CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage B Was-wordt-tabel aanpassing Monumentenverordening Rijswijk 2008

Forum Samenleving 14 mei 2024, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Tot wijziging van de monumentenverordening Rijswijk 2008 naar Erfgoedverordening 2024 (RV 24-020)7.211 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-tabel Wijziging Monumentenverordening Rijswijk 2008 Leeswijzer: Aan elk gewijzigd artikel is een tabel gewijd. Per gewijzigd artikel worden in deze tabel telkens de bestaande en de nieuwe tekst benoemd. Hierbij worden ook de oude en de nieuwe locatie van het artikel weergegeven. In de kolom ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt. In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet. Elke tabel wordt afgesloten met een toelichting op de doorgevoerde wijzigingen. Er zijn een aantal artikelen geheel nieuw (artikelen 4,5,6,14,19,20,21,26,27,28 en 29). Deze zijn telkens vermeld in de rechterkolom. De wettelijke grondslag van de verordening wordt als volgt gewijzigd: Was

Wordt

Bestaande tekst (Monumentenverordening Rijswijk 2008) Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd 1. Gemeentewet art. 149 2. Monumentenwet 1988 art. 12, 15 en 38 3. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht art. 2.1 en 2.2

Nieuwe tekst (Erfgoedverordening Rijswijk 2024) Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd Gemeentewet artikel 147, eerste lid en 149 Erfgoedwet artikel 3.16 Omgevingswet artikelen 1.3, 4.2, 4.4, 5.1, 5.4, 4.19, 17.9, 22.4, 22.5.2 en 22.8 Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 5.130, 8.80

Toelichting Gemeentewet art. 147, eerste lid, is toegevoegd. Artikel 12, 15 en 38 van de Monumentenwet zijn vervallen. Deze zijn vervangen door artikel 3.16 en artikel 9.1 van de Erfgoedwet. De grondslag voor deze gemeentelijke omgevingsvergunning lag in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (art. 2.1 en 2.2). Het Rijk regelde welke gegevens een aanvraag voor een gemeentelijke omgevingsvergunning moest bevatten. Het Rijk regelde ook welke voorschriften een gemeentelijke omgevingsvergunning kan bevatten over archeologische monumentenzorg. Deze rijksregels vervallen onder de Omgevingswet. De bepalingen van de verordening kunnen blijven bestaan tot 2032, zij het dat in de aanhef naar de Erfgoedwet en de Omgevingswet moet worden verwezen. Ook de op basis van de bestaande verordening aangewezen gemeentelijke monumenten en gezichten blijven als zodanig aangewezen. Voorts kunnen nieuwe monumenten en gezichten aangewezen worden. Totdat de gemeente een omgevingsplan voor het geheel of een deel van de gemeente in werking stelt, 1

waarin aan monumenten en gezichten de functie erfgoed wordt toegekend met een daarbij behorend beschermingsregiem. Deze wijziging om de bepalingen van de verordening tot 2032 te kunnen laten bestaan, is doorgevoerd. De verwijzingen naar het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn ook toegevoegd. Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: Was Bestaande tekst (Monumentenverordening Rijswijk 2008) Artikel 1 Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: a. monument: 1. zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde; 2. terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak als bedoeld onder 1; b. beschermd gemeentelijk archeologisch monument: monument, bedoeld in onderdeel a, onder 2; c. beschermd gemeentelijk monument: monument, dat overeenkomstig de bepalingen van deze verordening als beschermd gemeentelijk monument is aangewezen; d. gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen zaken; e.

beschermd rijksmonument: onroerend monument dat is ingeschreven in de ingevolge de herziene Monumentenwet 1988 vastgestelde register als bedoeld in artikel 1.1 eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)onroerend monument, dat is ingeschreven in de ingevolge de herziene Monumentenwet 1988 vastgestelde registers;

Wordt Nieuwe tekst (Erfgoedverordening Rijswijk 2024) Artikel 1 Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: a. Adviescommissie omgevingskwaliteit Rijswijk: gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet; b. Beschrijving: een feitelijke beschrijving in woorden met een motivering van het bijzonder belang van het monument voor de gemeente vanwege schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde. c. Burgemeester en wethouders: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk; d. Bouwhistorisch onderzoek: In schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische kwaliteit van een monument; e. Cultureel erfgoed: monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. f. Gemeentelijk erfgoedregister: register bevattende al het gemeentelijk (beschermd) op grond van de verordening aangewezen cultureel erfgoed alsmede informatie over 2

f.

kerkelijk monument: monument, dat eigendom is van een kerkgenootschap, kerkelijke gemeente of parochie of van een kerkelijke instelling en dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst; g. Welstands- en monumentencommissie (WMC): de Rijswijkse welstands- en monumentencommissie is ontstaan door samenvoeging van de monumentencommissie met de welstandscommissie. De juridische basis voor deze commissie is voor wat betreft monumentenzorg artikel 15 lid 1 van de herziene Monumentenwet 1988 en artikel 1 van de Verordening op de Monumentencommissie (raadsbesluit nr. 149 van 28 januari 1988, in werking 20 juni 1989). De commissie is door B&W ingesteld en heeft als taak het college te adviseren over alle aangelegenheden, die van belang zijn voor de behartiging van de monumentenzorg in de gemeente Rijswijk. Voor wat betreft het onderdeel welstandsadvisering is de juridische basis artikel 12b van de Woningwet alsmede artikel 9.1 lid 1 van de Bepalingen regelende de taak, de samenstelling en de werkwijze van de Welstands- en Monumentencommissie Rijswijk (Bijlage nr. 9 bij de Bouwverordening) h. bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische kwaliteit van een monument. i. B&W: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk. j.

RCE: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De RCE is een uitvoerende ambtelijke dienst vallend onder het Directoraat-Generaal Culturele Zaken van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen; k. bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

rijksmonumenten die in de gemeente zijn gelegen. g. Gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht: stads- of dorpsgezicht als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet dat als zodanig is aangewezen op grond van artikel 19; h. Gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister; i. Kerkelijk monument: monument, dat eigendom is van een kerkgenootschap, kerkelijke gemeente of parochie of van een kerkelijke instelling en dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst. j. Omgevingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet voor een activiteit met betrekking tot een gemeentelijk monument, rijksmonument of een gemeentelijk stads- of dorpsgezicht; k. RCE: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De RCE is een uitvoerende ambtelijke dienst vallend onder het Directoraat-Generaal Culturele Zaken van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. l. Voorbeschermd gemeentelijk monument: Monument of archeologisch monument waarvoor het omgevingsplan een voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om aan dat monument of archeologisch monument in het omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument te geven. m.

Voorbeschermd rijksmonument: monument of archeologisch monument waarvoor de toezending van het ontwerpbesluit tot aanwijzing als rijksmonument op grond van artikel 3:13, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft plaatsgevonden, vanaf de dag van die toezending tot het moment van inschrijving in het rijksmonumentenregister, bedoeld in 3

l.

vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

artikel 1.1 van de Erfgoedwet, of het moment waarop vaststaat dat het monument of archeologisch monument niet wordt ingeschreven in dat register.

Toelichting De begrippen zijn gealfabetiseerd opgenomen. Indien de wettelijke grondslag verandert moeten gemeenten in hun verordening verwijzen naar de nieuwe grondslag. Bij de monumentenverordening is in oktober 2010 een deel van de grondslag, namelijk de monumentenvergunningen betreffende, van de Monumentenwet naar de Wabo gegaan. Per juli 2016 is de grondslag deels ook de Erfgoedwet geworden, zij het dat een deel van de Monumentenwet in deze wet nog van kracht is gebleven. De verwijzingen zijn in dit artikel geactualiseerd. De definitie van het begrip ‘Monument’ is gewijzigd. Hiermee wordt aangesloten op de Database juridische begrippen Omgevingswet van de VNG. De begrippen zijn hiermee in overeenstemming gebracht met de begrippen die onder de Omgevingswet en ook in het omgevingsplan gehanteerd worden. Misverstanden worden hierdoor voorkomen. De definities van de begrippen ‘Beschermd gemeentelijk archeologisch monument’ en Beschermd gemeentelijk monument’ zijn geharmoniseerd, onder de noemer van ‘Voorbeschermd gemeentelijk monument’. Hiermee wordt aangesloten bij de Database juridische begrippen Omgevingswet van de VNG. De begrippen zijn hiermee in overeenstemming gebracht met de begrippen die onder de Omgevingswet en ook in het omgevingsplan gehanteerd worden. Misverstanden worden hierdoor voorkomen.

De begrippen ‘Kerkelijk monument’, ‘Bouwhistorisch onderzoek’ en ‘RCE’ blijven ongewijzigd. Met invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is de grondslag voor de monumentencommissie gewijzigd. Het begrip ‘Welstands- en monumentencommissie (WMC)’ is vervangen door ‘Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit’. Op grond van de Omgevingswet worden gemeenten met rijksmonumenten op hun grondgebied geacht een gemeentelijke adviescommissie in te stellen. Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft de raad reeds op 8 februari 2022 de Verordening op de gemeentelijke Adviescommissie omgevingskwaliteit vastgesteld en is de Adviescommissie omgevingskwaliteit Rijswijk vervolgens benoemd, waarin twee deskundigen op het gebied van Monumenten deelnemen. De Adviescommissie omgevingskwaliteit Rijswijk heeft een brede taakstelling en adviseert zowel op het gebied van monumenten als op het gebied van welstand. De VNG adviseert om het begrip ‘bevoegd gezag’ niet nader te definiëren in de begripsbepalingen omdat dit begrip in de Omgevingswet duidelijk staat aangewezen. Hierdoor kan er geen misverstand ontstaan over het begrip. Dit begrip komt daarom te vervallen. De definitie van het begrip ‘vergunning’ is aangepast conform de Database juridische begrippen Omgevingswet van de VNG.

Het begrip is hiermee in overeenstemming gebracht met de begrippen die onder de Omgevingswet en ook in het omgevingsplan gehanteerd worden. Misverstanden worden hierdoor voorkomen. 4

Artikel 2 blijft ongewijzigd, artikel 3 wordt als volgt gewijzigd: Was Bestaande tekst (Monumentenverordening Rijswijk 2008) Artikel 3 De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument 1. Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een monument aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument. 2. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt hij advies aan de Welstands- en Monumentencommissie. In spoedeisende gevallen kan het vragen van dit advies achterwege blijven. 3. Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van een beschermd gemeentelijk monument bepalen dat bouwhistorisch onderzoek wordt verricht. 4. Het college brengt de raad in kennis van het besluit over de aanwijzing van een beschermd gemeentelijk monument. 5. Voordat het college een kerkelijk monument als beschermd gemeentelijk monument aanwijst, voert hij overleg met de eigenaar. 6. Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument ontvangt tot het moment dat de registratie als bedoeld in artikel 6 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument niet wordt geregistreerd, zijn de artikelen 9 tot en met 13 van overeenkomstige toepassing. 7.

De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de herziene Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op grond van artikel 4 van

Wordt Nieuwe tekst (Erfgoedverordening Rijswijk 2024) Artikel 3 De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument 1. Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een monument aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument. 2. Voordat burgemeester en wethouders over de aanwijzing een besluit nemen, vragen zij advies aan de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet, genaamd Adviescommissie omgevingskwaliteit Rijswijk. In spoedeisende gevallen kan het vragen van dit advies achterwege blijven. 3. Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de aanwijzing van een beschermd gemeentelijk monument bepalen dat bouwhistorisch onderzoek wordt verricht. 4. Burgemeester en wethouders brengen de raad in kennis van het besluit over de aanwijzing van een beschermd gemeentelijk monument. 5. Voordat burgemeester en wethouders een kerkelijk monument als beschermd gemeentelijk monument aanwijzen, voeren zij overleg met de eigenaar. 6. Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument ontvangt tot het moment dat de registratie als bedoeld in artikel 9 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument niet wordt geregistreerd, zijn de artikelen 9 tot en met 13 van overeenkomstige toepassing. 5

de Monumentenverordening ZuidHolland. 8. Monumenten, die na plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst worden ingeschreven in het monumentenregister als bedoeld in artikel 6 van de herziene Monumentenwet 1988 of op de Provinciale monumentenlijst als bedoeld in artikel 6 van de Monumentenverordening Zuid-Holland, worden geacht niet meer op de gemeentelijke monumentenlijst te zijn geplaatst.

7. De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3.1 Erfgoedwet. 8. Monumenten, die na plaatsing in het gemeentelijk erfgoedregister worden ingeschreven in het rijksmonumentenregister als bedoeld in artikel 3.3 Erfgoedwet, worden geacht niet meer in het gemeentelijk erfgoedregister te zijn opgenomen. 9. Door aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument is het gehele pand, inclusief het interieur onder de werking van de verordening geplaatst.

Toelichting De Monumentenwet is per 1 juli 2016 grotendeels vervallen. Een belangrijk deel van de onderwerpen van de Monumentenwet is overgegaan naar de Erfgoedwet. In deze wet zijn onder meer de definities, de aanwijzing, de bescherming, de financiële bepalingen en het toezicht en de handhaving opgenomen. De verwijzingen zijn geactualiseerd. Met inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is de Monumentenwet in haar geheel komen te vervallen. De Monumentenverordening Zuid-Holland is komen te vervallen.

Wordt Nieuwe tekst (Erfgoedverordening Rijswijk 2024) Artikel 4 Voornemen tot aanwijzing 1. Een voornemen om toepassing te geven aan artikel 3, eerste lid, wordt door burgemeester en wethouders schriftelijk bekend gemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet. 2. Burgemeester en wethouders kunnen in een uitzonderlijk geval direct een monument of archeologisch monument aanwijzen als gemeentelijk monument, wanneer er sprake is van spoedeisend belang. Artikel 3, lid 2 tot en met 6, en artikel 6 zijn in dat geval niet van toepassing

6

Toelichting Dit artikel is nieuw ten opzichte van de Monumentenverordening 2008. In de praktijk kan behoefte bestaan om te voorkomen dat de gevolgen onomkeerbaar zijn, een zogenoemde spoedprocedure in te zetten. Zie verder de toelichting op dit artikel in de Nota-toelichting bij de Erfgoedverordening 2024. Wordt Nieuwe tekst (Erfgoedverordening Rijswijk 2024) Artikel 5 Voorbescherming 1. De bescherming van paragraaf 3 is van overeenkomstige toepassing op het monument of archeologisch monument ten aanzien waarvan een voornemen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, is bekend gemaakt. 2. De voorbescherming, bedoeld in het eerste lid, vervalt op het moment van inschrijving van de aanwijzing in het gemeentelijk erfgoedregister. Toelichting De voorbescherming dient in samenhang te worden gelezen met de instandhoudingsplicht als beschreven onder paragraaf 3. Wordt Nieuwe tekst (Erfgoedverordening Rijswijk 2024) Artikel 6 Advies gemeentelijke adviescommissie 1. Burgemeester en wethouders vragen over het voornemen om toepassing te geven aan artikel 3, eerste lid, advies aan de Adviescommissie omgevingskwaliteit Rijswijk. 2. De gemeentelijke adviescommissie betrekt in ieder geval de leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg bij het advies. Toelichting Met invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is de grondslag voor de monumentencommissie gewijzigd.

Het begrip ‘Welstands- en monumentencommissie (WMC)’ is vervangen door ‘Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit’. Op grond van de Omgevingswet worden gemeenten met rijksmonumenten op hun grondgebied geacht een gemeentelijke adviescommissie 7

in te stellen. Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft de raad reeds op 8 februari 2022 de Verordening op de gemeentelijke Adviescommissie omgevingskwaliteit vastgesteld en is de Adviescommissie omgevingskwaliteit Rijswijk vervolgens benoemd, waarin twee deskundigen op het gebied van Monumenten deelnemen. De Adviescommissie omgevingskwaliteit Rijswijk heeft een brede taakstelling en adviseert zowel op het gebied van monumenten als op het gebied van welstand.

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd: Was

Wordt

Bestaande tekst (Monumentenverordening Rijswijk 2008)

Nieuwe tekst (Erfgoedverordening Rijswijk 2024)

Artikel 4 Termijnen advies en aanwijzingsbesluit 1. De Welstands- en Monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na ontvangst van het verzoek van het college. 2. Het college beslist binnen twaalf weken na ontvangst van het advies van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 20 weken na de adviesaanvraag.

Artikel 7 Termijnen advies en aanwijzingsbesluit 1. De Adviescommissie omgevingskwaliteit adviseert schriftelijk binnen vier weken na ontvangst van het verzoek van het college. 2. Op de voorbereiding van een aanwijzingsbesluit is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat burgemeester en wethouders het ontwerpbesluit ter inzage leggen na ontvangst van het advies van de Adviescommissie omgevingskwaliteit.

Toelichting De grondslag voor de monumentencommissie is met inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 vervallen. De gemeenteraad heeft reeds bij zijn besluit van 8 februari 2022 de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit vastgesteld. De term ‘Welstands- en monumentencommissie (WMC)’ is derhalve thans vervangen door ‘Adviescommissie omgevingskwaliteit'. De adviestermijn is in lijn gebracht met de bepaling in de Verordening (artikel 7), die een termijn van 4 weken hanteert. Voor de beslistermijn is aansluiting gezocht bij de procedure die in de Erfgoedwet is opgenomen voor rijksmonumenten (art. 3.2, derde lid van de Erfgoedwet).

Was

Wordt 8

Bestaande tekst (Monumentenverordening 2008) Artikel 5 Mededeling aanwijzingsbesluit De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt medegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan en aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers.

Nieuwe tekst (Erfgoedverordening Rijswijk 2024) Artikel 8 Mededeling aanwijzingsbesluit De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt medegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan en aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers.

Was Bestaande tekst (Monumentenverordening 2008)

Wordt Nieuwe tekst (Erfgoedverordening Rijswijk 2024)

Artikel 6 Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst 1. Het college registreert het beschermde gemeentelijke monument op de gemeentelijke monumentenlijst. 2. Het gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding, de tenaamstelling en een beschrijving van het gemeentelijke monument.

Artikel 9 Registratie in het gemeentelijk erfgoedregister 1. Burgemeester en wethouders registreren het beschermde gemeentelijke monument in het gemeentelijk erfgoedregister. 2. Het gemeentelijk erfgoedregister bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding, de tenaamstelling en een beschrijving van het gemeentelijke monument.

Toelichting De terminologie is gewijzigd: Burgemeester en wethouders zijn voor het college in de plaats gesteld. Voor de gemeentelijke monumentenlijst wordt thans het gemeentelijk erfgoedregister gehanteerd, conform de benaming in de Erfgoedwet. Artikel 7 (wijzigen van de aanwijzing) blijft ongewijzigd en wordt artikel 10 (wijzigen van de aanwijzing) in de Erfgoedverordening 2024. Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

Was Bestaande tekst (Monumentenverordening Rijswijk 2008) Artikel 8 Intrekken van de aanwijzing 1. Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 3, tweede lid, en artikel 4 van overeenkomstige toepassing.

Wordt Nieuwe tekst (Erfgoedverordening Rijswijk 2024) Artikel 11 Intrekken van de aanwijzing 1. Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 3, tweede lid, en artikel 4 van overeenkomstige toepassing. 9

2. De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing wordt gegeven aan artikel 3 van de herziene Monumentenwet 1988 of aan artikel 4 van de Monumentenverordening Zuid-Holland. 3. De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst aangetekend.

2. De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing wordt gegeven aan artikel 3.1 Erfgoedwet. 3. De intrekking wordt in het gemeentelijk erfgoedregister opgenomen.

Toelichting De Monumentenwet is per 1 juli 2016 grotendeels vervallen. Een belangrijk deel van de onderwerpen van de Monumentenwet is overgegaan naar de Erfgoedwet. In deze wet zijn onder de definities, de aanwijzing, de bescherming, de financiële bepalingen en het toezicht en de handhaving opgenomen. De verwijzingen zijn geactualiseerd. Met inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is de Monumentenwet in haar geheel komen te vervallen. De Monumentenverordening Zuid-Holland is komen te vervallen. Artikel 9 was verbodsbepaling – wordt artikel 12 instandhoudingsplicht Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

Was Bestaande tekst (Monumentenverordening Rijswijk 2008) Artikel 10 Vergunning Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag of in strijd met bij zodanige vergunning gestelde voorschriften: a. een beschermd gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; b. een beschermd gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht;

Wordt Nieuwe tekst (Erfgoedverordening Rijswijk 2024) Artikel 13 Omgevingsvergunning gemeentelijk monument 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders of in strijd met bij zodanige vergunning gestelde voorschriften: a. een beschermd gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; b. een beschermd gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het 10

c. een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2. Besluit omgevingsrecht voor een vergunning als bedoeld in dit artikel en de daarbij te overleggen gegevens en bescheiden worden in viervoud ingediend.

wordt ontsierd of in gevaar gebracht. 2. Voor een vergunning als bedoeld in dit artikel dient een aanvraag als bedoeld in artikel 16.55 Omgevingswet en de daarbij te overleggen gegevens en bescheiden in viervoud te worden ingediend. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. de uitvoering van normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg, niet wijzigt; b. alleen inpandige veranderingen van een onderdeel van het monument dat uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft; c. het binnen een monument dat als begraafplaats in gebruik is met inachtneming van de monumentale waarden: 1. plaatsen van grafmonumenten, met inbegrip van het tijdelijk verwijderen daarvan en het bijwerken van het opschrift; 2. doen van begravingen of asbijzettingen, of 3. ruimen van graven waarvan het grafmonument niet is beschermd als gemeentelijk monument. 4. Aanvrager legt ten behoeve van beoordeling van de aanvraag omgevingsvergunning een door ter zake deskundigen opgesteld bouwen/of cultuurhistorisch onderzoeksrapport. 5.

Voor zover de kosten ten behoeve van het onder het lid 4 bedoelde te verrichten onderzoek niet in een evenredige verhouding staan tot de bouwkosten zal in overleg met burgemeester en wethouders worden bepaald, welk deel van de kosten in redelijkheid ten laste van aanvrager wordt gebracht. 11

6. Aanvrager is verplicht tot het verstrekken van alle benodigde documentatie, gevraagd of ongevraagd, gedurende de (ver)bouwwerkzaamheden, alsmede is hij gehouden tot het gedurende de (ver)bouwwerkzaamheden veilig stellen van bouwhistorische elementen. 7. Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument. Deze regels kunnen mede inhouden een vrijstelling van het verbod bedoeld in het eerste lid, of een plicht tot het melden van handelingen bedoeld in het derde lid. Toelichting Artikel 4.2 Besluit omgevingsrecht wordt vervangen door artikel 16.55 Omgevingswet (aanvraagvereisten voor het indienen van een aanvraag). Voor de beoordeling van een aanvraag wordt een rapport bouw- en cultuurhistorisch rapport verlangd, en zal, indien de kosten voor het produceren van een dergelijk rapport onevenredig hoog zijn in relatie tot de bouwkosten, in overleg met de gemeente, een verdeelsleutel worden bepaald voor het gezamenlijk (gemeente en aanvrager) dragen van de kosten. In dit artikel is tevens ook opgenomen dat bepaalde activiteiten vergunningsvrij kunnen worden uitgevoerd.

Wordt Nieuwe tekst (Erfgoedverordening Rijswijk 2024) Artikel 14 Weigeringsgronden 1. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. 2. Een omgevingsvergunning voor een kerkelijk monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet wordt niet verleend zonder overeenstemming met de eigenaar. 12

Toelichting Dit artikel is nieuw ten opzichte van de Monumentenverordening 1988. Zie verder Notatoelichting bij artikel 14. Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd: Was

Wordt

Bestaande tekst (Monumentenverordening Rijswijk 2008)

Nieuwe tekst (Erfgoedverordening Rijswijk 2024)

Artikel 11 Termijnen advies en vergunningverlening 1. Vervallen. 2. Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een beschermd gemeentelijk monument aan de Welstands- en Monumentencommissie voor advies. 3. Binnen vier weken na de datum van verzending van het afschrift brengt de Welstands- en Monumentencommissie schriftelijk advies uit aan het bevoegd gezag. Bij overschrijding van de genoemde termijn van vier weken wordt de Welstands- en Monumentencommissie geacht geadviseerd te hebben de beoordeling over te laten aan de behandelend monumentenambtenaar. 4. Burgemeester en wethouders stellen binnen een maand na inwerkingtreding van deze verordening een aanvraagformulier als bedoeld in de Awb vast voor een monumentenvergunning voor een beschermd monument; 5. Burgemeester en wethouders stellen binnen een maand na inwerkingtreding van deze verordening Beleidsregels Indieningsvereisten aanvraag monumentenvergunning vast; 6. Aanvragen om een vergunning die niet voorzien zijn van het in lid 4 bedoelde aanvraagformulier kunnen niet in behandeling worden genomen.

Artikel 15 Termijnen advies en vergunningverlening 1. Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een beschermd gemeentelijk monument aan de Adviescommissie omgevingskwaliteit Rijswijk voor advies. 2. Binnen vier weken na de datum van verzending van het afschrift brengt de Adviescommissie omgevingskwaliteit Rijswijk schriftelijk advies uit aan het bevoegd gezag. Bij overschrijding van de genoemde termijn van vier weken wordt de Adviescommissie omgevingskwaliteit geacht geadviseerd te hebben de beoordeling over te laten aan de behandelend monumentenambtenaar. 3. Burgemeester en wethouders kunnen de procedure zonder advies van de Adviescommissie omgevingskwaliteit vervolgen, indien binnen de in het tweede lid genoemde termijn geen advies is uitgebracht. Voor het voorbereiden en nemen van de beslissing gelden de procedurebepalingen van de paragrafen 16.5.2 en 16.5.3 van de Omgevingswet.

13

7. B&W toetsen de ontvankelijkheid van de aanvraag aan het in lid 5 bedoelde Beleidsregels Indieningsvereisten aanvraag monumentenvergunning. 8. Indien B&W de aanvraag ontvankelijk verklaren en in behandeling nemen, toetsen zij de aanvraag aan de herziene Monumentenwet 1988, deze verordening en de in de monumentenzorg gangbare redelijke eisen van monumentenzorg. De uit te brengen beschikking betreft een afweging van het belang van de monumentenzorg (het algemeen belang) en de belangen van belanghebbenden. 9. B&W stellen binnen een half jaar na inwerkingtreding van deze verordening Beleidsregels m.b.t. redelijke eisen van monumentenzorg vast. 10. Zolang door de gemeente geen redelijke eisen van monumentenzorg zijn vastgesteld of zolang geen monumentenbeleidsnota is vastgesteld, worden hieronder de normen verstaan uit de brochures Techniek, voorheen Restauratie en Beheer van de RCE. Toelichting 4. De grondslag voor de Monumentencommissie is met inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 vervallen. Vooruitlopend hierop heeft de gemeenteraad reeds bij zijn besluit van 8 februari 2022 de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit vastgesteld. De term ‘Welstands- en monumentencommissie (WMC)’ is derhalve thans vervangen door ‘Adviescommissie omgevingskwaliteit'.

Voor het voorbereiden en nemen van de beslissing gelden de procedurebepalingen van de paragrafen 16.5.2 en 16.5.3 van de Omgevingswet. Artikel 12 kerkelijk monument blijft ongewijzigd - wordt artikel 16 kerkelijk monument Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd: Was Bestaande tekst (Monumentenverordening Rijswijk 2008)

Wordt Nieuwe tekst (Erfgoedverordening Rijswijk 2024) 14

Artikel 13 Intrekken van de vergunning 1. De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien: a. blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; b. blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 10 niet naleeft; c. de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen; d. niet binnen jaar van de vergunning gebruik wordt gemaakt. 2. Het besluit tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de monumentencommissie.

Artikel 17 Intrekken van de vergunning 1. De vergunning kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken indien: a. blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; b. blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 13 niet naleeft; c. de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen; d. niet binnen jaar van de vergunning gebruik wordt gemaakt. 2. Het besluit tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de Adviescommissie omgevingskwaliteit Rijswijk.

De grondslag voor de Monumentencommissie is met inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 vervallen. Vooruitlopend hierop heeft de gemeenteraad reeds bij zijn besluit van 8 februari 2022 de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit vastgesteld. De term ‘Welstands- en monumentencommissie (WMC)’ is derhalve thans vervangen door ‘Adviescommissie omgevingskwaliteit'. Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd: Was

Wordt

Bestaande tekst (Monumentenverordening Rijswijk 2008)

Nieuwe tekst (Erfgoedverordening Rijswijk 2024)

Artikel 14 Vergunning voor beschermd rijksmonument 1. Het college zendt onmiddellijk een afschrift van de aanvraag om vergunning voor een beschermd rijksmonument aan de Welstands- en Monumentencommissie. 2. De Welstands- en Monumentencommissie adviseert

Artikel 18 Advies omgevingsvergunning rijksmonument 1. Burgemeester en wethouders zenden onmiddellijk een afschrift van de aanvraag om vergunning voor een beschermd rijksmonument voor advies aan de Adviescommissie Omgevingskwaliteit. De Adviescommissie omgevingskwaliteit 15

schriftelijk over de aanvraag binnen drie maanden (negentig dagen) na de datum van verzending van het afschrift. 3. Bij overschrijding van de in het tweede lid genoemde termijn wordt de Welstands- en Monumentencommissie geacht niet geadviseerd te hebben. Indien de termijn dreigt te worden overschreden en de overschrijding zou vallen in de maanden december, juni, juli of augustus, dan zijn B&W bevoegd de termijn met maximaal vier weken te verlengen. Hieraan dient een schriftelijk verzoek hiertoe van de Welstands- en monumentencommissie ten grondslag te liggen.

brengt advies uit binnen vier weken. Bij overschrijding van de genoemde termijn van vier weken wordt de Adviescommissie omgevingskwaliteit geacht de beoordeling over te laten aan de behandelend monumentenambtenaar. 2. Burgemeester en wethouders brengen binnen acht weken hun advies uit aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 3. Voor zover burgemeester en wethouders het bevoegd gezag zijn voor het beoordelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning, is het bepaalde onder artikel 13, leden 4,5 en 6 van toepassing.

Toelichting De grondslag voor de Monumentencommissie is met inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 vervallen. Vooruitlopend hierop heeft de gemeenteraad reeds bij zijn besluit van 8 februari 2022 de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit vastgesteld. De term ‘Welstands- en monumentencommissie (WMC)’ is derhalve thans vervangen door ‘Adviescommissie omgevingskwaliteit'.

Wordt Nieuwe tekst (Erfgoedverordening Rijswijk 2024) Artikel 19 Aanwijzing als gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht. 1. De gemeenteraad kan, op voorstel van burgemeester en wethouders, stads- of dorpsgezichten aanwijzen als beschermd stads- of dorpsgezicht. 2. Burgemeester en wethouders zenden het voorstel voor advies aan de Adviescommissie omgevingskwaliteit Rijswijk, bedoeld in artikel 1, sub a. 3. Burgemeester en wethouders kunnen het voorstel tot aanwijzing van stads- of dorpsgezicht ingevolge het bepaalde in artikel 4, zesde lid van de Verordening participatie en uitdaagrecht gemeente Rijswijk 2024, onderwerpen aan inspraak. 16

4. De gemeenteraad beslist binnen 26 weken na verzending van het voorstel, bedoeld in het tweede lid. 5. Een aangewezen gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt onverwijld opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister. 6. De registratie bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding, de tenaamstelling en een beschrijving van het gemeentelijk stads- of dorpsgezicht. 7. Van het besluit tot aanwijzing wordt mededeling gedaan in de daarvoor in aanmerking komende dag- of nieuwsbladen en aan Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland en Adviescommissie omgevingskwaliteit Rijswijk. 8. Dit artikel is niet van toepassing op een beschermd stads- en dorpsgezicht dat via instructies de functie-aanduiding rijksbeschermd of provinciaal beschermd stads- of dorpsgezicht heeft, of dat is aangewezen op grond van artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 of een provinciale verordening als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Toelichting Dit artikel is nieuw ten opzichte van de Monumentenverordening 1988. Zie verder Notatoelichting bij artikel 19.

Wordt Nieuwe tekst (Erfgoedverordening Rijswijk 2024) Artikel 20 Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht 1. De gemeenteraad kan, op voorstel van burgemeester en wethouders, een besluit tot aanwijzing als bedoeld in 17

artikel 19, eerste lid, wijzigen of intrekken. Artikel 19, tweede en vierde lid, is hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het stads- of dorpsgezicht waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan. 2. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het stads- of dorpsgezicht waarop de aanwijzing betrekking heeft, wordt aangewezen als beschermd stads- of dorpsgezicht op grond van een instructie als bedoeld in artikel 2.33, eerste lid of artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet. 3. Burgemeester en wethouders verwerken de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing direct in het gemeentelijk erfgoedregister. Toelichting Dit artikel is nieuw ten opzichte van de Monumentenverordening 1988. Zie verder Notatoelichting bij artikel 20.

Wordt Nieuwe tekst (Erfgoedverordening Rijswijk 2024) Artikel 21 Verbodsbepaling en aanvraag omgevingsvergunning 1. Het is in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht verboden om zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te slopen. 2. De omgevingsvergunning kan in ieder geval worden geweigerd als naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd. 3. Artikel 14 is van overeenkomstige toepassing. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen ingevolge een verplichting al bedoeld in de artikelen 13 of 13b van de Woningwet of ingevolge een verplichting zoals gesteld in een maatwerkvoorschrift op grond van 18

artikel 3.5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Toelichting Dit artikel is nieuw ten opzichte van de Monumentenverordening 1988. Zie verder Notatoelichting bij artikel 21.

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd: Was

Wordt

Bestaande tekst (Monumentenverordening Rijswijk 2008) Artikel 15 Schadevergoeding 1. Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van: a. de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als bedoeld in artikel 10 te verlenen; b. voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 10; c. schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe. 2. Voor de behandeling van de aanvragen zijn de bepalingen van de verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening van overeenkomstige toepassing.

Nieuwe tekst (Erfgoedverordening Rijswijk 2024) Artikel 22 Schadevergoeding 1. Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van: a. de weigering van burgemeester en wethouders een vergunning als bedoeld in artikel 13 te verlenen; b. voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 13; c. schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe. 2. Voor de behandeling van de aanvragen zijn de bepalingen van de verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van Hoofdstuk 15 van de Omgevingswet van overeenkomstige toepassing.

Toelichting De Wet ruimtelijke ordening is ingetrokken met de Invoeringswet Omgevingswet. 19

Artikel 16 strafbepaling blijft ongewijzigd – wordt artikel 23 strafbepaling Artikel 17 toezichthouders blijft ongewijzigd – wordt artikel 24 toezichthouders Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:

Was

Wordt

Bestaande tekst (Monumentenverordening Rijswijk 2008) Artikel 18 Hardheidclausule 1. Het college handelt overeenkomstig deze verordening, tenzij dat voor één of meer belanghebbenden evolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de verordening te dienen doelen. 2. De bewijslast voor de bijzondere omstandigheden ligt bij de aanvrager.

Nieuwe tekst (Erfgoedverordening Rijswijk 2024) Artikel 25 Hardheidclausule 1. Het college handelt overeenkomstig deze verordening, tenzij dat voor één of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de verordening te dienen doelen. 2. De bewijslast voor de bijzondere omstandigheden ligt bij de aanvrager.

Toelichting In lid 1 is een spellingsfout hersteld.

Wordt Nieuwe tekst (Erfgoedverordening Rijswijk 2024) Artikel 26 Archeologie 1. Het is verboden de bodem te verstoren in een archeologisch monument of een gebied waar archeologische vondsten of waarden worden verwacht als in het vigerende omgevingsplan niet is voldaan aan artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, tenzij: a. voor de activiteit een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste of tweede lid, 20

van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet is verleend. b. het de verstoring betreft van een archeologisch monument, waarde of verwachting die is aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleids-, waarden- of verwachtingskaart, de provinciale archeologische monumentenkaart of de landelijke indicatieve kaart van archeologische waarden en het verrichten van de activiteiten geen strijd oplevert met door burgemeester en wethouders vastgestelde regels. c. de activiteit plaatsvindt op basis van een deugdelijke beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening wordt gehouden en onevenredige schade voor archeologische waarden wordt voorkomen, of d. met een vooronderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn. 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over het verrichten van archeologisch onderzoek.

Toelichting Dit artikel is nieuw ten opzichte van de Monumentenverordening 1988. Zie verder Notatoelichting bij artikel 26. Wordt Nieuwe tekst (Erfgoedverordening Rijswijk 2024) Artikel 27 Archeologisch onderzoek 1. Binnen het grondgebied van de gemeente Rijswijk uitgevoerd onderzoek in het kader van de archeologische monumentenzorg, in de 21

zin van de Erfgoedwet, dient te voldoen aan de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. 2. Indien binnen het grondgebied van de gemeente Rijswijk onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het doen van opgravingen, in de zin van artikel 5.1, eerste lid van de Erfgoedwet, dienen burgemeester en wethouders, onverminderd de overige bepalingen van deze wet, een Programma van Eisen vast te stellen, waarbij nadere regels worden gesteld ten aanzien van het uit te voeren onderzoek. 3. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om nadere regels vast te stellen ten behoeve van een zorgvuldige bescherming en omgang met het boven- en ondergrondse erfgoed. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over het verrichten van archeologisch onderzoek, waarmee aanvullende voorwaarden kunnen worden gesteld aan de uitvoeringsmethodiek en rapportage van archeologisch onderzoek. Zij laten zich hierbij adviseren door de gemeentelijk archeoloog. 4. In de nadere regels nemen burgemeester en wethouders bepalingen op met betrekking tot het toezicht op de feitelijke uitvoering van het onderzoek en de uitwerking en rapportage van het onderzoek. Tijdens het onderzoek, het veldonderzoek en de uitwerking en rapportage ervan, dienen aanwijzingen van burgemeester en wethouders in acht te worden genomen. Zij laten zich hierbij adviseren door de gemeentelijke archeoloog.

Toelichting Dit artikel is nieuw ten opzichte van de Monumentenverordening 1988. Zie verder Notatoelichting bij artikel 27.

Wordt Nieuwe tekst (Erfgoedverordening Rijswijk 2024) 22

Artikel 28 Wijzigen of vervallen archeologische verwachtingswaarde 1. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de aanduiding ‘Gebied met hoge archeologische verwachtingswaarde’, ‘Gebied met middelhoge archeologische verwachtingswaarde’, of ‘Gebied met lage archeologische verwachtingswaarde’, of ‘Gebied met geen archeologische verwachtingswaarde’ van een archeologisch monument of een archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de vigerende archeologische beleidskaart, te wijzigen waardoor: a. De aanduiding naar ligging wordt verschoven of naar omvang en/of diepte wordt vergroot of verkleind, en; b. In voorkomend geval van de kaart wordt aangepast of verwijderd; indien en voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na archeologisch onderzoek of op basis van voortschrijdend inzicht, daartoe aanleiding geeft. 2. Het voorschrift in het eerste lid wordt gewijzigd of vervalt, voor zover regelingen van een hogere orde dan een omgevingsplan daartoe aanleiding geven. Artikel 28 Wijzigen of vervallen archeologische verwachtingswaarde 1.

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de aanduiding ‘Gebied met hoge archeologische verwachtingswaarde’, ‘Gebied met middelhoge archeologische verwachtingswaarde’, of ‘Gebied met lage archeologische verwachtingswaarde’, of ‘Gebied met geen archeologische verwachtingswaarde’ van een archeologisch monument of een archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de vigerende archeologische beleidskaart, te wijzigen waardoor: a. De aanduiding naar ligging wordt verschoven of naar omvang en/of diepte wordt vergroot of verkleind, en; b. In voorkomend geval van de kaart wordt aangepast of verwijderd; indien en voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na archeologisch onderzoek of op basis van voortschrijdend inzicht, daartoe aanleiding geeft. 2. Het voorschrift in het eerste lid wordt gewijzigd of vervalt, voor zover regelingen van een hogere orde dan een omgevingsplan daartoe aanleiding geven. 23

Toelichting Dit artikel is nieuw ten opzichte van de Monumentenverordening 1988. Zie verder Notatoelichting bij artikel 28. Wordt Nieuwe tekst (Erfgoedverordening Rijswijk 2024) Artikel 29 Betreding Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat een terrein in het belang van archeologisch onderzoek wordt betreden, dat daarop metingen worden verricht, dan wel daarin opgravingen worden gedaan, voor zover dat onderzoek dient ter voorbereiding of ter uitvoering van een besluit als bedoeld in de artikelen 2.4 en 5.1 van de Omgevingswet. Toelichting Dit artikel is nieuw ten opzichte van de Monumentenverordening 1988. Zie verder Notatoelichting bij artikel 29. Artikel 19 vervalt, artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:

Was

Wordt

Bestaande tekst (Monumentenverordening Rijswijk 2008)

Nieuwe tekst (Erfgoedverordening Rijswijk 2024)

Artikel 20 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking treedt. 2. De monumentenverordening, vastgesteld bij besluit van de raad van 26 september 1989 en gewijzigd bij raadsbesluit van 27 september 1994 wordt ingetrokken op de datum

Artikel 30 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na die van bekendmaking. 2. De Monumentenverordening, vastgesteld bij besluit van de raad 4 maart 2008 en gewijzigd in de vergadering van 30 september 2008 en 15 juni 2010 wordt ingetrokken op de datum waarop het eerste lid toepassing vindt. 3. De op grond van de ingevolge het tweede lid ingetrokken verordening geregistreerde gemeentelijke 24

waarop het eerste lid toepassing vindt. 3. De op grond van de ingevolge het tweede lid ingetrokken verordening geregistreerde gemeentelijke monumenten worden geacht aangewezen te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. 4. De beschermde gemeentelijke monumenten, geregistreerd op de monumentenlijst van de ingevolge het tweede lid genoemde ingetrokken verordening, worden geacht geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. 5. Aanvragen om vergunning en aanwijzing die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in het tweede lid ingetrokken verordening.

monumenten worden geacht aangewezen te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. 4. De beschermde gemeentelijke monumenten, geregistreerd op de monumentenlijst van de ingevolge het tweede lid genoemde ingetrokken verordening, worden geacht geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. 5. Aanvragen om vergunning en aanwijzing die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in het tweede lid ingetrokken verordening.

Toelichting Het tijdstip waarop de verordening in werking treedt is gewijzigd. De naam van de verordening die uit werking treedt is gewijzigd. Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd: Was

Wordt

Bestaande tekst (Monumentenverordening Rijswijk 2008)

Nieuwe tekst (Erfgoedverordening Rijswijk 2024)

Artikel 21 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als '”Monumentenverordening Rijswijk 2008”. Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Rijswijk in zijn openbare vergadering

Artikel 30 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als ”Erfgoedverordening Rijswijk 2024”.

25

van 4 maart 2008 en gewijzigd in de vergadering van 30 september 2008 en 15 juni 2010.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Rijswijk in zijn openbare vergadering van 23 mei 2024.

Toelichting De citeertitel van de verordening is geactualiseerd.

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=d81ac00e-139c-4859-97e0-f2b8dc5bf042