Position paper Pijler Financiën M50
Tekst van het document
Hoofdlijnen position paper Financiële pijler M50 8 maart 2026 Het kabinet van D66, VVD en CDA is op basis van het akkoord aan de slag gegaan. Reden voor de Financiële pijler om aandachtig te kijken welke financiële perspectieven zij voorzien voor de middelgrote gemeenten. Dit paper gaat daarop in. Wat staat er op stapel voor de M50-gemeenten, welke consequenties heeft dat en wat vinden we daarvan?
Regeerakkoord algemeen: we willen het samen doen ‘Aan de slag’ is een stuk dat positiviteit en samenwerkingsbereidheid uitstraalt. De inleiding meldt al dat de relatie met de medeoverheden moet worden hersteld. Daarbij wordt het rapport ‘Samen bouwen aan resultaten’ van de Studiegroep Interbestuurlijke Verhoudingen aangehaald. Het nieuwe kabinet wil uitvoering geven aan de bouwstenen en adviezen uit dit rapport, zoals het maken van duidelijke afspraken over taken en financiering, het maken van een uitvoeringstoets van het kabinetsbeleid voor de medeoverheden en regelmatig overleg. De M50 juicht dit uiteraard toe. Te lang hebben het Rijk en de decentrale overheden met elkaar in de clinch gelegen over geld. Dat verstoorde de samenwerking op de opgaven zoals woningbouw, de aanpak van wijken, economie, veiligheid en bestaanszekerheid. ‘Samen bouwen aan resultaten’ beveelt aan om als overheden samen af te spreken welke maatschappelijke opgaven gezamenlijk worden opgepakt. Dat mag natuurlijk geen loze belofte worden.
Financiën uit regeerakkoord: Voorkom een nieuw ravijnjaar in 2028 In de financiële paragraaf van het regeerakkoord missen we een aantal onderwerpen die (blijvend) moeten worden opgepakt. De belangrijkste daarvan is de Jeugdzorg. De kosten daarvan blijven oplopen en zonder zowel inhoudelijke oplossingen als financiële compensatie blijft dit een enorm beslag leggen op de gemeenten. Een tweede regeling die zorgen baart, ook voor wat betreft de maatregelen die het regeerakkoord aankondigt rond de huishoudelijke hulp, is de Wmo. Daarnaast is het gemeentefonds in het algemeen geen onderwerp van nieuwe bezuinigingen, maar dat betekent tegelijkertijd dat de bestaande achteruitgang grotendeels in de ramingen blijft staan. Dit vormt een aanslag op de middelen die de gemeente in de komende jaren kunnen begroten voor de taken waarvoor zij gesteld staan. Voorkom een nieuw ravijnjaar in 2028. De M50 kijkt verder reikhalzend uit naar de resultaten van het onderzoek naar de verhouding tussen de medebewindstaken, de kosten daarvan en de middelen die de gemeenten ervoor vergoed krijgen.
Oog voor de regio en kwetsbare wijken Verschillende middelgrote gemeenten spelen een cruciale rol in hun regio, ondanks de bescheiden ambtelijke en bestuurlijke capaciteit. Het regeerakkoord erkent de schaal van de regio en bouwt voort op de aanbevelingen uit het rapport 'Elke regio telt’. Echter, extra financiële middelen worden daar niet aan toegevoegd terwijl de opgaven én ambities in de regio groot zijn.
De M50 vindt het veelbelovend dat het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid wordt voortgezet. Helaas wil het kabinet nu het programma alleen ‘continueren’, terwijl de M50 pleit voor uitbreiding. In Nederland is sprake van een aantal kwetsbare wijken die aandacht en investeringen behoeven. Echter, deze wijken liggen niet alleen in de grote steden waar de middelen nu voornamelijk heen gaan. Ook de middelgrote gemeenten kampen met buurten waar grote en complexe problemen spelen. Met hun schaalgrootte zitten zij dichtbij de mensen en plekken en hebben zij goed zicht op de problemen en mogelijke (innovatieve, creatieve) oplossingen, maar moeten zij uit eigen reserves putten om die te betalen áls zij dat geld al hebben. De M50 pleit er al langer voor om het programma uit te breiden op basis van objectieve kenmerken van wijken. Dat geeft middelgrote gemeenten niet alleen armslag, maar sluit hen ook aan op het kennisnetwerk. In dit verband wijzen we ook op de city-deals vanuit de Agenda Stad. Met deze agenda hebben steden, rijksoverheid samen met maatschappelijke partners zich gecommitteerd om groei, leefbaarheid en innovatie in steden te bevorderen. Graag sluiten M50-gemeenten meer deals rond concrete, stedelijke transitie-opgaven.
Ontschotting en flexibiliteit De M50-gemeenten kennen een ideale schaal waarbij ze de inwoners en opgaven kennen, en groot genoeg zijn om daarmee aan de slag te gaan en iets op te betekenen. Dat kan alleen als de lijnen kort zijn, de opgave centraal staat en de gemeente wendbaar kan zijn om in te spelen op (nieuwe) ontwikkelingen. Ook financieel. Het regeerakkoord ademt dezelfde ambitie uit. Zo spreekt het over multidisciplinaire, domein overstijgende teams die langdurig aan grote opgaven werken. Het nieuwe kabinet wil sturen op doelen in plaats van procedures en micromanagement vermijden. Elkaars kwaliteiten benutten en integraal handelen zou een doelstelling moeten zijn van alle overheden. Juist de middelgrote gemeenten kunnen dat. Financieel is echter nog steeds sprake van strikte begrotingsregels en aparte potjes en geldstromen vanuit het Rijk. De operatie om de zogeheten SPUK’s af te schaffen, heeft (nog) niet geleid tot het resultaat dat ermee werd beoogd. Ze bestaan grotendeels nog steeds of hebben een andere naam, en zijn ook nog eens met 10% gekort. De M50 blijft streven naar gemeentebegrotingen die wendbaar en weerbaar zijn, waarbij de gemeentebesturen en -raden zelf de ruimte wordt gelaten om autonoom en over de jaren heen te beschikken over voldoende beschikbaarheid van financiële middelen om de opgaven op lokaal niveau aan te gaan.
Zet de middelgrote gemeenten in hun kracht bij nieuwe opgaven Het regeerakkoord gaat terecht in op een aantal grote, soms recente maatschappelijke en zelfs geopolitieke ontwikkelingen die ook op de gemeenten afkomen. Dat resulteert in beleidsvoornemens én middelen. De vraag is of deze middelen voldoende zijn én landen op de plek waar het meeste resultaat wordt geboekt. We noemen een aantal belangrijke: - Uitvoeringsmiddelen Woningbouw. Onlangs bleek uit onderzoek van de Radboud Universiteit voor de
-
Rekenkamers dat overschotten die gemeenten jaarlijks overhouden voor een groot deel te wijten zijn aan vertragingen in (woningbouw)projecten. Meer ambtelijke capaciteit en minder regelgeving helpen om het tempo op te pakken. Weerbaarheid. De toestand in de wereld vormt de reden om in te zetten op een weerbare samenleving. Daar horen intensiveringen voor defensie bij, maar een weerbare samenleving is meer dan alleen een modern leger. Mensen moeten elkaar kunnen bijstaan en helpen bij nood. Daarom moet een deel van de gelden voor weerbaarheid ter beschikking komen voor de versterking van de cohesie in de haarvaten van de maatschappij. Daar zijn bijvoorbeeld ruimtes zoals wijkgebouwen
voor nodig, en manieren voor ontmoeting en steun. De middelgrote gemeenten weten bij uitstek wat -
noodzakelijk is, maar daar zijn dan wel middelen voor nodig. Gemeenschapsfonds. In het regeerakkoord staat de stichting van een gemeenschapsfonds gepland,
ter versterken van het verenigingswerk, initiatieven voor zorgzame wijken en dorpen en sociale cohesie. De M50 gaat heel graag in gesprek over de regeling die hiervoor wordt opgesteld. Graag gaan we in gesprek over de uitwerking van deze voornemens en middelen. Daarbij geven we alvast aan dat wat ons betreft de (middel)grote gemeenten zelf het beste weten wat op lokale schaal kan en moet gebeuren, efficiënt en effectief, en niet de regionale verbanden en/of grotere centrumgemeenten.
Naar een bestuursakkoord? Het kabinet Jetten streeft naar akkoorden met het parlement en maatschappelijke partners. Een cultuur van samenwerken kan er inderdaad toe leiden dat partijen gaan onderhandelen over afspraken op papier. Dat zou er toe kunnen leiden dat een akkoord wordt gesloten tussen de verschillende overheden. De M50 staat ervoor open om aan dit proces een constructieve bijdrage te leveren. Overleg dus niet alleen met de grote steden, maar juist ook met de M50 die de middelgrote gemeenten met een gezamenlijke bevolking van 7 miljoen inwoners vertegenwoordigt. Het akkoord is dan naar ons idee meer een agenda dan een contract waarbij alles voor vier jaar in beton is gegoten. Zowel de maatschappelijke opgaven en ontwikkelingen als de politieke verhoudingen (zowel bij het Rijk als in gemeenteland) vragen juist om wendbaarheid en een cultuur van vertrouwen en samen leren. Zo komen we verder!