IB 20 165 bijlage 01 Beleidsnota Onderwijsachterstandenbeleid en peuteropvang in Rijswijk.pdf
Tekst van het document
19.116718
Onderwijsachterstandenbeleid en peuteropvang 2020
Inhoudsopgave 1. 2. 3. 4.
Voorwoord Inleiding en leeswijzer Gemeentelijke visie op jeugd en onderwijs en onderwijsachterstanden Wettelijk kader en bestuursafspraken - Bestuursafspraken ”een aanbod voor alle peuters - Wettelijk kader Onderwijsachterstandenbeleid -Opdracht aan het onderwijs - Opdracht aan de gemeente - Gezamenlijke opdracht primair onderwijs, kinderopvang en gemeente - Gezamenlijke opdracht onderwijs, kinderopvang en gemeente 5. Gemeentelijke uitgangspunten ten aanzien van het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden 6. Een voorschools aanbod voor alle peuters - Situatie in Rijswijk - gemeentelijke bekostiging voorschools aanbod 7. Voorschoolse educatie - verhoging kwaliteit en aantal uren voorschoolse educatie - Situatie in Rijswijk - Uitgangspunten beleidsregels kindgebonden tegemoetkoming peuteropvang en voorschoolse educatie 8. Vroegschoolse educatie - Situatie in Rijswijk - Nieuwe afspraken vroegschoolse educatie - Resultaatafspraken 9. Onderwijs aan Nieuwkomers 10. Andere activiteiten ter bestrijding van onderwijsachterstanden - Speelstart - Geboortetas - Boekstart - Taaltas - diverse activiteiten voor Peuterspeelscholen en scholen met een hoge achterstandsscore - Taalvisite - vergroten van woordenschat en het maken van leeskilometers - Talentenontwikkeling 11. Belangrijkste (beleids)voornemens 2020 en verder 12. Verklarende woordenlijst
Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6:
19.116718
3 4 6 6 6 6
7 7 8 9 9 10 11 12 13 13 13 14
15 15 17
Kwaliteitskader peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Rijswijk werkwijze en formulier “Kindvriendelijke overgang” Procedure verwijzing en toeleiding VVE JGZ-H8 Aanpak en uitwerking centrale opvangklas nieuwkomers Procedure aanvragen en verantwoorden Taalplannen Beleidsregels kindgebonden tegemoetkoming peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Rijswijk inclusief bijbehorende bijlagen
2
Voorwoord Voor u ligt de Beleidsnota Onderwijsachterstandenbeleid en peuteropvang van de gemeente Rijswijk. Met dit vastgestelde beleid willen we voorkomen dat (onderwijs)achterstanden ontstaan en dat de al opgelopen achterstand vermindert. Dat vraagt om een vroegtijdige aanpak, die start al op het consultatiebureau en een aanpak op maat, zodat niemand buiten de boot valt. Cruciaal in de aanpak is taal. Want echt goed mee kunnen doen in de Rijswijkse samenleving begint bij het beheersen van de Nederlandse taal en de taalontwikkeling. Op dit gebied hebben we de wettelijke taak om dit, samen met het onderwijs en de kinderopvang, vorm te geven. Het leren van de taal en meekomen in de samenleving kan op allerlei manieren, echter vind ik het belangrijk dat wij daar als gemeente samen met partners actief uitvoering aan geven. Goed voorschools aanbod en -onderwijs vergroot de kansen van kinderen om op te groeien tot zelfstandige volwassenen. Door kinderen, die geen of te weinig Nederlandse taal aangeboden krijgen thuis, vroegtijdig te helpen bij het leren van de Nederlandse taal, krijgen we uitval op school meer onder controle. Zij zullen een betere aansluiting vinden om de lesstof in groep 3 en verder te kunnen begrijpen. Want de ontwikkeling van kinderen op jonge leeftijd is van grote invloed op hun verdere leven. Taal mag geen obstakel vormen.
Ik wil graag dat alle kinderen van Rijswijk zich vrij kunnen ontwikkelen om te kunnen opgroeien tot verantwoordelijke, zelfstandige, zelfredzame en maatschappelijk betrokken volwassenen. Ik vind daarom dat ieder kind in Rijswijk een goede start verdient bij de eerste stappen in zijn of haar leven en daarom is het nodig om al op jonge leeftijd in te zetten op het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden waarbij we ouders actief betrekken. We dragen allemaal een gezamenlijke verantwoordelijkheid; houders van voorschoolse voorzieningen, schoolbesturen, de gemeente Rijswijk hebben ieder een eigen rol en taak om in samenwerking met elkaar en op basis van duidelijke meerjarige afspraken er vorm aan te geven. Als laatste wil ik nog stil staan bij het feit dat het noemenswaardig is dat de kinderen waar het niet altijd even makkelijk gaat, juist in de afgelopen moeilijke corona-periode, toch de begeleiding hebben kunnen krijgen die ze nodig hadden. Het is bijzonder om op te merken, dat elke instelling die betrokken is bij het voorkomen van achterstanden, al het werk heeft kunnen doorzetten om een positieve omgeving voor kinderen te bieden om te kunnen blijven groeien. Ik wil iedereen bedanken, die bij heeft kunnen dragen aan het tot stand komen van de nota en de daarin uitgewerkte uitgangspunten en voornemens van ons onderwijsachterstandenbeleid.
Ik zie een hoopvolle toekomst tegemoet voor de nieuwe jonge generatie Rijswijkers. Johanna Besteman Wethouder Welzijn, Onderwijs, Cultuur, Wonen
19.116718
3
Inleiding De Beleidsnota “Onderwijsachterstandenbeleid en peuteropvang” beschrijft het (gemeentelijke) beleid en de diverse activiteiten in de gemeente Rijswijk op het gebied van het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden. Sinds de jaren 90 van de vorige eeuw is de gemeente, samen met het onderwijs, verantwoordelijk voor het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden. De gemeente heeft hierin een aantal wettelijke taken die neergelegd zijn in de diverse onderwijswetten. De gemeentelijke taken liggen (vooral) in de voorschoolse periode. Het beleid van de gemeente is vastgelegd in het kwaliteitskader voor- en vroegschoolse educatie en bevat beleidsuitgangspunten voor de periode 2015-2019. Dit kwaliteitskader is door het college vastgesteld (14.111077) en ter informatie voorgelegd aan de raad (14.111094 RIB). Sinds 1 augustus 2018 is de Wet Harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk van kracht. Op basis van een ledenbrief is de raad hierover geïnformeerd (17.098523 RIB en collegevoorstel 17.098513) De noodzaak voor het herformuleren van het beleid onderwijsachterstanden en peuteropvang kent een aantal redenen;
Het aflopen van het huidige kwaliteitskader voor- en vroegschoolse educatie (2015-2019) Een aantal wettelijke veranderingen: o Met ingang van 1 augustus 2020 wordt het aantal uren voorschoolse educatie dat de gemeente moet aanbieden, verhoogd van 10 uur per week, naar totaal 960 uur in de periode 2 ½ jaar – 4 jaar. Bij de gebruikelijke openstelling van 40 (school)weken komt dit neer op 16 uur per week; o De harmonisatie van de kinderopvang en het peuterspeelzaalwerk noodzaakt tot een nieuwe manier van bekostigen van de peuteropvang; o De herverdeling van de rijksmiddelen voor de bestrijding van onderwijsachterstanden voor het onderwijs zorgt voor meer of (soms) minder budget bij de scholen dan tot nu toe; o De wettelijke verplichte resultaatafspraken over de voor- en vroegschoolse educatie zijn nu vooral op het samenwerken gericht en minder op de bereikte resultaten over het gehele traject tussen de 2 ½ jaar en start in groep 3; daarbij ontbreken ook eenduidige monitoringsafspraken; o Er moet blijvende aandacht zijn voor de overgangen van de kinderen; niet alleen van de voorschool naar de basisschool maar ook van de basisschool naar het voortgezet onderwijs. Daarnaast kwamen tijdens de onderwijsconferentie in oktober 2019 en uit de jaarlijkse evaluatie met de partners over de uitvoering van de voor- en vroegschoolse educatie een aantal wensen en aandachtspunten naar voren.
Dit alles heeft als resultaat de voorliggende beleidsnota onderwijsachterstanden en peuteropvang. De nota is in concept op twaalf december 2019 vastgesteld door het college (19.116293)om daarna, het wettelijk verplichte, Op Overeenstemming Gerichte Overleg (OOGO) te kunnen voeren. De schoolbesturen en een afvaardiging van de kinderopvang hebben tijdens het OOGO van juni unaniem hun instemming gegeven. Leeswijzer Het eerste gedeelte van de nota beschrijft de gemeentelijke visie op jeugd en onderwijs en op het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden, in het bijzonder een achterstand in de Nederlandse Taal. In het wettelijk kader staan de wettelijke taken en bestuursafspraken voor de gemeente, het onderwijs en de kinderopvang beschreven. Vervolgens beschrijven we de gemeentelijke uitgangspunten ten aanzien van het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden.
19.116718
4
In de daaropvolgende hoofdstukken wordt dieper ingegaan op de vier hoofdthema’s van het gemeentelijk beleid in het kader van het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden. De vier hoofdthema’s zijn: Een voorschools aanbod voor alle peuters; Voor- en Vroegschoolse educatie (VVE); Onderwijs aan nieuwkomers; Andere activiteiten ter bestrijding van onderwijsachterstanden. We sluiten de nota af met de belangrijkste (beleids)voornemens voor 2020 en verder.
19.116718
5
Gemeentelijke visie op jeugd en onderwijs De gemeente Rijswijk wil dat jeugdigen zich vrij kunnen ontwikkelen om te kunnen opgroeien tot verantwoordelijke, zelfstandige, zelfredzame en maatschappelijk betrokken volwassenen. Met een goede voorbereiding op het onderwijs in het voorschool aanbod en goed (passend) onderwijs in de verdere schoolcarrière worden kansen van jeugdigen om op te groeien tot zelfstandige volwassenen, vergroot. De ontwikkeling van kinderen op jonge leeftijd is van grote invloed op hun verdere leven. Daarom verdient iedere jeugdige in Rijswijk een goede start bij de eerste stappen in zijn of haar leven en is het nodig om al op jonge leeftijd in te zetten op het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden.
Gemeentelijke visie op onderwijsachterstanden De gemeente Rijswijk wil voorkomen dat (onderwijs)achterstanden ontstaan en dat al opgelopen achterstand vermindert. Het bestrijden van onderwijsachterstanden vraagt om een vroegtijdige aanpak die op maat gesneden is. Het beheersen van de Nederlandse taal is hierbij een essentieel onderdeel. Daarbij groeien jeugdigen op in een taalrijke omgeving en krijgen de kans om hun talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Houders van voorschoolse voorzieningen, schoolbesturen en de gemeente Rijswijk dragen hiervoor vanuit hun (wettelijke) rol en taken gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Wettelijk kader en bestuursafspraken Bestuursafspraken “Een aanbod voor alle Peuters” Een goed voorschools aanbod draagt bij aan de ontwikkeling van kinderen en aan een goede start van kinderen op de basisschool. Omdat zowel het Rijk als de VNG het belangrijk vinden dat alle peuters gebruik kunnen maken van een voorschools aanbod zijn er in 2016 Bestuursafspraken gemaakt onder de naam: “Een aanbod voor alle peuters”. Gemeenten hebben zich, via de VNG, gecommitteerd aan de hierin opgenomen ambitie om een financieel toegankelijk aanbod te doen aan peuters tussen de 2,5 en 4 jaar zonder recht op kinderopvangtoeslag. Het doel is dat op termijn alle peuters gebruik maken van een voorschools aanbod. Wettelijk kader Onderwijsachterstandenbeleid Sinds augustus 1998 is het onderwijsachterstandenbeleid gedecentraliseerd van de rijksoverheid naar de gemeenten, vooral vanuit het argument dat het bestrijden van onderwijsachterstanden vraagt om een aanpak die op maat is gesneden. De opdracht aan de gemeente en het onderwijs is neergelegd in de onderwijswetgeving; de Wet op het primair onderwijs (WPO) en de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO). Opdracht aan het onderwijs Het onderwijs wordt zodanig ingericht dat op herkenbare en structurele wijze aandacht wordt besteed aan het bestrijden van onderwijsachterstanden, in het bijzonder in het beheersen van de Nederlandse taal (Art.
8, lid 11 WPO en art. 6c WVO). Opdracht aan de gemeente (Art. 166 WPO) Het college draagt zorg voor voldoende voorzieningen in de gemeente (in aantal en spreiding) waar kinderen met een risico op een achterstand in de Nederlandse taal, deel kunnen nemen aan voorschoolse educatie. Gezamenlijke opdracht Primair onderwijs, kinderopvang en gemeente (Art. 167 WPO) Het college voert tenminste jaarlijks overleg en draagt zorg voor het maken van afspraken over: - het vaststellen welke kinderen met een risico op een achterstand in de Nederlandse taal in aanmerking komen voor voorschoolse educatie; - de wijze waarop die kinderen worden toegeleid naar de voorschoolse en vroegschoolse
19.116718
6
educatie; - de organisatie van de doorlopende leerlijn van voorschoolse educatie naar vroegschoolse educatie; - de resultaten van de vroegschoolse educatie. Het college maakt de afspraken met de bevoegd gezagsorganen van scholen en de houders van kindercentra waarbij alle partijen de wettelijke opdracht hebben om mee te werken aan de totstandkoming van de afspraken. De afspraken over de resultaten van de vroegschoolse educatie worden alleen met de bevoegd gezagsorganen van de scholen gemaakt. Mocht dit onverhoopt niet lukken met alle partijen kan de gemeente gebruik maken van zijn doorzettingsmacht en de afspraken opleggen aan de partijen waarmee geen afspraken zijn gemaakt (Art. 168 WPO). Daarnaast kan het college, in samenwerking met de bevoegd gezagsorganen van de scholen, activiteiten ter bevordering van de beheersing van de Nederlandse taal op scholen verrichten, met het oog op het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden. Deze activiteiten kunnen geheel of gedeeltelijk buiten de reguliere onderwijstijd plaatsvinden (Art. 165 WPO). Gezamenlijke opdracht onderwijs, kinderopvang en gemeente (Art. 167a WPO en art.
118a WVO) Het college, de bevoegd gezagsorganen van de scholen en de kinderopvang voeren tenminste jaarlijks overleg over: het voorkomen van segregatie; het bevorderen van integratie en het bestrijden van onderwijsachterstanden; en afstemming over inschrijvings- en toelatingsprocedures en de eventueel hieruit voortkomende afspraken over een evenwichtige verdeling van leerlingen met een onderwijsachterstand over de scholen. Dit op overeenstemming gericht overleg is gericht op het maken van afspraken. De afspraken hebben zoveel mogelijk het karakter van meetbare doelen.
Gemeentelijke uitgangspunten ten aanzien van het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden. Wij streven naar een kwalitatief hoogwaardig voorschools aanbod waar gewerkt wordt met een gestructureerd, ontwikkelingsgericht educatief aanbod, waar ouders actief betrokken worden, onderwijsachterstanden worden voorkomen en/of verminderd (onder andere door het bieden van voorschoolse Educatie) en waar er een sluitende zorgstructuur is voor kinderen met extra zorgvragen. Er is een doorgaande ontwikkelingslijn en zoveel mogelijk samenwerking tussen het voorschools aanbod en het basisonderwijs (o.a. in de VVE-clusters). De samenwerking tussen de voorschoolse en vroegschoolse educatie is gebaseerd op duidelijke, meerjarige afspraken. De (wettelijke verplichte) resultaatafspraken over de vroegschoolse educatie en de monitoring daarvan zijn een vast onderdeel van deze afspraken. Nieuwkomers kunnen zo snel mogelijk starten met het leren van de Nederlandse Taal. Kinderen van nieuwkomers in de leeftijd van 2,4 tot 4 jaar kunnen, via een VVE-indicatie, naar de voorschoolse educatie op één van de Rijswijkse Peuterspeelscholen. Kinderen in de kleuterleeftijd kunnen direct instromen in de groepen 1 en 2 van de reguliere basisscholen. In principe geldt dat ook voor oudere kinderen.
Soms is daar echter een dusdanige taalachterstand dat er meer voor nodig is om deze kinderen op het niveau van hun eigen leeftijdsgroep te kunnen plaatsen. Deze kinderen worden voor één jaar geplaatst in de bovenschoolse centrale opvangklas Het doel is de nieuwkomers zo snel mogelijk de Nederlandse taal te leren zodat zij na een jaar kunnen instromen in het reguliere onderwijs. Leerlingen tussen de 12 en 18 jaar die minder dan 2 jaar in Nederland zijn, kunnen naar een internationale schakelklas (ISK) in de regio. Daarnaast vindt de gemeente het belangrijk dat jeugdigen opgroeien in een taalrijke omgeving en ondersteunt en ontwikkelt, samen met de partners, daarom hiervoor diverse initiatieven.
19.116718
7
Een voorschools aanbod voor alle peuters De gemeente Rijswijk wil dat zoveel mogelijk peuters gebruik maken van het voorschoolse aanbod. Zij zet zich ervoor in dat, 90% van alle peuters gebruik maakt van het voorschoolse aanbod in de gemeente. Daarbij wordt ingezet op het uitbreiden van het educatieve peuteraanbod binnen de kinderdagopvang. Dit zodat iedere peuter kan profiteren van het educatieve aanbod ongeacht de keuze in het voorschoolse aanbod dat de ouders maken De afgelopen jaren heeft het Rijk diverse maatregelen genomen om de kwaliteit van de kinderopvang waaronder de peuteropvang te verbeteren. Daarnaast heeft het Rijk het budget voor het verstrekken van de kinderopvangtoeslag verhoogd. De maatregelen zijn genomen met het oog op het creëren van goede kinderopvang die toegankelijk is voor ouders, de arbeidsparticipatie bevordert en aan kinderen een vertrouwde en veilige omgeving biedt waarin zij zich kunnen ontplooien. Om te bevorderen dat peuters gebruik maken van het voorschoolse aanbod hebben het Rijk en de VNG hiervoor in 2016 bestuursafspraken gemaakt onder de naam “een aanbod voor alle peuters” Ouders kiezen voor een voorschools aanbod die het beste past bij de behoefte van hun kind en ervoor zorgt dat zij op een goede manier arbeid en zorg kunnen combineren.
Voor de financiering van het voorschools aanbod geldt de volgende verantwoordelijkheidsverdeling: Het Rijk financiert, via de kinderopvangtoeslag, de opvang van alle kinderen van werkende ouders (met recht op kinderopvangtoeslag) in alle voorschoolse voorzieningen. Gemeenten zijn verantwoordelijk om een aanbod te doen aan peuters zonder recht op kinderopvangtoeslag. Voor- en vroegschoolse Educatie blijft een wettelijke verantwoordelijkheid van gemeenten. Met de “Harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk” van 1 januari 2018 is het juridische en financiële onderscheid tussen kinder(dag)opvang en peuterspeelzaalwerk verdwenen. Dit betekent o.a. dat de (voormalige) peuterspeelzalen/Peuterspeelscholen onder de “marktwerking” vallen. Beide vormen van peuteropvang zijn gelijkgeschakeld met kinder(dag)opvang en daarmee een “economische activiteit” waarop het staatsteunrecht van toepassing is. Voor de subsidie van de Voorschoolse Educatie ligt dat anders. Hierbij gaat het om het bestrijden van onderwijsachterstanden. Dit wordt aangemerkt als een onderwijsactiviteit en daarbij is er geen sprake van staatssteun. In het kader van de subsidiering/bekostiging van het peuteraanbod moet met dit gegeven rekening worden gehouden.
Dit betekent in ieder geval dat het de gemeente niet (meer) is toegestaan exclusief één aanbieder te contacteren voor de uitvoering van het educatieve peuteraanbod, maar dit is voor de uitvoering van de voorschoolse educatie wel toegestaan. Situatie in Rijswijk Binnen al het voorschools aanbod wordt opvang geboden die bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige en gezonde omgeving.(WKo) In de peuteropvang en Peuterspeelschool in de gemeente Rijswijk gaat het echter verder dan dat. Zij bieden een kwalitatief hoog, ontwikkelingsgericht educatief peuteraanbod binnen specifieke peutergroepen ter voorbereiding van de peuters op het basisonderwijs. Deze extra kwaliteitseisen voor de peuteropvang en de Peuterspeelschool zijn vastgelegd in het “Kwaliteitskader peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Rijswijk.1” Er is een doorgaande ontwikkelingslijn en zoveel mogelijk samenwerking tussen de peuteropvang/Peuterspeelschool en het basisonderwijs. Via de werkwijze “Kindvriendelijke overgang”2 vindt vanuit het voorschools aanbod een goede overdracht naar het basisonderwijs plaats. De peuteropvang en Peuterspeelscholen zijn goed verspreid over de wijken binnen de gemeente. Veel ouders die beiden werken maken gebruik van een kinderdagverblijf.
Een aantal maakt gebruik van de peuteropvang/Peuterspeelschool in combinatie met gastouderopvang of informele opvang.
1 2
Bijlage 1: Kwaliteitskader peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Rijswijk Bijlage 2: werkwijze en formulier “Kindvriendelijke overgang”
19.116718
8
De Stichting Rijswijkse Kinderopvang (SRK) geeft op dit moment uitvoering aan de peuteropvang en de Peuterspeelscholen en ontvangt hiervoor subsidie. De peuteropvang wordt op dit moment bezocht door niet-doelgroep peuters voor 6 uur per week (2 dagdelen). De Peuterspeelschool wordt bezocht door doelgroep- en niet-doelgroep peuters voor 10 uur per week (3 dagdelen). Beide vormen van peuteropvang worden bezocht door zowel peuters waarvan de ouders recht hebben op de Kinderopvangtoeslag als door peuters die in aanmerking komen voor de gemeentelijke tegemoetkoming. Deze laatste ouders betalen een eigen bijdrage (ouderbijdrage) voor het gebruik van de peuteropvang conform de gemeentelijke ouderbijdragetabel. Deze tabel volgt de Kinderopvangtoeslagtabel waardoor de eigen bijdrage van zowel ouders die recht hebben op de Kinderopvangtoeslag als ouders die recht hebben op de gemeentelijke tegemoetkoming, gelijk is. De eigen bijdrage is inkomensafhankelijk behalve voor ouders van kinderen met een doelgroep-indicatie. Zij betalen een vast laag bedrag per maand ongeacht hun inkomen.
Gemeentelijke bekostiging voorschools aanbod Omdat, na de harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk, het niet meer mogelijk is exclusief één aanbieder te contracteren voor de uitvoering van het educatieve peuteraanbod is het mogelijk dat ook andere aanbieders, naast de SRK, uitvoering gaat geven aan het educatieve peuteraanbod. De gemeente stimuleert deze ontwikkeling. Dit betekent dat er (beleids)regels moeten worden opgesteld voor een gemeentelijke tegemoetkoming aan ouders die geen recht hebben op de Kinderopvangtoeslag en gebruik maken van de peuteropvang bij een aanbieder in Rijswijk die voldoet aan de wettelijke en gemeentelijke kwaliteitseisen. Ouders die gebruik maken van dit educatief peuteraanbod kunnen, via deze aanbieder, een beroep doen op de gemeentelijke tegemoetkoming voor hun peuter. De tegemoetkoming voor dit aanbod is nadrukkelijk kindgebonden. In deze regels worden ook bepalingen opgenomen die deze tegemoetkoming regelen voor ouders van kinderen met een doelgroep-indicatie.
Voorschoolse educatie Met het aanbod van de voorschoolse educatie op de Peuterspeelscholen maken doelgroep-peuters in de leeftijd van 2 ½ tot 4 jaar een start om hun schoolloopbaan succesvol te doorlopen. De gemeente Rijswijk streeft ernaar dat 100% van deze peuters gebruik maakt van de Voorschoolse Educatie. Bij het voorkomen en bestrijden van (onderwijs)achterstanden is vroegtijdige signalering en actieve toeleiding naar activiteiten en programma’s die deze achterstanden voorkomen en bestrijden, van groot belang. De Jeugdgezondheidszorg (JGZ) vervult in het vroegtijdig signaleren van risico’s op het ontwikkelen van een (onderwijs)achterstand een belangrijk rol. Zij zien immers 95% van alle kinderen in de leeftijdsperiode van 0 tot 4 jaar. Kinderen met (een risico op) een onderwijsachterstand, de zogenaamde doelgroepkinderen, worden door hen verwezen naar de peuteropvang in Rijswijk met een VVE-programma. In Rijswijk wordt dit voorschools aanbod “Peuterspeelschool” genoemd. De indicatie is op basis van de “procedure verwijzing en toeleiding VVE JGZ-H8”.3 Op de Peuterspeelschool wordt gewerkt met een speciaal programma voor voorschoolse educatie. Het programma bestaat uit diverse activiteiten gericht op het stimuleren van de ontwikkelingsdomeinen taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling. Hierbij worden de ouders actief betrokken.
Verhoging kwaliteit en aantal uren Voorschoolse Educatie Tegelijkertijd met het vormgeven van de harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk met ingang van 1 januari 2018 zijn diverse wettelijke maatregelen doorgevoerd die de kwaliteit van de kinderopvang verhogen.
3
Bijlage 3: Procedure verwijzing en toeleiding VVE JGZ-H8
19.116718
9
Ook zijn en worden de kwaliteitseisen met betrekking tot de voorschoolse educatie verder aangescherpt. Zo zijn er al maatregelen ingevoerd ten aanzien van hogere eisen aan de mondelinge taal- en leesvaardigheid van de pedagogische medewerkers (minimaal 3F), moet in het pedagogisch beleidsplan expliciet aandacht worden besteed aan het beleid omtrent de voorschoolse educatie en moet er in het opleidingsplan structureel aandacht zijn voor het onderhouden en ontwikkelen van de kennis ten aanzien van de voorschoolse educatie bij de pedagogisch medewerkers. Vanaf 2020 wordt het aantal uren voorschoolse educatie dat wettelijk moet worden aangeboden, verhoogd. Nu is het verplicht aantal uren voorschoolse educatie minimaal 10 uur per week. Dit wordt verhoogd naar minimaal 960 uur in de periode van 2 ½ tot 4 jaar. Dit komt bij de gebruikelijke openstelling van 40 weken per jaar, neer op 16 uur per week. De ingangsdatum van deze wijziging is uiterlijk 1 augustus 2020. Met ingang van 1 januari 2022 tenslotte wordt het verplicht een pedagogisch beleidsmedewerker op Hbo-niveau, specifiek voor de voorschoolse educatie en de coaching hierin, in dienst te hebben voor 10 uur per doelgroepkind per jaar. Deze uren zijn aanvullend op de uren pedagogisch beleidsmedewerker die al sinds 1 januari 2019 van kracht zijn. In Rijswijk voldoet de Peuterspeelschool nu al aan deze maatregel.
Situatie in Rijswijk De voorschoolse educatie wordt in de gemeente Rijswijk sinds jaar en dag uitgevoerd door de Stichting Rijswijkse Kinderopvang (SRK). Op de Peuterspeelscholen wordt in gemengde groepen van doelgroep- en niet-doelgroeppeuters gewerkt. Hierdoor wordt integratie van kinderen met verschillende achtergronden op een natuurlijke manier al op jonge leeftijd bewerkstelligd. Daarnaast wordt er actief gewerkt aan ouderbetrokkenheid, is er een zorgstructuur en opvoedondersteuning en werkt de Peuterspeelschool actief samen met één of meerdere basisscholen in een VVE-cluster. Op basis van de procedure “Kindvriendelijke overgang worden deze peuters (warm) overgedragen aan de basisschool. Om de ouderbijdrage geen struikelblok te laten zijn om ouders hun peuters met een VVE-indicatie gebruik te laten maken van de voorschoolse educatie, betalen deze ouders, ongeacht hun inkomen of het feit dat men recht kan hebben op de Kinderopvangtoeslag een zeer lage (vaste) ouderbijdrage. Mede hierdoor bezoekt vrijwel 100% van het aantal doelgroeppeuters de voorschoolse educatie. Op dit moment bezoeken zowel doelgroep- als niet-doelgroeppeuters 10 uur per week de Peuterspeelschool.
Uitwerking uitbreiding uren voorschoolse educatie Na onderzoek naar de diverse mogelijkheden voor het uitbreiden van het aantal uren voorschoolse educatie is, in overleg met de aanbieder, gekozen voor de volgende uitwerking. De doelgroeppeuters bezoeken 4 ochtenden per week de Peuterspeelschool. De ochtend is 4 uur lang en aan het einde wordt een (gezonde) lunch geserveerd waarbij ouders kunnen aansluiten. Tijdens de lunch is er gelegenheid tot het ontmoeten van elkaar en het geven van informatie over bijvoorbeeld de thema’s binnen het vve-programma, opvoeden en opgroeien, ontwikkeling van kinderen, gezonde voeding, enz. De Peuterspeelschool is maximaal 40 weken per jaar open en volgt daarmee het rooster van de basisscholen. De doelgroeppeuters bezoeken vanaf 2,5 jaar tot hun 4de verjaardag de Peuterspeelschool. Hiermee voldoen we aan de norm van 960 uur over 1 ½ jaar aan aanbod Voorschoolse Educatie. De verplichte uitbreiding van de uren voor de voorschoolse educatie en het relatief beperkte budget van de gemeente noodzaakt ook tot een heroverweging van het aantal uren educatief aanbod waarvoor de gemeente aan ouders die geen recht hebben op een Kinderopvangtoeslag, een tegemoetkoming in de kosten geeft. Daarom zullen niet-doelgroeppeuters de Peuterspeelschool 2 ochtenden bezoeken, dus 8 uur per week.
Met de SRK is afgesproken dat deze wijzigingen per 1 augustus 2020 worden ingevoerd.
19.116718
10
Uitgangspunten beleidsregels kindgebonden tegemoetkoming peuteropvang en voorschoolse educatie Mede op basis van het gestelde in de hoofdstukken “een voorschools aanbod voor alle peuters” en “voorschoolse educatie” kunnen de volgende uitgangspunten voor het opstellen van de beleidsregels voor de gemeentelijke tegemoetkoming voor het peuteraanbod en de voorschoolse educatie worden geformuleerd: Het peuteraanbod is een specifieke peutergroep binnen het kinderdagverblijf, een peuterspeelzaal of een Peuterspeelschool in Rijswijk waar gewerkt wordt met een aantoonbaar gestructureerd, ontwikkelingsgericht educatief aanbod waarmee peuters worden voorbereid op de basisschool; het aanbod voldoet aan alle wettelijke- en gemeentelijke kwaliteitseisen Het peuteraanbod wordt bezocht door peuters waarvan ouders recht hebben op de Kinderopvangtoeslag en peuters waarvan ouders in aanmerking komen voor een gemeentelijke tegemoetkoming in de kosten; de doelgroeppeuters bezoeken uitsluitend de Peuterspeelschool; De ouders die recht hebben op de Kinderopvangtoeslag betalen de door de aanbieder bepaalde uurprijs en krijgen via de Belastingdienst een tegemoetkoming in de kosten.
Deze groep komt niet in aanmerking voor een gemeentelijke tegemoetkoming; De aanbieder van het peuteraanbod in Rijswijk vraagt, namens de ouders, de gemeentelijke tegemoetkoming in de kosten aan voor hen die geen recht hebben op Kinderopvangtoeslag en voor de ouders van doelgroeppeuters. Dit geldt voor ouders met peuters in de leeftijd van 2,5-4 jaar die woonachtig zijn in Rijswijk. Deze niet-toeslagouders betalen een inkomensafhankelijke ouderbijdrage conform de vastgestelde gemeentelijke ouderbijdragetabel; De gemeentelijke tegemoetkoming is nadrukkelijk kindgebonden maar wordt uitgekeerd aan de aanbieder; de gemeentelijke tegemoetkoming dekt het verschil tussen de ouderbijdrage en de uurprijs van de peuteropvang/Peuterspeelschool zoals deze door de gemeente wordt vastgesteld; De ouders van doelgroeppeuters betalen, ongeacht hun inkomen of eventueel recht op Kinderopvangtoeslag, de laagste ouderbijdrage van de gemeentelijke ouderbijdragetabel; ouders van doelgroeppeuters die recht zouden hebben op de Kinderopvangtoeslag vragen deze niet aan; De gemeentelijke tegemoetkoming wordt voor niet-doelgroep peuters voor maximaal 8 uur per week verstrekt; de gemeentelijke tegemoetkoming voor doelgroeppeuters wordt voor 16 uur per week verstrekt.
Het educatieve aanbod op de peuteropvang is een aanbod van minimaal 6 uur per week verdeeld over twee dagdelen voor maximaal 40 (school)weken per jaar. De Peuterspeelschool voldoet aan alle wettelijke- en gemeentelijke kwaliteitseisen voor het aanbieden van voorschoolse Educatie; Op de Peuterspeelschool wordt gewerkt met gemende groepen van doelgroep- en nietdoelgroeppeuters; op de groep zijn minimaal 4 en maximaal 10 doelgroeppeuters geplaatst; Het aanbod voorschoolse educatie is 16 uur per week verdeeld over minimaal 4 en maximaal 5 dagdelen voor maximaal 40 (school)weken per jaar; Op de Peuterspeelschool wordt er voor alle peuters aan het einde van de ochtend een (gezonde) lunch geserveerd. Ouders hebben de mogelijkheid om samen met hun kind gebruik te maken van deze lunch. Tijdens de lunch is er gelegenheid tot het ontmoeten van elkaar en wordt er opvoed- en opgroei informatie gegeven.
19.116718
11
Vroegschoolse Educatie De gemeentelijke taken met betrekking tot het bestrijden van onderwijsachterstanden richten zich vooral op de voorschoolse educatie en een goede aansluiting met de vroegschoolse educatie. Het onderwijs heeft de taak om het onderwijs zodanig in te richten dat op herkenbare en structurele wijze aandacht wordt besteed aan het bestrijden van onderwijsachterstanden, in het bijzonder in het beheersen van de Nederlandse taal. De gemeente heeft wel de wettelijke taak om, in overleg met de schoolbesturen, afspraken te maken over de doelen en resultaten van de vroegschoolse educatie. Herverdeling van middelen Tot 2019 werd het geld voor de bestrijding van onderwijsachterstanden voor de gemeente en het onderwijs verdeeld op basis van de zogenaamde gewichtenregeling die uitging van het opleidingsniveau van de ouders. Met ingang van 1 augustus 2019 is een nieuwe regeling van kracht. Deze nieuwe regeling gaat uit van vijf belangrijke kenmerken die de mate bepalen van het risico dat een kind heeft op het oplopen van een onderwijsachterstand. Deze vijf kenmerken zijn: Het opleidingsniveau van beide ouders; Het herkomstland van de moeder; De verblijfsduur van de moeder in Nederland; Het gemiddelde opleidingsniveau van alle moeders op de school; Of de ouders in de schuldsanering zitten.
Op basis van deze kenmerken bepaald het Centraal Bureau voor Statistiek ieder jaar opnieuw de “onderwijsscore” van ieder kind. Op basis van de hoogte van de onderwijsscores van basisschoolleerlingen (en peuters) afgezet tegen het landelijke gemiddelde verdeelt het Rijk de onderwijsachterstandenmiddelen over de schoolbesturen en de gemeenten.
De nieuwe regeling heeft tot gevolg dat voor het onderwijs de achterstandscore niet meer herleidbaar is naar individuele leerlingen. Dit noopt, mede in het kader van het maken van resultaatafspraken en monitoring, tot het maken van nieuwe afspraken over de doelgroepdefinitie in het onderwijs Situatie in Rijswijk Binnen de gemeente werken de Peuterspeelscholen samen met één of meerdere basisscholen. Deze zogenaamde VVE-clusters werken actief samen met betrekking tot een zorgvuldige overgang, ouderparticipatie, elkaar kennen en waarderen, enz. Jaarlijks maken de clusters afspraken over de ontwikkeling, samenwerking en de te bereiken resultaten binnen het cluster van de voor- en vroegschoolse educatie. De clusters kunnen, indien gewenst, 2 maal per jaar begeleiding krijgen van een educatieve (begeleidings) dienst. Nog niet alle scholen met een hoge(re) achterstand score nemen deel aan een VVE-cluster. Dit is uiteraard wel gewenst. Nieuwe afspraken vroegschoolse educatie De samenwerking in de clusters loopt wat wisselend. Daarnaast heeft de nieuwe regeling voor de verdeling van de achterstandsmiddelen ervoor gezorgd dat de schoolbesturen voor sommige scholen meer en voor sommige scholen minder achterstandsmiddelen ontvangen dan voorheen. Daarbij zijn er twee nieuwe scholen waarvoor hun schoolbesturen voor het eerst achterstandsmiddelen ontvangen.
In overleg met het onderwijs wordt een nieuwe indeling van de VVE-clusters opgesteld. Uitgangspunt hierbij is dat iedere school met een achterstandsscore samenwerkt met een Peuterspeelschool. Tevens wordt er ingezet op een versteviging van de samenwerking tussen de vroegschoolse en voorschoolse educatie. Per VVE-cluster zullen hierover duidelijk, meerjarige afspraken worden gemaakt. Hierbij zijn de resultaatafspraken en de monitoring daarvan een vast onderdeel.
19.116718
12
Resultaatafspraken De gemeente is wettelijk verplicht om met de schoolbesturen afspraken te maken over het resultaat van de vroegschoolse educatie. Vanwege de doorgaande lijn zullen er ook afspraken gemaakt worden met de voorschoolse educatie. Op dit moment wordt er in de VVE-clusters vooral op samenwerking afspraken gemaakt. De monitor hiervoor is de VVE-matrix. Afspraken over de resultaten van het hele traject van voor- en vroegschoolse educatie en op gemeentelijk niveau zijn (nog) niet opnieuw gemaakt. Voor het opstellen van nieuwe afspraken zal een werkgroep een voorstel voor het bestuurlijk overleg voorbereiden. De werkgroep bestaat uit een vertegenwoordiging van het onderwijs, de uitvoerder van de Peuterspeelscholen en de gemeente. Deze werkgroep zal zich ook buigen over de doelgroepdefinitie van de vroegschool en de manier waarop de afspraken gemonitord worden.
Onderwijs aan nieuwkomers De gemeente wil dat nieuwkomers zo snel mogelijk kunnen starten met het leren van de Nederlandse taal. Ieder jaar komen er gezinnen uit het buitenland c.q. vanuit een asielzoekerscentrum in Rijswijk wonen. Onder deze nieuwkomers zijn ook (leerplichtige) kinderen. Kinderen van 2,5 tot 4 jaar krijgen via de JGZ een VVE-indicatie en zo een plek op één van de Rijswijkse Peuterspeelscholen. Het onderwijs op de basisschool is zodanig ingericht dat er structureel aandacht wordt besteed aan het bestrijden van onderwijsachterstanden met name in het beheersen van de Nederlandse taal. Kinderen in de kleuterleeftijd kunnen daarom direct instromen in de groepen 1 en 2 van de reguliere basisscholen. In principe geldt dat ook voor oudere kinderen. Soms is daar echter een dusdanige taalachterstand dat er meer voor nodig is om deze kinderen op het niveau van hun eigen leeftijdsgroep te kunnen plaatsen. Hiervoor bestaat in Rijswijk een bovenschoolse centrale opvangklas, de Wereldgroep. Op dit moment is met de schoolbesturen overeengekomen dat deze groep gevestigd is bij basisschool ’t Kristal. In de Wereldgroep leren kinderen in de leeftijd van 6 tot 12 jaar versneld de Nederlandse taal.
Er zijn regels opgesteld voor het starten en de bekostiging van een Wereldgroep.4 Op dit moment stromen kinderen na één jaar door naar een reguliere klas, echter soms is een langere tijd in de Wereldgroep noodzakelijk. De mogelijkheid dat leerlingen ook langer in de Wereldgroep kunnen verblijven gaan we, samen met het onderwijs onderzoeken. Leerlingen tussen de 12 en 18 jaar die minder dan 2 jaar in Nederland zijn, kunnen naar een internationale schakelklas (ISK) in de regio. In een ISK leren zij de Nederlandse taal. Wanneer ze de taal goed genoeg beheersen, stromen de leerlingen door naar het reguliere onderwijs.
Andere activiteiten ter bestrijding van onderwijsachterstanden De gemeente vindt het belangrijk dat jeugdigen opgroeien in een taalrijke omgeving en ondersteunt en ontwikkelt, samen met de partners, daarom diverse initiatieven. Speelstart Ten behoeve van het zo vroeg mogelijk bestrijden van ontwikkelings- en taalachterstanden zijn er in vijf wijken (Muziekbuurt, Stationskwartier, Rembrandtkwartier, Steenvoorde-Zuid en SteenvoordeNoord) Speelstart-groepen. Speelstart is een laagdrempelige voorziening waar ouders elkaar ontmoeten en samen spelen en spreken met hun peuters onder begeleiding van een professional. Het doel is ouders te stimuleren tot spel met hun kinderen, toeleiding naar een voorschools aanbod en opvoedondersteuning voor ouders. 4
Bijlage 4: Aanpak en uitwerking centrale opvangklas nieuwkomers
19.116718
13
De JGZ kan ouders die daarvoor in aanmerking komen verwijzen naar Speelstart. De speelgroep bestaat uit maximaal 10 ouders en 10 kinderen tussen 1,5 en 2,5 jaar. Ouders betalen een eenmalige bijdrage voor deelname aan Speelstart. De SRK voert Speelstart uit en maakt daarbij gebruik van de bibliotheek, het CJG en het Opvoedadviespunt. Geboortetas Bij het eerste bezoek aan het consultatiebureau ontvangen ouders de geboortetas. In deze tas zitten diverse informatie folders (oa. over het CJG-aanbod), het groeiboekje en een Boekstartbon. Boekstart Met de boekstartbon kunnen de ouders hun kind inschrijven als lid van de bibliotheek en ontvangen zij het Boekstartkoffertje met een eerste boekje voor hun baby. De bibliotheek verzorgt daarnaast speciale baby-ouder activiteiten en heeft een speciale baby en dreumescollectie. Doel is ouders te stimuleren om hun kind al op jonge leeftijd met boekjes en voorlezen in aanraking te laten komen. De bibliotheek voert ook het project Boekstart in de Kinderopvang uit. Binnen dit project heeft de bibliotheek op alle Peuterspeelscholen een voorleescoördinator opgeleid. Deze voorleescoördinator heeft voor de Peuterspeelschool een Voorleesplan geschreven en zorgt voor de uitvoering van dit plan. De bibliotheek begeleidt hierin en verzorgt voor de pedagogische medewerkers cursussen “interactief voorlezen”.
Ook wordt er aandacht besteed aan het herkennen en doorverwijzen van laaggeletterdheid. Taaltas Bij het consult met 1,5 jaar bij het consultatiebureau ontvangen ouders de Taaltas. Dit is een rugzakje voor kind met daarin een voorleesboekje, een informatief magazine over het belang van voorlezen, informatie over het aanbod van het CJG, folder over het Taalhuis en een Peuterstartbon. Met deze bon kunnen de ouders hun kind inschrijven als lid van de bibliotheek. Diverse activiteiten voor Peuterspeelscholen en scholen met een hoge achterstand score De bibliotheek organiseert een divers aanbod die voor Peuterspeelscholen en scholen met een hoge achterstand score gratis of tegen een sterk gereduceerd tarief worden aangeboden. Zo zijn er o.a. theatervoorstellingen gebaseerd op een prentenboek voor peuters en kleuters waarbij ook de ouders welkom zijn, er kunnen les- en themakisten worden geleend en er kan gebruik worden gemaakt van de vrijwilligers van het project “Voorlezen op maat”. Taalvisite In 2019 start Taalvisite als een pilot. Taalvisite is een programma dat zich richt op het verkleinen van taalachterstand bij kinderen tussen de 2 en de 12 jaar. Gedurende 20 weken wordt door getrainde vrijwilligers bij de kinderen thuis 1,5/2 uur lang voorgelezen en andere taalactiviteiten ondernomen. De ouders worden actief betrokken bij het voorlezen en de taalactiviteiten.
Er wordt een combinatie gemaakt met het ouderprogramma “Taal voor Thuis” van Stichting lezen en schrijven. De pilot start met 6 gezinnen. Afhankelijk van de resultaten van de pilot zal Taalvisite mogelijk een vaste plaats krijgen binnen de diverse activiteiten. Vergroten van woordenschat en het maken van leeskilometers De basisscholen kunnen jaarlijks een plan indienen voor extra activiteiten ter bevordering van het leesonderwijs en het vergroten van het leesplezier. Binnen dit plan heeft de bibliotheek een actieve rol. Voorwaarden voor het ontvangen van deze gemeentelijke subsidie is dat er een leescoördinator is of iemand die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de in de aanvraag aangegeven activiteiten op school; er een samenwerking is met de bibliotheek en dat ouderbetrokkenheid vergroot wordt. De werkgroep Jeugd en Onderwijs adviseert over de inhoud en eventuele bijstelling van de ingediende plannen. Jaarlijks vindt in de werkgroep een evaluatie plaats waarbij de inzet van elke school onderwerp van gesprek is5.
5
Bijlage 5: Procedure aanvragen en verantwoorden Taalplannen
19.116718
14
Talentenontwikkeling In de opdracht voor het Team Brede Impuls (TBI) is sinds 2017 ingezet op talentenontwikkeling op de volgende thema’s: sport, cultuur, natuur, techniek en taal. De inzet van TBI is als volgt geformuleerd: Op en naast school is er een aanbod waarmee kinderen hun interesses kunnen verbreden en/of intensiveren. De gemeente, scholen en overige maatschappelijke organisaties en instellingen hebben een gedeeld belang en dragen de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het organiseren van dit aanbod. De gemeente heeft hierbij de regie en is eindverantwoordelijk. Bij de organisatie van de activiteiten wordt nadrukkelijk samenwerking gezocht met de basisscholen en andere vindplaatsen van jeugd, zoals de Peuterspeelschool, kinderdagverblijf, de buitenschoolse opvang, de sport, -kunst of cultuurvereniging en speel- en ontmoetingsplekken in de wijk. Met een School & Wijk programma realiseren partners een aanbod aan diverse activiteiten in de directe omgeving van het kind (2-14 jaar). Ontdekken, verdiepen, verbinden: dat is waar het om draait. Kinderen maken dicht bij huis kennis met een breed arsenaal aan activiteiten. Door ouders actief te betrekken bij het School & Wijk programma raken zij meer bekend met de activiteiten en de potentiële aanbieders in de wijk en in de stad.
Alle partners in deze samenwerking leveren een eigen bijdrage en hebben een rol en verantwoordelijkheid bij het tot stand brengen van het School & Wijk Programma. De signaleringsfunctie van de betrokkenen zorgt dat latente vragen, kwetsbaarheid of speciaal talent bij kinderen van 2 tot 14 jaar worden opgemerkt. Samen zorgen zij ervoor dat juist ook deze kinderen meedoen met de diverse projecten en activiteiten in de wijk en in de stad. De inhoud van het programma moet aansluiten bij de uitgangspunten van de kadernota Jeugd, Onderwijs en Brede scholen (JOBS). In 2020 en verder zetten we meer in op specifiek taalontwikkeling binnen de activiteiten. Hiervoor wordt ook de doelgroep uit gebreid naar 0 tot 18 jaar Belangrijkste (beleids)voornemens 2020 en verder Verdere inzet op toeleiding naar de voorschoolse voorzieningen zodat 90% van alle peuters en 100% van de doelgroeppeuters gebruik maakt van het voorschoolse aanbod; Stimuleren uitbreiding educatief peuteraanbod o.a.
op het kinderdagverblijf; Invoeren (nieuwe) beleidsregels voor de gemeentelijke tegemoetkoming voor de peuteropvang en voorschoolse educatie voor ouders die geen recht hebben op Kinderopvangtoeslag en voor ouders met kinderen met een doelgroepindicatie; Verhoging per 1 augustus 2020 van het aanbod voorschoolse educatie op de Peuterspeelscholen van 10 uur per week naar 960 uur in de periode van 2 ½ tot 4 jaar; dit komt neer op 16 uur per week; Handhaven vaste lage ouderbijdrage voor ouders met kinderen met een doelgroep indicatie die gebruik maken van het aanbod voorschoolse educatie op de Peuterspeelscholen; Handhaven inzet HBO-coach VVE op de Peuterspeelscholen; deze inzet wordt met ingang van 1 januari 2022 wettelijk verplicht; Monitor uitvoering procedure “Kindvriendelijke overgang” en eventueel bijstelling van de procedure; In overleg met het onderwijs komen tot een nieuwe indeling van de VVE-clusters; uitgangspunt is dat iedere school met een achterstandsscore samenwerkt met een Peuterspeelschool; Per VVE-cluster opstellen van duidelijke meerjarige samenwerkingsafspraken waarbij resultaatafspraken en monitoring daarvan een onderdeel zijn; Instellen van een werkgroep, bestaande uit een vertegenwoordiging vanuit het onderwijs en de Peuterspeelscholen, voor het opstellen van de (nieuwe) wettelijke verplichte resultaatafspraken van de Vroegschoolse Educatie,
de doelgroep definitie vroegschool en de manier waarop de afspraken gemonitord worden; De mogelijkheid onderzoeken dat leerlingen langer dan één jaar deelnemen aan de Wereldgroep; De mogelijkheid onderzoeken voor een Wereldgroep voor leerlingen in de kleuterleeftijd; In samenwerking met het onderwijs borgen van de structurele aandacht voor de overgang van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs en deze overgang verkleinen door middel van een intensieve samenwerking, met name voor de doelgroepkinderen;
19.116718
15
In samenwerking met het onderwijs ontwikkelen van een uitdagend programma voor achterstandsleerlingen in de hogere groepen dat in samenhang en combinatie met thuis kan worden uitgevoerd; In samenwerking met het onderwijs en het Team Brede Impuls een aanbod ontwikkelen dat de snelle verwerving van de Nederlandse taal in de basisschoolleeftijd ondersteund en de algemene taalontwikkeling stimuleert; In 2020 en verder zetten we meer in op specifiek taalontwikkeling binnen de activiteiten van het Team Brede Impuls. Hiervoor wordt ook de doelgroep uitgebreid naar 0 tot 18 jaar;
19.116718
16
Verklarende woordenlijst Achterstandscore
mate waarin wordt bepaald welk risico een kind loopt op het oplopen van een onderwijsachterstand Doelgroeppeuter peuter die op indicatie van de JGZ in aanmerking komt voor voorschoolse educatie Educatief peuteraanbodhet aanbod waar peuters in groepsverband in hun ontwikkeling worden gestimuleerd ter voorbereiding op de basisschool en waar aantoonbaar ontwikkelingsgericht wordt gewerkt waarbij alle ontwikkelingsgebieden worden gestimuleerd en waar een actief ouderparticipatiebeleid wordt gevoerd JGZ Jeugdgezondheidszorg Kinderopvang het aanbod aan opvangvoorzieningen; kinderdagverblijf, peuteropvang en Peuterspeelschool, buiten/naschoolse opvang en gastouderopvang Kinderopvangtoeslag de tegemoetkoming in de kosten in de kinderopvang die ouders, via de belastingdienst, bij de Rijksoverheid kunnen aanvragen OAB Onderwijsachterstandenbeleid Peuter een in Rijswijk woonachtig kind in de leeftijd van 2 ½-4jaar; Peuteropvang het kortdurende voorschoolse aanbod voor kinderen in de leeftijd van 2 ½ -4 jaar in speciale peutergroepen waar een educatief peuteraanbod wordt verzorgd Peuterspeelschool de peuteropvang in Rijswijk waar voorschoolse educatie wordt geboden SRK Stichting Rijswijkse Kinderopvang Team Brede Impuls het team dat uitvoering geeft aan de opdracht in het kader van de Brede Impuls regeling Voorschools aanbod het geheel van kinderdagverblijven, peuteropvang en
Peuterspeelscholen Voorschoolse periode de periode voordat kinderen met 4 jaar aan de basisschool kunnen beginnen Voorschoolse educatie programma in de voorschoolse periode (2 ½ jaar-4 jaar) waar kinderen met een doelgroep indicatie van de JGZ aan deelnemen VVE Voor- en vroegschoolse educatie VVE-cluster vast samenwerkingsverband tussen Peuterspeelschool en één of meerdere basisscholen VVE-indicatie de door de JGZ afgegeven indicatie voor de voorschoolse educatie Werkgroep jeugd de gemeentelijke werkgroep waarin de gemeente, het onderwijs en de en onderwijs aanbieder van voorschoolse educatie is vertegenwoordigd Wko Wet kinderopvang WPO Wet op het primair onderwijs WVO Wet op het voortgezet onderwijs
19.116718
17