CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

IB 20 165 bijlage 05 Procedure verwijzing en toeleiding VVE JGZ-H8.pdf

Forum Samenleving 16 februari 2021, gemeente RijswijkBij agendapunt: IB 20 165 Beleidsnota 'onderwijsachterstandenbeleid en peuteropvang'1.533 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verwijzing en toeleiding VVE door JGZ ZHW in de H8 Inleiding De verwijzing en toeleiding van VVE–kinderen in Delft, Leidschendam-Voorburg, Midden Delfland, Pijnacker Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer (de H8) is een verantwoordelijkheid van Stichting Jeugdgezondheidszorg Zuid-Holland West (JGZ ZHW). De jeugdverpleegkundige en/of de jeugdarts stellen vast of een peuter aan de indiceringscriteria van Voor- en/of Vroegschoolse Educatie (VVE) voldoet. Informeert de ouders over het belang van het VVE- traject en motiveert hen tot deelname aan de VVE. JGZ ZHW heeft 99% van alle zuigelingen en peuters in beeld en is daarom de aangewezen instantie om zowel de verwijzing te doen, als ook de toeleiding.

Doel van VVE: Het voorkomen en signaleren van (taal)achterstanden, voor aanvang van het basisonderwijs

Doelgroep definitie Voor de definitie van een VVE-kind wordt binnen de H8 primair uitgegaan van een objectieve (taal)achterstand en/of het opleidingsniveau van de ouder(s)/verzorger(s) (hierna ouder) van het kind. Hierbij wordt er dus gekeken naar zowel de objectieve ontwikkeling van het kind als de situatie van de ouder(s)/verzorger(s) van het kind. Uiteindelijk wordt er aan de hand van onderstaande vier criteria beslist of een kind voor een VVE-verwijzing krijgt. 1. Opleidingsniveau ouder(s)/verzorger(s) 

Ouder heeft geen of een lage opleiding: dit betekent dat ouder maximaal beschikt over een afgeronde VMBO KB leerweg of het voortgezet speciaal onderwijs (VSO). Of de ouder heeft minder dan twee klassen/leerjaren in een andere VO-opleiding aansluitend op het basisonderwijs afgerond. Hiermee komt het kind in aanmerking voor een VVE-indicatie. Ouder beschikt over een lage tot gemiddelde opleiding: dit betekent dat ouder maximaal beschikt over een HAVO of Mbo 2 niveau. Waarbij het kind, gepaard met andere criteria, in aanmerking komt voor een VVE-indicatie. Ouder beschikt over een gemiddelde of hoge opleiding: Dit betekent dat ouder minimaal beschikt over een afgeronde opleiding van MBO 3 of VWO niveau. Op dit criterium komt een kind niet in aanmerking voor een VVE-indicatie.

2. Achterstand in taalspraakontwikkeling op basis van Wiechenschema (KD+ items) 

Taalachterstanden bij kinderen van 0-4 jaar worden (voorlopig) gesignaleerd met behulp van het Van Wiechenonderzoek. Indien hier uitkomt dat er sprake is van een (dreigende) taalspraakachterstand komt een kind in aanmerking voor een VVEindicatie.

Wanneer er twijfels zijn op het gebied van spraak- en taalontwikkeling vindt er nader onderzoek plaats door de professional van JGZ (extra contactmoment). Dit vindt plaats wanneer op de leeftijd van 2 jaar het kind een negatieve score heeft op het onderdeel ‘communicatie’ van het Van Wiechenonderzoek (item 41 en item 42). Waarbij het kind, gepaard met andere criteria, in aanmerking komt voor een VVEindicatie.

1

3. Onvoldoende taalaanbod en/of taalarme thuissituatie De JGZ-professional stelt vast of de taalomgeving wel of niet voldoende stimulerend is en/of er onvoldoende (Nederlands) taalaanbod is in de thuissituatie. Van onvoldoende Nederlands taalaanbod is er sprake indien er in de thuissituatie minder dan 50% Nederlands gesproken wordt in het dagelijks leven en/of Indien er sprake is van onderstaande items1 kan het kind in aanmerking komen voor een VVE-indicatie:   

De ouder/verzorger spreekt weinig met het kind tijdens allerlei activiteiten in het dagelijks leven (hij/zij benoemt bijvoorbeeld niet wat hij/zij doet, ziet of hoort). De ouder/verzorger leest het kind weinig voor uit lees- of kijkboek. De ouder/verzorger doet weinig (woord)spelletjes met het kind.

Een uitzondering hierop kan gemaakt worden: a. wanneer een of beide ouder(s) hoogopgeleid is b. wanneer ouders in Nederland verblijven op basis van een expat status 4. Sociaal-emotionele gronden: Doorverwijzing op basis van sociaal-emotionele criteria kan plaatsvinden op basis van:  

De (algemene)ontwikkeling van het kind zelf De omgevingsfactoren gerelateerd aan ontwikkeling

Een aantal criteria waarop gelet wordt bij verwijzen op grond van sociaal-emotionele redenen staan hieronder. Deze criteria zijn op zichzelf staand niet altijd reden tot verwijzing en er wordt dan ook door de professional gecontroleerd op een combinatie van factoren.         

(Duurzame) armoede Achterstandswijk Isolement (gezin/kind) Alcohol of drugs gebruik Onvoldoende Opvoedingscompetentie ouder(s) één ouder gezin Medische omstandigheden of (Chronische) ziekte Psychiatrische of psychologische problematiek Relatie/gezinsproblematiek

Daarnaast kan er sprake zijn van complexe problematiek, waarbij er sprake is van meerdere samenhangende factoren.

Uitsluitingscriteria Onvoldoende taalaanbod Opleidingsniveau en/of expat-status kunnen een uitsluitingsgrond zijn voor een verwijzing op grond van onvoldoende taalaanbod (zie boven) Ontwikkelstoornis Het kind komt niet in aanmerking voor VVE-indicatie wanneer er bij het kind sprake is van een ontwikkelstoornis. Achterstand die veroorzaakt wordt door een ontwikkelstoornis is van een andere orde (en vraagt andere en gespecialiseerdere ondersteuning/interventies) dan (het risico op) achterstand die wordt veroorzaakt door achtergrondkenmerken.

1

Omgevingsanalyse ter beoordeling van het taalaanbod in het Nederlands, RIVM, 2009

2

Stappenplan JGZ 1. Het signaleren van een risico op achterstand in de (spraak- taal) ontwikkeling bij het kind. 2. Deze signalering begint al bij het (CM02) Zuigelingenhuisbezoek, bij registratie van de opleiding en spreektaal van de ouder(s)/verzorger(s). 3. Bij 18 maanden wordt een eerste keer vastgesteld of de peuter aan de indiceringscriteria VVE voldoet. 4. (Mocht er bij 18 maanden nog geen verwijzing zijn afgegeven dan wordt hier ook bij 24 maanden nog naar gekeken) 5. Registratie doelgroep VVE (in KD+) 6. Ouder informeren over de kinderopvangorganisaties die VVE aanbieden 7. Informatiefolder wordt meegegeven (in de maak) 8. Ouders wordt om toestemming gevraagd of gegevens uitgewisseld mogen worden met KDV of krijgen een verwijsbrief mee, deze moet afgegeven worden bij het KDV 9. Zes tot acht weken na afgifte verwijsbrief controle of ouder zich ingeschreven heeft bij een KDV 10. Wanneer de ouder zich niet heeft ingeschreven worden ouders gebeld 11. Opnieuw na zes weken controle of ouders zich ingeschreven hebben. Zie bijlage/stroomschema voor een gedetailleerder overzicht.

3

Toeleiding/Hoe te handelen bij verwijzing VVE: Indien er sprake is van doelgroep VVE wordt een verwijsbrief geschreven. (in aanvulling op onderstaande routing kunnen maatwerkafspraken per gemeente van toepassing zijn) Indien ouder WEL toestemming geeft: 1. JGZ vraagt toestemming aan ouder om verwijsbrief en bijpassende gegevens uit te wisselen met de voorschool en vice versa. (indien voorschool bekend is) 2. Bij het verkrijgen van toestemming verstrekt en informeert JGZ de voorschool de verwijzing van het betreffende kind 3. De peuterspeelzaal bespreekt met ouders: a. aantal dagdelen en uren per plaatsing, dit is namelijk afhankelijk van de peuterspeelzaalorganisatie. b. financiële consequenties. 4. De opvanglocatie stuurt de verwijsbrief, ingevuld aan achterzijde, retour naar JGZ ZHW. Hierin is aangegeven de datum van plaatsing, de naam van de PSZ en het aantal dagdelen van plaatsing. 5. De brief wordt digitaal verstuurd naar JGZ-medewerker die het kind heeft doorgestuurd. Naam en E-mailadres staat op de verwijsbrief. Medewerker JGZ verwerkt de plaatsing in het digitaal dossier van JGZ ZHW. 6. Professional van JGZ zal na het overdragen van verwijzing, aan voorschool, na minimaal zes tot maximaal acht weken controleren of het kind daadwerkelijk is aangemeld bij voorschool. Indien ouder GEEN toestemming verleent: 1.

De verwijsbrief wordt aan ouders meegegeven met de vraag deze in te leveren bij de peuterspeelzaal. 2. De peuterspeelzaal bespreekt met ouders: a. aantal dagdelen en uren per plaatsing, dit is namelijk afhankelijk van de peuterspeelzaalorganisatie. b. financiële consequenties. 3. De opvanglocatie stuurt de verwijsbrief, ingevuld aan achterzijde, retour naar JGZ ZHW. Hierin is aangegeven de datum van plaatsing, de naam van de PSZ en het aantal dagdelen van plaatsing. 4. De brief wordt digitaal verstuurd naar JGZ-medewerker die het kind heeft doorgestuurd. Naam en E-mailadres staat op de verwijsbrief. Medewerker JGZ verwerkt de plaatsing in het digitaal dossier van JGZ ZHW. 5. Professional van JGZ zal na het overdragen van verwijzing, aan ouder, na minimaal zes tot maximaal acht weken controleren of het kind daadwerkelijk is aangemeld bij voorschool. Indien plaatsing/inschrijving op voorschool (nog) niet heeft plaatsgevonden: 6. Er wordt contact opgenomen met ouder om het belang hiervan te benadrukken en een plaatsing van het kind alsnog te realiseren.

4

Ontwikkelagenda -

Het begeleiden van de ouder door JGZ bij de inschrijving op een KDV. (Hiervoor zijn echter tot op heden nog niet de formatieve of monetaire middelen beschikbaar) Het voorzien in betere en meer op persoon gerichte informatie aan ouder. Bijvoorbeeld in eigen taal of met praktijkvoorbeelden/voordelen. Nadere afspraken met voorscholen omtrent gegevens uitwisseling. Ter verbetering van doorstroom en controle

Vermoeden van noodzaak indicatie door de voorschool/peuterspeelzaal/KDV Indien een kind geplaatst is op voorschoolse opvang, zonder VVE indicatie, kan na een aantal maanden blijken dat er (alsnog) sprake is van een taalspraakachterstand. De peuterspeelzaal adviseert het kind op grond van haar expertise als doelgroepkind aan te merken en geeft dit door aan de JGZZHW door middel van de verwijsbrief VVE. De JGZ verpleegkundige controleert dit en indien kloppend wordt verwijzing/indicatie afgegeven en verwerkt dit in het digitaal dossier. (motivatie: Gemeenten gaan akkoord dat de PSZ de verwijzing aanvraagt omdat zij expertise hebben en het kind vaak en lang zien.) Bij twijfel kan de PSZ een onderzoek op indicatie bij de JGZ adviseren aan ouders. Aan ouders wordt gevraagd een afspraak te maken met de JGZ en tijdens het onderzoek op indicatie wordt, indien van toepassing, de verwijsbrief aan ouders meegegeven.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=f88cbe64-5e7c-4a95-b8fb-87160d44b28b