C Bijlage 1 Toelichting generiek en gebiedsspecifiek beleid
Tekst van het document
Bijlage 1
Toelichting generiek en gebiedsspecifiek beleid Het generieke beleid gaat uit van verschillende ‘bodemfunctieklassen’. De volgende 3 functies worden onderscheiden: Wonen, Industrie en overig (Landbouw/natuur). De rijksoverheid heeft voor elk van die bodemfuncties eigen normen voor de kwaliteit van de toe te passen grond vastgesteld. Dat zijn de zogenaamde kwaliteitsklassen. De daadwerkelijke kwaliteit van de grond komt niet altijd overeen met de functie. Het generieke kader maakt daarom gebruik van een dubbele toetsing voor het vaststellen van de toepassingseisen voor het hergebruik van grond. Hierbij wordt gekeken naar de daadwerkelijke bodemkwaliteit en de bodemfunctie van een toepassingslocatie. Uiteindelijk bepaalt de strengste van deze twee de toepassingseis in een deelgebied. Wanneer er bijvoorbeeld sprake is van de functie Industrie, maar de bodemkwaliteit ter plaatse van deze functie is klasse Wonen, mag er enkel grond met de kwaliteitsklasse Wonen of schone grond (Achtergrondwaarde) worden toegepast. In figuur 1 is weergegeven hoe via de dubbele toetsing wordt gekomen tot de toepassingseisen.
Figuur 1: Afleiden toepassingseisen in het generieke kader In het kader van het gebiedsspecifieke beleid zijn voor de stoffen koper, zink en drins hogere waarden vastgesteld voor de maximale waarden behorende bij wonen. Bij toepassing van grond wordt voor deze stoffen voor de kwaliteitsklasse wonen getoetst aan deze Lokale Maximale Waarden (LMW). Als grond voor deze stoffen voldoet aan deze Lokale Maximale Waarden en de andere onderzochte stoffen voldoen aan de landelijk geldende maximale waarden voor wonen (MW Wonen), dan mag deze toch in woongebieden worden toegepast. De LMW gelden alleen voor het toepassen van grond afkomstig van binnen het grondgebied van de gemeente. Bodemkwaliteitskaart Om grondverzet efficiënt te kunnen laten plaatsvinden is een bodemkwaliteitskaart nodig. De bodemkwaliteitskaart geeft de gemeten achtergrondwaarden weer. Zo wordt voorkomen dat er voor elke ontvangende locatie een bodemonderzoek moet worden uitgevoerd. Een bodemkwaliteitskaart bestaat uit 2 onderdelen: - Een ontgravingskaart die inzicht geeft in de feitelijk bestaande kwaliteit van de aanwezige bodem - Een toepassingskaart, die aangeeft aan welke kwaliteitseisen een toe te passen partij grond in de verschillende deelgebieden dient te voldoen. De ontgravingskaart en de toepassingskaart voor de bovenste halve meter grond voor Rijswijk zijn als voorbeeld aan deze bijlage toegevoegd.
Deze kaarten zijn tezamen met de kaarten van de ondergrond opgenomen in de Nota Bodembeheer.
14-3-2023 14:17:00 / 23.018595
pagina 1 van 2
Bijlage 1 (vervolg)
De ontgravingskaart kan gebruikt worden als milieuhygiënische verklaring voor vrijkomende grond met het doel die elders binnen de gemeente toe te passen binnen de geldende voorwaarden. In tabel 1 is e.e.a. samengevat voor toepassing van grond binnen het grondgebied van de gemeente Rijswijk.
Herkomst grond Binnen grondgebied van de gemeente Buiten grondgebied gemeente
Milieuhygiënische verklaring Bodemonderzoek of bodemkwaliteitskaart Bodemonderzoek
Toetsing aan kwaliteit ontvangende bodem LMW van toepassing LMW niet van toepassing
Tabel 1: Eisen aan onderzoek van grond en toetsing aan ontvangende bodem bij toepassen
14-3-2023 14:17:00 / 23.018595
pagina 2 van 2