Bijlage D Waardestelling erfgoedvereniging Heemschut (RV 25-016)
Tekst van het document
Denkkader duurzaam behoud van het baksteenmozaïek van Theo van Amstel uit 1970 als achtergevel van de Marimbahal, Waldhoornplein 1 in Rijswijk
Werkgroep Monumentale Kunst van Erfgoedvereniging Bond Heemschut, Johanna Jacobs en Norman Vervat, kunsthistorici 15 mei 2024
1
Aanleiding Op 31 januari 2024 is door de gemeenteraad van Rijswijk het besluit genomen de Marimbahal, een grote sportzaal uit 1970 te slopen. Op de plaats van de te slopen sporthal komt, volgens de huidige plannen, een wooncomplex van vijf verdiepingen met daarin minimaal twintig sociale woningen en verder huurappartementen voor middeninkomens. Op de begane grond worden maatschappelijke voorzieningen gerealiseerd zoals een gezondheidsen een activiteitencentrum en aan de achterzijde een sportzaal. Bovendien is een wandelroute met veel groen voorzien aan de zijde van de Singel. Op 24 april 2024 heeft Silla Koopmans, beleidsmedewerker Kunst & Cultuur van de gemeente Rijswijk contact opgenomen met de Werkgroep Monumentale Kunst van de landelijke Erfgoedvereniging Bond Heemschut (hierna: WMK) over de mogelijkheid tot behoud van het baksteenmozaïek van beeldend kunstenaar Theo van Amstel. Het baksteenmozaïek beslaat de volledige achtergevel van de Marimbahal en is daarmee een kunstzinnige invulling van een gevel die 8 meter hoog en 43 meter lang is. Het baksteenmozaïek heeft Theo van Amstel vormgegeven in samenhang met een bijbehorend terras dat via niveaus uitmondt aan de Singel.
Het baksteenmozaïek In 1970 werd de Marimbahal gebouwd in Rijswijk, een satelietstad van Den Haag en regio, waar veel woon- en kantoorflats van glas en beton werden gebouwd om de nijpende woningnood te lenigen. Daarvoor werd het grootste deel van het dorp Rijswijk opgeofferd. Er werden 15.000 nieuwe woningen gebouwd en het aantal inwoners steeg explosief tot circa 54.000. Bij de bouw van de Marimbahal kreeg beeldend kunstenaar Theo van Amstel de opdracht om het monotone karakter van de nieuwe wijk te doorbreken en “het bouwsel tot een boeiend element in deze wijk te maken”. Dat deed Van Amstel door de achtergevel om te zetten in een kunstwerk, een baksteenmozaïek: een geliefd materiaal en een veelvuldig toegepaste techniek in de wederopbouwperiode. In de jaren ’50 was er een enorme schaarste aan (bouw)materialen maar er was wel beton, cement en baksteen. De kunstenaars die na een zwaar bevochten strijd in 1952 de 1,5%-regeling doorgevoerd wisten te krijgen waarbij genoemd percentage van de totale bouwsom van een gebouw aan kunst werd besteed, pasten hun beeldende werken aan. Het sgraffito waarbij gekleurde lagen cement over elkaar werden aangebracht waarna de voorstelling werd vrijgemaakt, maakte een enorme bloei door. Glas-inbeton wanden en ramen werden op grote schaal toegepast.
En de versieringen in baksteenmuren waarbij het benodigde materiaal op een prachtige wijze werd ‘versierd’ door voorstellingen die in reliëf of in andere gekleurde baksteen werden aangebracht. Zo werd, bij wijze van spreken, het nuttige met het aangename verenigd.
De wederopbouwperiode Het onderhavige baksteenmozaïek van Theo van Amstel behoort tot een bijzondere periode in de kunstgeschiedenis: de wederopbouw. Deze periode wordt gekenmerkt door een ware bouwexplosie. Men grijpt de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog niet alleen aan om de infrastructuur van steden te verbeteren, maar men gaat ook steeds grootschaliger bouwen. In het kader van de in 1952 door de rijksoverheid ingestelde 1,5%-regeling werd 1,5% van de totale bouwsom van overheidsgebouwen besteed aan kunst. Al snel volgden het bedrijfsleven en kerkgemeenschappen. De regeling was tot stand gekomen na een jarenlange strijd door beeldend kunstenaars. Zij wilden samenwerken met de opdrachtgevers en architecten bij de realisatie van de vele gebouwen na de Tweede Wereldoorlog zoals scholen, ziekenhuizen, stations, kerken, fabrieken, gezondheidscentra, postkantoren, brandweerkazernes en gemeentehuizen. Naast inkomsten was er ook een idealistisch motief: hedendaagse kunst in de 2
leef- en werkomgeving van mensen brengen zodat zij op een natuurlijke manier in aanraking kwamen met kunst waardoor het welzijn en het beschavingsniveau werden verhoogd. De kunstenaars stemden de onderwerpen van hun kunstwerken af op de functie van het gebouw. De kunstwerken die zij realiseerden waren fors (‘monumentaal’) van formaat en werden nagelvast (‘architectuurgebonden’) in en tegen gebouwen aangebracht. De laatste decennia worden steeds meer gebouwen uit de wederopbouwperiode gesloopt of grondig gerenoveerd. Juist door het nagelvast in en tegen gebouwen te zijn aangebracht, wordt deze kunst zeer bedreigd. Veel werken zijn al verloren gegaan of verkeren in de gevarenzone. Daarbij vormen niet alleen de forse afmetingen vaak een probleem maar ook de nieuwe wijze van bouwen met hoofdzakelijk glaswanden bemoeilijkt herplaatsing van dit type kunstwerken.
Theo van Amstel Theo van Amstel werd in 1927 in Son en Breugel geboren. Hij volgde een opleiding MO tekenen aan de Katholieke Leergangen in Tilburg (1951-1955) en daarna de opleiding beeldende kunst in architectuur aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunst in Amsterdam (1955-1960). Hij was naast kunstschilder ook beeldhouwer, tekenaar, aquarellist en ontwerper van postzegels.
Theo van Amstel, Paard, brons, Asten 3
In dit verband is de realisatie van monumentale kunstwerken van belang. Zonder overdrijven kan hij een ‘all-round monumentalist’ worden genoemd. Hij vervaardigde mozaïeken, muurschilderingen, glasappliquéramen en meerdere baksteenmozaïeken. Van de rijksoverheid kreeg hij tussen 1961 en 1986 tal van opdrachten om kunst te vervaardigen in overheidsgebouwen in heel het land. In 1961 voor het Stationspostgebouw in Eindhoven, in 1963 voor de Rijks Hogere Burgerschool in Oosterwolde, in 1964 voor het Kantongerecht in Eindhoven, in 1966 voor het Rijkspolitiebureau in Son, in 1971 voor het postkantoor in Meppel, in 1973 voor het KNMI in de Bilt, in 1973 voor de Rijksverkeersinspectie in Rotterdam, in 1975 voor de Belastingdienst in Gorinchem, in 1977 voor het Gerechtsgebouw in Zwolle waar hij onder meer ook een portret van koningin Juliana en profil maakte, in 1978 voor het Kantongerecht in Gorinchem met wederom een afbeelding van het portret van koningin Juliana. In 1986 werden bij laatstgenoemde gebouwen de portretten van koningin Juliana door hem vervangen voor die van koningin Beatrix die een inspiratiebron vormden voor de afbeelding op de munt. De beeltenis van Juliana had hij zelf voor de munt ontworpen.
Theo van Amstel was lid van de Vereniging van Beoefenaars van de Monumentale Kunsten en was ook als docent verbonden aan de Academie in Tilburg. Hij overleed in 2010 in Turnhout en laat een omvangrijk werk na.
4
Waardestelling van het baksteenmozaïek in Rijswijk Voor deze waardestelling vormen voor zover van toepassing het ‘Stappenplan voor het behoud van monumentale kunst’ en ‘Op de museale weegschaal. Collectiewaardering in zes stappen’, beide in 2013 uitgegeven door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de basis. De waarderingscriteria zijn: • Kunsthistorische waarde • Cultuurhistorische waarde • Zeldzaamheidswaarde • Ensemblewaarde • Lokale/regionale/(inter)nationale waarde • Conditie. De kunsthistorische waarde De kunsthistorische waarde van het baksteenmozaïek moet als hoog worden gekwalificeerd. Tom Haartsen omschrijft Van Amstels talent als monumentalist in ‘De wand des tijds / Monumentale kunst rond de jaren 50’ als volgt: “[…] zijn belangstelling voor de ontwikkelingen in de monumentale beeldende kunsten en zijn aangeboren gevoel voor kleur en vormgeving hebben hem tot een boeiend beoefenaar van ruimtelijke vormgeving in relatie tot architectuur gebracht.
[…] Op den duur ontstonden enorme baksteengevels met reliëfs van hetzelfde materiaal waarmee hij opnieuw zijn liefde voor grootse aanpak kon uitleven zoals dat het geval is bij de sporthal in Rijswijk.” Om vervolgens te concluderen: “Een duidelijk aspect van het werk van Theo van Amstel is, welke discipline hij ook toepast, dat zich een breedheid van aanpak manifesteert, ook in zijn vrije schilderkunst.” Wanneer we het baksteenmozaïek van de Marimbahal bekijken zien we het ‘brede gebaar’ in praktijk gebracht: over de hele wand zijn kleine cirkels afgewisseld met telkens drie omhoog rijzende strips ritmisch over de enorme lengte van de wand verdeeld. Een verdichting van strips, een plastisch uitgewerkte X en een enorme cirkel doorbreken dit ritme en vormen krachtige signalen en accenten in de gevel. Doordat alle vormen uit de wand komen ontstaat er onder de weersinvloeden een voortdurend wisselend beeld door schaduwwerking en lichtval. Dat maakt dat de muur telkens een andere zeggingskracht heeft die spannend blijft. Door de krachtige vormentaal, de ritmiek, het grootse gebaar en het gebruikte materiaal baksteen, is dit kunstwerk een belangrijke exponent van de kunststroming in de wederopbouwperiode. De cultuurhistorische waarde De Marimbahal is in het kader van de enorme expansie die Rijswijk vanaf de jaren ’50 van de vorige eeuw doormaakte, een belangrijk gebouw.
De gemeente Rijswijk heeft nadrukkelijk om een verbijzondering van deze hal gevraagd en deze is op een tijdloze manier gerealiseerd door Theo van Amstel. Daarnaast is de sporthal het toneel geweest van de meest succesvolle Nederlandse volleybalclub ooit, Blokkeer. Deze club behaalde in de jaren ’60 en ’70 acht landskampioenschappen en behoorde tot de Europese top. Meerdere wedstrijden op topniveau werden hier gespeeld en trokken meer dan 4000 bezoekers. Zonder meer kan dus gesteld worden dat de cultuurhistorische waarde van het baksteenmozaïek hoog is: heel veel Rijswijkers zijn er mee opgegroeid en hebben hieraan herinneringen. Het tijdloze karakter van het reliëf maakt dat het ook in deze en de komende tijd een verrijking van de openbare ruimte is. De zeldzaamheidswaarde 5
Er zijn meerdere baksteenmozaïeken van Theo van Amstel en andere wederopbouwkunstenaars bewaard gebleven. Nog in 1982 realiseerde Van Amstel een enorm baksteenmozaïek op de zuidgevel van het gemeentehuis in Dronten. Het is niet bekend hoeveel baksteenmozaïeken van Van Amstel bewaard gebleven zijn. Een dergelijk onderzoek valt buiten het kader van deze notitie. De zeldzaamheidswaarde wat betreft Nederland moet als gemiddeld worden ingeschat. Voor Rijswijk echter als hoog. Het betreft hier een monumentale exponent van de wederopbouwperiode die zijns gelijke in de gemeente niet kent. Ensemblewaarde Het baksteenmozaïek is samen met het naar de Singel in niveaus verlopende terras ontworpen. Beide onderdelen vormen een onlosmakelijk geheel. Lokale/regionale/(inter)nationale waarde De lokale waarde van het baksteenmozaïek kan hoog genoemd worden vanwege de uitdrukkelijke wens destijds van de gemeente Rijswijk een beeldend element toe te voegen aan de buitenzijde van de sportzaal om een accent aan te brengen in het monotone karakter van de nieuwbouw. Daarnaast is het een prachtige exponent van de wederopbouwperiode (zie hiervoor Kunsthistorische waarde) die qua omvang uniek is in Rijswijk. Het baksteenmozaïek is een schakel in de geschiedenis van Rijswijk en dan met name de enorme vlucht die de plaats vanaf de jaren ’50 nam door de enorme bouwexplosie en toename van haar inwoners.
Het werk is tevens van nationale waarde vanwege de kwaliteit: de toegepaste vormen die ritmisch een gigantische gevel tot steeds wisselend kunstwerk omtoveren, is ook voor Nederland uitzonderlijk. Conditie De conditie van het baksteenmozaïek is op een zichtbare scheur, wat mosvorming op de reliëfdelen en enkele bekladdingen, op het oog goed.
Advies Het advies van de WMK is om dit bijzondere baksteenmozaïek te behouden. Bij duurzaamheid wordt zelden aan het behoud van monumentale kunst gedacht. Toch is het zeer goed mogelijk, mede gedacht vanuit duurzaamheid, om dit type kunst in situ te behouden. In het geval van onderhavig baksteenmozaïek is behoud zeer goed mogelijk temeer omdat op de locatie waar de Marimbahal gesloopt wordt, een nieuwe ontwikkeling is voorzien. Deze bestaat uit een medisch centrum, een multifunctionele ruimte voor een sportkantine en een wijkcentrum. Dat laatste wordt, zo valt te lezen in de nieuwsbladen, nu node gemist. Maar belangrijker: door een tekort aan sportaccommodaties in Rijswijk is er ook een sportzaal voorzien waarvan de afmetingen variëren tussen de 855 en 1080 m2. Juist deze voorzieningen die op de begane grond zijn gedacht, maken het mogelijk het baksteenmozaïek te behouden. Zoals vaker het geval is, worden beeldbepalende gevels bij sloop gespaard en wordt achter een dergelijke gevel nieuwbouw gepleegd. In dit geval kan de hele Marimbahal op de achtergevel waarmee het baksteenmozaïek samenvalt, gesloopt worden. Voorwaarde is dat de muur van tevoren aan de buitenzijde met plaatwerk wordt afgedekt en gestut. Sloopbedrijven hebben hier ervaring mee. Het plaatwerk dat vóór de aanvang van de sloop moet zijn aangebracht, beschermt de muur tegen beschadigingen.
De muur kan aan de binnenzijde worden geïsoleerd conform de huidige, strenger geworden bouwvoorschriften. Doordat boven en naast deze oorspronkelijke muur in andere baksteen of met andere materialen wordt gebouwd aan de woningen en genoemde voorzieningen, krijgt het 6
baksteenmozaïek een versterking: het krijgt als het ware een omlijsting waardoor het idee van kunstwerk wordt versterkt. Doordat het gebied rondom de gedachte nieuwbouw wordt voorzien van wandelpaden en veel groen is de instandhouding van het terras dat in niveaus naar de Singel loopt en dat samen met het baksteenmozaïek is ontworpen, eveneens wenselijk. Omdat er woningen zijn voorzien vormt juist dit terras een aangename verblijfsplek voor de bewoners en de bezoekers aan de voorzieningen op de begane grond. De gemeente heeft de bevoegdheid om aan de projectontwikkelaar en daarmee indirect de architect, specificaties mee te geven om het baksteenmozaïek te behouden en te integreren in de nieuwbouwplannen. Voor de aan te trekken architect is het een mooie uitdaging waarbij de kwaliteit van het totaal versterkt kan worden. Oud en nieuw samen levert vaak een aantrekkelijk beeld op. Behoud is volgens ons financieel goed mogelijk als het tijdig wordt opgenomen in de planvorming. De gemeente kan in haar PR-uitingen het behoud van het baksteenmozaïek ten volle benutten: het bij alle Rijswijkers bekende werk wordt behouden en krijgt een tweede duurzaam leven in een nieuwe setting.
7