Collegebeantwoordingvragen BvR
Tekst van het document
Forum Samenleving 2 december 2025 Vragen Beter voor Rijswijk met betrekking tot Raadsvoorstel Verordening Jeugdhulp 2026 (RV 25 101) 1. Wat gebeurt er wanneer een voorziening wel nodig is, maar er geen plek is? 2. Is het college verplicht een alternatieve oplossing te vinden? 3. Is er recht op een second opinion wanneer ouders/jeugd het niet eens zijn met de uitkomst of plan van aanpak? 4. Hoe kunnen we misbruik van een PGB voorkomen? 5. Welke indicatoren gebruikt de wethouder/het college om te bepalen of de verordening in de praktijk leidt tot betere ondersteuning van kinderen en gezinnen? 6. En krijgt de raad hier jaarlijks een teugkoppeling over? Alice Prenger Fractievoorzitter Beter voor Rijswijk
Beantwoording vragen Beter voor Rijswijk 1. Wat gebeurt er wanneer een voorziening wel nodig is, maar er geen plek is? Antwoord: Wanneer een voorziening noodzakelijk is, blijft het college verantwoordelijk
om passende jeugdhulp te realiseren. Het ontbreken van plek bij een aanbieder ontslaat het college niet van deze jeugdhulpplicht. Het college moet zorgen voor een tijdig beschikbare, goedkoopst adequate voorziening, zoals vastgelegd in artikel 11 lid 5 van de Verordening Jeugdhulp Rijswijk 2026. 2. Is het college verplicht een alternatieve oplossing te vinden? Antwoord: Ja. Als de noodzakelijke voorziening niet beschikbaar is, moet het college een
passend alternatief organiseren. Dit kan een andere aanbieder, locatie of tijdelijke voorziening zijn, zolang deze adequaat en tijdig beschikbaar is. Dit volgt uit de jeugdhulpplicht in de Jeugdwet en artikel 11 lid 5 van de verordening. Echter kan het in de praktijk voorkomen dat diverse voorzieningen een wachtlijst hanteren! 3. Is er recht op een second opinion wanneer ouders/jeugd het niet eens zijn met de uitkomst of plan van aanpak? Antwoord: Er is geen formeel wettelijk recht op een second opinion in de Jeugdwet of in
de Verordening Jeugdhulp Rijswijk 2026. Ouders hebben wél recht op een vertrouwenspersoon en onafhankelijke cliëntondersteuning, en kunnen bezwaar maken tegen de beschikking. In dat bezwaar kunnen zij een eigen deskundigenadvies (feitelijk: een second opinion) inbrengen. 4. Hoe kunnen we misbruik van een PGB voorkomen? Antwoord: ten eerste stelt het college een fors aantal regels waaraan de aanvraag en de in te zetten ondersteuning moet voldoen, zie artikel 21. In artikel 22 vervolgens wordt een aantal zaken uitgesloten van een PGB. Dan stelt artikel 23 eisen aan de PGB-vaardigheid van de beheerder(s) van het PGB. En dan zijn in artikel 24 de belangrijkste kwalitatieve voorwaarden opgenomen waaraan de verstrekker van de ondersteuning moet voldoen. Daarmee ligt er een stevige basis voor de consulenten van het Jeugdteam om de inzet van de ondersteuning te monitoren, bij te sturen en zo nodig te beëindigen.
5. Welke indicatoren gebruikt de wethouder/het college om te bepalen of de verordening in de praktijk leidt tot betere ondersteuning van kinderen en gezinnen? Antwoord: De 'betere ondersteuning’ zoals geformuleerd in de vraagstelling, vertalen we naar versterken van de eigen kracht en het netwerk rond het kind en het gezin. Daar is in deze Verordening voor een belangrijk deel op ingezet, voortbordurend op de Visie op Normaliseren zoals door uw raad vastgesteld in november 2023. Wij denken daarmee een duurzamere bijdrage te leveren aan het welbevinden van Rijswijkse jeugd en hun gezin. Periodiek kan de cliënttevredenheid gemeten worden, waarin we de mening van de inwoners vragen over de ontvangen dienstverlening. Daarnaast is er met enige regelmaat contact met Jong Doet Mee en met de Adviesraad Sociaal Domein. Ook van hen krijgen we (gevraagd en ongevraagd) terugkoppeling over onze dienstverlening en die van de gecontracteerde jeugdzorgaanbieders.
6. En krijgt de raad hier jaarlijks een terugkoppeling over? Antwoord: In 2026 zal er een cliënttevredenheidsonderzoek gaan plaatsvinden. Uw Raad wordt uiteraard geïnformeerd over de uitkomsten daarvan. De Adviesraad Sociaal Domein vergadert elke 2 maanden en zal vanuit haar verantwoordelijkheid haar inbreng kunnen hebben, dat geldt ook voor Jong Doet mee.