CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage E UrbanParks herstelbesluit - Toelichting

Forum Stad 14 januari 2025, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Herstelbesluit bestemmingsplan Urban Parks (RV 25-003)28.972 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

39

Toetsing Transformatie van het Havenkwartier naar een multifunctionele werk-woonlocatie is regionaal afgestemd op grond van de Strategie Werklocaties MRDH en de Omgevingsverordening van de Provincie Zuid-Holland. De beoogde ontwikkeling geeft invulling aan de regionale ambities en past uitstekend in de geformuleerde strategie van herstructurering van bestaande bedrijfslocaties. Plaspoelpolder (inclusief Havenkwartier) is specifiek aangemerkt als transformatielocatie, van bedrijventerrein naar een mix van werken en wonen. Er wordt een woonlocatie gecreëerd in een stedelijk interactiemilieu. Dit voldoet aan het regionale beleid.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Toekomstvisie Plaspoelpolder 2017-2027 + addendum De Toekomstvisie Plaspoelpolder is op 7 februari 2017 vastgesteld door de gemeenteraad en duidt het Havenkwartier aan als een potentieel ”aangenaam verblijfsgebied met functies als wonen, werken, horeca en maatschappelijke functies. De Toekomstvisie geeft richting om het gebied verder te verduurzamen en toekomstbestendig te maken. Plaspoelpolder moet zich in de toekomst ontwikkelen tot een stedelijk interactiemilieu. In een stedelijk interactiemilieu gaan werken, wonen en verblijven hand-inhand. De ruimtelijke structuur die opgebouwd is volgens een kruis is hierbij leidend. Werken vindt hierin plaats in het hart van het gebied, terwijl in de gebieden die grenzen aan woningen een gemengd woon-werkmilieu ontwikkeld wordt. Het doel is om het gebied meer integraal onderdeel uit te laten maken van de stad.

Figuur 3.4: Visiekaart Plaspoelpolder In 2019 is een addendum voor de Toekomstvisie vastgesteld. Voor het Havengebied is het beleid niet veranderd. Er komen op basis van het Addendum meer gebieden bij in Plaspoelpolder waar wonen mogelijk wordt, zoals Kesslerpark en omgeving, de Bordewijkzone, de Broodfabriek en omgeving en de zone Churchilllaan. Het Havengebied en daarna Kesslerpark/Churchilllaan krijgen daarin prioriteit in tijd gezien. Bij deze ontwikkelingen wordt coördinatie opgezet in personele capaciteit, aanbod in woningen en leefbaarheid/(bouw)verkeer.

40

Toetsing Dit bestemmingsplan maakt een woonlocatie en bedrijfsvoering in het Havenkwartier mogelijk. Hierdoor komt er een grotere menging tussen werken, wonen en verblijven. Dit is in lijn met de uitgangspunten van de Toekomstvisie.

3.4.2 Uitvoeringsagenda Gebiedsontwikkeling Plaspoelpolder 2020 - 2023 Doel van de uitvoeringsagenda Gebiedsontwikkeling Plaspoelpolder is een toekomstbestendig en modern kennis- en werklandschap te realiseren, waarin werken, leren, ontspannen en wonen met elkaar samen gaan, in een dynamische, gezonde en groene omgeving. Doelstelling van het havenkwartier is een gemengd levendig gebied.

Figuur 3.5: Uitvoeringsprogramma Plaspoelpolder 2020-2023 Toetsing Dit bestemmingsplan maakt een levendig gemengd gebied mogelijk en geeft daarmee invulling aan de Uitvoeringsagenda. 3.4.3 Ontwikkelkader Havenkwartier (2021) Doel van het ontwikkelkader is de ontwikkeling van het Havenkwartier in Rijswijk tot gemengd werk- en woongebied. Hiermee kan worden voorzien in de woningbehoefte, met behoud van bedrijvigheid en werkgelegenheid. De bestaande bedrijvigheid (80.000 m2 o.a. Harbour Village) blijft behouden of wordt vernieuwd. Er worden 2.000 tot 2.500 woningen gerealiseerd door leegstaand of verouderd vastgoed te slopen of te transformeren. De bestaande oppervlakte aan kantoren (40.000 m2) komt te vervallen. Ongeveer 10.000 m2 bedrijfsruimte en 20.000 m2 kantoorruimte mag getransformeerd worden naar voorzieningen, zoals een hotel/ businesscentre (Sijthofflocatie), restaurant/café, buurtsupermarkt en medische voorzieningen. Het water en de kades worden heringericht tot stadshaven en waterpleinen.

41

Figuur 3.6: Schema functies en dichtheid Havenkwartier. In de huidige situatie betreffen het 65 woningen in plaats van 3 (bron: Ontwikkelkader Havenkwartier) Ruimtelijk kader Een belangrijk onderdeel van het Ontwikkelkader is het Ruimtelijk Kader. Dit Kader gaat niet alleen in op de stedenbouwkundige aspecten van de opgave, de samenhang tussen de gebouwde percelen en de openbare ruimte, maar formuleert ook ambities op de aspecten duurzaamheid en mobiliteit. Bij dit Ruimtelijk Kader hoort een faseringskaart met informatie over initiatieven in het gebied en een voorstel over de gefaseerde ontwikkeling. Deze faseringskaart is weergegeven in paragraaf 2.2.2. Het ontwikkelkader bevat het ruimtelijk kader. Hierin zijn de stedenbouwkundige uitgangspunten benoemd. Het ruimtelijk kader bestaat uit een raamwerk voor de openbare ruimte en richtlijnen voor een flexibele invulling van de bouwvelden. Deze komen voort uit de ambities die volgens gemeente Rijswijk van belang zijn om het Havenkwartier verder te ontwikkelen naar een duurzaam en gemengd Havenkwartier. Verder bevat het ontwikkelkader beeldkwaliteitscriteria. Dit is uitgewerkt in paragraaf 2.2.2. In bijlage 1 is aangetoond dat voldaan wordt aan de compensatieregel. Door de verschuiving van de toren ontstaat een afwijking van minder dan 2%.

Dit wordt ruimtelijk aanvaardbaar geacht, omdat in afwijking van het ontwikkelkader het hoogteaccent naar het midden van het bouwblok is verplaatst. Toetsing Het plangebied maakt deel uit van fase 1B. Hier zijn woningen, bedrijven en voorzieningen gewenst. Dit bestemmingsplan maakt de beoogde transformatie en sloop-nieuwbouw mogelijk. De functionele en ruimtelijke uitgangspunten van het bestemmingsplan volgen uit het ontwikkelkader inclusief ruimtelijk kader. Dit is beschreven in 2.2.2 Hiermee is de ontwikkeling in lijn met het vastgestelde ontwikkelkader.

3.4.4 Welstandsnota 2015 Gemeente Rijswijk De Woningwet schrijft voor dat een gemeente die haar aanvragen om een omgevingsvergunningsplichtig bouwwerk toetst aan ‘redelijke eisen van welstand’, een welstandsnota moet vaststellen met daarin de criteria waaraan de omgevingsvergunningsplichtige bouwplannen moeten voldoen. Tevens bepaalt de Woningwet dat de gemeenteraad kan besluiten een gebied aan te wijzen waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn. Tot slot heeft de gemeente Rijswijk de samenstelling, inrichting en werkwijze van de welstandscommissie in de bouwverordening opgenomen. In de welstandsnota zijn op zo concreet en objectief mogelijke wijze welstandscriteria met betrekking tot het bouwen vastgelegd. Naast welstandscriteria voor monumenten, zijn er algemene welstandscriteria en objectgerichte welstandscriteria opgenomen. Tot slot zijn de (bestaande) volkstuincomplexen als welstandsvrije gebieden aangewezen.

42

Toetsing Het havenkwartier valt onder het reguliere welstandsniveau. Hiervoor gelden de algemene toetsingscriteria en zijn er specifieke objectcriteria. De objectcriteria gaan over veel voorkomende (kleine bouwwerken) zoals aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen en dakkapellen. Alle ontwikkelingen worden wel aan de algemene toetsingscriteria getoetst. De algemene toetsingscriteria uit de welstandsnota zijn als volgt: Uitgangspunt voor de algemene welstandscriteria is de aanname dat de kwaliteit van een gebouw is gerelateerd aan de volgende criteria: A. Stedenbouwkundige samenhang B. Evenwichtig gevelbeeld C. Passende detaillering, materiaal- en kleurgebruik Onderstaand worden deze criteria toegelicht.

Criterium A: Stedenbouwkundige samenhang Een ontwerp voldoet aan redelijke eisen van welstand wanneer:  het bouwwerk passend is in de bestaande of toekomstige omgeving  de kwaliteit van het openbaar gebied wordt gerespecteerd of versterkt  de bestaande doorzichten en zichtlijnen gerespecteerd worden  bij markante en belangrijke stedenbouwkundige plekken voldoende  uitdrukking wordt gegeven aan het belang van de locatie Criterium B: Evenwichtig gevelbeeld Een ontwerp voldoet aan redelijke eisen van welstand wanneer:  het karakter van de bestaande gevelwanden wordt gerespecteerd of versterkt  de verhoudingen in de gevels evenwichtig van opbouw zijn  eventuele ingrepen in een bestaande gevel in goede verhouding tot elkaar en tot het geheel van de gevel staan. Criterium C: Passende detaillering, materiaal- en kleurgebruik Een ontwerp voldoet aan redelijke eisen van welstand wanneer:  de detaillering en het materiaalgebruik het karakter van het bouwwerk ondersteunen  het kleurgebruik afgestemd is op de omgeving  de architectonische eenheid als geheel (gevelwand, blok of straat) in evenwicht is of blijft  de bij het bouwwerk behorende erfafscheidingen afgestemd zijn op het gebouw en op de omgeving. Op basis van deze criteria is voor de ontwikkeling van het Havenkwartier een beeldkwaliteitsplan opgesteld (zie paragraaf 3.4.5).

De Welstandscommissie betrekt beeldkwaliteitsplannen in haar overwegingen/beoordeling komend tot haar advies. Voor de eisen ten aanzien van welstand wordt dan ook verwezen naar het Beeldkwaliteitsplan Havenkwartier in paragraaf 3.4.5. 3.4.5 Beeldkwaliteitsplan Het Havenkwartier (2022) Het beeldkwaliteitplan bouwt voort op het hoofdstuk ‘Beeldkwaliteit’ uit het Ontwikkelkader voor het Havenkwartier. In dit beeldkwaliteitplan Havenkwartier zijn ten aanzien van de bebouwing en openbare ruimte de essentiële randvoorwaarden en beoogde uitgangspunten opgenomen. In specifieke situaties biedt dit document ruimte voor maatwerk. De openbare ruimte wordt globaler behandeld zodat deze later kan worden uitgewerkt in de vorm van inrichtingsplannen. Het beeldkwaliteitplan vormt de leidraad voor deze inrichtingsplannen.

43

Passages uit het beeldkwaliteitsplan In het algemeen geldt dat gebouwen alzijdig zijn. Aan- en opbouwen worden voorkomen doordat alle (technische) voorzieningen inpandig worden opgelost. De enkelvoudige volumes die zo ontstaan, met materialisatie die de hoek om gaat, zorgen voor samenhang binnen het plangebied en een aantrekkelijke aanblik ook van buitenaf. Speciale aandacht gaat uit naar de aanhechting van de gebouwen op de grond en de dakbeëindiging. Het streven is naar gebouwen die sterk bijdragen aan de aantrekkelijkheid van de stad op ooghoogte. Voor een aantrekkelijke omgeving is het wenselijk dat er een goede overgang gemaakt wordt tussen gebouwen en openbare ruimte. Wanneer gebouwen betrokken zijn op de straat wordt de omgeving meer aantrekkelijk, veilig en samenhangend. Zeker in watersteden is er een nauw verbond tussen bebouwing en ruimte. Gebouwen maken de ruimte. Voor het Havenkwartier wordt daarom voorgesteld te bouwen in de rooilijn, woningen en bedrijfsruimtes aan de straat te realiseren en om extra zorg te besteden aan de plinten en de hoeken van gebouwen. Daar waar bedrijfsruimtes aan de straat staan is een transparante en geactiveerde plint gewenst. Hierdoor wordt de identiteit naar buiten gedragen en wordt anonimiteit voorkomen. Rijen met gesloten roldeuren dragen niet bij aan de kwaliteit van dit gebied.

In alle gevallen spreekt hieruit een zorg vanuit de bebouwing naar de openbare ruimte. Een betrokkenheid die de kwaliteit van het gebied ten goede komt. De hogere gebouwen zijn een toevoeging aan de basislaag met Rijswijkse hoogte. De hoge gebouwen zijn in principe alzijdig en slank. Van de hoogbouw wordt een bepaalde abstractie en ingetogenheid verwacht die bijdraagt aan lichtheid en schaalloosheid van de gebouwen. Specifiek wordt gekeken naar de overgangen in de gevel. Van openbare ruimte naar plint, van plint naar basisvolume, van basisvolume naar toren en tenslotte de verticale beëindiging van de gebouwen. Hoe ingetogener de gebouwen hoe meer nadruk komt te liggen op deze overgangen. Hier verandert de ruimtelijkheid van het gebouw en ontstaan functionele en dus architectonische mogelijkheden. Op de overgangen kunnen accenten gemaakt worden in uitstraling, programma en volume. De overgang tussen basisvolume en hoogbouw speelt een rol voor de functionaliteit van het basisvolume en voor de effecten van wind en schaduw op de grond. Gevoelsmatig kan hier een menselijke maat worden neergezet en het 'gewicht' van de bovenliggende massa minder voelbaar worden gemaakt. De overgang tussen basisvolume en toren kan op meerdere manieren worden vormgegeven waarbij in principe de hoogbouw in de tweede lijn ligt.

Het daklandschap is integraal deel van de bouwopgave en wordt beschouwd als vijfde gevel. Het daklandschap dient aanvullend op de primaire dakfunctie (beschutting) benut te worden als: buitenruimte, groen of regenwaterbuffer. Toetsing In paragraaf 2.2.2 is ingegaan op de beeldkwaliteit binnen het plangebied waaruit blijkt dat er sprake is van een gewenste beeldkwaliteit binnen het plangebied. Het beeldkwaliteitplan vormt samen met de welstandsnota het toetsingskader bij de welstandstoets in het kader van de uiteindelijke vergunningaanvraag.

44

3.4.6 Woonvisie Rijswijk 2015-2025, actualisatie 2021 Op 26 november 2015 is de nieuwe gemeentelijke woonvisie 'Vertrouwd Stedelijk Wonen in Rijswijk' vastgesteld. Hierin zijn de uitgangspunten en ambities voor het wonen tot 2025 beschreven. De woonvisie is in 2021 geactualiseerd gelet op de huidige woningmarktsituatie. Het is crisis op de woningmarkt. De vraag naar woningen is groot en het aanbod blijft achter. De doorstroming stagneert. Voor veel mensen is het vinden van een (andere) woning erg lastig. Veel mensen wonen nu in niet ideale woonomstandigheden. Als gevolg van de woningtekorten ziet de gemeente almaar oplopende huur- en koopprijzen. Vooral in het segment van de lagere middenhuur (tot ca. € 1000,-) zijn grote tekorten. De nieuwe ambities zijn:  De komende jaren een fors aantal woningen toevoegen.  Zorgen voor een woningvoorraad waarin alle doelgroepen voldoende aan bod komen.  Prioriteit aan het toevoegen van middeldure huur- en koopwoningen.  De doelgroepenvoorraad beperkt uitbreiden. Het aandeel in de totale voorraad neemt af.  De leefbaarheid en sociale cohesie in wijken verbeteren en zorgen voor een meer gemêleerde woningvoorraad. Het streven om de woningvoorraad veelzijdiger te maken is in onderstaande tabel vertaald naar streefpercentages per prijssegment voor 2030.

Figuur 3.7: Streefpercentages woningvoorraad Het Havenkwartier is aangewezen als transformatiegebied + sloop-nieuwbouw. Hierbij bestaat de doelgroep uit werkende jongeren, young professionals, kleine huishoudens en huishoudens met midden- en hogere inkomens. Toetsing Het Havenkwartier is aangewezen als transformatiegebied wat inhoudt dat naast werken de functie wonen een prominente plek krijgt. Woningen worden zowel toegevoegd door transformatie van leegstaand vastgoed als door sloop- nieuwbouw. De realisatie van appartementen sluit hierbij aan. In UrbanParks zullen appartementen in diverse prijsklassen aangeboden worden waarvan tenminste 50% betaalbaar. Naast diverse prijsklassen worden de appartementen in diverse oppervlaktes variërend tussen de 30 m2 en 100 m2 aangeboden.

3.4.7 Economische strategie Rijswijk (2023) De gunstige ligging en goede bereikbaarheid onderscheidt Rijswijk van veel andere plaatsen. Door deze eigenschappen beter te benutten, wil de gemeente ervoor zorgen dat in 2030 de werkgelegenheid in de gemeente stabieler, sterker geworteld en diverser is dan ooit. Dat zorgt er mede voor dat Rijswijk dan een duidelijke, onderscheidende positie in de regio heeft.

45

Er zijn vier hoofdlijnen voor de strategie: 1. Sterk profiel; 2. Sterk netwerk; 3. Sterke structuur; 4. Sterke kerngebieden. Vanwege flexibilisering van de economie (andere werkvormen, mengvormen van detailhandel, horeca en internetwinkels etc.) is het belangrijk om in te zetten op sterke gebieden. Zo zijn er in de Rijswijkse werk- en winkelgebieden een aantal substantiële (en niet makkelijk op te lossen) opgaven rond o.a. leegstand en verduurzaming. Er is veel vraag naar ruimte voor werken in de regio, maar de Plaspoelpolder weet daar nog niet van te profiteren. Ruimtedruk en behoefte aan informele milieus en functiemenging Internationaal, maar zeker ook in de provincie Zuid-Holland, is er sprake van een ‘trek naar de stad’. Dit leidt tot een toenemende ruimtedruk in steden en een forse woningbouwopgave, die wordt versterkt door demografische trends (ouderen wonen langer thuis, toename alleenstaanden). In de moderne kenniseconomie neemt de behoefte aan ontmoeting en interactie toe, net als aan een flexibiliteit in bedrijfsvoering en -huisvesting. Flexibele locaties gericht op interactie, zoals bedrijfsverzamelconcepten in stadscentra of in woonwijken, koffiezaken en werkplekken aan huis, groeien hierdoor in populariteit.

Op bedrijventerreinen en kantoorlocaties vertaalt zich dit in een vraag naar meer functiemenging, bijvoorbeeld door ontmoetingsplekken en extra voorzieningen (zoals horeca, kinderopvang, fitness etc.). Er is steeds meer sprake van meervoudig ruimtegebruik of dubbel grondgebruik. Omdat ruimte steeds schaarser wordt en er steeds meer belang wordt gehecht aan de kwaliteit van die ruimte, vormt dubbel grondgebruik een mooie oplossing. Toetsing Met dit bestemmingsplan wordt ingezet op behoud van werkgelegenheid in de transformatie naar een gemengd levendig gebied. Binnen UrbanParks is sprake van meervoudig grondgebruik. In de plint en op de eerste verdieping worden niet-woonfuncties mogelijk gemaakt: bedrijven geschikt voor functiemenging, horeca, ondergeschikte horeca, dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen, sportvoorzieningen, detailhandel in de vorm van een supermarkt, ondergeschikte detailhandel en kleinschalige zelfstandige kantoren. Op de verdiepingen van de gebouwen worden woningen gerealiseerd. Meervoudig grondgebruik past binnen het ontwikkelkader Havenkwartier en de Economische strategie. 3.4.8 Stadsvisie Rijswijk 2030 In de stadsvisie zijn de ambities voor Rijswijk beschreven, waarbij drie gebieden zijn onderscheiden waarbinnen de verschillende, toekomstige vraagstukken het best kunnen worden ondergebracht: de pijlers sociaal, ruimtelijk en economisch.

In de Stadsvisie zijn als keuzes opgenomen:  het transformeren van leegstaande bedrijven en kantoorpanden naar woningen;  de Plaspoelpolder krijgt meer woon- en andere functies;  groen en water worden op meer creatieve manieren geïntegreerd in stedelijke gebieden. Toetsing De ontwikkeling van het Havenkwartier en de beoogde ontwikkeling sluit hier op aan. Het betreft het transformeren van een kantoorlocatie en onbebouwde gronden naar twee woongebouwen met bedrijven en voorzieningen in de plinten en (groene) verblijfsgebieden die deels openbaar zijn. De ontwikkeling vormt de begrenzing van het Havenkwartier. Dit draagt bij aan een nieuwe invulling van dit gebied, waarbij meer nadruk op verblijfskwaliteit wordt gelegd.

46

3.4.9 Nota Parkeernormen Gemeente Rijswijk 2011 Op 8 februari 2011 heeft de gemeenteraad de gemeentelijke Nota Parkeernormen vastgesteld. De nota is opgesteld om in de toekomst voldoende parkeergelegenheid te kunnen houden en duidelijkheid te krijgen over de implementatie van de parkeernormen. De nota is het toetsingskader voor de komende jaren. Door herziening van de bijlagen bij de nota kan de komende jaren flexibel worden ingespeeld op bijvoorbeeld maatschappelijke trends of een gewijzigde beleidsvisie. In 2023 wordt gewerkt aan een nieuwe versie van de Nota Parkeernormen op basis van voortschrijdende inzichten. Het gebruik van parkeernormen heeft tot doel een zodanig aantal parkeerplaatsen voor nieuwe ontwikkelingen (of bij uitbreidingen) voor te schrijven, dat de plaatsen voorzien in de vooraf in te schatten parkeervraag. Daarmee moet worden voorkomen dat door aanleg van te weinig parkeerplaatsen een tekort en daarmee parkeeroverlast ontstaat. Tevens voorkomen de normen dat te veel parkeerplaatsen worden aangelegd, waardoor de automobiliteit gestimuleerd wordt en de leefbaarheid nadelig wordt beïnvloed. Aan de normen wordt actief getoetst bij (nieuwe) ontwikkelingen waarvoor een omgevingsvergunning voor bouwen vereist is, zoals nieuwbouwprojecten, uitbreidingen van bestaande bebouwing en functiewijzigingen waarvoor tevens een vergunning is vereist.

Onder voorwaarden is gemotiveerd afwijken van de Nota Parkeernormen mogelijk. Toetsing In dit bestemmingsplan zijn de parkeernormen planologisch geborgd. Voor de ontwikkelingen in het Havenkwartier zijn specifieke parkeernormen vastgesteld. In paragraaf 4.2 is getoetst aan deze normen. Hierin blijkt dat het aspect parkeren geen belemmering vormt voor de ontwikkeling.

3.4.10 Mobiliteitsprogramma 2040 Economische groei leidt tot mobiliteit en mobiliteit leidt tot economische groei, tot een bepaald punt. In de Randstad en dus ook in Rijswijk is het punt bereikt dat dit geen vanzelfsprekendheid meer is. Het Mobiliteitsprogramma Rijswijk 2040 zet de lijnen uit waarlangs de mobiliteit in Rijswijk zich zou moeten ontwikkelen om in de toekomst als stad bereikbaar, leefbaar en verkeersveilig te zijn. De opgave binnen de gemeente is het volgende:  Toenemende drukte en verstedelijking.  Negatieve effecten van mobiliteit: toenemende verkeersonveiligheid, slechte luchtkwaliteit en geluidshinder. Binnen de gemeente wordt er geprioriteerd volgens het STOMP-principe. (STOMP: S=stappen, lopen, T=trappen, fietsen, O=openbaar vervoer, M= Mobility as a service, deelmobiliteit en P=privéauto). Daarbij gaat voetganger voor fiets, fiets voor openbaar vervoer en openbaar vervoer voor auto. Bijvoorbeeld: als een hoofdnet fiets een hoofdnet auto kruist, heeft het hoofdnet fiets voorrang. Deelmobiliteit heeft bovendien de voorkeur boven eigen autobezit. Toetsing In paragraaf 4.2 Verkeer en parkeren is ingegaan op het aspect mobiliteit. Het bestemmingsplan maakt een parkeergarage/kelder mogelijk om de parkeerbehoefte te realiseren. De wens is om een deel van de parkeerbehoefte op te vangen in een mobiliteitshub buiten het plangebied.

Dit om enerzijds het aantal verkeersbewegingen in het gebied te beperken en anderzijds duurzaam om te gaan met de gebouwde omgeving. Deze mobiliteitshub wordt dan binnen een loopafstand van circa 500 meter gerealiseerd. Op deze locatie worden parkeerplaatsen voor deelauto's gerealiseerd. Met het faciliteren van het gebruik van de

47

deelauto's wordt aangesloten bij het gemeentelijk mobiliteitsprogramma. 3.4.11 Groenbeleidsplan 2010 - 2020 In februari 2010 heeft de gemeenteraad het Groenbeleidsplan 2010-2020 'BomeNatuuRecreatie' vastgesteld. In het plan staan de 'groene' ambities voor ontwikkelingen in de stad. Het groen komt te vaak op de tweede plek. Met het groenbeleidsplan krijgt het weer de plek op de kaart van Rijswijk die het verdient. De groenstructuur van Rijswijk is de basis en dus het fundament van het groenbeleidsplan. Die groenstructuur bestaat uit de boomstructuur, natuurstructuur en recreatiestructuur en duurzaam, verbinden en beleven zijn de leidende principes. De visie van het groenbeleidsplan bestaat uit het creëren van een duurzame groenstructuur, door het behoud van de bestaande hoeveelheid groen, de identiteit en de kwaliteit van het groen te versterken en te zorgen voor groen dat in de omgeving past. Verbindingen zorgen voor samenhang in de groenstructuur. Dit vergroot de belevingswaarde van het groen. Investeren in de groenstructuur door middel van herinrichting en beheer betekent investeren in de stad als geheel. Het groenbeleidsplan fungeert als het groene toetsingskader voor ontwikkelingen en geeft richting aan het denken over groen, prioritering bij de uitvoering en keuzes in groenbeheer.

Toetsing De bomen aan de Burgemeester Elsenlaan horen tot de hoofdbomenstructuur en de bomen aan de Koopmansstraat horen tot de bomenstructuur. De bomen/groenstructuur langs de Burgemeester Elsenlaan vormen ook een primaire natuurverbinding volgens het Groenbeleidsplan. Wanneer er vanwege de sloop van het gebouw kap van bomen moet plaatsvinden dient er te worden onderzocht of dit invloed heeft op de bomenstructuur en natuurverbinding uit het Groenbeleidsplan. Uitgangspunt is dat de bomenstructuur en de ecologische zone niet wordt aangetast. Als dit technisch niet mogelijk is worden vooraf herstel afspraken gemaakt. De groenstructuur zal met name rondom het plangebied vorm krijgen, als onderdeel van de ontwikkeling van het Havenkwartier. Op en aan de gebouwen is wel aandacht voor het realiseren van meer groen. Dit is beschreven in 2.2.3. UrbanParks maakt onderdeel uit van de primaire ecologische zone: Landgoederenzone-Elsenburger Bos. Bij groen- en natuurinclusiviteitsaspecten van het plan zullen naast de uitgangspunten van Tauw ook de doelsoorten van de ecologische verbinding uitgangspunt zijn.

3.4.12 Retail- en horecabeleid gemeente Rijswijk Eind juni 2023 is het retail- en horecabeleid voor de gemeente Rijswijk vastgesteld. Mede gezien de veranderende ontwikkelingen binnen de retail- en horeca had de gemeente behoefte aan een gemeentebreed beleid op dit gebied. Het beleid biedt onder meer uitgangspunten voor het kunnen beoordelen van nieuwe initiatieven. Bovendien verlangen ondernemers en eigenaren naar een duidelijke richtlijn die schetst waar retail- en horeca gewenst is. De herontwikkeling van Bogaard stadscentrum heeft de behoefte gecreëerd aan meer duidelijkheid over hoe de diverse centra binnen de gemeente zich tot elkaar verhouden. Dit retail- en horecabeleid biedt de gemeente een toetsingskader voor nieuwe initiatieven en biedt marktpartijen een beter houvast en investeringsperspectief. Het sluit aan op de vastgestelde economische visie om in te zetten op sterke economische kerngebieden. Voor de leefbaarheid in Rijswijk is het belangrijk dat het toekomstig aanbod aan retail en horeca goed afgestemd wordt op het toenemende aantal inwoners en hun behoeftes en op nieuwe trends, zoals flitsbezorgers. Bereikbaarheid, gezondheid, duurzaamheid en toegankelijkheid zijn hierbij belangrijke aandachtspunten.

48

Toetsing In het beleid is voor het Havenkwartier aangegeven dat ruimte is voor een buurtsteunpunt. Gezien de jonge doelgroep, de lage geplande parkeernorm en de overige mobiliteitsambities van de gemeente zullen toekomstige bewoners zich vooral lopend of met de fiets verplaatsen. Een kleine mandjessupermarkt (circa 500 m2 winkelvloeroppervlakte) is gelet op die karakteristieken en de afstand ten opzichte van de andere supermarkten gewenst in dit gebied. Daarnaast is het Havenkwartier geschikt voor het ontwikkelen van enkele horecagelegenheden. Aangezien dit een gemengd gebied wordt met veel ruimte voor wonen, wordt enkele horeca van categorie 1a en 1b wenselijk geacht. Met voorliggend bestemmingsplan wordt horeca mogelijk gemaakt van maximaal 400 m2. In de regels is opgenomen welke categorieën horeca toegestaan zijn. Deze categorieën zijn passend in de genoemde 1a en 1b. Daarnaast maakt dit plan een supermarkt van maximaal 550 m2 mogelijk. Dit is de ontwikkeling van de mandjessupermarkt die genoemd wordt in het beleid. De ontwikkeling is dan ook niet in strijd met het gemeentelijk beleid. 3.4.13 RAAK - Rijswijkse Adaptiestrategie en Aanpak voor Klimaatverandering Rijswijk moet beter uitgerust worden om de veranderingen van het klimaat beter te kunnen opvangen, voor nu en voor in de toekomst.

Op deze manier zorgen we voor een stad waarin het prettig is om te wonen, te werken en te verblijven. Als klimaatmaatregelen uitblijven, zullen hittestress, verlies van biodiversiteit, wateroverlast en dergelijke gaan toenemen. De daarmee gepaarde risico’s gaan oplopen en hebben gevolgen voor de natuur, economie en leefbaarheid. Om deze reden is een klimaatadaptatie strategie opgesteld. De gemeentelijke doelstellingen zijn als volgt: 1. Er is een goed begrip van de kwetsbaarheden van het gebied voor extreme omstandigheden, inclusief de vitale en kwetsbare functies. 2. Overheden, maatschappelijke organisaties, bedrijven, beheerders en bewoners hebben gezamenlijk, op basis van deze bekende kwetsbaarheden, een ambitie vastgesteld. Hierbij wordt rekening gehouden met lokaal en regionaal handelingsperspectief en wordt er een gedeeld beeld gevormd van de kosten en baten. 3. De voortvloeiende uitvoeringsplannen met vastgestelde ambities zijn uitgevoerd. 4. Binnen gemeente Rijswijk worden mitigatie- en adaptatiestrategieën geïntegreerd toegepast, waardoor onze leefomgeving voortdurend klimaatadaptief blijft. 5. Bewoners en bedrijven in Rijswijk zijn bewust van het belang van klimaat, water en biodiversiteit. Ook geven we zelf het goede voorbeeld met ons maatschappelijk vastgoed. 6.

Het principe van klimaatbestendigheid en waterrobuuste inrichting wordt geïntegreerd in het dagelijkse en strategische handelen. Bij de ontwikkeling van ruimtelijke plannen wordt de klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting meegenomen in het plantoetsproces. 7. De kwetsbaarheid van het gebied wordt regelmatig opnieuw bekeken en indien nodig aangepast op basis van klimaatontwikkelingen of veranderingen in de ruimtelijke inrichting. Dit gebeurt ten minste eens in de zes jaar, of eerder indien nodig. 8. Niet alle kwetsbaarheden kunnen volledig worden opgelost. Er blijft altijd een kans dat het mis kan gaan. Dat heet restrisico. Het restrisico is voor alle thema's bekend en begrepen door partneroverheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en burgers. 9. De calamiteitenzorg en het herstelvermogen zijn aangepast aan de restrisico's, en burgers en bedrijven zijn op de hoogte van hun persoonlijke handelingsperspectief in geval van een calamiteit. Toetsing In het ontwerp van UrbanParks is rekening gehouden met klimaatadaptatie. Dit is beschreven in paragraaf 4.14. Dit is daarnaast geborgd in de regels in artikel 4.5.

49

Hoofdstuk 4 Sectorale aspecten

4.1

Milieueffectrapportage

Toetsingskader De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU Richtlijn m.e.r. De richtlijn is van toepassing op de milieueffectbeoordeling van openbare en particuliere projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De Europese regelgeving is in de Nederlandse wetgeving onder andere geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (verder Wm) en in het Besluit milieueffectrapportage 1994 (verder Besluit m.e.r.). In de bijlagen behorende bij het Besluit m.e.r. zijn de m.e.r.-plichtige activiteiten (de Clijst) en de m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten (de D-lijst) beschreven. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Voor de betreffende activiteiten die niet aan de drempelwaarden voldoen, dient het bevoegd gezag te beoordelen of sprake kan zijn van belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu. Deze beoordeling wordt aangeduid met de term vormvrije m.e.r. beoordeling. De vorm is vrij maar de inhoud dient betrekking te hebben op de volgende omstandigheden:  de kenmerken van de projecten;  de plaats van de projecten;  de kenmerken van de potentiële effecten.

Onderzoek en conclusie In het Besluit m.e.r. is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de toevoeging van 600 woningen en maximaal 4500 m2 bvo nietwoonfuncties zoals bedrijven en voorzieningen. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Alhoewel de beoogde ontwikkeling onder de drempelwaarde blijft, is middels een aanmeldingsnotitie onderzocht of sprake is van belangrijke nadelige milieueffecten. De ontwikkelingen binnen dit bestemmingsplan zijn onderdeel van de herontwikkeling van het gehele Havenkwartier in Rijswijk. Voor de gehele ontwikkeling van het Havenkwartier is een aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling opgesteld, deze is als bijlage van het Ontwikkelkader Havenkwartier opgenomen. Voor de ontwikkeling is een separate aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. Deze is toegevoegd in bijlage 4.

50

Uit deze aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling blijkt dat er geen belangrijk negatieve gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. Burgemeester en wethouders hebben op basis van deze aanmeldnotitie besloten dat voor het bestemmingsplan geen m.e.r.-procedure doorlopen hoeft te worden.

4.2

Verkeer en parkeren

Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn. Er wordt getoetst aan de parkeernormen zoals opgenomen in het ontwikkelkader Havenkwartier (zie bijlage 5 van de regels).

4.2.1 Verkeer Ontsluiting Het plangebied wordt via de Koopmansstraat aangesloten op de Burgemeester Elsenlaan. Vanaf hier kan richting het zuiden de A4 worden bereikt. Op circa 150 meter afstand bevindt zich de tramhalte Rijswijk, Handelskade. De verkeerskundige effecten zijn in 2019 in het kader van de aanmeldingsnotitie m.e.r. onderzocht. De gehele ontwikkeling van het Havenkwartier leidt naar verwachting tot 11.400 motorvoertuigen per etmaal (bestaande en nieuwe functies) van en naar het Havenkwartier in 2030. De toename van verkeer zorgt voor een veranderende verkeersafwikkeling in het gebied. Voor de kruispunten van de Burgemeester Elsenlaan met de Handelskade en de Limpergstraat geldt dat de toekomstige verkeersstromen verwerkt kunnen worden en er geen fysieke aanpassingen nodig zijn. Voor de kruispunten van de Diepenhorstlaan met de Veraartlaan en de aansluiting met de rijksweg A4 geldt dat de toekomstige verkeersstromen onvoldoende verwerkt kunnen worden en aanpassingen worden uitgevoerd om toekomstbestendig te zijn. Verkeersregeltechnische optimalisaties (met eventueel kleinschalige fysieke aanpassing) zijn voldoende om de toekomstige verkeersstromen wel voldoende te kunnen verwerken. Dit geldt tevens voor de kruispunten van de Burgemeester Elsenlaan met de Churchilllaan en de Generaal Spoorlaan.

Daarnaast zal de gemeente monitoren of na realisatie van (een deel van) het bouwprogramma aanvullende verkeerskundige ingrepen nodig zijn om doorgaand verkeer door wegen als de Galjoenstraat en/of Bomenbuurt tegen te gaan. Het onderzoek uit 2019 is uitgevoerd op basis van programmagegevens zoals die destijds bekend waren. Inmiddels is er sprake van concretere bouwplannen waardoor er meer inzicht is in het programma zoals dat daadwerkelijk gerealiseerd zal worden. Daarom is een bijstelling van het verkeersonderzoek gedaan aan de hand van actuele programmagegevens. Deze actualisatie is toegevoegd in Bijlage 6. Hierbij is inzicht verkregen:  of toe- of afname van verkeersstromen ten opzichte van het onderzoek uit 2019 is te verwachten;  of aanvullende verkeerskundige maatregelen wenselijk/noodzakelijk zijn;  of stringenter gestuurd moet worden in de mobiliteitseffecten van toekomstige bouwplannen door middel van bv. lagere parkeernormen, meer parkeren op afstand, meer deelmobiliteit etc.;  of het nog te realiseren bouwprogramma tussentijds bijgesteld moet worden.

51

Uit het onderzoek blijkt het volgende:  De totale te verwachten verkeersstroom na realisatie van het Havenkwartier is in lijn met het onderzoek uit 2019. De inschatting uit 2019 voor een ritproductie van 3 ritten/woning/etmaal (Goudappel Coffeng) sluit aan bij de te verwachten ritproductie op basis van het actuele woonprogramma (3,2 ritten/woning/etmaal). Op basis van deze doorrekening kan geconcludeerd worden dat (ten opzichte van de reeds voorgestelde maatregelen in rapport Goudappel Coffeng) vooralsnog geen aanvullende verkeerskundige maatregelen en/of bijstelling van programma nodig zijn.  In de berekening is uitgegaan dat ook voor toekomstige bouwplannen een reductie van 20% wordt toegepast op de parkeernormering van het Havenkwartier. De uitkomsten geven dan ook aanleiding om bij de beoordeling van toekomstige bouwplannen sterk te blijven sturen op een reductie op het aantal parkeerplaatsen van minimaal 20% in combinatie met maatregelen op het gebied van mobiliteitstransitie zoals deelauto’s, fiets en parkeren op afstand. Binnen het Havenkwartier is de Koopmansstraat de belangrijkste ontsluitingsweg. Vanaf deze hoofdas zijn de Nijverheidsstraat, Steenplaetsstraat en de Limpergstraat te bereiken. Vrijwel alle wegen in het Havenkwartier zijn in het ontwerp opgenomen. Hierbij wordt aandacht besteed aan kwalitatief hoogwaardige voorzieningen voor voetgangers en fietsers.

Zo worden er nieuwe fietsroutes door en naar de wijk aangelegd en komen er brede trottoirs die met plantenbakken en/of bomen afgescheiden zijn van de rijbaan voor het autoverkeer waardoor het prettig lopen is. Ook wordt onderzocht of door toepassing van deelauto’s in het Havenkwartier de gebruikelijke parkeernorm iets naar beneden bijgesteld kan worden wat een gunstig effect kan hebben op de verkeersdruk in- en naar de wijk. Verkeersgeneratie UrbanParks In de toekomstige situatie worden 600 woningen en verschillende maatschappelijk/commerciële functies gerealiseerd. Er is de aanname gedaan dat de beoogde ontwikkeling gasloos wordt. De verkeersgeneratie is berekend op basis van de (worst-case) kengetallen van het CROW. Ook hier zijn de kenmerken 'zeer sterk stedelijk' en 'rest bebouwde kom' gehanteerd. De verkeersgeneratie is weergegeven in tabel 4.1. De totale (maximale) verkeersgeneratie bedraagt 5.235 mvt/etmaal. Functiegroep Functietype

Wonen Werken Detailhandel Werken

Programma

Koop, appartement, duur 600 woningen Bedrijfsverzamelgebouw 1.925 m2 Fullservice-supermarkt 550 m2 Commerciële 2.025 m2 dienstverlening (kantoor met baliefunctie)

Kengetal

Verkeersgenerati e mvt/etmaal weekdaggemidd elde 7,2 4.320 0,064 per m2 bvo 123,2 1,116 per m2 bvo 613,8 0,088 per m2 bvo 178,2

5.235 Tabel 4.1: Verkeersgeneratie beoogde ontwikkeling 4.2.2 Parkeren Autoparkeren Vanwege het specifieke karakter van het Havenkwartier zijn voor deze ontwikkeling gebiedsparkeernormen vastgesteld. Deze zijn opgenomen in de Notitie parkeren, die onderdeel is van het Ontwikkelkader Havenkwartier. Deze normen vormen uiteraard ook het kader voor de ontwikkeling UrbanParks en zijn daarom geborgd in de regels van dit bestemmingsplan.

52

Voor bewoners gelden de volgende normen:

Figuur 4.1: Gebiedsnormen Havenkwartier (bron:Notitie parkeren - Ontwikkelkader) 

Voor bezoekers aan bewoners geldt vooralsnog een verlaagde parkeernorm van 0,2 pp/woning. De gemeente kan bij latere fasen van de ontwikkeling van het Havenkwartier mogelijk kiezen voor een nog lagere bezoekersnorm van 0,1 pp per wooneenheid. Dit is aan de orde als blijkt dat er een overschot aan bezoekersparkeerplaatsen is. Dit tekort zal worden aangetoond door het combineren van informatie van betaalautomaten en de Rijswijkse scanauto. Voor werknemers en bezoekers aan bedrijven en voorzieningen gelden parkeernormen die zijn gebaseerd op de meest recente parkeerkengetallen van de CROW.

In Bijlage 5 (Parkeer- en mobiliteitsplan UrbanParks Burgemeester Elsenlaan 329, Omega, d.d. 28-10-2022) is het parkeer- en mobileitsplan toegevoegd. In dit onderzoek is de parkeerbalans uitgewerkt. Normatieve parkeerbehoefte De normatieve parkeerbehoefte (berekend op basis van de parkeernormen van het Havenkwartier) bedraagt in deze berekening totaal 503 parkeerplaatsen. De parkeerbalans is weergegeven in tabel 4.2.

53

Parkeerplaatsen: • Aantal parkeerplaatsen voor bewoners bedraagt 332. • Aantal parkeerplaatsen voor bezoekers van de wooneenheden bedraagt 120. • Aantal parkeerplaatsen voor de bezoekers van het kantoor bedraagt 14. • Aantal parkeerplaatsen voor de medewerkers van het kantoor bedraagt 36.

Tabel 4.2: Normatieve parkeerbehoefte Maatgevende parkeerbehoefte Vervolgens is berekend wat de parkeerbehoefte is aan de hand van aanwezigheidspercentages. Tabel 4.3 geeft de aanwezigheidspercentages van de verschillende functies weer.

Tabel 4.3: Aanwezigheidspercentages Tabel 4.4 geeft de parkeerbehoefte op basis van de aanwezigheidspercentages weer. De maatgevende parkeerbehoefte bedraagt dan 406 parkeerplaatsen.

Tabel 4.4: Parkeerbehoefte op basis van aanwezigheidspercentages

54

Afwijking parkeerbehoefte Vanuit het parkeerbeleid is het mogelijk om af te wijken van de parkeernormen, indien dit goed onderbouwd is. Dit betekent niet dat er zomaar andere normen toegepast mogen worden, maar dat er wel met aanvullende onderbouwing naar beneden afgeweken kan worden van de normen. Tevens wil de gemeente Rijswijk inspelen op de nieuwe ontwikkelingen rondom deelmobiliteit, de groeiende populariteit van fiets en OV. Om dit te bewerkstelligen, in stedelijke omgeving en binnen de belangrijkste doelgroep young urban professional, is de insteek dat het parkeerbeleid minder gericht is op het faciliteren van de maximale parkeervraag en reductie kan worden toegepast. Er dient meer ruimte vrijgemaakt te worden voor deelmobiliteit, fietsparkeren en nieuwe vormen van vervoer. Het autobezit in relatie tot de doelgroep van UrbanParks is door Springco Urban Analytics onderzocht. Op basis van consumentenonderzoek met de vraag naar autobezit per huishouden en een verhuis- en vraaganalyse naar verschillende types appartementen zijn patronen achterhaald. Jongere huishoudens hebben minder auto’s, huishoudens met lagere inkomens hebben minder auto’s en huishoudens in huurwoningen hebben minder auto’s. Op basis van dit onderzoek is aangetoond welk autobezit bij deze doelgroepen van toepassing is.

Dit leidt tot een reductie van de parkeernormen ten opzichte van de normering zoals deze in het ontwikkelkader wordt gehanteerd. Op basis van dit onderzoek is aangetoond dat vooral de normeringen van de kleinere woningen tot 80 m² reductie kan worden toegepast. Afgesproken is om de normeringen van Springco Urban Analytics te volgen voor deze woningen en voor de grotere woningen > 80 m² de bewonersparkeernorm aan te houden zoals deze volgt uit het ontwikkelkader. In het vastgestelde ontwikkelkader is in de parkeernotitie opgenomen waarin staat dat maatwerkoplossingen voor parkeren en inzet van andere vormen van mobiliteit denkbaar zijn. Deze maatwerkoplossingen zijn tussen de mobiliteitsdeskundige van gemeente Rijswijk en de projectontwikkelaar besproken. Tabel 4.5 geeft de parkeerbehoefte op basis van de toegepaste reductie weer. De totale parkeerbehoefte komt dan neer op 312 parkeerplaatsen.

Tabel 4.5: Parkeerbehoefte na reductie De parkeerbehoefte is vervolgens aan de hand van aanwezigheidsperentages berekend. De parkeerbehoefte komt uit op 241 parkeerplaatsen.

55

Tabel 4.6: Parkeerbehoefte op basis van reductie en aanwezigheidspercentages

 

Het huidige ontwerp omvat 220 parkeerplaatsen. Voor de ontwikkeling zijn tevens 70 parkeerplaatsen beschikbaar in de Parkeerhub op de Handelskade. De totale parkeercapaciteit bedraagt 290 parkeerplaatsen met een behoefte van 241 parkeerplaatsen. Er zijn voldoende parkeerplaatsen beschikbaar om te voldoen aan de parkeervraag.

Parkeren niet-woonfuncties Naast de woningen worden commerciële functies, horeca en een supermarkt mogelijk gemaakt. De supermarkt zal worden gebruikt door bewoners uit de buurt. Het is aannemelijk dat er geen bezoekers uit, bijvoorbeeld Den Haag, speciaal de boodschappen gaan doen bij de supermarkt aan de Burgemeester Elsenlaan. Daarvoor is het type supermarkt niet onderscheidend genoeg. De commerciële functies zullen een buurtfunctie vervullen. Er zijn genoeg supermarkten in de omgeving en aan te nemen is dat bezoekers van de supermarkt geen gebruik zullen maken van de auto voor hun boodschappen. De horeca in het plangebied krijgt een grootte van maximaal 400 m2 brutovloeroppervlakte. Mede door het aantal vierkante meters kan ervan worden uitgegaan dat het horecaconcept voornamelijk bezoekers uit de omgeving zal aantrekken en het hier kleinschalige horeca (lunchroom of restaurant) betreft. Een horecazaak van 400 m2 zal geen grote artiesten, speciale evenementen of concepten kunnen aanbieden waarbij de bezoeker bereid zal zijn hiervoor een lange afstand te reizen. Dit betekent dat de bezoekers van de horecazaak dan wel gelegenheidsbezoekers zijn (bezoekers die langslopen of toevallig in de buurt zijn) of bezoekers uit de omgeving.

Mochten er incidenteel toch bezoekers buiten de directe omgeving naar de horeca komen, dan kan de horecagelegenheid op haar website er voor zorg dragen, dat er geen onnodige parkeerdruk ontstaat middels duidelijke communicatie. Aannemelijk is dat wanneer de bezoeker een langere afstand aflegt om bij de horecagelegenheid te eten, deze bezoeker contact opneemt om te verifiëren of er plaats is dan wel om een reservering te maken. Hierbij kan de horecagelegenheid op haar website duidelijk vermelden hoe men de horecagelegenheid kan bereiken en wanneer men toch met de auto komt, dat men in de mobiliteitshub kan parkeren. Medewerkers voor de commerciële functies worden niet gefaciliteerd met een parkeerplaats dit ter bevordering van het openbaar vervoer en deelmobiliteit. Voor de bezoekers is een parkeerplaats aangehouden conform de CROW. Mocht er door omstandigheden meer

56

parkeerplaatsen benodigd zijn voor bezoek dan is er voldoende parkeergelegenheid in de mobiliteitshub. In de berekening parkeren zijn 4.300 m2 niet-woonfuncties aangehouden. In de regels van dit bestemmingsplan wordt maximaal 4.500 m2 niet-woonfuncties mogelijk gemaakt. Uit de parkeerberekening blijkt dat er een overschot van 49 parkeerplaatsen is. Daarom wordt ervan uit gegaan dat er ruim voldoende capaciteit is voor de oppervlakte aan niet-woonfuncties. Fietsparkeren In het ontwikkelkader is opgenomen dat wordt voldaan aan de meest recente fietsparkeerkencijfers van het CROW, thans uit 2019. Essentie van de concept Rijswijkse beleidsregels fietsenstallingen in nieuwe woongebouwen is dat fietsparkeercapaciteit in appartementencomplexen ook gerealiseerd mag worden in een goed toegankelijke, gemeenschappelijke fietsenstalling. In de fietsregels parkeren van dit bestemmingsplan zijn onderstaande normen opgenomen: Gebruiksoppervlakte woning Aantal plekken in fietsrek (m2) Tot 50 2 50 tot 75 2 75 tot 100 3 100 en groter 4 Voor de beoogde ontwikkeling betreft dit het volgende: Gebruiksoppe Aantal rvlakte woningen woning (m2) Tot 50 244 50 tot 75 290 75 tot 100 66 100 en groter 0 Totaal 600

Aantal plekken in fietsrek

Totaal aantal plekken

2 2 3 4

488 580 198 0 1.266

Op basis van bovenstaande normen dienen tenminste 1.266 fietsparkeerplekken te worden gerealiseerd. Er wordt een fietsenstalling gerealiseerd op de begane grond. Voor bezoekers wordt een norm van 0,25 per woning gerealiseerd en 0,25 per woning wordt gereserveerd. Er worden dus tenminste 150 fietsparkeerplekken gerealiseerd en er wordt ruimte voor nog eens 150 stuks gereserveerd. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.3

Wegverkeerslawaai

Toetsingskader Conform artikel 74 van de Wet geluidhinder (Wgh) (2007) bevindt zich aan weerszijden van een weg een zone waarbinnen akoestisch onderzoek dient plaats te vinden. Alvorens geluidsgevoelige objecten - zoals woningen of scholen - kunnen worden geprojecteerd, dient te worden onderzocht of aan de normen van de Wet geluidhinder wordt voldaan. De zonebreedte is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk gebied).

57

Als er nieuwe geluidgevoelige objecten binnen de onderzoekszone van een weg worden gerealiseerd, dan mag de geluidsbelasting van het wegverkeer niet meer bedragen dan de voorkeursgrenswaarde. Op grond van artikel 82 van de Wet geluidhinder bedraagt de voorkeursgrenswaarde 48 dB op de gevel van een geluidsgevoelige bestemming. Indien de geluidsbelasting hoger is dan de voorkeurswaarde moeten er maatregelen worden getroffen om hieraan alsnog te kunnen voldoen. Blijkt dat niet mogelijk of op overwegende bezwaren te stuiten dan is het college van burgemeester en wethouders bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde. Deze hogere waarde mag de maximale ontheffingswaarde niet overschrijden. De maximaal toelaatbare geluidbelasting voor nieuwe geluidgevoelige bestemmingen in binnenstedelijke gebieden bedraagt en 63 dB. Voor nieuwe geluidgevoelige bestemmingen in buitenstedelijk bedraagt de maximale geluidbelasting 53 dB. Wanneer de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden, kunnen hogere waarden worden verleend tot de maximale ontheffingswaarden. Voor het verlenen van hogere waarden wordt een besluit genomen. Dit ontwerpbesluit hogere grenswaarden wordt gelijk met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd.

Bij overschrijding van de maximale geluidbelasting kan een geluidgevoelig gebouw toch gerealiseerd worden als de gevel waar sprake is van overschrijding van die waarde "doof" wordt uitgevoerd. Een dove gevel bevat geen te openen delen. Voor woonerven en voor wegen waarop de maximum snelheid 30 kilometer per uur bedraagt, geldt geen onderzoekszone, waardoor ze op basis van de Wet geluidhinder niet hoeven te worden getoetst aan de normen van de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het echter wel verplicht dat deze wegen mee worden genomen in de afweging. Omgevingswet Op het moment van schrijven geldt de Wet geluidhinder. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning zal de Omgevingswet waarschijnlijk van kracht zijn. Daarom wordt in dit bestemmingsplan aangegeven wat de wetgeving op het gebied van geluid zal zijn. Op het gebied van geluid moet de ontwikkeling onder de Omgevingswet voldoen aan het Besluit kwaliteit leefomgeving. In het akoestisch onderzoek door Buro Bouwfysica (d.d. 13 november 2023) wordt dieper ingegaan op de verschillen tussen de Wet geluidhinder en het Besluit kwaliteit leefomgeving. Hieronder een klein overzicht: De systematiek van het Besluit kwaliteit leefomgeving sluit in grote lijnen aan op die van de Wet geluidhinder. In tabel 4.3 is een overzicht van de verandering in terminologie weergegeven.

Een wezenlijk verschil is dat de toetsing van het geluid onder het Besluit kwaliteit leefomgeving plaats vindt op de te openen delen in plaats van ter plaatse van de gevel. Een gevel kan daarmee opgedeeld worden in afgeschermde delen en dove delen. Daarnaast is er geen sprake meer van een dove gevel maar van een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen. Hiervoor geldt wel de eis dat het binnenniveau maximaal 30 dB is, waarbij uitgegaan wordt van het gezamenlijke geluid. Deze eis aan de geluidwering is 3 dB zwaarder dan de eis aan een dove gevel onder de Wet geluidhinder (33 dB). Zoals weergegeven in tabel 4.7 wordt onder de Omgevingswet gesproken van een standaardwaarde (50 dB) en een grenswaarde (60 dB).

58

Tabel 4.7: Terminologie Wet geluidhinder en het Besluit kwaliteit leefomgeving Voor het ontwerp van woningen onder de Omgevingswet en het Besluit Kwaliteit van de Leefomgeving zal rekening moeten worden gehouden met het gestelde in artikel 5.78y en 5.78ab zoals hieronder is weergegeven.

De belangrijkste verschillen tussen het Besluit Kwaliteit Leefomgeving en de Wet geluidhinder zijn de volgende. Toetsing op te openen delen Een wezenlijk onderscheid tussen Besluit Kwaliteit Leefomgeving en de Wet geluidhinder is dat de toetsing van het geluid niet plaats vindt ter plaatse van de gevel (scheiding tussen een ruimte in een gebouw en de buitenlucht) maar dat de toetsing onder het Besluit Kwaliteit Leefomgeving plaats vindt ter plaatse van de te openen delen. Een gevel kan opgedeeld worden in afgeschermde delen en dove delen.

59

Geluidsschermen mogen te openen zijn De toelichting op het Besluit Kwaliteit Leefomgeving maakt – in tegenstelling tot de Wet geluidhinder - duidelijk welke mate van openheid een geluidsscherm dat voor een te openen deel in de uitwendige scheidingsconstructie is geplaatst moet hebben. Wanneer de woning voorzien is van natuurlijke toevoer moeten bij een gesloten, beter gezegd een functionerend, geluidsscherm zodanig openingen rond het scherm aanwezig zijn dat de woning geventileerd kan worden in gesloten toestand van het geluidsscherm. Het is echter niet noodzakelijk dat de woning gespuid kan worden bij een gesloten geluidsscherm. De toelichting op artikel 5.78y geeft hierbij aan dat geluidsschermen in de gevel kortstondig geopend mogen worden om de verblijfsruimten in de woning te kunnen spuien. Een kortstondige verhoging van het geluid wordt als niet schadelijk voor de gezondheid beoordeeld. Onderzoeksplicht naar bron- en overdrachtsmaatregelen blijft Net als onder de Wet geluidhinder vindt de toepassing van een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen alleen plaats als de maatregelen om de overschrijding te beperken zijn onderzocht en zijn toegepast voor zover het bouwplan dit toelaat.

Extra gevelisolatie bij een niet-geluidgevoelige gevel Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving legt vast dat bij een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen een binnenniveau van maximaal 30 dB moet worden gerealiseerd, waarbij uitgegaan wordt van het gezamenlijke geluid, het geluid van alle geluidbronnen tezamen. Deze eis aan de geluidwering die moet worden gemaakt is 3 dB zwaarder dan de eis aan een dove gevel onder de Wet geluidhinder (33 dB). Geluidluw blijft een gemeentelijk invulling Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving stelt een meer kwalitatieve eis aan de geluidbelasting op een geluidluwe zijde. Een geluidluwe zijde is een zijde waar sprake is van een lagere geluidbelasting. In de toelichting is aangegeven dat de gemeenten hierin een eigen beleidsvrijheid hebben. In aansluiting op het bestaande beleid wordt er vanuit gegaan dat een gevel bij voorkeur in zijn geheel geluidluw is, maar dat in minimale zin voldaan wordt aan het gemeentelijk beleid als de geluidbelasting ter plaatse van een te openen deel wordt teruggebracht tot een geluidluwe niveau. Onderzoek en conclusie Door Buro Bouwfysica is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd (bijlage 7, d.d. 13-11-2024). Uit dit onderzoek kwam het volgende naar voren: Het plangebied valt binnen enkele geluidzones.

De Rijksweg A4 / A13 heeft ter plaatse een geluidzone met een breedte van 600 m (buitenstedelijk gebied). De Veraartlaan/Burgemeester Elsenlaan, de Koopmansstraat, Handelskade, Bordewijkstraat, Limpergstraat en Trambaan Burgemeester Elsenlaan hebben een geluidzone van 200 m breed. Het plangebied ligt daarmee binnen de geluidzones van de genoemde wegen en tramlijn. Tevens is het gedeelte van de Handelskade waar 30 km/uur gereden mag worden meegenomen in het onderzoek. Dit betekent dat voor het voorliggende plan een maximaal toelaatbare geluidbelasting geldt van: • 53 dB voor de geluidbelasting vanwege de Rijksweg A4 / A13; • 63 dB voor de geluidbelasting vanwege de Burgemeester Elsenlaan, Koopmansstraat en de Bordewijkstraat.

60

Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd door het uitvoeren berekeningen van de geluidsbelasting ten gevolge van het (spoor-)wegverkeer op de gevels van het nieuwe gebouw. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen de toetsing onder de Wet geluidhinder en toetsing onder het Besluit kwaliteit leefomgeving. Gezien bij de bouw van het gebouw de Omgevingswet is ingetreden zal voor de vergunningverlening het Besluit kwaliteit leefomgeving van toepassing zijn. Toetsing Wet geluidhinder Rijkswegen Ten gevolge van het verkeer op de Rijkswegen worden maximale geluidbelastingen berekend tot 62 dB na aftrek (aftrek op basis van de Wet geluidhinder in verband met het stiller worden van voertuigen op termijn). Derhalve is voor de Rijkswegen sprake van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB en is tevens sprake van een overschrijding van de maximaal te verlenen ontheffingswaarde van 53 dB ter plaatse van de gevels die zicht hebben op de rijkswegen. Deze gevels dienen doof te worden uitgevoerd Stedelijke wegen Ten gevolge van het verkeer op de Burgemeester Elsenlaan (incl. trambaan), Koopmansstraat en Limpergstraat worden maximale geluidbelastingen berekend van respectievelijk 61 dB, 58 dB en 54 dB na aftrek. Derhalve is voor de Burgemeester Elsenlaan (incl.

trambaan), Koopmansstraat en Limpergstraat sprake van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB maar niet van de maximaal te verlenen ontheffingswaarde van 63 dB op de gevels van het plan. Ten gevolge van het verkeer op de Handelskade worden maximale geluidbelastingen berekend van 20 dB na aftrek. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt voor de Handelskade niet overschreden. Gecumuleerde geluidbelasting De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt maximaal 66 dB en voldoet daarmee ruimschoots aan de maximaal aanvaardbare gecumuleerde geluidsbelasting (Lcum) van 69,5 dB (op basis van het gemeentelijk concept geluidbeleid) zodat sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Dove gevels Onderstaande figuren geven weer welke gevels doof dienen te worden uitgevoerd.

Figuur 4.2: Dove gevels op de 2e en 3e verdieping (bron: akoestisch onderzoek Burgemeester Elsenlaan 329 Buro Bouwfysica)

61

Figuur 4.3: Dove gevels op de 4e en 5e verdieping (bron: akoestisch onderzoek Burgemeester Elsenlaan 329 Buro Bouwfysica)

Figuur 4.4: Dove gevels vanaf de 6e verdieping (bron: akoestisch onderzoek Burgemeester Elsenlaan 329 Buro Bouwfysica)

Hogere waarden Gezien het voorgaande is het noodzakelijk voor de appartementen binnen het plan een hogere waarde vast te stellen /hogere geluidwaarden toe te staan in het omgevingsplan. In verband met de gewenste flexibiliteit wordt geadviseerd de in de onderstaande tabel vermelde waarden voor alle woningen in het plan vast te stellen/toe te staan.

62

Tabel 4.8 Hogere waarden Burgemeester Elsenlaan 329 onder de Wet geluidhinder Onderstaande figuren geven weer voor welke verdiepingen hogere waarden dienen te worden vastgesteld.

Figuur 4.5: Hogere waarden op de 1e, 2e en 3e verdieping (bron: akoestisch onderzoek Burgemeester Elsenlaan 329 Buro Bouwfysica)

63

Figuur 4.6: Hogere waarden op de 4e en 5e verdieping (bron: akoestisch onderzoek Burgemeester Elsenlaan 329 Buro Bouwfysica)

Figuur 4.7: Hogere waarden vanaf de 6e verdieping (bron: akoestisch onderzoek Burgemeester Elsenlaan 329 Buro Bouwfysica) Omgevingswet Per 1-1-2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Onder de Omgevingswet is voorzien dat voor Rijkswegen de maximale ontheffingswaarde, in deze wet aangeduid als grenswaarde, wordt verruimd naar 60 dB (er is geen sprake meer van aftrek, dus dit is de geluidbelasting op de gevel). Dit betekent voor het plan dat er onder het regime van de Wet geluidhinder wel dove gevels zijn vereist, maar dat deze gevels onder de Omgevingswet niet meer "doof" uitgevoerd hoeven te worden.

64

Conclusie De grenswaarde van 48 dB wordt overschreden vanwege de Rijksweg A4, de Burgemeester Elsenlaan, de Koopmansstraat en de Limpergstraat. Voor deze woningen zijn hogere waarden verleend tot 61 dB. Het hogere waarden besluit is een separaat besluit dat als ontwerpbesluit tegelijkertijd met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd. Voor de woningen met een hogere geluidbelasting dienen dove gevels te worden toegepast. Dit is geborgd in de regels in artikel 4.2.5.

4.4

Bedrijven en milieuzonering

Toetsingskader Milieuzonering is een instrument dat helpt bij het afwegen en verantwoorden van keuzes aangaande nieuwe woningbouw- en bedrijvenlocaties en beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie. Het gaat hierbij om de milieuaspecten: geluid, geur, stof en gevaar, waarbij de belasting afneemt naarmate de afstand tot de bron toeneemt. Om ervoor te zorgen dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden wordt gebruik gemaakt van de brochure 'Bedrijven en milieuzonering' opgesteld door de VNG (versie 2009). Deze geeft per bedrijfscategorie een "veilige" afstand voor de genoemde milieuaspecten, de zogenaamde richtafstand. Realisatie van woningen binnen deze richtafstand is alleen gemotiveerd mogelijk indien wordt aangetoond dat ter plaatse een goed woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd én dat bestaande bedrijven niet onevenredig in haar bedrijfsvoering wordt geschaad ten gevolge van de ontwikkeling. Deze wijze van milieuzonering is toegepast om de milieubelasting van bedrijven in de omgeving van het plangebied ten opzichte van de nieuwe woningen te toetsen. Milieuzonering Nieuwe Stijl Het Havenkwartier is een gebied waarin wonen en bedrijvigheid door elkaar voorkomen. Daarbij past in beginsel een andere benadering van milieuzonering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=816193e5-80eb-452c-8efe-0f282a7acdd9