CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage C - Adviesrapport BeleidloonT Stimulansz Rijswijk

Forum Samenleving 3 december 2024, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Armoedevrij Rijswijk: De Rijswijkse visie op armoede en schuldenpreventie (RV 24-068)5.866 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid

Een onderzoek naar de armoedeval in de gemeente Rijswijk

Karin van Nuland

30-1-2024

Inleiding Dit rapport behandelt de volgende centrale vraagstelling: Gaan mensen die vanuit de bijstand gaan werken er op enig moment financieel op achteruit omdat het recht op landelijke en/of gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning afbouwt of vervalt? Het dagelijks bestuur van de gemeente Rijswijk heeft gevraagd om te onderzoeken: 1. Wat de landelijke en gemeentelijke toeslagen en tegemoetkomingen voor de verschillende huishoudtypen; 2. Waar ligt de armoedeval bij verschillende huishoudtypen; 3. Wat is de hoogte van de armoedeval bij verschillende huishoudtypen; 4. Wat is de gemeentelijke- en landelijke component van de armoedeval; 5. Hoe kunnen we de armoedeval verminderen/ tegengaan. Het doel van het onderzoek is om een objectief beeld te vormen van het samenspel tussen landelijke en gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning, en of er ergens sprake kan zijn van een feitelijke inkomensachteruitgang, terwijl het maandloon is gestegen (de zogenaamde armoedeval).

2

Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid • 30 januari 2024

Naar inhoudsopgave

Inhoud Inleiding ________________________________________________________________________________________________________ 2 De auteurs ______________________________________________________________________________________________________ 5 Managementsamenvatting _________________________________________________________________________________________ 6 Onderzoeksuitkomsten __________________________________________________________________________________________ 6 1 Opzet van het onderzoek ________________________________________________________________________________________ 8 1.1 Inleiding __________________________________________________________________________________________________ 8 1.2 Keuze voor huishoudtypes ___________________________________________________________________________________ 8 1.3 Overzicht van de relevante regelingen __________________________________________________________________________ 9 1.4 Wanneer is er sprake van recht/geen recht op deze regelingen? _____________________________________________________ 9 1.5 De hoogte van landelijke regelingen en heffingskortingen __________________________________________________________ 10 1.6 De hoogte van gemeentelijke regelingen _______________________________________________________________________ 11 1.7 Gemeentelijke regelingen die niet meegenomen worden in de berekening

____________________________________________ 12 1.8 Resterende stelposten ______________________________________________________________________________________ 12 1.9 Disclaimer _______________________________________________________________________________________________ 13 2 Resultaten ___________________________________________________________________________________________________ 15 2.1 Inleiding _________________________________________________________________________________________________ 15 2.2 Alleenstaande tussen 23 jaar en pensioengerechtigde leeftijd ______________________________________________________ 15 2.3 Alleenstaande ouder met 2 kinderen __________________________________________________________________________ 17 2.4 Samenwonend/gehuwd zonder kinderen _______________________________________________________________________ 19 2.5 Samenwonend/gehuwd met 2 kinderen ________________________________________________________________________ 21

3

Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid • 30 januari 2024

Naar inhoudsopgave

3 Conclusie ____________________________________________________________________________________________________ 24 4 Aanbevelingen _______________________________________________________________________________________________ 25 Over Stimulansz _________________________________________________________________________________________________ 27

4

Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid • 30 januari 2024

Naar inhoudsopgave

De auteurs

5

A

Sam van Grinsven

Karin van Nuland

Productmanager BerekenUwRecht, WerkloonT en BeleidloonT

Adviseur Armoede en schulden

06 12 58 82 11

06 83670254

sam.vangrinsven@stimulansz.nl

karin.vannuland@stimulansz.nl

Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid • 30 januari 2024

Naar inhoudsopgave

Managementsamenvatting Onderzoeksuitkomsten Uit dit onderzoek door Stimulansz blijkt dat er in alle vier gekozen huishuidtypes inderdaad sprake is van een kleine armoedeval in de gemeente Rijswijk. Een armoedeval ontstaat vanuit de volgende factoren: De landelijke toeslagen nemen geleidelijk af naarmate het inkomen stijgt. Hierdoor veroorzaken de landelijke toeslagen geen armoedeval, maar verminderen wel de groei van het besteedbaar inkomen bij een groeiend loon. De gemeentelijke regelingen kennen een inkomensgrens. Mensen met een inkomen net hoger dan deze inkomensgrens, verliezen de gemeentelijke toeslagen. Als gevolg hiervan daalt het besteedbaar inkomen. In de gemeente Rijswijk daalt het besteedbaar inkomen in een aantal gevallen zover dat het lijdt tot een armoedeval wanneer de inwoner net meer dan bijstandsniveau verdient.

In het overzicht geven de roodgekleurde bedragen een ‘harde’ armoedeval weer, waarin het inkomen met werk, uiteindelijk beneden de 100% bijstandsnorm terecht komt. De blauw gekleurde bedragen geven de bedragen weer waarbij het inkomen in absolute zin niet onder de bijstandsnorm zakt, maar waarvoor geldt dat er bij een hoger inkomen minder geld overblijft dan bij een lagere verdienste uit arbeid.

Deze kleine armoedeval ontstaat wanneer inwoners een inkomen net boven bijstandsniveau verdienen, Het recht op de individuele inkomenstoeslag vervalt, waardoor het inkomen onder bijstandsniveau daalt. In onderstaand tabel vindt u een samenvattend overzicht van de uitkomsten van het onderzoek naar de armoedeval in de gemeente Rijswijk.

6

Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid • 30 januari 2024

Naar inhoudsopgave

Overzichtstabel armoedeval per maand Armoedeval in € per maand Inkomen t.o.v. bijstandsuitkering

100%

101%

110%

120%

130%

131%

150%

170%

Alleenstaande

0

-30

44

133

223

168

341

451

Alleenstaande ouder met 2 kinderen

0

-43

22

94

216

147

379

529

Echtpaar zonder kinderen

0

-44

68

107

157

77

187

325

Echtpaar met 2 kinderen

0

-44

63

102

152

37

110

197

Gemeente Rijswijk

7

Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid • 30 januari 2024

Naar inhoudsopgave

1

Opzet van het onderzoek

1.1

Inleiding

De onderzoeksvraag is ’gaan mensen die vanuit de bijstand gaan werken er op enig moment financieel op achteruit omdat het recht op landelijke en/of gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning afbouwt of vervalt?’ De onderzoeksvraag kent 3 onderliggende vragen: 1. Welke landelijke en gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning spelen een rol bij het aanvaarden van werk vanuit de bijstand? 2. Wanneer is er sprake van recht/geen recht op deze regelingen? 3. Wat is de hoogte van de regelingen? In dit hoofdstuk gaan we op deze vragen in.

1.2

Keuze voor huishoudtypes

In dit onderzoek is uitgegaan van percentages van de toepasselijke bijstandsnorm (het wettelijk minimum). Er zijn 4 huishoudtypes onderzocht met inkomensnormen van 100% tot 170% van de bijstandsnorm. De reden om het inkomen in percentages van de bijstandsnorm te nemen, is om zo aan te kunnen sluiten bij de manier waarop gemeenten rekenen in hun minimabeleid.

8

Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid • 30 januari 2024

Het gaat om de huishoudtypen: • Alleenstaande tussen de 23 en pensioengerechtigde leeftijd; • Alleenstaande met 2 kinderen: 1 kind in het basisonderwijs en 1 kind in het voortgezet onderwijs; • Echtpaar/samenwonenden zonder kinderen met partner van gelijke leeftijd; • Echtpaar/samenwonenden met 2 kinderen: als hierboven met partner van gelijke leeftijd. Het onderscheid alleenstaande, alleenstaande ouder en echtpaar/samenwonenden met en zonder kinderen sluit aan bij de normensystematiek uit de Participatiewet en wordt door alle gemeenten gebruikt als basis voor het minimabeleid. Vanwege de onderzoeksvraag zijn personen met de pensioengerechtigde leeftijd buiten beschouwing gelaten. Deze groep inwoners wordt niet meer naar werk begeleid. Door te kiezen voor kinderen in de schoolgaande leeftijd tot en met 17 jaar wordt het merendeel van de gemeentelijke ‘Kindregeling’ meegenomen in het onderzoek. Deze 4 huishoudtypes geven samen een representatief beeld, ook van te verwachten uitkomsten bij andere huishoudtypes, bijvoorbeeld bij een gezin met 3 of meer kinderen.

Naar inhoudsopgave

1.3 Overzicht van de relevante regelingen

1.4 Wanneer is er sprake van recht/geen recht op deze regelingen?

In de berekeningen zijn de relevante regelingen, zowel landelijk als gemeentelijk, voor inkomensondersteuning meegenomen.

Landelijke toeslagen en heffingskortingen: Bij het arbeidsinkomen wordt gerekend met een oplopend percentage van het sociaal minimum, dat is per definitie netto uitgedrukt, het gaat daarom om een netto-inkomen. De (afbouw van) reguliere algemene heffingskorting en arbeidskorting speelt daarom hier geen rol.

Landelijke toeslagen en heffingskortingen: a. Huurtoeslag; b. Zorgtoeslag; c. Kindgebonden budget; d. Inkomensafhankelijke combinatiekorting. Daarnaast zijn de gemeentelijke (decentrale) regelingen die voor de gemeente Rijswijk gelden verwerkt: 1. Bijzondere bijstand; 2. Individuele inkomenstoeslag; 3. Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen; 4. Collectieve zorgverzekering; 5. Geen eigen bijdrage Wet maatschappelijke ondersteuning; 6. Participas; 7. Bijdrage schoolreis en werkweek; 8. Computerregeling; 9. Ooievaarspas.

9

Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid • 30 januari 2024

Voor alle toeslagen geldt dat de aanvrager tot de doelgroep van de regeling moet behoren. Verder geldt voor alle toeslagen, met uitzondering van de kinderbijslag, dat ze afhankelijk zijn van het inkomen van de aanvrager. De huurtoeslag, zorgtoeslag en het kindgebonden budget kennen een geleidelijke afbouw in vergoedingshoogte naarmate het inkomen stijgt. De combinatiekorting stijgt juist als het inkomen uit werk stijgt, terwijl de algemene heffingskorting (minstverdienende partner) in de praktijk vanwege maximering gelijk blijft. Gemeentelijke regelingen: Bij de gemeente Rijswijk zijn de minimaregelingen inkomensafhankelijk. De gemeente hanteert een

Naar inhoudsopgave

inkomensgrens1 om aanvragers wel of niet toe te laten tot de regeling. De inkomensgrens werkt als volgt: iedere aanvrager met een inkomen tot de inkomensgrens kan worden toegelaten tot de regeling en krijgt de volledige vergoedingen die hierbij horen. Iedereen met een inkomen boven de inkomenstoetsgrens wordt volledig uitgesloten van de regeling. Dit geldt ook voor inwoners van wie de inkomsten de inkomensgrens net overschrijden. Een uitzondering hierop is de bijzondere bijstand. Het recht op bijzondere bijstand (een vergoeding voor onvoorzienbare, noodzakelijke en niet uit het reguliere inkomen te betalen kosten) wordt bepaald aan de hand van een (inkomens-) draagkracht-berekening. De draagkracht is het bedrag dat de aanvrager zelf kan bijdragen in de kosten, met bijzondere bijstand kan dan het overige deel van de kosten worden vergoed.

1.5 De hoogte van landelijke regelingen en heffingskortingen De huurtoeslag is naast inkomensafhankelijk ook afhankelijk van de hoogte van de huur én het aantal personen dat de woning bewoont. De zorgtoeslag is inkomensafhankelijk. De hoogte van de toeslag hangt af van het hebben van een partner. Het kindgebonden budget is inkomensafhankelijk. De hoogte van het budget hangt af van de aan- of afwezigheid van een partner. Alleenstaande ouders krijgen bij dit budget een verhoging d.m.v. de alleenstaande-ouderkop (ALO-kop). Verder is de hoogte afhankelijk van het aantal kinderen. De inkomensafhankelijke combinatiekorting is inkomensafhankelijk in de zin dat de combinatiekorting toeneemt bij een stijgend loon. De combinatiekorting geldt voor (alleenstaande) ouders met inkomen uit werk.

De draagkracht neemt geleidelijk toe bij een stijgend inkomen, waardoor het recht op een vergoeding geleidelijk afneemt.2 Deze draagkrachtsystematiek sluit aan bij het maatwerkprincipe van de Participatiewet.

1

Deze inkomensgrens speelt een belangrijke rol op het moment dat de oorzaken van de armoedeval worden geanalyseerd

10

Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid • 30 januari 2024

2

Verduidelijking met een voorbeeld: € 100 aan bijzondere kosten en een eigen draagkracht van € 40 betekent een vergoeding van de gemeente van € 60. Als de eigen draagkracht met het inkomen groeit tot € 80, dan daalt de gemeentelijke vergoeding naar € 20.

Naar inhoudsopgave

1.6 De hoogte van gemeentelijke regelingen De hoogte van de bijzondere bijstand wordt bepaald door de draagkracht van de aanvrager én de hoogte van de te vergoeden kosten. In theorie is de hoogte dus onbegrensd. In het onderzoek zal er daarom worden uitgegaan van stelposten. Bij de bijzondere bijstand is de stelpost € 400 per jaar, € 33 per maand. Bij samenwonenden/gehuwden bedraagt de bijzondere bijstand €600 per jaar. Dit is een geschat gemiddelde, wat overeenkomt met de bedragen die in de Divosa Benchmark worden gevonden. De hoogte van de individuele inkomenstoeslag (IIT) wordt bepaald door het gemeentelijk beleid. Het lokale beleid bepaalt de hoogte van de inkomensgrens. Verder bepaalt de gemeente de hoogte van de toeslag voor groepen, te weten alleenstaanden, alleenstaande ouders en aanvragers met partners. Bij de gemeente Rijswijk kunnen inwoners met maximaal 100% van de bijstandsnorm aanspraak maken op de volgende toeslag: o Voor gehuwden/samenwonenden € 514 o Voor een alleenstaande ouder € 660 o Voor een alleenstaande € 734

De kwijtschelding gemeentelijke belastingen wordt beslist aan de hand van de Leidraad Invordering. De gemeente Rijswijk hanteren verschillende kwijtscheldingstarieven. In dit onderzoek zijn stelbedragen berekent per huishoudtype. Voor de gemeente Rijswijk zijn de onderstaande stelbedragen3 gebruikt: 1.Voor alleenstaande € 434; 2. Voor alleenstaande met 2 kinderen € 543; 3. Voor echtpaar/samenwonenden zonder kinderen € 485; 4. Voor echtpaar/samenwonenden met 2 kinderen € 543. Via de gemeente Rijswijk kunnen inwoners met een laag inkomen zich met korting aanvullend verzekeren via de Collectieve Aanvullende Ziektekostenverzekering (CAZ). De gemeente biedt een pakket aan via Menzis en een pakket via CZ. De gemiddelde tegemoetkoming van deze twee pakketten bedraagt €26. Dit bedrag wordt meegenomen in de berekening. Inwoners met een laag inkomen én een eigen bijdrage in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) kunnen een vergoeding voor deze eigen bijdrage Wet maatschappelijke ondersteuning ontvangen. De tegemoetkoming bedraagt € 20,60 per maand.

3

Stelbedragen zijn berekend met https://www.coelo.nl/index.php/atlas-lokale-lasten/llc

11

Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid • 30 januari 2024

Naar inhoudsopgave

Voor jongeren tot 18 jaar heeft de gemeente Rijswijk drie tegemoetkomingen: Participas: Met de participas kan een kind schoolspullen aanschaffen. Gedurende het basisonderwijs bedraagt de tegemoetkoming € 50,-, voor de overgang naar voortgezet onderwijs is het bedrag € 250,-. Gedurende het voortgezet onderwijs is de jaarlijkse tegemoetkoming € 75,-. Schoolreis- en werkweekregeling: Jongeren kunnen een tegemoetkoming aanvragen in de kosten voor een schoolreis en/of werkweek. De maximale tegemoetkoming bedraagt € 50 gedurende de basisschool en maximaal € 200 gedurende het voortgezet onderwijs. Computerregeling: Gezinnen met schoolgaande kinderen kunnen via stichting KEI een 1 leenlaptop per gezin aanvragen. Voor kinderen op het voortgezet onderwijs kan per kind een kooplaptop aangeschaft worden voor max €400,De Ooivaarspas geeft de inwoner korting op allerlei activiteiten. Deze regeling is niet betrouwbaar te kwantificeren; de hoogte van de korting in combinatie met de verschillende inkomensgrenzen. Daarom wordt de Ooievaarspas niet meegenomen in dit rapport.

1.7 Gemeentelijke regelingen die niet meegenomen worden in de berekening

Studietoeslag In de aard is deze regeling niet relevant voor de armoedeval. De studietoeslag wordt verstrekt aan studenten die door een medische beperking niet in staat zijn om naast hun studie niet of nauwelijks kunnen bijverdienen. Deze doelgroep wordt niet gemeten. Energietoeslag Deze regeling is komen te vervallen in 2024.

1.8

Resterende stelposten

Huurtoeslag Er is gekozen voor een huur van gemiddeld € 600 per maand bij alleenstaande en een huur van gemiddeld € 690 bij een meerpersoonshuishouden. Bij een huur boven € 870 ontstaat er geen recht op huurtoeslag en daarmee zou de huurtoeslag buiten het onderzoek blijven. Verder is het eenvoudig voor te stellen wat de resultaten zijn bij een iets hogere of iets lagere huur (respectievelijk een iets hogere en iets lagere huurtoeslag). Kwijtschelding gemeentelijke belastingen. De hoogte van de aanslag per huishouden waarvoor kwijtschelding mogelijk is berekend. De stelposten voor de gemeentelijke belastingen zijn terug te vinden in paragraaf 1.6.

De volgende gemeentelijke regelingen worden niet meegenomen in de armoedevalberekening;

12

Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid • 30 januari 2024

Naar inhoudsopgave

De te onderzoeken lonen zijn bepaald aan de hand van de percentages op de bijstandsnorm. Met behulp van het koopkrachtmodel van het ministerie van SZW zijn vervolgens voor al deze gezinssituaties en inkomenssituaties de toeslagen en de heffingskortingen doorgerekend.

1.9

Disclaimer

1. Welke vragen worden niet beantwoord? De onderzoeksvraag moet heel letterlijk genomen worden. Dit onderzoek doet alleen uitspraak over de armoedeval vanuit het mechanisme van het landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid. Het onderzoek zegt niets over de mate en de wijze waarop het inkomen moet en kan worden besteed. Kortom: het onderzoek kijkt naar de ontwikkeling van het inkomen en welke gevolgen dat heeft voor de hoogte van de landelijke en gemeentelijke regelingen, maar kijkt niet naar de uitgaven van de inwoner. Verder: Het onderzoek heeft zich niet expliciet gericht op de complexiteit en onzekerheid van ons landelijke toeslagenstelsel. Voor inwoners is het niet altijd duidelijk wanneer en hoeveel recht zij hebben op de verschillende centrale en decentrale inkomensvoorzieningen. 2. Welke regelingen worden niet behandeld? De kinderopvangtoeslag compenseert voor een groot deel de kosten van kinderopvang bij werkende ouders. Wat resteert is de eigen bijdrage. De noodzaak en de omvang van de kinderopvang is individueel bepaald en is daarom buiten dit

13

onderzoek gehouden. In het algemeen geldt dat de kosten van kinderopvang altijd hoger zijn dan de kinderopvangtoeslag. In het kader van een individuele analyse of ‘werken gaat lonen’ is het aan te raden om alle specifieke verwervingskosten mee te nemen (dus naast kinderopvangkosten ook reiskosten of representatiekosten).

Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid • 30 januari 2024

Er wordt in dit onderzoek geen rekening gehouden met verwervingskosten, aangezien deze zeer individueel bepaald zijn. In het kader van een individuele analyse of ‘werken loont’, is het aan te raden om alle specifieke verwervingskosten wel mee te nemen. In veel gevallen kost ‘gaan werken’ ook geld. Het gaat dan om kinderopvangkosten, reiskosten of representatiekosten. Als de kinderopvang niet geheel wordt gecompenseerd door toeslagen, dan moet het verschil worden betaald uit het netto-inkomen. Dit geldt ook voor reis- en representatiekosten die nergens worden vergoed. Maar zelfs het 'mislopen' van voordelige boodschappen in verband met de werktijden, is een kostenverhogende factor. 3. Het uitgangspunt is dat de inwoner alle regelingen aanvraagt. Bij de berekening gaan we eruit dat de inwoner alle regelingen aanvraagt. Wanneer de inwoner bepaalde regelingen niet aanvraagt, verlaagt dit het besteedbaar inkomen en daarmee zal werken soms eerder lonen. Hoe beter gebruik van inkomensvoorzieningen, hoe groter de armoedeval kan zijn.

Naar inhoudsopgave

Maar als we graag willen dat iedereen – en vooral kinderen kan meedoen in de samenleving en enigszins kan rondkomen van het budget, is minimabeleid broodnodig. In dit rapport wordt gewerkt met standaard aanvraagprofielen. De applicatie WerkloonT vergelijkt de financiële situatie vóór (bijstand) en na (werk) op persoonsniveau als iemand uitstroomt naar werk.

14

Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid • 30 januari 2024

Naar inhoudsopgave

2

Resultaten

2.2 Alleenstaande tussen 23 jaar en pensioengerechtigde leeftijd

2.1

Inleiding

In de onderstaande grafiek laat de inkomenstoename zien bij het aanvaarden van werk met verschillende inkomensgrenzen bij een alleenstaande tussen 23 jaar en pensioengerechtigde leeftijd.

In dit hoofdstuk worden de landelijke en gemeentelijke regelingen voor de gemeente Rijswijk uitgewerkt per huishoudtype. Toelichting op de grafieken en tabellen Iedere kolom in de tabel geeft per huishoudsituatie aan wat er per maand aan inkomsten binnenkomt. Dat is het totaal aan inkomen, landelijke toeslagen en gemeentelijke vergoedingen. De landelijke toeslagen en de gemeentelijke vergoedingen worden berekend op basis van het maandinkomen. Door het maandinkomen van bijstand te wijzigen in loon en dit vervolgens in stapjes te verhogen wordt zichtbaar hoeveel recht er bestaat op landelijke toeslagen en gemeentelijke vergoedingen. Aangezien de inkomsten en de toeslagen netto worden ontvangen, gaat de trendvergelijking uit van een ophoging van de netto-inkomenssituatie. In de berekeningen wordt ervan uitgegaan dat alle toeslagen en vergoedingen waar recht op bestaat daadwerkelijk zijn aangevraagd en ontvangen.

15

Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid • 30 januari 2024

Naar inhoudsopgave

Onderstaand tabel laat dezelfde informatie zien als hierboven Casus 1: Bijstands uitkering

Casus 2: werk op 101% bijstand

Casus 3: werk op 110% bijstand

Casus 4: werk op 120% bijstand

Casus 5: werk op 130% bijstand

Casus 6: werk op 131% bijstand

Casus 7: werk op 150% bijstand

Casus 8: werk op 170% bijstand

Netto-uitkering of loon ex vt

1219

1231

1341

1463

1585

1597

1829

2073

Landelijke toeslagen: Huurtoeslag Zorgtoeslag

357 123

357 123

357 123

357 123

325 123

322 123

245 123

141 93

33 42

33 0

33 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

36 26 20

36 26 20

0 26 20

0 26 20

0 26 20

0 0 0

0 0 0

0 0 0

1856 0

1826 -30

1900 44

1989 133

2079 223

2042 168

2197 341

2307 451

Lokaal beleid: Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Kwijtschelding belasting Collectieve zorgverzekering Geen eigen bijdrage Wmo Wat komt erbinnen? Stijging besteedbaar inkomen tov bijstandsuitkering

In de gemeente Rijswijk heeft de alleenstaande een kleine armoedeval wanneer het inkomen bij arbeid net boven bijstandsniveau ligt. Dit komt door het wegvallen van de individuele inkomensondersteuning bij een inkomen net boven de bijstandsnorm. Dit heeft een armoedeval tot gevolg van €30 per maand, € 360 per jaar.

16

Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid • 30 januari 2024

De grafiek laat na de daling van een inkomen net boven bijstand niveau een stijgende lijn zien. Het inkomen in absolute zin stijgt mee met het inkomen uit arbeid. Dit komt omdat de landelijke toeslagen bij een alleenstaande zeer geleidelijk afbouwen als wanneer het inkomen stijgt. Echter vervallen de meeste lokale regelingen bij 130% van het inkomen ten opzichte van de bijstandsnorm. Vanaf dat moment zie je dat het absoluut inkomen veel minder hard stijgt dan de inkomensstijging uit arbeid doet vermoeden.

Naar inhoudsopgave

2.3 Alleenstaande ouder met 2 kinderen In de onderstaande grafiek laat de inkomenstoename zien bij het aanvaarden van werk met verschillende inkomensgrenzen bij een alleenstaande ouder tussen 23 jaar en pensioengerechtigde leeftijd.

Bij de gemeente Rijswijk is sprake van armoedeval bij een alleenstaande met 2 schoolgaande kinderen; een kind op het basisonderwijs en een kind op het voortgezet onderwijs. Door het wegvallen van de individuele inkomenstoeslag is er sprake van een armoedeval bij een inkomen net boven bijstandsniveau van € 43 per maand, € 516 per jaar. De gemeente Rijswijk hanteert voor de meeste gemeentelijke regelingen de inkomensgrens op 130% van het bijstandsniveau. Hierdoor zien we, naast de armoedeval, één knik in de grafiek na de 130% van de bijstandsnorm. Bij deze knik blijft het absolute inkomen hoger dan de bijstandsnorm, maar groeit minder hard dan het inkomen uit arbeid doet vermoeden. Met andere woorden, het hogere inkomen uit arbeid kan het wegvallen van deze gemeentelijke regelingen ten dele opvangen.

17

Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid • 30 januari 2024

Naar inhoudsopgave

Onderstaand tabel laat dezelfde informatie zien als hierboven Casus 1: Bijstands uitkering

Casus 2: werk op 101% bijstand

Casus 3: werk op 110% bijstand

Casus 4: werk op 120% bijstand

Casus 5: werk op 130% bijstand

Casus 6: werk op 131% bijstand

Casus 7: werk op 150% bijstand

Casus 8: werk op 170% bijstand

1219

1231

1341

1463

1585

1597

1829

2073

753 415 123

753 415 123

753 415 123

753 415 123

753 415 123

753 415 123

753 415 123

736 368 93

Lokaal beleid: Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag

50 55

50 0

50 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

Kwijtschelding belasting Collectieve zorgverzekering Geen eigen bijdrage Wmo Participas Schoolreis en werkweek Computerregeling

45 26 20 10 20 5

45 26 20 10 20 5

0 26 20 10 20 5

0 26 20 10 20 5

0 26 20 10 20 5

0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0

Wat komt erbinnen? Stijging besteedbaar inkomen tov bijstandsuitkering

2741 0

2698 -43

2763 22

2835 94

2957 216

2888 147

3120 379

3270 529

Netto-uitkering of loon ex vt Landelijke toeslagen: Kindgebonden budget Huurtoeslag Zorgtoeslag

18

Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid • 30 januari 2024

Naar inhoudsopgave

2.4 Samenwonend/gehuwd zonder kinderen In de onderstaande grafiek laat de inkomenstoename zien bij het aanvaarden van werk met verschillende inkomensgrenzen bij een samenwonend/gehuwd paar tussen 23 jaar en pensioengerechtigde leeftijd.

Bij een samenwonend of gehuwd paar zonder kinderen is er een armoedeval wanneer de kostwinnaar net iets meer verdient dan de geldende bijstandsnorm. Deze armoedeval van € 44 per maand wordt veroorzaakt door het vervallen van de individuele inkomenstoeslag. Het absoluut inkomen stijgt gestaag mee met de inkomsten uit arbeid. Door het wegvallen van de gemeentelijke regelingen bij 130% van de bijstandsnorm, ontstaat er een daling van het absolute inkomen bij 131% tot ongeveer 150% van de bijstandsnorm. Het inkomen stijgt onvoldoende om het wegvallen van de gemeentelijke regelingen en de daling van de landelijke toeslagen op te vangen. Bij een netto-inkomen van 131% bij de bijstandsnorm, € 2.282 per maand, stijgt het absoluut inkomen met € 77 per maand ten opzichte van het inkomen in de bijstand. Anders gezegd, het inkomen stijgt maandelijks bijna € 500, maar het absoluut inkomen met € 77 per maand. De oorzaak voor de zeer geringe stijging van het absoluut inkomen ligt aan het feit dat de landelijke toeslagen bij samenwonenden en gehuwden sneller dalen dan bij alleenstaande (ouder). Het wegvallen van de gemeentelijke regelingen is niet alleen de oorzaak van de geringe stijging van het absolute inkomen, maar versterkt deze ontwikkeling.

19

Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid • 30 januari 2024

Naar inhoudsopgave

Onderstaand tabel laat dezelfde informatie zien als hierboven Casus 1: Bijstands uitkering

Casus 2: werk op 101% bijstand

Casus 3: werk op 110% bijstand

Casus 4: werk op 120% bijstand

Casus 5: werk op 130% bijstand

Casus 6: werk op 131% bijstand

Casus 7: werk op 150% bijstand

Casus 8: werk op 170% bijstand

1742

1759

1916

2090

2265

2282

2613

2961

Huurtoeslag

415

415

413

362

288

283

153

0

Zorgtoeslag

236

236

233

199

148

148

57

0

Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Kwijtschelding belasting

50

50

50

0

0

0

0

0

61 40

0 40

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

Collectieve zorgverzekering

52

52

52

52

52

0

0

0

Geen eigen bijdrage Wmo

40

40

40

40

40

0

0

0

Wat komt erbinnen?

2636

2592

2704

2743

2793

2713

2823

2961

0

-44

68

107

157

77

187

325

Netto-uitkering of loon ex vt Landelijke toeslagen:

Lokaal beleid:

Stijging besteedbaar inkomen tov bijstandsuitkering

20

Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid • 30 januari 2024

Naar inhoudsopgave

2.5 Samenwonend/gehuwd met 2 kinderen In de onderstaande grafiek laat de inkomenstoename zien bij het aanvaarden van werk met verschillende inkomensgrenzen bij een samenwonend/gehuwd stel tussen 23 jaar en pensioengerechtigde leeftijd.

De grafiek maakt zichtbaar dat de armoedeval in de gemeente Rijswijk ook hier aanwezig is op het moment dat het inkomen van de kostwinnaar net boven het bijstandsniveau bedraagt. De armoedeval bedraagt € 44 per maand. Bij samenwonenden/gehuwden stijgt het absoluut inkomen tot 130% inkomen ten opzichte van bijstandsniveau gestaag. Deze stijging zet zich voort tot 130% van de bijstandsnorm. Daarna vallen een aantal gemeentelijke regelingen weg. Het inkomen neemt dan maandelijks onvoldoende toe om te zorgen voor een stijgende lijn van het absolute inkomen. Bij een inkomen van 150% van de bijstandsnorm, een nettoinkomen van € 2.613 per maand, € 800 meer dan de bijstandsnorm, stijgt het absoluut inkomen met € 110 per maand. Het wegvallen van de gemeentelijke regelingen, terwijl tegelijkertijd ook de landelijke toeslagen afnemen, is de reden van een zeer geringe stijging van het absolute inkomen wanneer het inkomen stijgt bij echtparen met schoolgaande kinderen.

21

Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid • 30 januari 2024

Naar inhoudsopgave

Casus 1: Bijstands uitkering

Casus 2: werk op 101% bijstand

Casus 3: werk op 110% bijstand

Casus 4: werk op 120% bijstand

Casus 5: werk op 130% bijstand

Casus 6: werk op 131% bijstand

Casus 7: werk op 150% bijstand

Casus 8: werk op 170% bijstand

1742

1759

1916

2090

2265

2282

2613

2961

Kindgebonden budget

463

463

463

463

463

463

426

375

Huurtoeslag

415

415

413

362

288

283

153

0

Zorgtoeslag

236

236

233

199

148

148

57

0

Bijzondere bijstand

50

50

50

0

0

0

0

0

Individuele inkomenstoeslag

61

0

0

0

0

0

0

0

Kwijtschelding belasting

45

45

0

0

0

0

0

0

Collectieve zorgverzekering

52

52

52

52

52

0

0

0

Geen eigen bijdrage Wmo

40

40

40

40

40

0

0

0

Participas Schoolreis en werkweek

10 20

10 20

10 20

10 20

10 20

0 0

0 0

0 0

Computerregeling

5

5

5

5

5

0

0

0

Wat komt erbinnen?

3139

3095

3202

3241

3291

3176

3249

3336

0

-44

63

102

152

37

110

197

Netto-uitkering of loon ex vt Landelijke toeslagen:

Lokaal beleid:

Stijging besteedbaar inkomen tov bijstandsuitkering

Resume De oorzaken van deze armoedeval en/of daling van absoluut inkomen zijn iets complexer dan bij een alleenstaande (ouder). De volgende oorzaken gelden hier:

22

Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid • 30 januari 2024

• De landelijke vergoedingen beginnen bij het echtpaar te dalen na 110% van de bijstandsnorm. De landelijke vergoedingen bij de alleenstaande (ouder) beginnen pas te dalen bij 150% van de bijstandsnorm. Dat komt omdat de

Naar inhoudsopgave

bijstandsnorm voor een echtpaar € 1.742 netto per maand bedraagt, en de norm voor een alleenstaande ouder € 1.219 netto per maand. • De landelijke toeslagen worden niet toegekend op percentages van de bijstandsnorm, maar worden bepaald aan de hand van de absolute hoogte van het inkomen. In alle gevallen dalen de landelijke toeslagen als dit inkomen € 1.900 netto per maand bedraagt. Dit staat los van het gegeven of dit loon wordt verdiend door een persoon met of zonder partner. • Echter uitgedrukt in percentages van de bijstandsnorm is een inkomen van € 1.900 netto per maand wel afhankelijk van het gegeven of iemand met of zonder partner is. Zonder partner is € 1900 per maand namelijk 160% van de bijstandsnorm, terwijl met partner €1.900 per maand 110% van de bijstandsnorm bedraagt.

23

Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid • 30 januari 2024

Naar inhoudsopgave

3

Conclusie

De centrale vraag ‘gaan mensen die vanuit de bijstand gaan werken er op enig moment financieel op achteruit omdat het recht op landelijke en/of gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning afbouwt of vervalt?’ kan nu beantwoord worden, maar het antwoord is niet eenduidig. De gemeente Rijswijk heeft Stimulansz gevraagd om te onderzoeken: 1.Waar ligt de armoedeval bij verschillende huishoudtypen; 2.Wat is de hoogte van de armoedeval bij verschillende huishoudtypen; 3.Wat is de gemeentelijke- en landelijke component van de armoedeval; 4.Hoe kunnen we de armoedeval verminderen/ tegengaan. Hieronder worden deze vragen per huishoudtypen uitgewerkt. De gemeente Rijswijk heeft voor een geleidelijke afbouw van de minimaregelingen gekozen. De individuele inkomenstoeslag en gemeentelijke belastingen kunnen aangevraagd worden met een inkomen tot 101% van de geldende bijstandsnorm. De tegemoetkoming vanuit de bijzondere bijstand is beschikbaar tot een inkomen van 110% van de bijstandsnorm. De overige minimaregelingen zijn beschikbaar tot 130 % van bijstandsniveau beschikbaar.

24

Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid • 30 januari 2024

Bij alle onderzochte huishoudtypen is een armoedeval wanneer de inwoner een inkomen net boven de geldende bijstandsnorm ontvangt. De maandelijkse armoedeval bedraagt tussen de € 30 en € 44 per maand. Deze armoedeval wordt veroorzaakt door het wegvallen van het recht op kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen en de individuele inkomenstoeslag. Alle huishoudtypen hebben een knik in stijging van het absoluut inkomen. Vanaf 131% van de geldende bijstandsnorm groeit het absolute inkomen bij alle huishoudtypen minder hard dan de stijging van de netto-loon. Bij gehuwden met kinderen duurt de gestage groei van het absolute inkomen het langst, tot ongeveer 155% van de bijstandsnorm. Het inkomen uit werk is niet hoog genoeg is om de terugloop van landelijke en het wegvallen van de lokale regelingen te compenseren. Voor alle huishoudtypen loont het, financieel gezien, bijna altijd om te gaan werken. Het inkomen blijft stijgen, ook wanneer de landelijke regelingen afbouwen en gemeentelijke regelingen vervallen. Wel zien we het absolute inkomen tussen 131% en 150% niet lineair meegroeit met het inkomen.

Naar inhoudsopgave

4

Aanbevelingen

Overall nadelen van de armoedeval De armoedeval wordt door mensen in de Participatiewet, een belangrijke demotiverende factor genoemd voor werkaanvaarding vanuit de bijstand. Dit onderzoek maakt duidelijk dat in de gemeente Rijswijk het, financieel gezien, bijna altijd loont om te werken. Alleen bij een inkomen net boven bijstandsniveau (meer) leidt in sommige gevallen tot inkomensachteruitgang. Voor een alleenstaande en een alleenstaande ouder geldt dat het verruimen van het aantal werkuren, indien mogelijk, het inkomen verhoogd wordt. Bij een inkomen op 143% van de bijstandsnorm werkt een alleenstaande en alleenstaande ouder voltijds met een wettelijk minimumloon. Bij dit inkomen is er geen sprake van een armoedeval. Voor een echtpaar geldt dat wanneer ze beiden werken ze een grotere belastingteruggaaf ontvangen en hierdoor de armoedeval voorkomen. De complexiteit van de regelgeving betekent dat er deskundigheid nodig is om een nauwkeurige voorspelling te doen als iemand vanuit de bijstand de stap naar betaalde arbeid zet. “Wat betekent dit dan voor mijn toeslagen?” is een eenvoudige vraag, maar blijkt in de spreekkamer lastig te beantwoorden.

25

Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid • 30 januari 2024

Zoals het onderzoek laat zien zijn de werkende minima, ook naast hun loon, voor een zeer groot deel aangewezen op landelijke en gemeentelijke toeslagen. Dit financiële belang maakt de angst voor verlies, of voor terugvordering van te veel ontvangen toeslagen, alleen maar groter. Aanbevelingen voor de gemeente Rijswijk De daadwerkelijke armoedeval; beleidsmatig Doordat de gemeente Rijswijk verschillende inkomensgrenzen hanteert, is er alleen een armoedeval bij de inwoners met een inkomen net boven bijstandsniveau. Voor deze inwoners is maatwerk gewenst, om te zorgen dat werken loont. Een mogelijke oplossing zou zijn om de individuele inkomenstoeslag te verruimen naar 105%. Een andere vorm van maatwerk kan bereikt worden door de categoriale aanpak af te schaffen. Bij het afschaffen hiervan mag de betaalbaarheid van de uitvoering niet in het geding komen. De daadwerkelijke armoedeval; individueel Het bespreekbaar maken van de armoedeval bij re-integratie is belangrijk om in een later stadium (problematische) schulden of terugval in de bijstandsuitkering te voorkomen. Mocht de inwoner met het accepteren van betaalde arbeid te maken krijgen met een inkomensachteruitgang, dan kan overwogen worden of deze achteruitgang (tijdelijk) financieel gecompenseerd wordt.

Naar inhoudsopgave

De gemeente kan deze achteruitgang berekenen en een maatbudget beschikbaar stellen. Te denken aan een uitstroompremie in bepaalde gevallen, verruimen van de minimagelden of gerichte vergoedingen van kosten die te maken hebben met de aanvaarding van werk, zoals vervoersen reiskosten, verwervingskosten zoals persoonlijke verzorging, kinderopvang kunnen de weggevallen toeslagen compenseren. Deze mogelijkheden kunnen ook bij de (toekomstig) werkgever neergelegd worden. Daarnaast is het verstandig om het verschil tussen netto-inkomen en van het besteedbaar inkomen te berekenen en te bespreken. Inwoners met een inkomen tot ongeveer 170% van de bijstandsnorm zijn nog steeds een (groot) gedeelte afhankelijk van toeslagen en gemeentelijke regelingen. Het voorkomen van onderbenutting of niet-gebruik is een belangrijk gespreksonderwerp in de dienstverlening van de gemeente en het maatschappelijk middenveld. De gevreesde armoedeval De armoedeval en/of daling van het absolute inkomen blijft in dit huidige belastingstelsel altijd bestaan. Het is voor de gemeente belangrijk om te weten wanneer die val intreedt, wat de hoogte ervan is en hoe die armoedeval beïnvloed kan worden. Het is belangrijk om te zorgen voor voldoende kennis op de juiste plekken om potentiële ‘uitstromers’ gerust te stellen door zekerheid te bieden.

Dat betekent dat de nieuwe loonsituatie moet worden berekend, maar ook dat aan deze voorspelling door de gemeentegaranties worden verbonden.

26

Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid • 30 januari 2024

Tot slot Mensen met een laag inkomen zijn in Nederland erg afhankelijk van landelijke en gemeentelijke toeslagen om te kunnen rondkomen met hun financiën. Voor de arbeidsinschakeling is de combinatie van onduidelijkheid en afhankelijkheid daarom een probleem. Onzekerheid over wanneer er wel of geen recht is op toeslagen, is een remmende factor voor arbeidsinschakeling. Er is al veel geschreven over de gevolgen van leven in armoede. De wetenschap is de laatste jaren steeds meer gaan ontdekken dat niet kunnen rondkomen met je budget veel (chronische) stress in huishoudens oplevert en kinderen in een kansarmere positie plaatst. Veel mensen met een laag inkomen balanceren op de rand van rondkomen en schulden. Dit besef is het fundament onder het minimabeleid van gemeenten. We willen graag dat iedereen – en vooral kinderen - kan meedoen in de samenleving. Minimabeleid maakt dat (financieel) mede mogelijk. In BeleidloonT gaan we uit van 100% gebruik van de gemeentelijke regelingen. In de praktijk blijkt dat tegengaan van onderbenutting van de (gemeentelijke) regelingen blijvend aandacht verdient.

Naar inhoudsopgave

Over Stimulansz Stimulansz is kennis- en adviespartner van gemeenten en levert praktische oplossingen die écht werken. We vertalen de theorie van wet- en regelgeving naar de werkvloer, waarbij we laten zien dat er meer mogelijk is in de regelgeving dan vaak wordt gedacht. We adviseren en trainen beleidsmedewerkers, klantmanagers en andere professionals en doen dat met veel enthousiasme en betrokkenheid en vanuit een grote kennis van de praktijk. En we helpen mee aan het verbeteren van de bedrijfsvoering van uw organisatie. Zo zit Stimulansz in het hart van alle werkprocessen met als doel de dienstverlening van gemeenten in het sociaal domein beter, en daarmee het leven van mensen die afhankelijk zijn van die dienstverlening, een stuk makkelijker te maken.

Benieuwd wat Stimulansz nog meer te bieden heeft? Ga naar www.stimulansz.nl voor meer trainingen, kennis en advies. Stimulansz is de bedenker van de Omgekeerde Toets ®

Volg ons ook op social media: 27

Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid • 30 januari 2024

Naar inhoudsopgave

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=234166e8-6fd7-40ce-878d-cdbdeda17bc4