IB 21 065 (04) Bijlagen 9-11 bij de toelichting.pdf
Tekst van het document
Bijlage 9
Gemeente Rijswijk
Aanvullend archeologisch bureauonderzoek
313
AANVULLEND ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK KAREL DOORMANLAAN 155 TE RIJSWIJK GEMEENTE RIJSWIJK
Rapportage Aanvullend archeologisch bureauonderzoek Karel Doormanlaan 155 te Rijswijk Opdrachtgever
Lammers Real Estate Postbus 443 6000 AK Weert
Rapportnummer
5343.002
Versienummer1
2 (definitief)
Datum
23 november 2020
Vestiging
Zuid-Holland Max Euwelaan 21-29 3062 MA Rotterdam 010 - 7640828 rotterdam@econsultancy.nl
Opsteller
drs. A.J. Wullink
Paraaf
Kwaliteitscontrole
ir. F.F.J.M. Top
Paraaf
© Econsultancy bv, Rotterdam Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1 Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van het bevoegd gezag is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel
beoordeelt door het bevoegd gezag.
Econsultancy Archeologisch Rapport
Administratieve gegevens plangebied Projectcode
5343.002
Toponiem
Karel Doormanlaan 155
Opdrachtgever
Lammers Real Estate
Gemeente
Rijswijk
Plaats
Rijswijk
Provincie
Zuid-Holland
Kadastrale gegevens
Gemeente Rijswijk, Sectie D, perceelnummer 7570
Omvang plangebied
circa 3930 m2
Kaartblad
30 G (1:25.000)
Coördinaten centrum plangebied
X: 82.390 / Y: 451.049
Bevoegd gezag
Gemeente Rijswijk Drs. H. Koot, gemeentearcheoloog Postbus 5305 2280 HH Rijswijk 070-3261973
ARCHIS3 Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.)
4612912100
Archeoregio NOaA
Hollands veen- en kleigebied
Beheer en plaats documentatie
Econsultancy, Rotterdam/ Provinciaal Archeologisch Depot Zuid-Holland
Uitvoerders
Econsultancy, drs. A.J. Wullink
Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
Econsultancy Archeologisch Rapport
SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Lammers Real Estate een aanvullend archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied gelegen aan de Karel Doormanlaan 155 te Rijswijk in de gemeente Rijswijk. De initiatiefnemer heeft het voornemen de bestaande bebouwing te slopen en nieuwe woningen te bouwen. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, is eerst een wijziging van het bestemmingsplan nodig. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het plangebied is in 2011 door middel van een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek onderzocht als onderdeel van het grotere plangebied aan Te Werve West. In 2014 is aan de Sir Winston Churchilllaan, direct ten zuiden van het plangebied, een karterend booronderzoek uitgevoerd naar de ligging van het Kanaal van Corbulo. Deze twee onderzoeken vormen de basis van dit aanvullend onderzoek. In hoofdstuk 2 worden de resultaten van de onderzoeken besproken en aangevuld met voor het plangebied specifieke informatie en nieuwe informatie van na 2014.
Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Uit de door RAAP en de gemeente uitgevoerde onderzoeken, aangevuld met informatie uit dit rapport, blijkt dat binnen het plangebied archeologische waarden uit de Romeinse tijd, de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd zijn te verwachten. Deze resten worden in de top van de Gantel-afzettingen verwacht, die vanaf -0,8 m NAP worden verwacht. Ter plaatse van de bestaande kelder zijn archeologische waarden verdwenen, maar in het overige deel van het plangebied kunnen deze resten nog wel worden verwacht. Over de verwachting voor het Neolithicum (duintjes van de Ypenburg Laag) is wat betreft Archeologie Rijswijk onvoldoende uitsluitsel te geven op basis van het al uitgevoerde onderzoek. De verwachting voor deze periode is vooralsnog middelhoog. Conclusie Het archeologisch niveau, de top van de Gantel-afzettingen, wordt aangetast door de voorgenomen nieuwbouw. De nieuwbouw wordt onderkelderd en de oppervlakte van de nieuwe kelder wordt 2.470 m2. Dit is vier keer groter dan de bestaande kelder (560 m2). Buiten de bestaande kelder vormen de nieuwbouwwerkzaamheden dan ook een bedreiging voor eventueel aanwezige archeologische waarden.
Advies Econsultancy adviseert om, in het kader van de op handen zijnde bestemmingsplanwijziging, op het deel van het plangebied met een (middel)hoge archeologische verwachting (zie figuur 15) een dubbelbestemming ‘waarde – archeologie’ te leggen. Dit betekent dat, bij toekomstige vergunningplichtige werkzaamheden, eerst verder archeologisch onderzoek moet worden gedaan in de vorm van een inventariserend veldonderzoek, verkennende/waarderende fase. Omdat archeologische resten met name in de vorm van grondsporen worden verwacht, kan dit onderzoek het best worden uitgevoerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Het onderzoek kan worden uitgevoerd na de sloop van de bestaande bebouwing. Het onderzoek moet worden uit gevoerd aan de hand van een door de bevoegde overheid, de gemeente Rijswijk, goed gekeurd Programma van Eisen (PvE).
Rapport 5343.002 versie 2
Verder adviseert Econsultancy om, na de sloop van het gebouw een enkele verkennende boringen te plaatsen om te kijken of in de ondergrond duinen van de Laag van Ypenburg aanwezig zijn. Dit heeft tot doel vast te stellen of het plangebied een verwachting heeft voor resten uit het Neolithicum. Bovenstaand advies is van Econsultancy. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat de bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Rijswijk), die vervolgens een besluit neemt.
Rapport 5343.002 versie 2
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8
3
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 2 Methoden .......................................................................................................................... 2 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 3 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 4 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 4 Bewoningsgeschiedenis en (bouw)historische gegevens. ............................................... 5 Archeologische waarden .................................................................................................. 6 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel .......................................................... 6
CONCLUSIE EN ADVIES ........................................................................................................... 7
LITERATUUR ........................................................................................................................................ 9 BRONNEN .......................................................................................................................................... 10
Rapport 5343.002 versie 2
LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7. Figuur 8. Figuur 9. Figuur 10. Figuur 11. Figuur 12. Figuur 13. Figuur 14. Figuur 15.
Ligging van het plangebied binnen Nederland Het plangebied op de kadastrale kaart Het plangebied op een luchtfoto Toekomstige situatie Nieuwbouw t.o.v. de bestaande bebouwing Het plangebied op de geologische kaart van Rijswijk en Den Haag Ligging van de kelder in het plangebied Bouwtekeningen, plattegrond Bouwtekeningen, dwarsdoorsneden Bouwtekeningen, palenplan Archeologische verwachting Neolithicum – IJzertijd Archeologische verwachting Romeinse tijd en Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd Archeologische waarden en onderzoeken Bestaande en toekomstige bebouwing en kelders. Archeologische verwachting
BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Onderzoeksmeldingen Vondstmeldingen
Rapport 5343.002 versie 2
1
INLEIDING
Econsultancy heeft in opdracht van Lammers Real Estate een aanvullend archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied gelegen aan de Karel Doormanlaan 155 te Rijswijk in de gemeente Rijswijk (zie figuur 1). De initiatiefnemer heeft het voornemen de bestaande bebouwing te slopen en nieuwe woningen te bouwen. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, is eerst een wijziging van het bestemmingsplan nodig. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het plangebied is in 2011 door middel van een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek onderzocht als onderdeel van het grotere plangebied aan Te Werve West2. In 2014 is aan de Churchilllaan, direct ten zuiden van het plangebied, een karterend booronderzoek uitgevoerd naar de ligging van het Kanaal van Corbulo3. Deze twee onderzoeken vormen de basis van dit aanvullend onderzoek. In hoofdstuk 2 worden de resultaten van de onderzoeken besproken en aangevuld met voor het plangebied specifieke informatie en nieuwe informatie van na 2014. Het doel van het aanvullend bureauonderzoek is om een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is.
Om deze vraag te beantwoorden wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Deze informatie is voor het plangebied in principe al bekend, maar zal, zoals gezegd, worden aangevuld, waarna een voor het plangebied specifiek verwachtingsmodel wordt opgesteld. Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in juni 2018 door drs. A.J. Wullink (senior prospector). Het rapport is gecontroleerd door ir. F.F.J.M. Top.
2 Coppens & De Kruif (2011) 3 Raczynsky-Henk (2014)
Rapport 5343.002 versie 2
Pagina 1 van 11
2 2.1
BUREAUONDERZOEK Doelstelling en onderzoeksvragen
Het doel van het aanvullend bureauonderzoek is om een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Om deze vraag te beantwoorden wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Deze informatie is voor het plangebied in principe al bekend, maar zal, zoals gezegd, worden aangevuld, waarna een voor het plangebied specifiek verwachtingsmodel wordt opgesteld. 2.2
Methoden
Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.0, 07-06-2016), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06.4 Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht:
afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).
Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd:
het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; relevante (wetenschappelijke) publicaties; historisch kaartmateriaal; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Rijswijk;
Archieven en provinciaal archeologisch depots In het kader van dit onderzoek is het bouwarchief van de gemeente Rijswijk geraadpleegd, via de dienst Publieksvoorlichting. Het provinciaal archeologisch depot is niet geraadpleegd.
4 Beschikbaar via www.sikb.nl.
Rapport 5343.002 versie 2
Pagina 2 van 11
Historische verenigingen en amateur-archeologen Er is in het kader van dit bureauonderzoek geen contact opgenomen met historische verenigingen of amateurarcheologen, aangezien verwacht werd dat dit voor dit plangebied geen meerwaarde zou hebben. 2.3
Afbakening en huidige situatie van het plangebied
Afbakening Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het onderzoeksgebied en het plangebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen feitelijk de bodemverstorende ingreep gaat plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het plangebied. Dit gebied is groter dan het plangebied. In het huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van circa 500 meter rondom het plangebied.5 Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Rijswijk, tussen de Sir Winston Churchilllaan in het zuiden en de Karel Doormanlaan in het noorden. Het plangebied beslaat kadastraal perceel D7570. Aan de west en zuidzijde wordt het plangebied begrenst door een waterpartij, aan de noordzijde door de Karel Doormanlaan en aan de oostzijde door bebouwde percelen langs de Karel Doormanlaan. De centrumcoördinaten van het plangebied zijn X: 82.390 en Y: 451.049 en het oppervlak is circa 3930 m2. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1 en figuur 2. Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens. In het plangebied is een kantoorpand aanwezig met een oppervlakte van 1660 m2.
De rest van het plangebied is in gebruik als tuin en deels verhard. Vigerend beleid Volgens het vigerend bestemmingsplan Te Werve uit 2013 heeft het plangebied een dubbelbestemming ‘waarde – archeologie 3’. Volgens de bijbehorende planregels dient er bij bodemingrepen dieper dan 50 cm –mv eerst archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Huidig milieuonderzoek Gelijktijdig met het archeologisch bureauonderzoek is er voor het plangebied een milieuhygiënisch bodemonderzoek uitgevoerd door Econsultancy (rapportnummer: 5343.001). Uit dit onderzoek is gebleken dat de bovengrond licht verontreinigd is met kwik, zink en PAK. De aangetroffen gehaltes geven echter geen aanleiding tot verder onderzoek. Wel is geconstateerd dat het gebouw is onderkelderd en is geadviseerd om na de sloop een aanvullend onderzoek uit te voeren ter plaatse van de kelder.
5 Binnen deze straal wordt geacht dat er voldoende informatie beschikbaar is om een gefundeerde uitspraak te doen over de
archeologische verwachting van het plangebied.
Rapport 5343.002 versie 2
Pagina 3 van 11
2.4
Toekomstige situatie
Het toekomstige gebruik van het plangebied kan bepalend zijn voor het vervolgtraject (behoud in-situ of behoud ex-situ van archeologische waarden). De toekomstige inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. In het plangebied is de bouw van een appartementencomplex gepland. Vooralsnog wordt er uitgegaan van twee woontorens met een oppervlakte van 740 en 670 m2. Onder de gebouwen en het tussenliggende gebied wordt een parkeerkelder gerealiseerd met een maximale oppervlakte van circa 2400 m2. De exacte ontgravingsdieptes zijn nog niet bekend, maar de parkeerkelder zal waarschijnlijk tot een diepte van 3 m –mv worden ontgraven. In figuur 4 is een ontwerpplan weergegeven en in figuur 5 is de bestaande bebouwing ten opzichte van de geplande nieuwbouw weergegeven. 2.5
Aardwetenschappelijke gegevens
Volgens de geologische kaart van de gemeente Rijswijk (figuur 6) worden in het plangebied, van beneden naar boven, strandafzettingen van de Laag van Rijswijk (Laagpakket van Zandvoort, Formatie van Naaldwijk), met daarop getijdeafzettingen van de het Laagpakket van Wormer (Formatie van Naaldwijk, Hollandveen (Formatie van Nieuwkoop) en getijdeafzettingen van de Gantel Laag (Laagpakket van Walcheren, Formatie van Naaldwijk aangetroffen. Door de oostelijke helft van het plangebied loopt een (ondiepe) geul van het Gantel-systeem. Het plangebied is in 2011 door RAAP, door middel van een bureau- en booronderzoek, onderzocht als onderdeel van een groter gebied.2 Uit het bureauonderzoek blijkt dat de strandzanden van de Laag van Rijswijk en de lagunaire afzettingen van het Wormer Laagpakket zijn afgezet voor 4500 jaar geleden Mesolithicum – Midden-Neolithicum. Het Hollandveen is gevormd tussen 4500 en 2500 jaar geleden (Laat-Neolithicum – Midden-IJzertijd). De afzettingen van de Gantel Laag zijn in de Middenen Late IJzertijd afgezet. Het Gantel-systeem is in de Late IJzertijd verland en de kreekruggen die door reliëfinversie ontstonden, werden in de Romeinse tijd bewoond. Vanaf de Laat-Romeinse tijd ontvolkte het gebied en trad er weer veengroei op. Deze veenlaag is bij de ontginning van het gebied, in de Late Middeleeuwen, weer verdwenen.
In het plangebied zijn in 2011 door RAAP 8 boringen6 geplaatst. Uit dit onderzoek is gebleken dat de strandzanden van de Rijswijk Laag in het plangebied beneden -3,7 tot -4,36 m NAP (310 tot 440 cm – mv) worden aangetroffen. In vijf van de acht boringen is op de Rijswijk Laag een dunne laag (1 tot 6 cm) getijdeafzettingen van het Wormer Laagpakket aanwezig. Een restant van het Hollandveen Laagpakket wordt hierop of op de Rijswijk Laag aangetroffen in zeven van de acht boringen. De top van het Hollandveen ligt tussen -3,3 en -4,05 m NAP (250 en 400 cm –mv). Op het Hollandveen is een pakket getijdeafzettingen van de Gantel Laag aangetroffen. De top van dit pakket ligt tussen -0,8 en -1,5 m NAP (20 tot 150 cm –mv). De top van het pakket, tot -1,77 en -2,6 m NAP, is kleiig. Hieronder zijn de afzettingen overwegend zandig, al dan niet afgewisseld met kleilagen. In twee boringen is, in de top van de klei, nog een restant van een bouwvoor aanwezig. De totale dikte van het pakket Walcheren-afzettingen is 215 tot 325 cm. Op de Walcheren-afzettingen is een geroerd of opgebracht en/of opgebracht pakket aanwezig met een dikte van 20 tot 150 m. Het maaiveld varieert tussen -0,9 en 0,4 m NAP.7
6 Coppens & De Kruif (2011); figuur 5, boringen 7, 8, 20, 21, 28, 29, 34, 35 7 Coppens & De Kruif (2011); figuur 4 en bijlage 1
Rapport 5343.002 versie 2
Pagina 4 van 11
In 2014 is door de gemeente Rijswijk een bureau-onderzoek en karterend booronderzoek uitgevoerd naar de ligging van het kanaal van Corbulo.3 Dit is een kanaal dat rond 50 n. Chr. door de Romeinse generaal Corbulo is aangelegd, als verbinding tussen de Maas, via de Gantel, naar de Rijn bij Leiden. Langs het kanaal heeft een weg gelopen, waarvan op enkele plaatsen mijlpalen zijn terug gevonden. Het vermoeden bestaat dat het kanaal en de weg ter plaatste van de Churchilllaan hebben gelegen. Het kanaal van Corbulo is in de 3e eeuw dichtgeslibd. Tijdens het onderzoek door de gemeente is het kanaal op een aantal punten langs de Churchilllaan aangetroffen, maar uitgerekend in de boorraaien pal ten zuidwesten van het plangebied niet.8 Ook in de boringen parallel aan de Churchilllaan ter hoogte van het plangebied is het kanaal niet aangetroffen.9 Rondom het plangebied bleek de bodem te diep verstoord. In de raaien 150 m ten noordwesten en zuidoosten van het plangebied10 is het kanaal wel aangetroffen, onder de verstoorde laag, op een diepte van -1,07 (boring 4) en -1,37 m NAP (boring 19). 2.6
Bewoningsgeschiedenis en (bouw)historische gegevens.
Volgens het onderzoek van RAAP2 bood de verlande geul van het Gantel-systeem, die langs het plangebied stroomt vanaf de Late IJzertijd bewoningsmogelijkheden. Bovendien heeft hier, ter plaatse van de Churchilllaan, het kanaal van Corbulo gelegen. Langs het kanaal heeft een Romeinse weg gelegen. Het kanaal van Corbulo is in de 3e eeuw dichtgeslibd. In de 4e eeuw neemt de bevolking in het gebied drastisch af en verwilderd het gebied weer, waarbij ook veengroei kan plaatsvinden. Pas in de Late Middeleeuwen wordt het gebied weer ontgonnen. Bewoning vond voornamelijk plaats op de strandwal ten westen van het plangebied, waar Rijswijk ontstond en ook een groot aantal buitenplaatsen. Het klei- en veengebied ten oosten van de strandwal wordt ingepolderd als de Plaspoelpolder en is als weidegebied in gebruik. De Churchilllaan, die tot 1965 de Kleiweg heette, is een historische weg die deels op de kreekrug van de Gantel en de zijtak hiervan die langs het plangebied ligt, is aangelegd. Langs deze weg heeft vanaf de Late Middeleeuwen (sporadisch) bewoning plaatsgevonden.
Het plangebied is echter, volgens het bureauonderzoek van RAAP, niet bebouwd geweest volgens het geraadpleegde historisch kaartmateriaal, al kan op basis van dit kaartmateriaal geen uitspraak worden gedaan over de periode voor 1712 (het jaar dat de Kruikius-kaart werd vervaardig, de eerste echt gedetailleerde kaart van het gebied). Pas in de jaren 1960 komt het plangebied in de bebouwde kom van Rijswijk te liggen. Het pand in het plangebied is in de jaren 1970 gebouwd. Bouwhistorische gegevens Volgens de BAG-viewer van het kadaster dateert het gebouw in het plangebied uit 1976. Om de mate van verstoring binnen het plangebied door de bouw van dit pand te bepalen, is het bouwarchief van de gemeente Rijswijk geraadpleegd. Volgens de bouwtekeningen ligt het bouwpeil op 0,75 m NAP. Aangezien het oorspronkelijke maaiveld rond -0,8 m NAP ligt, betekent dit dat delen van het plangebied ten minste 195 cm zijn opgehoogd. Dit sluit ook aan bij de gegevens uit het booronderzoek door RAAP. Het kantoorpand heeft een oppervlakte van 1.660 m2. Een deel van het plan is onderkelderd tot 275 cm beneden peil, dus tot 1 meter beneden het oorspronkelijke maaiveldniveau. De kelder heeft een oppervlakte van 560 m2. De fundering van de rest van het pand is tot 85 cm beneden peil aangelegd, dus in het opgebrachte pakket. Verder is het pand onderheid.
De dichtheid van het palengrid varieert enigszins, maar de afstand tussen de palen is onder een groot deel van het pand 3,6 tot 4,8 m.
8 Raczynsky-Henk (2014); bijlage 4 boringen 12 – 18; bijlage 9, profiel 9 Raczynsky-Henk (2014); bijlage 4, boringen 57 – 61; bijlage 9, profiel 11 10 Raczynsky-Henk (2014);
Rapport 5343.002 versie 2
bijlage 1, boring 4 en bijlage 1, boring 19
Pagina 5 van 11
Dit betekent dat bij de aanleg van de kelder ongeveer een zesde deel van het plangebied is vergraven tot in de natuurlijke ondergrond, maar dat dit niveau, dus de top van de Gantel-afzettingen, in het grootste deel van het plangebied nog intact is. De verstoring door heipalen is gering, en zal buiten de kelder weinig invloed op eventueel aanwezige archeologische waarden hebben gehad. 2.7
Archeologische waarden
Volgens de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Rijswijk voor de periode Neolithicum – IJzertijd (figuur 11) ligt het plangebied in een zone met een middelhoge verwachting voor het Neolithicum en een lage verwachting voor de Bronstijd en de IJzertijd. De middelhoge verwachting komt voort uit de mogelijke aanwezigheid van duintjes op de strandvlakte. Omdat tijdens het onderzoek van RAAP geen duintjes zijn aangetroffen, kan de verwachting voor het plangebied voor het Neolithicum naar laag worden bijgesteld. Volgens de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Rijswijk voor de Romeinse tijd en de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd (figuur 12) heeft het plangebied een middelhoge verwachting voor de Romeinse tijd en een hoge verwachting voor de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd. De middelhoge verwachting hangt samen met de ligging aan een verlande zijtak van de Gantel. De hoge verwachting hangt samen met de ligging aan historische weg een weg uit de Late Middeleeuwen of Vroege Nieuwe tijd ter plaatse van de huidige Churchilllaan, namelijk de Kleiweg. In de omgeving van het plangebied is veel archeologisch onderzoek uitgevoerd, waaronder de eerder genoemde onderzoeken door RAAP in 2011 (zaakid. 2349498100) en de gemeente Rijswijk uit 2014 (zaakid.
2435016100).2,3 Tijdens het onderzoek door RAAP is aardewerk en ander keramiek uit de Nieuwe tijd aangetroffen, maar dit komt uit de geroerde bovengrond. Wel is het booronderzoek gevolgd door een proefsleuvenonderzoek, maar hierbij zijn geen archeologische waarden aangetroffen. Na 2014 zijn er in de directe omgeving van het plangebied nog een aantal onderzoeken uitgevoerd in de directe omgeving van het plangebied. De resultaten van deze onderzoeken zijn nog niet opgenomen in Archis. Voor zover bekend zijn er tijdens deze onderzoeken geen archeologische resten waargenomen. Een overzicht van de onderzoeken is weergegeven in figuur 13 en bijlage 2. In het veen- en kleigebied rondom het plangebied zijn meerdere archeologische vondsten gedaan in het verleden. Naast de eerder genoemde vondsten uit de Nieuwe tijd bij het onderzoek van RAAP, betreft het diverse vondsten uit de Romeinse tijd (aardewerk, bouwmaterialen en mijlpalen), die wijzen op bewoning en gebruik van het gebied. Dit gebruik hangt samen met de aanwezigheid van het Kanaal van Corbulo en de weg die daar langs liep. Daarnaast is in het gebied, 750 m ten oosten van het plangebied, nog een vindplaats met nederzettingssporen uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd aanwezig. 2.8
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
Op basis van de door RAAP en de gemeente Rijswijk uitgevoerde onderzoeken2,3 en aangevuld met informatie uit dit onderzoek, bestaat voor het plangebied een middelhoge tot hoge archeologische verwachting voor archeologische resten uit de Romeinse tijd, de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd. Uit de Romeinse tijd kunnen resten worden verwacht die kunnen worden geassocieerd met het kanaal van Corbulo, zoals het kanaal zelf, insteekhavens en beschoeiingen. Ook kunnen sporen van de Romeinse weg die aan de noordkant van het kanaal heeft gelopen, worden verwacht, maar ook nederzettingsresten langs deze weg of resten van begravingen of grafstructuren.
Rapport 5343.002 versie 2
Pagina 6 van 11
Uit de Late Middeleeuwen worden bewoningssporen verwacht van erven die langs de Kleiweg hebben gelegen. Archeologische resten worden verwacht in de top van de Gantel-afzettingen onder een modern ophoogpakket of een geroerde laag. Resten worden verwacht in de vorm van archeologische lagen (cultuurlagen, akkerlagen), grondsporen (paalkuilen, afvalkuilen, waterputten, sloten, greppels, het kanaal, insteekhavens) en archeologische indicatoren (houtskool, baksteen, dakpannen, beschoeiingen, funderingsresten, aardewerk, (on)verbrand bot, fosfaatvlekken en metaal). Over de verwachting voor het Neolithicum (duintjes van de Ypenburg Laag) is wat betreft Archeologie Rijswijk onvoldoende uitsluitsel te geven op basis van het onderzoek door RAAP. De verwachting voor deze periode is vooralsnog middelhoog. Bodemverstoring Uit het booronderzoek door RAAP is gebleken dat de top van de Gantel-afzettingen, buiten de bestaande bebouwing, grotendeels intact is. Het oorspronkelijke maaiveld ligt rond -0,8 m –mv en de maximale subrecente verstoring is 40 cm ten opzicht van dit niveau. Ter plaatse van het kantoor is de top van de Gantel-afzettingen alleen door heipalen verstoord en ter plaatse van de kelder onder het gebouw. Ter plaatse van de kelder is zo’n 1,2 m van het oorspronkelijke maaiveld verdwenen. De verstoring door heipalen is gering.
3
CONCLUSIE EN ADVIES
Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Uit de door RAAP en de gemeente uitgevoerde onderzoeken, aangevuld met informatie uit dit rapport, blijkt dat binnen het plangebied archeologische waarden uit de Romeinse tijd, de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd zijn te verwachten. Deze resten worden in de top van de Gantel-afzettingen verwacht, die vanaf -0,8 m NAP worden verwacht. Ter plaatse van de bestaande kelder (zie figuur 14) zijn archeologische waarden verdwenen, maar in het overige deel van het plangebied kunnen deze resten nog wel worden verwacht (zie figuur 15). De verwachting voor het Neolithicum is op basis van het reeds uitgevoerde onderzoek onvoldoende onderzocht. Het archeologisch niveau, de top van de Gantel-afzettingen, wordt aangetast door de voorgenomen nieuwbouw. De nieuwbouw wordt onderkelderd en de oppervlakte van de nieuwe kelder wordt 2.470 m2. Dit is vier keer groter dan de bestaande kelder (560 m2). Buiten de bestaande kelder vormen de nieuwbouwwerkzaamheden dan ook een bedreiging voor eventueel aanwezige archeologische waarden.
Econsultancy adviseert om, in het kader van de op handen zijnde bestemmingsplanwijziging, op het deel van het plangebied met een (middel)hoge archeologische verwachting (zie figuur 15) een dubbelbestemming ‘waarde – archeologie’ te leggen. Dit betekent dat, bij toekomstige vergunningplichtige werkzaamheden, eerst verder archeologisch onderzoek moet worden gedaan in de vorm van een inventariserend veldonderzoek, verkennende/waarderende fase. Omdat archeologische resten met name in de vorm van grondsporen worden verwacht, kan dit onderzoek het best worden uitgevoerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Het onderzoek kan worden uitgevoerd na de sloop van de bestaande bebouwing. Het onderzoek moet worden uit gevoerd aan de hand van een door de bevoegde overheid, de gemeente Rijswijk, goed gekeurd Programma van Eisen (PvE).
Rapport 5343.002 versie 2
Pagina 7 van 11
Verder adviseert Econsultancy om, na de sloop van het gebouw een enkele verkennende boringen te plaatsen om te kijken of in de ondergrond duinen van de Laag van Ypenburg aanwezig zijn. Dit heeft tot doel vast te stellen of het plangebied een verwachting heeft voor resten uit het Neolithicum. Bovenstaand advies is van Econsultancy. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat de bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Rijswijk), die vervolgens een besluit neemt.
Rapport 5343.002 versie 2
Pagina 8 van 11
LITERATUUR Coppens, C.F.H., en S. de Kruif. Plangebied Te Werve West, gemeente Rijswijk; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). RAAPnotitie 4042, Weesp: RAAP Archeologisch Adviesbureau, 2011. Gemeente Rijswijk, Bureau Monumentenzorg en Archeologie. Tussen Oud en Nieuw, Actualisering nota Cultureel Erfgoed gemeente Rijswijk. Rijswijk: Gemeente Rijswijk, sd. Raczynsky-Henk, Y. Zoektocht naar het Kanaal van Corbulo bij de Sir Winston Churchilllaan te Rijswijk. Rijswijkse Archeologische Rapporten 48, Rijswijk: Gemeente Rijswijk, 2014. Vos, P.C., E.C. Rieffe, en E.E.B. Bulten. Nieuwe geologische kaart van Den Haag en Rijswijk. Den Haag/Rijswijk: Gemeente Den Haag/Gemeente Rijswijk, 2007.
Rapport 5343.002 versie 2
Pagina 9 van 11
BRONNEN AHN; internetsite, november 2020. http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, november 2020. https://archis.cultureelerfgoed.nl Bodemloket, internetsite, november 2020. http://www.bodemloket.nl Beeldbank Vrije Universiteit; internetsite, november 2020. http://imagebase.ubvu.vu.nl/cdm/compoundobject/collection/krt/id/5629/rec/1 Beeldbank Cultureelerfgoed; internetsite, november 2020 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Brabants Historisch Informatiecentrum; internetsite, november 2020. http://www.bhic.nl Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Noord-Brabant; internetsite, november 2020. http://www.brabant.nl/kaarten.aspx Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Limburg; internetsite, november 2020.
Dinoloket; internetsite, november 2020. http://www.dinoloket.nl/ Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, november 2020. http://www.ikme.nl/ Kadaster Topotijdreis; internetsite, november 2020. http://www.topotijdreis.nl/ Koninklijke Bibliotheek België; internetsite, november 2020. http://www.kbr.be/collections/cart_plan/ferraris/ferraris_nl.html Provinciaal Omgevingsplan Limburg; internetsite, november 2020.
SIKB; internetsite, november 2020. http://www.sikb.nl Turfdatabank; internetsite, november 2020. http://geoloket.provincieantwerpen.be/HTML5_251_NL/?viewer=extern&LayerTheme=12&extent=371 183.1034793,6619826.820527,643298.9241744,6793491.748791,102100 Wateratlas; internetsite, november 2020. http://geodata2.prvgld.nl/apps/wateratlas_kaarten
Rapport 5343.002 versie 2
Pagina 10 van 11
Rapport 5343.002 versie 2
Pagina 11 van 11
Figuur 1. Ligging van het plangebied binnen Nederland
Rapport 5343.002 versie 2
Figuur 2. Het plangebied op de kadastrale kaart
Rapport 5343.002 versie 2
Figuur 3. Het plangebied op een luchtfoto
Rapport 5343.002 versie 2
Figuur 4. Toekomstige situatie
Rapport 5343.002 versie 2
Figuur 5. Nieuwbouw t.o.v. de bestaande bebouwing
Rapport 5343.002 versie 2
Figuur 6. Het plangebied op de geologische kaart van Rijswijk en Den Haag
Rapport 5343.002 versie 2
Rapport 5343.002 versie 2
Figuur 7. Ligging van de kelder in het plangebied
Rapport 5343.002 versie 2
Figuur 8. Bouwtekeningen, plattegrond
Rapport 5343.002 versie 2
Figuur 9. Bouwtekeningen, dwarsdoorsneden
Rapport 5343.002 versie 2
Figuur 10. Bouwtekeningen, palenplan t.o.v. de kelder
Rapport 5343.002 versie 2
Figuur 11. Archeologische verwachting Neolithicum – IJzertijd
Rapport 5343.002 versie 2
Rapport 5343.002 versie 2
Figuur 12. Archeologische verwachting Romeinse tijd en Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd
Rapport 5343.002 versie 2
Rapport 5343.002 versie 2
Figuur 13. Archeologische waarden en onderzoeken
Rapport 5343.002 versie 2
Rapport 5343.002 versie 2
Figuur 14. Bestaande en toekomstige bebouwing en kelders.
Rapport 5343.002 versie 2
Figuur 15. Archeologische verwachting
Rapport 5343.002 versie 2
Bijlage 1 Ouderdom in jaren
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Chronostratigrafie
MIS
Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
15.700
1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)
Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
2
LaatPleniglaciaal 29.000
50.000
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal
3
Formatie van Kreftenheye
Formatie van Boxtel
4
75.000
VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000
370.000 410.000
5a 5c 5d
Eemien (warme periode)
5e
Saalien (ijstijd)
6
Holsteinien (warme periode)
Formatie van Beegden
5b
Eem Formatie Formatie van Drente
Formatie van Urk
Elsterien (ijstijd) 475.000
Cromerien (warme periode) 850.000
Pre-Cromerien 2.600.000
Rapport 5343.002 versie 2
Formatie van Sterksel
Formatie van Peelo
Cal. jaren v/n Chr.
14
C jaren
Chronostratigrafie
Pollen zones
0
1950
Vb2
1500
Subatlanticum koeler vochtiger
450 0 12
Vb1 Va
Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem
Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd
800 2650
815
IVb Subboreaal koeler droger
2000
IVa
5000
3755 4900
5300
Atlanticum warm vochtig
III
Boreaal warmer
II
Preboreaal warmer
I
8000
7020
8240
9000
8800 11.755
10.150
12.745
10.800
13.675
11.800
14.025
12.000
15.700
13.000
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
Late Dryas
LW III
Allerød
LW II
Vroege Dryas LW I Bølling
35.000
Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)
Bronstijd
Neolithicum
Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend
Mesolithicum
parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (VroegGlaciaal)
perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
Laat-Paleolithicum
75.000
115.000 130.000
Eemien (warme periode)
Midden-Paleolithicum loofbos
Saalien (ijstijd) 300.000
Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).
Rapport 5343.002 versie 2
Bijlage 2
Onderzoeksmeldingen
Zaaknummer (OMnummer) 2349498100 (49441)
Situering t.o.v. plangebied 80 meter ten noordwesten
2329888100 (46782)
90 meter ten noordwesten
2435016100 (60497)
90 meter ten oosten
4002625100
300 meter ten noordwesten
4037934100
300 meter ten zuiden
3105364100
400 meter ten oosten
4563868100
400 meter ten noordoosten
4571627100
400 meter ten noordoosten
2433323100 (60294)
700 meter ten noordoosten
Rapport 5343.002 versie 2
Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Toponiem: Te Werve West Rijswijk Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 29-11-2011 00:00:00 Resultaat: Coordinaten:82.310 / 451.130 - Datum einde onderzoek: december 2011 - Projectmedewerkers: F. van der Wal, R. Emaus & I. Delwel - Complextype(n): tuin, sloot - Datering: NT - Diversen: Ilson, P.J., Te Werve West, gemeente Rijswijk; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (proefsleuven), RAAPrapport 2496, (WEESP, 2012) Op basis van het verkennend onderzoek bleek dat er archeologisch interessante lagen aanwezig waren. Er waren echter geen vondsten gedaan. Gedurende het proefleuven onderzoek bleek dat er slechts tuinbedden uit de NT aanwezig waren, die alle onderloggende potentiele lagen hebben verstoord. Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Te Werve West Aan De Sir Winston Churchilllaan Rijswijk Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 30-5-2011 00:00:00 Resultaat: Coordinaten:82.311 / 451.120 - Datum einde onderzoek:02-06-2011 - Projectmedewerkers: S. de Kruif Complextype(n): NX - Datering: ROM - Diversen: Coppens, C.F.H. en S.
de Kruif, Plangebied Te Werve West, gemeente Rijswijk; archeologisch vooronderzoek:een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase), RAAPnotitie 4042, (WEESP, 2011) Uit het onderzoek kan afgeleid worden dat binnen het plangebied sprake is van een mogelijk intact cultuurlandschap direct onder de bouwvoor in de natuurlijke Gantelafzettingen (tussen 0,95 en 1,7 m -NAP) dat vermoedelijk de mogelijkheden bood voor bewoning in de Romeinse tijd. Het advies met betrekking tot eventueel archeologisch vervolgonderzoek is immer afhankelijk van de diepteligging van het potentieel archeologisch niveau in relatie tot de geplande inrichting. Indien de mogelijkheid bestaat dat er diepere ingrepen gaan plaatsvinden dan het aangetroffen archeologische niveau onder de bouwvoor in de natuurlijke Gantelafzettingen (ca. 1 m -NAP), dan is het volgende advies van toepassing: Vanuit het beleid van streven naar behoud van archeologische waarden verdient het de voorkeur om bodemingrepen, dat wil zeggen graafwerkzaamheden en niet het plaatsen van heipalen, tot in dit niveau zoveel mogelijk te voorkomen. Op figuur 6 is de verstoringsdiepte per boring aangegeven. Hier bovenop wordt aanbevolen een buffer te hanteren van ten minste 0,5 m om rekening te houden met het natuurlijke reliëf binnen deze afzettingen.
Indien ingrepen gaan plaatsvinden die dieper reiken dan de reeds verstoorde bovengrond en het aangetroffen archeologische niveau bereiken (ca. 1 m -NAP), dan dient van tevoren een nadere archeologische kartering uitgevoerd te worden met als doel eventuele vindplaatsen in kaart te brengen. Geadviseerd wordt om hiertoe een proefsleuvenonderzoek uit te voeren in het plangebied. Op basis van de bevindingen van dit onderzoek neemt de gemeentearcheoloog (de heer drs. J.M. Koot) van Rijswijk een besluit. Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Sir Winston Churchilllaan Rijswijk Uitvoerder: Gemeente Rijswijk Datum: 1-12-2013 00:00:00 Resultaat: Doel is het lokaliseren en indien mogelijk begrenzen van een archeologisch spoor dat in 2005 is aangetroffen bij een onderzoek op het kruispunt Huis te Landelaan en Sit Winston Churchilllaan. Van dit spoor wordt vermoed dat het om het Kanaal van Corbulo gaat.
Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Rijswijk Uitvoerder: Gemeente Rijswijk Datum: 6-6-2016 00:00:00 Resultaat: Type onderzoek: bureauonderzoek Toponiem: Rijswijk Uitvoerder: Bureau voor Archeologie Datum: 11-3-2017 00:00:00 Resultaat: Type onderzoek: veldkartering Toponiem: Nabij Nieuwe Hoord Rijswijk Uitvoerder: Stichting voor Bodemkartering Datum: Resultaat: Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Rijswijk Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 20-9-2017 00:00:00 Resultaat: Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Toponiem: Rijswijk Uitvoerder: Gemeente Rijswijk Datum: 1-11-2017 00:00:00 Resultaat: Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Toponiem: Havenkwartier Rijswijk Uitvoerder: Gemeente Rijswijk Datum: 17-2-2014 00:00:00 Resultaat:
Bijlage 3
Vondstmeldingen
Zaaknummer (Waarnemingsnr.) 3286173100 (440509)
Locatie t.o.v. plangebied
Omschrijving
350 meter ten zuidwesten
3105364100 (24161)
400 meter ten oosten
3105389100 (24166)
450 meter ten zuidwesten
3273204100 (120803)
600 meter ten noordoosten
2831074100 (24107)
650 meter ten noordoosten
2390572100 (437584)
750 meter ten oosten
Romeinse tijd : - fragment van een mijlpaal Romeinse tijd : - fragmenten van terra sigillata - handgevormd aardewerk - fragmenten van ruwwandig gedraaid aardewerk - fragmenten van geverfd aardewerk Romeinse tijd : - 2 fragmenten van mijlpalen Romeinse tijd : - 87 fragmenten van gedraaid aardewerk Romeinse tijd : - fragmenten van gedraaid aardewerk - fragmenten van dakpannen - fragment van een tubulus/verwarmingsbuis Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - aardewerk - 2 fragmenten van witbakkend geglazuurd aardewerk - 35 kuilen, - 19 fragmenten van roodbakkend geglazuurd aardewerk - fragment van een tegel - 3 greppels/sloten - 2 fragmenten van majolica borden/schotels - fragment van een metalen spijker
2831641100 (24196)
Rapport 5343.002 versie 2
850 meter ten zuidwesten
Nieuwe tijd : - 3 fragmenten van steengoed - 99999 fragmenten van keramische objecten, - 5 fragmenten van keramische kleipijpen - fragment van een dakpan - 13 bakstenen - 8 fragmenten van faience aardewerk - fragment van industrieel wit (Maastrichts/Regout) Romeinse tijd : - aardewerk - fragmenten van kalksteen objecten,
Bijlage 10
Gemeente Rijswijk
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
357
Compositie 5 stedenbouw bv Boschstraat 35 4811 GB Breda telefoon
076 – 5225262
info@c5s.nl
internet
www.c5s.nl
kvk Breda
20083802
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Project
: Bestemmingsplan “Karel Doormanlaan 155-157”
Onderwerp
: Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Datum
: 20 oktober 2020
Referentie
: 172260an11
Projectverantwoordelijke : dhr. mr. M.J.A.B. Elsman Bestemd voor
: Burgemeester en wethouders van Rijswijk
AANLEIDING Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat de effecten van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, die via het herzien van een bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, middels een vormvrije m.e.r.beoordeling in beeld moeten worden gebracht. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld, op basis waarvan beoordeeld wordt of het noodzakelijk is een milieueffectrapportage op te stellen. Voorliggende aanmeldnotitie is opgesteld in het kader van de beoogde herziening van het bestemmingsplan “Te Werve”, vastgesteld d.d. 17 december 2013, ten behoeve van de ontwikkeling van een woongebied, waarin plaats is voor 64 gestapelde woningen. In deze aanmeldnotitie zijn de milieueffecten in relatie tot het planvoornemen geïnventariseerd en gebundeld weergegeven. Op basis van de aanmeldnotitie dient het bevoegd gezag een besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapportage.
BEOOGDE ONTWIKKELING Aan Karel Doormanlaan 155-157 in Rijswijk is een gebouw gelegen welke in gebruik kan worden genomen ten behoeve van kantoren en maatschappelijke voorzieningen. Voorheen was hier een bloedafnamepost van Lab West gevestigd. Thans maakt enkel een kinderopvang nog gebruik van het gebouw. Voor het overige is het pand incourant en nagenoeg leegstaand. Daarom bestaat het voornemen de gronden binnen het plangebied te herontwikkelen ten behoeve van woningbouw. Beoogd wordt ter plaatse 64 gestapelde huurwoningen te realiseren, verdeeld over twee bouwmassa’s. Daartoe zal het binnen het plangebied aanwezige gebouw worden geamoveerd. Ten behoeve van het parkeren zal onder het maaiveld een parkeergarage worden gerealiseerd. De ondergrondse parkeergarage heeft een oppervlakte van circa 2.570 m2 en is hoofdzakelijk voorzien onder de beoogde bebouwing.
1
Satellietfoto omgeving Karel Doormanlaan 155-157, met het plangebied aangeduid met een rode contour. Bron: cyclomedia, 2019.
Om het planvoornemen te kunnen realiseren is het doel gesteld om een nieuw bestemmingsplan op te stellen met een specifiek op het plan toegespitst juridisch-planologisch kader. Het bestemmingsplan “Karel Doormanlaan 155-157” betreft dit nieuwe bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is thans in voorbereiding.
TOETSINGSKADER Algemeen Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten m.e.r-plichtig zijn en voor welke activiteiten een m.e.r-beoordeling moet worden verricht. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is. In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Als een activiteit op grond van onderdeel D m.e.r.-beoordelingsplichtig is, geldt voor een kaderstellend (bestemmings)plan dat die activiteit mogelijk maakt, een plan-m.e.r-plicht. Voor alle activiteiten zijn drempelwaarden opgenomen. Als een activiteit voorkomt in kolom 1 van de Cof D-lijst en de drempelwaarden uit kolom 2 worden overschreden, is een m.e.r. (onderdeel C) of een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) verplicht. Voor activiteiten die genoemd worden in onderdeel D, maar waarbij de drempelwaarde niet wordt overschreden, geldt de verplichting om na te gaan of tóch een m.e.r.beoordeling (of een m.e.r.) moet worden uitgevoerd.
Het bevoegd gezag moet in zo’n geval nagaan of er sprake is van omstandigheden die - ondanks dat de drempelwaarden niet worden overschreden aanleiding geven voor het verrichten van een m.e.r.(beoordeling). De motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.-beoordeling. Voor de toets gelden echter geen vormvereisten, daarom wordt de term ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ gehanteerd.
2
Activiteit en drempelwaarden In artikel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is een categorie ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ (D11.2) opgenomen. De beoogde ontwikkeling valt onder dit begrip. Op grond van het Besluit milieueffectrapportage dient voor de ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ een m.e.r.beoordeling te worden uitgevoerd in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer; 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of; 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Het onderhavige planvoornemen voorziet in de ontwikkeling van 64 gestapelde woningen. De voorgenomen activiteit blijft dus ruimschoots onder de drempel van de bouw van 2.000 woningen of meer in een aangesloten gebied, zoals opgenomen in het Besluit milieueffectrapportage. De activiteit is dus niet m.e.r.-beoordelingsplichting. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst, dient wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden verricht. Vormvrije m.e.r.-beoordeling In een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben.
Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: ▪ belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk; ▪ belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. De aanmeldingsnotitie moet voldoen aan de criteria die zijn opgenomen in Bijlage III Richtlijn 2011/92/EU. De criteria vallen uiteen in criteria betreffende de: ▪ kenmerken van het project: omvang van het project, cumulatie met andere projecten, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en risico op ongevallen; ▪ plaats van het project: bestaand gebruik van de locatie, natuurlijke hulpbronnen en opnamevermogen/gevoeligheid van het milieu; ▪ kenmerken van het potentiële effect: bereik, grensoverschrijdend karakter, orde van grootte en complexiteit, waarschijnlijkheid en duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect.
BEOORDELING Kenmerken van het project Het planvoornemen betreft de ontwikkeling van 64 gestapelde woningen binnen het stedelijk gebied van Rijswijk. Er is geen sprake van cumulatie met andere projecten. In de directe omgeving van het plangebied is in overwegende mate reeds sprake van een woonfunctie. Er is geen sprake van relevante cumulatie met andere projecten in de directe omgeving van het plangebied. De ontwikkeling van de voorziene activiteiten legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Er is sprake van een ruimtebeslag dat beperkt wordt vergroot. Tijdens de sloop- en heiwerkzaamheden is grondverzet nodig. Tijdens de gebruiksfase zal gas, elektriciteit en water nodig zijn. Tijdens de aanlegfase kan als gevolg van het bouwverkeer en de werkzaamheden op de bouwplaats mogelijk een (tijdelijke) verslechtering van de lokale luchtkwaliteit optreden en kan er bouwlawaai optreden. Dit is echter tijdelijk van aard. Bij de bouw van de woningen komt afval vrij. Het bouwafval wordt volgens de geldende regels afgevoerd. Er worden geen gevaarlijke stoffen die nadelige gevolgen hebben voor het milieu tijdens de bouwfase gebruikt. De afvalstoffen die vrijkomen tijdens de gebruiksfase valt onder de categorie huishoudelijk afval. Er wordt tijdens de bouw geen toename van het risico op een ongeval verwacht. Mede daar geen sprake is van een risicovolle inrichting.
3
Plaats van het project Het plangebied is gelegen in de woonwijk ‘Te Werve’. Deze wijk ligt centraal in Rijswijk, tussen de winkelgebieden ‘In de Bogaard’ en ‘Oud Rijswijk’. Het plangebied zelf ligt nabij park ‘De Driesprong’. De locatie heeft een oppervlakte van circa 3.930 m2 en is kadastraal bekend als gemeente Rijswijk, sectie D, nummer 7570. Binnen het plangebied is een bestaand hoofgebouw aanwezig, welke gedeeltelijk is onderkelderd. Het hoofdgebouw is gebouwd in 1976 en heeft een footprint van circa 1.670 m2. Het gebouw is opgebouwd uit vier verspringende lagen zonder kap. Het aansluitend terrein is in gebruik ten behoeve van parkeren, ontsluiting en groenvoorzieningen. Het vigerende bestemmingsplan staat ter plaatse kantoren en maatschappelijke voorzieningen met bijbehorende bebouwing toe. Circa 50% van het plangebied is gelegen binnen het bouwvlak. Gronden binnen het bouwvlak mogen volledig worden bebouwd, tot een maximum bouwhoogte van 15 meter. Buiten het bouwvlak is erfbebouwing toegestaan tot een maximum oppervlak van 100 m 2. Het plangebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied of een ander beschermd natuurgebied. De locatie ligt binnen het stedelijk gebied van Rijswijk op een locatie die thans nog in gebruik is ten behoeve van een stedelijke functie. De plaats van het project rechtvaardigt geen MER.
Kenmerken van het potentiële effect Beoogd wordt binnen het plangebied 64 gestapelde woningen te realiseren. Hierna wordt ingegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten. Voor de rapportages van uitgevoerde milieuonderzoeken en een uitvoerige beschrijving van onderstaande milieuaspecten, wordt echter verwezen naar hoofdstuk 4 van het onderhavige in voorbereiding zijnde bestemmingsplan “Karel Doormanlaan 155-157”. Bodem: Econsultancy heeft in januari 2018 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied (rapportnummer 5343.001, 4 januari 2018). Uit het onderzoek komt naar voren dat de bovengrond licht verontreinigd is met kwik, zink en/of PAK. Deze gehaltes bevinden zich onder de achtergrondwaarden voor de bodemgebruiksvorm “woon midden”, die door de gemeente Rijswijk wordt gehanteerd. In de ondergrond en het grondwater zijn geen verontreinigingen geconstateerd. De onderzoeksresultaten komen overeen met de resultaten van het eerder uitgevoerde bodemonderzoek. Er zijn op basis van het vooronderzoek, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden geen aanwijzingen gevonden die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten.
Ten aanzien van onderhavige aanmeldnotitie geldt dat de beoogde woningbouw en het beoogde gebruik van de gronden geen verhoogd risico vormt voor een potentiële bodemverontreiniging. Water Econsultancy heeft in juni 2018 een watertoets uitgevoerd (rapportnummer 5343.004, 25 juni 2018). Ten opzichte van de huidige situatie zal ten aanzien van de ontwikkeling het verhard oppervlak afnemen met circa 250 m2. Om te bepalen hoeveel waterberging nodig is om de ontwikkeling hydrologisch neutraal te kunnen uitvoeren, is de Watersleutel van hoogheemraadschap Delfland ingevuld. Conform het beleid van hoogheemraadschap van Delfland en de watersleutel is ten aanzien van de ontwikkeling geen compenserende berging nodig. Daar de planlocatie wordt begrenst door enkele watergangen wordt het schone hemelwater in de huidige situatie niet direct op het vuilwater aangesloten, maar separaat afgevoerd en geloosd op het nabij gelegen oppervlaktewater. In de toekomst zal dit niet veranderen. Daarmee is de beoogde ontwikkeling in zowel ruimte als tijd waterneutraal uit te voeren. De beoogde ontwikkeling binnen het plangebied zal daarmee niet leiden tot wateroverlast en daarmee samenhangende negatieve effecten op het milieu.
4
Natuurgebieden Het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied betreft Westduinpark & Wapendal, welke is gelegen op een afstand van circa 6 km. Natura 2000-gebieden kunnen schade ondervinden wegens diverse aspecten, zoals verdroging, oppervlakteverlies, verontreiniging, versnippering, optische verstoring, verzuring en vermesting. In onderhavige situatie is er sprake van de realisatie van 64 gestapelde woningen binnen de bebouwde kom van Rijswijk. Gelet op de plaats van onderhavig initiatief is er geen sprake van directe verstoring binnen een Natura 2000-gebied. Vanwege mogelijke emissie van stikstof is door Tonnaer in november 2019 een onderzoek stikstofdepositie uitgevoerd. Voor zowel de realisatiefase als de gebruiksfase is hierbij AERIUS-berekening uitgevoerd. Uit de berekening blijkt dat het bouwplan zowel in de realisatiefase als gebruiksfase niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op Natura2000gebieden. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat de onderhavige ontwikkeling geen belangrijke nadelige gevolgen heeft op Natura 2000-gebieden. Flora en fauna Econsultancy heeft in december 2017 een quickscan flora en fauna uitgevoerd (rapportnummer 5343.003, 11 december 2017).
Op basis van de quickscan flora en fauna zal voor uitvoering van de plannen door middel van aanvullend onderzoek meer duidelijkheid worden verkregen omtrent de aan- of afwezigheid van verblijfplaatsen van de roek en vleermuizen (inclusief vliegroutes van vleermuizen). Dit nader ecologisch onderzoek is uitgevoerd in de periode mei - september 2018. Uit het aanvullend ecologisch onderzoek blijkt dat geen roeken zijn waargenomen op en rond het plangebied. Er zijn daarnaast geen vogelnesten van andere soorten aangetroffen in de bomen op de onderzoekslocatie welke wellicht gekapt dienen te worden voor de aanleg van de ondergrondse parkeergarage. Op basis van de huidige onderzoeksinspanning kan worden uitgesloten dat de sloop van de bebouwing en de bomenkap verstoring veroorzaakt van een nestlocaties van de roek. Ten aanzien van vleermuizen is uit het nader ecologisch onderzoek gebleken dat geconstateerde vliegroutes van vleermuizen behouden blijven. Wel is gebleken dat bij de voorgenomen herontwikkeling binnen het plangebied, zonder het nemen van maatregelen, sprake is van een verstoring en vernieling van ten minste vier zomerverblijfplaatsen (of mogelijk paarverblijfplaatsen), en daarmee naar verwachting ook winterverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis.
Er zijn echter maatregelen mogelijk om verstoring van een winterverblijfplaats uit te sluiten en de functionaliteit van de zomer- (en mogelijk paar-) verblijfplaatsen te behouden. Deze maatregelen zien achtereenvolgens op het aanbieden van alternatieve verblijfplaatsen in de vorm van vleermuiskasten, het (buiten de kwetsbare periode) ongeschikt maken van verblijfplaatsen, het nadien controleren van de ongeschikt gemaakte verblijfplaatsen en het duurzaam bestendigen van de nieuwe verblijfplaatsen. Deze maatregelen zijn genomen en ook ter goedkeuring voorgelegd aan de provincie Zuid-Holland. Op 18 december 2019 is naar aanleiding van de resultaten uit de bovengenoemde onderzoeken een ontheffingsaanvraag ingediend. Er is op 9 september 2020 ontheffing verleend in het kader van Wnb voor het genoemde project bij besluit met kenmerk ODH-2020-00114897. Daar mitigerende maatregelen (als onderdeel van de ontheffingsaanvraag) zijn genomen om de gunstige instandhouding van de vleermuizen te waarborgen, kan worden gesteld dat het planvoornemen geen negatieve effecten veroorzaakt voor beschermde soorten. Wegverkeerslawaai Voor wat betreft de invloed van het wegverkeerslawaai van bestaande wegen op de nieuwe woningen binnen het plangebied heeft een akoestisch onderzoek plaatsgevonden.