concept-verslag Forum Stad en Samenleving 15062023
Tekst van het document
CONCEPT-VERSLAG FORUM STAD EN SAMENLEVING VAN GEMEENTE RIJSWIJK d.d. 15 juni 2023
Aanwezig: De heer S. Geleijnse (voorzitter), de heer E. Braam, de heer R. Nunnikhoven, de heer R. de Vreede. Mevr. Prenger, de heer H. Knigge, de heer H. Verbrugh, de heer R. Veerman, mevr. W. v.d. Weij, mevr. E. Woudstra, de heer Z. Osmani, mevr. M. ten Brummelaar, mevr. B. Niesen, de heer M. Weterings, mevr. A. Koegler, de heer A. Zoghbi, mevr. I. JansenDirkx, de heer M. Stuijfzand, de heer E. v.d. Veer, mevr. W. van Nunen, de heer M. el Majjaoui, de heer C. Sleddering, de heer E. v.d. Baan, mevr. L. Oude Alink, de heer M. van ’t Eind.
Aanwezige portefeuillehouders: Burgemeester mevr. H. Sahin, wethouder, de heer W.J.M. van Damme , wethouder, de heer A. van de Laar, Wethouder, de heer M. Wit en wethouder, L. Bentvelzen
1.
Griffie: Forumgriffier: mevr. M. Tittse
Opening De voorzitter: Welkom iedereen. Voordat we verder gaan met deze forumvergadering wil ik met u stilstaan bij de vreselijke gebeurtenis die eergisteren heeft plaatsgevonden in de Muziekbuurt. Zoals u weet, is in een woning aan de Mandolinestraat een overleden vrouw gevonden. De politie onderzoekt nog de betrokkenheid van de man die diezelfde dag zelfmoord pleegde op het station van Rijswijk. In de woning was ook een jong kind aanwezig, dat door de hulpdiensten is opgevangen. Zoals onze burgemeester gisteren al in haar statement in de media zei: de gedachten aan wat is gebeurd en wat het kindje heeft moeten doorstaan, zijn hartverscheurend. Ik denk dat ik namens iedereen hier aanwezig spreek, als ik zeg dat we geschokt zijn. En dat we intens meeleven met de betrokken kinderen en andere nabestaanden. Ik wil u vragen, zover dat kan, om te gaan staan voor een kort moment van stilte om ons medeleven te betuigen. Dank u wel.
2.
Algemeen spreekrecht De voorzitter: Dan gaan wij naar agendapunt 2 van vanavond, het algemeen spreekrecht van inwoners. Er hebben zich geen inwoners gemeld, dus kunnen we naar agendapunt 3.
3.
Vaststelling agenda De voorzitter: En dat is het vaststellen van de agenda van vanavond. Heeft iemand van u op- of aanmerkingen over de voorgestelde agenda? Zo niet, dan is hierbij de agenda vastgesteld en constateer ik dat we met elkaar een kleine twee uur de tijd hebben voor negen zienswijzen. En dat vraagt wat van u en misschien ook wat van mij. Maar laten we met elkaar proberen dat binnen de tijd af te ronden, zodat we om acht uur deze zaal ter beschikking hebben voor het Forum Samenleving.
4.
Mededelingen college De voorzitter: Agendapunt 4, mededelingen van het college. Heeft een van de leden op dit moment een mededeling? Zo niet, dan gaan we naar agendapunt 5.
5.
Zienswijze ontwerpbegroting 2023 en ontwerpbegroting GR Servicebureau jeugdhulp Haaglanden De voorzitter: En dat is de zienswijze ontwerpbegroting 2023 en de ontwerpbegroting gemeenschappelijke regeling Servicebureau jeugdhulp Haaglanden. Wie kan ik hierover het woord geven? Mevrouw Jansen, gaat uw gang. Mevrouw Jansen-Dirkx (WIJ.): Ja, dank u wel voorzitter. Ondanks dat het een zienswijze van de raad is, wil ik toch heel graag van de wethouder horen, en tevens voorzitter van het bestuur, hoe zij tegen deze zienswijze aankijkt? Stellen wij namelijk als raad haalbare doelen voor het Servicebureau? En heeft de wethouder enig inzicht wat de hervormingsagenda, die ook tijdens het VNG-congres goedkeuring heeft gekregen van de VNG, wat dat gaat betekenen voor de taak van het Servicebureau? En of het de gewenste besparing gaat opleveren die we al zo lang zoeken? Of zal de hervormingsagenda meer invloed gaan hebben op het beleid en zal het servicebureau weinig merken van deze agenda? Verder fijn dat er nadrukkelijk aandacht wordt gevraagd voor ervaringsdeskundigen. De heer Groen benoemde hen ook in zijn presentatie op 2 juni jongstleden. Wat is de ervaring van onze wethouder als het gaat om het betrekken van ervaringsdeskundigen aan de ontwikkeltafels? En als laatste het ziekteverzuim. We constateren een stabilisatie en dat is natuurlijk een positief teken.
Maar kan de wethouder ook aangeven of de trend naar een lager ziekteverzuim mogelijk is? En verder zijn we tevreden over de zienswijze zoals hij voorlegt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u vriendelijk. Mevrouw Koegler, Rijswijk Belang. Mevrouw Koegler Böhm (RB): Dank u wel, voorzitter. Wat ons betreft ligt er ook een prima zienswijze voor. Er zijn goeie stappen voorwaarts genomen om meer controle te komen. En wat ons betreft zijn de belangrijke zaken goed geformuleerd in de zienswijze. We vinden het ook prettig dat de bestuurlijke informatieomgeving live is. Het is belangrijk om datagericht te kunnen sturen. We waren wel een beetje verbaasd over het monitoren op bestedingsruimte per gemeente. Dat dat lastig is. En wij vroegen ons af of de wethouder kan toelichten wat er nu precies zo lastig is. Want voor gemeente Den Haag en de overige gemeenten wordt het wel inzichtelijk gemaakt. En wij zouden dan denken: voeg dan een: toe met de andere gemeentes. En je kan een query draaien. Maar de wethouder weet daar vast antwoord op.
De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Nunen, gaat uw gang. Mevrouw Van Nunen (PvdA): Voorzitter, dank. Ook wat ons betreft een prima zienswijze. Ik sluit nog even aan bij dat wat mevrouw Jansen-Dirkx ook zei wat betreft het ziekteverzuim. Ik zou willen voorleggen om ook vooral in te zetten, en misschien is dat een toevoeging aan de zienswijze zoals hij er nu ligt, inzet ook in de preventie van ziekteverzuim. Want dan ben je volgens mij ook effectiever bezig. Dus ik weet niet of andere collega's het daarmee eens zijn. De voorzitter: Dank u wel. Wie kan ik nog meer het woord geven? De heer Verbrugh, gaat uw gang. De heer Verbrugh (D66): Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Het gaat even over het onderdeel Ontwikkeling, van het financiële instrumentarium in de jeugdhulp. Waarbij met name het Servicebureau een belangrijke rol speelt. En ik vraag me af hoe het staat met het ontwikkelen van dat resultaatgerichte financieringsmodel. Het komt vanavond, straks in het Forum Samenleving, ook nog aan orde bij de uitvoeringsagenda. Maar daar staat met kleine lettertjes in dat dat wordt toegewezen aan de begroting van het Servicebureau. Dat dat een extra taak is die daarin wordt gefinancierd. En ik kan dat niet terugvinden in deze stukken. Dus dat is mijn belangrijkste vraag.
Ik moet even in herinnering roepen dat in de voorgaande transformatieagenda, die gelopen heeft de afgelopen jaren, ook dat onderdeel resultaat financiering is vermeld. En daar ook in is opgenomen dat dat eigenlijk toen niet gelukt is en dat daar nog steeds aan gewerkt zou worden. Dus ik ben heel benieuwd hoe het daarmee staat. En waar die financiering voor dat productontwikkeling nu precies komt. Want uiteindelijk zal die financieringsstructuur een belangrijk hulpmiddel zijn bij het hervormen van de jeugdhulp in heel Nederland. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog andere sprekers in eerste termijn? Zo niet, dan vraag ik aan wethouder Bentvelzen om te antwoorden. Gaat uw gang. Wethouder mevrouw Bentvelzen: Ja, voorzitter, daar ga ik uiteraard mijn best voor doen. Al zijn dit soort vragen niet per se politiek, maar wordt wel mijn mening gevraagd. En daarnaast zitten er een paar technische vragen tussen waarvan ik niet zeker weet of ik daar nog tijdig antwoord op krijg. Ik ga mijn best doen en anders zorg ik er zoals altijd voor dat dat wel tijdig uw kant op komt. De vraag die mij gesteld is rondom de ervaringsdeskundigen en wat ik daar zelf van vind dat die betrokken worden bij de ontwikkeltafels. Nou, ik denk dat ik een van de strijders met u samen ben, om de ervaringsdeskundigen zoveel en zo kwaad als we kunnen te betrekken bij ons beleid.
Dus ik ben heel blij dat we de ervaringsdeskundigen aan tafel hebben in de vorm van onder andere Jong doet mee en de ExpEx. Binnenkort zal daar … Nou ja, binnenkort, na de zomer zal er ook nog een overleg plaatsvinden met die jongeren, samen met een aantal bestuurders vanuit de H10, waaronder ik ook als voorzitter van de GR. Ik denk dat ik daarmee voldoende gezegd heb. De betrokkenheid van hen waardeer ik ontzettend. En ik denk dat zij een mooie toevoeging geven op alles wat we daar bespreken. Het ziekteverzuim. Ja, ik hoop natuurlijk altijd dat die cijfers naar beneden gaan. Maar goed. Ja. De vraag van Wil van Nunen: wat kunnen we daar preventief eventueel tegen doen? Ik denk dat alle werkgevers ontzettend hun best doen om hun personeel, zo goed en kwaad als ze kunnen, handvatten aan te reiken dat als het niet gaat, dat er afgeschaald kan worden. Of dat er een caseload gedeeltelijk overgenomen wordt door een collega. En dat ze daar echt ontzettend hun best voor doen. Tegelijkertijd speelt daar natuurlijk wel gewoon een werkdruk die in sommige gevallen best behoorlijk hoog te noemen is. Daarnaast is de problematiek steeds zwaarder aan het worden voor de medewerkers binnen jeugdzorg. En wordt het vaak niet alleen op het kind, maar is een multiprobleem aan de hand in het gezin. En die gezinnen die groeien gestaag.
Dus ik hoop dat het ziekteverzuim blijft dalen en dat we voldoende mensen met voldoende handen aan het bed hebben, zeggen we dan in de zorg. Maar dat we voldoende handen aan dek hebben om ook in de
jeugdzorg, zo goed en kwaad als we kunnen, de kinderen te helpen. Zoveel mogelijk de wachtlijsten verminderen. Waar mevrouw Koegler ook altijd op zit en aan refereert. En wat ook goed is dat je me daar altijd kritisch op bevraagt. Dus ja, meer dan dat kan ik er kan ik er niet van maken vanavond. Dan is mij nog gevraagd door mevrouw Koegler naar die monitoring bestedingsruimte per gemeente. Ik heb heel eerlijk gezegd geen idee waarom dat dan wel voor Den Haag kan en niet voor Rijswijk. Ik zou namelijk ook zeggen: ja, maak dat dan ook maar voor mijn gemeente. Dus wat daar nou de achterliggende gedachte of reden bij is, weet ik vanavond niet. Maar daar kom ik zo spoedig mogelijk bij u op terug. Wat betekent het hervormingsagenda voor het Servicebureau? Die hervormingsagenda heeft denk ik minder effect op het Servicebureau dan het uittreden van Den Haag, bij het Servicebureau. Want daar gaat zeker wel het een en ander veranderen. Daar hebben we ook gesprekken over. En aangezien ik voorzitter ben van het GR, zit ik dicht bij het vuur, om het zomaar te noemen. Dat wordt momenteel wel allemaal uitgewerkt, wat voor effect dat heeft. En zodra ik ook maar iets kan communiceren met de raad, zal ik dat doen door middel van een raadsinformatiebrief.
Als daar door de hervormingsagenda, dan wel het uittreden van Den Haag bij de H10, op een aantal onderdelen, dat ik daar informatie specifiek over heb, dan beloof ik hierbij dat ik een raadsinformatiebrief aan u doe toekomen. Voor de rest heb ik de vraag van de heer Verbrugh. Met excuses ook, want die heb ik echt helemaal gemist. Ik heb hier wel gehoord over resultaatgericht werken en dat er later vanavond nog iets op een agenda zou staan. Dan ga ik ervanuit dat u iets bedoelt met een ingekomen stuk. En dan vraag ik me ook af: gaat u die dan agenderen? Want die staat niet per se ter bespreking vanavond. Dus graag in de tweede termijn dan de vraag in herhaling, als dat kan. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik voor die tweede termijn als eerste maar even naar de heer Verbrugh. Dan kan hij gelijk zijn vraag nogmaals stellen. Gaat uw gang. De heer Verbrugh (D66): Ja. Mijn specifieke vraag is: hoe staat de activiteit van het Servicebureau jeugdhulp Haaglanden in de begroting? Zeg maar de activiteiten rond het ontwikkelen van het nieuwe financieringsmodel, op basis van resultaatgericht werken. Dat kan ik niet terugvinden. En ik vraag me dus af hoe goed die activiteit ter hand wordt genomen. Vanavond in de uitvoeringsagenda wordt er nog een keer gewag van gemaakt. En ook daar wordt verwezen naar dat deze activiteit ondergebracht is bij het Servicebureau van de jeugdhulp.
Maar dat kan ik dus niet terugvinden. De voorzitter: Dank u wel. Is er verder nog iemand uit de raad die gebruik wil maken van de tweede termijn? Nee, dan gaan we tot slot naar mevrouw Bentvelzen. Wethouder mevrouw Bentvelzen: Ja, voorzitter, dank. Het is mij iets duidelijker. Maar mijnheer Verbrugh, in de uitvoeringsagenda staat het inderdaad genoemd dat dat bij het Servicebureau belegd is. En dat is omdat zij ook kwaliteitsgesprekken voeren met uitvoerende partijen. Dus zij staan in de lead eigenlijk om dat voor ons als, tot nu toe H10-gemeenten, te doen. Verderop de agenda staat ook dat Voorschoten uittreedt, dus dan is het H9. Dus zij voeren de gesprekken met de uitvoerende partners. Om na te gaan of de resultaatafspraken die we met elkaar maken… Van: we betalen een x bedrag en daarvoor willen wij dit zien. Of daar is zoveel maanden hulp staat ertegenover. Daar is best wel, de schroeven zijn daar best wel aangedraaid, in de zin van dat we meer grip willen hebben op waarom een kind dan volgens ons zes maanden in de jeugdzorg zou moeten zitten. Helaas, zeg ik er dan alvast maar bij. En heel vaak gebeurde het dat zo'n kind niet zes maanden maar wel twaalf maanden in de jeugdzorg zat.
En nu wordt er dan wel het gesprek eerst gevoerd van: joh, je wilt een verlenging voor cliënt A, maar waarom wil je een verlenging? En waar zit het hem dan op? Waar heb je hem dan niet in kunnen helpen? En waar wel? Dus op in die manier worden de resultaatgerichte resultaten
besproken met de desbetreffende uitvoerende organisatie die dan het kind in zorg heeft. Is dat een antwoord op uw vraag? De voorzitter: Nog eenmaal de heer Verbrugh. Gaat uw gang. De heer Verbrugh (D66): Dank u wel. Ik denk dat we het straks in de in het forum nog verder kunnen bespreken. De voorzitter: De wethouder. Wethouder mevrouw Bentvelzen: Voorzitter , u kunt de uitvoeringsagenda agenderen voor een volgend forum. De voorzitter: Ja, dat doe ik. Aldus besloten, denk ik . Dan gaan we naar een afronding van dit agendapunt. En dan is er een toezegging van de wethouder, als ik goed heb begrepen, dat zij schriftelijk terugkomt op de vraag van mevrouw Koegler. En ik wil eigenlijk met u afspreken dat u dat uitruk volgende week donderdag doet. Zodat er ruim de tijd is richting de raad. Dan zeg ik dat het een akkoordstuk is voor de raad van 27 juni, met uw goedvinden. Prima. 6.
Zienswijze begrotingswijziging 2023 en begrotingen 2024 GR GGD en VT Haaglanden De voorzitter: Dan gaan wij naar agendapunt 6. En dat is de Zienswijze de begrotingswijziging 23 en begrotingen 2024 van GGD en Veilig Thuis Haaglanden. Wie mag ik daarover het woord geven? De heer Veerman, D66. Gaat uw gang. De heer Veerman (D66): Dank u wel, voorzitter. Ik heb eigenlijk maar een vraag. Ik denk dat het een goede zienswijze is op zich ... Telefoon loopt ergens. Ik zag wel dat dat we onze invloed hebben aangewend om in ieder geval bij Infectieziekten er een aantal mensen bij te krijgen. Ruim twaalf FTE erbij. Wat gezien de coronaperiode wel goed is, dat dat gebeurt, denk ik. Dan waren we behoorlijk wat problemen daar die nu waarschijnlijk het hoofd geboden kunnen worden. En dan hebben we het over de GGD. Maar we hebben ook nog een VT-tak. En als we het over de VT-tak hebben, vind ik eigenlijk dat we daar eigenlijk helemaal niks over zeggen. Ik weet nog uit de vorige periode dat er wachtlijsten waren. Daar zijn we heel lang mee bezig geweest. En die wachtlijsten zijn nog steeds niet weg. En als ik dan zie dat de 12 FTE toegaat naar Infectieziekten, waar we allemaal helemaal blij mee zijn, denk ik ook wel dat we onze zorgen opnieuw mogen uiten dat die VT-tak, dat er niemand te vinden is die daar überhaupt kan helpen om die wachtlijsten weg te werken.
In de gespannen arbeidsmarkt, dat snap ik. Maar ik zie daar niks over terug. En ik vind toch dat we daar iets in actie moeten ondernemen. Want die wachtlijsten worden nog steeds niet minder. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. De heer Knigge, CDA. De heer Knigge (CDA): Voorzitter, in de meeste punten in de zienswijze kunnen wij ons vinden. Wel hebben we een vraag over ouderenzorg. Vorig jaar heeft de CDA-fractie aan de wethouder Bentvelzen een vraag gesteld over preventieve ouderengezondheidszorg. Namelijk, de GGD noemt in een stuk een aantal acties die zij uitvoert. Bijvoorbeeld het uitgeven van een magazine of bijeenkomsten organiseren over valpreventie. En onze vraag was destijds: is het wel voldoende invulling van de wettelijke taak vanuit de Wet publieke gezondheid? Kunnen we de GGD vragen dit verder uit te werken? En de wethouder heeft vorig jaar toen geantwoord met de strekking van: nou, neem dit s.v.p. niet op in de zienswijze, maar ik zal dit aandacht geven
in de gesprekken met de GGD. En, nou ja, wij zijn benieuwd: kan de wethouder aangeven of zij dat gedaan heeft? En wat de uitkomst van die gesprekken geweest is. We zijn benieuwd. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Nunen, Partij van de Arbeid. Mevrouw Van Nunen (PvdA): Ja, voorzitter, dank. Ook een heldere zienswijze, wat ons betreft. Ik sluit nog een beetje aan bij dat wat de heer Veerman vroeg rondom die wachtlijsten. Er staat nu in de zienswijze, bij Regionale en landelijke ontwikkelingen, de combinatie van inspanningen enzovoort. We worden graag geïnformeerd over wat dit van u verlangt en oplevert. Ik zou eigenlijk het willen aanscherpen: wij worden graag geïnformeerd hoe succesvol u bent in het terugdringen en de inzet van de proeftuin. Dus iets anders dan zoals het er nu staat: wij worden graag geïnformeerd. Want het is toch natuurlijk ook, dat wat de heer Veerman zei, best zorgelijk. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Jansen, Wij. Rijswijk. Mevrouw Jansen-Dirkx (WIJ.): Ja, dank u wel, voorzitter. Ja. Ik kan me inderdaad ook aansluiten bij de zorgen rondom de personele kwestie bij Veilig Thuis. Het is natuurlijk echt wel van belang dat die kwestie opgelost gaat worden. Maar het is misschien ook wel goed om ons te realiseren dat er ook natuurlijk aan de andere kant iets moet gebeuren. Namelijk het, ja, hopelijk voorkomen en slash terugdringen van huiselijk geweld.
Daarom is onze fractie ook heel erg blij met de Werkgroep huiselijk geweld en de eerste raadsbijeenkomst die na het zomerreces gepland staat. En we hopen, doordat we aan twee kanten aan dit probleem werken, het huiselijk geweld tot het minimum te beperken. Daarnaast even op de GGD ingezoomd. Dat is een van onze samenwerkingspartners als het gaat om volksgezondheid. Nu hebben wij als raad en college mooi nieuw advies rondom gezondheid van kinderrechtenambassadeurs mogen ontvangen vorige week. Iedereen heeft het als het goed is in de mail ontvangen. Heeft de wethouder hier kennis van genomen? En welke mogelijkheden ziet de wethouder om deze adviezen samen met de GGD op te pakken? We horen het graag. En zien in ieder geval een uitgebreid advies, met diverse aanknopingspunten om de gezondheid om onze jongeren inwoners te stimuleren. Hopelijk ziet het college het ook en kunnen de adviezen grotendeels positief beantwoord worden richting de kinderrechtenambassadeurs. Verder zijn we akkoord, zoals de zienswijze voorlegt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog andere sprekers. Mevrouw Koegler, Rijswijks Belang. Mevrouw Koegler Böhm (RB): Ja, dank u wel,. Ja, wat ons betreft is de formulering voor de wachtlijst afdoende in de zienswijze. We nemen duren dat nu al een aantal jaren op.
En of daar nou staat: we betreuren het, we vinden het ernstig of teleurstellend; uiteindelijk verandert het niet zoveel. En heb ik echt het idee dat wethouder Bentvelzen, maar ook heel Veilig Thuis echt de beste intentie heeft om die wachtlijsten terug te dringen. Wat ons wel verbaasde, was dat de begroting gekort wordt. Omdat er eigenlijk als jarenlang sprake is van onderbezetting. Dus ik snap wel dat de formatie dan verminderd wordt. Toch zou ik het eigenlijk graag gewoon zo in de begroting willen laten zitten. En die begroting niet verlagen. Want als je het geld weghaalt, dan weet je zeker dat je die capaciteit niet meer binnenkrijgt. Maar ik weet niet hoe de rest van de raad over denkt. De voorzitter: Dank u wel. Nog andere sprekers? Mevrouw Oude Alink, GroenLinks. Mevrouw Oude Alink GL): Ja, dank, voorzitter. Ik sluit me graag aan met de collega's over de zorgen over de wachtlijst. Het loopt misschien niet verder op, maar terugdringen is natuurlijk wat we allemaal willen. We
vinden het inderdaad ook wel fijn dat het college, dat er bijeenkomsten georganiseerd worden. Waardoor we er met zijn allen over kunnen praten. Want ik denk dat we het ook breder moeten zien, dit probleem. Als wij meer inzicht hebben in de achterliggende oorzaken, dan kunnen we er ook misschien zelfs als raad iets aan doen. Als college en raad beter sturen. In het stuk van de GGD staat ook iets over stukgelden die naar de GGD gaan. En dat snappen wij. Want zij zijn de natuurlijke uitvoerder van een rijksgezondheidsprogramma. Maar er staat in de zienswijze dat wij graag willen dat er onderzocht wordt of we deze gelden kunnen gebruiken voor preventie huiselijk geweld en kindermishandeling. Ja, dat lijkt me een goed plan. Maar ik vraag me af hoe het college die link precies gaat leggen. En dat is eigenlijk de enige vraag die ik heb over de zienswijze. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Nog andere sprekers in eerste termijn? Zo niet, dan ga ik naar mevrouw Bentvelzen. Gaat uw gang. Wethouder mevrouw Bentvelzen: Ja, voorzitter, dank. En ik denk daarna nog naar mijn collega Mark Wit, voor de vragen rondom de GGD. Om antwoord te geven op de vraag van de heer Knigge van het CDA rondom de valpreventie voor ouderen. Ik heb dat toentertijd gemeld. Ik heb kortstondig de portefeuille Volksgezondheid de tijd in mijn portefeuille gehad, waar dit uit voortvloeide.
Ik heb dat ook de tijd gemeld bij de GGD. Maar dan praten we wel over de periode van 2022, in die vier-vijf maanden dat ik die portefeuille had. Tegelijkertijd, valpreventie wordt bij ons wel georganiseerd door Haaglanden beweegt, meen ik uit mijn hoofd, voor onze Rijswijkse inwoner. En dat wordt altijd druk bezocht en schijnt heel goed te werken. Ik hoop dat ik daarmee voldoende antwoord op uw vraag heb gegeven. Wachtlijsten. Nou ja, goed. Het is een breed gedragen iets in de Rijswijkse raad. Ik ben ook blij dat de raadsleden zijn opgestaan, waardoor er nu een werkgroep gevormd is. Dat we in die zin een verdiepingsslag met elkaar maken op Veilig Thuis en op de vreselijke situaties, huiselijk geweld in de breedste zin van het woord. Het gaat natuurlijk niet alleen altijd over kinderen en ook niet alleen over vrouwen, maar ook over mannen en ouderen. Dus het is goed dat we daar de schouders onder zetten met elkaar. En uiteraard ben ik van mening dat die wachtlijst, ja, die moet weggewerkt worden. Maar daar kom ik een beetje in een soort van repeat stand. Want wat ik net ook aangaf bij de jeugdzorg: we hebben gewoon last van het feit dat die arbeidsmarktkrapte, die gigantisch is, en het niet per se helpt dat er een registratiesysteem is bedacht, de SKJ, waardoor je bij een tuchtcommissie moet komen als je een misstap maakt.
En dat vergt ook bij de mensen die kiezen voor een baan. Nou, dat weegt in ieder geval mee in de afweging, is wat ik terugkrijg uit het veld. Tegelijkertijd hebben ze een behoorlijke inhaalslag gemaakt door een flexibele schil te creëren met elkaar. En daarin wel zaken te kunnen oppakken. En gelukkig is het ook zo, als er een code rood situatie is, dat we dat wel gelijk kunnen oppakken. Neemt niet weg -nogmaals, wil ik benadrukken- dat ik ook vind dat het belachelijk is dat we kinderen of andere mensen die in een huiselijk geweldsituatie verkeren, te lang moeten wachten op Veilig Thuis, of op hulp daarvan. Mevrouw Koegler die had het nog over de onderbezetting. En gaan we dan geld weghalen? Dat lijkt me geen goed idee. Nee, dat ben ik met u eens. Alleen, tegelijkertijd is daarvoor gekozen om delen van het feit dat we ook realistisch willen begroten. Ja. Misschien zit ik hier volgend jaar wel weer met een aanvraag voor geld. Maar zo gaat dat eigenlijk altijd, een beetje op en af. Betekent niet dat we geen mensen willen werven of wat dan ook. Maar betekent echt het realistische begroten van de huidige situatie. Voorzitter, dan is er nog een vraag gesteld termijnenkant op, volgens mij-die kwam van mevrouw Van Nunen. Dat er een zin veranderd zou moeten worden in woorden, of aangescherpt zou moeten worden in woorden.
Ja, wat mij betreft, ik ben altijd heel makkelijk, kan dat per mail. En als u een meerderheid heeft in de raad om dat wel te doen, dan regelen we dat en zorgen we dat dat op die manier in het stuk staat bij de avond dat we dat als raad besluiten. Moet dat anders, dan moet u helaas even wat werk verrichten om een amendement te maken. En die dan in meerderheid, met de raad, in te dienen. Dus het is aan uw raad, aangezien uw zienswijze is, of u met het tekstvoorstel van mevrouw Van Nunen mee wilt gaan. Dan wil ik die prima aanpassen op de achtergrond. En is
dat niet zo, dan moeten we -als we daar nu geen consensus over kunnen krijgen- dan moet daar toch een amendement voor komen tijdens de raadsvergadering waar deze zienswijze op de agenda staat. Voorzitter ... De voorzitter: Ja, dank u wel. Dan gaan we naar wethouder Wit. Gaat uw gang. Wethouder de heer Wit: Dank u wel, voorzitter. De vraag van heer Knigge werd net al enigszins antwoord op gegeven door mijn collega. Ik denk dat als je kijkt naar: ouderenzorg, doen we daar genoeg aan? In deze SPUKregeling die hier ook voorligt, is echt een groot, echt een heel groot deel van de gelden is beschikbaar voor valpreventie. Daarnaast is er ook een deel voor fysieke leefomgeving beschikbaar. Betekent ook dat we kijken naar bijvoorbeeld genoeg rustplekken voor ouderen langs wandelzones, et cetera. Dus het is wel degelijk echt wel een stevig onderdeel van deze SPUK. De vragen van mevrouw Jansen-Dirkx. Het advies van de kinderrechtenambassadeurs heb ik nog niet ontvangen. Dus zo gauw ik dat … Ja, ik heb de kinderrechtenambassadeurs heel hoog zitten, dus als ik het binnen heb, ga ik het met interesse lezen. En het zeker in mijn gesprekken meenemen naar de GGD. Absoluut. Dan heb ik nog een vraag van GroenLinks over de SPUK -gelden, om de link huiselijk geweld en kindermishandeling. Onderdeel van de SPUK-gelden is ook de kansrijke start.
En bij een kansrijke start hoort ook een veilige leefomgeving voor kinderen. Dus hoe het exact ook in de zienswijze staat, hoe we dat we echt moeten gaan verbinden, weten nog niet exact. Maar dat is wel in ieder geval een van de insteken die we zouden kunnen volgen. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik naar de raad voor de tweede termijn. En ik zie als eerste de melding van mevrouw Van Nunen. Gaat uw gang. Mevrouw Van Nunen (PvdA): Ja, voorzitter, ik deed een voorstel. Maar ik vind de formulering zoals hij er nu staat op zich voldoende. En de werkdruk voor de komende week is zo groot, ik laat het hierbij. Dus ik ga akkoord met de formulering zoals die er nu staat. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Nunen. Mevrouw Jansen zie ik nog voor de tweede termijn. Gaat uw gang. Mevrouw Jansen-Dirkx (WIJ.): Ja. Ik wil nog heel even reageren op de heer Wit. Ik begrijp ook dat er meerdere mensen zijn die het voorstel niet helemaal goed door hebben gekregen. Dus via deze weg zou ik de griffie willen verzoeken om te zorgen dat ook het college op de hoogte is. En even te checken of alle raadsleden ook het hebben gekregen. Want we hebben een keiharde toezegging gedaan in het vragenuur, kindervragenuur, om het advies serieus te nemen. Dus ik denk dat het goed is dat we er ook allemaal kennis van nemen dan. En kúnnen nemen. En dank voor uw toezegging om het mee te nemen.
De voorzitter: Mevrouw Woudstra. Mevrouw Woudstra (D66): Ja, heel klein puntje van orde dan. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Woudstra (D66): We zouden het inderdaad per omgaande krijgen. Omdat het eigenlijk nu al bij de fora mee hadden willen nemen. Maar wij hebben het niet kunnen vinden op IBabs. En nu hoor ik dat ook de wethouder het niets heeft. Dus misschien kijken wij verkeerd. Maar we hádden het heel graag meegenomen. Dus, dat alvast naar de kinderrechtenambassadeurs.
De voorzitter: Het is blijkbaar per mail gestuurd. Ja. Maar er komen meerdere mails in uw boxen terecht, dus alle begrip. Zijn er nog verdere meldingen in tweede termijn? Zo niet, dan durf ik wel te concluderen dat deze zienswijze als akkoordstuk naar de raad van 27 juni kan. Met dank voor uw inbreng. 7.
Zienswijze begroting 2024 MRDH De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 7, de zienswijze begroting 2024 van de MRDH. En wie mag ik daarover als eerste het woord geven? De heer Stuijfzand van de Partij van de Arbeid. Gaat uw gang. De heer Stuijfzand (PvdA): Dank u, voorzitter. We hebben met interesse kennisgenomen van de zienswijze van de MRDH. Voorzitter, hier wil de fractie van de PvdA inzicht krijgen in de verschillende reacties vanuit de samenwerkende gemeenteraden en de terugkoppeling op deze reactie vanuit het bestuur van de gemeentelijke regelingen. Daarnaast ontbreekt de alinea in vrijwel alle voorliggende zienswijzen van vanavond. Alleen de GGD Haaglanden heeft deze opgenomen, alinea, volgens afspraak van vorig jaar. Ik weet niet of ik de hele alinea moet voorlezen. Betreft: de gemeenschappelijke regelingen lopen financiële risico’s. Ik weet niet of het u wat zegt, voorzitter? De voorzitter: Niet 1-2-3. Dus als u dat voor wilt lezen, is dat prima. De heer Stuijfzand (PvdA): De GR-en lopen financiële risico's die verband houden met de huidige internationale situatie. Hier zijn met name twee zaken van belang. Namelijk de sterk gestegen energieprijzen sinds vorig jaar augustus. En de hogere kosten voor de investering, als gevolg van de gestegen grondstofprijzen. Deze stijgingen zijn hoger dan de gebruikte indexatie.
Wij willen graag dat de extra financiële risico's en resultaten goed gemonitord worden. En dat u eerst terugkomt bij de gemeente als er keuzes gemaakt moeten worden en/of extra bijdrages aan de gemeente gevraagd moeten worden.“ Daarnaast maken wij ons zorgen om het feit dat de externe inhuur en apparaatskosten, best wel goed gestegen zijn. En de vraag aan de wethouder is: welke maatregelen heeft de MRDH ondernomen om deze verhoogde indicatoren toekomstig weer naar een vergelijkbaar niveau te krijgen, conform de voorgaande jaren? Of zullen we moeten wennen aan zulke verhogingen? Voorzitter, dit was onze bijdrage voor het eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Stuijfzand. Andere sprekers in eerste termijn? De heer Braam. Beter voor Rijswijk. Gaat uw gang. De heer Braam (BvR): Voorzitter, ik kom er ieder jaar altijd toch weer even op terug. Feitelijk wordt het niet echt opgenomen in de beschouwingen. Het zijn feiten zoals die nu niet op papier worden gezet. Maar ik vind het toch belangrijk om het altijd weer even genoemd te hebben. Feitelijk wordt hier over het openbaar voer gesproken. Over het feit: het zoveel als mogelijk handhaven van het bestaand openbaar voer. Maar wat elke keer vergeten wordt, is dat er nog een stap ervoor is geweest, waar nu helemaal niet meer op in wordt gegaan. En dat gaat om het afnemen van de frequentie op de bestaande lijnen.
En dat is best jammer dat het nu weer niet in de stukken staat. Ik ga er geen punt van maken, maar ik vind het wel belangrijk om het hier even genoemd te hebben. Dat het niet alleen het behoud is van bestaand vervoer zoals het er is. En dus de haltes die we inmiddels kwijt zijn geraakt en hopen weer terug te krijgen. Maar dat ook nog een andere stap gemaakt moet worden: het verhogen van de frequentie. Dank u wel. De voorzitter: Andere sprekers? Ja. Gaat uw gang. Mijnheer Van ’t Eind, GroenLinks.
De heer Van ’t Eind (GL): Ja, dank u wel voorzitter. Wij denken dat het een prima zienswijze is. Nog even in reactie op de heer Braam. Volgens mij, voorzitter, wordt er in deze zienswijze wel degelijk gewoon gewezen op het feit dat we verwachten van de MRDH dat ze terugkomen. En dat ze hun best doen om te terug te komen op pre-coronaniveau. Dat staat volgens mij uitgebreid in de zienswijzen. Ik was even aan het zoeken naar wat de heer Braam nu eigenlijk bedoeld. Als ik een vraag ook aan de heer Braam mag stellen? De voorzitter: Dat mag van mij. De heer Braam in antwoord. Gaat uw gang? De heer Braam (BvR): Nou, het staat nergens. Er wordt alleen maar gesproken over het feitelijk bestaand openbaar vervoer en het wegvallen van de haltes. De frequentie als zodanig wordt op geen enkele wijze, op geen enkele wijze gesproken in de stukken, dan wel in de in de zienswijze. Dat is waar ik het verder over heb. Of u moet iets gevonden hebben wat ik niet heb gezien. Maar ik kan alleen maar, als we dus teruggaan naar voor corona, dus kijken naar van: nou, wat is er gebeurd? We hebben zoveel als mogelijk de lijnen gehandhaafd die er zijn. Behalve dat er een aantal haltes eruit zijn gehaald. En that’s it. Verder, veel verder voor de corona was al sprake van forse verhoging van de kosten. En dus het fors terugbrengen van het aantal ritten per uur.
Het verlagen van de frequentie, zoals dat zo mooi heet. Die frequentie moet omhoog als je ook weer publiek wil trekken voor het OV. De voorzitter: Dank u wel. Tot slot mijnheer Van ‘t Eind, nog daarop reageren? Of is dit voldoende voor u? Nou, dit is wel voldoende voor mij. Ik deel overigens met de heer Braam het belang om openbaar vervoer aantrekkelijk te maken. Dus u heeft mij helemaal aan uw zijde. De voorzitter: Duidelijk. Dank. Nog andere sprekers in eerste termijn? Zo niet, dan gaan wij naar het college. Wethouder Van de Laar, gaat uw gang. Wethouder de heer Van de Laar: Voorzitter, u wel. Het waren eigenlijk alleen vragen over mobiliteit, geloof ik. Of twee vragen die ik genoteerd heb. Dus ik voer daar het woord inderdaad. De verhogingen, onder andere van de internationale ontwikkelingen, zoals de heer Stuijfzand dat schetst, die we in een alinea ooit hebben opgeschreven. En de vraag was concreet: wat heeft de MRDH daar nou aan gedaan? Het zijn twee aspecten. Het gaat om voorliggende begroting van het eigen apparaat. En daar ik weet niet of ze de ledlampen al hebben vervangen, maar dat is niet zozeer de grote impact, zal ik maar zeggen, op de Westersingel nummer 12 in Rotterdam. De eigen bedrijfsvoering daar, dat neem ik even voor lief aan. De grote klapper en gevolgen van die gestegen energieprijzen zit natuurlijk bij de vervoersbedrijven. EBS en HTM en de RET.
En die hebben enorme verschillen, ook onderling, over wat voor gevolgen zij ondervinden van die gestegen energiekosten. Bijvoorbeeld, HTM heeft op een andere manier de energie ingekocht dan de RET. Waar je ook een verschil ziet in wat dat dan betekent voor de begroting. En dat staat nog steeds overeind, dat probleem, om het zo te zeggen. Dus het zijn vooral de vervoersbedrijven die als eerste daarop moeten acteren. En dus de MRDH, is concessieverlener voor deze bedrijven. Dus we zeggen: we willen graag openbaar vervoer. Wie wil dat doen? Nou, de RET wil dat doen. En die schrijven dan een offerte. En wij geven dat dan in een concessie aan de RET, HTM of de EBS-busbedrijven. Dus zij moeten een plan trekken hoe ze dat doen. Maar het is wel een feit dat de overheid die vervoersbedrijven de energiekosten niet hebben gecompenseerd. Dat gaan ze ook niet doen. Dus dat is een probleem wat we moeten gaan adresseren. Dat zal zeer op korte termijn ook wel, zult u meer van horen, denk ik. Dan over de frequentie. Ik ben het eigenlijk helemaal eens met de heer Braam, dat die frequentie ook omhoog moet. Ook in coronatijd is er niet alleen aan de knop van haltes gedraaid, maar ook aan de knop van de frequentie.
En vanochtend in het presidium van de bestuurscommissie hebben we een voorstel besproken waarop een aantal plekken in dat hele systeem in de Metropoolregio, op een aantal plekken de frequentie weer omhoog gaat, naar het niveau pre corona. Daar zat niet iets in hier in Rijswijk. En
zoals u weet, is het ook zo: de haltes die zijn opgeheven, die zijn nog, zoals afgesproken, voor tot en met 2024. Ook blijven die opgeheven. Maar er wordt dus ook gekeken naar die frequentie. Maar wat mij betreft kan het zeker geen kwaad om daar iets over te zeggen. Ik zou daar meer over kunnen vertellen, maar daar laat ik het bij. Want u maakt een hele terechte opmerking: als je meer frequentie doet, wordt het openbaar vervoer beter. Gaan meer mensen met de met het openbaar vervoer. Maar dat kan héél erg verschillen, per lijn en per gebied. Maar ik ben er wel van overtuigd dat de mensen die zich daarmee bezighouden, dat heel goed voor ogen hebben. Want uiteindelijk: meer reizigers is ook meer inkomsten. En daar gaat het uiteindelijk om, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik naar de raad. Is er behoefte aan de tweede termijn? De heer Sleddering, VVD. De heer Sleddering (VVD): Ja, dank. Ik had geen eerste termijn, maar ik werd getriggerd door de woorden van de wethouder. Die zei van: ja, we moeten natuurlijk meer reizigers, dan krijg je meer inkomsten. Je moet ook op de kosten letten bij de bedrijven. Want het is wel makkelijk om steeds maar die hand op te houden, maar je moet ook zelf erg goed voor zorgen.
En een van de dingen die wij toen bij een bezoek aan de HTM hebben ervaren, is dat er op prachtige rood-grijze trams geen reclame gevoerd mag worden, vanwege het logo van de desbetreffende lijnvoering. Nou, in tijden van geldkrapte lijkt me zo'n verbod niet handig. Mij lijken de inkomsten belangrijker dan het leuke uiterlijk van de tram. Wethouder de heer Van de Laar: En dat zou geregeld worden, zei de directeur van de HTM toen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Sleddering. Nog andere sprekers in tweede termijn? Zo niet, dan wil ik toch vragen heel kort aan de wethouder te reageren op de opmerking van de heer Sleddering.. Hoewel ik enige twijfel heb, aangezien het hier om de zienswijze op de begroting gaat. Maar gaat uw gang, mijnheer Van de Laar. Wethouder de heer Van de Laar: U zou het kunnen opnemen in de zienswijze dat van al die mogelijkheden gebruik wordt gemaakt. En op die manier ook het ondernemerschap van de vervoersbedrijven op die manier vorm geeft. Er is een voorstel geweest in de bestuurscommissie over beplakken van de trams. Maar dat weet ik niet uit mijn hoofd wat daar is uitgekomen. Want het was nog veel ingewikkelder dan dat we 1-2-3 denken. Maar ik ga het voor u na en ik kom daar schriftelijk dan op terug. De voorzitter: Dan wil ik eigenlijk agendapunt 7 met uw goed vinden afronden.
Met de zienswijze als akkoordstuk door te geleiden naar de raad van de zevenentwintigste. De kritische opmerkingen over het aantal ritten die zijn genoteerd en gehoord, denk ik, door de MRDH. En er is nog een toezegging om de vraag van de heer Sleddering binnen een week schriftelijk te beantwoorden, over de reclame op het ene type trams. Is dat correct? Yes! 8.
Zienswijze begroting 2024 Omgevingsdienst Haaglanden De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 8, de Zienswijze begroting 2024 van de Omgevingsdienst Haaglanden. Mevr. Woudstra (D66).
Mevrouw Woudstra (D66): Voor de Omgevingsdiensten hadden wij een paar vragen. De ODH geeft aan dat er de komende jaren nog stappen te zetten zijn op het inhoudelijk uitwerken van de opdrachten aan de Omgevingsdienst. En dat de raad nog informatie nodig heeft. Daarmee gaat deze zienswijze, verwijst hij alvast vooruit in de tijd. In wording klinkt het nu alsof de gemeente vragen heeft. Een kleine tekstsuggestie. Ik denk dat wij als raad in deze zienswijze aan het woord zijn. Dus zou de griffie er aandacht voor kunnen hebben dat in de brief duidelijk komt te staan, aangezien het onze brief is, dat het de gemeenteraad is die dit vraagt. Want er wordt nu steeds naar enkel de gemeente Rijswijk verwezen. En helemaal niet naar de positie van de raad. En waar wij nog, er wordt ook vooruit verwezen naar toekomstige informatie die we dus nog moeten krijgen. Daar maken wij ons zorgen over het invullen van de VTH-taak. Want er wordt in deze zienswijze niet op de inhoud van die VTH-taak ingegaan. Wij denken dat het belangrijk is dat de gemeenschappelijke regeling goed wordt aangestuurd, en haar taak ook in onze gemeente goed uit kan voeren. Nu snappen we, dat hoeft dan niet via deze zienswijzen. Maar we zijn wel benieuwd naar de informatie die dan in het najaar nog moet komen. En hoe we die als raad dan ook krijgen en erop kunnen reageren.
Zou de wethouder daarop in kunnen gaan? En graag zouden wij zien dat het in het najaar anders een informatiesessie met de ODH organiseren, over vergunning en toezicht. Waarin we in elk geval graag willen praten over handhaving met betrekking tot water en milieu, een voldoende financiering voor de nieuwe handhavingstaken van de ODH en de achtergrond van het ziekteverzuim. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Woudstra. Wie van het college mag ik hierover het woord geven? De heer Wit, gaat uw gang. Wethouder de heer Wit: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja. Dit zijn niet direct vragen die ik helemaal verwacht had. Maar dat is op zich prima. Ik denk alleen dat ik hier niet echt een heel goed antwoord op kan geven. Want u vraagt me eigenlijk: hoe gaan wij de informatievoorziening vanuit de ODH in de komende periode naar de raad voor elkaar krijgen? U doet een suggestie voor een raadsbijeenkomst. Dat zou een optie kunnen zijn. Ik denk ook dat het aan de raad is om te vragen, om in overleg te gaan hoe we dat zouden kunnen vormgeven. Dat zou een beeldvormende sessie kunnen zijn. Ik ben bereid om daar met u naar te kijken. En dan kunnen we de ODH vragen om dat op een goede manier in te vullen. Ik denk dat dat het verstandigste is, op die manier... De voorzitter: Mevrouw Woudstra, uw reactie in tweede termijn. Mevrouw Woudstra (D66): Ja, met dank.
Wij hebben inderdaad weinig andere mogelijkheid dan via deze manier aanvragen van de gemeenschappelijke regelingen. Dus dat was inderdaad mijn intentie. En dat als de wethouder het met de griffie op wil pakken. Inderdaad, het is aan onze raad om daar om te informeren. Maar we zijn natuurlijk ook bestuurder in de gemeenschappelijke regeling. Dus dat is zeker niet alleen aan onze raad, als ze daar opmerkingen over hebben, om dat ook in het bestuur van de gemeenschappelijke regeling te brengen. Vraagteken aan de wethouder. De voorzitter: Tweede termijn, de heer Wit. Wethouder de heer Wit: Nee, daar heeft u natuurlijk helemaal gelijk in. Ik zit inderdaad in het algemeen bestuur. En wij hebben het inderdaad ook heel duidelijk over de komende, de dingen die komen gaan. Vooral de stikstofproblematiek en de Omgevingswet die eraan komen. Daar zullen we ook de raad in gaan meenemen. Daar hebben we het ook regelmatig ook gehad hoe we dat op een goede manier gaan doen. Dus in die zin geef ik u zeker gelijk.
De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Woudstra, ik kijk even naar u. Want u had het over twee dingen in mijn herinnering. Een bijeenkomst, daar is de wethouder positief over. Dat initiatief zal de raad samen nemen met griffie en andere geledingen in dit gebouw, om dat voor elkaar te gaan boksen. Die staat. Maar u had het ook nog over de gekozen woorden in de huidige zienswijze, kan ik me herinneren. Die is geschreven door de ambtelijke collega's. Niet door de griffie. Dus we kunnen het of deze zienswijze doorgeleiden in de huidige vorm naar de raad. Als het anders moet, dan zal het toch óf met een amendement moeten, óf u moet het zodanig verduidelijken dat we hier consensus vinden over welke woorden we dan moeten aanpassen. Mevrouw Woudstra. Mevrouw Woudstra (D66): We hebben eerder bij zienswijzen woorden wel eens ter plekke gewijzigd, zonder dat dat via amendementen moet gebeuren. Er staat nu regelmatig ‘gemeente Rijswijk’. En in de hele brief wordt niet gesproken van de ‘gemeenteraad Rijswijk’. Dus of op zijn minst in het begin kan worden aangeduid dat het de zienswijze van de gemeenteraad is. Niet alleen in de ondertekening, maar ook in de aanhef. De voorzitter: Met deze verduidelijking, denk ik. Ik zie nog een reactie van de heer Wit. Gaat uw gang. Wethouder de heer Wit: Ja, ik denk dat het goed is. Dat we dat prima kunnen toevoegen.
Als de raad daar verder geen bezwaar tegen heeft. Want uiteindelijk moet het natuurlijk wel gedragen worden. Maar dat we het woord ’gemeenteraad’ toevoegen, dan wil ik daar wel mij voor inzetten. De voorzitter: Dank voor de toelichting, mevrouw Woudstra. En de toezegging van de heer Wit. En daarmee kunnen we het wel als akkoordstuk, met deze wijziging, ik zie daar geen meldingen van u verder, kunnen we dit doorgeleiden als akkoordstuk naar de raad van 27 juni. Met dank. 9.
Raadsvoorstel Jaarstukken 2022, ontwerp begrotingswijziging 2023, ontwerpbegroting 2024 Avalex (RV 23055) De voorzitter: Agendapunt 9, het raadsvoorstel Jaarstukken 2022, de ontwerp begrotingswijziging 2023 en de ontwerpbegroting 2024 van Avalex. Wie mag ik daarover het woord geven? De heer Van der Veer, Partij van de Arbeid. De heer Van der Veer (PvdA): Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, dank aan Avalex voor de aangeleverde stukken. En aan de ambtelijke organisatie voor deze conceptzienswijze. Voorzitter, ook wil de fractie van de Partij van de Arbeid inzicht krijgen in de verschillende reacties vanuit de samenwerkende gemeenteraden en de terugkoppeling op deze reactie vanuit het bestuur van de gemeenschappelijke regeling. Onze vraag is dus: welke Zienswijze zijn er ingediend? Hoe worden deze beoordeeld? En hoe krijgen wij inzicht in de terugkoppeling hiervan? Want zes gemeentes, gemeenschappelijke regelingen, die hebben allemaal een eigen zienswijze. En die worden beoordeeld. Voorzitter, ook hier missen wij in de zienswijze de o zo belangrijke alinea van 24 mei 2022, opgesteld toen door de gemeenteraad van Pijnacker-Nootdorp, die wij standaard zouden opnemen bij de toekomstige zienswijzen. En ik hoef hem denk ik niet te citeren, dat heeft mijn collega hier eerder gedaan bij de MRDH. Voorzitter, we gaan nu extra bijdragen in verband met het onvoorziene financieel tekort.
We gaan hier afwijken van bestaand beleid, daar het niet uit ons weerstandsvermogen kan worden gehaald. Het weerstandsvermogen blijkt dus best wel kwetsbaar te zijn. Gezien het voorstel waarvoor gekozen wordt. Opbrengsten niet uitkeren en een restant van het tekort via de gebruikelijke verdeelsleutel bijplussen, wat voor de gemeente Rijswijk een kleine 350.000 euro betekent. Voorzitter, wij vragen ons dus af: hoe gaan wij ervoor zorgen dat ons weerstandsvermogen niet zo kwetsbaar is? Er worden hiervoor maatregelen en suggesties gedaan om de kwetsbaarheid te verbeteren. Dat is heel mooi, dat dat wordt
gedaan. Maar het roept ook de volgende vragen op. De mogelijke suggesties, welke worden gedaan, zijn keuzes die we kunnen en moeten maken bij het vaststellen van ons nieuwe afvalbeleid voor de komende jaren. En als ik het goed heb gezien, gaan we daar pas in het derde kwartaal 2023 over spreken. Wat heeft dat voor gevolgen voor ons nieuwe afvalbeleid? En hoe kunnen wij met zijn allen dat onze doelstellingen verbeterd worden en behaald? En de kwaliteit en de service voor onze bewoners niet achteruitgaat. Hoe kunnen we nou deze zienswijze beoordelen, terwijl wij straks nog gaan werken aan een nieuw afvalbeleidsplan? Dat is het even voor eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel. Wie mag ik nog meer het woord geven? De heer Zoghbi, Wij. Rijswijk. De heer Zoghbi (WIJ.) : Dank u wel, voorzitter. In de meeste punten van de zienswijze die zijn gepresenteerd, kunnen wij ons vinden. We moeten wel constateren dat het debat, dat vorig jaar tijdens coalitievorming in het Forum werd aangekondigd, achtergebleven is dit jaar. Vorig jaar was ik zelf twee maanden actief als raadslid. Maar nu een jaar later vallen mij enkele zaken op. Tijdens de discussies van vorig jaar spraken we over de noodzaak van betere communicatie. Ook de heer Wit, destijds raadslid, wilde graag weten hoe we ons zouden inzetten voor achterblijvende afvalstromen, zoals gft.
Nu een jaar later zien we dat er in alle afvalstromen minder is ingezameld. Kunnen we nu concluderen dat we met zijn allen minder afval produceren? Of moeten we nu juist concluderen dat de voorscheidingsmethode niet werkt? Ik hoor graag hoe de wethouder hier naar kijkt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Nog andere sprekers? De heer Braam, Beter voor Rijswijk. De heer Braam (BvR): Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik toch even kwijt dat ik me grote zorgen maak, met name als het gaat om het aantal plekken wat er straks aanwezig is, om afval weg te brengen. En ja, uitgerekend de locatie van Rijswijk, daar wordt straks een overkill op gepleegd. Van waar je zeer waarschijnlijk gaat merken, wat er ook in de coronatijd bij tijd en wijle gebeurde: lange rijen. Lange rijen van mensen die hun spullen daar kwijt willen. En dat is best wel een stoorzender. Dat hoeft wat ons betreft niet in die zienswijze te worden gezet. Maar het staat eigenlijk min of meer met een klein zinnetje tussendoor al geschreven, dat eigenlijk Rijswijk wel tevreden is met die kostenbesparing. Nou, ik zie dat eerder als gewoon een extra probleem wat eropaf komt, als het gaat om de service. Dat is een. Twee, wat we vanuit BVR ook erg belangrijk vinden, is dat er op geen enkele wijze wordt ingezoomd op de nascheiding. Waar we als Rijswijks college op in willen zetten.
En dat had ik eigenlijk wel verwacht in de zienswijze terug te vinden. Voorzitter, daar wil ik het graag even bij laten. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Braam. Nog andere sprekers? Ja, helemaal achterin. D66, gaat uw gang. De heer Veerman (D66): Dank u wel, voorzitter. Wij sluiten ons aan bij de woorden van Erik van der Veer, van de PvdA. Ook wij uiten onze zorg over het feit dat het weerstandsvermogen, die in het leven is geroepen om bepaalde kostenstijgingen op te vangen, helaas er nu voorkeur is om die niet te verlagen. Wij vragen ons af wat hiervan de consequenties zijn, en of er andere oplossingen zijn. En of de wethouder ons meer duidelijkheid kan geven over deze keuze. Hartelijk dank, voorzitter. De voorzitter: Dank u vriendelijk. Als er dan verder geen sprekers meer zijn, dan kijk ik naar het college voor eerste termijn. Wethouder Van Damme, gaat uw gang. Wethouder de heer Van Damme: Ja, dank u wel, voorzitter. Ook dank voor de vraag over deze zienswijze. Ik denk dat het goed is om even aan te geven dat mijn collega Witt van het afvalbeleid is en ik de eigenaarsrol
vervult. Dus in die hoedanigheid ook zit in het dagelijks bestuur van Avalex. Wij zijn tot die keuze gekomen op advies van de accountant. Om het weerstandsvermogen op te vangen door eigenlijk met de pet rond te gaan bij de gemeente. Had ook gekund om in te teren op het eigen vermogen. Want die weerstand was erop zich wel; antwoord op de vragen van de PvdA. Maar dan zou het eigen vermogen dusdanig zakken, dat het oordeel van account was en het dagelijks bestuur, dat het toch noodzakelijk was om dat nu aan te vullen. Gelet ook op de toekomstige ontwikkelingen. Wat dan eigenlijk ook aangemaakt op het verzoek om de passage terug te brengen in de zienswijze, zoals de PvdA dat ook al deed bij de MRDH. Eigenlijk, ik weet niet van die afspraak dat het er elk jaar in hoort terug te komen. Maar ja, dat er strak wordt gemonitord op de geopolitieke omstandigheden, dat is evident natuurlijk. En dat we ook niet kunnen ontkomen aan die kostenstijgingen, ook die van het personeel. Wat zeker bij Avalex aan de aan de orde is. Omdat daar veel stijgingen van lonen zijn geweest, omdat daar heel veel mensen profiteren van de cao-stijgingen. Daar zitten we natuurlijk wel continu aan het afwegen van wat voor maatregelen je daar zou kunnen nemen. En het bestuur heeft het daarover gehad, over het sluiten dus. U doelt daarop, dat er een efficiencymaatregel is getroffen in een andere gemeente.
Die gemeente, die milieustraat daar, ik vind het wat lastig om daarover te spreken. Die milieustraat had al beperkte openingstijden en beperkte capaciteit. En bij dit afvalbrengstation in -ja, de grens van Rijswijk en Den Haag- is daar nog prima capaciteit voor om dat op te vangen. En de lange rijen die we bij corona zagen, die zijn nu niet meer aan de orde. En ik verwacht ook niet dat hij na de efficiencymaatregel in een andere deelnemende gemeente van Avalex, en in dit geval bij de corona, zal leiden tot enorme rijen. Dan het afvalbeleid, de heer Zoghbi, over de afvalstromen. Ja, er is toch echt wel een sessie geweest in april, over het afvalbeleid. Waar mijn collega de heer Wit natuurlijk over gaat. Dus voor deze zienswijze zie ik ook niet helemaal in hoe je daar nu het beste het zou kunnen verwoorden, richting Avalex. Hetzelfde geldt eigenlijk voor de afspraken over het nascheiding. Kijk, Avalex biedt als bedrijf aan nascheiding. Dat is ook wat ze gewoon aanbieden. En hoe dat in het beleid verder wordt vormgegeven, dat laat ik natuurlijk aan mijn collega de heer Wit. Ik hoop dat ik hiermee wat voldoende aanleiding heb gegeven om de vragen te beantwoorden, eigenlijk. Ja. De voorzitter: Dank u wel. Dan wethouder Wit nog in aanvulling? Wethouder de heer Wit: Ja, heel kort inderdaad. Want gaat een beetje bezijden de zienswijze, de vraag van de heer Zoghbi, inderdaad.
Er is inderdaad een uitgebreide sessie geweest over hoe het afvalbeleid ervoor staat en wat voor effecten het gehad heeft. En hoe we dat verder in de toekomst ook gaan zien. We hebben een vooruitkijkje daarin genomen. Als u daar inhoudelijk op die wijze nog op in wil gaan, dan wil ik u toch echt aanraden omdat via een andere weg te doen. Wellicht ambtelijke bijstand vragen, om te kijken of dat duidelijk gemaakt kan worden. Want het gaat wel wat verder dan deze zienswijze. En als ik, de heer Braam had het over de nascheiding. Het is natuurlijk wel realiteit dat wij in zeventig procent van de Rijswijkse huishoudens momenteel nascheiding hebben ingevoerd. Namelijk voor alle hoogbouw. Dus het is echt wel een flink deel. We zien daar ook positieve resultaten. Dus we zijn er ook wat dat betreft wel blij mee. Het is echt wel iets wat we op een grote schaal aan het invoeren zijn. We zijn natuurlijk wel aan het kijken hoe we ook praktisch naar de rest van Rijswijk kunnen kijken. Om niet te zorgen dat we straks nog weer een veel hogere afvalstoffenheffing gaan krijgen, doordat we de behaalde resultaten uit het verleden weer teniet doen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie nog een aanvulling van wethouder Van Damme. Gaat u gang. Wethouder de heer Van Damme: Dat de heer Zoghbi ook vroeg naar de communicatie. De communicatie, ik denk ook vanuit Avalex.
Nou, er is een hele goeie app beschikbaar. En vanuit de eigenaarsrol doen wij ook
regelmatig klanttevredenheidsonderzoeken. Die is erg hoog. De service die verleend wordt door Avalex wordt enorm hoog gewaardeerd. Dit nog even ter aanvulling, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik voor de tweede termijn naar de raad. En dan ga ik als eerste naar de heer Van der Veer, Partij van de Arbeid. De heer Van der Veer (PvdA): Dank u wel, voorzitter. Ik heb aan het begin een algemene vraag gesteld. Wat eigenlijk geldt bij elke zienswijze wat kunnen. Hoe krijgen we inzicht van alle zienswijzen van de deelnemende gemeentes? Hoe worden die beoordeeld? En hoe gaan we daarmee aan de slag? Dus hoe krijgen wij dat teruggekoppeld, als raad, hoe de andere raden in de gemeenschappelijke regelingen hun zienswijze, hoe die worden beoordeeld en afgehandeld door het dagelijks bestuur? We hebben daar volgens mij nog geen antwoord op gehad. En dan, er wordt gesproken over eventuele keuzes vanwege het weerstandsvermogen. Volgens mij heb ik daar ook vragen over gesteld. Er worden een aantal suggesties gedaan voor, ik citeer, onder andere een milieustraat dichtdoen, omdat bijvoorbeeld Rijswijk veel beter en langer bereikbaar is en open is. Maar hoe kunnen wij deze dingen nou in deze zienswijze beoordelen? Terwijl wij volgens mij volgens de productielijst in kwartaal drie nog over afvalbeleid gaan praten? De voorzitter: Dank u wel. De heer Zogbhi.
Tweede termijn, gaat uw gang De heer Zoghbi (WIJ.): Yes. Dank u wel, voorzitter. En bedankt voor het beantwoorden van de vragen. Ik zal daar waar nodig ambtelijke ondersteuning vragen. Maar ik wil toch nog even meegeven: in de stukken staat de prognose voor 2023 voor het nascheiden. Daar is de hoeveelheid vele malen hoger dan de realisatie in 2022. Ik vraag me echt af of we dat gaan halen. En als we dan terugkomen op de communicatie. Ja, daar is een sessie geweest. Maar ik bedoel dan meer op de communicatie richting de inwoner. Want weet elke inwoner inmiddels dat de gft-container ook voor etensresten is? Zodat we de restafval omlaag halen. Ik denk het niet. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Nog andere meldingen voor de tweede termijn? Nee. Ik zie twee handen naar de knoppen gaan. De heer Van Damme als eerste. Gaat uw gang. Wethouder de heer Van Damme: Ja, dank u wel, voorzitter. Terechte vraag van de heer Van der Veer. Hoe krijgt u als raad nu inzicht in de zienswijzen van de andere gemeenten? En hoe gaat het dagelijks bestuur daarmee om? Dat zijn natuurlijk in principe openbare zienswijzen. Die worden wel naar Avalex gestuurd. En ja, Avalex reageert dan ook weer richting de deelnemende gemeenten over die zienswijzen. Ik kan mij voorstellen dat het wellicht als service handig is dat we dat gebundeld naar u sturen.
Of, ik zal dat ook eens in het bestuur bespreken hoe we daar nu in zijn geheel in de gezamenlijkheid mee omgaan. Want ik kan me voorstellen dat die behoefte ook bestaat bij de andere gemeenten. Dan over het weerstandsvermogen. Ja. Hoe beoordelen we bijvoorbeeld de haalbaarheid als het bestaande beleid nog niet bekend is? Ja, dat is denk ik voor deze zienswijze niet heel relevant. Want het bedrijf Avalex is zo ingericht dat hij flexibel kan inspelen op de wensen en behoeften van de individuele gemeenten. Daar zijn afspraken over gemaakt in de gemeenschappelijke regeling. Dus die productportfolio die is bekend. Bij uitbreiding van de productportfolio hebben we natuurlijk een ander gesprek met elkaar te voeren in de gemeenschappelijke regeling. Dus de zienswijze moet u eigenlijk op die manier beoordelen, dat het gekozen beleid - tenzij Avalex de gevraagde dienstverlening vanuit de raad niet kan verlenen - niet van invloed is op deze zienswijze. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Wit.
Wethouder de heer Wit: Kort nog even op de vraag van de heer Zoghbi, over de communicatie. U geeft aan: is alles wel goed bekend? Geeft de GTFE, zoals het tegenwoordig is … Voor zover ik weet, wordt het redelijk goed verspreid. We hebben uitgebreide campagne eromheen gehad. We blijven die campagnes ook voeren, want het onderdeel van onze strategie om naar minder restafval te komen is echt heel uitgebreid het communiceren met onze inwoners. We betrekken daarin ook heel duidelijk de corporaties. Er zullen ongetwijfeld mensen zijn die het niet weten en die het misschien over tien jaar nog niet weten. Kan ik ook niet voorkomen, maar we doen echt ons uiterste best om dat wel. Het is namelijk ook gewoon heel direct voor ons belangrijk, want als wij het restafval, het gewicht naar beneden kunnen brengen, dan gaan ook de kosten van de verbranding en de CO2-taks naar beneden. Dus we hebben daar echt ook gewoon belang bij. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik eigenlijk met u constateren dat er een toezegging is van wethouder Van Damme om samen met anderen te gaan kijken hoe de resultaten van onze zienswijze ook in andere gemeenten, de resultaten van de zienswijze naar ons terug kunnen komen. Of dat in een bundel is of op een andere wijze.
Naar aanleiding van de vragen van de Partij van de Arbeid, ik zou willen voorstellen, als ik dat een beetje goed geformuleerd heb, dat dat 15 september, over drie maanden schriftelijk naar ons toe komt. Ik kijk even naar een non-verbale reactie van de wethouder. Ja. Dan spreken we dat zo af. Is dat voor u ook voldoende, mijnheer Van der Veer van de Partij van de Arbeid? De heer Van der Veer (PvdA): Ja hoor. Dank u wel voorzitter en wethouder voor de toezegging. De voorzitter: Dat is genoteerd. En dan concludeer ik ook dat deze zienswijze als akkoordstuk kan naar de raad van 27 juni. 10. Zienswijze Veiligheidsregio begroting 2024-2027 De voorzitter: En gaan wij vervolgens naar agendapunt tien, de zienswijze van de Veiligheidsregio begroting 2024-2027. Wie mag ik daarover het woord geven? De heer Sleddering, VVD. De heer Sleddering (VVD): Ja, dank voorzitter. Eigenlijk meer een procedurele vraag in de zin van, we vragen nu al een aantal jaren dat we eigenlijk naar een eerlijke verdeling van de kosten willen. En iedere keer halen we plichtmatig dat zinnetje, maar er wordt nooit naar ons geluisterd.