inleiding
Het Servicebureau voert een van tevoren afgesproken basispakket (gebaseerd op de DVO) voor de negen deelnemende gemeenten uit. Dit pakket is bepaald door de Jeugdwet. Onder Jeugdhulp wordt in dit verband verstaan: Jeugdhulp, Jeugdbescherming en Jeugdreclassering. Hierbij geldt dat de gemeenten verantwoordelijk zijn voor de beleidsvorming. Zij doen dat aan de hand van landelijke kaders, landelijke regelgeving en door invulling te geven aan de eigen (gezamenlijke) beleidsruimte. De algemene doelstelling van het Servicebureau is het behartigen van de belangen van de gemeenten op het terrein van uitvoering van inkooptaken op taakonderdelen binnen het sociaal domein. Een daaruit vloeiende doelstelling is om door gezamenlijke inkoop en afhandeling van de facturering efficiency voordelen (door synergie effecten) te behalen.
Het Servicebureau heeft op basis van de gemeenschappelijke regeling de volgende taken: • Uitvoering van de gezamenlijke inkoop en contractering – dat wil zeggen het bepalen van de wijze van inkoop, de inkoopprocedure en het contract – en aanbiedersmanagement; • Het op verzoek namens gemeenten optreden richting aanbieders om de voorwaarden en eisen, waaronder de overeenkomsten worden afgesloten te harmoniseren (gecombineerde inkoop); • Het op verzoek van een individuele (of cluster van) gemeente(n) contracteren met aanbieders (individuele inkoop en contractering); De bovengenoemde taken zijn uitgewerkt in een DVO, die tussen de deelnemende gemeenten (opdrachtgever) en het Servicebureau (opdrachtnemer) is afgesloten. In de DVO zijn verfijnde afspraken opgenomen tussen opdrachtgever en opdrachtnemer opgenomen. De voornaamste taken (afspraken) zijn: • het afsluiten van contracten met de aanbieders van Jeugdhulp en het bijbehorende contractmanagement; • het ontvangen en beoordelen van de digitale declaraties van de aanbieders; • de gemeenten zijn verantwoordelijk voor de controle op het woonplaatsbeginsel en het afgeven van een zorgtoewijzing.
Het Servicebureau controleert daarna of de ingediende declaratie matcht met de afgegeven zorgtoewijzing (JW301) en de andere contractuele voorwaarden en verzorgd op basis hiervan een betaalbestand ten behoeve van de verantwoordelijke gemeente; • het analyseren van regionale uitgaven;
Pagina 6 van 45
Begroting 2026
• •
het adviseren van gemeenten in het nemen van lokale maatregelen op basis van lokale duiding; regie voeren op de administratieve processen bij de ketenpartners en (beheersings)informatie genereren en ontwikkelen voor sturing en beheersing op de gehele keten (ketencoördinatie). Hiertoe behoort ook de Ontwikkeltafel waarin de gemeenten, SbJH en de aanbieders gezamenlijk de inhoudelijke ontwikkeling van de overeenkomsten bespreken.
De daadwerkelijke inkoop van een zorgtraject vindt plaats binnen de gemeente via de lokale teams door middel van het afgeven van een toewijzing in de vorm van een JW301. De feitelijke betaling van de ontvangen declaraties – van aanbieders van Jeugdhulp – gebeurt, op aangeven van het Servicebureau, door de individuele gemeenten die zelf budgetverantwoordelijk zijn. Het Servicebureau genereert hiervoor in principe wekelijks een betaalbatch. De begroting van het Servicebureau bevat alleen de uitvoeringslasten. Sinds 1 juli 2020 zijn deze taken uitgebreid met het voeren van de administratie voor de Regiobegroting. Dit betreft activiteiten die de 9 gemeenten gezamenlijk aangaan en waar de 9 gemeenten ook gezamenlijk financieel verantwoordelijk voor zijn. De Regiobegroting valt qua kosten onder de uitvoeringskosten van de gemeenten. In het verband met transparantie voert het SbJH de administratie en worden de kosten die gemaakt zijn als bijlage Regiobegroting verantwoord in de jaarrekening van het SbJH met daarbij een eigen controleverklaring. Voor 2026 geldt dat ook de administratie van de projectbegroting inkoop 2027 via het SbJH verloopt. Ook daar worden de kosten verantwoordt via een aparte bijlage in de jaarrekening SbJH met daarbij een eigen controleverklaring (in 2025 is dit ook het geval aangezien het traject in 2025 haar aanvang vindt).
2.2
Programma werkzaamheden Servicebureau
Het Servicebureau is aangemerkt als een bedrijfsvoeringsorganisatie met als doel het behartigen van de belangen van de gemeenten op het terrein van uitvoering van inkooptaken op taakonderdelen binnen het sociaal domein. Dit vormt voor het Servicebureau de basis van het programma dat in 2026 zal worden uitgevoerd. Ter behartiging van de in artikel 3 genoemde belangen is het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden belast met uitvoering van de volgende taken in het kader van de Jeugdwet: • ondersteuning bij regionaal te contracteren jeugdhulp; • coördineren van regionale berichtgeving inzake de jeugdhulp; • leveren van een bijdrage aan de optimalisering van de opgedragen uitvoeringsprocessen; • contractbeheer en contractmanagement; • afwikkelen van het opgedragen declaratie- en betalingsverkeer;
Pagina 7 van 45
Begroting 2026
•
•
leveren van een bijdrage en advies bij de verantwoordingscyclus waaronder het genereren van adequate managementinformatie en informatie voor de planning- en controlcyclus; het op verzoek namens gemeenten optreden richting aanbieders om de voorwaarden en eisen, waaronder de overeenkomsten worden afgesloten te harmoniseren.
In de jaarstukken 2026 zal het Servicebureau binnen dit programma zich verantwoorden over de uitgevoerde taken (afspraken volgens DVO): • het afsluiten van contracten met de aanbieders van Jeugdhulp en het bijbehorende contractmanagement; • het ontvangen en beoordelen van de declaraties van de aanbieders; • de controle op de aanwezigheid van de toewijzing vanuit de gemeente (JW301) en op basis hiervan doorzetten van de desbetreffende declaraties naar de verantwoordelijke gemeente; • het analyseren van de gegevens in samenhang met de gemeentelijke accountgesprekken; • regie voeren op de administratieve processen bij de ketenpartners en (beheersings)informatie genereren en ontwikkelen voor sturing en beheersing op de gehele administratieve keten (ketencoördinatie) • het voeren van de projectenadministratie van de projecten die in de Regiobegroting door de regio zijn geïnitieerd en worden betaald. De kosten van deze Regiobegroting worden verantwoord via de jaarrekening van het Servicebureau. In 2025 en 2026 zal extra inzet vanuit het Servicebureau gevraagd worden om de gemeenten te ondersteunen bij de inkoop 2027. Bovenstaande taken zijn vervat in een uitvoeringsprogramma (= het Jaarplan SbJH en de Begroting SbJH). Het uitvoeringsprogramma bevat meer activiteiten en taken dan initieel was bedacht voor het Servicebureau.
De onderhavige begroting bevat alleen reguliere activiteiten/taken. Voor additionele taken uit hoofde van het uitvoeringsprogramma wordt per programma/project een projectbegroting opgemaakt en afgestemd met de deelnemende gemeenten. De ambitie van het Servicebureau, die voortvloeit uit eerdere evaluaties van het bureau, is gericht op verdergaande professionalisering en operational excellence. Hierbij valt te denken aan het doorontwikkelen van de automatisering, het professionaliseren van de informatievoorziening en het stroomlijnen van de processen in de administratieve ketens lopend van de aanbieders t/m de gemeenten/Servicebureau waarbij het belang van de jeugdige centraal staat. Per 1 januari 2021 is de jeugdhulp in de regio opnieuw ingekocht. Deze inkoop is primair gebaseerd op de ontwikkeling van een resultaatgericht stelsel. Dit stelsel brengt een onbekende/onzekere dynamiek in werkwijzen en de SCOPAFIJTH onderdelen. Op basis van de resultaten van de Ontwikkeltafel kunnen additionele vragen gesteld worden aan het Servicebureau.
Pagina 8 van 45
Begroting 2026
Vooralsnog zullen de extra werkzaamheden die het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden hiervoor moet uitvoeren verrekend worden met een in de begroting opgenomen post ‘Extra taken SbJH’. De nieuwe inkoop 2027 loopt via een apart traject. Benodigde inzet vanuit SbJH buiten de reguliere taken zal bij de projectorganisatie inkoop 2027 in rekening worden gebracht. Door middel van professionalisering en operational excellence streven we naar kostenreductie in de uitvoering. Uit hoofde van het uitvoeringsprogramma wordt invulling gegeven aan maandelijkse accountgesprekken tussen iedere gemeente en het Servicebureau. Door het voeren van accountgesprekken zal het inzicht in de administratieve processen en de voorspelbaarheid en betrouwbaarheid van de geprognotiseerde kosten jeugdhulp per gemeente aanzienlijk toenemen. Hierdoor wordt het effectief inzetten van lokale maatregelen beter gefaciliteerd daar de inzichtelijkheid van de lokale ontwikkelingen verder toeneemt. In dit kader wordt ook druk gewerkt aan verbeteringen van de beschikbare dashboards. Het Servicebureau heeft in overleg met de gemeenten, prestatie-indicatoren ontwikkeld die de kwaliteit en werking van de keten in beeld brengen. Deze indicatoren zijn beschikbaarheid jeugdhulp, naleving declaratieprotocol en naleving contracten.
Informatiebeveiliging en gegevensbescherming Invulling geven aan informatiebeveiliging en gegevensbescherming Naar aanleiding van de BIO-audit in 2023 zijn concrete maatregelen genomen, met als basis de vastgestelde en geïmplementeerde beleidsnota’s ‘Privacybeleid’ en ‘Strategisch Informatiebeveiligingsbeleid 2024-2027’ van het SbJH. Deze nota’s zijn richtinggevend en kaderstellend en worden aangevuld met onderwerpspecifieke beleidsdocumenten voor informatiebeveiliging op tactisch niveau en werkinstructies op operationeel niveau. Ze vormen het fundament onder een betrouwbare verwerking van persoonsgegevens en informatiebeveiliging, en bevatten voor iedere medewerker de benodigde basiskennis. In 2025 en 2026 zal verder worden gebouwd om te (blijven) voldoen aan vereisten met betrekking tot informatiebeveiliging (NIS2, waar de BIO onder valt) en gegevensbescherming (AVG). Belangrijkste risico’s voor informatiebeveiliging en gegevensbescherming en de beheersmaatregelen De afgelopen jaren stegen de risico’s en kosten bij een data- of beveiligingslek flink, met name omdat hackers steeds actiever en slinkser worden. Om de risico’s te verkleinen werken we, naast de technische beveiliging, continu aan het vergroten van bewustzijn bij medewerkers, bijvoorbeeld via kennisdeling, trainingen, monitoring en sturing.
Voor wat betreft de toegang tot applicaties hebben we heldere afspraken gemaakt over autorisaties en daaraan gekoppeld de dataminimalisatie. Tevens is ook structurele inzet voor PO, CISO en FG in de formatie opgenomen, en de rol en verantwoordelijkheid van de proceseigenaren krijgen steeds beter vorm. Hiermee zijn taken en
Pagina 9 van 45
Begroting 2026
verantwoordelijkheden duidelijker belegd en wordt actief op informatiebeveiliging en gegevensbescherming gestuurd. Prioriteit voor het begrotingsjaar: voldoen aan de NIS2 en blijvende focus op AVG De verwachting is dat vanaf het 2e kwartaal 2026 in Nederland de NIS2 in werking zal treden. De NIS2 beschrijft strenge informatiebeveiligings- en continuïteitseisen. Ondanks dat het Servicebureau grotendeels voldoet aan de wettelijke vereisten, vraagt de NIS2 (en daarmee de aangescherpte eisen) een investering om aan de wettelijke zorgplicht en meldplicht volledig invulling te geven. Een extern bureau adviseert en begeleid het SbJH in het opstellen van onder andere beleid en werkinstructies en de implementatie ervan. Ook is vanuit de ketenverantwoordelijkheid de samenwerking met de leveranciers op dit thema verplicht. Met de grootste leveranciers is in 2025 de samenwerking op dit thema al opgestart, in 2026 verbeteren we het leveranciersmanagement met de overige partners. De focus op de AVG zetten we in 2026 verder voort. Dit betreft voornamelijk het onder de aandacht houden van afspraken en werkwijzen rondom gegevensbescherming.
2.2.1 Het Servicebureau contracteert Het Servicebureau is opgericht om overeenkomsten af te sluiten met de aanbieders van jeugdhulp. Voorts voert het Servicebureau reguliere contractmanagementgesprekken met aanbieders met een omzet boven een miljoen euro (en in ieder geval de 14 grootste aanbieders). De gesprekken met de overige aanbieders worden op basis van een risico-analyse gevoerd. Voor 2026 is ten minste het streven om de relevante overige aanbieders (niet zijnde een van de 14 grootste aanbieders) minimaal 1x per jaar te spreken. Door het invoeren van de bestedingsruimte in de inkoop 2021 is hier het signaleren en verwerken van de bestedingsruimte bijgekomen (Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden is Single Point of Contact). Prestatie-indicator Het Servicebureau sluit Realisatie contracten af met de 2024 aanbieders van Jeugdhulp en voer het bijbehorende contractmanagement uit Aantal aanbieders 188 Aantal contracten in beheer 2.269 Aantal contracten afgelopen 9 Aantal kwartaalgesprekken 41 top 14 aanbieders Aantal gesprekken met 120 overige aanbieders
2026
2027
2028
2029 Bron
175 2.150 100
175 2.150 100
175 2.150 100
175 Zorgned 2.150 Zorgned 100 Zorgned
56
56
56
56 Contractmanagement
150
150
150
150 Contractmanagement
Pagina 10 van 45
Begroting 2026
Daarnaast heeft iedere zorgaanbieder met een omzet op H9-niveau boven € 500k (met uitzondering van de GI’s) bij Den Haag en voor de gehele regio een bestedingsruimte ontvangen. Deze kan gedurende het jaar worden aangepast. Dit maakt onderdeel uit van de resultaatovereenkomst.
2.2.2 Het Servicebureau controleert Het Servicebureau ontvangt de declaraties van aanbieders voor de geleverde zorg. Het Servicebureau zet de goedgekeurde declaraties binnen 10 werkdagen door naar de verantwoordelijke gemeente middels een SEPA-bestand. Alvorens de declaraties worden doorgezet naar de verantwoordelijke gemeente beoordeelt het Servicebureau de declaraties op een aantal formele en materiele aspecten (niet limitatief hieronder opgenomen): • Is de declarerende aanbieder gecontracteerd? • Wordt het gecontracteerde tarief en product gedeclareerd? • Is voor de gefactureerde zorg een actieve toewijzing aanwezig? • Valt de gedeclareerde zorg binnen de toekenning (Q-controle)? • Is de declaratie tijdig ingediend? • Is de gefactureerde periode conform de toewijzingsperiode? • Bevat ZorgNed de juiste en actuele gegevens (bankrekeningnummer etc.) van de aanbieder? De kwaliteit en implementatie binnen de gemeentelijke processen heeft invloed op de noodzakelijke bezetting binnen het SbJH. Prestatie-indicator Het Servicebureau ontvangt Realisatie en beoordeelt de declaraties 2024 van aanbieders en zet de declaraties door naar de verantwoordelijke gemeente Percentage (%) van de afgehandelde factuurregels binnen de gestelde termijn (10 werkdagen)
99,5%
2026
> 90%
2027
>90%
2028
>90%
2029 Bron
>90%
Zorgned
Ter indicatie: Van de 323.655 declaratieregels die in 2024 zijn ingediend zijn uiteindelijk 18.236 regels afgekeurd en 305.419 regels goedgekeurd. Hiermee is 94,37% van het aantal ingediende declaratieregels goedgekeurd (al dan niet handmatig). Volgens de regels binnen het landelijk berichtenverkeer moeten de gemeenten binnen 10 dagen reageren op de ingediende declaratieregels. Met een realisatie 2024 ad 99,49% is deze prestatie-indicator ruimschoots gehaald.
Pagina 11 van 45
Begroting 2026
Binnen het contract met onze zorgaanbieders is afgesproken dat betaling binnen 30 dagen plaatsvindt. Vandaar dat er afspraken zijn gemaakt tussen het Servicebureau en de deelnemende gemeenten dat, vanaf het moment dat het Servicebureau de sepa verzend naar de gemeenten, de gemeenten 5 werkdagen de tijd hebben om deze sepa te betalen. Op basis van deze afspraak streeft het Servicebureau ernaar om het proces van ingediende declaratie naar verzending van de sepa binnen 20 dagen af te wikkelen. In 2024 is in 98,99% van de gevallen de goedgekeurde declaratie binnen de gestelde termijn van 20 dagen via een sepa aangeboden aan de gemeenten. Daar waar niet aan deze termijn is voldaan betreft het, over het algemeen, verrekeningen met openstaande creditnota’s.
2.2.3 Het Servicebureau analyseert Het declaratieproces (ontvangen en controleren) wordt uitgevoerd door het Servicebureau. Uit dit declaratieproces destilleert het Servicebureau gegevens die geanalyseerd worden voor de informatiebehoefte op verschillende niveaus (contractmanagement, lokale teams, BVO, beleid en DO). Een evident onderdeel van de informatiebehoefte is een kostenprognose jeugdhulp voor het begrotingsjaar. De informatie wordt door middel van verschillende kanalen gedeeld met de gemeenten: • Accountgesprekken: dit is een maandelijks1 gesprek tussen gemeente en het Servicebureau; • Prognoses en andere informatie: Het Servicebureau stelt maandelijks een prognose van de kosten jeugdhulp op voor het gehele begrotingsjaar. De prognose wordt via het directeurenoverleg Jeugd met de gemeenten gedeeld. • Ook hier geldt dat de resultaten van de Ontwikkeltafel en de daarop aangepaste werkwijzen nog niet in deze begroting zijn verwerkt maar separaat zullen worden gerealiseerd via de Regiobegroting. Prestatie-indicator Het Servicebureau analyseert Realisatie gegevens en signaleert de 2024 verschillen met voorgaand jaar Aantal accountgesprekken 86 met gemeenten Aantal prognoses jeugdhulp 11 voor het begrotingsjaar Accountantsverklaring bij 1 uitnutting
1
2026
2027
2028
90
90
90
90 Contractmanagement
10
10
10
10 Geleverde bouwblokken
1
1
1
1 Geleverde bouwblokken
2029 Bron
In de eerste maanden van het jaar en in de zomervakantie wordt hierin geprioriteerd.
Pagina 12 van 45
Begroting 2026
2.2.4 De kosten van het Servicebureau in beeld Het Servicebureau heeft zelf maar 1 programma waarvoor zij werkzaam is (Jeugd). Tevens worden verplicht lasten onder Overhead en onvoorzien verantwoord.
Onderdeel (x € 1.000) Lasten (begroot) Baten (begroot) Programma Jeugd € 4.729 € 5.693 Overhead* € 964 Onvoorzien € Algemene dekkingsmiddelen** € bedrag heffing vpb nvt*** * Hieronder is apart een overzicht overhead opgenomen ** Het Servicebureau heeft geen algemene dekkingsmiddelen ontvangen (zodoende geen apart overzicht) ** De GR voert geen VPB-plichtige activiteiten uit Het totaal van de lasten in bovenstaande verplichte uitsplitsing is € 5.693k conform de baten. Omdat het Servicebureau geen algemene dekkingsmiddelen ontvangt wordt geen overzicht verstrekt. Dit geldt tevens voor de heffing vennootschapsbelasting.
Pagina 13 van 45
Begroting 2026
De post onvoorzien is na begrotingswijziging 2023 begroot op € 0k. Voor de overhead geldt het volgende overzicht: Overhead (€ x 1.000)
Personele formatie Uitvoering basis taken inkoop/ contract en leveranciersmanagement Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering (excl. huisvesting en ict) Automatisering (ICT) Automatisering (ICT) (inclusief financieel administratief systeem) Projecten Projecten Huisvesting Huisvesting (inclusief werkplek, schoonmaak en belasting) Subtotaal Totaal overhead
€
2026 2027 2028 444 € 444 € 444 €
2029 444
€
219 €
219 €
249 €
219
€
175 €
175 €
175 €
175
€
-
-
-
-
€
126 €
126 €
126 €
126
€
964 €
964 €
994 €
964
€
964 €
964 €
994 €
964
€
€
€
Percentage overhead is 16,9%. Het gemiddelde binnen de gemeenten was 31,7%. Door wijziging van de BBV is de definitie overhead aangepast. Het bovenstaande overzicht is conform de nieuwe definitie.
Pagina 14 van 45
Begroting 2026
3
Paragrafen
3.1
Inleiding
In het Besluit Begroting en Verantwoording zijn zeven verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal relevant voor het Servicebureau. Om die reden worden de paragrafen lokale heffingen, grondbeleid, onderhoud kapitaalgoederen en verbonden partijen niet genoemd.
3.2
Paragraaf weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate het Servicebureau in staat is tegenvallers op te vangen. 1. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen; a. De weerstandscapaciteit; zijnde de middelen en de mogelijkheden waarover het Servicebureau beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. b. Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiele betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. 2. De paragraaf betreffende het weerstandvermogen bevat ten minste: a. Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit b. Een inventarisatie van de risico’s c. Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de mate aan waarin het Servicebureau middelen beschikbaar heeft om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat het beleid veranderd moet worden. Het Servicebureau heeft geen afgezonderd weerstandsvermogen. Onverwachte tegenvallers dienen direct gemeld te worden bij het bestuur, waarna gezamenlijk en in overleg met de negen gemeenten bekeken wordt hoe deze tegenvallers op te lossen. Financieel technisch zijn de negen gemeenten verantwoordelijk voor eventuele tegenvallers.
Weerstandscapaciteit (=beschikbare vermogen) De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden om niet begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, op te kunnen vangen. Tot de aanwezige weerstandscapaciteit van het Servicebureau worden de reserves gerekend.
Pagina 15 van 45
Begroting 2026
Post (x € 1.000) I/S Algemene Reserve Incidenteel Post Onvoorzien Structureel Totaal
2024 2025 2026 2027 € 199 € 199 € 199 € 199 € - € - € - € € 199 € 199 € 199 € 199
Na uitnutting van deze capaciteit is het Servicebureau op de bijdrage van de deelnemers aangewezen. De gekwantificeerde risico’s dienen op de weerstandscapaciteit in mindering te worden gebracht. Risico’s (=benodigde vermogen) In 2025 heeft het Servicebureau op verzoek van de gemeenteraden een risico-analyse opgesteld. Deze analyse (gedaan via NARIS) bestaat uit 2 onderdelen: 1. Risico’s die SbJH in eerste instantie via haar bedrijfsvoering dient op te vangen 2. Risico’s die SbJH ziet, maar die primair voor rekening en risico zijn van de deelnemende gemeenten. Beide risico’s zijn uitgewerkt en in de analyse meegenomen. Uiteindelijk is door middel van simulatie bepaald welke risico’s gelopen worden en welk weerstandsvermogen daartoe benodigd is. Dit ziet er als volgt uit: Risico’s die SbJH in eerste instantie via haar bedrijfsvoering dient op te vangen
Risico’s die SbJH ziet, maar die primair voor rekening en risico zijn van de deelnemende gemeenten.
Pagina 16 van 45
Begroting 2026
N.B. een aanvullend risico Jeugdhulp plus is vastgesteld dat mogelijk nog niet vanuit derden is afgedekt. Wij hebben dit risico met haar grote impact, maar met een klein risico meegenomen in deze berekening. Het betreft risico nummer 24 in bijlage 9 met een gemiddelde impact ad € 99.500. De details die onder deze simulaties liggen zijn terug te vinden in bijlage 9 Risico overzicht SbJH. De waarschijnlijkheid waarbij deze risico’s zich kunnen manifesteren wordt door het Servicebureau ingeschat op de waarde van ‘gemiddeld’ in de bovengenoemde staatjes. Dit komt overeen met een benodigd weerstandsvermogen ad € 1.288k. Dit is een stijging van het risico ten opzichte van de begroting 2025. In de bijlage 9 valt daarbij op dat de stijging voornamelijk wordt veroorzaakt door verhoging van verwachte bestaande risico’s en hun impact. Een eventueel tekort wordt opgevangen door artikel 16 lid 2 van de regeling gemeenschappelijke regeling Servicebureau waarin staat dat de gemeenten verantwoordelijk zijn voor eventuele tekorten op de uitgaven voor de instandhouding van het Servicebureau. Daarnaast zijn er risico’s die niet via het vermogen van het SbJH opgevangen hoeven te worden. Het is voor de gemeenten echter wel van belang dat ze voor haar eigen berekeningen van het weerstandsvermogen met deze risico’s rekening houden.
De waarde voor alle gemeenten gezamenlijk is gemiddeld € 1.693k zoals aangegeven is in het staatje simulatie deelnemende gemeenten hiervoor.
Pagina 17 van 45
Begroting 2026
Kengetallen in relatie tot de financiële functie Kengetal Netto Schuldquote
2026 -9,87%
2027 -9,87%
2028 -9,87%
2029 -9,87%
Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen
-9,87%
-9,87%
-9,87%
-9,87%
Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
5,27% n.v.t. 0,00% n.v.t.
5,27% n.v.t. 0,00% n.v.t.
5,27% n.v.t. 0,00% n.v.t.
5,27% n.v.t. 0,00% n.v.t.
Omdat begrotingstechnisch geen aanpassing van het vermogen wordt verwacht gaan we er van uit dat de eerste 3 kengetallen gelijk blijven aan de uitkomst van 2024. Een aantal posten zijn niet van toepassing, waarbij voor de structurele exploitatieruimte geldt dat deze in de GRstukken is uitgesloten onder gebruikmaking van de financieringsgarantie door gemeenten bij tekorten (zodoende standaard 0,00% gebruikt).
3.3
Paragraaf financiering
Volgens de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden), is elke gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarrekening op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot de kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de renterisiconorm, de verwachte toe- en afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury. Deze paragraaf Financiering bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. Volgens de uitvoeringsregeling bij de Wet FIDO bedraagt de kasgeldlimiet 8,2% van het totaal van de (primitieve) begroting en met een minimum van € 2,5 mln. Het Servicebureau heeft in 2024 het treasurystatuut geactualiseerd.. Hierbij is het uitgangspunt dat het Servicebureau geen leningen aangaat en uitsluitend gebruik maakt van schatkistbankieren. Voorziene investeringen (in ICT) zijn in de begroting opgenomen. In het treasurystatuut is tevens aangegeven dat voor financieringsdoeleinden het gebruik van derivaten niet is toegestaan. Schatkistbankieren Met ingang van 16 december 2013 is de wet Schatkistbankieren voor decentrale overheden in werking getreden.
Deelname van de decentrale overheden aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU-schuld van de collectieve sector (Rijk en decentrale overheden
Pagina 18 van 45
Begroting 2026
gezamenlijk). Iedere euro die decentrale overheden aanhouden in de schatkist, verminderd de externe financieringsbehoefte van het Rijk. Het Servicebureau neemt deel aan het schatkistbankieren. Met de BNG is een structurele afspraak gemaakt dat automatische afroming van het banksaldo boven de € 250k plaatsvindt. Hierdoor voldoet het Servicebureau automatisch aan de Wet FIDO.
3.4
Paragraaf bedrijfsvoering
De paragraaf bedrijfsvoering geeft inzicht in de stand van zaken en realisatie van beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. Een efficiënte, doelmatige en transparante bedrijfsvoering is van essentieel belang om de opgedragen taken uit te voeren. In onderstaande organogram is de structuur van het Servicebureau weergegeven. Organogram
Op basis van de eerder genoemde structuur worden de volgende onderwerpen behandeld.
Pagina 19 van 45
Begroting 2026
Personeel en Organisatie Het Servicebureau heeft per 1 januari 2025 een formatie van 28,3 Fte (zie de verdeling in het organogram). Financieel beheer en Administratieve Organisatie Het Servicebureau kent de nodige verordeningen en kaders. Het Servicebureau heeft in 2024 onder andere de financiële verordening, het treasurystatuut en beschrijvingen van de administratieve organisatie (inclusief beheersmaatregelen) op- en vastgesteld. Planning en Control Het Servicebureau heeft een planning en control cyclus opgezet. De planning en control cyclus is in opzet beschreven en voldoet aan de daaraan te stellen eisen. In de planning en control cyclus is de verantwoording aan het bestuur voorzien. Informatisering en automatisering Voor het inrichten van de ICT is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande systemen. Het Servicebureau heeft ICT middelen aangeschaft voor de uitvoering van de (wettelijke) taken. Het Servicebureau maakt vanaf 1 april 2025 gebruik van een eigen ICT infrastructuur. Voor software pakketten (o.a. voor het jeugdsysteem) en apparatuur (thuiswerkfaciliteiten en telefoontoestellen) is beperkt geld gereserveerd voor eventuele vervanging. Investeringen die niet in de begroting zijn voorzien, worden aan het bestuur voorgelegd. Eventueel wordt tezamen met de deelnemende gemeenten gezocht naar oplossingen.
Ten behoeve van facilitering gemeenten wordt verder ingezet op portalen voor aanlevering van verantwoordingen. Enerzijds wordt hiermee de hoeveelheid handwerk verminderd, en anderzijds zijn deze gegevens sneller beschikbaar te maken ten behoeve van schattingen en dashboards. Dit is een grote wens van de gemeenten. Vanuit de wet- en regelgeving is SbJH druk bezig om de laatste nog openstaande zaken met betrekking tot BIO en NIS2 af te ronden zodat we volledig en toetsbaar aan deze regelgeving voldoen. We liggen hierbij licht achter op ons eigen schema maar verwachten nog steeds in 2025 tot afronding te komen. Investeringen in vaste activa Het Servicebureau is sinds april 2025 op de Koninginnegracht 7 te Den Haag gevestigd. Met deze verhuizing hebben diverse investeringen in vaste activa plaatsgevonden. Deze investeringen worden, conform artikel 13 lid 2 van de Financiële verordening Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden 2024, lineair afgeschreven in een periode van 5 jaar vanaf ingebruikname van de locatie.
Pagina 20 van 45
Begroting 2026
3.5
Paragraaf Woo
De Woo heeft in beginsel betrekking op beleidsvoornemens. Het SbJH is een uitvoeringsorganisatie en mag als zodanig geen beleidsbeslissingen nemen. Het SbJH verstrekt ook niet zelfstandig subsidies waardoor ook dat deel van de wet niet van toepassing is. Wel heeft het SbJH op basis van haar taak de beschikking over persoonlijke gegevens van jeugdigen. Indien een jeugdige echter toegang tot deze informatie wil, dient dit via de gemeente als van toepassing zijnde bestuursorgaan opgenomen te worden.
3.6
Paragraaf Frauderisico beheersing
Gezien het belang van frauderisicobeheersing is besloten dit in een aparte paragraaf te verantwoorden. De frauderisicobeheersing wordt bij SbJH op de volgende manieren ingevuld: -
-
Alle inkoopfacturen verlopen via de goedkeuringsflow waardoor tenminste één persoon voor de prestatie en een ander persoon voor de betaling dient te tekenen. Ook andere betaaldocumenten worden zoveel mogelijk via deze flow afgewikkeld (uitgezonderd zijn de salarisgerelateerde betalingen, de zorgkostenverrekeningen met gemeenten en de gelden die we ophalen vanuit de schatkist). In deze processen is de controle op een andere wijze ingericht: o De salarisgerelateerde betalingen zijn aan te sluiten met de salarisadministratie. o De zorgkostengerelateerde boekingen zijn aan te sluiten met de posten VERGM in de zorgadministratie (Zorgned) o Het ophalen uit de schatkist is te relateren aan de mutatie van het saldo van de rekening schatkistbankieren. Declaraties medewerkers worden alleen betaald indien er onderliggende bewijsmiddelen zijn dat de betreffende zaken ook zijn betaald door de medewerker. Bankbetalingen zijn alléén mogelijk met de handtekening van 2 verschillende, voor de juiste rol bevoegde personen. De afromingsgrens is op € 250k gezet, ruim onder de € 1 mln die het mag zijn. Ook dit om fraude en misbruik te voorkomen. Alle personeelsleden dienen een VOG te leveren. Dit geldt ook voor de externen. Met enige regelmaat wordt de administratie doorlopen om te bezien of er onverklaarbare posten of afwijkingen aanwezig zijn.
Voorgaande zorgt ervoor dat samenspanning benodigd is om eventueel gelden onterecht uit de GR te onttrekken.
Pagina 21 van 45
Begroting 2026
4
Financiële begroting 2026-2029
4.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt de financiële begroting 2026-2029 van het Servicebureau weergegeven. Dit is een begroting die de structurele kosten van het Servicebureau bevat. De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) is op 15 november 2012 ingesteld. De bezoldiging van het personeel van het Servicebureau is op basis van de gemeentelijke CAO (CAR) en blijft onder de WNT-norm. Voor het personeel worden met name de CAR/UWO en de regelingen van de gemeente Zoetermeer dan wel eigen regelingen gehanteerd.
4.2
Uitgangspunten
Voor de begroting hanteert het Servicebureau normaliter de uitgangspunten zoals verwoord in de ‘Kaderbrief begroting 2026 gemeenschappelijke regelingen’. In de kaderbrief is aangegeven dat het toegestaan is om gemotiveerd af te wijken van deze kaderbrief. Het Servicebureau maakt met enige regelmaat gebruik van deze mogelijkheid. Het Servicebureau werkt al jaren op basis van een realistische begroting. Over het algemeen betekent dit dat kleine aanpassingen (zowel positief als negatief) in de begroting verwerkt worden. Het Servicebureau heeft de gevolgen van de Kaderbrief 2026 in beeld gebracht. De gemeenten hebben grof gezegd de volgende wensen: Indexatie t/m 2025 (correctie) 2,1% Indexatie 2026 2,1% Begroting 2026 = begroting 2025 x indexering x 93,8% Het SbJH heeft, mede met het oog op de reeds in 2025 gerealiseerde bezuinigingen tot en met begrotingswijziging 1, vastgesteld dat zij niet in staat is te voldoen aan de wens van de gemeenten. Op basis van de hier voorliggende cijfers en de cijfers begrotingswijziging 2 voor 2025 wordt vastgesteld dat SbJH geen ruimte meer heeft om de gevraagde bezuinigingen te kunnen realiseren. Na afstemming met de gemeenten in de diverse overleggremia is vastgesteld dat de hier voorliggende bezuiniging het maximaal haalbare is. Deze bezuiniging komt neer op € 106k in 2025 + € 59k in 2026 = € 165k.
Afgezet tegen een begrote bijdrage ad € 4.768k vóór indexering is dit een bezuiniging van 3,5%, waarmee de bijdrage 2026 uitkomt op € 4.813k. Gevraagd was om te komen tot een bijdrage ad 4.768 x 104,2% x 93,8% = € 4.660k. Het gat van € 4.813k -/- € 4.660k = € 153k valt niet te realiseren. Dit mede gezien de al bij begrotingswijziging 1 van 2025 gerealiseerde bezuiniging van € 233k.
Pagina 22 van 45
Begroting 2026
Gezien de laatste brief vanuit de toezichthouder leidt een onrealistische begroting direct tot preventieve onder toezicht plaatsing. Het servicebureau voert de taken uit zoals deze zijn opgenomen in de Gemeenschappelijke Regeling en de hierbij opgestelde DVO. De werkzaamheden worden jaarlijks vastgelegd in het uitvoeringsprogramma, zijnde het Jaarplan SbJH en de Begroting SbJH tezamen. Die werkzaamheden overstijgen al jaar en dag in vorm, duur en omvang de initieel aan het servicebureau opgedragen taken. De financiële ruimte in het Programma Jeugd – voornamelijk opgebouwd uit personeelslasten – heeft het tot op heden mogelijk gemaakt om eigen personeel en in te huren externen flexibel en gericht op de door de gemeente gevraagde werkzaamheden in te zetten. Recentelijk is ook de administratie voor het project inkoop 2027 aan de lijst van werkzaamheden toegevoegd. Een vergoeding voor deze werkzaamheden is niet voorzien. De verlaging van de uitgaven aan personeelskosten kan enerzijds worden gerealiseerd door vermindering van werkzaamheden die momenteel zonder gerichte financiering vanuit gemeenten door het SbJH worden uitgevoerd. Anderzijds kunnen de uitgaven verminderd worden door verkleining van de formatie.
Het Servicebureau verwacht overigens dat de gemeenten ook gebruik willen maken van de post “extra taken” ad € 500k ten einde extra ondersteuning vanuit het SbJH op de diverse regionale opgaven te kunnen leveren. Zoals al jaren geldt zal het Servicebureau als goed huisvader ervoor zorgdragen de kosten te minimaliseren. Een eventueel begrotingsoverschot vloeit, zodra de buffer voor het weerstandsvermogen voldoende is, terug naar de gemeenten.
Pagina 23 van 45
Begroting 2026
4.3
Financiële meerjarenbegroting
Het Servicebureau is een kleine en platte organisatie met een beknopte begroting waarbij de kostenposten onder te verdelen zijn in personele kosten, bedrijfsvoering, projecten, huisvesting en ICT. Na oprichting heeft het Servicebureau prioriteit gegeven aan de inrichting van de primaire processen (inkoop, contractmanagement en declaratiecontrole van de Jeugdhulp). In 2024 heeft het Servicebureau de professionalisering van de (interne) bedrijfsvoering gecontinueerd. Hiertoe heeft het Servicebureau in ICT (eigen apparatuur en vervanging software) en (kwalitatief) in medewerkers geïnvesteerd. De verordeningen zijn in 2024 voor een groot deel geactualiseerd, verbeterpunten BIO-evaluatie zijn opgepakt en er wordt nog verder gewerkt aan volledige BIO en Nis2 implementatie. Ook wordt via allerlei portalen informatie beschikbaar gesteld met als doel tijdiger en vollediger informatievoorziening aan de gemeenten. Begroting 2026: Overzicht van baten en lasten inclusief meerjarenraming Begroting 2026 (realistisch en inclusief btw) LASTEN (€ x 1.000)
Personele formatie Uitvoering basis taken inkoop/ contract en leveranciersmanagement Bedrijfsvoering Accountantskosten (GAD) Automatisering (ICT) Automatisering (ICT) (inclusief financieel administratief systeem) Projecten Projecten Huisvesting Huisvesting (inclusief schoonmaak en belasting) Subtotaal Overhead Extra taken SbJH, bestuurlijk afgestemd (lasten) Onvoorzien Totaal
€
2026 3.263 €
2027 3.263 €
2028 3.263 €
2029 3.263
€
201 €
201 €
201 €
201
€
701 €
701 €
701 €
701
€
63 €
63 €
63 €
63
€
-
€
-
€
-
€
-
€ € € € €
4.229 964 500 5.693
€ € € € €
4.229 964 500 5.693
€ € € € €
4.229 994 500 5.723
€ € € € €
4.229 964 500 5.693
€ € € € €
2026 4.813 290 90 500 5.693
€ € € € €
2027 4.813 290 90 500 5.693
€ € € € €
2028 4.843 290 90 500 5.723
€ € € € €
2029 4.813 290 90 500 5.693
Begroting 2026 (realistisch en inclusief btw) BATEN (€ x 1.000)
Dekking exploitatie regulier Bijdragen gemeenten Overige baten Financiële baten en lasten (rente) Extra taken SbJH, bestuurlijk afgestemd (baten) Totaal
In 2028 is de begroting verhoogd met € 30 k t.b.v. de evaluatie van de Gemeenteschappelijke Regeling (elke 3 jaar van toepassing).
Pagina 24 van 45
Begroting 2026
Op basis van de in 2021 uitgebrachte interpretatie incidentele baten en lasten is voor het SbJH geen sprake van incidentele baten- en lasten. Deze zijn zodoende dan ook niet nog eens apart in beeld gebracht. Ook de nadere verduidelijking in 2024 van deze interpretatie heeft niet tot aanpassingen geleid. In de begroting is onder de noemer “extra taken SbJH, bestuurlijk afgestemd” jaarlijks een bedrag ad € 500k opgenomen. Dit zijn middelen die onder regie van het DO Jeugd (Directeuren Overleg) beschikbaar worden gesteld. Het betreft derhalve geoormerkt geld dat uitsluitend ingezet kan worden na een besluit van het DO Jeugd. Jaarlijks wordt alleen het gebruik van het voorgaande jaar aangevuld. De werkelijke jaarlast kan dus ook aanzienlijk minder zijn voor de gemeenten. Op basis van de wijzigingen in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dient de overhead afzonderlijk in de begroting opgenomen te worden. De overhead maakt integraal onderdeel uit van de nominale begroting. De overhead van het Servicebureau in 2026 is € 964k. Dit bedrag wordt als volgt gespecificeerd: Overhead: Overhead (€ x 1.000)
Personele formatie Uitvoering basis taken inkoop/ contract en leveranciersmanagement Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering (excl. huisvesting en ict) Automatisering (ICT) Automatisering (ICT) (inclusief financieel administratief systeem) Projecten Projecten Huisvesting Huisvesting (inclusief werkplek, schoonmaak en belasting) Subtotaal Totaal overhead
€
2026 2027 2028 444 € 444 € 444 €
2029 444
€
219 €
219 €
249 €
219
€
175 €
175 €
175 €
175
€
-
-
-
-
€
126 €
126 €
126 €
126
€
964 €
964 €
994 €
964
€
964 €
964 €
994 €
964
€
€
€
Het Servicebureau heeft een overhead van 16,9% (= €964k/€ 5.693k), terwijl de gemiddelde overhead bij de gemeenten in 2018 op 31,7% lag. (Bron: Binnenlands Bestuur, laatste openbare info). Hierbij dient opgemerkt te worden dat de definitie overhead is aangepast. De overhead van het Servicebureau is volgens deze nieuwe definitie opgezet terwijl het cijfer van de gemiddelde overhead bij de gemeenten nog op de oude definitie is gestoeld.
In de begroting is geen vennootschapsbelasting (VPB) opgenomen omdat het Servicebureau alleen werkzaamheden van algemeen belang uitvoert welke niet VPB-plichtig zijn. Voor 2026 en verder geldt dat alle posten structureel zijn. In 2028 is de overhead € 30k hoger ten behoeve van een 3-jaarlijks onderzoek naar het functioneren van de GR.
Pagina 25 van 45
Begroting 2026
4.4
Algemene dekkingsmiddelen
Het Servicebureau wordt gefinancierd door de negen deelnemende gemeenten. De verdeling van de kosten vindt plaats op basis van het bewonersaantal per 1 januari van het jaar voorafgaande aan de begroting. Dit betreft echter geen algemene dekkingsmiddelen, die zodoende op € 0 zijn gesteld.
4.5
Bijdrage gemeenten
Tabel Bijdragen gemeenten (baten)2 Kostenverdeling naar gemeenten op basis van aantal inwoners (€ x 1.000)
Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer Totaal
2026
€ € € € € € € € € €
Kosten uittredende gemeente (€ x 1.000)
Voorschoten
2027*
446 2.300 317 79 235 246 111 473 526 4.733
€ € € € € € € € € €
2026
€
2028*
454 2.339 322 80 239 250 113 481 535 4.813
€ € € € € € € € € €
2027*
80 €
2029*
456 2.354 324 80 241 251 114 484 538 4.843
€ € € € € € € € € €
2028*
-
€
454 2.339 322 80 239 250 113 481 535 4.813 2029*
-
€
-
In bijlage 6 is een tabel opgenomen met de bewonersaantallen per gemeente op 1-1-2025. Deze tabel is gebaseerd op de gegevens van CBS-Statline d.d. 28-02-2025. Vanwege het uittreden van Voorschoten per 1-1-2024 is deze gemeente apart opgenomen in dit overzicht. In de eerste 3 jaren dragen zijn bij aan een deel van de begroting conform de uittredingsbepalingen. Deze bijdrage is in de begroting ook onder de bijdragen gemeenten verantwoordt. Hierdoor sluit het totaalbedrag ad € 4.813 aan bij het bedrag in de begroting. In de jaarschijf 2028 is een eenmalig bedrag ad € 30k toegevoegd in verband met de evaluatie van de GR. In principe vindt evaluatie iedere drie jaar plaats. De raad van de gemeente Den Haag heeft zijn college verzocht om de gevolgen van het HTP qua werkzaamheden van het Servicebureau in beeld te brengen. Dit onderzoek loopt nog.
4.6
Reservemutaties
Het servicebureau heeft in 2026 geen reservemutaties.
2 Verdeling betreffende de begroting 2026 is op basis van inwonersaantallen per 1 januari 2025. De (kos-
ten)verdeling over 2026 en verder zal worden aangepast op basis van de inwonersaantallen per 1 januari van het jaar voorafgaand.
Pagina 26 van 45
Begroting 2026
5. Besluit bestuur Het bestuur van het Servicebureau;
Gelezen de toezending van de ontwerpbegroting aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan Provinciale Staten van Zuid-Holland; BESLUIT: 1. De begroting van baten en lasten voor het jaar 2026 conform vast te stellen; 2. De meerjarenbegroting van de jaren 2026-2029 voor kennisgeving aan te nemen; 3. De bevoorschotting conform bijlage vast te stellen.
Aldus besloten in de openbare vergadering van het bestuur op 4 september 2025
De voorzitter,
De secretaris,
L. Bentvelzen
M. Dijns
Pagina 27 van 45
Begroting 2026
Bijlagen Bijlage 1: Staat van reserves en voorzieningen Het Servicebureau zal in 2026 geen reservemutaties hebben.
Bijlage 2: Voorschotbedragen 2026 e.v. Kostenverdeling naar gemeenten op basis van aantal inwoners (€ x 1.000)
Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer Totaal
2026
€ € € € € € € € € €
Kosten uittredende gemeente (€ x 1.000)
Voorschoten
2027*
446 2.300 317 79 235 246 111 473 526 4.733
€ € € € € € € € € €
2026
€
2028*
454 2.339 322 80 239 250 113 481 535 4.813
€ € € € € € € € € €
2027*
80 €
2029*
456 2.354 324 80 241 251 114 484 538 4.843
€ € € € € € € € € €
2028*
-
€
454 2.339 322 80 239 250 113 481 535 4.813 2029*
-
€
-
* Verdeling betreffende de begroting 2026 is op basis van inwonersaantallen per 1 januari 2025. De verdeling over 2026 en verder zal worden aangepast op basis van de inwonersaantallen per 1 januari van het jaar voorafgaand . De voorschotbedragen zijn (conform afspraak) inclusief btw. Voor Voorschoten geldt dat zij, vanwege haar uittreden, voor 3 jaar een bijdrage betaald op basis van de afspraken uittreding.