Collegebeantwoording vragen RB
Tekst van het document
Vragen Rijswijks Belang Betreft: RV 25.101 Verordening Jeugdhulp 2026
1. De verordening legt nadruk op het onderzoek naar eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (artikelen 12 t/m 18). Hoe wordt de eigen kracht van jeugdigen en ouders vastgesteld en geborgd in het besluitvormingsproces? 2. Volgens artikel 21 en 24 moet het college toetsen of de ingekochte hulp passend en van voldoende kwaliteit is. Hoe waarborgt het college de kwaliteit van jeugdhulp bij inzet van een persoonsgebonden budget (pgb), vooral wanneer hulp wordt geleverd door het sociale netwerk? 3. Artikel 36 schrijft voor dat het college bij het vaststellen van tarieven rekening houdt met deskundigheid en arbeidsvoorwaarden Hoe wordt de verhouding tussen prijs en kwaliteit van jeugdhulpaanbieders vastgesteld en gemonitord?
Beantwoording vragen Rijswijks Belang 1. De verordening legt nadruk op het onderzoek naar eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (artikelen 12 t/m 18). Hoe wordt de eigen kracht van jeugdigen en ouders vastgesteld en geborgd in het besluitvormingsproces? Antwoord: De consulenten van het Jeugdteam volgen hiervoor het 5 stappenplan dat door de Centrale Raad voor Beroep is opgesteld voor een zorgvuldige opbouw van het ondersteuningsplan. Daarbij hanteren zij de criteria uit de artikelen 12 t/ 18. Het 5 stappenplan is opgenomen in artikel 10 van de Verordening Jeugdhulp Rijswijk 2026: Artikel 10. Het opstellen van een ondersteuningsplan
1. Het college en de jeugdige en/of ouder(s) leggen de zaken als genoemd in artikel 9 vierde lid van deze verordening, vast in het ondersteuningsplan. Dit wordt gedaan conform het stappenplan van de Centrale Raad van beroep: a. Stap 1. Het vaststellen van de hulpvraag: de hulpvraag wordt daarbij tevens geanalyseerd op veiligheid en urgentieaspecten; b. Stap 2. Vaststellen of sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen en zo ja, welke problemen en stoornissen dat zijn: in dit kader wordt tevens onderzoek verricht naar (beschermende en risicovolle) factoren binnen de jeugdige en ouder(s) die van invloed kunnen zijn op de ontwikkeling en de manier van opvoeden in verhouding tot de hulpvraag. Hierbij wordt nagegaan wat de ouderlijke verzorgings- en opvoedingsplicht is. Ook wordt gekeken naar de beleving en manier van omgaan met de hulpvraag; c. Stap 3. Nadat de samenhang tussen al de verzamelde informatie in kaart is gebracht, wordt gezamenlijk gekeken naar welke hulp naar aard en omvang nodig is voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren. Daarnaast wordt gekeken naar wat de behoefte van de jeugdige en ouder(s) hierin is; d. Stap 4.
Voor het inzetten van deze hulp wordt eerst gekeken in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en van het sociale netwerk toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden. De eigen kracht wordt hierbij onderzocht en bepaalt. e. Stap 5. Slechts voor zover die mogelijkheden ontoereikend zijn dient het college een voorziening van jeugdhulp te verlenen. Indien uit voorgaand onderzoek dus blijkt dat de jeugdige, ouder(s) en hun netwerk meer hulp nodig hebben dan zij op basis van eigen kracht kunnen bieden, wordt eerst nog bekeken of algemene (preventieve) voorzieningen in het voorliggende veld, of voorzieningen vanuit aanpalende wetgeving uitkomst kunnen bieden voordat een individuele voorziening wordt ingezet.
2. Volgens artikel 21 en 24 moet het college toetsen of de ingekochte hulp passend en van voldoende kwaliteit is. Hoe waarborgt het college de kwaliteit van jeugdhulp bij inzet van een persoonsgebonden budget (pgb), vooral wanneer hulp wordt geleverd door het sociale netwerk? Antwoord: ten eerste stelt het college een fors aantal regels waaraan de aanvraag en de in te zetten ondersteuning moet voldoen, zie artikel 21. In artikel 22 vervolgens wordt een aantal zaken uitgesloten van een PGB. Dan stelt artikel 23 eisen aan de PGB-vaardigheid van de beheerder(s) van het PGB. En dan zijn in artikel 24 de belangrijkste kwalitatieve voorwaarden opgenomen waaraan de verstrekker van de ondersteuning moet voldoen. Daarmee ligt er een stevige basis voor de consulenten van het Jeugdteam om de inzet van de ondersteuning te monitoren, bij te sturen en zo nodig te beëindigen. 3. Artikel 36 schrijft voor dat het college bij het vaststellen van tarieven rekening houdt met deskundigheid en arbeidsvoorwaarden. Hoe wordt de verhouding tussen prijs en kwaliteit van jeugdhulpaanbieders vastgesteld en gemonitord? Antwoord: Deze verhouding wordt op een aantal verschillende momenten vastgesteld en/of gemonitord. Dat begint bij de inkoop, uw raad heeft de inkoopstrategie jeugdhulp 2027 en verder op 19 juni jl. vastgesteld.
Een dergelijk proces heeft enkele jaren eerder ook plaatsgevonden voor de huidige jeugdhulpaanbieders, een proces waarin aan de hand van een programma van eisen gekwalificeerde aanbieders worden geselecteerd. Daarnaast zijn er contractuele afspraken vastgelegd over de hoogte van de tarieven en de eisen waaraan de ondersteuning moet voldoen. Gemeenten als opdrachtgever stellen een maximumtarief vast per producteenheid. Aanbieders kunnen een lager tarief hanteren om zo binnen de bestedingsruimte meer hulp te kunnen leveren, of om zo binnen de afgesproken normen te kunnen leveren. Jaarlijks stellen gemeenten als opdrachtgever de producten- en tarievenlijsten opnieuw vast. De inzet van de ondersteuning wordt periodiek gemonitord, onder andere door de Contractmanager van Team Bedrijfsvoering Sociaal Domein van onze gemeente, als ook door het Servicebureau Jeugdhulp.