RA 24 013 BIjlage E Weging zienswijzen
Tekst van het document
Gemeente
Strekking zienswijze 1
Verzoek om een artikelsgewijze toelichting bij de regeling
2
In de regeling is bepaald dat het besluit tot verzoek om zienswijzen dezelfde meerderheid of unanimiteit in het AB nodig heeft als dat er nodig is om dat specifieke besluit te nemen. Gevraagd wordt om een toelichting.
3
Voorgesteld wordt om besluiten over strategie, of over investeringen, met significante impact op het samenwerkingsverband voor zienswijze voor te leggen.
4
Verzocht wordt aanvullend te regelen dat participatie slechts mogelijk is na informeren van de raden en nader toe te lichten in welke soort situaties de GR participatie toch zou behoren te organiseren.
Delft
5
Het is de bedoeling de voorlopige uittreedsom te verhogen met 10 procent vanwege de onzekerheid in de raming. Het betreffende artikel 31 lid 11 verwijst naar lid 4 waarin zowel de voorlopige als de definitieve uittreedsom wordt benoemd. Daarmee kan worden gelezen dat de definitieve uittreedsom ook verhoogd moet worden met 10%, wat wij niet wenselijk vinden en bovendien niet is toegestaan.
Wijze van afdoening Een artikelsgewijze toelichting voegen wij toe bij de definitieve regeling. Uw vraag om toelichting heeft ons, nogmaals, aan het denken gezet en we hebben geconcludeerd dat het onnodig is om een besluit tot zienswijzeprocedure over een ontwerpbesluit te bezwaren met een gekwalificeerde meerderheid, ook al vraagt het betreffende ontwerpbesluit zelf wel een gekwalificeerde meerderheid. De regeling is hierop aangepast. Met artikel 8 vierde lid is bedoeld om het Algemeen Bestuur de mogelijkheid te bieden, indien een besluit zich daarvoor zou kunnen lenen, eerst een zienswijze te vragen aan de raden. Uw voorstel nemen we over, artikel 8, vierde lid wordt aangepast zodat dit al volgt komt te luiden: “Het algemeen bestuur kan, aanvullend op de in deze regeling bepaalde onderwerpen, besluiten ten aanzien van voorstellen welke leiden tot ingrijpende gevolgen de raden van de deelnemende gemeenten de mogelijkheid te bieden om een zienswijze in te dienen.” We nemen uw voorstel over. Artikel 9 is aangepast met de toevoeging : “Wanneer het algemeen bestuur besluit tot participatie worden de raden daarover geïnformeerd.” Er is in het verleden geen participatietraject geweest, in de nabije toekomst wordt ook niet voorzien. Met de formulering van het artikel bestaat wel de mogelijkheid. Vooralsnog zijn er geen plannen om nadere uitwerking te geven hieraan.
In het Reglement van Orde van het Algemeen Bestuur zal de mogelijkheid van inspraak door inwoners of belanghebbenden in vergaderingen van het Algemeen Bestuur worden uitgewerkt.
Dit potentiële misverstand nemen we graag weg, ter verduidelijking hebben wij in artikel 31, elfde lid het woord ‘voorlopige’ toegevoegd. In de definitieve uittredesom is geen sprake meer van onvoorziene kosten. De onvoorziene kosten in de voorlopige uittredesom zijn bedoeld om tegenvallers te kunnen opvangen in de aanloop naar het moment van uittreden en het eerste half jaar volgend op het feitelijk uittreden.
PijnackerNootdorp
Rijswijk
6
Kleine kwaliteit
7
Verzoek om meer informatie over de voor- en nadelen van een raadsadviescommissie, met een inzicht in benodigde tijd en capaciteit.
8
Tekstuele wijziging terminologie rekenkamer(commissie).
9
In artikel 8.4 wordt de mogelijkheid de Raden om hun zienswijzen te vragen vastgelegd. Dit wordt voorgesteld zonder dat hier nadere invulling aan wordt gegeven. Deze nadere invulling is noodzakelijk om als Raden ook duidelijk te hebben wat de procedure wordt. We zien graag dat duidelijker is of en hoe de afweging door het Algemeen Bestuur gemaakt wordt. Bijvoorbeeld door het aan artikel 8 toevoegen van de passage: ‘dat het Algemeen Bestuur bij beleidsmatige beslissingen aangeeft of zij een zienswijzeprocedure start, en zo niet waarom niet’.
De taal- en vorm kwesties zijn verwerkt. Wij kunnen u via een separaat proces informeren over de eventuele voor- en nadelen van het instellen van een raadsadviescommissie. Dit passen wij aan in de regeling. De GR GGD en VT Haaglanden is een uitvoeringsorganisatie. In het proces om tot een aangepaste regeling te komen is gebleken dat er de afgelopen periode geen besluiten zijn genomen die voor een aanvullend verplichte zienswijze in aanmerking komen. Met artikel 8 vierde lid is bedoeld om het Algemeen Bestuur juist de mogelijkheid te bieden, indien een besluit zich daarvoor zou kunnen lenen, eerst een zienswijze te vragen aan de raden. Artikel 8, vierde lid is bedoeld om juist de afweging in de breedte te kunnen maken om de raden voor een specifiek besluit de mogelijkheid te bieden een aanvullende zienswijze te vragen. Om aan uw zienswijze recht te doen hebben wij besloten om te verduidelijken dat het slechts gaat om voorstellen met ingrijpende gevolgen.
10
11
Artikel 9 gaat in op de participatiemogelijkheden. Naast participatie bij gemeenteraden vinden wij het belangrijk dat participatie in de gemeenschappelijke regeling is ingericht. Het aangepaste Reglement van Orde (RVO) van het AB is echter nog niet beschikbaar. Wij zien graag dat participatie in het nieuwe RvO concreet vorm krijgt. Graag ontvangen we het concept RVO om te weten hoe de participatie van burgers en belanghebbenden wordt vormgegeven en voordat wij goedkeuring kunnen geven op de nieuwe GR.
Daarnaast verzoeken u artikel 12.1 aan te passen zodat duidelijk is dat informatie zowel schriftelijk als mondeling wordt verstrekt. Op deze manier wordt geborgd dat de gegeven informatie ook terug te vinden is voor alle betrokken college- en raadsleden.
De GR GGD en VT Haaglanden is een uitvoeringsorganisatie, waar geen kaderstellend beleid wordt vastgesteld, zoals ook hierboven beschreven. Een van de vormen van participatie die kan passen bij de GR GGD en VT Haaglanden betreft de mogelijkheid tot inspreken, in het Reglement van Orde van het Algemeen Bestuur is voorzien dat deze vorm van participatie in ieder geval wordt vastgelegd, waardoor inwoners en belanghebbenden kunnen inspreken bij het Algemeen Bestuur. Mocht het Algemeen Bestuur besluiten tot een andere vorm van participatie dan ontvangt uw raad daarvan bericht. Dit is verwerkt in een aanpassing van artikel 9. Het Reglement van Orde wordt in juni vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Door de formulering ‘mondeling of schriftelijk’ wordt beoogt dat uw raad zo snel mogelijk kan worden geïnformeerd. Met de formulering wordt mogelijk gemaakt dat een lid van het Algemeen Bestuur in uw commissievergadering of raadsvergadering ook direct antwoord kan geven op uw
vragen, zonder dat daar een brief of notitie op moet volgen. Uw vragen en de beantwoording van uw vragen in uw raad of commissie wordt vastgelegd via de notulen en zijn daarmee terug te vinden.
Wassenaar
12
Intitulé, verzoek tot aanpassing ‘zoals deze van tijd tot tijd luidt’ naar ‘zoals deze nu luidt of zal komen te luiden’.
Inhoudelijk zeggen beide zinnen hetzelfde. Beide vormen zijn dus mogelijk, het betreft een formulering die inhoudelijk geen impact heeft.
13
Tekstuele wijziging: art.16, eerste lid, verzoek het woord ‘niet’ toe te voegen, om de consensusbepaling bij besluitvorming van het DB kloppend te maken.
Dit passen wij aan in de regeling.