CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van Zienswijzen Pasgeld-Oost

Raadsvergadering 18 juni 2024, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen Bestemmingsplan Pasgeld-Oost (RV 24-028)10.988 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Pasgeld-Oost

April 2024 Behoort bij besluit van het college van Rijswijk van 23 april 2024 inzake het voorstel aan het College van B&W tot vaststelling van het bestemmingsplan “Pasgeld-Oost” 1

Nota van beantwoording zienswijzen Bij het ontwerpbestemmingsplan Pasgeld-Oost.

Datum:

23 april 2024

Auteur:

Gemeente Rijswijk

Versienummer:

6.0

2

Inhoudsopgave

blz

1

Inleiding ....................................................................................................................................... 4

2

Gevolgde procedure ..................................................................................................................... 5

3

Overzicht van de zienswijzen ........................................................................................................ 6

3

1

Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan ‘Pasgeld-Oost’, met de daarop betrekking hebbende stukken, hee; met ingang van vrijdag 22 december 2023 tot en met donderdag 1 februari 2024 ter inzage gelegen. Het bestemmingsplan was elektronisch te raadplegen op de website van de gemeente Rijswijk en op www.ruimtelijkeplannen.nl. Op werkdagen was het bestemmingsplan ook fysiek in te zien op het gemeentehuis. Gedurende de zienswijzetermijn is iedereen in de mogelijkheid gesteld schri;elijk en/of mondeling te reageren op het ontwerpbestemmingsplan. Gedurende de termijn van terinzagelegging zijn in totaal 9 zienswijzen ingediend. De zienswijzen geven aanleiding tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de gevolgde procedure toegelicht. De zienswijzen worden behandeld in hoofdstuk 3, op volgorde van binnenkomst. In deze nota zijn onderwerpen uit die zienswijzen samengevat en beantwoord. Per onderwerp is aangegeven welk nummer van een indiener van een zienswijze daarbij hoort. Ook is aangegeven of deze aanleiding gee; tot wijziging van het ontwerpbestemmingsplan. Tot slot hebben wij een overzicht van de (ambtshalve) wijzigingen in het bestemmingsplan opgenomen in hoofdstuk 4. Hierbij is onderscheid gemaakt in de toelichQng, de regels en de verbeelding.

4

2

Gevolgde procedure Ontwerpfase Op de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan is arQkel 3.8 Wro (gelezen in samenhang met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) van toepassing. Het ontwerpbestemmingsplan hee; vanaf vrijdag 22 december 2023 tot en met donderdag 1 februari 2024 zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld schri;elijk en/of mondeling een zienswijze op het plan in te dienen. In totaal zijn 9 zienswijzen ingediend. Overzicht ingekomen zienswijzen en ontvankelijkheid In totaal zijn 9 zienswijzen in het kader van het ontwerpbestemmingsplan ontvangen. Vijf van deze zienswijzen zijn door een privépersoon ingediend. De andere zienswijzen zijn ingediend door het Hoogheemraadschap van Delfland, BPRC en SQchQng Pasgeld Natuurlijk. De zienswijzen zijn ingediend binnen de termijn en zijn a\omsQg van belanghebbenden, en zijn derhalve ontvankelijk. In verband met de bescherming van persoonsgegevens, zijn de naam- en adresgegevens van de privépersonen niet vermeld. De volgende zienswijzen zijn gedurende de zienswijzentermijn naar voren gebracht (op volgorde van ontvangst): Nr. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Indiener(s) zienswijze Geanonimiseerd Hoogheemraadschap Delfland Geanonimiseerd Geanonimiseerd BPRC Geanonimiseerd Geanonimiseerd SQchQng Pasgeld Natuurlijk Werkgroep Pasgeld en Natuurlijk Delfland

Adres Geanonimiseerd Postbus 3061, 26091 DB Del; Geanonimiseerd Geanonimiseerd Lange Kleiweg 161, Rijswijk Geanonimiseerd Geanonimiseerd Jaagpad 183, Rijswijk Geanonimiseerd

Datum 21-01-2024 22-01-2024 23-01-2024 25-01-2024 29-01-2024 30-01-2024 31-01-2024 01-02-2024 01-02-2024

De ontvangen zienswijzen worden in deze Nota zienswijzen samengevat en voorzien van een reacQe. Als daartoe aanleiding is, is per reacQe in de conclusie aangegeven of de reacQe aanleiding gee; het ontwerpbestemmingsplan aan te passen.

5

3

Beantwoording van de ingekomen zienswijzen Beantwoording van de zienswijzen Nr.

Zienswijze

1.

Geanonimiseerd (21 januari 2024) Het groen in Pasgeld-Oost is waardevol en moet worden beschermd. Overheden zullen verplicht worden om groene bufferzones te beschermen danwel aan te leggen. Als Rijswijk ook Pasgeld-Oost bebouwt, moet de gemeente straks elders een groene bufferzone aanleggen. Dat wordt een probleem, aangezien de gemeente nu al 30 voetbalvelden aan groen achterloopt op de verplichQng. De verkeerssituaQe op de Lange Kleiweg is nu al gevaarlijk en dat zal met de ontwikkeling van Pasgeld-Oost toenemen.

Antwoord

Conclusie

Het is niet duidelijk op welke verplichQng de indiener doelt en waar de achterstand van 30 voetbalvelden waarover wordt gesproken, uit volgt. Hierdoor kan de zienswijze niet inhoudelijk worden behandeld.

Geen wijzigingen

Naar aanleiding van de ontwikkeling van Pasgeld, hee; Goudappel Coffeng in 2021 een verkeersonderzoek uitgevoerd (bijlage 14 bij het ontwerpBP). Sweco hee; in 2023 een actualisaQe geproduceerd (bijlage 15 bij het ontwerp), op basis van het actuele verkeersmodel (MRDH) en de meest recente inzichten qua programma van de ontwikkellocaQes in RijswijkBuiten en Kessler Park.

Geen wijzigingen

Dit onderzoek naar de effecten van de planontwikkeling Pasgeld en Kessler Park is uitgevoerd om de voorziene ontwikkelingen mogelijk te maken en in te spelen op samenhangende thema’s. Het betre; hier met name de vraag of er op het wegennetwerk in deze gebieden en de aansluiQng op het hoofdwegennet voldoende ruimte is om het nieuwe verkeer in 2040 af te kunnen wikkelen of dat maatregelen nodig zijn om doorstromingsknelpunten te voorkomen en leegaarheid te borgen. Het onderzoek maakt de verkeersstromen inzichtelijk in RijswijkBuiten en Kessler Park in de huidige situaQe én 2040, en

6

de keuzes die daarin gemaakt moeten worden om tot een toekomstvast verkeerssysteem te komen. Voor de Lange Kleiweg is onderzocht wat de effecten van de woningbouwontwikkelingen (met inbegrip van Pasgeld-Oost) zijn, met als doel om een verkeerskundige visie te formuleren om de ontsluiQng, leegaarheid en verkeersveiligheid te waarborgen. Daarbij wordt rekening gehouden met de planvorming langs de totale lijn van de Lange Kleiweg, ontwikkelingen in Del; en ambiQes ten aanzien van de mobiliteitstransiQe (zoals opgenomen in het Mobiliteitsprogramma 2040). Op basis van de verkeersonderzoeken (2021, 2023) is gebleken dat de Lange Kleiweg geschikt is voor de ontwikkelingen, maar er zijn ook enkele (toekomsQge) knelpunten geconstateerd. De gemeente onderzoekt nu hoe de maatregelen in de diverse gebiedsontwikkelingen vorm krijgen.

De toename aan auto’s en mensen hee; effecten op luchtkwaliteit en versQkt mens, dier en natuur.

Waarbij het uitgangspunt is de gebieden bereikbaar, leegaar en verkeersveilig gehouden worden. Daarbij worden verschillende verkeerskundige ingrepen onderzocht en afgewogen. De verkeersmaatregelen betreffen uitvoeringsaspecten waaraan het bestemmingsplan niet in de weg staat. Ten slohe wordt vanuit landschappelijk en stedenbouwkundig oogpunt gekeken hoe het nieuwe wegprofiel en de routes voor langzaam verkeer op een verkeersveilige en prejge manier kunnen worden vormgegeven. Zoals beschreven in de toelichQng van het bestemmingsplan wordt voldaan aan de wehelijke vereisten. Het plan draagt in ‘niet in betekenende mate’ bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit, waardoor toetsing aan de Wet

Geen wijzigingen

7

luchtkwaliteit niet aan de orde is. Daarnaast is aan de hand van concentraQes luchtverontreinigende stoffen in de omgeving van het plangebied gemoQveerd dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. 2.

Hoogheemraadschap Delfland (22 januari 2023) In het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichQng opgenomen met betrekking tot waterberging. De getallen onder arQkel 10.5 lid 1.b zijn nog niet definiQef. Het waterschap verzoekt lid 1.a en 1.b uit de regels te verwijderen en lid 1.c aan te vullen met de volgende zinsnede: "Er is sprake van een goed func2onerend watersysteem met voldoende waterberging, vastgelegd in een waterhuishoudkundig plan, dat aan de waterbeheerder voorgelegd is en door de waterbeheerder goedgekeurd is.".

Naar aanleiding van de zienswijze is de voorwaardelijke verplichQng voor waterberging aangepast. Omdat het waterhuishoudkundig plan en de getallen voor de waterberging nog niet definiQef zijn, is het wenselijk om hierin in de toekomst een nadere afwijkingsmogelijkheid te hebben. Het voorstel van het hoogheemraadschap is echter niet overgenomen, omdat hiermee vanuit juridisch oogpunt niet kan worden voldaan aan de eisen voor een voorwaardelijke verplichQng, waarbij de verplichQng voldoende concreet dient te zijn geformuleerd. Bovendien leidt het begrip ‘goedkeuring’ tot verwarring: het college is immers bevoegd gezag voor de vaststelling van het plan. Om enige mate van flexibiliteit in te bouwen, is de voorwaardelijke verplichQng aangepast in lijn met de vergelijkbare bepaling in Pasgeld West. De bepaling komt als volgt te luiden:

Aanpassing formulering arQkel 10.5 van de regels.

10.5 Voorwaardelijke verplichKng waterberging 1. Op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone watercompensaQe' is het bebouwen van de gronden toegestaan, indien voorafgaand aan de oplevering van de bebouwing is voorzien in de aanleg en instandhouding van waterberging, waarbij voldaan moet worden aan de volgende voorwaarden: - er wordt maximaal 24.000 m2 verharding gerealiseerd binnen de aanduiding 'overige zone watercompensaQe'; - de waterberging kent een omvang van minimaal 3.000

8

m2 oppervlaktewater, én 327 m3 al dan niet in de vorm van oppervlaktewater; - er is sprake van een goed funcQonerend watersysteem vastgelegd in een waterhuishoudkundig plan; - wanneer als gevolg van een gefaseerde ontwikkeling van het gebied op enig moment redelijkerwijs (nog) niet aan de totale omvang van de waterberging kan worden voldaan, dient er sprake te zijn van een evenwicht tussen de hoeveelheid te realiseren verharding en de hoeveelheid waterberging, binnen een goed funcQonerend watersysteem; 2. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het eerste lid, sub a en b onder de voorwaarde dat het belang van de waterhuishouding met betrekking tot het watersysteem, de waterkwaliteit en waterkwanQteit niet onevenredig wordt aangetast; 3. Bij het besluit op de aanvraag om omgevingsvergunning bedoeld in het tweede lid vraagt het bevoegd gezag vooraf schri;elijk advies van de waterbeheerder; 4. Het bevoegd gezag betrekt het schri;elijk advies van de waterbeheerder bij het besluit op de aanvraag om omgevingsvergunning bedoeld in het tweede lid. 3.

Geanonimiseerd (23 januari 2023) De indiener maakt zich zorgen over de negaQeve milieu-impact van het plan met betrekking tot wateroverlast en sQkstof. Het is niet ondenkbaar dat het project verantwoordelijk is voor de wateroverlast die reeds aanwezig

De ontwikkeling van Pasgeld-Oost zal niet leiden tot een negaQeve impact op de waterhuishouding. Het bouwplan moet en zal voldoen aan de beleidsregels van het hoogheemraadschap. Nieuwe verharding wordt gecompenseerd met

Geen wijzigingen

9

is in Pasgeld. De toename aan wateroverlast, bijvoorbeeld door te zware voorbelasQng, moet nader worden onderbouwd aan de hand van een nauwkeurige analyse.

open water en bergingsmaatregelen. Vervolgens wordt het huidige geknelde en geïsoleerde systeem verbreed, verruimd en extra verbonden met het omliggende gebied door toepassing van duikers en open watergangen. Langs het Jaagpad en bij de Van Hardenbroeklaan wordt grondwateroverlast ervaren. Hier is onderzoek naar gedaan door de gemeente en de provincie waaruit geconcludeerd wordt dat de overlast is ontstaan na het vernieuwen van de damwand in de Vliet en de vervanging van de huisaansluiQngen van de riolering in de Van Hardenbroeklaan. Er wordt momenteel onderzocht of er een causaal verband is tussen het plaatsen van de damwand en deze specifieke waterproblematiek. Op basis van de huidige conclusies lijkt dit de oorzaak. Momenteel lopen er verschillende vervolgonderzoeken om deze veronderstellingen nader te specifiëren en te onderbouwen.

Het is onwaarschijnlijk dat voorbelasQng in Pasgeld West tot hogere grondwaterstanden hee; geleid langs het Jaagpad en bij de Van Hardenbroeklaan. Het gebied waar de zejngsgrond is aangebracht ligt op polderpeil en ligt daarmee veel lager dan het Jaagpad en Van Hardenbroeklaan die boven het boezempeil liggen. Tussen de zejngsgrond en het gebied met grondwateroverlast zihen meerdere sloten op polder peil. Eventuele opdrukking van grondwaterstanden door de voorbelasQng kunnen daardoor alleen ontstaan nabij de voorbelasQng zelf en wordt verder afgevangen door de poldersloten om het gebied heen.

10

Het project kan mogelijk bijdragen aan sQkstofproblemen in de regio. Er dient een nauwkeurige analyse van de luchtkwaliteit plaats te vinden en gedetailleerde informaQe te worden verstrekt.

Het aanbrengen van ecologische verbindingen binnen het project is van cruciaal belang voor biodiversiteit en leegaarheid. Er dient gedetailleerde informaQe te worden verstrekt over de nu bestaande biodiversiteit, waar en welke ecologische verbindingen worden gerealiseerd alvorens voorbelasQng plaatsvindt en hoe negaQeve effecten op flora en fauna worden geminimaliseerd.

Om effecten als gevolg van sQkstofdeposiQe op Natura 2000 gebieden uit te sluiten is een sQkstofdeposiQeberekening nodig. Deze berekening is uitgevoerd door KuiperCompagnons (bijlage 12 bij de toelichQng). Uit het onderzoek wordt geconcludeerd dat met zekerheid kan worden gesteld dat met de gekozen uitgangspunten geen sprake is van een toename van de sQkstofdeposiQe binnen sQkstofgevoelige Natura 2000-gebieden gedurende de aanleg- en de gebruiksfase van het woongebied in dit bestemmingsplan. Ook is in het plan specifiek ingegaan op het aspect luchtkwaliteit. Zoals beschreven in de toelichQng van het bestemmingsplan wordt voldaan aan de wehelijke vereisten op dit gebied. Het plan draagt in ‘niet in betekenende mate’ bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit, waardoor toetsing aan de Wet luchtkwaliteit niet aan de orde is. Daarnaast is aan de hand van concentraQes luchtverontreinigende stoffen in de omgeving van het plangebied gemoQveerd dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het verbeteren van de kwaliteit en samenhang van het aanwezige groen en water, en het geven van een impuls aan de biodiversiteit zijn belangrijke uitgangspunten in het Schetsboek Pasgeld. De uitgangspunten en ontwerpvarianten uit het Schetsboek zijn en worden nader uitgewerkt in een omgevingskwaliteitsplan en stedenbouwkundig ontwerp voor Pasgeld-Oost.

Binnen de (groenblauwe) structuren van de hoofdplanstructuur Pasgeld, is hierin aan het nieuwe woongebied een verdere invulling gegeven. Uitgangspunt in het ontwerp is dat Pasgeld-Oost een belangrijke ecologische stapsteen kan worden

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

11

binnen een breder ecologisch systeem. Binnen de stapstenen zijn er mogelijkheden om de biodiversiteit te verbeteren ten opzichte van de huidige situaQe. Zo vormt de ontwikkeling niet alleen een kans voor het realiseren van nieuwe woningen, maar ook om de natuurwaarden in het gebied te versterken. Het ontwerp is gebaseerd op de bestaande landschappelijke en ecologische waarden in de omgeving (zoals in beeld gebracht door Tauw, zie bijlage 11). Bij de realisaQe van het plan moet ten allen Qjde worden voldaan aan de Wet natuurbescherming. Bovendien wordt een ecologische analyse gemaakt van het gebied en een watervergunning verleend voordat wordt gestart met de werkzaamheden rondom voorbelasting.

4.

Geanonimiseerd (25 januari 2023) De indiener hee; op diverse punten bezwaar tegen het ontwerpbestemmingsplan Pasgeld Oost, waaronder het verdwijnen van de natuurlijke omgeving en daarmee de diversiteit aan planten en dieren. De historische uitstraling van Pasgeld Oost verdwijnt, en dat is jammer, want er is al zoveel verdwenen op dit gebied in de gemeente Rijswijk.

De locaQe is al langere Qjd aangemerkt als ontwikkellocaQe voor woningbouw. Zo staat de ontwikkeling van Pasgeld in het Masterplan Rijswijk-Zuid uit 2009 benoemd als ‘Groenstedelijk woongebied’. Op 12 oktober 2021 hee; de gemeenteraad van Rijswijk ingestemd met de ontwikkelrichQng van Pasgeld. Daarbij hee; de gemeenteraad besloten voor Pasgeld-Oost de ontwikkeling van maximaal 110 woningen mogelijk te maken. Dit bestemmingsplan borduurt voort op dat besluit. Hiermee is de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied bestuurlijk afgewogen. Met het vaststellen van het bestemmingsplan voor Pasgeld-Oost en de uiteindelijke vergunningverlening in het verlengde hiervan wijzigt inderdaad de fysieke inrichQng van de locaQe. In het bestemmingsplan is getoetst aan de Wet natuurbescherming. Uitgangspunt in het ontwerp is dat Pasgeld-Oost een belangrijke ecologische stapsteen kan worden binnen een breder ecologisch systeem. Het ontwerp is gebaseerd op

Geen wijzigingen

12

De enorme toename van het aantal bewoners zal een aanzienlijke verhoging van de mobiliteit met zich meebrengen en de leegaarheid van het gebied verminderen.

de bestaande landschappelijke en ecologische waarden in de omgeving (zoals in beeld gebracht door Tauw, zie bijlage 11). Naar aanleiding van de ontwikkeling van Pasgeld, hee; Goudappel Coffeng in 2021 een verkeersonderzoek uitgevoerd (bijlage 14). Sweco hee; in 2023 een actualisaQe geproduceerd (bijlage 15), op basis van het actuele verkeersmodel (MRDH) en de meest recente inzichten qua programma van de ontwikkellocaQes in RijswijkBuiten en KesslerPark. Dit onderzoek is uitgevoerd om de voorziene ontwikkelingen mogelijk te maken, met als belangrijkste vraag of er op het wegennetwerk in deze gebieden en de aansluiQng op het hoofdwegennet voldoende ruimte is om het nieuwe verkeer in 2040 af te kunnen wikkelen of dat maatregelen nodig zijn om doorstromingsknelpunten te voorkomen en leegaarheid te borgen. Op basis van deze verkeersonderzoeken is gebleken dat de Lange Kleiweg geschikt is voor de ontwikkelingen, maar er zijn ook enkele (toekomsQge) knelpunten geconstateerd. Daarnaast doet de gemeente momenteel onderzoek hoe de diverse woon-/ en werkgebieden in en rondom Pasgeld en de Plaspoelpolder naar de toekomst toe het beste bereikbaar, leegaar en verkeersveilig gehouden kunnen worden. In dit onderzoek worden verschillende verkeerskundige ingrepen onderzocht. De verkeersmaatregelen

Geen wijzigingen

betreffen uitvoeringsaspecten waaraan het bestemmingsplan niet in de weg staat. Ten slohe wordt vanuit

landschappelijk en stedenbouwkundig oogpunt gekeken hoe het nieuwe wegprofiel en de routes voor langzaam verkeer op een verkeersveilige en prejge manier kunnen worden vormgegeven. Een 30 km-regime wordt passend geacht bij een woongebied.

13

Het autoluw houden van Pasgeld Oost (en Pasgeld West) zal leiden tot een sterk verhoogde parkeerdruk op het Jaagpad en Van Hardenbroeklaan. Als dit leidt tot betaald parkeren, is dit in het nadeel van de bewoners.

Verminderen van de mobiliteitsdruk door een eventuele ‘knip’ in de Lange Kleiweg is voor ons nadelig, omdat het noodzaakt tot omrijden richQng Oud-Rijswijk, Voorburg en toerit A4. Dit vanuit een toch al geïsoleerd gebied (Jaagpad is afgesloten voor autoverkeer). De geluidsoverlast zal toenemen. Dit ook door het kaatseffect van de voorziene hoogbouw in Pasgeld-West.

Het bestemmingsplan biedt voldoende ruimte voor het realiseren van voldoende parkeergelegenheid ten behoeve van de ruimtelijke ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt, zodat niet aannemelijk is dat elders de parkeerdruk zal toenemen. Bovendien is een traject opgezet om te kijken naar het draagvlak van verschillende parkeeroplossingen in het gebied. Of er sprake is van betaald parkeren is op dit moment niet duidelijk: hier is nog geen beslissing over genomen. Er zijn momenteel nog meerdere oplossingsrichQngen denkbaar, zoals o.a. het verlenen van een ontheffing voor bewoners, helemaal geen regime, of juist een regime voor iedereen (zowel bewoners als bezoekers). Er vindt momenteel een verkeersonderzoek plaats waarin een breder palet aan mogelijke verkeersremmende maatregelen op de Lange Kleiweg wordt onderzocht. Met dit bestemmingsplan wordt geen keuze gemaakt in verkeersmaatregelen. Dit gebeurt later in een separaat traject, via een te nemen Verkeersbesluit. In het kader van het bestemmingsplan hee; KuiperCompagnons een akoesQsch onderzoek wegverkeers-, railverkeersen industrielawaai uitgevoerd (bijlage 2). De voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, maar de maximale hogere waarden niet. Voor het verkeer op de Lange Kleiweg/Weteringseweg wordt een hogere waarde vastgesteld. Aan de voorwaarden uit het gemeentelijk geluidbeleid kan worden voldaan.

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

In de berekening naar de geluidsbelasQng voor de nieuwe woningen en in de vastgestelde hogere waarde is rekening gehouden met de

14

reflecterende (toekomsQge) bebouwing in Pasgeld-West. Voor de nieuwe woningen in Pasgeld Oost is het reflecterende effect van de bebouwing in Pasgeld-West in beeld gebracht. Deze bijdrage varieert van 0,7 tot maximaal 1,0 dB. Zoals eerder gezegd is deze reflecQebijdrage ook betrokken in het akoesQsch onderzoek. De bebouwing in Pasgeld-Oost zal ook een reflecQebijdrage veroorzaken in Pasgeld-West. Deze bijdrage zal iets lager zijn omdat de bebouwingsdichtheid langs de Lange Kleiweg in Pasgeld-Oost iets lager is dan in Pasgeld West. De verkeerstoename op de Lange Kleiweg is maximaal 680 verkeersbewegingen al al het verkeer in één richQng op de Lange Kleiweg zou worden afgewikkeld. De verkeersintensiteit op de Lange Kleiweg is 12.416 verkeersbewegingen zoals blijkt uit bijlage 1 van het akoesQsch onderzoek. De maximale toename van het verkeer (5%) veroorzaakt een toename van de geluidsbelasQng van 0,2 dB.

Bewoners zullen hinder ondervinden van de extra licht- en luchtvervuiling.

Het absolute maximum van de geluidstoename door de planontwikkeling is 1,2 dB, en bestaat uit maximaal 1 dB toename door de weerkaatsing van geluid en 0,2 dB door de verkeerstoename. Omdat deze toename lager is dan 1,5 dB is deze toename niet hoorbaar voor het menselijk oor. Onduidelijk is naar welke bijdrage hier wordt gerefereerd. Zoals beschreven in de toelichQng van het bestemmingsplan wordt voldaan aan de wehelijke vereisten. Het plan draagt in ‘niet in betekenende mate’ bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit, waardoor toetsing aan de Wet

Geen wijzigingen

15

luchtkwaliteit niet aan de orde is. Daarnaast is aan de hand van concentraQes luchtverontreinigende stoffen in de omgeving van het plangebied gemoQveerd dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

Bewoners zullen hinder ondervinden van meer hihestress.

Van Hardenbroeklaan en Jaagpad kampen nu al met waterstandsproblemen, waarvoor geen oplossing wordt aangedragen.

Een ruimtelijke ontwikkeling, waaronder een woongebied, leidt in veel gevallen tot gewijzigde lichtval. Daar waar de sociale veiligheid dit mogelijk maakt wordt rekening gehouden met lichthinder op de omgeving, bijvoorbeeld door beperking in lichtsterktes en de posiQonering en schijnrichQng van lichtarmaturen. Dit vindt plaats in de nadere planuitwerking. Aan een klimaatadapQeve inrichQng van het gebied wordt onder meer invulling gegeven door het realiseren van het groenblauwe raamwerk. Zoals uitgebreider besproken in paragraaf 4.9.2, is daarmee een stevig netwerk van onderling verbonden groengebieden voorzien. Door het realiseren van een robuuste ecologische samenhang en een natuurinclusief Pasgeld worden de natuurwaarden in het gebied versterkt. Dit hee; onder meer een posiQef effect op de biodiversiteit. Ook dragen (onderling verbonden) groengebieden bij aan verkoeling en het tegengaan van hihestress. De problematiek is bij het

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

Hoogheemraadschap Delfland en de gemeente al een gehele tijd bekend. Het water kan momenteel niet eenvoudig weg stromen omdat er slechts één duiker aanwezig is van Pasgeld-Oost naar het slagenlandschap, waar het gemaal zit. In de toekomst komen er verschillende extra duikers en wordt het water in het gebied (oost) veel beter verbonden met haar omgeving. Het badkuipeffect dat nu heerst, waarbij regen steeds naar het laagste punt valt omdat Pasgeld-Oost nu eenmaal laag gelegen is, wordt daarmee sterk verbeterd.

16

De waterstandsproblemen zijn door de indiener niet verder gedefinieerd. Als hier wordt bedoeld dat er grote plasvorming is na hevige regenval, dan kan worden gesteld dat voor het gebied het waterhuishoudkundig plan wordt opgesteld, waarbij een goed functionerend watersysteem dient te worden gerealiseerd (hetgeen in de planregels, artikel 10.5 lid 1 onder c is geborgd). De grote plasvorming zal worden voorkomen door middel van een verbonden watersysteem. Als hier de hoge grondwaterstanden worden bedoeld, dan valt dit aspect buiten het bestemmingsplan. De gemeente kijkt op dit punt (bestaande problematiek) naar de damwand in het gebied.

Momenteel zijn peilbuizen geplaatst om de effecten van de aanleg van watergangen en de inrichQng te kunnen monitoren en miQgerende maatregelen te nemen als er significant wat verandert met de grondwaterstanden in de omgeving. De peilbuizen die geplaatst zijn ter plaatse van de Van Hardenbroeklaan en het Jaagpad zijn geplaatst om dat daar al grondwateroverlast wordt ervaren. De resultaten van de peilbuizen worden ook gebruikt voor het onderzoek naar het effect van de nieuw geplaatste damwand en de vervanging van de huisaansluiQngen ter plaatse van de Van Hardenbroeklaan. Er wordt gekeken of er een causaal verband is. Dit onderzoek loopt momenteel nog. In de waterparagraaf is de waterhuishoudkundige situaQe in het plangebied uitgebreid beschouwd. Het

17

waterhuishoudkundig plan houdt rekening met de monitoringsgegevens. De ontwikkeling van Pasgeld-Oost is in principe niet verantwoordelijk voor bestaande problemaQek in de omgeving. Het plan leidt tot verbetering van de waterhuishoudkundige situaQe ter plaatse. 5.

BPRC (29 januari 2023) BPRC verzoekt te overwegen alsnog geurmeQngen te verrichten aan de geurbronnen van het BPRC om de juiste geurbelasQng in de omgeving vast te stellen.

BPRC verzoekt de resulterende geur- en geluidbelasQng te respecteren, nader te beoordelen wat dit betekent voor de plannen c.q. de noodzakelijke afstanden tot woonbebouwing en dit te verwerken in het bestemmingsplan Pasgeld-Oost.

De iniQaQefnemer, gemeente en BPRC en de ODH zijn hierover inmiddels in goed overleg en wordt (indien) noodzakelijk aanpassing van de vergunning ter hand genomen. Tevens is door Wiheveen en Bos de beschrijving van de geursituaQe geactualiseerd voor Pasgeld-Oost. Hieruit blijkt dat de bestemming Woongebied voor een heel klein deel tussen de 0,5 en 1,0 ouE/m³ (98-percenQel) ligt. Uit de waarden die genoemd zijn in het provinciaal beleid blijkt dat een concentraQe van rond de 1,0 ouE/m³ (98- percenQel) ruim aan de omschrijving ‘redelijk’ voldoet, en zich dus tussen ‘goed’ en ‘redelijk’ bevindt. Verder bevindt deze waarde zich binnen het genoemde afwegingsgebied uit de vergunning. Deze kwaliteit betekent daarmee een aanvaardbaar geurhinderniveau voor Pasgeld-West. Wat betre; geluid stelt BPRC in haar zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan dat haar rechten onvoldoende zijn geborgd. De milieuvergunning gee; aan dat het langQjdgemiddeld beoordelingsniveau als gevolg van BPRC op de gevel van geluidgevoelige gebouwen niet meer mag bedragen dan 50/45/40 dB(A) in respecQevelijk de dag/avond en nachtperiode (ofwel 50 dB(A) etmaalwaarde). Voor het maximale geluidniveau geldt dat dit ten hoogste 70/65/60 in respecQevelijk de dag/avond en nachtperiode is. Op dit moment zijn de meest nabijgelegen woningen gesitueerd langs de van

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

18

Hardenbroeklaan. Deze woningen begrenzen in feite de vergunde “geluidruimte” van BPRC. De dichtstbijzijnde woningen van Pasgeld West komen dichter op de inrichQngsgrens van BPRC te liggen dan de bestaande bebouwing. BPRC stelt daarom dat de woningbouwontwikkeling leidt tot een mogelijke beperking van haar (toekomsQge) acQviteiten. Ook gee; zij aan dat dit kan worden geformaliseerd in de voorschri;en in de vergunning. Dit advies kan worden opgevolgd, zonder dat er voor het bedrijf óf voor de woningen nadelige milieugevolgen zijn. Uit de resultaten van het akoesQsch onderzoek, uitgevoerd door LBP|Sight blijkt dat de 50 dB(A) etmaalwaarde contour op maximaal circa 55 meter buiten de inrichQngsgrens ligt. Deze contour, inclusief de verkaveling van Pasgeld oost, is opgenomen in onderstaande ageelding. Te zien is dat deze contour geen van de woningen binnen het plangebied raakt. Het langQjdgemiddeld beoordelingsniveau als gevolg van BPRC is dus voor alle woningen lager dan of gelijk aan de 50 dB(A) die is opgenomen in de vergunning van BPRC. Voor wat betre; maximale geluidniveaus gee; BPRC aan dat deze naar schajng maximaal 65 dB(A) in de dagperiode, en 56 dB(A) in de avond- en nachtperiode bedraagt. Ook dit is lager dan nu in de vergunning van BPRC staat. BPRC voldoet dus ook na realisaQe van Pasgeld Oost aan haar vergunning.

Het valt echter wel aan te bevelen om dit expliciet in de vergunning op te nemen, zoals BPRC voorstelt, om dit op de juiste wijze te borgen.

19

Ageelding: 50 dB(A) contour van BPRC (rode lijn) en de woningen van Pasgeld Oost (dikke zwarte lijnen) Tot slot betekent bovenstaande ook dat deze geluidniveaus als gevolg van BPRC een goede ruimtelijke ordening en een goed woon- en lee\limaat niet in de weg staan. Omdat aan de voorkeursgrenswaarde voor industrielawaai wordt voldaan zijn er zijn geen aanvullende maatregelen (voor het geluid a\omsQg van BPRC) noodzakelijk. Wat betre; geur is geconstateerd dat bij een deel van het plangebied (in uiterste worst case) de geurbelasQng hoger dan 0,5 ouE/m³ (als 98-percenQel) kan zijn en bij de woonbestemmingen maximaal tot circa 1,0 ouE/m³ (als 98-percenQel) kan bedragen. Als hiermee een strijdigheid met de geurvoorschri;en van BPRC zou optreden, zal de gemeente zorgdragen voor een ambtshalve wijziging die er in voorziet dat de geurbelasQng bij de meest nabije woningen als gevolg van BPRC 1,0 ouE/m³ (als 98-percenQel) mag bedragen en als aanvaardbaar hinderniveau kan worden beschouwd. Dit niveau hee; de gemeente immers in dit bestemmingsplan (en bij PasgeldWest) als aanvaardbaar vastgesteld. Indien BPRC hiervoor een maatwerkverzoek indient, zal de gemeente dit dan ook redelijkerwijs honoreren.

20

BPRC verzoekt de gemeente, indien zij deze hinderniveaus voor nieuwe woningbouw acceptabel acht, deze dan overeenkomsQg te verwerken in de geldende milieuvergunning voor het BPRC.

6.

Momenteel lopen gesprekken tussen BPRC, de gemeente en de ontwikkelaar. Hierbij worden de verschillende punten verder onderzocht. Voor wat betre; de aanvaardbaarheid van de hinderniveaus ter plaatse van de woningbouw wordt een aanscherping doorgevoerd in het Bijlage 7 ‘Wiheveen + Bos (20 juli 2021) Geuraspecten BPRC - Planvorming Pasgeld-Oost in Rijswijk’.

Geanonimiseerd (31 januari 2023) L Op ageelding 2.6: Voorlopige Het bestemmingsplan Pasgeld Oost gaat stedenbouwkundige niet over de inrichQng van de bosloper. situaQetekening is ter plaatse van De inrichQng die nu ingetekend staat is onze huidige ontsluiQng, de indicaQef en slechts een schetsontwerp. Pasgeldlaan, deels water Zo staan ook indicaQef bruggen voorzien. Het perceel van de ingetekend. De inrichQng binnen de indiener verliest hierdoor haar ontsluiQng. Op dezelfde mogelijkheden van het ageelding is wel, dicht tegen de bestemmingsplan staat dus nog niet erf grens, een weg getekend. Die vast. De exacte plaats, maat en schaal weg zou als vervangende hiervan is nader te bepalen. Samen met ontsluiQng kunnen fungeren. Graag ziet de indiener de oude of het ontwerp van de parkloper. De vervangende ontsluiQng op een in gemeente zal in ander overleg treden / opnieuw contact opnemen om dit punt overleg te bepalen posiQe opgenomen in het op een later moment te bespreken. bestemmingsplan in tekst en verbeelding. Een ontsluiQng geschikt voor personenvervoer en landbouwvoertuigen. Op ageelding 2.7: Impressie De bomen en waterparQjen op de voorlopig ontwerp met stedenbouwkundige kaart zijn indicaQef groenstructuren in ingetekend. De inrichQng op de vogelvluchtperspecQef staan op genoemde gronden vallen buiten het het perceel van de indiener bestemmingsplan Pasgeld Oost.

bomen en paden getekend. Deze staan er niet en zijn wij niet voornemens te realiseren. Ook is op de erfgrens een waterparQj getekend, waarmee de ontsluiQng (Pasgeldlaan) is vervallen. Graag ziet de indiener de oude of vervangende ontsluiQng op een in overleg te bepalen posiQe

Bijlage 7 ‘Wiheveen + Bos (20 juli 2021) Geuraspecten BPRC Planvorming PasgeldOost in Rijswijk’ is vervangen door een nieuw rapport, waarin de conclusies voor wat betre; aanvaardbaarheid voor woningbouw in Pasgeld Oost scherper zijn opgeschreven.

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

21

opgenomen in het bestemmingsplan. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels: In dit hoofdstuk wordt er gesproken over bestemmingsteksten. Echter, deze (o.a. “groen met de aanduiding ontsluiQng”, “Woongebied”, “Leiding-Gas”, enz.) staan niet op de verbeelding. Indien er gesproken wordt over een verbeelding/tekening welke geen onderdeel uitmaakt van dit document/ontwerp ontvang ik graag een exemplaar en behoud het recht hier een zienswijze op in te dienen. 7.

Het bestemmingsplan bestaat alQjd uit regels, een verbeelding en een (niet bindende) toelichQng. Deze documenten zijn allen raadpleegbaar via www.ruimtelijkeplannen.nl en/of sinds 1 januari 2024 op hhps://omgevingswet.overheid.nl/regel s-op-de-kaart/. Bovendien hebben de papieren exemplaren bij de balie van het Stadhuis ter inzage gelegen. Het indienen van een zienswijze is uitsluitend mogelijk gedurende de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Deze periode liep vanaf vrijdag 22 december 2023 tot en met donderdag 1 februari 2024.

Geen wijzigingen

Om de grondwaterstanden rond het te ontwikkelen gebied te monitoren, zijn er peilbuizen geplaatst. De nieuwe watergangen in Pasgeld-oost kunnen een drainerende werking hebben op het hoger gelegen gebied (Van Hardenbroeklaan en Jaagpad), waardoor de grondwaterstand daar mogelijk daalt. Onder normale omstandigheden zouden er dan miQgerende maatregelen worden genomen, omdat er gestreefd wordt naar een neutraal effect op de grondwaterstand in de omgeving. Echter, uit onderzoek (zie punt 3.1 van deze nota) is nog niet duidelijk of lagere grondwaterstanden door de aanleg van Pasgeld-Oost de problemen bij de Van Hardenbroeklaan en Jaagpad juist kunnen verminderen. In dat geval zou het effect van de aanleg van de watergangen op de grondwaterstanden een posiQeve bijkomsQgheid zijn.

Geen wijzigingen

Geanonimiseerd (31 januari 2023) De watertoets is niet of gebrekkig uitgevoerd en grondwater is ontoereikend meegenomen. Grondwateroverlast op parQculier terrein wordt in eerste instanQe beschouwd als verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar, waardoor deze meldingen niet relevant worden geacht voor de verdere planvorming in het gebied. De gemeente hee; echter een grondwatertaak (Omgevingswet, arQkel 2.16, lid 1) en moet zich inspannen om structurele problemen als gevolg van een voor de aan de grond gegeven bestemming nadelige grondwaterstand in openbaar bebouwd gebied te voorkomen of te beperken. In de huidige planvorming zijn de effecten van voorgenomen ontwikkelingen in het gebied op het grondwater niet meegenomen.

Daarom wordt in samenhang met punt 3.1 nader bekeken of de aanleg van de wateren in Pasgeld-Oost de grondwaterstanden ter plaatse van de Van Hardenbroeklaan en een deel van het Jaagpad beïnvloedt (verlaging van

22

het grondwaterpeil). Ook wordt beoordeeld of er in dat geval miQgerende maatregelen nodig zijn. Men voldoet met dit plan aan de regels van het hoogheemraadschap. Alle nieuwe verharding wordt gecompenseerd met nieuw te graven open water en met bergingsmaatregelen op het land. Er is geen sprake van verslechtering door de ontwikkeling van Pasgeld-Oost. Niet bij voorbelasting, niet bij bouwen, niet na oplevering.

Zo lang er geen verdere maatregelen worden genomen ter beheersing van het grondwater draagt ingeplande waterberging (peilniveau) voor opvang van hemelwater niet bij aan het voorkomen van een toename van grondwateroverlast in het gebied. Ook op 29 december 2023 werden nog peilbuizen bijgeplaatst om de waterproblemaQek in kaart te krijgen. Dit, terwijl het ontwerp bestemmingsplan voor PasgeldOost al op 12 december 2023 door het college van B&W werd vrijgegeven. Het is derhalve evident dat gemeente grondwater in het plangebied niet in kaart had en dus niet hee; meegenomen in de fase van planvorming. De watertoets is niet zorgvuldig uitgevoerd. De risico’s en mogelijke gevolgen voor reeds bestemde percelen en huidige bewoners zijn niet in kaart gebracht. Dit is laakbaar.

De benodigde waterberging wordt afgestemd met hoogheemraadschap. Er dient sprake te zijn van goed funcQonerend watersysteem, hetgeen ook als voorwaardelijke verplichQng is vastgelegd in de regels van het plan. Opvang en afvoer van hemel- en grondwater zijn daar onderdeel van.

Geen wijzigingen

Zie ook 3.1 en 7.1. Het plaatsen van peilbuizen is een standaard procedure bij nieuwbouwprojecten. Juist om de effecten van de aanleg van watergangen en de inrichQng te kunnen monitoren en miQgerende maatregelen te nemen als er significant wat veranderd met de grondwaterstanden in de omgeving.. De peilbuizen die geplaatst zijn ter plaatse van de Van Hardenbroeklaan en het Jaagpad zijn geplaatst om dat daar al grondwateroverlast wordt ervaren en worden gebruikt voor het onderzoek naar het effect van de nieuw geplaatste damwand en de vervanging van de huisaansluiQngen ter plaatse van de Van Hardenbroeklaan.

Geen wijzigingen

Omdat de peilbuizen in de kering geplaatst moesten worden, kon dit niet zomaar gedaan worden. Ze zijn uiteindelijk pas begin december geplaatst. De voorlopige conclusies zijn dat de drainage langs de damwand niet overal goed werkt. Het is niet uit te sluiten dat de vervanging van de

23

De bouwplannen zullen onherstelbare schade aanrichten aan een gebied waarin bijzondere flora en fauna voorkomen. Wanneer de plannen worden uitgevoerd gaat dat voorgoed kapot. Door lichtvervuiling en geluidstoename zullen deze dieren zich niet langer kunnen handhaven in het gebied.

De verkoelende en luchtzuiverende werking die het gebied nu hee; op de leefomgeving, die groter is dan Pasgeld, wordt tenietgedaan en de bijdrage die het gebied momenteel levert ter tempering van hihestress en afvangen van CO2 zal verdwijnen. Daarnaast zal door toename van het aantal woningen, mensen, auto’s, apparaten etc. de uitstoot toenemen.

Huidige bewoners worden belemmerd in duurzaamheidsambiQes. Door de posiQonering en voorgestelde hoogtes van de nieuwe woningen worden mogelijkheden beperkt voor bijvoorbeeld het plaatsen en gebruik van zonnepanelen.

huisaansluiQngen tot een lichte verhoging hee; geleid. Als voorlopige en mogelijke oplossing wordt gedacht aan drainage in de Hardenbroeklaan, waarbij deze drainage wordt aangesloten op de polder. Dit wordt eerst modelmaQg getest. Het wehelijk bepaalde in de Wet natuurbescherming (en daarmee Vogelrichtlijn) is op dit punt richQnggevend. De Wet natuurbescherming bevat een regeling betreffende beschermde flora en fauna. Hieruit is gebleken dat negaQeve effecten op beschermde soorten kunnen worden voorkomen. Voor wat betre; de ransuil is een ontheffingsaanvraag ingediend bij de provincie Zuid-Holland. Gelet op de inhoud van de ecologische onderzoeken is er geen aanleiding om te veronderstellen dat geen ontheffing zal worden verleend. In het plan is getoetst aan de wet- en regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit. Zoals beschreven in de toelichQng van het bestemmingsplan wordt voldaan aan de wehelijke vereisten. Het plan draagt in ‘niet in betekenende mate’ bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit, waardoor toetsing aan de Wet luchtkwaliteit niet aan de orde is. Daarnaast is aan de hand van concentraQes luchtverontreinigende stoffen in de omgeving van het plangebied gemoQveerd dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

In het kader van de planvorming is enkel relevant tot in hoeverre (bestaande) woningen in de omgeving een onaanvaardbare afname van bezonning op hun woning hebben die a\omsQg is van de in dit bestemmingsplan geprojecteerde bebouwing en of daarmee sprake is van een goed woonen lee\limaat. Dit geldt niet voor (de opbrengst van) zonnepanelen. Indien blijkt dat als gevolg van het bouwplan

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

24

De woning van de indiener is niet gebouwd op de huidige geluidsniveaus, waarbij reeds sprake is van brommers op korte afstand van de woning. Met het plan komen de brommers van nog meer kanten de leefruimtes binnen, waardoor de leegaarheid van de indiener wordt geschaad.

onrechtmaQge schaduwhinder bij bestaande woningen optreedt, kan aanspraak worden gemaakt op een planschaderegeling. De hoofdontsluiQng voor gemotoriseerd verkeer bevindt zich aan de zuidwestkant van het plangebied, aansluitend op de Lange Kleiweg. Aan de noordkant zal alleen een fietsverbinding en ontsluiQng voor calamiteitenverkeer komen. De precieze situering van paden en de calamiteitenroute staat nog niet vast. Dit is een inrichQngsaspect waar het bestemmingsplan niet op ziet. Fietsers en brommers rijden ook in de huidige situaQe al op korte afstand langs de woning, namelijk over het Jaagpad.

Geen wijzigingen

Alhoewel de ontsluiQng van de woonwijk in westelijke richQng plaatsvindt via de Lange Kleiweg is het niet uit te sluiten dat langzaam verkeer gebruik maakt van het Jaagpad en verder in noordelijke richQng naar Rijkswijk of in zuidelijke richQng naar Del;. Opgemerkt wordt dat de Lange Kleiweg en de Weteringseweg ook openstaan voor langzaam verkeer om naar de gemeente Rijksweg en Del; te gaan. Voor zover gemotoriseerd langzaam verkeer gebruik maakt van het Jaagpad zal dat een zeer beperkt aantal zijn. De verkeerstoename door de planontwikkeling is lager dan 1.000 motorvoertuigen. Als 5% daarvan brommers betre; gaat dat om maximaal 50 brommers. De routekeuze is immer divers: Lange Kleiweg, Weteringseweg, Laan van ’t Haantje of het Jaagpad. Daarnaast zullen de brommers die de keuze maken gebruik te maken van het Jaagpad slechts voor een deel langs de woningen gaan omdat een deel een noordelijke oriëntaQe hee; en een deel een zuidelijke. Een dergelijk gering aantal brommers hee; geen invloed op de gemiddelde geluidsbelasQng in de etmaalperiode Lden.

25

8.

Het plan voldoet niet aan de randvoorwaarden zoals deze volgens de Omgevingswet van toepassing zijn op ‘parQcipaQe’, zoals beschreven in het document ‘aan de slag met de Omgevingswet; Denkwijze(r) voor goede parQcipaQe’.

Het recht zoals dit gold voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet is in dit geval nog van toepassing op de vaststelling van het bestemmingsplan voor Pasgeld Oost. Dit betekent dat onder meer de Wet ruimtelijke ordening moet worden toegepast en niet de Omgevingswet. Overigens gee; de Omgevingswet geen wehelijke kaders mee voor de opzet van parQcipaQe: deze is vormvrij. In hoofdstuk 5.2 van de plantoelichQng is ingegaan op het parQcipaQeproces. Op de website van de gemeente Rijswijk is een uitgebreid parQcipaQeverslag (inclusief het parQcipaQeniveau) opgenomen: h=ps://samen.rijswijk.nl/uploads/3ab04 0f2-0c44-4743-85f22d84II0f39/phase_file/file/9661c1cbc611-4a4f-afea-45134ef51359/09-052023_Par2cipa2everslag_PasgeldOost.pdf

Geen wijzigingen

In het ingerichte parQcipaQeproces is er doorlopend op gestuurd dat een reeds bestaand plan de uitkomst zou worden zonder dat er daadwerkelijk en exploraQef is verkend of andere uitkomsten ook mogelijk zouden zijn. Daarmee is geen invulling gegeven aan een proces dat recht doet aan de bedoeling van parQcipaQe en het kan derhalve die naam niet dragen.

ParQcipaQe kan op verschillende manieren worden vormgegeven. Het parQcipaQeniveau wordt voorafgaand aan de planvorming vastgelegd in relaQe tot de context van het plangebied. Het parQcipaQeproces hee; er onder meer toe geleid dat het beoogde woningaantal voor Pasgeld-Oost is gehalveerd ten opzichte van de oorspronkelijke plannen. In een parQcipaQeverslag is uitgebreid ingegaan op de diverse ideeën die in de bijenkomsten naar voren zijn gekomen, en welke input (waarom) wel/niet is verwerkt. Het is spijQg dat de indiener het proces niet als prejg hee; ervaren.

Geen wijzigingen

SQchQng Pasgeld Natuurlijk (1 februari 2023) Het parQcipaQeproces over Pasgeld-Oost is in vele opzichten niet naar behoren verlopen. In de Nota van inspraak is een antwoord gegeven waarin wordt verwezen naar eerdere correspondenQe op dit punt. De

Van juli 2020 tot juli 2021 is een uitgebreid parQcipaQeproces over de ontwikkeling van Pasgeld doorlopen met als resultaat het Schetsboek Pasgeld. Mede op basis daarvan volgde besluitvorming van de gemeenteraad over de hoofdplanstructuur en de

Geen wijzigingen

26

conclusie dat het proces naar voldoening is verlopen is per definiQe subjecQef.

ontwikkelrichQng van Pasgeld-West en Pasgeld-Oost. De Wijde Blik is door Synchroon aangetrokken als externe parQj voor de uitvoering en begeleiding van de parQcipaQe en hee; hiervoor een plan van aanpak gemaakt. Als oplegger bij het plan van aanpak hee; de gemeente Rijswijk een Nota van uitgangspunten opgesteld, bedoeld om aan de voorkant van het proces de spelregels voor parQcipaQe af te bakenen. De spelregels bestaan uit uitgangspunten en een rolbeschrijving van de betrokken parQjen. Zo weten alle parQjen vooraf wat er van elkaar wordt verwacht en wat de parQcipaQeruimte is. De Nota van Uitgangspunten is op 8 november 2022 vastgesteld door het college van B&W en toegestuurd naar de raad. Het traject bestond uit 3 parQcipaQe- bijeenkomsten, die in december 2022, januari 2023 en 5 april 2023 hebben plaatsgevonden. De resultaten zijn verwerkt in een uitgebreid parQcipaQeverslag, als basis voor verdere besluitvorming en planuitwerking in deze planologische procedure. Bovendien is in het planologische traject de mogelijkheid geboden om een inspraakreacQe en/of zienswijze in te dienen op het plan. Gelet op het uitgebreide parQcipaQetraject door de Wijde blik in combinaQe met de uitgebreide procedure van het bestemmingsplan, is geconcludeerd dat de ontwikkelaar en de gemeente alle belanghebbenden voldoende hebben gehoord.

Het parQcipaQetraject is afgerond met een verslag waarmee het traject voldoende is geëvalueerd.

Er is gesteld dat een parQcipaQetraject niet verplicht zou zijn, dat het traject op verzoek van Synchroon is uitbesteed en dat de moQe ‘parQcipaQeleidraad’ is aangenomen na afronding van

De omvang en opzet van participatie is in

Geen wijzigingen

principe vormvrij. Het participatieproces voor Pasgeld Oost is afgestemd tussen gemeente en ontwikkelaar en is uitgevoerd in het verlengde van de participatie i.k.v. Schetsboek Pasgeld. Naar aanleiding van het proces is een

27

het parQcipaQetraject. Dit ontslaat de gemeente echter niet van de verplichQngen voor een volwaardig gesprek en van zorgvuldigheid. Er is sprake van een kwalitaQef onvoldoende omgevingsdialoog. Het proces en daardoor ook de weerslag van de vragen en opmerkingen in het voorontwerp is volstrekt onvoldoende. Wij verzoeken alsnog om een objecQeve evaluaQe. 9.

uitgebreid participatieverslag opgesteld, dat akkoord is bevonden door de gemeente. Zoals in de voorgaande beantwoording toegelicht, is het traject

hiermee voldoende geëvalueerd.

Werkgroep Pasgeld en Natuurlijk Delfland (1 februari 2023) U hee; aangegeven dat het opstellen van een MER niet nodig is, omdat Pasgeld-Oost buiten het Bestemmingsplan Sion- ’t Haantje valt. Het plangebied valt wel binnen het Masterplan van 2010, dat als uitgangspunt voor de MER dient. Door op een later moment bestemmingsplannen te ontwikkelen en dan te verklaren dat zij buiten de MER-plicht c.q. buiten de ook door de commissie MER aanbevolen evaluaQeverplichQng vallen gaat ons te ver. Bovendien wordt gepleit voor een integrale aanpak van Pasgeld als een geheel.

Pasgeld-Oost maakt deel uit van het stedelijk ontwikkelingsproject RijswijkBuiten (voorheen Rijswijk-Zuid).

Wij zijn het niet eens met het m.e.r. beoordelingsbesluit en handhaven derhalve ons verzoek voor een MER c.q. een evaluaQe/herbeoordeling van het bestemmingsplan Pasgeld Oost en de sinds 2010 opgetreden effecten, zoals wij dat ook voor het bestemmingsplan Pasgeld West hebben gevraagd.

Omdat er al een MER is gemaakt voor RijswijkBuiten als geheel zijn de m.e.r.verplichQngen uitgewerkt en is dus geen MER nodig voor voorliggend bestemmingsplan.

Geen wijzigingen

Er is reeds een gecombineerde plan- en besluit-MER gemaakt, voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Sion- ‘t Haantje’. Dit is het eerste ruimtelijke besluit dat voorzag in een deel van de realisaQe van RijswijkBuiten. Dit MER hee; evenwel betrekking op de gehele ontwikkeling van RijswijkBuiten. Het project is onderverdeeld in de deelgebieden Sion, ’t Haantje (nu Parkrijk) en TNO/Pasgeld. Pasgeld-Oost valt binnen deelgebied TNO/Pasgeld.

Volgens dit MER werden er 850 woningen (van een totaal van 4.250 woningen) voorzien in deelgebied ‘TNO/Pasgeld’. Er werd namelijk nog uitgegaan van de verhuizing van TNO. Op dit moment is niet bekend of en zo ja, wanneer TNO zal verhuizen. Voorliggend plan voorziet in 110 woningen en leidt er niet toe dat, samen

28

U wijst er nog op dat een evenwichQge toedeling van funcQes aan locaQes behoort bij de Omgevingswet en dat in het onderhavige geval het gaat om een bestemmingsplan onder de vigeur van de Wro. Dat mag zo zijn, maar de formule van de ‘evenwichQge toedeling van funcQe aan locaQes’ is toch te beschouwen als een beter hanteerbare en toetsbare omschrijving van de formule van de ‘goede ruimtelijke ordening’ en zou alleen al om die reden ook nu al de uitgangspunt van uw ruimtelijk handelen mogen zijn. Bovendien is de Omgevingswet per 1 januari 2024 van kracht en kunnen we ons inziens zonder meer refereren aan deze invulling van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Het verdient aanbeveling, indien doorgaand verkeer over de Lange Kleiweg ontmoedigd moet worden, de Lange Kleiweg als ontsluiQngsweg te zien voor Parkrijk en Pasgeld, en een knip te plaatsen op de Wateringseweg. Overwogen kan worden, met addiQonele verkeerskundige ingrepen, verkeer via de Lange Kleiweg en de Laan van het Haantje te ontmoedigen door te rijden naar Del; om de weg te vervolgen richQng de A4. Daarbij

met de andere deelgebieden, er meer dan 4.250 woningen worden gerealiseerd. Er is geen sprake van een zodanige wijziging van opzet en vormgeving van een project, opdat sprake is van een zelfstandig te beoordelen wijziging van een stedelijk ontwikkelingsproject. Desalniehemin is er alsnog een m.e.r.-beoordeling verricht, waaruit (eveneens) volgt dat er geen MER hoe; te worden gemaakt. We benadrukken nogmaals dat een evenwichQge toedeling van funcQes aan locaQes de grondslag van de Omgevingswet is voor het stellen van regels in een omgevingsplan. Het gaat hier om een bestemmingsplan, dat onder de vigeur van de Wro in procedure is gebracht, en daarmee onder het overgangsrecht valt. Dat u van mening bent dat een andere ‘formule’ te beschouwen is als een beter hanteerbare en toetsbare omschrijving, doet hier niets aan af. In het bestemmingsplan wordt in lijn met de Wro aangetoond dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

Op basis van de verkeersonderzoeken (2021, 2023) is gebleken dat de Lange Kleiweg geschikt is voor de ontwikkelingen, maar er zijn ook enkele (toekomsQge) knelpunten geconstateerd. De gemeente onderzoekt momenteel, in een separaat traject buiten dit bestemmingsplan, hoe de diverse woon-/ en werkgebieden in en rondom Pasgeld en de Plaspoelpolder naar de toekomst toe het beste bereikbaar, leegaar en verkeersveilig gehouden kunnen worden. Daarbij worden verschillende verkeerskundige

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

29

wordt gevraagd of voldoende aandacht is voor effecten voor fietsverkeer en communicaQe met bewoners en belanghebbenden. Ook wordt de suggesQe gedaan om de principes uit de strategische Mobiliteitsvisie concreter uit te werken.

Op grond van de verkeerskundige onderzoeken wordt weliswaar geconstateerd dat er knelpunten zijn, maar dat die nog niet van een oplossing worden voorzien. De 110 woningen en bijbehorende voorzieningen worden wel aangelegd, maar de verkeerskundige knelpunten o.a. die langs de Lange Kleiweg en vooral die op het kruispunt met Laan van ’t Haantje, die nu al bestaan en worden voorzien krijgen geen oplossing. Van omwonenden zijn al veel klachten over de veiligheid voor overstekende kinderen op dit kruispunt. Vaststelling van het bestemmingsplan is ons inziens pas mogelijk als voor de knelpunten voldoende adequate oplossingen worden vastgesteld dan wel in het vooruitzicht kunnen worden gesteld. Een goede ontsluiQng van Rijswijk Buiten met openbaar vervoer is allerminst een gegeven en belangrijke stakeholders hebben geen concrete plannen om kwalitaQef hoogwaardig openbaar vervoer te realiseren in Rijswijk Buiten. Klopt dat? Hoe wil de gemeente komen tot een goede ontsluiQng met openbaar vervoer van Pasgeld Oost? Gezien de bij

ingrepen onderzocht en afgewogen. Daarnaast wordt vanuit landschappelijk en stedenbouwkundig oogpunt gekeken hoe het nieuwe wegprofiel en de routes voor langzaam verkeer op een verkeersveilige en prejge manier kunnen worden vormgegeven. De uitkomsten hiervan zijn niet noodzakelijk om het bestemmingsplan voor Pasgeld Oost vast te stellen. Het besluit over een nieuwe inrichQng van de Lange Kleiweg en het wel of niet knippen vindt ook niet plaats op grond van dit bestemmingsplan, omdat dit een uitvoeringsaspect betre;. Een besluit over welke verkeerskundige ingreep op de Lange Kleiweg plaatsvindt wordt te zijner Qjd genomen via een verkeersbesluit. Aan een verkeersbesluit zit een uitgebreide moQvering vast, met onder andere als doel het verzekeren van de veiligheid op de weg, aanrijdQjden van hulpdiensten en het beschermen van weggebruikers en passagiers. Het is een separaat besluit en wordt te zijner Qjd bekend gemaakt en ter inzage gelegd.

De fietsafstand tot NS staQon Rijswijk en NS staQon Del; worden als relaQef kort gezien. Buslijn 53 rijdt daarnaast langs het plangebied, in een rechtstreekse verbinding tussen NS staQon Rijswijk en NS staQon Del;. Het uitbreiden van de dienstregeling van deze bestaande buslijn behoort tot de mogelijkheden, ook het mogelijk maken van andere haltelocaQes. Het verbeteren van het openbaar vervoer in Rijswijk in

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

30

hiervoor genoemde knelpunten in de (auto)mobiliteit zou mede een oplossing mogen worden verwacht van een sterke verbetering van het openbaar vervoer, dan wel van een concreet vooruitzicht op een dergelijke sterke verbetering.

Voor wat betre; de ontheffingsaanvraag is aangehaakt bij het Bestemmingsplan Pasgeld West en om die reden kan deze niet dienen als een ontheffingsaanvraag voor het Bestemmingsplan Pasgeld Oost. De graslanden, ruigtes en moerassige delen van Pasgeld Oost gelden immers als een onlosmakelijk onderdeel van het essenQële foerageergebied van de kolonie ransuilen in Pasgeld West. Door de bouw van 110 woningen in dat deel van het foerageergebied én de voorgenomen bouw van 500 woningen in de TNO-locaQe wordt dit foerageergebied ernsQg aangetast. Ons inziens dient hiertoe een nieuwe ontheffingsaanvraag te worden gestart bij de ODH als gemandateerde door de provincie Zuid-Holland. Daarbij dient eveneens rekening gehouden te worden met de inmiddels waargenomen soorten als de vrouwtjesbosuil, de steenuil, de buizerds en de overige ecologische effecten op de relaQe van Pasgeld Oost met de TNOlocaQe en het Slagenlandschap. Vaststelling van het bestemmingsplan is ons inziens

algemene zin is een doel van de gemeente, waaronder zeker een NShalte “RijswijkBuiten”. Van een onzekere ontsluiQng van het gebied door bus en trein is naar ons oordeel geen sprake. Maatregelen in ov-infrastructuur en dienstregeling vallen buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan. Verder is in de planregels het beschikbaar stellen van deelauto’s worden gewaarborgd. De vragen of voor de uitvoering van het bestemmingsplan een vrijstelling of een ontheffing op grond van het soortenbeschermingsregime in de Wet natuurbescherming (hierna: de Wnb) nodig is en zo ja, of deze vrijstelling of ontheffing kan worden verleend, komen in beginsel pas aan de orde in een procedure op grond van de Wnb. De raad mag het plan echter niet vaststellen, als en voor zover hij op voorhand had moeten inzien dat het soortenbeschermingsregime in de Wnb aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat.

Geen wijzigingen

De aangevraagde ontheffing hee; deels betrekking op Pasgeld-Oost, zoals wordt beschreven in pas. 4.9.2 van plantoelichQng. Onderdeel van de ontheffing is het opstellen van een acQviteitenplan waarin de ontheffingsaanvraag wordt onderbouwd en de te nemen maatregelen worden beschreven. Het bestemmingsplan biedt voldoende ruimte voor het nemen van de benodigde maatregelen. Er bestaat daarom geen aanleiding om te veronderstellen dat het soortenbeschermingsregime aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. Overigens voorziet voorliggend plan niet in de bouw van 500 woningen op de TNO-locaQe, zodat daarvoor ook geen

31

dan ook pas mogelijk na een beslissing van de ODH.

ontheffing hoe; te worden aangevraagd.

De gemeente is van mening dat Pasgeld-Oost alleen betrekking hee; op de ontwikkellocaQe zelf. Binnen welk bestemmingsplan de groenblauwe delen in de omgeving vallen doet op zichzelf niet ter zake, en staat los van de ontwikkelingen die hier plaatsvinden. Dit antwoord achten wij niet consistent met de eerder met u afgesproken integrale benadering in dit geval van de natuurwaarden waarop ook de onderzoeken en rapportages en aanbevelingen van VanderHelm en TAUW zijn gebaseerd.

Het Schetsboek Pasgeld, waarin de hoofdplanstructuur voor het totale gebied wordt beschouwd, en de uitwerking van de natuurwaarden door Van der Helm en TAUW zijn integraal beoordeeld. De planologische doorwerking van deze structuur vindt plaats door de betreffende gronden van een hiertoe passende bestemmingsregeling te voorzien. Dit hee; deels al plaatsgevonden bij Pasgeld West, waar net als de hoofdgroenstructuur in Pasgeld Oost de gronden als ‘Groen’ zijn bestemd. Daarmee wordt de integraliteit van deze hoofdstructuur wel degelijk planologisch vormgegeven. Binnen welke plangrenzen deze delen vallen, doet op zichzelf niet ter zake. Tussen de gemeente, ontwikkelaar en het Hoogheemraadschap van Delfland worden afspraken gemaakt over waar het toekomsQge oppervlaktewatersysteem in PasgeldOost (en -West) aan moet voldoen. In dat kader stelt Arcadis voor het gebied ook een waterhuishoudkundig plan (WHP) op. Hierin wordt integraal de waterhuishouding van het bredere gebied beschouwd. De inrichQng van het watersysteem, daarbij te hanteren uitgangspunten en de compensaQeopgave die daaruit volgt komt dan ook tot stand in samenspraak met het hoogheemraadschap. Het WHP zal ook nog met het hoogheemraadschap worden afgestemd.

Wij stellen ten aanzien van waterberging en wateroverlast het volgende: op het moment van dit schrijven is het WHP nog niet aan het OntwerpBP toegevoegd. Het Hoogheemraadschap hee; stevige vragen hee; gesteld n.a.v. het Voorontwerp, die door u in de Nota van beantwoording maar ten dele worden beantwoord. Zo vraagt het waterschap om de Verordening afvoer hemelwater Rijswijk 2022 aan het gemeentelijk beleid toe te voegen. U antwoordt dat die wel wordt toegevoegd aan het beleidskader, maar in overleg met de ontwikkelaar niet zal worden uitgevoerd, omdat de anterieure overeenkomst al gesloten was. Het lijkt onwaarschijnlijk dat het waterschap met deze redenering akkoord kan gaan aangezien naar wij van het Hoogheemraadschap begrepen hebben maatregelen op

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

Het klopt dat het waterhuishoudkundig plan nog niet is toegevoegd aan het ontwerpbestemmingsplan: dit stuk is nog niet gereed. In de planregels is hiertoe een voorwaardelijke verplichQng

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=7406bffe-f6bb-4e3a-96f5-6a47be889e43