IB 20 161 Bijlage VRH Noodverordening 18 november.pdf
Tekst van het document
Immers uitgangspunt zal zijn dat BOA’s en ook de overige medewerkers van het OV, de reizigers er op wijzen, eventueel tot 2 keer toe, zich aan de maatregelen te houden, waaronder het dragen van een mondkapje in de voertuigen of vaartuigen, voordat er een aanwijzing wordt gegeven aan de reiziger. Die aanwijzing kan eruit bestaan dat de reiziger wordt gevraagd alsnog een mondkapje te dragen, danwel – bij weigering – het voertuig of vaartuig te verlaten. In geval dat de reiziger dan uiteindelijk de aanwijzing niet opvolgt dan wordt er proces-verbaal opgemaakt voor het niet opvolgen van de aanwijzing. Dit betreft dus veelal het niet opvolgen van de aanwijzing tot het dragen van een mondkapje, maar dat kunnen dus ook andere aanwijzingen zijn in het belang van de orde, rust, veiligheid en de goede bedrijfsgang in het OV. De vervoerders zijn gehouden reizigers van 13 jaar en ouder te verplichten in de voertuigen een mondkapje te dragen. Het gaat hierbij om een niet-medisch mondkapje. In het openbaar vervoer is de uitzonderingsbepaling van artikel 1 lid 2 onder b van de Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding van toepassing nu de bescherming van de gezondheid tegen het COVID-19 virus het noodzakelijk maakt om in het openbaar vervoer een mondkapje te dragen en aan het mondkapje verder geen eisen zijn gesteld anders dan dat het de neus en mond moet bedekken.
De gezichtsbedekking kan dienen ter bescherming van het lichaam in verband met de gezondheid. Er is dus geen sprake van overtreding van artikel 1 lid 1 van de Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding in het openbaar vervoer. Artikel 2.8 Overig personenvervoer Artikel 2.8 verplicht reizigers van 13 jaar en ouder in het overige bedrijfsmatige personenvervoer, niet zijnde openbaar vervoer, een niet-medisch mondkapje te dragen indien zij zich met meer dan twee personen van 13 jaar en ouder, de bestuurder daaronder begrepen, in een voertuig of vaartuig bevinden. Het begrip ‘overig bedrijfsmatig personenvervoer is gedefinieerd in artikel 1.2. De verplichting geldt dus ook als tot andere personen anderhalve meter afstand gehouden kan worden. De plicht geldt in alle vormen van bedrijfsmatig personenvervoer, dus ook in bijvoorbeeld touringcars, busjes en personenauto’s met minder dan 9 zitplaatsen waarmee personen van en naar werklocaties worden vervoerd. (al dan niet met chauffeur). Naast de verplichting tot het dragen van een mondkapje mag een aanbieder van bedrijfsmatig personenvervoer, waarbij bijvoorbeeld gedacht kan worden aan touringcarbedrijven en taxivervoer, uitsluitend werken op basis van reservering. Ook is de aanbieder verplicht de reiziger te vragen naar ziekteverschijnselen die samenhangen met een besmetting met het COVID-19 virus.
Deze verplichtingen gelden niet voor de aanbieder van openbaar vervoer of veerdiensten. De plicht tot het dragen van een mondkapje geldt niet op rondvaartboten en andere vormen van recreatief vervoer. In die gevallen geldt de eis tot het houden van anderhalve meter afstand. In de artikelen 2.7 en 2.8 is bepaald dat reizigers vanaf 13 jaar een niet-medisch mondneuskapje dienen te dragen. Op dit gebod wordt niet gehandhaafd bij personen die wegens een medische oorzaak geen mondkapje kunnen dragen. Reizigers zullen die medische oorzaak desgevraagd op enigerlei wijze aannemelijk moeten maken.
21
Gelet op de aanwijzing van de minister van 11 september 2020, nr. 1742228-209922-PG wordt op het gebod tot het dragen van een niet-medisch mondkapje voor jongeren in het leerlingen- en doelgroepenvervoer niet gehandhaafd. Dit betreft het vervoer van leerlingen van en naar het voortgezet (speciaal) onderwijs. Daarnaast gaat het over vervoer van jongeren tot en met 17 jaar van en naar de locatie waar jongeren de jeugdhulp ontvangen, de kinderopvang en zorglocaties voor jeugd, zoals kinderdienstencentra (KDC). Artikel 2.9. Verbod toegang verpleeghuizen en woonvormen ouderenzorg Dit artikel ziet op de toegang tot verpleeghuizen (onderdeel a) en kleinschalige woonvormen in de ouderenzorg (onderdeel b). De formulering van het artikel maakt duidelijk dat het niet aan de voorzitters van de veiligheidsregio’s is om op te treden tegen verpleeghuizen en woonvormen, maar uitsluitend tegen bezoekers die zonder toestemming van de beheerder (bestuur, directie of andere persoon die bevoegd is om namens het verpleeghuis of de woonvorm te handelen) in een verpleeghuis of woonvorm aanwezig zijn. Er is geen verbod op het bezoeken van bewoners in de genoemde locaties, behalve voor locaties waar zich nog één of meer COVID-19 besmettingen voordoen. Op die locaties is het bezoeken van bewoners zonder toestemming van de beheerder nog steeds verboden.
De beheerder verleent wel toestemming voor bezoek indien het bezoek de beperking van de verspreiding van COVID-19 niet in de weg staat. Ook verleent de beheerder toestemming voor bezoek aan een bewoner die verkeert de stervensfase of daaraan vergelijkbare omstandigheden en voor het horen en beoordelen van een cliënt in het kader van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten. De beheerder verleent verder toestemming voor bezoek door een cliëntenvertrouwenspersoon. De beheerder kan op grond van het derde lid toestemming verlenen aan structurele vrijwilligers. Hij is daartoe, anders dan bij de situaties bedoeld in het tweede lid, niet verplicht. Artikel 2.10 Sluitingstijd detailhandel De detailhandel moet tussen 20.00 uur en 06.00 uur gesloten zijn. Dit verbod geldt niet voor winkels die zich in overwegende mate richten op de verkoop van levensmiddelen en bijvoorbeeld winkels bij tankstations en avondwinkels, mogen langer dan 20.00 uur open zijn, maar na 20 uur geen alcohol verkopen. Artikel 2.11 Verbod alcohol Het is verboden om alcoholhoudende drank te verkopen, commercieel te verstrekken of commercieel op enigerlei andere wijze in de publieke ruimte, inclusief vaartuigen en voertuigen, met uitzondering van de woongedeelten, en in besloten plaatsen, met uitzondering van woningen aan te bieden tussen 20.00 uur en tot 07.00 uur.
Tevens is het verboden om tussen 20.00 uur en 07:00 uur in de openbare plaats en in vaartuigen en voertuigen alcoholhoudende drank voor handen te hebben of te nuttigen. Ook het bezorgen van alcoholische dranken aan huis is tussen 20.00 uur en 07.00 uur niet toegestaan. Een persoon die alcohol koopt en naar huis gaat, moet zorgen dat hij voor 20 uur thuis is, anders is hij strafbaar. Artikel 2.12 Sportactiviteiten Sportbeoefening is alleen toegestaan in groepen van niet meer dan 4 personen (exclusief trainer) en sportwedstrijden zijn verboden. Dit geldt niet voor sportbeoefening en wedstrijden van sporters in instellingen voor topsport (De instellingen voor topsport zijn te vinden op: www.nocnsf.nl/topsportaccommodaties en www.knvb.nl/trainingsaccomodaties), voetballers 22
van de eredivisie en eerste divisie en personen tot 18 jaar die sport beoefenen op de eigen club. Voor alle sportwedstrijden en –trainingen (zowel amateur als professioneel) geldt een verbod op de aanwezigheid van toeschouwers. Het verbod ziet zowel op de professionele sportactiviteiten als op sportactiviteiten van amateurs en heeft betrekking op alle activiteiten ongeacht de vraag of het wedstrijden, trainingen of demonstraties zijn. Het verbod geldt voor alle sportaccommodaties en sportinrichtingen, waaronder zwembaden, sporthallen en sportvelden. Tot de verboden sportwedstrijden behoren ook de wedstrijden in de zogenaamde denksport. Het gaat immers om het terugdringen van de reisbewegingen. In sportaccommodaties worden douches en kleedkamers gesloten. Dit geldt niet voor kleedkamers in sportaccommodaties die bij onderwijsinstellingen horen. Toiletten kunnen wel geopend blijven. Kleedkamers bij zwemgelegenheden kunnen wel open blijven. Voor het sporten buiten en binnen geldt dat niet met meer dan vier volwassen personen in een groep mag worden gesport. Onderling en tussen de groepjes moet steeds 1,5 meter afstand worden gehouden. Ook mag er geen wisseling in de samenstelling van de groepjes optreden en moeten de groepjes duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn. Er mogen wel meerdere groepen van vier personen tegelijk sporten. Voor personen tot 18 geldt een uitzondering.
Die mogen in een grotere groep of in teamverband sporten, (oefen)wedstrijden spelen, zowel op hun eigen club als in de buitenruimte. Wedstrijden tegen/bij andere clubs zijn niet toegestaan. Voor het sporten binnen geldt aanvullend dat mag worden gesport met maximaal 30 personen tegelijk. Individuele sporten zoals bijvoorbeeld zumba, bootcamp of push up workouts mogen buiten in groepen van maximaal vier. Er mogen buiten meerdere groepen van vier zijn. Binnen mogen individuele sporten met meerdere groepen van maximaal 4 personen tot in totaal 30 personen. Uiteraard geldt voor alle volwassenen de plicht om 1,5 meter afstand te houden. Artikel 2.13 Evenementen Evenementen zijn verboden. Dit geldt niet voor verrichtingen van vermaak in een gebouw, die behoren tot de reguliere exploitatie van bioscopen, filmhuizen, concertzalen, podia voor alle genres van muziek, theaters en hiermee vergelijkbare culturele instellingen, musea, presentatie-instellingen, monumenten met een publieksfunctie, casino’s, arcadehallen, speelhallen, mits binnen de daarvoor geldende regels. Onder evenementen worden niet begrepen betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties en beurzen en congressen. Kermissen horen ook tot de evenementen die verboden zijn.
Evenementenmarkten zoals braderieën, kerstmarkten, vlooienmarkten en rommelmarkten zijn evenementen en dus niet toegestaan. Dit geldt niet voor de markten in de zin van artikel 160, eerste lid, onderdeel g, Gemeentewet. Het verbod op evenementen ziet niet op de reguliere exploitatie van bioscopen die is gewoon toegestaan. Het evenementenverbod ziet wel op het vertonen van films in een buitenbioscoop of in een drive in bioscoop.
23
De noodverordening staat muziekconcerten en popconcerten dus nog altijd toe in gebouwen. Voor muziek- en popconcerten geldt wel dat alle bezoekers van tevoren moeten reserveren en dat bezoekers gebruik moeten maken van een zitplaats. Staanplaatsen in concertzalen of podia zijn dus niet toegestaan. Het maximaal toegestane aantal bezoekers is bovendien dertig personen per afzonderlijke ruimte. Daarbij geldt dat een zichtbaar gescheiden podium als een afzonderlijke ruimte wordt beschouwd. Wedstrijden vallen onder het begrip evenement en zijn niet toegestaan. Dus ook sportwedstrijden zijn verboden. Dit geldt niet voor sportbeoefening en wedstrijden van sporters in instellingen voor topsport, voetballers van de Eredivisie en Eerste Divisie en personen tot 18 jaar die sport beoefenen op de eigen club. Artikel 2.14 Maatregelen bij introductie-activiteiten voor studenten Alle fysieke samenkomsten die worden georganiseerd in het kader van de werving en introductie van studenten van mbo, hbo en wo zijn verboden.
De voorzitter van de veiligheidsregio kan een ontheffing verlenen voor fysieke samenkomsten die worden georganiseerd door onderwijsinstellingen, studentenverenigingen, studentensportverenigingen en studieverenigingen, mits die samenkomsten geaccordeerd zijn door de desbetreffende onderwijsinstelling of de veiligheidsregio, gericht zijn op kennismaking, studie of sport, kleinschalig zijn, er geen alcohol gedronken wordt en de bijeenkomsten niet plaatsvinden tussen 22.00 en 07.00 uur. Artikel 3.1. Uitzonderingen Inherent aan de bevoegdheid om noodverordeningen vast te stellen, is de bevoegdheid om daarvan in concrete gevallen af te wijken. De voorzitter kan derhalve in alle situaties waarin hij dat noodzakelijk acht, afwijken van de bepalingen in deze verordening. Dit wordt uitgedrukt in onderdeel c. De voorzitter dient zich bij het besluit om af te wijken vanzelfsprekend wel te houden aan de opdrachten op basis van artikel 7 van de Wet publieke gezondheid. Daarnaast bevat artikel 3.1 uitzonderingen voor de betrokken hulpdiensten en toezichthouders (onderdeel a) en activiteiten die noodzakelijk zijn voor de voortgang van vitale processen (onderdeel b).
De uitzondering in onderdeel b dient strikt te worden opgevat: ze biedt geen vrijbrief voor allerhande afwijkingen van de noodverordening ten behoeve van vitale processen, maar geldt alleen indien de toepassing van een verbod op bepaalde activiteiten de voortgang van vitale processen in gevaar zou brengen. De uitzonderingen staan er niet aan in de weg dat de voorzitter in concrete gevallen van zijn wettelijke (nood)bevelsbevoegdheden gebruikmaakt. Het schenden van voorschriften en beperkingen als bedoeld in het tweede lid is strafbaar gesteld in artikel 443 van het Wetboek van Strafrecht. Artikel 4.2. Toezicht Op basis van de Politiewet 2012 en de Wet veiligheidsregio’s treden de politie en de Koninklijke marechaussee op ter handhaving van deze verordening. Daaronder valt zowel de feitelijke handhaving met behulp van de politie (artikel 172, tweede lid, Gemeentewet jo. artikel 39 Wet veiligheidsregio’s) als de strafrechtelijke sanctionering. Daarnaast worden in artikel 4.2 toezichthouders aangewezen ten behoeve van de mogelijke bestuursrechtelijke handhaving van deze verordening. Naast ambtenaren van politie en
24
militairen van de Koninklijke marechaussee zijn dat ook de door de voorzitter aangewezen toezichthouders én door de voorzitters aan te wijzen toezichthouders en buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) als bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. Alle boa’s kunnen worden aangewezen en niet alleen de boa’s zoals genoemd in artikel 142, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafvordering. Voor zover de voorzitter voornemens zou zijn boa’s aan te wijzen die werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een ministerie (rijksboa’s) vindt voorafgaand aan de aanwijzing overleg plaats met het betreffende ministerie. Artikel 5.1. Bekendmaking en inwerkingtreding Deze verordening wordt bekendgemaakt door plaatsing op de website van de veiligheidsregio Haaglanden (www.vrh.nl). Van deze verordening wordt voorts mededeling gedaan in het publicatieblad van de veiligheidsregio Haaglanden (Blad gemeenschappelijke regelingen; www.officielebekendmakingen.nl). In verband met de mogelijke verlenging van de maatregelen bevat deze verordening geen vervaldatum. De verordening zal zo spoedig als mogelijk is ingetrokken worden. Artikel 5.3. Overgangsrecht Met deze overgangsrechtelijke bepaling wordt voorkomen dat besluiten op basis van de vorige noodverordeningen (zoals aanwijzingen van uitzonderingen en toezichthouders) hun geldigheid verliezen.
25