RA 21 001 Dhr. C. van Overbeek - Betreffende procedure nieuwe burgemeester.pdf
Tekst van het document
Aan de griffie van de gemeente Rijswijk, Hierbij verzoek ik u onderstaand schrijven z.s.m. door te geleiden naar de raadsleden. Tevens ook naar de interim-voorzitter van de raad, omdat ook hij vermeld wordt in mijn brief. Uiteraard neem ikzelf de verzending naar de mede-Rijswijkers ter hand. Bij voorbaat dank. Vriendelijke groeten, Cees van Overbeek Aan de Gemeenteraad van Rijswijk, dus incl. de leden van de Vertrouwenscommissie p/a Gemeentehuis Rijswijk Dames en Heren, Gedateerd 30 december 2020 ontving ik een brief van de griffie namens de vertrouwenscommissie als beantwoording van raadsadres 20 047, dwz mijn brief van 4 oktober 2020 mede namens 47 mede-Rijswijkers, met het verzoek om de inwoners een directere en duidelijkere stem te geven in de procedure die moet leiden tot een nieuwe burgemeester. Deze brief van de griffie namens de vertrouwenscommissie heb ik voorzien van enkele met rode inkt aangeduide, tussen haakjes geplaatste cijfers, die punten markeren waarop ik hieronder reageer. De brief van de griffie namens de vertrouwenscommissie luidt als volgt: "Geachte heer Van Overbeek, Hierbij ontvangt u namens de vertrouwenscommissie een antwoord op uw brief aan de raad d.d. 4 oktober 2020. Hierin gaf u aan: "De Gemeentewet schrijft voor dat de voordrachtscommissie moet worden samengesteld uit de gemeenteraad.
Binnen dit wettelijke kader zal de procedure vorm moeten krijgen en aan de uiteindelijke besluitvormingsbevoegdheid van de raad kan dan ook niet getornd worden. Met deze formulering staan de inwoners van Rijswijk (dus) volledig buitenspel". In uw aanbiedingsmail van 4 oktober 2020 gaf u tevens aan: "Hierbij doe ik u mijn brief aan de raad toekomen waarin het verzoek is opgenomen om de inwoners van Rijswijk een duidelijker, herkenbare en directere plaats te geven in de procedure die moet leiden tot de voordracht van een nieuwe burgemeester". (1) Tijdens de raad van 6 oktober 2020 (2) gaf de voorzitter van de vertrouwenscommissie aan dat er aanstaande vrijdag wordt gesproken over een concept voor een profiel (3) en vraagt de griffie om de brief van de heer Van Overbeek met zijn akkoord (4) beschikbaar te stellen aan de vertrouwenscommissie. Zo kan de vertrouwenscommissie er kennis van nemen en wellicht een deel inhoudelijk betrekken bij de profielschets. Ten tweede wordt de profielschets (5) ter reactie ter beschikking gesteld aan de burgers van Rijswijk". Deze beide toezeggingen zijn uitgevoerd te weten: - uw brief is beschikbaar gesteld aan de vertrouwenscommissie en betrokken bij het opstellen en de profielschets en de concept profielschets;
- de concept profielschets is ter reactie beschikbaar gesteld aan de burgers van Rijswijk middels een online enquête. Wij gaan er van uit (6) dat u en uw 47 ondersteunende stemgerechtigde mede-Rijswijkers hiervan ook gebruik hebben gemaakt. De vertrouwenscommissie heeft in ieder geval alle 179 reacties op de concept profielschets serieus bekeken en gewogen en om uiteindelijk te komen tot een gedragen concept profielschets. Op 8 december 2020 is tijdens de profielschetsvergadering in het bijzijn van de Commissaris van de Koning de heer J. Smit de concept profielschets inclusief de uitslag van de online enquête vastgesteld. Alle stukken zijn na te lezen op: https://www.rijswijk.nl/burgemeester-gezocht. Met vriendelijke groet, J.A. Massaar, bpa de griffier. Deze brief is digitaal aangemaakt en daarom niet ondertekend."
OPMERKINGEN EN KANTTEKENINGEN VAN ONDERGETEKENDE BIJ BOVENSTAANDE BRIEF VAN DE GRIFFIE NAMENS DE VERTROUWENSCOMMISSIE A. in algemene zin a. bovenstaande brief van de griffie namens de vertouwenscommissie wordt (in-)direct aangesloten bij inspreekteksten van mij resp. in de raadsvergadering van 3 november 2020 en in de forum Samenlevingsvergadering van 1 december 2020. Om de in bovenstaande brief selectief uit de genoemde inspreekteksten aangehaalde punten in het juiste perspectief en in de juiste context te plaatsen, is het van belang deze inspreekteksten als noodzakelijke achtergrondinformate deel uit te laten maken van de brief van 4 oktober 2020. b. ook mijn brief van 4 oktober 2020 dient in haar totaliteit als noodzakelijke achtergrondinformatie beschouwd te worden omdat in de brief van de griffie namens de vertrouwenscommissie slechts selectief daaruit wordt geciteerd. c. bovenstaande brief van de griffie namens de vertrouwenscommissie is niet ondertekend, omdat, zo wordt gemeld, deze digitaal is opgemaakt. Maar: mijn brief van 4 oktober 2020 is gericht aan de RAAD, ze is vervolgens ondergedompeld (zie onder B. puntsgewijze reactie) in de schimmige werkwijze van de vertrouwenscommissie. De brief van de griffie namens de vertrouwenscommissie mist evenwel de ondertekening van de vertegenwoordiger van het bestuurlijke orgaan waaraan ze expliciet is gericht.
Aan de bovenstaande reactie van de griffie namens de vertrouwenscommissie van 30 december 2020 liggen niet een ambtelijke maar een bestuurlijke verantwoordelijkheid en verantwoordingsplicht ten grondslag en deze moeten tenminste blijken uit een daaruit voortvloeiende ondertekening c.q. vermelding.
B. puntsgewijze reactie 1. het verzoek van de 47 mede-rijswijkers is in uw bovenstaande brief slechts ten dele en dus onvolledig geciteerd uit mijn brief van 4 oktober 2020. Het verzoek luidt in zijn totaliteit: " [mijn brief betreft een] "open brief aan de raad met de volgende intentie: ook de stem van de inwoners van Rijswijk een directe, herkenbare en duidelijke plaats te geven in de op te starten procedure en daarbij de vorm waarin dit binnen het wettelijke kader kan plaatsvinden, samen (dwz raad en inwoners) te ontwikkelen". Daaraan voegde ik toe: "de lange tijdsspanne die voor de gehele voordrachtsprocedure is uitgetrokken, kan er niet toe leiden dat hiertegen het argument van een tijdsklem kan worden aangevoerd"(einde citaat). Hieraan voorafgaande is in mijn brief van 4 oktober 2020 al als startpunt van de procedure het ontwikkelen van een profielschets genoemd. Ook deze passage wordt in uw bovenstaande reactie van de griffie geheel buiten de geciteerde tekst gehouden. De totale weergave van het verzoek plaatst dit alles in een ander en breder perspectief dan wat in uw bovenstaande reactie van de griffie wordt gesuggereerd.
De procedurele kant van het verzoek in mijn brief van 4 oktober 2020 omvat een bespreking van mijn brief in de raad, omvat ook een verslag van die bespreking aan mij toe te zenden ( mede ten behoeve van de ondersteunde 47 mede-Rijswijkers) en de conclusie van de raadsbespreking door diezelfde raad mee te laten geven aan de voordrachtscommissie....maar nadukkelijk dus: een uitspraak van de raad. 2. opmerkelijk is , dat in uw, door de griffie gecomponeerde reactie selectief en ook onvolledig wordt teruggegrepen op mijn inspreekteksten van 3 november resp. 1 december 2020. Daarmee roept uw reactie suggesties op die niet overeenkomstig de realiteit zijn. Immers, mijn brief aan de raad dateert van 4 oktober 2020. Op 6 oktober 2020 heb ik in het geheel NIET ingesproken over die brief die toen nog onderweg was naar de raad. Het is dan ook zeker niet zo, dat de heer Braam in de vergadering van 6 oktober heeft gereageerd. Neen, de opmerking van de heer Braam dateert van 3 november, toen ik insprak over het feit dat de raad in het geheel géén urgentie had toegekend aan mijn brief van 4 oktober.
De 3-november- reactie van de heer Braam, als voorzitter van de vertrouwenscommissie, diende ertoe het door mij geconstateerde gebrek aan urgentie onder tafel te schuiven en het beeld op te roepen dat er iets met mijn brief zou ( kunnen) worden gedaan middels een door heer Braam gesuggereerde versnelde, maar veel te late inbreng in de vertrouwenscommissie, waar al, zo zei hr. Braam, een concept van een profielschets aan de orde was. Met de onjuiste vermelding van 6 oktober in de brief van de griffie wordt ten onrechte de indruk gewekt dat de raad spoed heeft willen zetten achter het procedureel oppakken van mijn brief, terwijl juist het tegendeel het geval is. 3. het feit dat er, citaat uit uw brief, "a.s. vrijdag [in de vertrouwenscommissie] wordt gesproken over een concept van een profiel" (ik neem dus aan dat hiermee op vrijdag 6 november 2020 werd gedoeld) onderstreept nog eens extra het streven van de vertrouwenscommissie c.q. van de raad om inwoners (maximaal) slechts in een tweede termijn een rolletje in de procedure toe te bedelen en tenminste het verzoek van 47 mede-Rijswijkers NIET in de cruciale fase voorafgaande aan het ontwikkelen van een (concept-)profielschets in de bespeking mee te nemen. 4.
de heer Braam, zo staat in uw brief van de griffie, citaat: "vraagt [op 3 november, cvo] de griffie om de brief van de heer van Overbeek met zijn akkoord (cursief,cvo) beschikbaar te stellen aan de vertrouwenscommissie".Opmerkelijk is dat in het schriftelijke verslag van de vergadering van 3 november de opmerking van de heer Braam nà mijn inspreken, integraal is opgenomen, terwijl mijn verzoek aan de interim-voorzitter om op de opmerking van de heer Braam te mogen reageren en de
pertinente afwijzing daarvan door de interim-voorzitter, geheel ontbreken in datzelfde verslag van 3 november. De video-opname van de 3-november-vergadering geeft evenwel aan dat mijn verzoek aan de interim-voorzitter om op de woorden van de heer Braam te mogen reageren, pertinent geweigerd wordt door de interim-voorzitter. De interimvoorzitter concludeert zelfs geheel los van mij dat ik zeker akkoord ga met het voorstel van de heer Braam. Mijn reactie indien deze door de interim-voorzitter zou zijn toegestaan, zou geweest zijn dat het voorstel van de heer Braam slechts één doel diende: mijn brief van 4 oktober weg te moffelen door gebruik te maken van de vertrouwelijkheid die het werk van de vertrouwenscommissie omgeeft.....terwijl mijn brief van 4 oktober gericht was aan de gehele raad. Zoals vaak worden procedures misbruikt op een wijze die ertoe moet leiden dat de burger op afstand wordt gehouden en aldus wordt een publieke bespreking van mijn brief van 4 oktober 2020 weggehouden. - op 1 december 2020 heb ik bij mijn inspreken in het forum Samenleving elk van de aanwezige raadsleden opgeroepen om enige politieke moed te tonen en over de wens/het verzoek van de 47 mede-Rijswijkers een uitspraak te doen en zich dus niet te gedragen als zwijgende back-benchers die geen eigen mening (mogen) hebben.. Tevergeefs! Ook op lokaal niveau durven politici hun nek niet uit te steken.
Zoals ik bij die gelegenheid aangaf: er ontbreken in de raad van Rijswijk vertegenwoordigers van het kaliber van een mevr. Leyten of een heer Omtzigt, die in hun streven naar openbaarheid in de toeslagenaffaire zelfs interne politieke tegenwerking van het hoogste niveau niet uit de weg gingen....omdat zij in die zaak hun rol van gekozen vertegenwoordiger zeer serieus namen. -5- op de concept-profielschets, die dus geheel buiten directe inbreng van inwoners op 6 (?) november binnen de vertouwenscommissie tot stand is gebracht, is qua kwaliteit, niveau en voorgestelde procedure zeer veel af te dingen. Ik meldde dit punt ook al in het forum Samenleving op 1 december 2020. Zelfs deze kritische opmerking van mij ontlokte vanuit die vergadering géén enkele reactie. Duidelijk was dat onze vertegenwoordigers een publieke discussie NIET aandurven. De vragen die middels een peiling door de vertrouwenscommissie aan de inwoners werden gesteld bewegen zich op het niveau van: moet de nieuwe voorzitter van de raad spa-rood of spa-blauw drinkend zijn? Moet hij/zij brildragend of niet brildragend zijn? Moet hij/zij linkshandig of rechtshandig zijn? En om het quasi-belang van deze peiling nog extra glans te geven, mochten de inwoners zelfs een rangorde aanbrengen in de belangrijkheid van de voorgelegde punten.
Elke keuzemogelijkheid voor de inwoners naar echt beleid , naar een visie en naar beleidspunten etc. ontbrak volledig. Bovendien vond de peiling online plaats, waarmee de indruk wordt gewekt dat dit bij uitstek het middel is om inwoners mee te laten denken. De peiling kende evenwel een absolute mate van sturing door de vertrouwenscommissie en de on-line-benadering leidde (dan ook?) slechts tot een qua omvang zeer beperkte reactie vanuit de inwoners (0,3%). Voeg daarbij de opmerking vanuit de vertrouwenscommissie dat het resultaat van de peiling kan worden meegewogen bij het definitief maken van de concept-profielschets èn voeg daarbij bovendien dat het resultaat van de peiling qua weging, qua criteria, qua interpretatie, etc. uitsluitend in handen lag van c.q. bepaald werd door de vertrouwenscommissie, en duidelijk wordt dat de inwoners gebruikt worden in een spelletje dat erop gericht is hen buiten de deur te houden. -6- het getuigt van een houding en instelling die ontbloot zijn van elke vorm van zelfkritiek als u in uw brief van de griffie stelt, (citaat): "wij gaan er van uit dat uzelf en uw 47 ondersteunende stemgerechtigde mede-Rijswijkers hiervan ook gebruik hebben gemaakt". Deze veronderstelling is wel zeer boud en totaal niet onderbouwd en onderstreept de zwakte van de manier waarop u meent "op een zinvolle wijze inwoners te betrekken bij belangrijke processen".
Voor wat betreft uw
opmerking kan ik alleen voor mezelf spreken: natuurlijk heb ik zelf NIET gereageerd op uw peiling, alleen al omdat ze inhoudelijk en procedureel zonder enige waarde is.
TENSLOTTE -A- de slotopemerking in uw brief, dat in de vergadering van 8 december de profielschets inclusief de uitslag van de on-line-enquête is vastgesteld in het bijzijn van de Commissaris van de Koning, is slechts een feitelijke en procedurele constatering, die bovendien, rekening houdend met de hierboven genoemde kritiekpunten, slechts beoogt enige glans en status te geven aan uzelf en aan een proces dat de toets van gerechtvaardigde kritiek niet kan doorstaan, immers -B- het totaalbeeld dat uw handelen in deze zaak opnieuw (u deed dit immers ook al met mijn Open Brief van september 2019) oproept is mutatis mutandis eigenlijk een kopie van het handelen van 2e Kamerleden toen het salarisvoorstel voor de zorg ter stemming dreigde te komen: weglopen, wegkijken, geen verantwoordelijkheid nemen daar waar u die verantwoordelijkgeid wel hebt. Youp van 't Hek heeft dit en een dergelijk handelen van gekozen vertegenwoordigers in zijn Oudejaarsconférence van niet mis te verstane kwalificaties voorzien.....kwalificaties die u natuurlijk in het geheel niet naar uw eigen handelen-op-lokaal-niveau toe heeft willen vertalen. -C- Burgerparticipatie is met uw wijze van handelen opnieuw in uw bureau-la blijven liggen. Uw raad is in 2018 samengesteld na een verkiezing die beleidspunten- en keuzes als basis kende.
U, als Rijswijke raadsleden eigent zich echter ook als vanzelfsprekend toe te beschikken over die bekwaamheden, over die kwaliteit en over die criteria om in één persoon een Eerste Burger, een voorzitter van het college en een voozitter van de raad te kiezen. Zelfoverschatting en een hang naar macht zijn geen goede politieke drijfveren, want ze maken mensen blind voor hun eigen onvermogen. Ervaringen over de laatste 60 jaar maken duidelijk dat de raad-op-zich niet het juiste instituut is om zo'n keuze alleen te maken.....noch voor een voorzitter van de raad, noch voor de voorzitter van het college, noch voor de functie van Eerste Burger, laat staan voor een combinatie van deze drie. Opeenvolgende ervaringen in Rijswijk met Eerste Burgers, voorzitters van de raad en voorzitters van het college vanaf de jaren 1950 onderbouwen deze stelling: - hr. Boogaard onderwierp de volgzame raad aan zijn wil en hij begon met de slopershamer aan Oud-Rijswijk rotte kiezen te geven alvorens hem vanuit de burgerij, helaas te laat, een halt werd toegeroepen; - hr. Grosheide verruilde al in zijn eerste termijn zijn veronderstelde loyaliteit naar Rijswijk voor een zeer hoge departementale functie; - Hr. Zeevalking verruilde al na 2 jaar zijn veronderstelde betrokkenheid bij Rijswijk voor een landelijkpolitieke functie; - mevr.
Daamen-Van Houte nam al na vier jaar ontslag; - de heer Roscam Abbing maakte gebruik van een vroeg-pensioenregeling en voorkwam een voor hem ongewenste discussie; mevr. Van der Wel kwam niet in aanmerking voor een derde termijn die haar na 2 jaar tot de pernsioengerechtigde leeftijd zou hebben gebracht; tenslotte: hr. Bezuijen stelde de eigen carrière boven initatieven voor vernieuwing van beleid, hij lapte procedures aan zijn laars, was niet in staat goed te communiceren....en ik stelde uw raad voor wat betreft deze laatstgenoemde functionaris op basis van mijn eigen ervaringen, tevergeefs doorlopend mondeling en schriftelijk op de hoogte, terwijl ik gesteund werd door een uitspraak van de Nationale Ombudsman.....tervergeefs! Het interesseert u niet. -D- opnieuw wordt uit bovenstaand handelen van de raad duidelijk dat zij een structureel probleem heeft met en angst voor het in discussie nemen of brengen van thema's die de kern van het democratsch systeem raken, met name geldt dit voor directe en structurele burgerparticipatie.
-E- bovenstaande gang van zaken betreffende de procedure voor een nieuwe burgemeester maakt ook duidelijk dat de gemeente Rijswijk geen geformaliseerd beleid heeft voor burgerparticipatie. Er wordt volstrekt willekeurig met "de burger" omgegaan. Noodzakelijk is het dat procedures worden ontwikkeld en vastgelegd en dat deze klip-en-klaar worden gecommuniceerd met de inwoners via een gemeentelijke website. Nu kunnen burgers (uitsluitend) een petitie indienen, een referendum aanvragen en een burgerinitiatief indienen.....oh ja, en natuurlijk inspreken. Dit alles zijn nog steeds middelen die de burger tegenover de gemeente plaatsen. Burgerparticipatie zou moeten betekenen dat de burger naast de gemeente staat, als partner en niet als loden last. Uw reactie op dit schrijven zie ik met belangstelling tegemoet. Ik hoop werkelijk dat u , in tegenstelling tot mijn Open Brief van september 2019, NIET OPNIEUW zult aangeven "geen behoefte te hebben" om op deze brief inhoudelijk te reageren en dan met zo'n antwoord de brief als afgehandeld beschouwt. Vriendelijke groeten, Cees van Overbeek BCC:- mede-Rijswijkers