Collegebeantwoording vragen CDA - Kaderbrief begroting gemeenschappelijke regelingen 2025 (RIB 23 119)
Tekst van het document
De volgende (schriftelijke) vragen zag het CDA graag beantwoord.
1. Verwacht het college dat het kader haalbaar is voor begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028. Ja, de colleges van alle deelnemende gemeenten staan achter de brief. Het is echter aan de besturen van de gemeenschappelijke regelingen om met voorstellen te komen voor de begroting 2025 en verder. 2. Zo nee bij welke regelingen niet? N.v.t. 3. Wordt inderdaad niet overgegaan tot het achterwege laten van de indexaties over 2022, 2023 en 2024 en welke gevolgen heeft dat dan? Bij de vorige kaderbrieven zijn er indexaties meegeven op basis van de meest recente prognoses. Daarbij vond er een herberekening plaats op basis van recentere/ gerealiseerde cijfers. De reeds toegekende indexaties over 2022, 2023 en 2024 wijzigen niet, alleen de herberekening wordt nu achterwege gelaten. Er wordt voor 2025 uitgegaan van een indexatie van 2,6% voor materiële uitgaven en 4,9% voor loonkosten t.o.v. de begroting 2024. Als de bestuurders van de gemeenschappelijke regeling van mening zijn dat het kader niet haalbaar is, dan kan hier gemotiveerd van worden afgeweken. Dit zal dan tot uiting komen in de begroting, waarop de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten vervolgens een zienswijze op kunnen indienen. 4.
Wordt de kaderbrief begroting 2025 gemeenschappelijke regelingen nog inhoudelijk besproken in de raad? De kaderbrief voor de gemeenschappelijke regelingen is net als in voorgaande jaren niet actief door het college geagendeerd voor bespreking in de raad. De raad kan zelf aangegeven om de raadsinformatiebrief te bespreken. De brief is echter, na instemming van de colleges van alle Haaglandengemeenten, naar de gemeenschappelijke regelingen gestuurd. De inhoudelijke bespreking van de begrotingen 2025 van de GR-en vindt medio juni plaats, wanneer de raad ook in de gelegenheid wordt gesteld om zienswijzen in te dienen.