RA 21 096 Bijlage 1 Nota van Bevindingen Privacy in het sociaal domein Rijswijk.pdf
Tekst van het document
Rekenkameronderzoek gemeente Rijswijk Privacy en informatieveiligheid in het sociaal domein Rekenkamer Rijswijk
18 november 2021 Martijn Mussche Shauni Drost 1
Inhoud
Inhoudsopgave AFKORTINGEN EN BEGRIPPENLIJST .................................................................................................................3 1.
INLEIDING ...............................................................................................................................................5 1.1 1.2 1.3 1.4
2.
ACHTERGROND ...........................................................................................................................................5 DOELSTELLING, ONDERZOEKSVRAGEN EN NORMENKADER ....................................................................................6 ONDERZOEKSMETHODEN ..............................................................................................................................8 LEESWIJZER ................................................................................................................................................8
BELEID ....................................................................................................................................................9 2.1 KADERSTELLING PRIVACY EN INFORMATIEVEILIGHEID...........................................................................................9 2.1.1 Privacybeleid ......................................................................................................................................9 2.1.2 Informatiebeveiligingsbeleid............................................................................................................10
3.
PROCESSEN...........................................................................................................................................11 3.1 UITWERKING EN BORGING VAN PRIVACY(BELEID) IN PROCESSEN ..........................................................................11 3.1.1 De AVG en processen in het sociaal domein ....................................................................................13 3.1.2 Zelfevaluatie.....................................................................................................................................13 3.2 IMPLEMENTATIE VAN DE BIO.......................................................................................................................14
4.
ORGANISATIE EN UITVOERING..............................................................................................................15 4.1 4.2 4.3 4.4
ORGANISATORISCHE INBEDDING ...................................................................................................................15 DATALEKKEN ............................................................................................................................................17 TRAINING EN BEWUSTZIJN VAN MEDEWERKERS................................................................................................20 ORGANISATIE IN HET SOCIAAL DOMEIN ..........................................................................................................22
5.
COMMUNICATIE MET INWONERS .........................................................................................................26
6.
RISICO’S EN BORGING PRIVACY.............................................................................................................29 6.1 6.2
7.
MOGELIJKE RISICO’S ..................................................................................................................................29 TOEKOMSTIGE OPGAVEN EN JURIDISCHE ONTWIKKELINGEN ................................................................................31
STURING EN CONTROLE ........................................................................................................................33
BIJLAGE 1. GERAADPLEEGDE PERSONEN........................................................................................................35 BIJLAGE 2. STAND VAN ZAKEN AVG PER ONDERWERP...................................................................................36 BIJLAGE 3. PRIVACY VOLWASSENHEIDSNIVEAUS...........................................................................................40
2
Afkortingen en begrippenlijst Begrip en afkorting
Uitleg
Autorisatiematrix
In een autorisatiematrix is zichtbaar wie binnen de organisatie welke rechten heeft (inzien, bewerken etc.). en voor welke persoonsgegevens die rechten gelden. De matrix legt dus vast wie bij welke gegevens kan en waarom. De toezichthouder op het gebied van privacywetgeving. Voorloper van de BIO.
Autoriteit Persoonsgegevens (AP) Baseline Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten (BIG) Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO)
BIO-SA (Self-Assessment)
Borgingsproduct
Chief Information Security Officer (CISO) Datalek Data protection impact assessment (DPIA)
Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA)
De BIO is een normenkader voor informatiebeveiliging en geeft het basisniveau voor informatiebeveiliging waar alle overheidspartijen aan moeten voldoen. Het is gebaseerd op de actuele, internationale standaarden voor informatiebeveiliging, de ISO 27001 en 27002. De BIO-SA is een krachtig doe-het-zelf instrument om te meten hoe volwassen de organisatie omgaat met informatiebeveiliging. Het is ook een stuurinstrument voor stapsgewijze planmatige verbetering en een krachtig middel voor het vergroten van bewustwording bij management en medewerkers. Het borgingsproduct is een instrument dat gemeenten handvatten geeft om een goede omgang met persoonsgegevens binnen de gehele gemeente te waarborgen. De gemeente kan met het borgingsproduct een ambitieniveau bepalen en laten vaststellen. De proceseigenaren kunnen, met ondersteuning van bijvoorbeeld de privacyofficer, het borgingsproduct gebruiken om periodiek te toetsen waar de gemeente staat. De CISO is verantwoordelijk voor de implementatie van het informatiebeveiligingsbeleid en het toezicht op de uitvoering ervan. Iedere inbreuk op de beveiliging waarbij persoonsgegevens verloren zijn gegaan of ongeoorloofd zijn gewijzigd, verstrekt of ingezien.
Onder de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), de Wet politiegegevens (Wpg) en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) kunnen organisaties verplicht zijn een data protection impact assessment (DPIA) uit te voeren. Dat is een instrument om vooraf de privacyrisico’s van een gegevensverwerking in kaart te brengen. En om daarna maatregelen te kunnen nemen om de risico’s te verkleinen. Het is verplicht wanneer een gegevensverwerking waarschijnlijk een hoog privacyrisico oplevert voor de mensen van wie de organisatie gegevens verwerkt. Dit moet de verwerkingsverantwoordelijke zelf bepalen. U mag in dat geval niet beginnen met het verwerken van gegevens voordat u een DPIA (en indien nodig een voorafgaande raadpleging) heeft uitgevoerd. ENSIA is een gezamenlijk initiatief van de ministeries Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, (voormalig) ministerie van Infrastructuur 3
Functionaris gegevensbescherming1 (FG) Gemeentelijk managementteam (GMT)
Informatiebeveiligingsdienst (IBD) Privacy by Default
Privacy by Design
SUWI SUWInet
Verwerker Verwerkersovereenkomst
Verwerkingsregister
en Milieu, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) om te komen tot een zo effectief en efficiënt mogelijk verantwoordingsstelsel voor informatieveiligheid. Het is per 1 juli 2017 geïmplementeerd. De FG is de interne toezichthouder op de naleving van de AVG binnen de organisatie. Het GMT adviseert het college over de te stellen kaders en is verantwoordelijk voor de nadere uitwerking van het informatiebeveiligingsbeleid binnen die kaders en de sturing daarop. De IBD is onderdeel van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en ondersteunt gemeenten op het gebied van informatiebeveiliging en privacy. Privacy by default kan gezien worden als een onderdeel van privacy by design. Privacy by default vereist dat de standaardinstellingen altijd zo privacy-vriendelijk mogelijk zijn. Er moet voor gezorgd worden dat persoonsgegevens nooit standaard openbaar zichtbaar zijn. De letterlijke vertaling van privacy by design is: gegevensbescherming door ontwerp. Het idee is om al in een vroeg stadium zowel technisch als organisatorisch een zorgvuldige omgang met persoonsgegevens af te dwingen. Het houdt in dat er al bij de ontwikkeling van producten en diensten aandacht moet zijn voor privacy.
Wet Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen Via Suwinet Services kunnen overheidsorganisaties gegevens van burgers en bedrijven digitaal bij elkaar opvragen en naar elkaar sturen. Door gegevens binnen de overheid te delen kunnen burgers sneller en beter worden geholpen en hoeven zij geen gegevens te verstrekken die de overheid al heeft. Suwinet Services zijn primair bedoeld voor UWV, SVB en de gemeentelijke sociale diensten, maar inmiddels maken ook andere overheidsorganisaties gebruik van Suwinet Services. Degene die ten behoeve van de verantwoordelijke persoonsgegevens verwerkt, zonder aan zijn rechtstreeks gezag te zijn onderworpen. In een Verwerkersovereenkomst leggen een Verantwoordelijke en een Verwerker onder andere samenwerkingsafspraken over de verwerking van gegevens vast. In de AVG staan een aantal verplichte maatregelen genoemd waarmee aan de verantwoordingsplicht kan worden voldaan. Een van die verplichtingen is het ‘register van verwerkingsactiviteiten’. Of het register moet worden opgesteld, hangt af van de omvang van de organisatie en het type gegevens dat wordt verwerkt.
.
1
Ook wel ‘’Data Protection Officer’’.
4
1. Inleiding 1.1 Achtergrond Privacy en de bescherming van persoonsgegevens is een belangrijk thema binnen gemeenten. Zo wordt er veel gewerkt met persoonsgegevens van burgers, medewerkers en (keten)partners. Daarnaast is het thema blijvend relevant vanwege nieuwe technologische ontwikkelingen en een steeds meer digitale overheid. De bescherming van persoonsgegevens is onderdeel van een integere dienstverlening en de burger moet erop kunnen vertrouwen dat de gemeente zorgvuldig en veilig met persoonsgegevens omgaat. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van taken in het sociaal domein, zoals taken op het gebied van de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015), de Participatiewet, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening etc. Hierdoor wordt in het sociaal domein meer gewerkt met gegevens dan in andere delen van de gemeentelijke organisatie. Daarbij gaat het veelvuldig om verwerking van gevoelige gegevens zoals medische, financiële en/of strafrechtelijke gegevens. De taken in het sociaal domein worden op verschillende manieren uitgevoerd en gemeenten werken daarbij samen met verschillende organisaties. Het werken met (gevoelige) persoonsgegevens en het delen ervan in verschillende samenwerkingsverbanden brengt (extra) nieuwe privacyrisico’s met zich mee.
Het is van belang dat gemeenten (en andere betrokken partijen) zich hiervan bewust zijn, zo ook de gemeente Rijswijk. In alle gemeenten bestaat er een bepaalde mate van spanning tussen het verlenen van kwalitatief goede en snelle dienstverlening enerzijds en het beschermen van de privacy van burgers anderzijds.2 De invoering van de AVG maakt dat gegevensdeling alleen kan op basis van zes grondslagen.3 De strengere wet- en regelgeving rondom privacy kan ervoor zorgen dat medewerkers binnen het sociaal domein uit angst de regels te overtreden belangrijke informatie niet delen. Dit kan voor inwoners frustrerend zijn, omdat zij door gebrekkige gegevensdeling binnen de gemeente hetzelfde verhaal aan meerdere medewerkers moeten vertellen. Een ander (vergelijkbaar) spanningsveld zit tussen integraal werken en het beschermen van privacy. Door de decentralisaties zijn er ‘schotten’ geplaatst tussen de drie domeinen: jeugdzorg, werk en inkomen en zorg aan langdurig zieken en ouderen. Om integraal te werken kan gegevensdeling tussen deze domeinen noodzakelijk zijn. Denk bijvoorbeeld aan een burger met schuldenproblematiek. Het is goed mogelijk dat deze problematiek bekend is bij de consulenten van het werkbedrijf, maar niet bij medewerkers van een sociaal wijkteam vanwege de wet- en regelgeving rondom privacy. Dit zorgt ervoor dat het integraal werken van de gemeente wordt bemoeilijkt.
Het spanningsveld kan ook andersom werken: gemeenten doen regelmatig een brede uitvraag om multiproblematiek van burgers in kaart te brengen. Hierbij stelt de gemeente vragen over meerdere leefgebieden. De burger kan dit ervaren als een inbreuk op zijn of haar privacy.
NVRR, Handreiking rekenkameronderzoek naar privacy in het Sociaal Domein, november 2020. De grondslagen op basis waarvan persoonsgegevens mogen worden verwerkt voor een organisatie zijn: 1) toestemming van de persoon over wie het gaat; 2) als het wettelijk noodzakelijk is bij het uitvoeren van een overeenkomst; 3) bij wettelijke plichten; 4) als het noodzakelijk is om een taak van algemeen belang of openbaar gezag uit te voeren; 5) als het noodzakelijk is om een gerechtvaardigd belang te behartigen; 6) als het noodzakelijk is om vitale belangen te beschermen. 2 3
5
De rekenkamercommissie wil graag inzicht verkrijgen in hoe de gemeente invulling geeft aan de borging van privacy en de bescherming van persoonsgegevens in het sociaal domein van de gemeente Rijswijk. 1.2 Doelstelling, onderzoeksvragen en normenkader Het doel van dit onderzoek is om inzicht te verkrijgen in de huidige staat van de bescherming van persoonsgegevens bij de gemeente Rijswijk en de gevolgen hiervan, alsmede het formuleren van concrete verbeteracties. De centrale onderzoeksvraag van dit onderzoek luidt dan ook: In hoeverre is de privacy van inwoners en de beveiliging van persoonsgegevens in het sociaal domein van de gemeente Rijswijk gewaarborgd? Deelvragen en normenkader Om de centrale onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden, hebben we enkele deelvragen geformuleerd. Per vraag hebben we ook een of meerdere normen opgenomen. De bevindingen van het onderzoek zijn getoetst aan het normenkader.
Onderzoeksvragen 1. Beleid 1.1 Welke beleidskaders, regels en richtlijnen hanteert de gemeente voor de juridische borging van de privacy van de inwoners? 1.2 In hoeverre voldoet het beleid en de uitwerking in processen binnen de gemeente aan de bepalingen van het basisnormkader Baseline Informatiebeveiliging Gemeenten (BIO) en aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)?
Normen ▪
▪
▪
De gemeente heeft (SMART-opgestelde) beleidskaders, regels en richtlijnen voor het juridisch borgen van de privacy van inwoners; Het beleid en de uitwerking in processen van de gemeente voldoet aan de bepalingen van de BIO; Het beleid en de uitwerking van processen van de gemeente voldoet aan de bepalingen van de AVG.
2. Organisatie en uitvoering 2.1 Hoe is het privacybeleid uitgewerkt en geborgd in processen op de werkvloer en is het beleid duidelijk voor de verantwoordelijke uitvoerders (consulenten)? 2.2 Zijn er casussen waarin sprake is van schending van de privacy van inwoners en hoe is daarmee omgegaan? 2.3 Hoe worden medewerkers betrokken bij en getraind in het borgen van de privacy van de inwoners? 2.4 In hoeverre zijn de functionaris gegevensbescherming (FG), Chief Information Security Officer (CISO), adviseur informatieveiligheid en de privacy adviseur(s) op
▪
▪ ▪
▪
▪
Het privacybeleid van de gemeente is uitgewerkt en geborgd in processen op de werkvloer; Het privacybeleid is duidelijk en werkbaar voor de verantwoordelijke uitvoerders (consulenten); In het geval van privacyschending van inwoners is er een duidelijk ‘stappenplan’ en zijn er verantwoordelijken om de privacyschending op te lossen; De gemeente betrekt medewerkers bij het borgen van privacybeleid door middel van trainingen; De FG, CISO, adviseur informatieveiligheid en privacy adviseur(s) worden in staat gesteld om 6
de hoogte van de geldende kaders, regels en verantwoordelijkheden van de BIO en de AVG?
3. Risico’s en borging privacy 3.1 Welke mogelijke risico’s zijn te onderkennen in de huidige wijze waarop de privacy van de inwoners is geborgd binnen de gemeente? 3.2 Hoe ziet de gemeente erop toe dat de borging van privacy van een voldoende niveau is en blijft, en wordt er geanticipeerd op toekomstige opgaven en juridische ontwikkelingen?
(bijvoorbeeld via trainingen) op de hoogte te blijven van (technologische) ontwikkelingen op het gebied van data en actuele kennis omtrent de BIO/AVG.
▪
▪
▪
De gemeente heeft inzichtelijk welke (mogelijke) risico’s bestaan in de huidige borging van en werkwijze voor privacy; De gemeente anticipeert op en handelt naar alles wat een (potentiële) bedreiging vormt voor het niveau van de borging van de privacy van inwoners; Door middel van (beleids)stukken omschrijft de gemeente een duidelijke visie als het gaat om toekomstige opgaven en juridische ontwikkelingen voor privacy, en heeft de bijbehorende verantwoordelijkheid belegd in de organisatie zodat de visie wordt vertaald naar de praktijk.
4. Communicatie met inwoners 4.1 Hoe communiceert de gemeente naar inwoners over de wijze waarop zij omgaat met persoonsgegevens?
▪
▪
De gemeente communiceert op een duidelijke, transparante en systematische wijze naar haar inwoners toe over privacy en hoe zij daarmee omgaat; De gemeente voldoet aan de informatieplicht zoals vastgelegd in de AVG.
5. Sturing en controle 5.1 Op welke wijze is de raad tot nu toe bij de ontwikkeling van het privacybeleid en informatieveiligheid in het sociaal domein betrokken geweest? 5.2 Op welke manier kan de gemeenteraad het beleid rondom privacy en informatieveiligheid in het sociaal domein controleren en sturen?
▪
▪
▪
De raad is betrokken (geweest) bij de ontwikkeling van het privacybeleid en informatieveiligheid in het sociaal domein, bijvoorbeeld door middel van raadsinformatiebrieven of een privacy expert die aansloot bij een raadsvergadering; Het college brengt de raad in positie om toezicht te houden en te controleren, bijvoorbeeld door regelmatig inzicht te geven in privacyschendingen en geïmplementeerde oplossingen; De raad geeft invulling aan zijn toezichthoudende en controlerende taak (en stelt bijvoorbeeld vragen over de realisatie). 7
Afbakening Het onderzoek richt zich op: ▪ Het privacybeleid en de informatieveiligheid in het Sociaal Domein van de gemeente Rijswijk. Hierbij wordt gefocust op de periode sinds het ingaan van de AVG, sinds 25 mei 2018. Het onderzoek richt zich niet op: ▪ Het privacybeleid en de informatieveiligheid in andere domeinen van de gemeente Rijswijk. 1.3 Onderzoeksmethoden Dit onderzoek vond plaats in de periode maart t/m juni 2021. In het kader van het onderzoek hebben deskresearch en interviews plaatsgevonden. Deskresearch Allereerst heeft er in het kader van dit onderzoek deskresearch plaatsgevonden. Zo zijn er (beleids)documenten van de gemeente Rijswijk, landelijke rapportages en richtlijnen en ook andere rekenkameronderzoeken bestudeerd. Interviews In totaal hebben er zeven interviews plaatsgevonden (zie bijlage 1). In maart 2021 vond er een startgesprek plaats met de manager bedrijfsvoering sociaal domein, met wie ook in april 2021 nog een vervolggesprek heeft plaatsgevonden. Binnen de ambtelijke organisatie is er verder gesproken met de CISO, de FG, de privacy officer en de senior kwaliteitsmedewerker/AVG/BIO. Met deze sleutelpersonen werd gesproken over het beleid en de uitvoering daarvan, de mogelijke risico’s voor gegevensbescherming in Rijswijk, het informatiebewustzijn binnen de gemeente, de communicatie met burgers en de informatievoorziening aan de raad.
Om inzicht te krijgen in de dagelijkse praktijk van het sociaal domein werd er ook gesproken met twee consulenten uit het sociaal domein. Ten slotte is er gesproken met de portefeuillehouder. Met de inzichten die zijn verkregen met behulp van de deskresearch en de interviews wordt het gevoerde beleid en de praktijk van de borging van privacy in Rijswijk beoordeeld aan de hand van het normenkader, en een antwoord geformuleerd op de centrale onderzoeksvraag. 1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het beleid ten aanzien van privacy en informatieveiligheid beschreven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de wijze waarop privacy en informatieveiligheid een plek hebben in de processen en in hoofdstuk 4 de wijze waarop dit is belegd in de organisatie van Rijswijk en meer specifiek het sociaal domein. In hoofdstuk 5 wordt verkend hoe de gemeente communiceert met haar inwoners over (de borging van) privacy en de (mogelijke) gevolgen van privacyregels en informatiebeveiliging. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de risico’s voor de huidige borging van privacy en toekomstige opgaven en ontwikkelingen. Vervolgens wordt in hoofdstuk 7 ingegaan op de informatievoorziening aan omtrent - en de rol van de raad bij - het thema privacy en informatieveiligheid.
In hoofdstuk 8, tot slot, worden de resultaten van dit onderzoek geanalyseerd en worden conclusies getrokken en aanbevelingen geformuleerd voor verdere verbetering van privacy en informatiebeveiliging in het sociaal domein van de gemeente Rijswijk. 8
2. Beleid Van belang is dat het gemeentelijk beleid voldoet aan de wettelijke kaders en de gemeente handelt naar haar wettelijke plichten op het gebied van privacy en informatiebeveiliging. Voorbeelden van plichten die de gemeente heeft, zijn het hebben van privacybeleid, het bijhouden van een verwerkingsregister, het uitvoeren van Data Protection Impact Assessments (DPIA’s) en het opstellen van verwerkingsovereenkomsten. In dit hoofdstuk wordt een antwoord geformuleerd op de volgende onderzoeksvragen: ● Welke beleidskaders, regels en richtlijnen hanteert de gemeente voor de juridische borging van de privacy van de inwoners? ● In hoeverre voldoet het beleid en de uitwerking in processen binnen de gemeente aan de bepalingen van het basisnormenkader Baseline Informatiebeveiliging Gemeenten (BIO) en aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)? 2.1 Kaderstelling privacy en informatieveiligheid De gemeente hanteert de volgende beleidskaders: het privacybeleid en privacyreglement, het informatiebeveiligingsbeleid, het informatiebeleidsplan 2020-2022 en het informatiebeveiligingsplan 2020. Daarnaast hanteert de gemeente de regels en richtlijnen zoals de Borgingscriteria AVG van de Informatiebeveiligingsdienst (IBD), de handreiking AVG van de IBD en VNG en de handreiking introductie aanpak BIO van de IBD.
2.1.1 Privacybeleid Het domeinoverstijgend privacybeleid van Rijswijk trad in mei 2018 in werking en wordt eens per twee jaar geëvalueerd en waar nodig herzien. Middels dit beleid geeft de gemeente richting aan privacy en wil de gemeente laten zien privacy te waarborgen, beschermen en handhaven. De gemeente zorgt ervoor dat privacy gewaarborgd blijft, onder andere door maatregelen op het gebied van informatiebeveiliging, dataminimalisatie, transparantie en gebruikerscontrole. Bij het werken met persoonsgegevens, werkt de gemeente aan de hand van negen uitgangspunten: rechtmatigheid, behoorlijkheid en transparantie, grondslag en doelbinding, dataminimalisatie, bewaartermijn, integriteit en vertrouwelijkheid, delen met derden, subsidiariteit, proportionaliteit en de rechten van betrokkenen.4 Daarmee sluit het beleid aan op de beginselen uit de AVG: behoorlijkheid, transparantie, doelbinding, dataminimalisatie, opslagbeperking, juistheid, integriteit en vertrouwelijkheid. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) deed eerder zes aanbevelingen aan organisaties om hun privacybeleid goed in te richten. Een van de aanbevelingen is: ‘’Wees concreet; een gegevensbeschermingsbeleid is een concrete vertaalslag van de AVG-normen naar de gegevensverwerkingen van een organisatie.
Normen uit de AVG herhalen is niet voldoende’’.5 De gemeente Rijswijk heeft gebruik gemaakt van het VNG Model Privacybeleid en -Reglement voor gemeenten. Het privacybeleidskader en de daarin geformuleerde uitgangspunten van de gemeente Rijswijk heeft een algemeen karakter. Het beleid zoomt niet in op de spelregels die kunnen gelden voor specifieke beleidsterreinen. Daarnaast ontbreekt het aan SMART-opgestelde beleidskaders, regels en Voorbeelden van rechten die betrokkenen (degenen van wie persoonsgegevens worden verwerkt) kunnen uitoefenen zijn: het recht op informatie, het recht op inzage, het recht op rectificatie, het recht op gegevenswissing (vergetelheid), het recht op beperking van de verwerking, het recht op overdraagbaarheid (dataportabiliteit), het recht van bezwaar, het recht niet te worden onderworpen aan geautomatiseerde individuele besluitvorming / profilering. 5 Autoriteit Persoonsgegevens, Zes aanbevelingen voor een privacybeleid, 17 april 2019 (https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/nieuws/zes-aanbevelingen-voor-een-privacybeleid). 4
9
richtlijnen voor het juridisch borgen van privacy van inwoners. De VNG verwijst naar het privacybeleid van de gemeente Leidschendam-Voorburg als voorbeeld.6 Een ander voorbeeld is het privacybeleid van de gemeente Nunspeet.7 Bevindingen - Het privacybeleid van de gemeente is in lijn met de AVG. - De gemeente heeft de normen uit de AVG eenvoudigweg herhaald en niet nader geconcretiseerd. Dit is volgens de AP niet voldoende.
2.1.2 Informatiebeveiligingsbeleid Informatieveiligheid en privacy is onderdeel van het door de raad vastgestelde informatiebeleidsplan 2020-2022 (IBP). Doel van dit IBP is het formuleren van een visie en het inzichtelijk maken van kaders en kwaliteitseisen voor de informatievoorziening bij de gemeente Rijswijk.8 Informatiebeveiligingsbeleid In het informatiebeveiligingsbeleid stelt het college de kaders en geeft het richtlijnen aan de uitvoering over de inrichting van de informatiebeveiliging: welke normen worden gehanteerd en hoe zijn de verantwoordelijkheden verdeeld. Het belangrijkste uitgangspunt van het informatieveiligheidsbeleid is dat de gemeente Rijswijk zich conformeert aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid.9 Voor de ondersteuning van bestuurders bij de uitvoering van goed risicomanagement zijn door de VNG in aanvulling op de BIO de tien bestuurlijke principes voor informatiebeveiliging opgesteld.10 Dit informatiebeveiligingsbeleid wordt minimaal één keer per drie jaar beoordeeld en zonodig bijgesteld. Informatiebeveiligingsplan Binnen de 3-jaarlijkse kwaliteitscyclus van het informatiebeveiligingsbeleid wordt een actieplan (informatiebeveiligingsplan) opgesteld dat gebaseerd is op de zelfevaluatie in de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA). Het plan wordt geschreven onder verantwoordelijkheid van de CISO.
Het plan wordt jaarlijks beoordeeld en waar nodig herzien. Het geeft een overzicht van de te realiseren verbeterpunten waarbij een voorstel voor de aanpak ervan en de opgave van de (coördinerende) actiehouder is benoemd.11 Bevindingen - Er is sprake van kaderstelling in het informatiebeveiligingsbeleid. De gemeente heeft het beleid dat opgesteld is aan de hand van de BIO - uitgewerkt in het informatiebeveiligingsplan.
https://www.informatiebeveiligingsdienst.nl/wp-content/uploads/2019/03/Handreiking-en-voorbeeld-privacybeleid-LeidschendamVoorburg.pdf 7 Privacybeleidskader Gemeente Nunspeet 2020-2024, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2021-101255.html 8 Gemeente Rijswijk, Informatiebeleidsplan 2020-2022. 9 Gemeente Rijswijk, Informatiebeveiligingsbeleid 2020. 10 Zie: https://vng.nl/files/vng/de-10-bestuurlijke-principes-voor_20190109.pdf 11 Gemeente Rijswijk, Informatiebeveiligingsplan 2020. 6
10
3. Processen De gemeente is verantwoordelijk voor het opstellen, uitvoeren en handhaven van het beleid. Van belang om te weten is in hoeverre het privacybeleid is uitgewerkt en geborgd in processen. Hiervoor gelden onder andere de wettelijke kaders van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de Uitvoeringswet AVG.12 Daarnaast is met ingang van 1 januari 2020 de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) van kracht. De BIO is een doorontwikkeling van de Baseline Informatieveiligheid voor Gemeenten (BIG). Hiermee ontstaat één gezamenlijk normenkader voor informatiebeveiliging binnen de gehele overheid, gebaseerd op de internationaal erkende en actuele ISO-normatiek. De volgende onderzoeksvraag komt aan bod in dit hoofdstuk: ● Hoe is het privacybeleid uitgewerkt en geborgd in processen op de werkvloer? 3.1 Uitwerking en borging van privacy(beleid) in processen Privacybescherming is een continu proces. De werkprocessen die persoonsgegevens bevatten moeten getoetst en ingericht worden volgens de beginselen uit de AVG en de uitgangspunten uit het privacybeleid van de gemeente Rijswijk.
Daarvoor heeft de Functionaris Gegevensbescherming (FG) allereerst het 10-stappenplan van de AP geïmplementeerd binnen de gemeente.13 Zo zijn er processen en procedures ontwikkeld, is er een datalekkenregister, een verwerkingsregister, en zijn er mogelijkheden voor inwoners om hun rechten uit te oefenen. Daarnaast zijn er maatregelen ingevoerd zoals bewustwordingsmaatregelen, DPIA’s, Privacy by Design & Privacy by Default, en is er gekeken naar de wijze waarop de gemeente omgaat met toestemming voor gegevensverwerking van betrokkenen. Al de processen en de maatregelen in het sociaal domein - en in het algemeen - zijn van belang om privacy goed te borgen. Dat houdt bijvoorbeeld in dat de systemen ‘’privacy by design’’ zijn en dat processen zodanig zijn ingericht dat niet iedere medewerker overal bij kan. Voor nu richten de FG en zijn team zich op de kwaliteit van de processen en controleren zij of de autorisatieschema's op orde zijn. De focus ligt daarmee op risicogestuurde werkzaamheden. Procedure melden datalekken en datalekkenregister De gemeente Rijswijk heeft procedures en werkinstructies voor het omgaan met en het melden van datalekken. Deze staan op Intranet (Edison). Tevens wordt er een register met datalekken bijgehouden. Verwerkingsregister De senior adviseur Kwaliteit coördineert de borging van de AVG in het sociaal domein.
De gemeente houdt een register van verwerkingsactiviteiten bij. Daarin zijn de verwerkingen van persoonsgegevens waar de gemeente Rijswijk verwerkingsverantwoordelijk of medeverantwoordelijk voor is in opgenomen. De geplande toets of alle verwerkingen binnen de gemeente een doel en een grondslag hebben en of deze aan de beginselen van proportionaliteit, subsidiariteit en dataminimalisatie voldoen, heeft in 2020 niet plaats kunnen vinden omdat de organisatie de werkprocessen, waarin
Uit de jaarrapportage van de FG volgt dat naast het algemeen wettelijk kader van de AVG er in sectorspecifieke wetten aanvullende regels opgenomen zijn over gegevensuitwisseling en het waarborgen van privacy. Voorbeelden van deze wetten zijn de Wmo 2015, de Jeugdwet, de Participatiewet, de BRP etc. De kennis van de materiewetten is bij de teams aanwezig en de uitvoering hiervan is een operationele taak van de teams. In de processen van de betreffende domeinen is hiermee nog onvoldoende rekening gehouden. 13 Het 10-stappenplan ter voorbereiding op de AVG is - nu de privacywet in werking is getreden - vervangen door de checklist 'houd grip op persoonsgegevens'. 12
11
persoonsgegevens worden verwerkt, niet overal beschreven had.14 De privacyjurist pakt dat in juni van 2021 op. Op termijn wil de gemeente deze toets in de P&C cyclus borgen, zodat altijd wordt gecontroleerd hoe verwerkingsactiviteiten in het verwerkingsregister staan, of er sprake is van een verwerking en of het register moet worden ingevuld of geactualiseerd. DPIA’s De gemeente is in specifieke gevallen verplicht om een Data Protection Impactanalyse (DPIA)15 uit te voeren. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer er sprake is van het gebruik van een nieuwe applicatie waarin verwerkingen van gegevens voorkomen. Via deze risicoanalyse wordt de rechtmatigheid van de verwerking getoetst en wordt gecontroleerd of de gegevensverwerking een hoog privacyrisico oplevert voor de betrokkene. De gesprekspartners geven aan dat de gemeente niet alleen de nieuwe, maar ook de bestaande processen tegen het licht zou moeten houden. Dat is echter nog niet geregeld. In het sociaal domein kan er regelmatig gebruik worden gemaakt van generieke DPIA’s die op regionaal of landelijk niveau zijn uitgevoerd, zoals het geval is met de vernieuwde Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Die DPIA’s kan de gemeente spiegelen aan de eigen organisatie. Een overzicht van de reeds uitgevoerde DPIA’s is opgenomen in het jaarverslag van de FG.
Autorisaties Toegang tot informatiesystemen is in principe beperkt tot bevoegde medewerkers door middel van autorisaties. Het is van belang dat zaken vastgelegd en navolgbaar zijn. Dat heeft de gemeente niet altijd op orde. Een voorbeeld daarvan is het ontbreken van de autorisatiematrix, waardoor er niet met zekerheid kan worden gezegd dat aan alle risico’s is gedacht. De proceseigenaren moeten de autorisatiematrix vaststellen middels een besluit. Dat besluit is niet altijd aantoonbaar genomen. In het sociaal domein is de autorisatiematrix en het besluit soms wel aanwezig. Dat geldt bijvoorbeeld voor Suwinet. Uit de gesprekken volgt dat de gemeente momenteel actief bezig is met het controleren van autorisaties. Privacy by Design en Privacy by Default Bij de inrichting van nieuwe systemen wordt nog niet altijd rekening gehouden met de beginselen van Privacy by Design (dataminimalisatie) en Privacy by Default (privacy-vriendelijke instellingen als standaard).16 Logging Door middel van logging legt een organisatie gebeurtenissen in het systeem vast. Bijvoorbeeld, wie bepaalde gegevens heeft bekeken of aangepast, maar ook pogingen om ongeautoriseerd toegang te krijgen. Er is in Rijswijk geen algemeen loggingbeleid en niet alle geautomatiseerde systemen zijn voorzien van logging. Voor de realisatie daarvan is de gemeente afhankelijk van het ontwikkeltempo van de leveranciers.17
Jaarrapportage van de FG 2020. Een DPIA is een risicoanalyse en wordt ook wel PIA of gegevensbeschermingseffectbeoordeling (GEB) genoemd. 16 Jaarrapportage van de FG 2020. 17 Jaarrapportage van de FG 2020. 14 15
12
Bevindingen: - Met de implementatie van het 10-stappenplan van de AP staat de basis. Op hoofdlijnen zijn de processen op orde, tegelijk zijn er enkele verbeterpunten (zie hieronder). - De gemeente voert nog geen risicoanalyses (DPIA’s) uit op bestaande processen. - Autorisaties zijn niet altijd navolgbaar. - De gemeente houdt nog niet altijd rekening met de beginselen van Privacy by Design en Privacy by Default. - Het loggingbeleid is nog niet helemaal op orde.
3.1.1 De AVG en processen in het sociaal domein Het is lastig te zeggen in hoeverre specifiek de processen van het sociaal domein voldoen aan de AVG. Op basis van de interviews kan gezegd worden dat het sociaal domein wat betreft procesbeschrijving al een stuk verder is dan andere onderdelen van de organisatie. Daarbij komt dat het college per 1 januari 2021 capaciteit heeft gecreëerd in de rol van de senior Adviseur Kwaliteit voor de implementatie van de BIO en de AVG in het sociaal domein. Zij gaat kijken hoe het sociaal domein van de gemeente ervoor staat met de AVG en de BIO, wat anders kan en wat de aandachtspunten zijn. Ook zet zij processen op papier of is ze nauw betrokken (geweest) bij het beschrijven van (recente) processen. De gemeente heeft ervoor gekozen om de borging van de AVG en de BIO bij Kwaliteit te beleggen, zodat het in de PDCA-cyclus wordt geborgd. Op basis van de acties uit het jaarverslag van de FG (2020) is deze adviseur concreet gestart met het opstellen van een plan voor het realiseren van de verbeteracties die voortkomen uit de borgingscriteria AVG. De uitvoering van de verbeteracties uit het plan wordt gemonitord en periodiek gerapporteerd aan het GMT.18 Daarmee is er ook een start gemaakt met de benodigde verdiepingsslag.
Ook denkt zij mee over onderwerpen als het uitvoeren van DPIA’s, het sluiten van verwerkersovereenkomsten en houdt zij het verwerkingsregister bij. 3.1.2 Zelfevaluatie De VNG biedt een checklist om te controleren in hoeverre de gemeente voldoet aan de wettelijke kaders en handelt naar haar wettelijke plichten.19 Het zogenaamde borgingsproduct ‘’Borgingscriteria AVG’’ en de controls zijn verdeeld in zeven thema’s. De thema’s zijn: Beleid, Organisatorische inbedding, Processen, Rechten van betrokkenen, Samenwerking, Beveiliging, en Verantwoording. De risicogestuurde aanpak staat centraal. De gemeente Rijswijk heeft op basis van het borgingsproduct zelf een evaluatie uitgevoerd over het jaar 2020. Daaruit volgt in hoeverre er gemeentebreed wordt voldaan aan de borgingscriteria. De uitkomst daarvan wordt door middel van enkele diagrammen en het daarbijbehorende percentage van compliance weergegeven in bijlage 2.20 In april 2021 publiceerde de VNG een handreiking (ter vervanging van de ‘’Borgingscriteria AVG’’) dat het niveau van privacyborging koppelt aan zogenoemde ‘’privacyvolwassenheidsniveaus’’: het Borgingsproduct 2.0. Aan de hand daarvan kan de gemeente per thema en afdeling een ambitieniveau vaststellen.21 Bijlage 3 bevat een overzicht met uitleg over de privacyvolwassenheidsniveaus.
Dit nieuwe borgingsproduct zal worden gebruikt bij het opstellen van het jaarverslag van de FG in 2021. Het Gemeente Rijswijk, Informatiebeleidsplan 2020. Het borgen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming in de gemeentelijke organisatie: https://www.vngrealisatie.nl/sites/default/files/2018-11/dec2018%20criteria%20borging%20AVG%20VNG%20Realisatie.pdf 20 Zo voldoet het beleid bijvoorbeeld aan 14 van de 15 borgingscriteria. Wat betreft de werkprocessen wordt er geheel voldaan aan 18 criteria en gedeeltelijk voldaan aan 8 criteria van de in totaal 33 borgingscriteria. 21 Informatiebeveiligingsdienst en VNG, Handreiking AVG Borgingsproduct 2.0, 8 maart 2021. 18 19
13
borgingsproduct ‘’Borgingscriteria AVG’’ dat werd gebruikt voor het jaar 2020 gaf nog geen mogelijkheid om de volwassenheidsniveaus te berekenen. Het resultaat van de zelfevaluatie wordt opgenomen in de jaarrapportage van de FG. In het jaarverslag geeft de FG inzicht in de mate waarin de gemeente Rijswijk aan de AVG voldoet en de belangrijkste resultaten van dat jaar. Ook wordt vooruitgekeken naar de werkzaamheden en uitdagingen voor het volgend jaar. Bevindingen - Het sociaal domein loopt voorop in de organisatie wat betreft procesbeschrijving. Privacy is in de PDCA-cyclus geborgd en is er een start gemaakt met de verdiepingsslag in het sociaal domein. - De gemeente voert een zelfevaluatie naar privacyborging uit. Met de doorontwikkeling van deze evaluatie kan de gemeente naar verwachting in 2022 het eigen privacyvolwassenheidsniveau bepalen. - Met de jaarrapportage van de FG wordt de AVG vertaald naar een kwaliteitscyclus voor gegevensbescherming en privacy voor gemeentelijke processen.
3.2 Implementatie van de BIO Vanaf 1 januari 2020 is de BIO van kracht. De BIO beschrijft het voor de gemeente vereiste informatiebeveiligingsniveau. Op basis daarvan is in 2020 de ENSIA-verantwoording gedaan. Op basis van de ENSIA-verantwoording schat de CISO in dat de beveiligingsmaatregelen over het algemeen op een goed niveau zitten. Er moet echter ook nog veel gebeuren. Daarom is er op basis van de uitkomsten van de ENSIA een actieplan geschreven voor de implementatie van de BIO. Een onderdeel van dat plan is dan ook dat er binnen alle domeinen een traject loopt waarin er bewustzijn wordt gecreëerd over de processen die binnen het domein aanwezig zijn. De bedoeling is dat deze eerste stap aan het eind van 2021 klaar is. De senior adviseur Kwaliteit is betrokken bij de implementatie van de BIO in het sociaal domein. Daarvoor heeft zij onlangs een plan van aanpak opgesteld en besproken met het management.22 De planning van het plan van aanpak voor specifiek het sociaal domein loopt tot maart 2024. De procesbeschrijvingen per bedrijfsproces zijn al geregeld in het sociaal domein. Het sociaal domein is dan ook al ‘’een stap verder’’ als het gaat om de implementatie van de BIO. De senior adviseur Kwaliteit gaat kijken naar hoe de processen verder aangepast en verbeterd kunnen worden zodat ze voldoen een de vereisten van de BIO.
Zo wordt er per bedrijfsproces nagelopen hoe het zit met autorisaties, of dat goed beschreven is en of er continuïteitsplannen bestaan voor ieder bedrijfsproces. Bevindingen - Voor de implementatie van de BIO in het sociaal domein is in april 2021 een plan van aanpak gemaakt. De uitvoering daarvan loopt tot 2024. Het is nog te vroeg om daar een oordeel over te kunnen vormen.
22
Gemeente Rijswijk, Plan van aanpak invoering BIO sociaal domein, 12 april 2021.
14
4. Organisatie en uitvoering Essentieel voor het omgaan met privacyvraagstukken is de inrichting van de organisatie. Dit rekenkameronderzoek beoogt de raad inzicht te bieden in de wijze waarop de verantwoordelijkheden zijn belegd binnen de organisatie en het bestuur en in hoeverre deze keuzes logisch zijn. De volgende onderzoeksvragen zullen beantwoording vinden in dit hoofdstuk: ● Is het beleid duidelijk voor de verantwoordelijke uitvoerders (consulenten)? ● Zijn er casussen waarin sprake is van schending van de privacy van inwoners en hoe is daarmee omgegaan? ● Hoe worden medewerkers betrokken bij en getraind in het borgen van de privacy van de inwoners? ● In hoeverre zijn de functionaris gegevensbescherming (FG), Chief Information Security Officer (CISO), adviseur informatieveiligheid en de privacy adviseur(s) op de hoogte van de geldende kaders, regels en verantwoordelijkheden van de BIO en de AVG? 4.1 Organisatorische inbedding De Functionaris Gegevensbescherming is het verlengstuk van de AP en is ondergebracht in de functie van concerncontroller. Het team concerncontrol bestaat voor wat betreft privacy en informatiebeveiliging verder uit de adviseur informatieveiligheid (CISO) en de adviseur Privacy (privacy officer). De CISO focust op de implementatie van de BIO en de FG en privacy officer focussen op de implementatie van de AVG.
De FG en CISO hebben vanuit concerncontrol al een onafhankelijke positie. Bovendien rapporteren beiden rechtstreeks aan de gemeentesecretaris. De gemeentesecretaris is betrokken en wil apart geïnformeerd worden over de status van privacy en informatiebeveiliging. Ook is de gemeentesecretaris bijgepraat over bijvoorbeeld het lek bij het Hof van Twente waarmee hij dan terugkwam bij de FG en CISO en aangaf wat prioriteit had. De privacy officer adviseert de teams. De functie van privacy officer behelst bijna alle facetten van privacybescherming: van het geven van advies over toepassing van de AVG tot het doen van onderzoek voor het jaarverslag van de FG. De privacy officer houdt de datalekken bij in het intern register en monitort de tijdige afhandeling hiervan. De CISO en de privacy officer ondersteunen de organisatie onder meer bij de uitvoering van de DPIA's. Daarnaast worden zij goed bevraagd door de organisatie over het delen van gegevens en het sluiten van verwerkersovereenkomsten; weliswaar soms iets te laat in het proces. Er is een privacy jurist binnen het team Juridische Zaken gepositioneerd die beschikbaar is voor juridische vragen. De FG, de CISO, de privacy officer en privacy jurist komen periodiek bij elkaar om ontwikkelingen te bespreken. Samen adviseren zij de organisatie bij privacyvraagstukken en de verdere implementatie van de AVG.
Zij stellen beleid op, ontwerpen processen en richtlijnen, houden registers bij en voeren audits uit. Er is sprake van een nauwe samenwerking. De privacyfunctionarissen zijn goed gepositioneerd in de organisatie, goed vindbaar en op de hoogte van de geldende kaders en regels. Uit de gesprekken blijkt dat met name de privacy officer een bekend gezicht is voor medewerkers in de organisatie. Met de komst van de privacy jurist sinds maart 2021 is de werkdruk voor de privacy officer aanzienlijk verminderd. De privacy jurist en de privacy officer zijn bijna fulltime bezig met het sociaal 15
domein. Dat is niet gek gezien het feit dat in het sociaal domein veelvuldig met (gevoelige) persoonsgegevens wordt gewerkt, zoals medische, financiële of strafrechtelijke gegevens. Andere organisatieonderdelen - waarin minder persoonsgegevens verwerkt worden - vragen minder aandacht. Met de komst van de senior adviseur Kwaliteit en de contractmanagers, merken ze daarin een zekere kentering. De privacy officer werkt nauw samen met de senior adviseur Kwaliteit Sociaal Domein die per 1 januari 2021 is aangesteld voor het borgen van de BIO en de AVG in het sociaal domein. Zij is het eerste aanspreekpunt binnen het sociaal domein. Met haar reeds ruime kennis van (het functioneren van) het sociaal domein is ze daar een bekend gezicht. Zij is verantwoordelijk voor het opstellen van domeinoverstijgende procedures, protocollen en werkinstructies in het sociaal domein. Door middel van het jaarverslag legt de FG verantwoording af aan het Gemeentelijk managementteam (GMT). Het GMT stelt het jaarverslag vast dat vervolgens ter instemming aan het college van B&W wordt voorgelegd.23 Het gemeentelijk managementteam (GMT) adviseert het college over de te stellen kaders en is verantwoordelijk voor de nadere uitwerking van het informatiebeveiligingsbeleid binnen die kaders en de sturing daarop.
Ook zorgt het GMT ervoor dat voor alle processen en (ketens van) informatiesystemen een domeinmanager als eigenaar is aangewezen.24 De primaire toepassing van de privacyregels ligt dan ook bij de proceseigenaren, oftewel het lijnmanagement.25 De domeinmanagers zijn verantwoordelijk voor het naleven van de AVG binnen het eigen domein. Daarom is van belang is dat zij het belang inzien van privacy zodat zij erop toezien dat de privacyregels worden nageleefd en toegepast in de praktijk. Alvorens zij persoonsgegevens verstrekken aan een externe partij, horen ze advies bij het privacyteam in te winnen. Ook horen ze de FG te betrekken bij alle aangelegenheden die verband houden met de bescherming van persoonsgegevens. Dit gebeurde in 2020 niet altijd en niet tijdig.26 Kennis en kunde van de privacyfunctionarissen De FG, CISO en privacy adviseurs krijgen alle gelegenheid om hun kennis actueel te houden. Via nieuwsbrieven en meldingen van de Informatiebeveiligingsdienst (IBD) worden zij actief geïnformeerd. Ook organiseert de IBD bijeenkomsten waarin dieper wordt ingegaan op bepaalde onderwerpen (tegenwoordig in de vorm van webinars). In de regio is er een netwerkorganisatie opgericht met het doel om kennis te delen (Hacklanden). Daarnaast kunnen zij naar eigen inzicht aanvullende trainingen en cursussen volgen.
Alle aanvragen aan het management voor het volgen van opleidingen en trainingen en het bijwonen van kennisdagen, congressen etc. worden tot nu toe gehonoreerd. Zo gaat de privacy officer samen met de senior adviseur Kwaliteit een Leergang ‘organiseren privacy en gegevensdeling’ volgen van de VNG. De leergang gaat specifiek in op de procesinrichting rondom casuïstiek op het snijvlak van zorg en veiligheid, met de bedoeling om privacy en gegevensdeling dusdanig te organiseren dat consulenten optimaal ondersteund worden bij omgaan met privacy dilemma's.
Zie hoofdstuk 5: Het college van B&W is politiek verantwoordelijk voor het bewerkstelligen van een passend niveau van informatiebeveiliging en gegevensbescherming. Formeel gezien houdt de raad horizontaal toezicht op privacy informatiebeveiliging. 24 Gemeente Rijswijk, Matrix rollen en bevoegdheden. 25 Gemeente Rijswijk, Jaarrapportage van de FG 2020. 26 Jaarrapportage van de FG 2020. 23
16
4.2 Datalekken Wanneer er sprake is van een datalek is de proceseigenaar - dat is de manager van het team verantwoordelijk voor het dichten van het lek. Dat betekent dat de manager het datalek binnen 24 uur moet melden bij de privacy officer en de FG. Uit de interviews komt naar voren dat medewerkers bekend zijn met de procedure. Zij weten wat ze moeten doen en bij wie ze moeten zijn als er sprake is van een datalek. Zo geven ze aan dat een datalek zo snel als mogelijk (en binnen 24 uur) moet worden gemeld bij de leidinggevende, die het vervolgens oppakt. De geraadpleegde medewerkers hebben het idee dat die procedure ook goed tussen de oren van de managers zit. Herkennen van een datalek Tijdens de interviews zijn er verschillende geluiden te horen wat betreft bewustzijn over (het effect van) datalekken. Zo is enerzijds duidelijk dat bij medewerkers voldoende bewustzijn heerst over wat een datalek is en over de problemen die een datalek kan veroorzaken; met name wanneer het om gegevens gaat die naar externen zijn gelekt. Anderzijds zijn sommige medewerkers niet goed op de hoogte van wat een datalek is of herkennen ze het niet. Mede daarom is bewustwording een blijvend verbeterpunt. Melden datalekken door externen De gemeente ontdekt een datalek meestal door een melding van een burger.
De gemeente heeft een aantal kanalen, waaronder de website, waarop burgers een datalek kunnen melden. Nog niet duidelijk is hoe de procedure voor het melden van datalekken werkt buiten kantoortijden. Niet alle datalekken worden ontdekt of kunnen worden gedicht. De gemeente is daarin namelijk deels afhankelijk van de burger in de zin van dat het niet zeker is of alle inwoners een datalek herkennen of - als ze het herkennen - het melden. Daarbij komt dat wanneer de burger het lek wel meldt, de gemeente alsnog niet zeker weet of de burger de (verkeerde) informatie ook daadwerkelijk vernietigt of verwijdert. Mede daarom worden datalekken ook gezien als ‘’moeilijk beheersbaar’’. Op basis van hoe groot het risico is, wordt de afweging gemaakt of de betrokkenen (degene van wie de informatie gelekt is) geïnformeerd moeten worden. De privacy officer informeert de FG daarover die vervolgens het besluit neemt. Hoeveelheid en omgaan met datalekken Uit het register datalekken blijkt dat er in 2018 zo’n 17 datalekken waren. In 2019 waren er dat 21 en in 2020 ging het om 19 datalekken (zie figuur 1). Veruit de meeste van de datalekken in 2020 hadden betrekking op het verzenden van post of e-mails aan een verkeerde persoon.27 In het sociaal domein is dat een hoger risico, omdat er meer wordt gecommuniceerd met burgers dan in andere domeinen.
Een andere oorzaak van een datalek was bijvoorbeeld een foutieve autorisatie. De organisatie duidt ongeveer de helft van de datalekken als ‘menselijke fout’. Daarmee kwalificeert de gemeente de fout als een individuele fout en niet als systeemfout. Hoewel de gemeente in sommige gevallen alsnog preventieve maatregelen neemt, kan de kwalificatie als individuele fout het leren op organisatieniveau bemoeilijken.
27
Bij het verzenden van brieven wordt geadviseerd om het vier ogen principe toe te passen. In coronatijd was dat echter niet mogelijk.
17
Figuur 1: Aantal datalekken in 2018, 2019 en 2020
Enkele voorbeelden van datalekken en hoe daarmee is omgegaan: - Paspoort verzonden naar een verkeerd adres; - Een email met toestemmingsformulier werd door een Jeugdteamlid verzonden aan de verkeerde persoon; - Inwoner A heeft niet alleen eigen ondersteuningsplan maar ook ondersteuningsplan van inwoner B ontvangen via de post; Melden aan de AP Het melden van datalekken aan de AP gebeurt relatief weinig (zie hieronder). De FG en privacy officer beslissen of het datalek wordt gemeld bij de AP. Het melden van een datalek bij de AP hangt af van de waarschijnlijkheid en de mogelijke ernst van het datalek voor de betrokken personen. Het datalek hoeft niet te worden gemeld als het niet waarschijnlijk is dat het datalek leidt tot een risico voor de rechten en vrijheden van betrokkenen.28 Vergelijking met andere gemeenten Er is geen landelijke database van gemeentelijke datalekken. Om het aantal datalekken in Rijswijk in perspectief te plaatsen, zijn de datalekgegevens over 2019 van 24 gemeenten verzameld, hoofdzakelijk uit jaarverslagen van functionarissen gegevensbescherming.29 Rijswijk heeft omgerekend 3,8 datalekken per 10.000 inwoners. Bij de 24 gemeenten in de benchmark is dat gemiddeld 4,1 datalekken per 10.000 inwoners. Het aantal datalekken in Rijswijk ligt daarmee dicht bij het benchmarkgemiddelde. De spreiding is echter aanzienlijk, zoals te zien is in figuur 2.
https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/onderwerpen/beveiliging/meldplicht-datalekken Amersfoort, Beemster, Bergen (NH), Uitgeest, Castricum en Heiloo, Eindhoven, Gooise Meren, Gorinchem, Halderberge, Hilversum, Huizen, Leusden, Maassluis, Oldenzaal, Raalte, Ronde Venen, Rotterdam, Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland, Vijfheerenlanden, Weesp en Woerden. 28 29
18
Figuur 2: Aantal datalekken per 10.000 inwoners
Rijswijk meldde in 2019 geen van de 20 datalekken aan de AP. De benchmarkgemeenten meldden gemiddeld 32% van de datalekken aan de AP. Bijna alle van de 24 benchmarkgemeenten meldden (ruim) meer dan 10% van de datalekken aan de AP. Slechts twee gemeenten deden in 2019 net als Rijswijk geen melding aan de AP. Resumerend heeft Rijswijk een aantal datalekken dat vergelijkbaar is met andere gemeenten, maar meldt Rijswijk beduidend minder dan andere gemeenten aan de AP. Bevindingen: - De gemeente houdt een register datalekken bij en heeft het beheer van datalekken op orde. - De meldingsbereidheid en het bewustzijn over (de mogelijke impact van) datalekken neemt toe. Medewerkers en managers weten wat de procedure inhoudt en bij wie ze een datalek moeten melden. - De organisatie duidt ongeveer de helft van de datalekken aan als menselijke fout. Wanneer de organisatie datalekken als menselijke fout en niet als systeemfout aanmerkt, bemoeilijk dat het leren en verbeteren op organisatieniveau. - De gemeente Rijswijk meldt vrijwel geen van de geconstateerde datalekken aan de AP. Een datalek hoeft niet te worden gemeld als het niet waarschijnlijk is dat het datalek leidt tot een risico voor de rechten en vrijheden van betrokkenen. - De gemeente Rijswijk heeft ongeveer evenveel datalekken als andere gemeenten. Rijswijk meldt echter beduidend minder datalekken aan de AP dan andere gemeenten.
Organisatiecultuur De manier waarop de organisatie omgaat met privacy en informatiebeveiliging wordt sterk beïnvloed door informele processen, sociale factoren en de organisatiecultuur.30 Zo blijkt in de organisatie de opvatting te heersen dat - hoe vervelend dat ook is - fouten maken menselijk is en er altijd iets mis kan
30
AVG, Handreiking rekenkameronderzoek naar privacy in het sociaal domein 2020.
19
gaan. Medewerkers hebben het idee dat er geen afrekencultuur bestaat binnen het sociaal domein: ‘’we zijn immers een lerende organisatie’’. Toch vinden sommige medewerkers het spannend en/of heerst er ‘’schaamte’’ om een datalek te melden. Daarom besteed de privacy officer daar aandacht aan door nieuwe medewerkers uit te leggen dat fouten maken menselijk is en benadrukt zij het belang van het melden ervan. Praktische instelling De verwerking van gegevens in het sociaal domein vindt plaats binnen een complexe context: er is snel hulp nodig, en het gaat om gevoelige informatie. Dat brengt dilemma’s met zich mee. Zo is er sprake van een spanningsveld tussen de kwaliteit van dienstverlening en (het borgen van) privacy. Daarom proberen medewerkers daar pragmatisch mee om te gaan. De vraag en afweging voor de organisatie is daarom altijd: mensen helpen of de AVG naleven. Bevindingen: - De gemeente besteedt aandacht aan het bewustzijn van (nieuwe) medewerkers om eventuele ‘’schaamte’’ voor het melden van datalekken te minimaliseren. Die organisatiecultuur draagt daarmee bij aan de borging van privacy en informatieveiligheid. - Er heerst een praktische instelling als het gaat om het borgen van privacy. De gemeente probeert een modus te vinden tussen dienstverlening en gegevensbescherming van burgers.
4.3 Training en bewustzijn van medewerkers Medewerkers zijn belangrijke schakels op het terrein van informatiebeveiliging en privacy. Want als medewerkers niet alert zijn en de richtlijnen en tips niet volgen, kan het alsnog mislopen. Aandacht voor het bewustzijn over de risico's is dan ook essentieel. Het is een continu aandachtspunt. De gemeente besteedt daar op verschillende wijzen aandacht aan. Onder andere de CISO en privacy officer spelen een belangrijke rol bij die ontwikkeling. Eed, belofte of geheimhoudingsverklaring Allereerst van belang in de omgang met informatie en persoonsgegevens is dat interne medewerkers een eed of belofte afleggen waarvan geheimhouding impliciet onderdeel is. Tevens is geheimhouding geborgd in de gedragscode van de gemeente. Externe medewerkers tekenen een geheimhoudingsverklaring.31 Bewustwordingscampagne en Intranet (Edison) Om te zorgen dat de privacyregels worden nageleefd organiseert het team I-bewust32 een doorlopende bewustwordingscampagne (I-bewust). Dat houdt onder meer in dat medewerkers via Intranet blijvend geïnformeerd worden via maandelijkse berichten over beveiligings- en privacyrisico’s. Verder staan er op Intranet diverse pagina’s met richtlijnen voor de uitvoering zoals een pagina Ibewust, juridische informatie, een handboek sociaal domein en uitleg over de procedure voor het melden van datalekken.
Jaarrapportage van de FG 2020. Bestaande uit tien personen: de CISO, de privacy officer, de privacy jurist, een medewerker communicatie, een medewerker van i-advies (team informatie), de service level manager (team informatie), iemand van de Gemeenschappelijke Regeling, een medewerker van het team Veiligheid (i.v.m. cybersecurity), iemand uit de OR en de coördinator integriteit. 31 32
20
Training Nieuwe medewerkers volgen verplicht twee trainingen: AVG Security Awareness en Privacy Security Awareness via het e-learningplatform van de Rijswijk Academie.33 Daarnaast is er een algemene AVG cursus AVG die medewerkers op vrijwillige basis kunnen volgen. Ook zijn er enkele gerichte acties en trainingen voor mensen die zich meer bezighouden met informatie en gegevensdeling. Zo is er voor alle mensen die zich bezighouden met informatiesystemen een training Privacy by Design georganiseerd. Het is de verantwoordelijkheid van de manager om ervoor te zorgen dat niet enkel nieuwe medewerkers, maar ook het vaste personeelsbestand trainingen volgt. De CISO en privacy officer proberen de managers te motiveren om de trainingen aan te bieden aan hun team. Uit de gesprekken bleek dat de beschikbaarheid van bovengenoemde trainingen niet bij iedereen in de organisatie bekend is. Ook uit de jaarrapportage van de FG blijkt dat niet bekend is ‘’of op afdelingsniveau protocollen en procedures beschikbaar zijn over de wijze van omgang met persoonsgegevens en of alle medewerkers actief getraind worden om de kennis van het privacyrecht en het privacybewustzijn op het specifieke domein te verhogen’’. Consulenten geven aan dat zij, naast de mogelijkheid tot wekelijks overleg, behoefte hebben aan meer training omdat hun kennis over de AVG vrij snel vervaagt.
Verder zou er binnen sommige teams mogelijk verschil zitten in het aanbod van trainingen wanneer de teams (deels) bestaan uit externen vanuit verschillende organisaties. Uit de stukken is dan ook niet gebleken dat er in het bijzonder aandacht wordt besteed aan afspraken met of kennis van externen over privacy en meer specifiek het privacybeleid van de gemeente. Kennissessies Gemeentebreed zijn er in 2020 kennissessies gehouden. De FG, privacy officer en privacy jurist hebben eerder aan alle teams in het sociaal domein (bijv. Wmo, schuldhulpverlening en Participatie) uitleg gegeven over wat de AVG inhoudt. In 2020 is er geen (herhaal)presentatie gehouden in de teams. Vanaf 2021 is het de bedoeling om dat wel te doen en te blijven herhalen. Daarnaast wil de senior adviseur Kwaliteit voor de teams jaarlijks leerbijeenkomsten organiseren waarin casuïstiek wordt besproken.34 In het eerste kwartaal van 2021 heeft de senior adviseur Kwaliteit gesproken met alle teamleiders over de vraagstukken die leven op het gebied van de AVG en privacy. Uit die gesprekken bleek dat bij met name het Sociaal wijkteam en het Jeugdteam privacygerelateerde vragen leven die te maken hebben met de uitoefening van hun werk.
Testen van bewustzijn Team I-bewust toetst het bewustzijnsniveau van de medewerkers door het uitvoeren van jaarlijkse phishingmail simulaties, werkplekonderzoeken en tests met een mystery guest. De resultaten van de tests en onderzoeken worden gedeeld binnen de organisatie om medewerkers alert te houden. Gemeentebreed blijken nog relatief veel mensen in de phishingmails te trappen.