CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage B Was-wordt tabel (RV 25-013)

Forum Samenleving 11 maart 2025, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Re-integratieverordening Participatiewet Gemeente Rijswijk 2023 (RV 25-013)3.868 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

nr. 25.007378

Was-wordt-tabel wijziging Re-integratieverordening Participatiewet Gemeente Rijswijk Hoofdstuk 1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 1. Begrippen In deze verordening wordt verstaan onder: - doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet; - lange afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet mogelijk binnen 18 maanden;

Nieuwe tekst Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: - doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet; - grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet mogelijk binnen 24 maanden; -interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek; - Uitkeringsgerechtigde: een persoon, Vanaf 18 jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd, die algemene bijstand ontvangt ingevolge de wet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ); - Anw-gerechtigde: een persoon die een nabestaandenuitkering ontvangt op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw); - Belanghebbende: een persoon die overeenkomstig artikel 7 lid 1 onderdeel a en artikel 10 van de wet aanspraak kan maken op ondersteuning; - Arbeidsbeperking: een persoon die door ziekte of een gebrek belemmerd wordt bij het verkrijgen van een baan of het verrichten van arbeid; - Sociale activering: het verrichten van onbeloonde maatschappelijke zinvolle activiteiten gericht op

arbeidsinschakeling of, als arbeidsinschakeling nog niet mogelijk is, op zelfstandige maatschappelijke participatie; pagina 1 van 12

- Participatieplaats: een voorziening als bedoeld in artikel 10a van de wet; - Beschut Werk: werk in een beschutte omgeving en onder aangepaste omstandigheden als bedoeld in artikel 10b van de wet; - Banenafspraak: de afspraak tussen het Rijk en werkgevers over het creëren van extra banen voor personen die niet in staat zijn tot het zelfstandig verdienen van het wettelijk minimumloon bij een voltijds dienstverband als bedoeld in de Wet Banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten; - Loonwaarde: waarde van een prestatie die de werknemer levert op de werkvloer in verhouding tot die van een reguliere werknemer in diezelfde functie.

Van toepassing is artikel 6, eerste lid, onder g, van de wet; - Vrijwilligerswerk: werk dat in enig georganiseerd verband, onverplicht en onbetaald wordt verricht ten behoeve van anderen of de samenleving; - interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek; - Preferent werkproces: een landelijk ontwikkeld en uniform proces dat zich richt op de aanvraag voor loonkostensubsidie, inclusief behandeling, betaling en afrekening - jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk;

- korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs mogelijk binnen 3 maanden.

- korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs mogelijk binnen 24 maanden; - overige voorzieningen: voorzieningen als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de wet; - persoonlijke ondersteuning bij werk: ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de wet en begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 10d, van de wet; - praktijkroute: het proces om de persoon, behorend tot de doelgroep, toegang tot het doelgroepenregister te laten verkrijgen op basis van loonwaardevaststelling op de werkplek;

25.007378

pagina 2 van 12

- voorziening: door het college noodzakelijk geachte voorziening, gericht op arbeidsinschakeling waaronder mede wordt begrepen persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken; - overige voorzieningen: voorzieningen als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de wet; - praktijkroute: het proces om de persoon, behorend tot de doelgroep, toegang tot het doelgroepenregister te laten verkrijgen op basis van loonwaardevaststelling op de werkplek; - werkgever: degene die op basis van een arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer gedurende een overeengekomen periode aan te wenden in zijn organisatie; - werknemer: persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de werkgever, daaronder begrepen een persoon als bedoeld in artikel 10d eerste of tweede lid van de wet met wie de werkgever een dienstbetrekking is aangegaan, dan wel dit van plan is

Hoofdstuk 2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Hoofdstuk 2. Beleid en financiën

Hoofdstuk 2. Voorzieningen

Artikel 3 Budgetplafonds 1. Het college kan een of meerdere budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen. Een door het college ingesteld budgetplafond vormt een weigeringsgrond bij de aanspraak op een specifieke voorziening. 2. Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening.

Artikel 2:1 Voorzieningen algemeen 1. Het college kan subsidie- of budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen. Een door het college ingesteld subsidie- of budgetplafond vormt een weigeringsgrond bij de aanspraak op een specifieke voorziening. 2. Het college kan bepalen dat bij de inzet van de voorzieningen aan specifieke groepen prioriteit gegeven wordt. 3. Het college kan nadere regels stellen inzake de aard, inhoud, duur en omvang van de voorzieningen.

25.007378

pagina 3 van 12

De inhoud van hoofdstuk 3 van de oude verordening wordt vervangen, gewijzigd en geïntegreerd in hoofdstuk 2 van de nieuwe verordening: Bestaande tekst Hoofdstuk 3 Voorzieningen

Nieuwe tekst Hoofdstuk 2. Voorzieningen Artikel 2:2 Proefplaats 1. Het college kan overeenkomstig artikel 8a lid 2 onderdeel d van de wet aan een belanghebbende toestaan om, indien van toepassing met behoud van uitkering, op proef onbeloonde werkzaamheden te verrichten bij een werkgever, die daadwerkelijk de intentie heeft om een dienstverband met de belanghebbende aan te gaan, maar die in de dagelijkse praktijk wil toetsen of de belanghebbende geschikt is. 2. Het college zet een proefplaatsing zo kort mogelijk in en uitsluitend als arbeidsinschakeling zonder proefplaatsing niet mogelijk is. 3. Een proefplaatsing duurt maximaal twee maanden, met de mogelijkheid tot verlenging met maximaal vier maanden. 4. Een proefplaatsing bij dezelfde werkgever is niet toegestaan na afloop van een periode van werken met behoud van uitkering. Artikel 2:3 Werkgeverscheque 1. Het college kan een éénmalige financiële tegemoetkoming in de vorm van een werkgeverscheque verstrekken aan een werkgever, die met een belanghebbende een arbeidsovereenkomst sluit die gericht is op arbeidsinschakeling in een reguliere setting. 2. Het college stelt nadere regels vast voor de uitvoering van het bepaalde in het eerste lid. Artikel 2:4 Leerwerkcheque 1.

Het college kan een financiële tegemoetkoming in de vorm van een leerwerkcheque verstrekken aan een werkgever voor een jongere van 16 tot 27 jaar die op basis van een leerwerkovereenkomst, of een beroepspraktijkovereenkomst in het kader van een beroepsbegeleidende leerweg, bij deze werkgever werkzaam is en daarnaast een opleiding volgt. 2. Het college stelt nadere regels vast voor de uitvoering van het bepaalde in het eerste lid.

25.007378

Artikel 13. Ondersteuning bij leer-werktraject

Artikel 2:5 Ondersteuning leer-werktrajecten

Het college kan ondersteuning aanbieden aan een persoon uit de doelgroep ten aanzien van wie het college van oordeel is dat een leer-werktraject nodig is, voor zover deze ondersteuning nodig is voor het volgen van een leerwerktraject en het personen betreft:

Het college kan op grond van artikel 10f van de wet ondersteuning bieden bij leerwerktrajecten in het kader van Basisberoepsgerichte leerweg (BBL) ten behoeve van personen van 16 en 17 jaar van wie de leerplicht of kwalificatieplicht nog niet is geëindigd of personen van 18 tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald. De ondersteuning bestaat uit extra begeleiding op of naar een leerwerktraject om uitval te voorkomen.

pagina 4 van 12

a. van 16 of 17 jaar van wie de leerplicht of de kwalificatieplicht, bedoeld in de Leerplichtwet 1969, nog niet is geëindigd; of b. van 18 tot 27 jaar, die nog geen startkwalificatie hebben behaald.

25.007378

Artikel 12. Participatieplaats

Artikel 2:6 Participatieplaats

Het college kan een persoon van 27 jaar of ouder met recht op algemene bijstand overeenkomstig artikel 10a van de wet onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten. 2. Het college zorgt ervoor dat de te verrichten additionele werkzaamheden worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst die wordt ondertekend door het college, de werkgever en de persoon die de additionele werkzaamheden gaat verrichten. 3. De premie, bedoeld in artikel 10a, zesde lid van de wet bedraagt per kalenderjaar een bedrag ter hoogte van de kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk, als bedoeld in artikel 31, tweede lid onderdeel k van de wet, bij de maximale omvang van de participatieplaats, zijnde 32 uur. 4. Het college kan een persoon bedoeld in lid 1 van dit artikel na 6 maanden scholing of opleiding aanbieden, als de arbeidsinschakeling wordt belemmerd, doordat de persoon niet beschikt over een startkwalificatie dan wel voldoende scholing of opleiding.

1. Het college kan een belanghebbende een participatieplaats aanbieden. De voorwaarden en verplichtingen voor de participatieplaats staan omschreven in artikel 10a van de wet. De maximale duur van de participatieplaats bedraagt twee jaar, met twee maal de mogelijkheid tot verlenging met één jaar. 2. Het college verstrekt aan de belanghebbende die werkzaam is op een participatieplaats een premie overeenkomstig artikel 10a lid 6 van de wet, indien de werkzaamheden op de participatieplaats gedurende zes maanden niet langer dan één kalendermaand onderbroken zijn geweest. 1. Het tweede lid is alleen van toepassing als de belanghebbende in die zes maanden naar het oordeel van het college voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van zijn kans op arbeidsinschakeling. 2. Het college stelt nadere regels ten aanzien van de hoogte van de premie.

pagina 5 van 12

Artikel 8. Begeleiding op werkplek

Artikel 2:7 Loonkostensubsidie

1. Het college kan aan een werkgever, die voor de duur van ten minste zes maanden een arbeidsovereenkomst sluit met een persoon en daar loonkostensubsidie, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder e van de wet, voor ontvangt, gemeentelijke ondersteuning bieden. 2. De gemeentelijke ondersteuning is een financiële compensatie of begeleiding in natura.

1. Het college kan overeenkomstig artikel 10d van de wet, ambtshalve of op aanvraag loonkostensubsidie verstrekken aan de werkgever die een dienstbetrekking aangaat met een belanghebbende die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. 2. Het college stelt de loonwaarde van de belanghebbende vast, indien de werkgever voornemens is met deze belanghebbende een dienstbetrekking aan te gaan. 3. Het college maakt gebruik van een objectief loonwaardemeetsysteem voor het beoordelen of de belanghebbende tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort. 1. Het college stelt aan de hand van het ontwikkelperspectief van de belanghebbende de termijn vast waarbinnen opnieuw een loonwaardemeting moet plaatsvinden. De nieuwe loonwaardemeting vindt uiterlijk vijf jaar na de laatste loonwaardemeting plaats. 2. Het college kan in afwijking van het tweede lid eenmalig gedurende een periode van maximaal de eerste zes maanden van de dienstbetrekking forfaitaireloonkostensubsidie verstrekken. Dit kan als zij reden heeft aan te nemen dat de belanghebbende tot de doelgroep van de loonkostensubsidie behoort als bedoeld in artikel 6 aanhef en onder e van de wet en nadat het college in overleg met de werkgever heeft vastgesteld dat de vaststelling van de loonwaarde achterwege kan blijven.

De forfaitaire loonkostensubsidie bedraagt 50% van het van het totale bedrag van het wettelijk minimumloon en de aanspraak op vakantiebijslag op grond van artikel 15 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, vermeerderd met een bij ministeriële regeling vastgestelde vergoeding voor werkgeverslasten, 3. De loonkostensubsidie wordt naar evenredigheid verminderd, indien de overeengekomen arbeidsduur korter is dan de normale arbeidsduur, bedoeld in artikel 12 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Artikel 2:8 Persoonlijke ondersteuning 1. Belanghebbenden die behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie maken op grond van artikel 10d van de wet aanspraak op persoonlijke ondersteuning in de vorm van begeleiding op de werkplek. 2. Het college geeft in overleg met belanghebbende en de werkgever nadere invulling aan de vorm en inhoud van deze ondersteuning.

25.007378

pagina 6 van 12

3. Het college kan aan de werkgever een vergoeding verlenen voor persoonlijke ondersteuning in de vorm van een jobcoach, indien een belanghebbende voor het verrichten van werk is aangewezen op professionele begeleiding van een niveau en intensiteit die niet van werkgevers, andere werknemers of werkbegeleiders verwacht kan worden. 4. In geval van een aanvraag voor een vergoeding voor een jobcoach dient de werkgever te verklaren dat de door de werkgever beoogde jobcoach voldoet aan de kwaliteitseisen die het college hieraan stelt. Dat betekent dat de jobcoach: a. een erkende opleiding heeft gevolgd om werknemers met structureel functionele beperkingen te begeleiden op de werkplek; b. aantoonbaar ervaring heeft met het geven van werkinstructies; c. aantoonbaar kennis heeft van de werkzaamheden die de werknemer dient uit te voeren; d. voor een deel van zijn werkuren vrijgesteld is om de begeleiding op zich te kunnen nemen; e. aangesloten is bij een van de volgende keurmerken: UWV Erkenningskader, Nationaal Jobcoachregister Blik op Werk, de Nederlandse Vereniging voor Support (NVS), brancheorganisatie OVAL of beroepsorganisatie Noloc; f.

geen directe collega of leidinggevende van de werknemer is.

5. De belanghebbende voor wie een vergoeding voor een jobcoach wordt aangevraagd, moet daarvan op de hoogte zijn en daarmee schriftelijk instemmen. 6. Het college kan een vergoeding verlenen voor persoonlijke ondersteuning in de vorm van een werkbegeleider, indien een belanghebbende voor het verrichten van werk is aangewezen op begeleiding die de gebruikelijke begeleiding door de werkgever en andere werknemers aanzienlijk te boven gaat ener aantoonbaar meerkosten verbonden zijn aan het organiseren van de interne begeleiding. 7. In geval van een aanvraag voor een vergoeding voor een werkbegeleider dient de werkgever te verklaren dat, de door de werkgever beoogde werkbegeleider: a. aantoonbaar ervaring heeft met het geven van werkinstructies; b. aantoonbaar kennis heeft van de werkzaamheden die de werknemer dient uit te voeren;

25.007378

pagina 7 van 12

c voor een deel van zijn werkuren vrijgesteld is om de begeleiding op zich te kunnen nemen; d. meer dan de gebruikelijke werkbegeleiding op de werkplek biedt, waardoor de werknemer in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren. 8. Persoonlijke ondersteuning in de vorm van een jobcoach of werkbegeleider wordt onder de volgende voorwaarden toegekend: a. het college bepaalt de vorm, noodzaak, duur en intensiteit; b. het college onderscheidt voor de jobcoach en werkbegeleider afzonderlijk de begeleidingsintensiteit volgens de begeleidingsregimes ‘licht’ en ‘midden‘ met elk een vast bedrag per zes maanden; c. de duur van beide voorzieningen afzonderlijk bedraagt maximaal twee jaar. Bij uitzondering kan deze periode met maximaal één jaar verlengd worden; d. indien de werknemer van werkplek of functie wijzigt, kan opnieuw persoonlijke ondersteuning worden toegekend mits dit naar het oordeel van het college noodzakelijk wordt geacht; e. het college kan, indien de maximale duur van de jobcoach is bereikt, in bijzondere gevallen aansluitend persoonlijke ondersteuning in de vorm van een werkbegeleider toekennen, mits dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is; f. indien de arbeidsovereenkomst minder dan 24 arbeidsuren per week bedraagt, wordt de vergoeding naar rato verstrekt; g.

het college hanteert bij het berekenen van de hoogte van de vergoeding een maximum uurtarief, waarbij het college zorgdraagt voor de kenbaarheid van de voor het betreffende jaar van toepassing zijnde tarieven. 9. Het college kan in individuele gevallen afwijken van de bepalingen in dit artikel, als toepassing daarvan tot onbillijkheden leidt van overwegende aard. Artikel 2:9 Meeneembare voorzieningen Het college kan aan de belanghebbende, die arbeid verricht of gaat verrichten, meeneembare werkvoorzieningen toekennen die strekken tot behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid. Onder meeneembare werkvoorzieningen worden verstaan: a. meeneembare vervoersvoorzieningen die ertoe strekken dat de belanghebbende zijn werkplek kan bereiken; b. meeneembare hulpmiddelen voor belanghebbenden met onder andere een visuele, of motorische handicap; c. meeneembare hulpmiddelen voor het geschikt maken van de arbeidsplaats, voorzieningen ten behoeve van de productie- en werkmethoden en op de belanghebbende afgestemde hulpmiddelen. 1. Het college kan nadere regels stellen inzake de aard, inhoud en omvang van de meeneembare voorzieningen.

25.007378

pagina 8 van 12

Artikel 2:10 Werkplekaanpassingen Het college kan aanpassingen van de werkplek toekennen aan een belanghebbende, als dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is om zijn werk uit te voeren. In beginsel kan daarbij elk product als een werkplekaanpassing worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar zijn.

Artikel 11. Werkervaringsplek 1. Het college kan een persoon als bedoeld in artikel 2 van deze verordening een (beschutte) werkervaringsplek gericht op arbeidsinschakeling aanbieden voor een korte periode. 2. Het doel van een werkervaringsplek is het vaststellen van arbeidsmogelijkheden, het opdoen van werkritme en/of werknemersvaardigheden om de goede match bij een werkgever te bewerkstelligen of een passende beschutte werkplek te bieden. 3. Het college plaatst de persoon uitsluitend als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 4. Het college stelt nadere regels vast over de voorwaarden die aan een werkervaringsplaats uitkering zijn verbonden.

25.007378

2:11 Werkervaringsplek 1. Het college kan een persoon als bedoeld in artikel 1.3. van deze verordening een (beschutte) werkervaringsplek gericht op arbeidsinschakeling aanbieden voor een korte periode. 2. Het doel van een werkervaringsplek is het vaststellen van arbeidsmogelijkheden, het opdoen van werkritme en/of werknemersvaardigheden om de goede match bij een werkgever te bewerkstelligen of een passende beschutte werkplek te bieden. 3. Het college plaatst de persoon uitsluitend als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 4. Het college stelt nadere regels vast over de voorwaarden die aan een werkervaringsplaats uitkering zijn verbonden.

Artikel 10. Participatievoorziening beschut werk

Artikel 2:12 Beschut werk

1. Het college biedt de voorziening beschut werk aan een persoon aan van wie is vastgesteld dat deze alleen in een beschutte omgeving onder

1.Het college biedt ambtshalve of op verzoek de voorziening beschut werk aan een belanghebbende van wie is vastgesteld dat deze door een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking een zodanige mate van begeleiding op en aanpassingen van de werkplek nodig heeft dat hij/zij alleen ineen beschutte pagina 9 van 12

aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en deze persoon: a. behoort tot de doelgroep; of b. een persoon is aan wie het UWV een uitkering verstrekt. 2. Indien het aantal indicaties hoger is dan door het Rijk voorgeschreven, zal het college zich inspannen om ook voor de personen, die als gevolg van het bereiken van het aantal indicaties, nog niet in aanmerking komen voor een voorziening beschut werk, een beschutte werkplek te realiseren. 3. Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid krijgt een persoon van wie is vastgesteld dat deze alleen in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en die nog niet in aanmerking is gekomen voor een beschut werkplek omdat het aantal door het Rijk voorgeschreven werkplekken in één jaar al is gerealiseerd, voorrang op personen van wie later is vastgesteld dat zij alleen in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben.

omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft, en deze persoon: a.

2. 3.

4. 5. 6.

behoort tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 7 lid 1 onderdeel a van de wet, of b. een uitkering ontvangt op grond van de Werkloosheidswet, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekeringzelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Ziektewet, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, of recht heeft op arbeidsondersteuning als bedoeld in artikel 2:15 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten. Het aantal jaarlijks ter beschikking te stellen beschut werkplekken wordt bij ministeriële regeling vastgesteld. Het college kan extra beschut werkplekken ter beschikking stellen, bovenop het aantal te realiseren werkplekken, zoals genoemd in lid 2. Het college geeft daarbij in nadere regelgeving aan wat de additionele omvang van het aantal werkplekken is en welke volgorde wordt gehanteerd ten aanzien van de personen, bedoeld in het eerste lid, die voor deze additionele werkplekken in aanmerking komen. Om de bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken kan het college ondersteunende voorzieningen, zoals genoemd in deze verordening inzetten. Het college kan een andere voorziening, zoals genoemd in deze verordening inzetten tot het moment dat de dienstbetrekking beschut werk aanvangt.

Het college kan nadere regels vaststellen ten aanzien van de uitvoering van de voorziening beschut werk.

4. Om de in artikel 10b, lid 1, van de wet bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken zet het college de volgende ondersteunende voorzieningen in: werkvoorzieningen, zoals genoemd in artikel 9 van deze verordening. Naast deze voorzieningen 25.007378

pagina 10 van 12

behoren scholing, uitsplitsing van taken of aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur tot de mogelijkheden. 5. Het college biedt een werkervaringsplek of arbeidsmatige dagbesteding aan tot het moment dat de dienstbetrekking beschut werk aanvangt. Artikel 2:13 Participatievoorziening Het college kan op grond van artikel 9 lid 1 onderdeel b van de wet de belanghebbende die nog niet in staat is om een reguliere dienstbetrekking te aanvaarden een participatievoorziening aanbieden, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling. Artikel 2:14 Premies 1. Het college kan aan een belanghebbende een premie toekennen. 2. Het college stelt nadere regels vast voor de hoogte en de verplichtingen die aan de premie worden verbonden. Artikel 2:15 Persoonsgebonden re-integratiebudget 1. Het college kan aan een belanghebbende een subsidie verstrekken in de vorm van een op arbeidsinschakeling gericht persoonsgebonden re-integratiebudget. 2. Het college stelt nadere regels vast voor de uitvoering van dit artikel. Artikel 2:16 Vervoersvoorziening 1. Het college kan een vervoersvoorziening toekennen aan een belanghebbende die door zijn beperking niet zelfstandig naar zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan reizen. Deze vervoersvoorziening kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding worden verstrekt. 2.

Het college biedt een vervoersvoorziening aan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de belanghebbende kan door zijn beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer; en b. het vervoer is beperkt tot woon-werkverkeer. 3. Bij het vaststellen van de hoogte van de kilometervergoeding en algemeen gebruikelijke kosten woon-werkverkeer per kilometer wordt aangesloten bij het Besluit Normbedragen Voorzieningen UWV; 4. Het bedrag dat de werknemer voor vervoer ontvangt van zijn werkgever, bijvoorbeeld een reiskostenvergoeding op grond van de arbeidsovereenkomst, wordt door het college in mindering gebracht op de te verstrekken vervoersvoorziening.

25.007378

pagina 11 van 12

Artikel 2:17 Beëindiging Het college kan een voorziening beëindigen indien naar haar oordeel: a. de voorziening niet langer noodzakelijk is voor de arbeidsinschakeling of daaraan niet blijkt bij te dragen; b. de voorziening anderszins niet langer noodzakelijk is; c. de belanghebbende niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. De slotbepalingen in hoofdstuk 4 wordt redactioneel als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 17. Inwerkingtreding en overgangsrecht

Nieuwe tekst Artikel 4:2 Intrekken oude verordeningen, inwerkingtreding en overgangsrecht

Toelichting Algemeen Op 1 juli 2023 is de Wet Uitvoeren Breed offensief, voor zover het de verordeningsplicht betreft, van kracht (Stb. 2022, 500). Daarmee wijzigt de Participatiewet. Het doel is dat meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk komen en blijven. Gemeenten moeten hiervoor bij verordening zaken regelen. De Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Rijswijk 2018 wordt ingetrokken. Toelichting tabel Per hoofdstuk wordt aangegeven wat (redactioneel)gewijzigd is t.o.v. de bestaande tekst, aangevuld of geheel vernieuwd (vetgedrukt)

25.007378

pagina 12 van 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=cfc7a9fc-ec46-4436-be49-c0b785a66bfe