CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota wet Inburgering 2022

Forum Samenleving 9 september 2025, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Beleidsaanpassingen inburgering (RV 25 039)8.062 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kadernota Wet Inburgering 2022

‘Thuis in Rijswijk’

Voorwoord Het zal je maar gebeuren: je moet niet alleen je huis uit, je moet zelfs je eigen land ontvluchten. Je bent daar niet meer veilig. Je reist naar een land waar je een nieuw en veilig bestaan wilt en kunt opbouwen. Maar hoe dan? Of wat als je naar een onbekend land reist om bij je liefde te zijn, of om je gezin weer te herenigen. Het is nogal een stap! Dit leven opbouwen, een nieuw leven in een nieuw land, hierin speelt taal een belangrijke rol. Leer je de taal goed spreken, dan kun je vaak makkelijker en sneller meedraaien in de samenleving. Onze rol In het opbouwen van een nieuw leven, spelen wij als gemeente een belangrijke rol. Met de komst van de nieuwe wet Inburgering 2022 zelfs nog een grotere rol dan voorheen. En dit biedt ons kansen. Want als wij deze opgave goed organiseren en regisseren, dragen wij direct bij aan een goede start voor deze nieuwe Rijswijkse inwoners. Door deze start, waarbij we ze een traject op maat aanbieden, doen ze hopelijk snel mee in de samenleving en voelen ze zich snel Thuis in Rijswijk. Zelfredzaam Mijn wens voor deze nieuwe Rijswijkers is, dat ze zo snel mogelijk zelfredzame inwoners worden en hun plek in de samenleving vinden. Ik ben hierbij van mening dat betaald werk de beste vorm van zelfstandigheid is. Hiermee voel je je echt onderdeel van de samenleving, het geeft identiteit en je voelt je eerder thuis.

Onze hulp Deze inwoners hebben, als ze net in Rijswijk zijn, onze ondersteuning uiteraard hard nodig. Hulp bij die goede start, daar staan wij voor. Maar ik denk ook dat deze nieuwe inwoners al snel een verrijking zijn van onze gemeente. Inclusie en diversiteit zijn namelijk ook onderwerpen die mij nauw aan het hart liggen. Want iedereen heeft talenten! De nieuwe wet Inburgering 2022 geeft ons de kans om integraal te werken. We kunnen slimme verbindingen leggen met andere wetten die wij in het Sociaal Domein uitvoeren. Denk hierbij aan de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Wet op de Schuldhulpverlening. Budget Naast de kansen, heb ik ook zorgen. Als ik kijk naar de krappe budgetten die wij hiervoor krijgen vanuit het Rijk, waarmee we dit allemaal moeten organiseren, dan ben ik er helemaal niet gerust op. Dit laten wij ook merken aan het Rijk, via diverse lobby’s. Want wederom krijgen wij de taak om een kwetsbare groep te begeleiden, en moeten wij met te krappe budgetten de beste ondersteuning proberen te bieden. En dat willen wij ook, dus wij gaan ons uiterste best doen om dat voor elkaar te krijgen. Net als de overige kwetsbare doelgroepen in het Sociaal Domein, mogen ook deze nieuwe Rijswijkers niet de dupe worden van de tekorten.

Johanna Besteman Wethouder Welzijn, Cultuur, Onderwijs en Wonen

2

Inhoud Inleiding ................................................................................................................................................. 4 Nieuwe wet, nieuwe kansen ................................................................................................................ 4 Doelgroep en ambities ......................................................................................................................... 4 Huidige statushouders ......................................................................................................................... 4 Hoofdstuk 1 De nieuwe wet inburgering 2022 .................................................................................... 5 1.1.

Waarom een nieuwe wet? ....................................................................................................... 5

1.2. Doelstelling van de nieuwe wet Inburgering ................................................................................. 6 1.3. Nieuwe taken en rollen voor de gemeente ................................................................................... 6 1.4. Inburgeringstraject 2022 ............................................................................................................... 8 Hoofdstuk 2

Doelgroep en opgaves ............................................................................................. 9

2.1. Doelgroepen en verantwoordelijkheden ....................................................................................... 9 2.2. Omschrijving van de doelgroep .................................................................................................... 9 2.3. De opgave in aantallen ............................................................................................................... 10 Hoofdstuk 3

Aanpak in Rijswijk .................................................................................................. 12

3.1. Onze doelstellingen .................................................................................................................... 12 3.2. Onze uitgangspunten .................................................................................................................. 14 3.3. Samenhang met andere beleidsterreinen................................................................................... 14 Hoofdstuk 4

Wat gaan wij doen? ................................................................................................ 17

4.1. Integrale aanpak ......................................................................................................................... 17 4.2. Investeren in een goede start ..................................................................................................... 18 4.3. Een lerende aanpak .................................................................................................................... 19 4.4. Zo lokaal mogelijk ....................................................................................................................... 19 4.5. Binnen de vergoedingen van het Rijk ......................................................................................... 20 Hoofdstuk 5

Financieel kader en Risicoparagraaf .................................................................... 21

5.1. Financieel Kader ......................................................................................................................... 21 5.2. Risicoparagraaf; onzekerheden tijdens het voorbereidingsjaar ................................................. 22 Bijlage 1: De verschillende taalniveaus ............................................................................................ 24 Bijlage 2: Beleidstheorie veranderopgave inburgering ................................................................... 25 Bijlage 3: Actieplan ............................................................................................................................. 26 Bijlage 4: De participatieladder .......................................................................................................... 30

3

Inleiding Op 1 januari 2022 gaat de nieuwe wet Inburgering in. Hiermee krijgen wij als gemeente (weer) een centrale rol in het inburgeringsstelsel. In deze Kadernota beschrijven wij hoe wij deze wet gaan uitvoeren en leggen wij de Raad onze doelstellingen en uitgangspunten voor. Onze bewoordingen blijven soms algemeen omdat wij nog in het voorbereidende jaar zitten. We verkennen nog enkele mogelijkheden voor de uitvoering.

Nieuwe wet, nieuwe kansen We krijgen voor de statushouders de regie over het gehele inburgeringstraject. Dit is inclusief de verantwoordelijkheid voor het aanbod van voorzieningen. Deze rol betekent een nieuwe maatschappelijke opgave binnen ons Sociaal Domein. In deze nota beschrijven we hoe wij hier invulling aan gaan geven. De nieuwe wet biedt ook de kans om slimme verbindingen te leggen met andere wetten die wij in het Sociaal Domein uitvoeren. We kunnen en willen de dienstverlening voor deze nieuwe inwoners zoveel als mogelijk integreren in onze bestaande dienstverlening. Natuurlijk hebben wij ook onze ketenpartners nodig om een kwalitatief goed en sluitende aanpak te kunnen bieden. Hiervoor hebben wij verschillende rollen tot onze beschikking, variërend van aanbestedende partij tot ketenpartner. Een belangrijk kenmerk van de wet Inburgering is dat het een adaptief stelsel is, een ander woord voor aanpasbaar. Dat betekent dat wij ook onze uitvoering flexibel in moeten richten. Zo kunnen we deze namelijk bijstellen aan de hand van voortschrijdende inzichten of de aanpassingen uit het Rijk.

Doelgroep en ambities De doelgroep die onder deze nota valt noemen wij inburgeraars. In dit geval zijn dat de inwoners die ná januari 2022 aan hun inburgeringsplicht moeten voldoen. In de nieuwe wet zijn er twee doelgroepen: 1. Statushouders 2. Gezins- en overige migranten In hoofdstuk 2 benoemen wij onder welke dienstverlening deze doelgroepen vallen. Onze ambities voor de nieuwe Rijswijkse inwoners: ➢

Inburgeraars worden zelfredzame inwoners.

➢

Inburgeraars hebben zo snel mogelijk een betaalde baan.

➢

Inburgeraars zijn onderdeel van onze inclusieve samenleving.

In hoofdstuk 3 vertellen we meer over deze ambities.

Huidige statushouders De personen die nog vóór 1 januari 2022 een inburgeringsplicht krijgen, noemen wij ook wel de ‘ondertussen groep’. Zij vallen buiten de nieuwe wet en we beschrijven deze groep verder niet in deze nota. Maar we zitten ook voor deze groep absoluut niet stil. Voor deze groep hebben wij in de voorbereidende jaren incidenteel geld vanuit het Rijk ontvangen en dat ontvangen wij ook nog in en voor het jaar 2021. Dit gebruiken wij om deze groep zo goed mogelijk te ondersteunen.

4

Hoofdstuk 1 De nieuwe wet inburgering 2022 1.1.

Waarom een nieuwe wet?

De nieuwe wet Inburgering is ontworpen, omdat het huidige stelsel niet voldoet. Het huidige inburgeringsstelsel heeft de volgende nadelen: -

De inburgeraar moet in staat zijn om zelfstandig de weg te vinden in het stelsel en zelf bepalen op welke manier hij/zij aan de inburgeringsplicht kan voldoen. De inburgeraar moet veelal een lening afsluiten voor de inburgeringscursussen. Dit leidt vaak tot schulden die de verdere inburgering belemmeren. Uit meerdere evaluaties en onderzoeken blijkt dat een groot deel van de inburgeraars het lastig vindt om de eigen inburgering te regelen en te regisseren. Het huidige stelsel staat te veel op zichzelf. Het mist de aansluiting met andere belangrijke beleidsterreinen zoals werk en inkomen, onderwijs, schuldhulpverlening. Het blijkt gevoelig voor misbruik. De kwaliteit van het taalonderwijs ging achteruit.

Al met al voldoende reden om een nieuwe wet te ontwerpen, die op al deze terreinen verbetering moet brengen. Genten krijgen nieuwe taken om de regiefunctie in het stelsel te kunnen vervullen, zoals het opstellen van een

Rol gemeente Door de uitvoering van de wet bij de gemeente te leggen - de term decentralisatie is al een keer gevallen - kan er een slimme(re) verbinding gelegd worden met de overige wetten binnen het Sociaal Domein. Met name de Participatiewet heeft veel raakvlakken, maar denk ook aan de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wsg). In het huidige stelsel biedt de gemeente de maatschappelijke begeleiding aan statushouders en organiseert zij de participatieverklaringstrajecten. In het nieuwe stelsel krijgt de gemeente ook de regie over het aanbod voor de inburgering. Hiervoor gaat de gemeente de inburgeringscursussen inkopen en aanbieden aan de inburgeringsplichtige statushouders. De inburgeraar hoeft dit dus voortaan niet meer zelf te doen. De verschillen1 tussen de oude en de nieuwe wet op een rijtje:

Wet inburgering 2013

Wet inburgering 2022

Volledige eigen verantwoordelijkheid inburgeraars.

Regie en aanbodplicht voor gemeenten. Inburgeraars blijven wel verantwoordelijk voor het nakomen van de plichten.

Commerciële markt voor inburgeringstrajecten, te financieren met een lening bij Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) voor alle inburgeraars.

Inkoop en financiering van inburgeringstrajecten voor statushouders door gemeenten. Gezins- en overige migranten kunnen hier ook aan deelnemen. Zij moeten dit wel zelf betalen.

Geen verbinding met de verplichtingen vanuit de Participatiewet.

Verbinding met Participatiewet is mogelijk, zodat een combinatie van/afstemming tussen de inburgerings- en Participatiewet-verplichtingen mogelijk is.

1

Onder de huidige wet verzorgen de gemeentes wel de maatschappelijke begeleiding en de participatieverklaringen. Dat blijven zij onder de nieuwe wet ook doen.

5

Geen verplichte financiële ontzorging en training financiële zelfredzaamheid.

Verplichte financiële ontzorging en training financiële zelfredzaamheid voor bijstandsgerechtigde statushouders. Dit geldt gedurende tenminste de eerste zes maanden van hun verblijf in de gemeente.

Verwacht resultaat inburgeringstraject: Taalniveau A1 (of ontheffing).

Verwacht resultaat inburgeringstraject: Taalniveau B12, tenzij iemand onvoldoende ‘leerbaar’ is. Voor die doelgroep is er ook een nieuwe leerroute in plaats van ontheffing.

Geen onderscheid in leerroutes.

Drie verschillende leerroutes. De keuze voor leerroute komt in een persoonlijk plan inburgering en participatie (PIP). Dit volgt uit een brede intake op verschillende leefgebieden.

1.2. Doelstelling van de nieuwe wet Inburgering Met de nieuwe wet, komt er ook een nieuw stelsel waarmee het Rijk een flinke verbetering wil bereiken3. De doelstelling van de nieuwe wet is duidelijk en bondig. “Inburgeraars doen zo snel mogelijk naar eigen kunnen mee in de maatschappij, het liefst via betaald werk. Hiervoor bereiken ze een zo hoog mogelijke beheersing van de Nederlandse taal, het liefst op B1-niveau.“ Om ervoor te zorgen dat inburgeraars... ➢ ➢ ➢

➢

➢

vanaf het begin kunnen deelnemen aan de Nederlandse samenleving, moet de inburgering tijdig starten. snel kunnen deelnemen aan de Nederlandse samenleving, is het belangrijk dat zij snel inburgeren. Maximaal binnen drie jaar. volwaardig kunnen deelnemen aan de Nederlandse samenleving, is het belangrijk dat het inburgeringsaanbod aansluit bij hun startpositie en ontwikkelmogelijkheden. Hiermee moet dus maatwerk mogelijk worden. volwaardig kunnen deelnemen aan de Nederlandse samenleving, is het belangrijk dat het leren van de Nederlandse taal gecombineerd wordt met activiteiten gericht op deelname aan het dagelijkse leven. Het inburgeringstraject moet dus duaal worden ingericht. een kwalitatief goed inburgeringstraject krijgen, zijn gemeenten in het nieuwe inburgeringsstelsel verantwoordelijk voor de inkoop en kwaliteit (van een deel) van het inburgeringsaanbod.

1.3. Nieuwe taken en rollen voor de gemeente Om deze doelen te bereiken krijgen gemeentes een centrale rol toebedeeld. Ook zijn er een aantal specifieke modules ontworpen en voorgeschreven, die moeten worden geborgd in de uitvoering van de wet. Gemeentes moeten dus in ieder geval het volgende aanbod aan ondersteuning en scholing organiseren en in sommige gevallen ook financieren: Een brede intake De persoonlijke situatie en de leerbaarheid van de inburgeraar moeten in beeld worden gebracht. Hiermee onderzoeken en stellen gemeentes vast wat de snelste route is richting het 2 Zie bijlage 1: de verschillende taalniveau’s

3 Zie ook bijlage 2: de beleidstheorie van de nieuwe wet.

6

hoogste haalbare taalniveau en participatiegraad. Het Rijk ontwikkelt ook nog een onafhankelijke leerbaarheidstoets die gemeentes kunnen gebruiken als extra diagnose instrument. Persoonlijk plan voor Inburgering en Participatie (PIP) Hierin wordt vastgelegd op welke manier de inburgeraar het traject gaat doorlopen om de gestelde doelen te bereiken. Het PIP moet binnen tien weken, vanaf het moment dat de inburgeraar in de gemeente komt wonen, worden vastgesteld. In het PIP komen tenminste alle onderdelen en modules (die hieronder nog worden genoemd) aan de orde. Ook nadat het PIP is vastgesteld, houdt de gemeente de regierol op de voortgang en stelt zo nodig bij. Het PIP heeft het karakter van een beschikking, omdat er rechten en plichten aan verbonden zijn. Het aanbieden van een passende leerroute Er zijn drie duale leerroutes in de wet vastgelegd. Ze bevatten allemaal zowel een onderwijs als een participatie component, dus ze combineren taal in de klas met taal in de praktijk. Als het even kan door middel van een betaalde baan. In iedere leerroute zit een module Kennis van de Nederlandse Maatschappij. o

o

o

De B1-leerroute: gericht op het beheersen van de Nederlandse taal op B1-niveau, gekoppeld aan de uitstroom naar werk. De leerroute wordt afgesloten met een schriftelijk examen. De Onderwijsroute: voor jongere nieuwkomers die hierna nog een opleiding kunnen en willen volgen met een lening van het DUO 4. De onderwijsroute bestaat uit een taalschakeltraject en is gericht op het beheersen van de Nederlandse taal op minimaal B1niveau en de instroom in het regulier onderwijs (MBO, HBO of WO). De leerroute wordt afgesloten met een schriftelijk examen. De Zelfredzaamheidsroute (Z-route): voor diegenen die niet leerbaar genoeg zijn voor de andere twee routes. Beheersing van het Nederlands op minimaal A1-niveau is het streven en begeleiding naar zelfredzaamheid. Deze route wordt niet afgesloten met een examen, maar met een gesprek met de gemeente. Voor deze route is een verplicht aantal uren vastgelegd. De inburgeraar moet minimaal 800 uur taalonderwijs krijgen en daarnaast 800 uur participatie-activiteiten ondernemen in een omgeving waar veel Nederlands wordt gesproken.

Een Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) De bedoeling van deze module is om inburgeraars bekend te maken met de Nederlandse arbeidsmarkt. Die is namelijk vaak heel anders dan die in het land van herkomst. Om hun kansen op de arbeidsmarkt te bevorderen krijgen zij deze module aangeboden. Het Participatieverklaringstraject Een traject dat gericht is op de kernwaarden van de Nederlandse maatschappij. Uiteindelijk ondertekenen de inburgeraars ook een verklaring waarin zij deze normen en waarden onderstrepen. Deze trajecten bieden gemeentes nu ook al aan. De maatschappelijke begeleiding van de statushouders Dit doen gemeentes ook al in het huidige stelsel. De begeleiding is gericht op het regelen van praktische zaken en het vergroten van de kennis van de Nederlandse samenleving. Uiteindelijk moet dit leiden tot het versterken van de zelfredzaamheid en de participatie van statushouders.

4 De leeftijdsgrens voor deze onderwijsroute is niet wettelijk vastgelegd. Maar het moet wel mogelijk zijn om een vervolgstudie te gaan volgen, dus de persoon kan daarna ofwel een lening afsluiten of op eigen kosten verder.

7

Financieel Ontzorgen Dit is een nieuwe taak. Het houdt in dat de gemeente de eerste zes maanden na binnenkomst in de gemeente een aantal vaste lasten (huur, energiekosten en verplichte verzekeringen) voor statushouders betaalt uit de uitkering. Hier heeft de statushouder dan geen omkijken naar.

1.4. Inburgeringstraject 2022 Om te voldoen aan de inburgeringsplicht moet de inburgeraar binnen drie jaar de volgende onderdelen met goed gevolg doorlopen: 1. Een leerroute (inclusief module Kennis van de Nederlandse Maatschappij) 2. Het Participatieverklaringstraject (PVT) 3. De module Arbeidsmarkt & Participatie (MAP) Dit zijn de onderdelen waar ze op getoetst en beoordeeld worden. Daarnaast zijn de gemeentes verplicht om de maatschappelijke begeleiding aan te bieden en om de inburgeraars minimaal zes maanden financieel te ontzorgen. Schematische weergave van het totale traject:

8

Hoofdstuk 2 Doelgroep en opgaves 2.1. Doelgroepen en verantwoordelijkheden De wet Inburgering heeft betrekking op inwoners die een verblijfsvergunning hebben gekregen waarmee zij in Nederland mogen wonen. Het gaat heel specifiek om personen met een verblijfsvergunning voor een niet-tijdelijk doel. De doelgroep is onder te verdelen in twee categorieën: 1. Statushouders: Dit zijn personen met een asiel-verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en hun familieen gezinsleden. Na-reizigers vallen hier ook onder. 2. Gezinsmigranten (en overige migranten): Personen met een reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Bijvoorbeeld migranten die naar Rijswijk komen, omdat zij een Nederlandse partner hebben. De wettelijke taken die de gemeente heeft in het inburgeringstraject van deze doelgroepen verschillen van elkaar. De gemeente heeft voor de groep asielstatushouders volledige regie, inclusief de inkoop van het aanbod. Voor de groep gezinsmigranten geldt er gedeeltelijke regie. Hierbij is de rol van de gemeente meer adviserend in de vorm van intake- en voortgangsgesprekken. De modules per doelgroep onder de nieuwe wet Inburgering:

Aanbod van de gemeente

Asielstatushouders

Gezins- en overige migranten

Maatschappelijke begeleiding.

x

Financieel ontzorgen.

x

Begeleiding bij inburgering (intake, PIP, advies, voortgangsgesprekken).

x

Een van de drie leerroutes, incl. KNM en indien nodig alfabetisering.

x

Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP).

x

x

Participatieverklaringstraject (PVT).

x

x

x

2.2. Omschrijving van de doelgroep Er zijn een aantal onbekende factoren bij de doelgroep: -

We weten van tevoren niet precies hoeveel inburgeraars wij in de komende jaren mogen verwelkomen in Rijswijk. We weten niet uit welk deel van de wereld zij komen. Voor statushouders hangt dit af van de internationale veiligheidssituatie. Voor gezins- en overige migranten kunnen de redenen heel verschillend zijn. Vaak is werk of studie een reden om naar Nederland te komen, of de liefde.

9

Hieronder beschrijven wij dus de doelgroep zoals we ze nu kennen (op basis van ervaringen uit voorgaande jaren). Statushouders Sinds 2014 zijn er 426 statushouders gehuisvest in Rijswijk. Verreweg de meesten ervan komen uit Syrië, zoals de onderstaande tabel laat zien:

Rijswijk

30-06-2020

Syrië

245

Irak

20

Afghanistan

15

Eritrea

55

Iran

20

Anders

65

Gezinsmigranten Over de herkomst van de gezinsmigranten die in Rijswijk komen wonen, zijn minder nauwkeurige aantallen beschikbaar. Kijkend naar de landelijke cijfers, is het aannemelijk dat de meeste gezinsmigranten uit Europa komen, de laatste jaren vooral uit Polen. Deze groep kennen wij in het huidige stelsel minder goed.

2.3. De opgave in aantallen Om een inschatting te maken van de omvang van de opgave, maken wij gebruik van de cijfers uit voorgaande jaren5. Deze cijfers kunnen erg fluctueren, het blijft een voorzichtige prognose:

2022

2023

2024

Statushouders (incl. <18 niet inburgeringsplichtig)

84

84

84

Inburgeringsplichtige statushouders

59

59

59

Gezinsmigranten (en overige migranten)

37

37

37

Totaal inburgeraars

96

96

96

Het aantal statushouders is niet hetzelfde als het aantal inburgeringsplichtige statushouders. De aanname is dat ongeveer 70% van hen inburgeringsplichtig is. Als wij deze prognose doorvoeren in de tabel met de verschillende modules, komen wij op de volgende inschatting voor het aantal deelnemers per onderdeel in 2022:

Aanbod van de gemeente Asielstatushouders

Gezins- en overige Totaal migranten

Maatschappelijke begeleiding

59

59

Financieel ontzorgen

59

59

Begeleiding bij inburgering (intake, PIP, advies, voortgangsgesprekken6)

59

37

96

5 Ontleend aan de huisvestingstaakstelling statushouders uit 2020 VWS. 6 De deelnemers komen vanaf januari ‘binnendruppelen’. Aangezien de inburgeringsperiode maximaal drie jaar beslaat, neemt de case load van inburgeraars die worden gemonitord gestaag toen vanaf 2022.

10

Een van de drie leerroutes, incl. KNM en indien nodig alfabetisering.

Onderwijsroute

15

Zij volgen deze routes wel, maar op eigen kosten.

15

B1-route

35

Z-route

9

Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP)

59

37

96

Participatieverklaringstraject (PVT)

59

37

96

35 9

Voor de onderverdeling in de leerroutes heeft het Rijk een prognose gemaakt. Hieruit volgt deze onderverdeling per leerroute: Onderwijsroute 25% B1-route 60% Z-route 15%

11

Hoofdstuk 3 Aanpak in Rijswijk 3.1. Onze doelstellingen De Rijswijkse doelstellingen sluiten aan bij het centrale uitgangspunt van de nieuwe Wet Inburgering 2022: Inburgeraars doen zo snel mogelijk mee in de maatschappij, bij voorkeur via betaald werk. Daarnaast sluiten onze doelstellingen aan bij de Rijswijkse Kadernota Sociaal Domein, de Kadernota Werk, de Kadernota Maatschappelijke Participatie en de Brede Welzijnsnota. Onze doelstellingen (ambities):

12

➢

Inburgeraars worden zo snel mogelijk zelfredzame inwoners.

Inburgeraars worden zo snel mogelijk zelfredzame inwoners van Rijswijk, die zelfstandig meedraaien in de samenleving. Hiervoor is het belangrijk dat ze zo goed mogelijk de Nederlandse taal leren spreken en dat ze hun weg weten te vinden. ➢

Inburgeraars hebben zo snel mogelijk een betaalde baan.

Alle inburgeraars doen zo snel mogelijk naar eigen kunnen mee in de samenleving. Voor een duurzame participatie en blijvende onafhankelijkheid van de uitkering, is het belangrijk dat zij een zo hoog mogelijk taalniveau halen, het liefst op B1-niveau. Als een betaalde baan (nog) niet haalbaar is, dan helpen wij ze aan een werkervaringplaats, stage, vrijwilligerswerk of een zinvolle dagbesteding. ➢

Inburgeraars zijn onderdeel van onze inclusieve samenleving.

In een inclusieve samenleving kan iedereen meedoen. Niemand wordt of voelt zich buitengesloten. Iedereen kan een nuttige bijdrage leveren en iedereen kan zijn/haar talenten benutten.

13

3.2. Onze uitgangspunten Om deze doelen te bereiken hanteren wij de volgende uitgangspunten in onze aanpak: 1. Een integrale aanpak 1+1=3 Onze voorzieningen gericht op inburgering, combineren we met de overige voorzieningen binnen het Sociaal Domein. Het gaat hierbij zowel om onze participatie- en re-integratievoorzieningen, als om voorzieningen vanuit de Wmo, de Wsg en de Jeugdwet. Ook de preventieve en welzijnsvoorzieningen worden zo goed als mogelijk benut, om tot een samenhangende dienstverlening te komen. 2. Investeren in een goede start We hebben veel aandacht voor de startfase van het inburgeringstraject: er is een brede intake en een goede inschatting van de beste leerroute in het inburgeringstraject. We hebben tien weken om het PIP vast te stellen. In die tijd zorgen wij er, samen met de inburgeraar, voor dat we een goed en compleet beeld hebben van het juiste traject. In deze startfase is de dienstverlening en ondersteuning relatief intens en geconcentreerd. De dienstverlening wordt vormgegeven op de denkwijze: Voordoen - Samen doen - Zelf doen. Dit betekent dat deze intensieve aanpak geleidelijk wordt afgebouwd. 3. Doorontwikkeling dienstverlening We gaan een nieuwe taak en rol uitvoeren, die bovendien onder een adaptief stelsel hangt. Daarom willen we flexibel zijn en onze dienstverlening en aanpak blijven monitoren en door ontwikkelen.

De doelgroep staat hierbij altijd centraal. We creëren ruimte voor een lerende aanpak. Hierbij stellen wij ons steeds de volgende vragen: Doen wij nog de juiste dingen? Doen wij de dingen nog op de juiste manier? 4. Lokaal als het kan en regionaal als het moet We willen ons inburgeringsaanbod zo lokaal mogelijk, dichtbij de leefomgeving van de doelgroep, organiseren. De regel is dus lokaal, mits…. Het kan bijvoorbeeld meerwaarde hebben om regionaal samen te werken op sommige onderdelen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de gezamenlijke inkoop van gespecialiseerd en kwalitatief hoogwaardig inburgeringsonderwijs. 5. Binnen de beschikbare rijksbudgetten Wij willen de wet uitvoeren binnen de budgetten die we van het Rijk ontvangen. Deze beschikbare budgetten vormen de kaders voor de aanbestedingen en/of de gesprekken met de uitvoerende partijen.

3.3. Samenhang met andere beleidsterreinen In de vorige paragraaf benadrukten wij dat een integrale aanpak belangrijk is. Om een beeld te krijgen van de mogelijkheden, sommen wij in deze paragraaf enkele beleidsterreinen op, die raakvlakken en/of een overlap hebben met inburgering. Inburgering valt onder de afdeling Inkomen, maar hangt samen met veel andere beleidsterreinen, vooral binnen het Sociaal Domein. De inburgeraars zijn immers in de eerste plaats inwoners van Rijswijk. Zij maken ook gebruik van de Rijswijkse voorzieningen en dienstverlening. Zo is er een samenhang met Welzijn, en dus ook met de in 2020 vastgestelde Brede Welzijnsnota.

14

De samenhang met de Participatiewet is al vaak benoemd, net als het feit dat inburgering een nieuwe taak is binnen het Sociaal Domein. In het eerste half jaar van 2021 is een nieuwe Kadernota Sociaal Domein vastgesteld. Deze fungeert als paraplu voor de overige nota’s, waaronder deze. Ook in het eerste halfjaar van 2021 zijn de deelnota’s Werk, Maatschappelijke Participatie en Armoedebestrijding aan de Raad voorgelegd. ✓

Participatie

Statushouders hebben, vooral aan het begin van hun inburgeringsperiode, vaak een uitkering. Hiermee vallen ze onder de Participatiewet. De algemene beleidslijn is dat Rijswijkse inwoners met een uitkering zo snel als mogelijk duurzaam onafhankelijk worden van deze uitkering. Het Werkgevers Servicepunt (WSP) bemiddelt de inwoners naar werk. Om te bepalen in hoeverre iemand geschikt is voor bemiddeling naar arbeid hanteren wij een participatieladder (zie bijlage 4). De huidige vuistregel: Uitkeringsgerechtigden vanaf trede 3 van de participatieladder zijn bemiddelbaar. Zij vallen hiermee onder de dienstverlening van het WSP. De doelgroep van nieuwe inburgeraars, die wij vanaf 2022 al heel vroeg mogen begeleiden, laat zich echter niet zo gemakkelijk categoriseren in een van deze treden. ✓

Inkomen

De inkomensverstrekking, die samenhangt met de Participatiewet, is een belangrijk element in de eerste fase. Wij gaan ervan uit dat de bijstandsuitkering tijdelijk is, maar een stabiele inkomenssituatie is een randvoorwaarde voor een succesvol inburgeringstraject. We verstrekken een krediet om het nieuwe huis in te richten uit de bijzondere bijstand en we betalen na 2022 de eerste zes maanden de vaste lasten vanuit de bijstandsuitkering (het financieel ontzorgen). ✓

Maatschappelijke Participatie

Voor klanten op trede 1 en 2 van de participatieladder is betaald werk voorlopig niet aan de orde. Ook voor deze doelgroep wil Rijswijk de participatie gaan bevorderen. Hier is recent nieuw beleid voor vastgesteld in de kadernota Maatschappelijke Participatie 2021. Voor de uitvoering van deze nota willen wij een participatieconsulent aanstellen die zich gaat richten op de activering van deze doelgroep. Hierbij wordt ook gekeken naar manieren om de zelfredzaamheid te bevorderen. Mogelijk zit er een overlap in de doelgroep en de dienstverlening vanuit dit beleidsterrein en dat van inburgering. ✓

Werk

Voor de huidige groep statushouders is in de afgelopen jaren een goede samenwerking opgezet tussen de afdeling Inkomen (waar inburgering onder valt) en het WSP. Het WSP heeft een consulent Statushouders, die zich bezighoudt met de begeleiding en bemiddeling van deze doelgroep. Voor de nieuwe doelgroep wordt het de uitdaging om een goede balans te vinden tussen de verplichting om snel aan het werk te zijn en de noodzaak om de taal goed te leren. Statushouders die nauwelijks Nederlands spreken blijven een kwetsbare groep op de arbeidsmarkt. Tijdens de periode van inburgeren kan een inburgeraar, ook in het kader van de duale trajecten, al betaald werk gaan doen. Dit moet dan wel een werkomgeving zijn waarin veel Nederlands wordt gesproken. Zo blijft het leren van de taal doorgaan. De inburgeraar bereikt anders niet het hoogst haalbare taalniveau en dat kan weer ten koste gaan van de duurzame participatie. Die balans moeten wij per inburgeraar gaan bepalen.

15

✓

Armoedebestrijding

De ervaring leert dat statushouders relatief vaak vallen onder het armoedebeleid. Er zijn diverse (minima)regelingen ontworpen die de participatie in de samenleving ook voor deze doelgroep bevorderen. Zo zijn er verschillende regelingen voor kinderen, een collectieve zorgverzekering, een Ooievaarspas en de mogelijkheid tot kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Het Financieel Servicepunt (FSP) richt zich op het voorkomen van financiële problemen en biedt ondersteuning bij geldproblemen. Het FSP gaat een rol spelen bij het stimuleren van de financiële zelfredzaamheid. Op dit moment loopt er een pilot waarin wij aan statushouders die een uitkering aanvragen, een Ooievaarspas toekennen. ✓

Onderwijs

Het beleidsveld (volwassen) onderwijs kan aansluitend of aanvullend zijn aan de leerroutes. Onder de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) kan de gemeente taalaanbod inkopen voor mensen die niet (meer) inburgeringsplichtig zijn, maar die nog wel wat extra Nederlands moeten leren. Hoewel de financiering gescheiden is, kan deze scholing wel worden aangeboden door dezelfde taalscholen die de leerroutes uit gaan voeren. In 2025 stromen naar verwachting de eerste inburgeraars uit de trajecten die onder de nieuwe wet Inburgering vallen. Deze hebben dan een leerroute gevolgd die door de gemeente is ingekocht. Blijkt dat deze inwoners nog aanvullende taalscholing onder de WEB nodig hebben, dan kan dit iets zeggen over de kwaliteit van de trajecten. In het nieuwe stelsel zoeken wij de aansluiting met de regionale onderwijsvoorzieningen, zoals de aanpak vroegtijdig school verlaten en de bestrijding van jeugdwerkloosheid. ✓

Welzijn

Binnen de brede Welzijnsnota is inclusie een belangrijk thema. Het streefbeeld voor een inclusieve samenleving is: iedereen doet ertoe en doet mee ongeacht achtergrond, inkomen, leeftijd, geslacht, religie, seksuele voorkeur, etniciteit of beperking. 7 De voorzieningen die vanuit het welzijnsbeleid worden aangeboden zijn gericht op inclusie. Dit maakt deze voorzieningen een belangrijke aanvulling op het aanbod voor inburgering. Er worden veel activiteiten aangeboden die door en voor statushouders worden georganiseerd. Deze activiteiten bieden ook een goed vehikel voor participatie en kunnen een mogelijke overlap hebben met het participatie gedeelte van de Zelfredzaamheidsroute. Welzijn of het welbevinden van de doelgroep is ook belangrijk voor een integrale benadering van de inburgeraar. Daarom besteden wij daar ook aandacht aan, zowel in de brede intake als in de samenstelling van het PIP. Denk hierbij aan het preventieve en algemene aanbod dat onder de Wmo en het Jeugdbeleid aangeboden wordt (Sociaal Wijkteam en het Centrum Jeugd en Gezin) en het lokale volksgezondheidsbeleid.

7 Brede Welzijnsnota Rijswijk 2020

16

Hoofdstuk 4 Wat gaan wij doen? 4.1. Integrale aanpak 1. De eerste 10 weken: de Brede Intake en PIP Zodra een statushouder wordt ‘gekoppeld’ aan onze gemeente, gaan wij op zoek naar een passende woning. De statushouder krijgt dan eerst nog in het Asielzoekerscentrum (AZC) een traject van voorinburgering aangeboden. Dit valt dan ook onder de verantwoordelijkheid van het Centraal orgaan asielzoekers (COA). Als de statushouder in Rijswijk komt wonen, begint de periode waarin wij het PIP gaan opstellen. We beginnen met een kennismaking en de brede intake. De consulent inburgering neemt het initiatief voor dit gesprek en wij zorgen ervoor dat er een warme overdracht plaatsvindt vanuit het AZC. Bij een integrale intake denken wij in ieder geval aan de volgende resultaten: -

-

Wij hebben alle relevantie informatie over de inburgeraar; o Wie is de persoon en wat is diens achtergrondverhaal? o Welk arbeidsverleden en opleiding heeft de persoon? o Wat zijn de persoonlijke omstandigheden en gezinssituatie? o Wat wil de inburgeraar, wat is diens intrinsieke motivatie? o Spelen er mogelijk nog andere ondersteuningsvragen? Wij hebben een goed beeld van de leerbaarheid, het langere termijn vermogen en belastbaarheid van de inburgeraar. Wij hebben eventuele belemmeringen in zicht en zo nodig ondervangen. Wij kunnen een PIP opstellen met hierin de juiste leerroute en de juiste inzet van alle modules.

Wat gaan wij hiervoor doen: -

Wij richten hiervoor een werkproces en methode in. Wij zorgen ervoor dat wij relevante expertise en maatschappelijke partners hierbij betrekken. Wij kiezen een of meerdere diagnostische instrumenten. Wij ontwerpen een klantreis voor deze eerste tien weken.

Werkproces In de aanloop naar 2022 ontwikkelen wij een werkproces en methode om de brede intake en het PIP zo integraal mogelijk in te richten. Dit doen wij door intern de afstemming en de input goed te regelen. Wij maken werkafspraken met het WSP voor de klantreis van de inburgeraar en met de afdeling Inkomen voor het financieel ontzorgen. Maatschappelijke begeleiding is al in een eerder stadium betrokken en hun input nemen wij ook mee. We inventariseren ook of er mogelijke andere ondersteuningsvragen zijn op de terreinen van de Wmo of de Jeugdhulp. Ook besteden we aandacht aan het welzijn en de gezondheid van de inburgeraar. Hierbij gaan wij niet onnodig problematiseren, maar hebben wij wel oog voor het feit dat de inburgeraar en diens gezin mogelijk een moeilijke tijd achter de rug hebben.

17

2. Het eerste jaar na het PIP De inburgeraar start met een leerroute waarbij er een combinatie wordt gemaakt tussen taalonderwijs en participatie. De consulent Inburgering monitort de voortgang van het traject. De consulent initieert voortgangsgesprekken en verzamelt hiervoor de relevante informatie of betrekt de juiste expertise. Onder een integrale monitoring verstaan wij: -

Wij weten of de voortgang op de taalschool goed loopt. Wij hebben bredere informatie over de omstandigheden die eventueel belemmerend of stimulerend werken. Wij kunnen inschatten welke participatie-activiteit moet worden ingezet en op welk moment. Wij kunnen inschatten wanneer de inburgeraar kan worden bemiddeld naar werk. Wij kunnen inschatten of de periode van financieel ontzorgen kan worden beëindigd na zes maanden8.

Wat gaan wij hiervoor doen: -

Werkafspraken maken over de wederzijdse informatievoorziening met de gecontracteerde taalaanbieders, de maatschappelijke begeleiding. Indicatoren en randvoorwaarden afspreken met het WSP om te bepalen wanneer iemand naar betaald werk kan worden bemiddeld.

Ook hier gaan wij, in de aanloop naar 2022, werkafspraken voor maken. Zo kunnen wij het verloop goed volgen en bepalen wanneer er eventueel een volgende stap gezet kan worden in het traject. We kijken naar het concrete moment waarop we de inburgeraar naar betaald werk gaan bemiddelen, al dan niet via een werkervaringsplaats. Hiervoor moeten wij ook afspraken maken met de taalaanbieder, om de aansluiting te zoeken met het participatie gedeelte van de leerroute.

4.2. Investeren in een goede start In de beginfase van het inburgeringstraject, grofweg de eerste zes maanden, bieden wij intensief aandacht en ondersteuning aan de inburgeringsplichtige. In deze fase moet er namelijk veel worden geregeld en moeten er keuzes worden gemaakt. De juiste leerroute -

Leefbaarheidstoets:

Wij willen een goed beeld krijgen van de persoon en diens leerbaarheid. Zo krijgt de inburgeraar de meest passende leerroute aangeboden. Dit leidt dan weer tot duurzame participatie en uitstroom uit de uitkering. Behalve een goede brede intake, zoals wij in de vorige paragraaf hebben weergegeven, is het ook belangrijk dat de leervermogens van de inburgeringsplichtige kunnen worden ingeschat. Vanuit het Rijk wordt nog een onafhankelijke leerbaarheidstoets ontwikkeld, waar een advies uitkomt. -

Methode competenties

Onze ervaring is dat toetsen en diagnoses een momentopname zijn. Daarom willen wij naast mogelijke toetsen, een methode bedenken om de competenties voor de langere termijn goed in te kunnen schatten. Wij denken hierbij aan een soort observatieperiode, waarbij behalve taal ook wat 8 Wettelijk zijn wij verplicht om zes maanden te ontzorgen. Wij mogen die periode verlengen, als wij denken dat de inburgeraar nog onvoldoende zelfredzaam is.

18

activiteiten kunnen worden aangeboden. Deze observatieperiode dient dan tevens als een soort verlengde intake, zodat wij een extra zekerheid inbouwen dat de juiste leerroute wordt gekozen. Het is namelijk wel mogelijk om te wisselen van leerroute, maar het is natuurlijk veel beter om gelijk de juiste inschatting te maken. Voordoen, samen doen en zelf doen De maatschappelijke begeleiding begint gelijk nadat de inburgeraar in Rijswijk is gevestigd. Dit is zeker in het eerste half jaar heel intensief. Ook in praktische zin, want er moet in korte tijd veel geregeld worden. Wij gaan ook gelijk beginnen met het financieel ontzorgen. Zoals de wet voorschrijft, betalen wij in deze eerste zes maanden de vaste lasten uit de uitkering. Zo heeft de inburgeraar hier geen omkijken naar. We verwachten dat deze intensieve ondersteuning zich terugbetaald, doordat ze duurzaam zelfredzaam worden. Dan is het wel nodig dat, zodra het kan, de regie teruggelegd kan worden bij de inburgeraar. We bouwen de ondersteuning langzaam maar zeker af via de aanpak Voordoen, Samen doen en daarna Zelf doen. Daarom willen wij het financieel ontzorgen aanvullen door in te zetten op het stimuleren van de financiële zelfredzaamheid. Wij denken hierbij aan voorlichting en cursussen, mogelijk gevolgd door wat lichte ondersteuning.

We verwachten dat de maatschappelijke begeleiding steeds minder intensief wordt en zichzelf op termijn overbodig maakt. Het zal per inburgeraar verschillend zijn of deze binnen een bepaalde periode voldoende zelfredzaam is. Als onverhoopt toch blijkt dat deze persoon langdurige en intensieve begeleiding nodig heeft, dan begeleiden wij deze inburgeraar naar andere dienstverlening of ondersteuning. Bijvoorbeeld via het Sociaal Wijkteam.

4.3. Een lerende aanpak De nieuwe wet Inburgering spreekt over een adaptief stelsel, en zo willen wij het op lokaal gebied ook inrichten. Gemeenten moeten ook nog ervaring opdoen met deze nieuwe rol en met het regisseren van de vele losse modules en onderdelen. Al met al voldoende reden om flexibiliteit in te bouwen en te spreken over een ‘leerkring’. Vanuit het Rijk worden prestatie indicatoren geformuleerd. Zo goed als zeker wil het Rijk volgen hoeveel inburgeraars slagen voor de trajecten. Aanvullend hieraan willen wij voor onszelf ook prestatie indicatoren ontwikkelen. Zo houden we zelf de vinger aan de pols of wij het nog goed doen. Om een algemeen beeld te verkrijgen, doen wij mee aan de landelijke Benchmark van Divosa. Dit geeft ons inzicht in hoe de Rijswijkse resultaten zich verhouden tot de rest van het land. Daarnaast willen wij ook nog monitoren en zo nodig bijstellen: -

of de gemaakte werk- en contractafspraken afdoende en effectief zijn. of de ingekochte modules de resultaten opleveren die wij ervan verwachten. hoe de onderverdeling per leerroute uitpakt voor de Rijswijkse inburgeraars.

Wij toetsen onze aanpak aan de resultaten die wij boeken, de uitvoeringspraktijk en de tevredenheid van de inburgeraars.

4.4. Zo lokaal mogelijk In de kadernota Sociaal Domein wordt expliciet gekozen voor een lokale aanpak. Dat past ook goed bij de doelstelling van de nieuwe wet Inburgering, waarbij maatwerk centraal staat. De wetten in het Sociaal Domein, en ook de nieuwe wet Inburgering, zijn immers op de individuele ondersteuning gericht. Hierbij wordt zo goed mogelijk naar de persoon en diens omgeving gekeken. Onze eerste keus is dan ook om

19

het aanbod zo lokaal mogelijk en dichtbij de woonomgeving van de inburgeraar te organiseren. Dat maakt het laagdrempelig en beter bereikbaar. Soms is dit niet mogelijk en dan zijn wij, bijvoorbeeld vanwege schaalgrootte en gespecialiseerd aanbod, genoodzaakt om aan te haken bij regionale inkooptrajecten. Ook dan streven wij ernaar om de Rijswijkse couleur locale zo goed mogelijk te borgen.

4.5. Binnen de vergoedingen van het Rijk We willen de uitvoering realiseren binnen de budgetten die het Rijk ons biedt. Daarom stellen wij in deze nota ook uitgangspunten voor, die hierbij helpen. Een belangrijke keuze is om de leerroutes in te kopen of aan te besteden voor het bedrag dat het Rijk ons hiervoor geeft. Marktconsultaties hebben ons geleerd dat de B1-route iets goedkoper kan worden aangeboden, maar de onderwijsroute iets duurder. De Z-route kopen wij dus in voor het precieze bedrag. Om binnen de budgetten van het Rijk te blijven hebben we al wel een concessie moeten doen aan de ambitie om het aanbod zo lokaal mogelijk te organiseren. De eisen die aan de leerroutes worden gesteld zijn hoog en daarom is het heel erg duur om deze lokaal aan te bieden. Zo is de Onderwijsroute een behoorlijk gespecialiseerde route met aanvullende kwaliteitseisen aan het taalonderwijs. De verwachting is dat er relatief kleine aantallen per gemeente naar toe zullen gaan. Om binnen de budgetten van het Rijk te blijven is het raadzaam om dit regionaal in te kopen. 9 Door te kiezen voor een integrale aanpak willen wij, behalve een samenhangende dienstverlening die ook nog uitgaat van het principe van inclusie, een efficiency slag maken.

9 Hierover hebben wij u in november 2020 geïnformeerd met de raadsinformatiebrief 20.067517.

20

Hoofdstuk 5 Financieel kader en Risicoparagraaf 5.1. Financieel Kader Algemeen De begroting voor de wet Inburgering bestaat uit kosten voor inburgeringsvoorzieningen en uitvoeringskosten. Zoals wij eerder hebben aangegeven, zoeken wij hiervoor in de daarvoor bestemde rijksbijdrage. Kosten voor inburgeringsvoorzieningen Hieronder vallen de: -

leerroutes module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) maatschappelijke begeleiding het participatieverklaringstraject (PVT) inzet van tolken

De kosten voor de inburgeringsvoorzieningen worden uitgekeerd via een SPUK (specifieke uitkering). Ze worden berekend per inburgeraar, waarbij er eerst een voorschot komt op basis van de verwachte taakstelling. Daarna volgt een verrekening op basis van het daadwerkelijke aantal. Uitvoeringskosten Hieronder vallen de: -

brede intake PIP en voortgang ontzorgen overige uitvoeringskosten (zoals inkoop en beleidsondersteuning)

De middelen worden verstrekt via een integratie-uitkering binnen het gemeentefonds. De structurele uitvoeringskosten worden vanaf 2021 verstrekt en worden verdeeld op basis van het aantal inwoners en het aantal personen met een niet-westerse migratieachtergrond. Evaluatie van de financiën Onderdeel van de bestuurlijke afspraken die SZW en VNG met elkaar hebben gemaakt, is dat er drie jaar na inwerkingtreding van de wet, een evaluatie naar de betaalbaarheid van het stelsel plaatsvindt. Spreiding over drie jaar Zowel de vergoedingen als de uitgaven worden verspreid over de maximale drie jaar van een inburgeringstraject. Daarom zullen de cijfers over de jaren heen fluctueren, omdat het tempo van inkomsten en uitgaven verschillend kan zijn.

21

Als wij uitgaan van de prognose in hoofdstuk 2 en de berekeningswijze van de SPUK komen wij op de volgende prognose: Begroting 2022 € 577.300,00

2023 € 722.600,00

2024 € 840.000,00

2025 € 840.000,00

€ 161.500,00

€ 172.600,00

€

€

de

€ 738.800,00

€ 895.200,00

€ 1.010.500,00

€ 1.006.000,00

Budget asielstatushouders Budget gezins- en overige migranten Rijksvergoeding uitvoering

€ 453.500,00

€ 688.700,00

€

747.200,00

€

747.200,00

€ 21.800,00

€

21.800,00

€

21.800,00

€

21.800,00

€ 232.500,00

€ 243.600,00

€

241.500,00

€

237.000,00

Totaal van budget:

€ 707.800,00

€ 954.100,00

€ 1.010.500,00

€ 1.006.000,00

€ -31.000,00

€

€

€

Kosten voor inburgeringsvoorzi eningen Kosten voor uitvoering Totaal van kosten:

Resultaat:

het

58.900,00

170.500,00

-

166.000,00

-

Deze begroting laat zien dat wij; -

in het jaar 2022 een tekort verwachten van € 31.000. in het jaar 2023 een overschot verwachten van € 58.900. over drie jaar een sluitende begroting hebben.

5.2. Risicoparagraaf; onzekerheden tijdens het voorbereidingsjaar Financieel 1. De daadwerkelijke kosten van de voorzieningen zijn nog niet duidelijk Wij weten welke vergoeding we per inburgeraar ontvangen uit het Rijk, maar wij weten nog niet zeker of wij er ook in slagen om hier binnen te blijven. Dit komt omdat er nog inkoop- en aanbestedingstrajecten lopen. Ook de onderhandelingen over de ‘losse’ modules zijn op dit moment nog gaande. De beschikbare budgetten vanuit het Rijk zijn voor ons de maximale prijzen, op basis waarvan we de gesprekken voeren en de inkoopdocumenten publiceren. Dit is de reden waarom wij op dit moment nog niet weten of de gevraagde diensten geleverd kunnen worden voor de prijs die het Rijk ervoor biedt. Vooral bij de Z-route speelt deze onzekerheid, omdat ook bij deze relatief intensieve route, de kwaliteitseisen voor het taalonderwijs onverminderd hoog zijn. Daarnaast is het Europese aanbestedingstraject van de onderwijsroute gestagneerd omdat er te weinig inschrijvingen waren. De gevolgen hiervan zijn nog onzeker, hierover worden nog gesprekken gevoerd. Oplossing: We denken er alles aan te doen om de uitgaven beperkt te houden door te kiezen voor een integrale benadering. Hierbij sluiten we zoveel mogelijk aan bij bestaande voorzieningen.

22

2. De kosten voor de tolkenvoorziening kunnen hoger uitvallen Hoewel de wet dit niet specifiek voorschrijft, denken wij dat het belangrijk is om gebruik te maken van onafhankelijke en professionele tolken. Bijvoorbeeld via de tolkentelefoon. Wij hebben een berekening gemaakt van het verwachtte aantal uren dat wij een tolk denken nodig te hebben. Daarom moeten wij de tolkentelefoon inschakelen. Er is kans dat wij meer gebruik moeten maken van de tolkentelefoon dan wij gedacht hadden. Oplossing: We willen ook gebruik gaan maken van de diensten van zogeheten sleutelfiguren of vrijwillige tolken, om deze kosten te beperken.

Inhoudelijk en kwalitatief 1. De lagere regelgeving is nog in ontwikkeling De wet schrijft een aantal modules vrij gedetailleerd voor, waarbij het nog maar de vraag is of we deze ook echt letterlijk moeten opvatten en overnemen. Daarnaast is er nog zogeheten lagere regelgeving in ontwikkeling, die weer gevolgen kan hebben voor de daadwerkelijke kosten van modules. Nadat een wet is ingevoerd ontstaat er ook voortschrijdend inzicht, doordat er jurisprudentie komt. Oplossing: Door zeer dicht bij de doelstellingen van de wet te blijven, denken wij dat we niet voor erg grote verassingen komen te staan. 2. De Z-route is een nieuw product Enkele producten die wij moeten gaan aanbieden zijn nieuw en dat geldt vooral voor de Z-route. Dat maakt het lastig om een duidelijke opdracht te schrijven die ook nog door de markt geleverd kan worden. Oplossing: Wij spelen hierop in door zoveel mogelijk te werken met zogeheten verkennende gesprekken en marktconsultaties. 3. Het verloop van de COVID-pandemie De corona-pandemie en de maatregelen hebben voor de huidige inburgeraars een behoorlijke vertraging gezorgd. De lessen konden niet doorgaan op locatie en de examens zijn een paar keer uitgesteld. Mocht de pandemie onverhoopt toch nog doorzetten in 2022, dan heeft dat gevolgen voor de uitvoering en het welslagen van de komende groep inburgeraars.

23

Bijlage 1: De verschillende taalniveaus

24

Bijlage 2: Beleidstheorie veranderopgave inburgering

25

Bijlage 3: Actieplan Proces en Resultaat Werkmethodiek ontwikkelen

Wie doen mee?

Brede intake en PIP

Ontwikkelingsfase 2021 De consulent inburgering, begeleider AZC, de consulenten statushouders WSP, consulenten inkomen en activering, de maatschappelijk begeleider (Vluchtelingen Welzijn), kwaliteitsmedewerker, applicatiebeheerder, beleidsadviseur.

Een goed beeld van de leerbaarheid en de omstandigheden van de inburgeraar. Hierdoor wordt de juiste leerroute gekozen en een integraal traject.

Mogelijke overige deelnemers: Taalschool, aanbieder observatieperiode, leerbaarheidstoets/organisatie met diagnostisch instrument, Wijkteam/CJG. vanaf 1-1- 2022: Consulent inburgering, maatschappelijk begeleider en de overige op afroep/afhankelijk van de keuze.

Voortgang PIP, werkafspraken

De voortgang van het inburgeringstraject en het verloop van de verschillende modules wordt goed in de gaten gehouden. Op het juiste moment wordt de inburgeraar aangemeld bij het WSP.

Ontwikkelingsfase 2021: De consulent inburgering, de taalschool/ taaldocent, contractmanager, consulent statushouders WSP, de maatschappelijk begeleider, kwaliteitsadviseur. vanaf 1-1- 2022: Consulent inburgering, consulent statushouders, SWT, reïntegratiebedrijf, taalaanbieder, maatschappelijke begeleider.

26

Lerende aanpak

Een methode en overlegstructuur waarmee we goed kunnen monitoren op de aanpak en resultaten.

Ontwikkelfase 2021 Beleidsadviseur, business controller, kwaliteitscoach, kwaliteitsmedewerker, consulent inburgering, contractmanager.

Aanbod ontwikkelen

Resultaat

Hoe gaan we dit doen?

Investeren in een goede start

De ondersteuning en aandacht is in de beginfase voldoende intensief voor een goede start.

Wij formuleren een duidelijk opdracht voor de partijen(en) die dit voor ons uit gaan voeren binnen de financiële kaders. Hierbij gaat onze voorkeur uit naar partijen die bekend zijn in en met de Rijswijkse samenleving.

Daarna wordt zo snel als mogelijk de regie overgedragen aan de inburgeraar. Leerroutes

Er ligt een goed aanbod aan duale leerroutes klaar. Deze zijn ook toegankelijk voor de doelgroep overige- en gezinsmigranten.

Vanaf 1-1-2022 Dat is mede afhankelijk van de afspraken die in de ontwikkelfase zijn gemaakt.

De intensieve start bestaat uit: - de beginfase van de maatschappelijke begeleiding, - het stimuleren van de financiële zelfredzaamheid, - een observatie periode.

Wij werken samen met de regio Haaglanden als het gaat om de inkoop van kwalitatief hoogwaardig taalonderwijs voor de Onderwijsroute en de B1-leerroute. Wij werken samen met de subregio Delft voor de inkoop van hoogwaardig taalonderwijs voor de Z-route. Wij verkennen daarnaast de mogelijkheid om het participatie gedeelte zo lokaal mogelijk te organiseren. Hierbij is individueel maatwerk van belang.

We hebben goede afspraken met de ketenpartners.

27

Inkoop en organisatie overig aanbod

De modules die nodig zijn voor het inburgeringtraject zijn zo integraal en lokaal mogelijk ingekocht. Voor 1 januari 2022 is alles gereed.

Wij gaan de losse modules zo veel mogelijk integreren in overige dienstverlening. Arbeidsmarkt en Participatie kan een onderdeel worden van ofwel de observatieperiode, of een van de leerroutes, ofwel een op maat gemaakt onderdeel van de klantreis van het WSP. Wij onderzoeken de mogelijkheid om binnen de maatschappelijke begeleiding ook een gedeelte van het participatiedeel van de Z-route onder te brengen. Het financieel ontzorgen koppelen wij aan een, liefst bestaande, training financiële zelfredzaamheid.

Globaal tijdspad

Onderwerp

Q3

Oktober

November

December

Brede intake en PIP

Werkgroep verkent de mogelijkheden

Inhoudelijke keuzes gemaakt en deelnemende organisaties zijn aangehaakt.

Werkproces ontwerpen en implementatie. Leerbaarheidstoets vanuit het Rijk gereed.

Implementatie en testen

Voortgang en monitoring PIP

Werkgroep verkent de mogelijkheden. Indicatoren voor bemiddeling naar arbeid afgesproken.

Inhoudelijke keuzes gemaakt, taalaanbieders onderdeel van de monitoring

Werkafspraken met ketenpartners, werkprocessen inrichten en implementatie.

Implementatie en testen.

Werkgroep verkent de mogelijkheden Marktconsultatie en/of subsidie overleg -Financieel ontzorgen

Prestatie indicatoren vanuit het Rijk bekend Afspraken maken en/of overeenkomsten afsluiten

Lerende aanpak Aanbod ontwikkelen en

Opdrachten formuleren. Marktconsultatie en/of

Implementatie en testen

28

inkopen voor de startfase

subsidieoverleg en/of interne werkafspraken

Leerroutes

Resultaten aanbesteding bekend

Inkoop en/of organisatie overig aanbod.

Opdrachten formuleren en marktconsultatie: -Module arbeidsmarkt en participatie -Individuele maatschappelijke begeleiding - ParticipatieverklaringTraject

-Financiële zelfredzaamheid -Maatschappelijke begeleiding, vestigingscoach -Verlengde intake Werkafspraken met Taalaanbieders Marktconsultatie en/of subsidie overleg en/of interne werkafspraken

Implementatie en werkprocessen

Afspraken informatie uitwisseling Werkprocessen gereed Afspraken maken en/of overeenkomsten afsluiten.

Keuzes maken

29

Bijlage 4: De participatieladder

Trede 6 | Nazorg

Klanten die betaald werk verrichten, waarvoor nazorg wordt geboden en/of Toolbox instrumenten zijn ingezet.

Trede 5 | Bemiddeling naar werk

Klanten die gemotiveerd zijn en die direct bemiddelbaar zijn naar werk.

Middelgrote afstand tot de arbeidsmarkt

Trede 4 | Ontwikkeling richting werk

Klanten die nog niet direct bemiddelbaar zijn. De verwachting is dat zij met de juiste ondersteuning binnen een jaar ‘job-ready’ kunnen zijn.

Trede 3 | Specifieke diagnose

Klanten die behoren tot een prioritaire doelgroep waarvoor een aanvullende diagnose wordt uitgevoerd. Het gaat om jongeren, mensen met een arbeidsbeperking en alleenstaande ouders.

30

Grote afstand tot de arbeidsmarkt

Trede 2 | Sociale activering

Klanten wiens arbeidspotentieel niet binnen een jaar te mobiliseren is, maar die wel mogelijkheden hebben om te participeren in de samenleving.

Trede 1 | Zorg

Klanten die geen arbeidspotentieel hebben en geen of minimale mogelijkheid tot participatie.

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=44f98dbb-cf41-4d3e-8471-0cee45d4d3d1