IB 21 088 Bijlage 2. Instrumenten onder de Omgevingswet (Bijl107246).docx
Tekst van het document
Bijlage 2. Instrumenten onder de Omgevingswet Onder de Omgevingswet krijgt de gemeente een aantal belangrijke instrumenten, te weten de omgevingsvisie, het omgevingsplan, het programma en de omgevingsvergunning. Hieronder wordt ingegaan op de inhoud van de verscheidene instrumenten.
De omgevingsvisie De omgevingsvisie is het overkoepelende strategische plan voor de leefomgeving en moet zijn vastgesteld voor 31 december 2024. In de omgevingsvisie legt de gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast. De gemeente stelt één omgevingsvisie voor het hele grondgebied vast. Een omgevingsvisie gaat in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. De omgevingsvisie is vormvrij: de gemeenteraad bepaalt het detailniveau, de gebieden, de sectoren en de thema's. Ook kan de gemeente met de visie de mate van sturing bepalen, meer regulering of meer deregulering.
Het omgevingsplan Onder de omgevingsvisie hangt het omgevingsplan. In het omgevingsplan staan de gemeentelijke regels over de fysieke leefomgeving. Iedere gemeente heeft één omgevingsplan. Gemeenten moeten ervoor zorgen dat de regels in het omgevingsplan samen leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bij het stellen van regels houdt de gemeente rekening met alle betrokken belangen. De gemeente kan de regels specificeren voor verschillende delen van het grondgebied. Ook kan de gemeente functies of kenmerken van locaties of gebieden aanwijzen. Aan deze aanwijzing kan de gemeente regels koppelen voor het gebruik van die locatie of dat gebied. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet ontstaat door het overgangsrecht een tijdelijk deel van het omgevingsplan, het omgevingsplan van rechtswege. Het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: a. De bestaande ruimtelijke plannen b. Drie gemeentelijke verordeningen: de Erfgoedverordening met betrekking tot de archeologische monumentenzorg, de Hemelwaterverordening en de Geurverordening (de gemeente Rijswijk heeft enkel een Erfgoedverordening). c. De bruidsschat (rijksregels die worden gedecentraliseerd naar gemeenten) Alle regels moeten op 31 december 2029 zijn opgenomen in het definitieve omgevingsplan.
In de overgangsfase moet de gemeente dus alle regels vanuit het tijdelijk omgevingsplan ‘overbrengen’ naar het definitieve plan. Ook moet de gemeente de regels uit de gemeentelijke verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving en waarvan zij dat nodig vinden op dat moment hebben toegevoegd. U heeft op 15 juni jl. reeds de Verordening Fysieke Leefomgeving vastgesteld, hiermee is een belangrijke eerste stap in de aanloop naar het omgevingsplan gezet. De VNG adviseert dat u voor inwerkingtreding keuzes heeft gemaakt over de uitgangspunten, structuur en insteek van het gemeentebred omgevingsplan. Daarbij dient u ook te bepalen in welke stappen en in welk tempo het nieuwe omgevingsplan wordt opgesteld. Eén en ander in lijn met de kaders vanuit rijks- en provinciale regelgeving en vastgelegd in een met u afgestemd plan van aanpak. De gemeente heeft tot 31-12-2029 de tijd om het tijdelijke omgevingsplan om te vormen tot een omgevingsplan dat voldoet aan de bedoeling van de Omgevingswet. Dit is in de meeste gemeenten een proces van jaren. Daarom is het verstandig om nu te beginnen met oriënterende en voorbereidende stappen. Relevant hierbij is dat hoe langer het duurt om te komen tot het nieuwe omgevingsplan hoe langer het oude regime (tijdelijk omgevingsplan) en nieuwe regime (nieuw omgevingsplan) naast elkaar bestaan, hetgeen de lijnorganisatie belast.
Eerder dit jaar is er een concept plan van aanpak opgesteld om de implementatie van het omgevingsplan in Rijswijk tot stand te brengen. Dit plan van aanpak wordt de komende periode afgerond. Na het afronden van het plan van aanpak volgen het uitvoeringsplan en de strategie voor de transitieperiode (1 juli 2022 – 31 december 2029). Hierin wordt gespecificeerd welke activiteiten wanneer worden opgepakt. Ook wordt er een handboek omgevingsplan opgesteld, dat inzichtelijk
1
maakt wat het opstellen van het omgevingsplan betekent, zowel voor de medewerkers, als voor het college en de gemeenteraad.
Het programma Om de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving te bereiken kunnen overheden aanvullend op bovenstaande een programma opstellen met maatregelen. Overheden kunnen kiezen hoe ze programma’s inzetten. Ze kunnen de omgevingsvisie globaal houden en het beleid verder uit werken in programma’s. Of ze kunnen ervoor kiezen om de omgevingsvisie veel specifieker te maken en zo minder met programma’s werken. Het programma bevat de drie volgende soorten maatregelen: a. maatregelen voor de uitwerking van het beleid voor ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming en behoud van de fysieke leefomgeving; b. maatregelen om aan omgevingswaarden te voldoen (met een omgevingswaarde legt de gemeente de kwaliteit vast die ze voor de fysieke leefomgeving wil bereiken); c. maatregelen om 1 of meer andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken.
De omgevingsvergunning Tot slot kan de gemeente via de omgevingsvergunning invloed uitoefenen op de leefomgeving. Burgers, bedrijven en overheden kunnen toestemming vragen om activiteiten in de fysieke leefomgeving te mogen uitvoeren door het aanvragen van een omgevingsvergunning.
2