Collegebeantwoording vragen CDA
Tekst van het document
Vragen CDA RV Verordening Maatscahppelijke Ondersteuning 1. Art 1 g: hoe wordt de term naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht geïnterpreteerd. Is hier een nadere invulling van door jurisprudentie en/of VNG en/of Rijswijk? In de toelichting van dit artikel wordt verwezen naar artikel 4 van de verordening: Beoordeling aanwezigheid gebruikelijke hulp na melding. In artikel 4 lid 3 en lid a tot en met f inclusief de toelichting wordt ingegaan op het afwegingskader aangaande deze omschrijving. Hierin is het recente afwegingskader van Stimulansz gebruikt. (Stichting Stimulansz is een onafhankelijke, nonprofitorganisatie die gemeenten, professionals en burgers ondersteunt en adviseert binnen de wet- en regelgeving van het sociaal domein.) Hoe verhoudt deze bepaling zich tot het beleid van de Rijksoverheid dat iedereen economisch zelfstandig moet zijn? Kan het verlenen van onbetaalde hulp daaraan in de weg staan? Binnen dit afwegingskader wordt rekening gehouden met de totale situatie, hierbij wordt ook ingezoomd op de situatie van de verlener van de gebruikelijke hulp, zie hiervoor artikel 4 lid 3 d inclusief de toelichting hierop. 2. Is bekend hoeveel mensen mantelhulp geven in Rijswijk en hoeveel daarvan daarnaast een baan hebben? Volgens landelijke monitoren (zoals waarstaatjegemeente.nl) is 12% van de inwoners van Rijswijk mantelzorger.
Specifiekere cijfers zijn de ingeschreven mantelzorgers bij Stichting Welzijn Rijswijk. Er zijn 1060 inschrijvingen van mantelzorger met de leeftijd tussen de 24 en 67 jaar en ongeveer 595 mantelzorgers die ouder zijn dan 67 jaar. Totaal aantal ingeschreven mantelzorgers bij Welzijn Rijswijk is op dit moment 1759 mantelzorgers. Van een aantal mantelzorgers is de geboortedatum niet bekend. Er wordt niet vastgelegd of de mantelzorger een baan heeft of een opleiding volgt. 3. Heeft de adviesraad sociaal domein geadviseerd over de aanpassing van de verordening? Zo ja wat was het advies? Ja de adviesraad sociaal domein is betrokken geweest bij de totstandkoming van de verordening, de mening van de ASD hebben we meegenomen in keuzes die zijn gemaakt. De ASD heeft positief adviseert op deze gewijzigde verordening en is met name blij over de overzichtelijke opbouw en verbeteringen in de leesbaarheid. Ook vindt de ASD het waardevol dat er een definitie van en toelichting op het begrip ‘eigen kracht’ is opgenomen, dat het ontmoetingscentrum dementie een algemene voorziening wordt en dat de maatwerkvoorziening ‘waakvlam’ wordt vrijgesteld van een eigen bijdrage. 4. Art.
7 lid sub d wordt de aanvrager erover geïnformeerd dat hij/zij de brandverzekering moet wijzigen? Tijdens het gesprek wordt dit genoemd door de consulent, maar we gaan ook uit van de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner. 5. Art 7 lid 6 toelichting p. p.22: zijn er meer gemeenten die bij co-ouderschap twee hoofdverblijven kennen waar aanpassingen aan gedaan kunnen worden. Welke voorwaarden gelden hierbij? Wij hebben niet onderzocht of andere gemeenten dit beleid ook voeren, maar deze keuze wordt wel bekrachtigt doordat het is opgenomen in de gebruikte modelverordening van Schulinck. Daarnaast is dit huidig Rijswijks beleid, dat momenteel alleen in de beleidsregels is opgenomen. In de beleidsregels staan de voorwaarden voor deze uitzondering beschreven.
6. Art. 12, neemt informele hulp toe? Betekent het verschil in tarief tussen formele en informele hulp dat informele hulp voor dezelfde taak minder waard is? Is dit geen ongewenst cq. verboden onderscheid naar relatie met de hulpvrager? Aan zorgverleners die formele hulp bieden en betaalt krijgen volgens het formele tarief, worden andere eisen gesteld (tevens andere kosten) dan aan zorgverleners die op basis van informele hulp ondersteuning bieden. Daarom krijgen zij meer betaald dan informele zorgverleners met wie er een sociale relatie is. Ook al zou de informele hulpverlener dezelfde opleiding hebben als de formele hulp, vanwege de sociale relatie valt dit toch onder informele zorg en dus het andere tarief. Dit vanwege de professionele afstand tussen client en zorgverlener. Dit onderscheid is algemeen gangbaar en rechtsgeldig. 7. Wordt er eerder informele hulp ingezet als formele hulp niet beschikbaar is? Dat is ons onbekend, er is voldoende formele hulp beschikbaar. 8. Wat doet de gemeente eraan om mantelzorgers die mantelzorg en werk/opleiding combineren te ondersteunen? We hebben geen specifieke ondersteuning voor mantelzorgers met werk/opleiding. Alle ondersteuning is erop gericht om mantelzorgers te helpen. Deze ondersteuning is beschikbaar voor alle mantelzorgers. We proberen de themabijeenkomsten en activiteiten buiten de normale werktijden plaats te laten vinden.
Voorbeelden hiervan zijn de Dag van de Mantelzorg in het weekend en diners, alzheimercafé en de bijeenkomsten van ‘Mantelzorg en Ik’ in de avonduren. Ook als werkgever besteedt de gemeente aandacht aan werknemers die mantelzorg bieden. Zo maken leidinggevenden en medewerkers afspraken over werktijden, hybride werken, zijn er verlofregelingen en andere arbeidsvoorwaardelijke regelingen die kunnen helpen. Het bespreekbaar maken is daarbij een belangrijk aspect. Ook kunnen medewerkers verlof schenken voor mantelzorgende collega's. 9. Zijn er voldoende aanbieders voor ondersteuning in Rijswijk en hoeveel zijn dat er? We hebben in Rijswijk 10 aanbieders die huishoudelijke hulp en begeleiding bieden, 7 aanbieders bieden alleen huishoudelijke hulp aan, 35 aanbieders bieden begeleiding aan en 11 aanbieders bieden een vorm van dagbesteding aan. Dit is voldoende.