CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bodemenergieplan Rijswijk Bogaard stadscentrum en Plaspoelpolder

Raadsvergadering 15 oktober 2024, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Bodemenergieplan Rijswijk Bogaard stadscentrum en Plaspoelpolder (RV 24-053)20.965 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De belangrijkste aangepaste, dan wel aanvullende regels voor OBES zijn als volgt: - De retourtemperatuur van het in de bodem teruggebrachte water is maximaal 25 °C. - Het open bodemenergiesysteem is afgestemd op de aard en behoefte aan warmte en koude. Het systeem mag dus niet over- of onder-gedimensioneerd zijn. Bij een doelmatig beheer moet het systeem het verwachte rendement ook halen. - Zo spoedig mogelijk na het beëindigen van het gebruik van een open bodemenergiesysteem, vult de initiatiefnemer het systeem op zo'n manier dat de waterscheidende lagen in stand blijven. Hierbij werkt men conform de BRL SIKB 2100 voor mechanisch boren. De buizen vult men met een waterondoorlatend materiaal. Dan zijn eventuele afsluitende lagen hersteld. Hiermee voorkomt men vermenging van grondwater uit verschillende watervoerende lagen. De belangrijkste aangepaste, dan wel aanvullende regels voor GBES zijn als volgt: - De temperatuur van deze circulatievloeistof is ten minste –3 °C en ten hoogste 30 °C. - Het gesloten bodemenergiesysteem is afgestemd op de aard en behoefte aan warmte en koude. Het systeem mag dus niet over- of onder-gedimensioneerd zijn. Bij een doelmatig beheer moet het systeem het verwachte rendement ook halen. o Dit artikel is niet van toepassing bij gesloten bodemenergiesystemen met een bodemzijdig vermogen kleiner dan 70 kW in een gebouw met een woonfunctie.

- De initiatiefnemer draagt bij het verwijderen van het systeem zorg dat het ondergrondse deel van het systeem dat tot 10 meter onder het maaiveld ligt verwijderd wordt. Het diepere ondergrondse deel van het systeem mag de initiatiefnemer niet verwijderen, zodat bodemwaterlagen niet met elkaar mengen.

Pagina 54 van 67 24.025659 Bodemenergieplan Rijswijk Bogaard stadscentrum en Plaspoelpolder

BIJLAGE 4:

GEHANTEERDE UITGANGSPUNTEN VOOR DE MODELLERING VAN HYDROLOGISCHE EN HYDROTHERMISCHE EFFECTEN

UITKOMSTEN EN UITGANGSPUNTEN VAN MODELBEREKENINGEN Voor de hydrologische berekening is gebruik gemaakt van het grondwaterstromingsmodel MODFLOW. Er wordt een stationair model gedraaid op vol debiet (worst-case). Voor het hydrothermische model is naast MODFLOW-gebruik gemaakt van het warmte- en stoftransportmodel MT3DMS. Er wordt een tijdsafhankelijk model gedraaid voor een periode van 20 jaar. De verschillende modules worden met behulp van Python en FloPy uitgevoerd. Om de maximale bodempotentie te bepalen zijn er 71 doubletten geplaatst in het midden van de warme- en koudestroken. De onderlinge afstand is 120 meter. In de onderstaande tabellen zijn de gebruikte invoergegevens weergegeven. Er zijn drie modellen gedraaid: 1) een cumulatief model met de systemen van het plan en de bestaande open en gesloten bodemenergiesystemen, 2) een model met alleen bestaande systemen en 3) een model met alleen de systemen van het bodemenergieplan. In tabel 1 zijn de gemodelleerde OBES weergegeven. In tabel 2 staan de uitgangspunten van de gesloten bodemenergiesystemen van De Generaal weergegeven. De warme en koude bronnen van het plan staan indicatief weergegeven in één regel als WB en KB. In afbeelding 1 staan alle bodemenergiesystemen ook weergegeven. Figuur 1 Bodemenergiesystemen

GBES De Generaal (44x) European Patent Office

Da Vinci

Lange Kleiweg 80

Pagina 55 van 67 24.025659 Bodemenergieplan Rijswijk Bogaard stadscentrum en Plaspoelpolder

Tabel 1 In model opgenomen open bodemenergiesystemen

Bron

Patent_offic e_kb1 Patent_offic e_kb2 Patent_offic e_wb1 Patent_offic e_wb2 Lange_kleiw eg_80_KB

Systee m patent office patent office patent office patent office Lange_ kleiweg _80 Lange_ kleiweg _80

Boven Onder Infiltra -kant -kant Infiltratie Onttrekking tieDebiet filter filter [m3/ [m3/seizoen tempe [m3/h] [m+m [m+m seizoen] ] ratuur v] v]

X

Y

83093

450856

-145

-175

7,5

310000

310000

100

83118

450877

-145

-175

7,5

310000

310000

100

82986

450761

-145

-175

15

310000

310000

100

83195

450947

-145

-175

15

310000

310000

100

82419

449978

-18

-37

8

17900

78000

45

15

78000

17900

45

7

97500

97500

120

7

97500

97500

120

Lange_kleiw eg_80_WB 82272 Da_Vinci_K B1* DA Vinci 82066 Da_Vinci_K B2* DA Vinci 82076

450033 450294 450285

-18 -37 -120 tot -130 en -145 tot -175 -65 tot -80 en -145 tot -160 --120 tot -130 en -145 tot -175 -95 tot -110 en -145 tot -160

Da_Vinci_W B1* DA Vinci 82081 450405 17 97500 97500 Da_Vinci_W B2* DA Vinci 82093 450391 17 97500 97500 plaspoel WB (x71) polder -145 -175 16 96000 96000 plaspoel KB (x71) polder -145 -175 8 96000 96000 * De waterhoeveelheden en debieten zijn naar ratio van de lengtes van de filtertrajecten verdeeld over de modellagen (zie tabel 3).

120 120 80 80

Tabel 2 In model opgenomen bestaande gesloten bodemenergiesystemen (44 lussen van De Generaal) BodemBodemBodemEindzijdige Bovenzijdige zijdige diepte energie Grens X Y kant lus energie energie lus ruimte(m +mv) tapwater koeling (m +mv) verwarming [MWh] [MWh] [MWh] Minimum 81.367 560.588 0 -300 14 0 8 Maximum 81.428 450.632 0 -300 14 0 8 Gemiddelde 81.398 450.610 0 -300 14 0 8

Pagina 56 van 67 24.025659 Bodemenergieplan Rijswijk Bogaard stadscentrum en Plaspoelpolder

Tabel 3 In model gehanteerde bodemopbouw

Nr.

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17

Naam

Diepte onderzijde [m + mv]

Doorlatendheid

Warmte-eigenschappen

kh [m/d]

Warmtecapaciteit [MK/m3*K]

kv [m/d]

Warmtegeleidingscoëfficient [W/m*K]

Typering

Klei (sterk zandig), Los Zand (schoon), WVP1a -37 18 4,5 2,45 2,3 Matig Zand (schoon), WVP1b -55 18 4,5 2,45 2,3 Matig Zand (schoon), WVP2a -65 10 2,5 2,45 2,3 Matig Zand (schoon), WVP2b -80 10 2,5 2,45 2,3 Matig Zand (schoon), WVP2c -95 10 2,5 2,45 2,3 Matig Zand (schoon), WVP2d -110 10 2,5 2,45 2,3 Matig Zand (schoon), WVP2e -115 10 2,5 2,45 2,3 Matig SDL2 -120 0,04 0,01 2,4 1,6 Klei (schoon), Vast Zand (schoon), WVP3a -130 14 3,5 2,5 2,2 Matig Klei (sterk zandig), SDL3 -145 0,04 0,01 2,4 1,6 Vast Zand (schoon), WVP3filter* -160 14 3,5 2,5 2,2 Matig Zand (schoon), WVP3filter* -175 14 3,5 2,5 2,2 Matig Zand (schoon), WVP3c -208 14 3,5 2,5 2,2 Matig Zand (sterk WVP3comp -230 10 2,5 2,5 2,2 ziltig/kleiig), Matig Zand (schoon), WVP3d -245 14 3,5 2,5 2,2 Matig Klei (sterk zandig), basis -300 0,04 0,01 2,5 1,9 Vast * De filters van de doubletsystemen van het bodemenergieplan zijn geplaatst tussen 145 en 175 m -mv deklaag

-18

0,08

0,02

2,5

1,9

Hydrologische effecten en invloed op kwel- en infiltratiesituatie De open bodemenergiesystemen van het plan onttrekken en infiltreren grondwater in het 3e watervoerende pakket. Hierdoor ontstaan drukverschillen in het grondwater, ook wel hydrologische effecten genoemd. Tabel 4 vat de belangrijkste hydrologische effecten samen en figuren 2 en 3 tonen de ruimtelijke verspreiding van de effecten in modellaag 1 (deklaag), 5 (effect van met name Da Vinci in WVP2) en 12 (sterkste cumulatieve effecten in WVP3).

Pagina 57 van 67 24.025659 Bodemenergieplan Rijswijk Bogaard stadscentrum en Plaspoelpolder

Tabel 4 Berekende grondwaterstand- en stijghoogteveranderingen en grootte 5 cminvloedsgebied Grondwaterstand- en Grondwaterstand- en Grootte 5 cmstijghoogteveranderingen Bodem- stijghoogteveranderingen invloedsgebied – Laag bij de bronnen1) – Alleen laag bij de bronnen1) Cumulatief Model OBES bodemenergieplan Cumulatief Model [m] [m] [m] 1 Deklaag max. ca. 0,54 max. ca. 0,26 6.661 2-3 WVP1 max. ca. 2,50 max. ca. 0,26 6.661 4-8 WVP2 max. ca. 6,41 max. ca. 0,27 6.660 WVP3 A max. ca. 4,60 (Systeem Da max. ca. 0,57 10 6.359 (boven) Vinci) WVP3 max. ca. 6,66 max. ca. 6,86 12-13 6.584 filter 16 WVP3e max. ca. 1,85 max. ca. 1,86 6.478 1) Buiten de bronconstructie/ in het pakket zelf.

Tabel 5 Invloed op omliggende OBES Bron Effect [m] Patent office kb1 0,54 Patent office kb2 0,55 Patent office wb1 0,56 Patent office wb2 0,72 Lange kleiweg 80 0,00 KB Lange kleiweg 80 0,04 WB Da Vinci KB1 0,35 Da Vinci KB2 0,23 Da Vinci WB1 0,81 Da Vinci WB2 0,81

Pagina 58 van 67 24.025659 Bodemenergieplan Rijswijk Bogaard stadscentrum en Plaspoelpolder

Figuur 2 Hydrologische effecten van het cumulatieve model aan het maaiveld (laag 1)

Figuur 3 Hydrologische effecten van het cumulatieve model in laag 5

Pagina 59 van 67 24.025659 Bodemenergieplan Rijswijk Bogaard stadscentrum en Plaspoelpolder

Figuur 4 Hydrologische effecten van het cumulatieve model in laag 12

Grond mechanische effecten en invloed op ondergrondse infrastructuur Er komen zettingsgevoelige objecten nabij de projectlocatie voor (hoofdstuk 3 van het plan). Op basis van de berekende stijghoogteverlagingen en de beschikbare bodemgegevens zijn met behulp van de Formule van Terzaghi de maaiveldzettingen berekend. De grootste zetting komt voor in het cumulatieve model en is grotendeels te wijten aan het bestaande systeem aan de Lange Kleiweg 80. In het cumulatieve model bedraagt de zetting ter hoogte van deze bron namelijk 18,53 mm en in het model met alleen overige systemen bedraagt deze 17,89 mm. Het model met alleen de systemen van het plan zelf kent een maximale zetting van 14,49 mm. Het maximale zettingsverhang is gelijk in het model met alleen overige systemen en het cumulatieve model. Het hoogste zettingsverhang treedt in deze modellen op ter hoogte van het Da Vinci systeem en bedraagt 0,28‰. In het model met alleen de systemen van het plan is het maximale zettingsverhang slechts 0,12‰. De conclusie van het bovenstaande is dat de systemen van het plan slechts in geringe mate bijdragen aan de zettingssituatie. Schade aan gebouwen treedt meestal pas op vanaf een zettingsverhang van 1 meter op 150 meter (6,66 ‰). Er worden derhalve, ook in de cumulatieve situatie, geen noemenswaardige zettingen verwacht als gevolg van de bodemenergiesystemen.

Opbarstrisico’s tijdens het in gebruik hebben van de systemen Het opbarsten van scheidende lagen dient te allen tijde te worden voorkomen. De filters van het bodemenergieplan zijn afgesteld in de watervoerende zandlagen onder SDL3. De neerwaartse druk aan de basis van SDL3 bedraagt ca. 2.595 kN. De maximale opwaartse druk aan de basis van SDL3 is 1.516 kN in het cumulatieve model. Daarmee is er geen sprake van een opbarstrisico. Om bodemsplijting te voorkomen mag de maximale Pagina 60 van 67 24.025659 Bodemenergieplan Rijswijk Bogaard stadscentrum en Plaspoelpolder

injectiedruk van de systemen van het plan niet hoger uitkomen dan ca. 20 mwk. De maximale stijghoogteverandering van de systemen van het plan bedraagt 6,66 m. Er is derhalve geen risico op bodemsplijting. Het model geeft wel een risico aan voor de Lange Kleiweg 80. De maximale injectiedruk ter hoogte van dit systeem wordt gerapporteerd als slechts 2,14 mwk in het model met alleen overige systemen en 2,13 mwk in het cumulatieve model. De systemen van het plan hebben dus geen significant effect op deze situatie. Hydrothermische effecten en thermisch rendement Tabel 6 toont een vergelijking tussen de huidige situatie (alleen overige systemen) en de mogelijke toekomstige situatie met bodemenergiesystemen die volgens de plankaart gesitueerd zijn. Negatieve invloed van de systemen van het plan op bestaande systemen wordt met een * in de tabel gemarkeerd.

Pagina 61 van 67 24.025659 Bodemenergieplan Rijswijk Bogaard stadscentrum en Plaspoelpolder

Tabel 6 Onttrekkingstemperaturen in het 20e modeljaar Systeem

Doubletten van het plan

Bron(nen)

Alleen doubletten van het plan

Warm

16

15,3

14,5

Koud

8

8,7

9,6

Warm

16

15,3

14,4

Koud

8

8,7

9,6

Warm

17

16,1

15,1

Koud

7

7,9

9,2

Warm

17

16,1

15,0*

Koud

7

8,0*

9,3*

Warm

15

15,0

14,9

Koud

8

11,1

12,4

Warm

15

15,0

14,9

Koud

8

11,1

12,4

Warm

15

14,4

13,3

Koud

7,5

8,1

9,6

Warm

15

14,4

13,2*

Koud

7,5

8,1

9,6

Alleen overige systemen

n.v.t.

n.v.t.

9,6

7,3

Cumulatief

n.v.t.

n.v.t.

9,6

7,3

Alleen overige systemen Cumulatief

Lange Kleiweg 80

Alleen overige systemen Cumulatief

European Patent Office

GBES De Generaal

Uiterste onttrekkingstemperatuur (°C)

Model

Cumulatief

Da Vinci

Gemiddelde onttrekkingstemperatuur (°C)

Infiltratietemperatuur (°C)

Alleen overige systemen Cumulatief

Pagina 62 van 67 24.025659 Bodemenergieplan Rijswijk Bogaard stadscentrum en Plaspoelpolder

Figuur 5 Thermische effecten aan het einde van de winter in modellaag 2 ter hoogte van filters Lange Kleiweg 80 – cumulatief model

Figuur 6 Thermische effecten aan het einde van de winter in modellaag 10 ter hoogte van filters Da Vinci – cumulatief model

Opmerking: de thermische kortsluiting bij het systeem van Da Vinci in figuur 5 vindt ook plaats indien alleen de overige systemen worden gemodelleerd. Dit is dus geen resultaat van de bronnen van het bodemenergieplan. Pagina 63 van 67 24.025659 Bodemenergieplan Rijswijk Bogaard stadscentrum en Plaspoelpolder

Figuur 7 Thermische effecten aan het einde van de winter in modellaag 12 ter hoogte van de filters van de systemen van het plan – cumulatief model

Pagina 64 van 67 24.025659 Bodemenergieplan Rijswijk Bogaard stadscentrum en Plaspoelpolder

BIJLAGE 5:

MINIMAAL BENODIGDE GEGEVENS VERGUNNINGSAANVRAAG EN WENSEN VOOR ONTWERP GEBOUW AANGESLOTEN OP EEN BODEMENERGIESYSTEEM

De initiatiefnemer dient bij de vergunningsvraag, de volgende zaken aan te leveren: - NAW-gegevens: De naam en adres van degene die het gesloten bodemenergiesysteem ontwerpt, installeert en aanlegt en van degene die de boringen verricht. - Plattegrondtekening en situatietekening: de tekeningen (schaal 1:1000) geven de lussen van het systeem weer, het middelpunt, de leidingen en de einddiepte van het systeem, evenals: o De coördinaten van het middelpunt van het gesloten bodemenergiesysteem. o De einddiepte in meters onder het maaiveld. - Voorkomen van interferentie: De initiatiefnemer levert gegevens aan waaruit blijkt dat het gebruik van het systeem niet leidt tot negatieve interferentie met reeds bestaande systemen, of met systemen die wel al zijn gemeld of systemen waarvoor een omgevingsvergunning is verleend. Hiervoor moet de initiatiefnemer tijdig navraag doen bij het bevoegd gezag, zijnde de gemeente Rijswijk. o Het SIKB-document bodemenergie bevat een methode voor het toetsen van interferentie tussen kleine gesloten systemen. Deze methode maakt gebruik van een rekentool, ITGBES, om de cumulatieve temperatuureffecten van dicht bij elkaar gelegen kleine gesloten bodemenergiesystemen te berekenen. o Wij vragen u deze tool te gebruiken voor situaties met maximaal 20 kleine verticaal geplaatste systemen met maximaal 6 bodemwarmtewisselaars per systeem.

Voor complexere situaties en/of grotere systemen is modelmatige berekening van onderlinge temperatuureffecten nodig. - Verklaring van een erkend bedrijf: het erkende bedrijf, dat voornemens is het systeem aan te leggen, geeft een verklaring af over het energierendement dat het gesloten energiesysteem zal halen. Dat rendement is uitgedrukt als Seasonal Performance Factor. o Dit staat in artikel 4.1144 van de BAL. De initiatiefnemer en/of gebruiker voegt de verklaring toe bij de melding. - Het bodemzijdig vermogen: De initiatiefnemer meldt het bodemzijdig vermogen. Ook meldt de initiatiefnemer de omvang van de behoefte aan warmte en koude waarin het systeem zal voorzien. - Lozingsroute afvalwater op afvalwater bij onderhoud: De initiatiefnemer geeft aan hoe hij het afvalwater (brijnwater) dat vrijkomt bij onderhoud loost op het vuilwaterriool. o De gemeente Rijswijk kiest er nu nadrukkelijk voor om geen gebruik te maken van een maatwerkroute om vrijkomend bodemwater via een andere route dan het vuilwaterriool te lozen. De RWZI reinigt vrijkomend water en voorkomt vervuiling van de bodem en het oppervlaktewater. Op den duur kan vanuit andere regelgeving of het veiligstellen van ander doelstellingen, bijvoorbeeld drinkwater, een verbod komen op het lozen van brijnwater op het vuilwaterriool).

- Verantwoording voldoen wettelijk kader: De initiatiefnemer stelt een verantwoording op, waarmee hij aantoont hoe hij gaat voldoen aan de minimale voorschriften uit het ‘Besluit activiteiten leefomgeving’.

Pagina 65 van 67 24.025659 Bodemenergieplan Rijswijk Bogaard stadscentrum en Plaspoelpolder

WENSEN VOOR EEN GEBOUW DAT AANGESLOTEN IS OP EEN BODEMENERGIESYSTEEM Gemeenten mogen conform de Woningwet niet direct aanvullende eisen stellen aan de eisen opgenomen in het bouwbesluit en BENG. Toch wil de gemeente met initiatiefnemers de samenwerking opzoeken om bodemenergiesystemen optimaal te gebruiken. Dit begint bij een optimale inrichting van de ondergrond, maar trekt door tot de inrichting van het gebouw. De huidige BENG normeringen zorgen ervoor dat een gebouw niet meer energie verbruikt dan het redelijkerwijs nodig heeft en een minimaal percentage van de benodigde energie duurzaam wordt opgewekt. Wat de exacte energievraag per vierkante meter mag zijn en het exacte minimale percentage duurzaam opgewekte energie moet zijn is afhankelijk van de functie. De rekenmethode voor de BENG houdt echter geen rekening met de verhouding tussen de warmtebehoefte en de koelbehoefte, terwijl een balans tussen de twee voor het functioneren van WKO-systemen belangrijk is. Een systeem dat niet in balans is moet veel gebruik maken van regeneratievoorzieningen om weer in balans te raken, iets wat tot nu toe gering is meegenomen in de nieuwbouweisen. De gemeente wil via deze richtlijnen een handelingskader geven om het gebouw zo te ontwerpen dat de warmte- en koudevraag beter in balans zijn. 1.

Voorkom het overmatig gebruik van glas in de gevels, voldoende licht is natuurlijk belangrijk, maar direct zonlicht op glas zorgt voor een grote koelvraag in die ruimte. 2.

Voorzie alle (behalve de ramen gericht op het noorden) raampartijen van zonwering, wanneer deze een oppervlak heeft van 1 m2 of groter. Hierbij heeft schuine zonwering de voorkeur boven verticale zonnewering, sinds deze een betere werking heeft.

3.

Wanneer er gekozen wordt een mechanisch ventilatiesysteem voor de aanvoer- en de afvoer van lucht voor een warmteterugwinningssysteem dat naast warmte ook vocht terugwint, dan zorgen deze systemen voor een betere vochthuishouding in de zomer en een lagere koellast.

4.

Voorzie het gebouw van een zomernachtventilatie mogelijkheid, het zij via een bypass in een mechanisch ventilatiesysteem of de plaatsing van luiken. Dit zorgt ervoor dat warme lucht in zomernachten de woning verlaat en koelere lucht de woning binnentreedt, waardoor het koelsysteem overdag minder hard hoeft te werken.

5.

Zorg voor een goede kierdichting, zodat warmte beter in de woning blijft en koude lucht minder makkelijk binnentreedt.

Pagina 66 van 67 24.025659 Bodemenergieplan Rijswijk Bogaard stadscentrum en Plaspoelpolder

Pagina 67 van 67 24.025659 Bodemenergieplan Rijswijk Bogaard stadscentrum en Plaspoelpolder

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=3c8e5b4e-1895-4476-8875-bf07638adfb3