CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Notitie Reactie brief Natuurlijk Delfland aan gemeenteraad

Raadsvergadering 21 september 2023, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Pasgeld West (RV 23-060)1.221 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NOTITIE Aan

: Gemeente Rijswijk, t.a.v. de heer F. de Bruijn

Van

: R. Olivier en S.T.J. Olierook, advocaten

Datum Referentie Betreft

: 20 september 2023 : 20227710/ROL : Gemeente Rijswijk / bestemmingsplan Pasgeld-West

I.

Inleiding

1.

U heeft ons gevraagd om beknopt te reageren op de brief van Natuurlijk Delfland van 19 september 2023. Volgens deze brief zijn er zes redenen van juridische aard gelet waarop het bestemmingsplan volgens Natuurlijk Delfland nog niet mogelijk is.

II.

Reactie Wet natuurbescherming

2.

De onder 1 tot en met 5 genoemde punten komen er in essentie op neer dat Natuurlijk Delfland van mening is dat het bestemmingsplan pas kan worden vastgesteld nadat een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming (“Wnb”) voor de ransuil en watervleermuis is verleend.

3.

Anders dan Natuurlijk Delfland stelt, is niet vereist dat eventueel benodigde ontheffingen op grond van de Wnb voorafgaand aan vaststelling van het bestemmingsplan zijn verleend. Dit volgt uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (“Afdeling”). Ter illustratie van deze vaste rechtspraak hebben wij een citaat uit een uitspraak van vandaag opgenomen: “De vragen of voor de uitvoering van het bestemmingsplan een vrijstelling dan wel een

ontheffing op grond van het soortenbeschermingsregime in de Wnb nodig is en zo ja, of deze ontheffing kan worden verleend, komen in beginsel pas aan de orde in een procedure op grond van de Wnb. Dat doet er niet aan af dat de raad het plan niet heeft kunnen vaststellen indien en voor zover hij op voorhand redelijkerwijs heeft moeten inzien dat het soortenbeschermingsregime in de Wnb aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat..”1

4.

Het komt blijkens de rechtspraak overigens zeer regelmatig voor dat een bestemmingsplan wordt vastgesteld voordat eventueel benodigde ontheffingen op grond van de Wet

DMS05-1638707620-226

natuurbescherming zijn verleend.

1

ABRvS 20 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3560, r.o. 14.1; ABRvS 20 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3551, r.o. 13.1.

1/3

5.

Overigens worden ontheffingen op grond van de Wnb door het college van gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland verleend. Het college noch de raad zijn bevoegd om een ontheffing te verlenen. Een ontheffing is een afzonderlijk besluit. Dat besluit kan door belanghebbenden worden aangevochten bij de bestuursrechter. Het vaststellen van het bestemmingsplan leidt er dus niet toe dat belanghebbenden zorgen en bezwaren over diersoorten niet bij de bestuursrechter aan de orde kunnen stellen, zoals Natuurlijk Delfland vreest.

6.

Wij begrijpen dat de ecologen van Tauw in opdracht van de gemeente Rijswijk een aanvraag op grond van de Wnb hebben voorbereid en dat de aanvraag door de Omgevingsdienst Haaglanden (in mandaat voor het college van gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland) beoordeelt. Verder begrijpen wij uit de aanvraag om een ontheffing dat voorafgaand aan het indienen van de aanvraag contact is geweest tussen de Omgevingsdienst Haaglanden en de gemeente Rijswijk en dat de inhoud van dat contact is betrokken bij de aanvraag. Op dit moment zijn er geen aanwijzingen bij de gemeente Rijswijk bekend gelet waaruit wordt afgeleid dat de ontheffing niet zal worden verleend.

III.

Reactie Milieueffectrapport

7.

Onder punt 6 voert Natuurlijk Delfland over verwijzing naar eerder toetsingsadvies van de commissie MER aan dat voor het bestemmingsplan een milieueffectrapport (“MER”) moet worden gemaakt waarbij heel Rijswijk Zuid, de ontwikkelingen op de DSM Campus, de voorgenomen ontwikkeling van de TNO-locatie en de omvangrijke bouwactiviteiten in Rijswijk Noord en de congestie op de A4 en het op niet-afzienbare termijn realiseren van voldoende openbaar vervoer wordt meegewogen.

8.

De commissie MER schrijft in voornoemd toetsingsadvies niet dát er in de toekomst een actualisatie van het MER nodig is, maar dat een actualisatie van het MER nodig kan zijn. De commissie MER heeft dus niet het standpunt ingenomen dat er per definitie een nieuw of geactualiseerd MER moet worden gemaakt. Voor zover Natuurlijk Delfland uit het toetsingsadvies van de commissie MER uit 2011 over gebiedsontwikkeling Rijswijk-Zuid afleidt dat voor toekomstige bestemmingsplannen hoe dan ook een MER moet worden gemaakt, gaat Natuurlijk Delfland dus uit van onjuiste lezing van het toetsingsadvies.

9.

Op grond van de m.e.r.-regelgeving moet per besluit worden beoordeeld of een MER moet worden gemaakt. Zo kan er op grond van het Besluit milieueffectrapportage een verplichting gelden om voor een bestemmingsplan een MER te maken. Die situatie is hier niet aan de orde.

10.

Wel geldt op grond van het Besluit milieueffectrapportage voor dit bestemmingsplan een verplichting om een m.e.r.-beoordeling te maken. Deze m.e.r.-beoordeling is gemaakt. De uitkomst van de m.e.r.-beoordeling is dat het opstellen van een MER niet nodig is.

2/3

11.

Pasgeld-West is onderdeel van het stedelijk ontwikkelingsproject Rijswijk-Zuid. Conform de rechtspraak is er destijds een MER gemaakt voor het gehele gebied bij de voorbereiding van het eerste ruimtelijke besluit dat in de bouw van dit project voorziet. Dit betekent ook dat de nog op te stellen latere bestemmingsplannen in beginsel niet meer m.e.r.-plichtig zijn.2

12.

Voornoemd uitgangspunt is slechts anders als de zogenaamde factoren uit bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn maken dat het reeds gemaakte MER niet meer voldoet aan de daaraan te stellen eisen.3

13.

Uit deze uitspraak blijkt ook dat uit een zogenaamde aanmeldingsnotitie (in het kader van een m.e.r.-beoordeling) kan blijken dat voornoemde uitzondering niet aan de orde is. Bij een m.e.r.-beoordeling dient namelijk ook rekening te worden gehouden met de relevante criteria uit bijlage III van de m.e.r.-richtlijn (zie art. 7.17 lid 3 Wet milieubeheer).

14.

Gelet op het gewijzigde aantal woningen in Pasgeld-West zou in theorie sprake kunnen zijn van een zodanige wijziging van opzet en vormgeving, dat niet meer sprake is van hetzelfde project, maar van een wijziging van een stedelijk ontwikkelingsproject. De wijziging is dan een afzonderlijk m.e.r.-(beoordelings)plichtig project.4

15.

Uit de rechtspraak volgt echter dat niet iedere wijziging van een stedelijk ontwikkeling moet worden aangemerkt als een wijziging van een stedelijk ontwikkelingsproject. Dat hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij spelen onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol. 5

16.

Wanneer sprake is van een wijziging van een stedelijk ontwikkelingsproject, dient er een m.e.r-beoordeling te worden verricht. Dit is in dit geval gebeurd. Daarmee is aan de eisen uit voornoemde rechtspraak voldaan.

17.

Er hoeft kortom niet meer naar de totale ontwikkeling van het Rijswijk Zuid (RijswijkBuiten) te worden gekeken, omdat dit al is gebeurd met het eerdere MER. Uit het m.e.r.beoordelingsbesluit volgt dat er geen m.e.r.-plicht geldt voor de wijziging van het totale stedelijk ontwikkelingsproject (van 700 naar 1000 woningen), als ook dat er geen aanleiding bestaat tot actualisatie van het bestaande MER uitgaande van een ongewijzigd project. ***

2

ABRvS 21 september 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AU2995, r.o. 2.5. ABRvS 26 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4264, r.o. 5.6.1. 4 ABRvS 3 april 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ7579, r.o. 6.4. 5 ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694, r.o. 13.4. 3

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=0938ce15-e54d-46fb-9f08-232129ffb4c3