Legesverordening en tarieventabel 2025
Tekst van het document
aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.8 verschuldigde leges verhoogd met:
25,00%,
Artikel 2.48 Uitgebreide voorbereidingsprocedure Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit:
a. als sprake is van een milieubelastende activiteit:
€ 2.677,45
b. als sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 1.011,90
c. als sprake is van andere activiteiten dan bedoeld in de onderdelen a en b:
€ 1.011,90
Artikel 2.49 Uitgebreide voorbereidingsprocedure Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift, dan wel op verzoek van een aanvrager voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld: a per beoordeling van een milieukundig bodemrapport
€ 450,00
b per beoordeling van een archeologisch bodemrapport:
€ 450,00
c
€ 450,00
per beoordeling van een geluid- of luchtrapport betreffende de geluid- of luchtbelasting:
d per beoordeling van een akoestisch rapport betreffende de interne en externe geluidwering of nagalm van een bouwwerk:
€ 450,00
e per beoordeling van een ecologisch onderzoeksrapport:
€ 450,00
f
€ 450,00
per beoordeling van een MER-aanmeldnotitie:
g per beoordeling van een niet in de voorgaande onderdelen genoemd rapport:
€ 450,00
h. per beoordeling van een niet in de voorgaande onderdelen genoemd rapport:
€ 450,00
Artikel 2.50 Advies Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als
een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de
aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet: a. voor een advies van de gemeenteraad:
€ 1.278,20
b. voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de [Verordening op
de gemeentelijke adviescommissie] over een bouwplan dat uitsluitend betrekking heeft op redelijke eisen van welstand zonder dat een omgevingsvergunning is aangevraagd, als
bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet:
€ 319,55
c. voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de [Verordening op
de gemeentelijke adviescommissie] over een bouwplan dat uitsluitend betrekking heeft op redelijke eisen van welstand waarvoor een omgevingsvergunning is aangevraagd, als
bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet:
€ 319,55
d. voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de [Verordening op
de gemeentelijke adviescommissie] over een bouwplan dat uitsluitend betrekking heeft op monumenten, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet:
€ 310,85
e. voor een tweede of volgende advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de [Verordening op de gemeentelijke adviescommissie] dat uitsluitend betrekking heeft op redelijke eisen van welstand (al dan niet in combinatie met een aanvraag om een
omgevingsvergunning), als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet:
€ 310,85
f. voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in de onderdelen a, b, c, d of e: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het
verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend
uit een begroting die namens het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2. Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, is uitgebracht, wordt een
aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
Artikel 2.51 Instemming 1. Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de
Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan:
het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn.
2. Het bedrag bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in
behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Paragraaf 2.13 Vermindering
Artikel 2.52 Vermindering na omgevingsoverleg 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, en zoals nader omschreven in de paragrafen 2.3 tot en met 2.8, is
voorafgegaan door een aanvraag om omgevingsoverleg als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel a, en zoals nader omschreven in paragraaf 2.2, waarop de aanvraag om de omgevingsvergunning betrekking heeft, bestaat onder de in het tweede lid genoemde
voorwaarden aanspraak op vermindering van de voor het in behandeling nemen van de
aanvraag om de omgevingsvergunning verschuldigde leges. De vermindering bedraagt: van de op grond van het artikel 2.4, eerste lid onder b geheven leges. 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt de aanvraag om een omgevingsvergunning gedaan:
100%
a.
voor dezelfde activiteit of activiteiten als waarop het omgevingsoverleg betrekking had;
b.
in overeenstemming met de uitkomsten van het omgevingsoverleg; en
c.
binnen 16 weken na het laatste omgevingsoverleg of, als het omgevingsoverleg volgens afspraak leidt tot een kennisgeving aan de aanvrager, na de dagtekening van de kennisgeving.
3. Bij de toepassing van het eerste lid blijft voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning in ieder geval verschuldigd:
€ 132,50
Paragraaf 2.14 Teruggaaf
Artikel 2.54 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het
verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen
omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
85%.
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges.
Artikel 2.55 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt:
85%.
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges.
Artikel 2.56 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een
maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet
bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van
burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen twee weken na de indiening van de aanvraag:
75%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking vanaf twee weken tot vier weken na de indiening van de aanvraag:
50%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; c. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf vier weken tot zes weken na de indiening van de aanvraag:
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. d. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken na de indiening van de aanvraag wordt geen teruggaaf verleend.
Artikel 2.57 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een
maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van
burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
25%
a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen vier weken na de indiening van de aanvraag:
60%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip binnen vier tot twaalf weken na de indiening van de aanvraag:
40%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; c. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip binnen twaalf tot zestien weken na de indiening van de aanvraag:
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. d. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zestien weken na de indiening van de aanvraag wordt geen teruggaaf verleend.
Artikel 2.58 Gereserveerd Artikel 2:59 Geen teruggaaf bij het weigeren van een omgevingsvergunning a.
Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning
b.
Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging
weigert, bestaat geen aanspraak op teruggaaf van leges.
bij rechterlijke uitspraak van de beschikking waarbij de vergunning is verleend.
Artikel 2.59 Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12.
Artikel 2.6 Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag minder dan € 50,00 wordt niet teruggegeven.
15%
HOOFDSTUK 3 DIENSTVERLENING VALLEND ONDER DE DIENSTENRICHTLIJN EN NIET VALLEND ONDER HOOFDSTUK 2 Paragraaf 3.1 Horeca
Artikel 3.1 Exploitatie openbare inrichting 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: a. een aanvraag tot het verkrijgen van een exploitatievergunning voor een horecabedrijf exclusief terras (artikel 2:10 van de APV)
b. een aanvraag tot het verkrijgen van een exploitatievergunning voor een horecabedrijf inclusief terras (artikel 2:10 van de APV)
€ 578,35 € 771,20
2. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van € 181,05 een exploitatievergunning zoals bedoeld in artikel 2:10e van de APV:
Artikel 3.2 Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: a. een aanvraag om een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet:
€ 385,60
b. een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Alcoholwet:
€ 63,85
c. een melding als bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet:
€ 144,60
d. een aanvraag om wijziging van het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Alcoholwet:
e. een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet:
€ 100,80 € 144,60
Paragraaf 3.2 Seksbedrijven
Artikel 3.3 Vergunning prostitutiebedrijven 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een
vergunning of om de verlenging van een vergunning als bedoeld in artikel 3:4 van de Algemene plaatselijke verordening: a. voor een escortbedrijf:
€ 2.957,20
b. voor een seksinrichting
€ 2.957,20
c. voor andere prostitutiebedrijven dan bedoeld in de onderdelen a en b:
€ 2.957,20
Artikel 3.4 Wijzigen vergunning prostitutiebedrijven 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een in artikel 3.3 bedoelde vergunning in verband met een wijziging van:
a. de exploitant aan wie de vergunning is verleend:
€ 202,95
b. de activiteit waarvoor de vergunning is verleend:
€ 202,95
c. het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt:
€ 202,95
d. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend:
€ 202,95
e. het adres van de onder dat seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend:
f.. het aantal prostituees dat ten hoogste voor of bij het seksbedrijf mag werken:
€ 202,95 € 202,95
2. In afwijking van het eerste lid, bedraagt het tarief voor een wijziging van een
exploitatievergunning in verband met uitsluitend een wijziging van het beheer in een
seksinrichting of escortbedrijf, als bedoeld in artikel 3.15, tweede lid, van de Algemene plaatselijke verordening: a. voor een seksinrichting:
€ 202,95
b. voor een escortbedrijf:
€ 202,95
Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet
Artikel 3.5 Ontheffing winkeltijden Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a. een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet:
€ 72,20
b. wijziging van een in onderdeel a bedoelde ontheffing:
€ 72,20
Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt
Artikel 3.6 Organiseren evenement Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2.8 van de Algemene plaatselijke verordening (evenementenvergunning), als het betreft: a. een middelgroot evenement (B-evenement)
€ 257,00
b. een groot evenement (C-evenement)
€ 771,00
c. een herdenkingsplechtigheid:
€ 47,90
d. een braderie:
€ 47,90
e. een optocht, niet zijnde een betoging, op de weg:
€ 257,00
f. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg:
€ 257,00
g.
een klein evenement (A-evenement) dat niet voldoet aan de eis bedoeld in artikel 2.7, vierde lid van de Algemene plaatselijke verordening:
€ 47,90
Artikel 3.7 Organiseren markt Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning: a. voor het organiseren van een snuffelmarkt als bedoeld in artikel 5:6 van de Algemene plaatselijke verordening:
€ 47,90
Paragraaf 3.5 Standplaatsen (gereserveerd Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014
Artikel 3.11 Vergunning of ontheffing onttrekken woonruimte Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning of
ontheffing van het verbod om woonruimte aan de bestemming tot bewoning te onttrekken of onttrokken te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder a, respectievelijk tweede lid, van de Huisvestingswet 2014:
€ 650,00
Artikel 3.12 Vergunning of ontheffing samenvoegen woonruimte Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning of ontheffing van het verbod om woonruimte met andere woonruimte samen te voegen of samengevoegd te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder b, respectievelijk tweede lid, van de Huisvestingswet 2014:
€ 650,00
Artikel 3.13 Vergunning of ontheffing omzetten zelfstandige in onzelfstandige woonruimte Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning of
ontheffing van het verbod om zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte om te
zetten of omgezet te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c en onder d, respectievelijk tweede lid, van de Huisvestingswet 2014:
€ 650,00
Artikel 3.14 Vergunning of ontheffing verbouwen woonruimte tot meer woonruimten Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning of
ontheffing van het verbod om woonruimte tot twee of meer woonruimten te verbouwen of in die verbouwde staat te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder e, respectievelijk tweede lid, van de Huisvestingswet 2014:
€ 650,00
Artikel 3.15 Splitsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning [of
ontheffing van het verbod] om een recht op een gebouw te splitsen in appartementsrechten, als bedoeld in artikel 22, eerste[, respectievelijk tweede lid,] van de Huisvestingswet 2014:
€ 385,60
Artikel 3.16 gereserveerd Artikel 3.17 Verhuurvergunning opkoopbescherming Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning om een woonruimte in gebruik te geven binnen een periode van vier jaar na de datum van
inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte aan de nieuwe eigenaar, als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014:
€ 350,00
Artikel 3.18 gereserveerd Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit
Artikel 3.19 Niet benoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking:
€ 47,90
Paragraaf 3.8 Automotive
Artikel 3.20 Automotive vergunning Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a. een vergunning voor het exploiteren van een automotive bedrijf als bedoeld in artikel
2:22 APV en het aanwijzingsbesluit van de burgemeester van Rijswijk d.d. 17 december 2019
€ 834,35
b. een wijziging van een vergunning voor het exploiteren van een automotive bedrijf als
bedoeld in artikel 2:22 APV, elfde lid en het aanwijzingsbesluit van de burgemeester van Rijswijk d.d. 17 december 2019
€ 220.80
Artikel 3.21 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen ontheffing/vergunning nodig Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het
verlenen van een vergunning of ontheffing zoals bedoeld in dit hoofdstuk oordeelt dat
voor de voorgenomen activiteit geen vergunning of ontheffing is vereist, kan op verzoek teruggaaf worden verleend van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
85%
Artikel 3.22 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag om
een vergunning of ontheffing zoals bedoeld in dit hoofdstuk buiten behandeling wordt gelaten, kan op verzoek teruggaaf worden verleend van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
85%
Artikel 3.23 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag Als een aanvrager zijn aanvraag om een vergunning of ontheffing, zoals bedoeld in de in dit hoofdstuk geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en
wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, kan op verzoek teruggaaf worden verleend van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen twee weken na de indiening van de aanvraag:
75%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking vanaf twee weken tot vier weken na de indiening van de aanvraag:
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges;
50%
c. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf vier weken tot zes weken na de indiening van de aanvraag:
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges;
25%
d. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken na de indiening van de aanvraag wordt geen teruggaaf verleend.
Artikel 3.24 Geen teruggaaf bij het weigeren van een vergunning of ontheffing a. Als het college van burgemeester en wethouders een vergunning of ontheffing zoals bedoeld in dit hoofdstuk weigert, bestaat geen aanspraak op teruggaaf van leges.
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; b. Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging bij rechterlijke uitspraak van de beschikking waarbij de vergunning is verleend.
Artikel 3.25 Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag minder dan € 50,00 wordt niet teruggegeven.
Aldus besloten door de raad van de gemeente Rijswijk, in zijn openbare vergadering van 5 november 2024.
de griffier,
J.A. Massaar, bpa
de voorzitter H. Sahin