Bijlage B Plan-Mer Omgevingsvisie Rijswijk (RV 25-015)
Tekst van het document
Plan-MER Omgevingsvisie Rijswijk 12 november 2024
Kenmerk
R002-1290775EMB-V03-agv-NL
Verantwoording Titel
Plan-MER Omgevingsvisie gemeente Rijswijk
Opdrachtgever
Gemeente Rijswijk
Projectleider
Joost de Jong
Auteur(s)
Marieke van der Linde Corné Cardinaal Evelyn van de Bildt
Tweede lezer
Joost de Jong
Kenmerk
R002-1290775EMB-V03-agv-NL
Aantal pagina’s
97 (exclusief bijlagen)
Datum
12 november 2024
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com
2/97
Kenmerk
R002-1290775EMB-V03-agv-NL
Inhoud 0.
Samenvatting............................................................................................................................. 4
1.
De Omgevingsvisie en de rol van het plan-MER ..................................................................... 17
2.
Beschrijving Omgevingsvisie ................................................................................................... 19
3.
Stappen: van beoordelingskader tot afronden plan-MER ....................................................... 33
4.
De effecten van de alternatieven: ontwikkelrichtingen ............................................................ 37
5.
De effecten van de Omgevingsvisie op de leefomgeving........................................................ 43
6.
Synergie en strijdigheden tussen ambities .............................................................................. 64
7.
Doelbereik omgevingsvisie ...................................................................................................... 69
8.
Passende beoordeling ............................................................................................................. 85
9.
Conclusies en aanbevelingen.................................................................................................. 90
10. Leemten in kennis, evaluatie en monitoring van beleid........................................................... 96
Bijlage 1
Begrippen en afkortingen
Bijlage 2
Huidige Situatie en Autonome Ontwikkelingen (HSAO)
Bijlage 3
Relatie tussen ambities en indicatoren beoordelingskader
Bijlage 4
Effectbeoordeling ontwikkelrichtingen
3/97
Kenmerk
R002-1290775EMB-V03-agv-NL
0. Samenvatting Het MER voor de Omgevingsvisie Rijswijk is gelijktijdig opgesteld met de concept-Omgevingsvisie opgesteld en heeft gedurende het proces waardevolle inzichten gegeven voor de Omgevingsvisie. De bevindingen uit het MER en aanbevelingen voor het vervolg zijn in dit hoofdstuk samengevat.
0.1
Milieueffectrapportage voor de omgevingsvisie
De gemeente Rijswijk werkt aan het opstellen van een omgevingsvisie. Dit betreft één integrale visie voor de fysieke leefomgeving voor het gehele gemeentelijk grondgebied. Het opstellen van een omgevingsvisie wordt verplicht gesteld door de nieuwe Omgevingswet, welke op 1 januari 2024 is ingegaan. Een Omgevingsvisie is een wettelijk voorgeschreven plan en daardoor mogelijk plan-mer-plichtig1 (artikel 16.34, eerste lid van de Omgevingswet). Dit is het geval als de Omgevingsvisie kaders stelt voor mer-(beoordelings)plichtige activiteiten (artikel 16.36 Omgevingswet), zoals de aanleg, wijziging of uitbreiding van een spoorweg. Voorgenoemde projecten zijn terug te vinden in kolom 1 van bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Ook dient een mer-procedure te worden doorlopen indien de in de Omgevingsvisie geschetste ontwikkelingen tot significante gevolgen kunnen leiden voor Natura 2000-gebieden waardoor een Passende beoordeling nodig is. Beide mogelijkheden zijn niet op voorhand uit te sluiten. Dit ten eerste omdat de Omgevingsvisie naar verwachting voorziet in de bouw van 10.000-11.000 woningen in het plangebied. Ondanks dat de woningen gefaseerd gerealiseerd worden, kan dit gezien worden als een stedelijk ontwikkelingsproject (categorie J11 uit bijlage V van het Omgevingsbesluit).
Ten tweede is het niet uit te sluiten dat de Omgevingsvisie Rijswijk leidt tot significante effecten door stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden aan de kust van Zuid-Holland. Daarom is ook een Passende beoordeling opgesteld (zie verder paragraaf 0.6).
0.2
Het doel en de opzet van het plan-MER
Het doel van het plan-MER is het inzichtelijk maken van de effecten van de Omgevingsvisie op de leefomgeving en in hoeverre de voorgestelde koers bijdraagt aan het halen van de gestelde ambities. Het plan-MER geeft de (milieu-)informatie die nodig is om een besluit te nemen over de vaststelling van de Omgevingsvisie. Een besluit waarbij de milieubelangen op basis van het planMER volwaardig zijn meegewogen. De uitgangspunten van dit plan-MER zijn als volgt: Het plan-MER en de Passende beoordeling sluiten aan op het abstractieniveau van de Omgevingsvisie. De effectbeoordeling is kwalitatief van aard. Voor de speerpunten waar
acties (in relatieve zin) concreter zijn, is daarbij in de effectbeoordeling in het plan-MER ook op aangesloten De Omgevingsvisie is een integrale lange termijn ontwikkelkoers. Bestaand beleid en toekomstige plannen en programma’s moeten passen en bijdragen aan dit integrale toekomst beeld. Het doel van de mer-procedure is om de onderlinge strijdigheid of synergie tussen de ambities in de voorgestelde koers te onderzoeken en in beeld te brengen. Dit kan echter niet los gezien worden van de verdere uitwerking waarvoor de Omgevingsvisie het kader vormt.
1
In een aantal gevallen is het mogelijk om eerst een plan-mer-beoordeling te doen. Hieruit blijkt of het plan of programma aanzienlijke milieueffecten heeft. Als dat niet het geval is, kan een plan-milieueffectrapportage achterwege blijven. Een plan-merbeoordeling is mogelijk als: Het om een kleine wijziging van een plan of programma gaat Het plan betrekking heeft op een klein gebied op lokaal niveau Het plan het kader vormt voor projecten die niet in bijlage V bij het Omgevingsbesluit zijn opgenomen maar die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben 4/97
Kenmerk
R002-1290775EMB-V03-agv-NL
Daarom omvat het plan-MER een doorkijk in hoeverre ambities ook daadwerkelijk behaald kunnen worden (doelbereik). In het verlengde hiervan geeft het plan-MER ook aanbevelingen voor de verdere uitwerking. Deze aanbevelingen helpen dus om de gestelde ambities in de Omgevingsvisie ook daadwerkelijk te behalen
De Omgevingsvisie richt zich op de periode tot 2050. Het plan-MER sluit daarop aan; In het plan-MER is niet alleen gekeken naar de ‘traditionele’ milieuthema’s, maar ook naar andere thema’s binnen de fysieke leefomgeving, zoals de Omgevingswet voorstaat. Zo wordt integraal gekeken naar de effecten van onder andere klimaatadaptatie, energietransitie, gezondheid en veiligheid. Het meenemen van deze thema’s zorgt voor een vernieuwende mer-aanpak waarbij je het MER ook wel Omgevingseffectrapportage (OER) kunt noemen, omdat het uitgangspunt niet alleen is om de milieueffecten in beeld te brengen, maar om de omgeving integraal te benaderen
0.3
Hoofdpunten omgevingsvisie
Er worden in de Omgevingsvisie van Rijswijk drie kernambities genoemd: ‘Gezonde buitenplaats voor iedereen’, ‘Groene stad voor nu en later’ en ‘Creatieve werkplaats voor de regio’. De kernambities zijn eerst thematisch uitgewerkt in negen thema’s. Vervolgens zijn deze thema’s uitgewerkt per deelgebied. Tabel 0.1 Kernambities en thema’s uit de Omgevingsvisie Kernambitie
Thema
Gezonde buitenplaats voor iedereen
Passend woon- en zorgaanbod Gezonde leefomgeving Leefbare en veilige wijken
Groene stad voor nu en later
Zichtbare historie en ruimtelijke kwaliteit Groene stadsbiotoop Klimaatbestendige leefomgeving
Creatieve werkplaats voor de regio
Duurzame energievoorziening Innovatieve economie Goede bereikbaarheid
Aan de hand van de negen thema’s is de integrale ontwikkelkoers uitgewerkt. Per thema geeft de gemeente Rijswijk aan welke inspanningen zij zullen leveren en hoe deze inspanningen zich verhouden met andere thema’s. Het plan-MER kijkt in haar beoordeling van de milieueffecten en het doelbereik van de omgevingsvisie met name naar dit onderdeel van de omgevingsvisie. De plannen en ambities in dit onderdeel dienen als paraplu waar de verschillende gebieden onder vallen. De integrale Omgevingsvisiekaart geeft de koers of ontwikkelrichting van de gemeente Rijswijk tot 2050 voor de drie ambities weer.
5/97
Kenmerk
R002-1290775EMB-V03-agv-NL
Figuur 0.1 Integrale omgevingsvisiekaart Rijswijk (concept-ontwerp omgevingsvisie, september 2024)
6/97
Kenmerk
R002-1290775EMB-V03-agv-NL
Naast de thematische uitwerking van ambities, is er ook een gebiedsuitwerking gemaakt. In de Omgevingsvisie worden de volgende vijf deelgebieden binnen Rijswijk onderscheiden: 1. Oud Rijswijk 2. Bogaard stadscentrum 3. 4. 5.
Woongebieden Werkgebieden (en werk-woongebieden) Groenzones.
0.4
Stappen die zijn doorlopen
Stap 1: Vaststellen beoordelingskader Samen met de gemeente Rijswijk is het beoordelingskader vastgesteld. Het beoordelingskader is een set indicatoren waarmee in het plan-MER het effect van de omgevingsvisie wordt beoordeeld. Stap 2: Beschrijven en beoordelen van huidige situatie en autonome ontwikkeling (referentiesituatie) Voor de beoordeling van de referentiesituatie is voor elke indicator een beoordeling gegeven van het kwaliteitsniveau (toestand) van zowel de huidige situatie als de autonome ontwikkeling. De beoordeling van het kwaliteitsniveau is uitgedrukt in slecht, redelijk en goed. Deze beoordeling is voor alle indicatoren uit het beoordelingskader onderbouwd in factsheets (zie bijlage 3). Waar mogelijk is gebruik gemaakt van kaartmateriaal om zo ruimtelijk te kunnen duiden waar bepaalde kansen of knelpunten optreden. De huidige situatie en autonome ontwikkeling vormen samen de “referentiesituatie” waartegenover in stap 5 het effect van de Omgevingsvisie is afgezet. Tabel 0.2 Legenda symbolen kwaliteitsniveau referentiesituatie Slecht
Redelijk
Goed
Stap 3: Effectbeoordeling ontwikkelrichtingen Bij een plan-MER is het verkennen en onderzoeken van verschillende alternatieven belangrijk. Deze zogenaamde onderzoeksalternatieven (‘ontwikkelrichtingen’ genoemd in het omgevingsvisietraject van Rijswijk) kunnen namelijk helpen om de mogelijke negatieve effecten van de visie te verminderen of te voorkomen. Deze ontwikkelrichtingen zijn – in afstemming met de gemeente – kwalitatief beoordeeld op milieu-/omgevingseffecten. De concept-beoordeling is een werksessie besproken met het omgevingsvisieteam van gemeente Rijswijk en met beleidsadviseurs van uiteenlopende thema’s. De gemeente Rijswijk heeft de ontwikkelrichtingen samen met de effectbeoordeling in participatiesessies gebruikt om input te verzamelen om koers te kiezen voor de uiteindelijke omgevingsvisie. Stap 4: Bepalen relatie tussen ambities en indicatoren MER In deze stap is bepaald per ambitie (met de daarbij onderliggende acties) met welke indicatoren uit het beoordelingskader er een relatie is. Zie hiervoor bijlage 4. Alleen voor de indicatoren waar een relatie is met een ambitie en acties zijn deze beoordeeld in stap 4.
7/97
Kenmerk
R002-1290775EMB-V03-agv-NL
Stap 5a: Effectbeoordeling concept-ontwerp Omgevingsvisie In dit plan-MER zijn de effecten van de Omgevingsvisie ten opzichte van de referentiesituatie in beeld gebracht. Per indicator is gekeken naar het kwaliteitsniveau in de huidige situatie en autonome ontwikkeling (HSAO) en of de Omgevingsvisie daar een (licht) positieve, geen/neutrale of een (licht) negatieve invloed op heeft. Voor het beoordelen van de effecten is zowel gekeken naar de themagerichte als de gebiedsgerichte uitwerkingen in de Omgevingsvisie. Omdat er voor de verschillende deelgebieden geen aparte ambities zijn geformuleerd, maar wel accenten zijn gelegd zijn, de themagerichte en de gebiedsgerichte uitwerkingen gezamenlijk beoordeeld. Tabel 0.3 Legenda symbolen invloed van Omgevingsvisie Pictogram
Beoordeling
Positieve invloed
Licht positieve invloed
Geen of neutrale invloed
Licht negatieve invloed
Negatieve invloed
Het onderdeel synergie en strijdigheden in het plan-MER is bedoeld om inzichtelijk te maken wat de mogelijkheden voor synergie en de strijdigheden zijn tussen speerpunten en onderliggende acties in de Omgevingsvisie. Anders gezegd; welke speerpunten en acties versterken elkaar (synergie) en welke belemmeren elkaar (strijdigheid). In het onderdeel doelbereik is beoordeeld of de vooraf gestelde ambities in Omgevingsvisie in de toekomst ook behaald kunnen worden. Daarbij speelt ook de rol en invloed van de gemeente mee. Voor bijvoorbeeld klimaatadaptieve ambities is de gemeente ook afhankelijk van onder meer het waterschap, projectontwikkelaars, woningcorporaties en particuliere woningeigenaren. Bij het doelbereik brengen we per ambitie in beeld: Geen tot zeer beperkte kans om de ambitie te behalen Redelijke kans om de ambitie te behalen
Reële kans om de ambitie te behalen
We beoordelen dit vervolgens op een schaal van niet gehaald (0) tot geheel gehaald (100). Daarbij geven we in een grafiek aan hoe groot de onzekerheid is bij het behalen van de ambitie. De onzekerheid wordt groter naarmate autonome ontwikkelingen mee spelen (bijvoorbeeld: wanneer rijden alle voertuigen emissieloos?) en/of als de gemeente afhankelijk is van andere partijen (denk aan bijvoorbeeld klimaatadaptatie aan het waterschap, projectontwikkelaars, woningcorporaties en particuliere woningeigenaren). De onzekerheidsmarge geeft dus aan hoeveel de gemeente zelf kan doen aan het behalen van de gestelde ambities.
8/97
Kenmerk
R002-1290775EMB-V03-agv-NL
Stap 5b: Passende beoordeling De Omgevingsvisie maakt ontwikkelingen zoals grootschalige woningbouw mogelijk. Dit kan leiden tot een toename van verkeer en hierdoor is stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden niet uit te sluiten. Wanneer significante negatieve effecten op Natura 2000gebieden niet zijn uit te sluiten, is een passende beoordeling conform de Omgevingswet (eerder: Wet natuurbescherming) noodzakelijk. De passende beoordeling sluit aan bij het abstractieniveau van de visie. De beoordeling is kwalitatief, want een gedetailleerd kwantitatieve beoordeling is pas mogelijk bij een omgevingsplan of specifiek programma. In de beoordeling zijn mogelijk mitigerende maatregelen benoemd om eventuele effecten te voorkomen of te beperken. Stap 6: Afronden Plan-MER De resultaten van voorgaande stappen komen samen in het milieueffectrapport. We hebben het rapport na iedere stap steeds verder ingevuld. Daarbij zijn de onderdelen mitigerende maatregelen, leemten in kennis en monitoring en evaluatie toegevoegd.
0.5
Conclusies effecten ontwikkelrichtingen
Hieronder is een samenvatting te zien van de effecten van de ontwikkelrichtingen op de verschillende indicatoren. Voor een volledige beschrijving van de effecten van de ontwikkelrichtingen zie Bijlage 4. Tabel 0.4 Overzichtstabel beoordeling ontwikkelrichtingen Aantrekkelijk en gezond Aantrekkelijk en gezond
1A
1B
2A
2B
2A
2B
Luchtkwaliteit Geluid Omgevingsveiligheid Stimuleren van sporen en bewegen
Tabel 0.5 Overzichtstabel beoordeling ontwikkelrichtingen Groen en natuurlijk Groen en natuurlijk
1A
1B
Landschappelijke en cultuurhistorische waarden Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland Waterkwaliteit Waterkwantiteit Bodemkwaliteit Bodemdaling Gebruik ondergrond
9/97
Kenmerk
R002-1290775EMB-V03-agv-NL
Tabel 0.6 Overzichtstabel beoordeling ontwikkelrichtingen Ondernemend en beleefbaar Ondernemend en beleefbaar
1A
1B
2A
2B
Woningvoorraad Voorzieningenniveau Bedrijvigheid
Tabel 0.7 Overzichtstabel beoordeling ontwikkelrichtingen Duurzaam en toekomstbestendig Duurzaam en toekomstbestendig
1A
1B
2A
2B
Aandeel hernieuwbare energie Waterveiligheid Wateroverlast Hittestress Droogte
Tabel 0.8 Overzichtstabel beoordeling ontwikkelrichtingen Bereikbaar en verkeersveilig Bereikbaar en verkeersveilig
1A
1B
2A
2B
Bereikbaarheid Verschuiving vervoerswijze Verkeersveiligheid
Een opvallende uitkomst van de beoordeling is dat de ontwikkelrichtingen met een hogere verstedelijking (2A en 2B) relatief gezien meer negatieve invloed hebben op verschillende indicatoren dan de ontwikkelinrichtingen met een lagere verstedelijking (1A en 1B). Ontwikkelrichting 1A heeft relatief gezien vaker geen of een neutrale invloed op indicatoren in vergelijking met de andere ontwikkelrichtingen. Vanuit de beoordeling van de ontwikkelrichtingen zijn de volgende adviezen aan de gemeente gegeven: Het thema omgevingsveiligheid vraagt extra aandacht, aangezien dit thema in alle
ontwikkelrichtingen achteruit gaat door de verdichting van functies en voorzieningen Ook Natura 2000-gebieden vragen extra aandacht, omdat zij in alle ontwikkelrichtingen achteruit gaat als gevolg van verdichting van Rijswijk door stikstofdispositie
Het gebruik van de ondergrond is in alle ontwikkelrichtingen een lastige puzzel. De ruimteclaims in de grond en de bestaande structuren vragen om een juiste inpassing en het stellen van prioriteiten
Over de thema’s hittestress en wateroverlast kan op het abstractieniveau van de ontwikkelrichtingen lastig een uitspraak gedaan worden over de te verwachte effecten. Dit komt doordat de effecten van verstening en de aanleg van groen sterk afhankelijk zijn van de specifieke locatie
10/97
Kenmerk
0.6
R002-1290775EMB-V03-agv-NL
Conclusies effecten omgevingsvisie
Onderstaande tabel geeft een totaaloverzicht van de beoordeling per indicator van de omgevingsvisie. Tabel 0.10 Overzichtstabel beoordeling huidige situatie en autonome ontwikkeling en de effecten van de omgevingsvisie Thema
Passend woon- en
Indicator
Huidige
Autonome
Invloed
situatie
ontwikkeling
Omgevingsvisie
Woningvoorraad
zorgaanbod Voorzieningenniveau
Innovatieve
Bedrijvigheid
economie Leefbare en veilige
Omgevingsveiligheid
wijken Gebruik ondergrond
Zichtbare historie
Landschappelijke en
en ruimtelijke
cultuurhistorische waarden
kwaliteit Goede
Verkeersveiligheid
bereikbaarheid Verschuiving vervoerswijze
Bereikbaarheid
Duurzame
Aandeel hernieuwbare energie
energievoorziening Gezonde
Luchtkwaliteit
leefomgeving Geluid
Stimuleren sport en bewegen
Groene
Natura 2000
stadbiotoop Natuur Netwerk Nederland
Waterkwaliteit
Waterkwantiteit
Bodemkwaliteit
11/97
Kenmerk
R002-1290775EMB-V03-agv-NL
Thema
Klimaatbestendige
Indicator
Huidige
Autonome
Invloed
situatie
ontwikkeling
Omgevingsvisie
Waterveiligheid
leefomgeving Wateroverlast
Hittestress
Droogte
Bodemdaling
De omgevingsvisie heeft op geen van de indicatoren alleen maar een negatieve invloed (donkerrode pijl). Op enkele indicatoren heeft de omgevingsvisie een negatieve invloed, maar daar staan beleidskeuzes tegenover die zorgen voor een licht positieve of positieve invloed op de betreffende indicator. Dit geldt voor de indicatoren omgevingsveiligheid, gebruik ondergrond, geluid. De omgevingsvisie heeft een negatieve invloed op de indicator omgevingsveiligheid door onder meer het ontwikkelen van nieuwe woningen, verdichting en functiemenging. Tegelijkertijd onderzoekt de gemeente hoe een andere indeling van het gebied de risico’s kan beperken. Op deze manier wordt de afstand tot potentiële risico's verminderd. Bijvoorbeeld door gevoelige functies, zoals woningen of scholen niet langs drukke wegen te plaatsen. Door verschillende ontwikkelingen die de omgevingsvisie mogelijk maakt, zal het drukker worden in de ondergrond voor bijvoorbeeld de bouw van woningen en elektriciteitsinfrastructuur. In de omgevingsvisie wordt echter beschreven dat de gemeente rekening houdt met een toekomstbestendige elektriciteitsinfrastructuur.
Voor de indicator geluid geldt dat veel van de negatieve invloed wordt veroorzaakt door een groei van het aantal inwoners, de komst van een extra station en nieuwe HOV-verbindingen, wat zorgt voor een toename in verkeersbewegingen en daarmee een toename in verkeerslawaai. De focus op het STOMP-principe en de verschillende maatregelen die worden gepresenteerd om elektrificatie van het wagenpark te stimuleren, het uitbreiden van milieuzones, en de striktere parkeernormen bij nieuwbouw voor auto’s, heeft juist een positieve invloed. Ook is er een groot aantal indicatoren waarop een voornamelijk positieve en beperkt negatieve invloed wordt verwacht als gevolg van de omgevingsvisie. Dit geldt voor de indicatoren bedrijvigheid, landschappelijke en cultuurhistorische waarden, verkeersveiligheid, bereikbaarheid, aandeel hernieuwbare energie, luchtkwaliteit, Natura 2000, Natuur Netwerk Nederland, waterkwaliteit, bodemkwaliteit, wateroverlast, hittestress, droogte en bodemdaling. De indicator landschappelijke en cultuurhistorische waarden bijvoorbeeld is positief beoordeeld, aangezien er concrete randvoorwaarden worden gesteld aan beheer en behoud van het cultuur erfgoed. Echter, de komst van nieuwe woningen en de opwekking van duurzame energie kunnen de landschappelijke waarden aantasten.
12/97
Kenmerk
R002-1290775EMB-V03-agv-NL
Er zijn geen indicatoren waarvoor de invloed van de omgevingsvisie als licht positief is beoordeeld. De omgevingsvisie heeft wel een positieve invloed op woningvoorraad, voorzieningenniveau, verschuiving vervoerswijze, stimuleren sport en bewegen, waterkwantiteit en waterveiligheid. Voor de indicator stimuleren sport en bewegen, komt de positieve invloed door de ruimte die de omgevingsvisie biedt voor vergroening en langzaam verkeer, waardoor beweging wordt gestimuleerd. Het toevoegen van circa 10.000-11.000 woningen en het creëren van verschillende woningtypes komt de hoge vraag naar (diverse) woningen tegemoet, daarom heeft de omgevingsvisie een positieve invloed op de indicator woningvoorraad. Dit geldt ook voor de indicator verschuiving vervoerswijze aangezien er sterk wordt ingezet op de verbetering van het openbaar vervoer en het STOMP-principe. Voor geen van de indicatoren is de inschatting dat de omgevingsvisie geen of beperkte invloed zal hebben.
0.7
Conclusies passende beoordeling
De omgevingsvisie van de gemeente Rijswijk schetst een beeld voor de fysieke leefomgeving op de langere termijn, waarbij keuzes worden gemaakt voor onder andere wonen, werken, recreëren en mobiliteit. Er liggen geen Natura 2000-gebieden binnen of grenzend aan de gemeente Rijswijk. Hierdoor worden er naast stikstofdepositie geen effecten verwacht. De keuzes die in de visie worden genomen kunnen zowel tijdens de aanlegfase als de gebruiksfase wel leiden tot een hogere stikstofdepositie, voornamelijk veroorzaakt door het gebruik van voertuigen tijdens de bouw en de verkeersaantrekkende werking van de ontwikkelingen. Om de gevolgen van stikstofdepositie te mitigeren, worden in de omgevingsvisie al verschillende maatregelen genomen. Zo wordt er ingezet op duurzame vormen van mobiliteit, zoals het stimuleren van wandelen, fietsen en het gebruik van het openbaar vervoer. Daarnaast wordt er aandacht besteed aan groene infrastructuur, zoals het aanleggen van groene zones en parken, om stikstof op te vangen en om te zetten. Tijdens de aanlegfase kunnen maatregelen worden genomen om de stikstofuitstoot tijdens de bouw te verminderen, zoals het gebruik van schonere bouwvoertuigen en emissiebeperkende technologieën.
Ondanks de mogelijke gevolgen van stikstofdepositie door de ontwikkelingen in de gemeente Rijswijk, kunnen deze effecten gemitigeerd worden door zorgvuldige inpassing en het nemen van de juiste maatregelen. Hierdoor kan de impact op de omliggende Natura 2000-gebieden beperkt worden en kan er gestreefd worden naar een duurzamere leefomgeving met een lagere stikstofdepositie.
13/97
Kenmerk
0.8
R002-1290775EMB-V03-agv-NL
Conclusies synergiën en strijdigheden
In de Omgevingsvisie streeft de gemeente Rijswijk naar een integrale benadering van de fysieke leefomgeving, waarbij de ambities in samenhang worden ontwikkeld. Zoals in dit plan-MER uiteen wordt gezet, zijn er zowel kansen voor synergie als strijdigheden tussen de verschillende ambities. Zo biedt het creëren van groene stadsruimten kansen voor klimaatadaptatie, en draagt het bij aan een aantrekkelijker stadsbeeld en bevordert het een gezonde leefomgeving. Ook draagt het stimuleren van alternatieve vormen van mobiliteit volgens het STOMP-principe bij aan een gezonde leefomgeving en een betere bereikbaarheid. Aan de andere kant zijn er ook strijdigheden te benoemen. De toevoeging van een groot aantal woningen en voorzieningen kan leiden tot een toename van verkeersbewegingen en druk op de openbare ruimte, wat nadelig kan zijn voor de leefbaarheid en veiligheid in de wijken en voor de gezonde leefomgeving. Ook kan de verstedelijking botsen met het behoud van de ruimtelijke kwaliteit en de zichtbare historie van de stad. Verder zijn er spanningen tussen de ambities voor klimaatadaptatie en duurzame energievoorzieningen, doordat er concurrentie ontstaat om de beperkte beschikbare ruimte voor zowel bovengrondse als ondergrondse functies. Desondanks is er ook veel synergie tussen de verschillende ambities.
De gebiedsuitwerkingen en afwegingsprincipes die in de Omgevingsvisie zijn geïntroduceerd, helpen om deze opgaven op een gezonde, duurzame en aantrekkelijke manier te verwezenlijken. Ze geven handvatten om de synergiën te benutten en de strijdigheden op te lossen, zodat de ambities elkaar uiteindelijk kunnen versterken.
0.9
Conclusies doelbereik
Het doelbereik van de omgevingsvisie van Rijswijk wordt over het algemeen redelijk hoog ingeschat, met daarbij wel per ambitie een verschillende mate van onzekerheid. Voor de kernambitie ‘Gezonde buitenplaats voor iedereen’ geldt de verwachting dat de gemeente met name het thema ‘Passend woon- en zorgaanbod’ kan realiseren. De maatregelen zoals het versterken van de samenwerking met zorgpartners, flexibiliteit in woningaanbod, en woonzorgvoorzieningen dragen bij aan een groeiend en divers woonaanbod dat inspeelt op de zorgvraag van de vergrijzende bevolking. Op het thema ‘Gezonde leefomgeving’ zet de gemeente in door verschillende maatregelen, zoals vergroening, gezonde mobiliteit, verbetering van de milieukwaliteit en minimalisatie van blootstelling aan schadelijke stoffen. De kans dat er ‘Leefbare en veilige wijken’ zullen zijn in 2050 is iets lager ingeschat, waarbij vooral voor maatschappelijke voorzieningen geldt dat de gemeente in grote mate afhankelijk is van andere partijen en financiële middelen, en subjectieve factoren zorgen voor onzekerheid in het behalen van de doelen.
14/97
Kenmerk
R002-1290775EMB-V03-agv-NL
Met de beleidskeuzes in de omgevingsvisie worden de doelen van de kernambitie ‘Groene stad voor nu en later’ naar verwachting in hoge mate bereikt. De gemeente wil een ‘Groene Stadsbiotoop’ zijn en legt daar door het creëren van groene zones en het verbeteren van de kwaliteit van de parkgebieden ook de focus op. Hoewel de gemeente veel controle heeft over de vergroening van de openbare ruimte, is er enige onzekerheid vanwege de afhankelijkheid van andere partijen. Om het thema een ‘Klimaatbestendige leefomgeving’ te bereiken in 2050 zet de gemeente in haar beleid naast vergroening in op energiebesparing en duurzame energiebronnen. Echter, het doelbereik wordt lager door onzekerheden rond de afhankelijkheid van projectontwikkelaars, bewonersgedrag, waterbeheer, en particuliere grond. Bovendien is er onzekerheid over de uitvoering van nationaal beleid en samenwerking met externe partijen. Dit geldt voornamelijk voor de opwekking van energie en het behalen van de ambitie om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Op ‘Zichtbare historie en ruimtelijke kwaliteit’ dragen maatregelen zoals het meewegen van cultuurhistorische waarden, verduurzaming van monumenten en aandacht voor groen bij aan het doelbereik. Echter, afhankelijkheid van samenwerking met partners en mogelijke druk op ruimtelijke kwaliteit kunnen voor onzekerheid zorgen.
Voor de kernambitie ‘Creatieve werkplaats voor de regio’ dragen de beleidskeuzes in de omgevingsvisie, zoals het verbeteren van de fietsroutes, looproutes, en openbaar vervoer bij aan een redelijk hoog doelbereik voor het thema ‘Goede bereikbaarheid’ door verkorting van reisafstanden. De doelen van het thema ‘Duurzame energievoorziening’ en ‘Innovatieve economie’ worden in mindere mate bereikt. De onzekerheid zit hem met name in de afhankelijkheid van andere partijen. Ook is er binnen het thema ‘Duurzame energievoorziening’ nog onduidelijkheid over de concrete uitwerking en schaal van energieopwekking, wat de onzekerheden vergroot. Ook het ontwikkelen en behouden van een ‘Innovatieve economie’ is sterk afhankelijk van andere partijen en financiële middelen.
0.10
Aanbevelingen
De Omgevingsvisie van de gemeente Rijswijk onderscheidt zich door haar concreetheid. In vergelijking met andere omgevingsvisies zijn in deze visie de ambities al verder uitgewerkt in concretere maatregelen. Dit biedt een goede basis voor de verdere uitwerking en implementatie van de omgevingsvisie in opvolgend beleid en planvorming. De omgevingsvisie heeft op enkele indicatoren een negatieve invloed (omgevingsveiligheid, gebruik ondergrond, geluid en bodemdaling). Tegelijkertijd bevat de omgevingsvisie ook beleidskeuzes en maatregelen die een positieve invloed hebben op een van deze vier indicatoren (zoals beschreven in paragraaf 9.1). Dit zal in verschillende gevallen de negatieve invloed op de betreffende indicator al verminderen, zoals bijvoorbeeld bij omgevingsveiligheid waarvoor het voornemen is om gevoelige functies zoals woningen en scholen niet langs drukke wegen te plaatsen. Om een mogelijk negatief effect op bodemdaling te verminderen is er nog de volgende aanbeveling: Onderzoek vroegtijdig hoe grondwaterstromen lopen, wat de bodemopbouw en bodemsterkte is, voordat ontworpen wordt aan ondergrondse infrastructuur zoals een tunnel bij een treinstation
15/97
Kenmerk
0.11
R002-1290775EMB-V03-agv-NL
Leemten in kennis
De effectbeoordeling in dit plan-MER is kwalitatief van aard, gericht op kansen en risico’s en sluit aan bij het strategische en lange termijn karakter van de omgevingsvisie. De visie is richtinggevend voor verdere uitwerking en doorwerking in programma´s of andere instrumenten. Voor dit plan-MER zijn de gedane aannames afdoende om een voldoende betrouwbaar beeld te verkrijgen van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten op de leefomgeving op de langere termijnen. Op dit abstractieniveau is er dan ook geen sprake van leemtes in kennis of onzekerheden met betrekking tot de in dit plan-MER beschreven kansen en risico’s. Meer gedetailleerde effectbeoordeling, kwantificering daarvan en toetsing aan wettelijke kaders kan alleen plaatsvinden bij verdere uitwerking tot beleid in bijvoorbeeld programma’s. De effecten die zich uiteindelijk in de praktijk voor zullen doen, moeten op basis van monitoring en evaluatie in beeld worden gebracht.
0.12
Monitoring en evaluatie van beleid
De wereld verandert continu en daarom moeten dus ook regelmatig de Omgevingswetinstrumenten herijkt worden. De gemeente Rijswijk ziet de omgevingsvisie en in het verlengde daarvan alle instrumenten als levende documenten. Er moet gecontroleerd worden of de gemeente nog op koers ligt, of er nieuwe ontwikkelingen zijn waar de gemeente rekening mee moeten houden, en of de ambities met de huidige aanpak wel worden behaald. De gemeente kiest voor een actualiseringscyclus van eens per twee jaar om de omgevingsvisie voldoende scherp en bij de tijd te houden. Er wordt gekozen voor deze korte cyclus omdat de Omgevingswet en bijbehorende instrumenten nieuw zijn. Op termijn wordt bekeken of de tijdsdoorloop van de cyclus moet worden verlengd. Stap richting omgevingsvisie 2.0 Deze eerste omgevingsvisie voor de gemeente Rijswijk zet een stap richting volledige strategische beleidsintegratie. Het uiteindelijke doel is dat de omgevingsvisie de centrale plek wordt voor al het strategisch ruimtelijk beleid. Dat betekent dat er vanaf nu geen andere thematische visies meer als losstaand beleid worden vastgesteld. Vanzelfsprekend gaat de gemeente wel verder met het uitwerken van bepaalde thema’s die integraal worden opgenomen in herzieningen van de omgevingsvisie.
In de zogenaamde 1.0 versie van de omgevingsvisie zijn alle thema’s in de leefomgeving en de verschillende (bestaande) beleidstrajecten en ontwikkelingen met elkaar verbonden. In de omgevingsvisie 2.0 wordt een volgende stap gezet in het integreren van nieuw strategisch fysiek beleid en de aangegeven thematische/gebiedsgerichte programma’s. Er zijn een aantal thema’s die nog een verdere discussie behoeven, alvorens daar een keuze over wordt gemaakt. Vanaf 2026 start de gemeente Rijswijk met de eerste actualisatieslag waar deze onderwerpen verder worden geïntegreerd in een volgende versie van onze omgevingsvisie (de zogenaamde versie 2.0).
16/97
Kenmerk
R002-1290775EMB-V03-agv-NL
1. De Omgevingsvisie en de rol van het plan-MER Dit hoofdstuk beschrijft de aanleiding voor het opstellen van de Omgevingsvisie en het bijbehorende plan-MER (milieueffectrapport).
1.1
Waarom een Omgevingsvisie en mer-procedure
Het opstellen van een omgevingsvisie wordt verplicht gesteld door de nieuwe Omgevingswet, welke op 1 januari 2024 is ingegaan. Dit betreft één integrale visie voor de fysieke leefomgeving voor het gehele gemeentelijk grondgebied. Een Omgevingsvisie is een wettelijk voorgeschreven plan en daardoor mogelijk plan-mer-plichtig2 (artikel 16.34, eerste lid van de Omgevingswet). Dit is het geval als de Omgevingsvisie kaders stelt voor mer-(beoordelings)plichtige activiteiten (artikel 16.36 Omgevingswet), zoals de aanleg, wijziging of uitbreiding van een spoorweg. Voorgenoemde projecten zijn terug te vinden in kolom 1 van bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Ook dient een mer-procedure te worden doorlopen indien de in de Omgevingsvisie geschetste ontwikkelingen tot significante gevolgen kunnen leiden voor Natura 2000-gebieden waardoor een Passende beoordeling nodig is. Beide mogelijkheden zijn niet op voorhand uit te sluiten. Dit ten eerste omdat de Omgevingsvisie naar verwachting voorziet in de bouw van 10.000-11.000 woningen in het plangebied. Ondanks dat de woningen gefaseerd gerealiseerd worden, kan dit gezien worden als een stedelijk ontwikkelingsproject (categorie J11 uit bijlage V van het Omgevingsbesluit).
Ten tweede is het niet uit te sluiten dat de Omgevingsvisie Rijswijk leidt tot significante effecten door stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden aan de kust van Zuid-Holland. Daarom is ook een Passende beoordeling opgesteld (zie hoofdstuk 8).
1.2
Doel en uitgangspunten plan-MER
Het is van belang om te weten dat er twee soorten milieueffectrapportages (MER) zijn: een project-MER en een plan-MER. Een PlanMER onderzoekt milieueffecten op hoofdlijnen, terwijl een projectMER milieueffecten op detailniveau onderzoekt per project. Een PlanMER wordt uitgevoerd bij beleidsplannen of programma’s waar een kader wordt geschept voor toekomstige projecten. Omdat de omgevingsvisie kaderstellend is voor toekomstige projecten en ontwikkelingen in de gemeente Rijswijk, wordt er een PlanMER uitgevoerd. Het doel van het plan-MER is het inzichtelijk maken van de effecten van de Omgevingsvisie op de leefomgeving en in hoeverre de voorgestelde koers bijdraagt aan het halen van de gestelde ambities. Het plan-MER geeft de (milieu-)informatie die nodig is om een besluit te nemen over de vaststelling van de Omgevingsvisie. Een besluit waarbij de milieubelangen op basis van het planMER volwaardig zijn meegewogen. De uitgangspunten van dit plan-MER zijn als volgt:
Het plan-MER en de Passende beoordeling sluiten aan op het abstractieniveau van de Omgevingsvisie. De effectbeoordeling is kwalitatief van aard. Voor de speerpunten waar acties (in relatieve zin) concreter zijn, is daarbij in de effectbeoordeling in het plan-MER ook op aangesloten
2
In een aantal gevallen is het mogelijk om eerst een plan-mer-beoordeling te doen. Hieruit blijkt of het plan of programma aanzienlijke milieueffecten heeft. Als dat niet het geval is, kan een plan-milieueffectrapportage achterwege blijven. Een plan-merbeoordeling is mogelijk als: Het om een kleine wijziging van een plan of programma gaat Het plan betrekking heeft op een klein gebied op lokaal niveau Het plan het kader vormt voor projecten die niet in bijlage V bij het Omgevingsbesluit zijn opgenomen maar die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben 17/97
Kenmerk
R002-1290775EMB-V03-agv-NL
De Omgevingsvisie is een integrale lange termijn ontwikkelkoers. Bestaand beleid en toekomstige plannen en programma’s moeten passen en bijdragen aan dit integrale toekomst beeld. Het doel van de mer-procedure is om de onderlinge strijdigheid of synergie tussen de ambities in de voorgestelde koers te onderzoeken en in beeld te brengen. Dit kan echter niet los gezien worden van de verdere uitwerking waarvoor de Omgevingsvisie het kader vormt. Daarom omvat het plan-MER een doorkijk in hoeverre ambities ook daadwerkelijk behaald kunnen worden (doelbereik). In het verlengde hiervan geeft het plan-MER ook aanbevelingen
voor de verdere uitwerking. Deze aanbevelingen helpen dus om de gestelde ambities in de Omgevingsvisie ook daadwerkelijk te behalen De Omgevingsvisie richt zich op de periode tot 2050. Het plan-MER sluit daarop aan In het plan-MER is niet alleen gekeken naar de ‘traditionele’ milieuthema’s, maar ook naar andere thema’s binnen de fysieke leefomgeving, zoals de Omgevingswet voorstaat. Zo wordt integraal gekeken naar de effecten van onder andere klimaatadaptatie, energietransitie, gezondheid en veiligheid. Het meenemen van deze thema’s zorgt voor een vernieuwende mer-aanpak waarbij je het MER ook wel Omgevingseffectrapportage (OER) kunt noemen, omdat het uitgangspunt niet alleen is om de milieueffecten in beeld te brengen, maar om de omgeving integraal te benaderen
1.3
Besluitvorming over dit plan-MER en de Omgevingsvisie
Dit plan-MER wordt tegelijk met de Ontwerp Omgevingsvisie 6 weken ter inzage gelegd. Eenieder mag dan zienswijzen indienen op de Ontwerp Omgevingsvisie en het plan-MER. De Commissie mer geeft in dezelfde periode een advies over het plan-MER met als belangrijkste toets of voldoende (milieu)informatie aanwezig is om een besluit over de Omgevingsvisie te kunnen nemen. De zienswijzen en het advies van de Commissie mer kunnen aanleiding geven tot het bijstellen van de Ontwerp Omgevingsvisie.
1.4
Leeswijzer
In het volgende hoofdstuk, hoofdstuk 2, staat een beschrijving van het proces van totstandkoming van de Omgevingsvisie en de manier waarop de gemeente uitwerking wil geven aan de voorgestelde integrale ontwikkelkoers. Hoofdstuk 3 beschrijft alle stappen van het MER, van het beoordelingskader tot afronden van het plan-MER. Hoofdstuk 4 beschrijft wat de effecten zijn van de alternatieven: de ontwikkelrichtingen. Hoofdstuk 5 beschrijft wat de effecten zijn op de leefomgeving als gevolg van de Omgevingsvisie. Hoofdstuk 6 gaat in op de synergie en strijdigheden tussen de gestelde ambities in de Omgevingsvisie. In hoofdstuk 7 wordt het doelbereik van de ambities beschreven. Hoofdstuk 8 beschrijft de Passende beoordeling van Natura 2000-gebieden. Hoofdstuk 9 bestaat uit de conclusies en aanbevelingen en in hoofdstuk 10 wordt ingegaan op leemten in kennis en de manier waarop gemonitord wordt.
18/97
Kenmerk
R002-1290775EMB-V03-agv-NL
2. Beschrijving Omgevingsvisie Dit hoofdstuk legt ten eerste verslag van het proces voor de totstandkoming van de Omgevingsvisie. Daarnaast zal in paragraaf 2.2 uiteen worden gezet op welke manier de gemeente Rijswijk uitwerking geeft aan de gewenste ontwikkelkoers in de Omgevingsvisie.
2.1
Proces tot nu toe: totstandkoming Omgevingsvisie
Sinds 2023 heeft de gemeente Rijswijk verschillende fasen doorlopen om tot een Omgevingsvisie te komen. Hierbij dachten bewoners, partners en ondernemers in Rijswijk mee over de richting van de Omgevingsvisie. Het proces van de totstandkoming van de Omgevingsvisie wordt inzichtelijk gemaakt in figuur 2.1.
Figuur 2.1 Stappenplan (Omgevingsvisie Rijswijk concept-ontwerp september 2024)
De gemeente is begonnen met een ‘verkenning’ van de huidige staat van de gemeente. Het bestaande beleid was hiervoor belangrijke input, aangevuld met geografische en andere data, actuele trends en ontwikkelingen en de inbreng vanuit alle vakgebieden binnen de gemeente. Gelijktijdig is in deze fase de Leefomgevingsfoto opgesteld. Dit is een inventarisatie van de ‘huidige situatie en autonome ontwikkelingen’ (zie bijlage 2 van dit plan-MER). In de volgende fase heeft de gemeente Rijswijk haar koers (visie) voor de toekomst bepaald. Met de informatie en aandachtspunten uit de verkenning zijn alternatieve ontwikkelrichtingen bepaald. Deze zijn vervolgens getoetst op milieueffecten (zie hoofdstuk 5 van dit plan-MER). Daarnaast heeft de gemeente Rijswijk inwoners, organisaties en experts laten meedenken. Op basis van alle input is de voorkeur geformuleerd: “welke kant willen we als Rijswijk op?”. Hierin komen de kwaliteiten, aandachtspunten en ambities van de gemeente Rijswijk samen. Deze visie op de toekomst van Rijswijk is vervolgens verder uitgewerkt per thema en per deelgebied binnen de gemeente. De versie van de Omgevingsvisie waarop het plan-MER is gebaseerd, is de concept-ontwerpOmgevingsvisie. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van het proces dat de Omgevingsvisie heeft doorlopen voor totstandkoming. 19/97
Kenmerk
R002-1290775EMB-V03-agv-NL
Tabel 2.1 Proces totstandkoming van de Omgevingsvisie
Stap 1
Toelichting
Producten
Collegebesluit Verkenning Omgevingsvisie,
Verkenning-Omgevingsvisie
Leefomgevingsfoto Plan-MER Omgevingsvisie,
Leefomgevingsfoto Plan-MER
Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) en participatie en communicatieplan
Omgevingsvisie
Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD)
Stap 2
Stap 3
Stap 4
Participatie en communicatieplan
Uitwerken thematische programma’s en
Voorontwerp-Omgevingsvisie
Koersgebieden
Notitie Reikwijdte en Detailniveau
Collegebesluit concept ontwerp Omgevingsvisie
(NRD)
(publieksversie/samenvatting) ,
Participatiedocument
Opstellen MER-rapport
MER-rapport
Raadplegen partners in de regio
Advies commissie mer
Advies commissie mer
Ontwerp Omgevingsvisie
Opstellen ontwerpbesluit Omgevingsvisie
Ontwerpbesluit Omgevingsvisie
Ontwerpbesluit omgevingsvisie inclusief MER-
Ontwerpbesluit
rapport
Zienswijzen
Ter inzage periode
Definitief besluit
Definitief besluit Omgevingsvisie
Digitaliseren Omgevingsvisie
2.1.1 Zienswijzen Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) Een eerste stap die is gezet in de mer-procedure is het opstellen van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). In de NRD is beschreven hoe de MER van de Omgevingsvisie tot stand komt, welke onderwerpen worden onderzocht, hoe deze worden onderzocht en hoe de resultaten worden beoordeeld. Vervolgens worden in de NRD de stappen van de mer-procedure uiteengezet. Zo wordt uitgelegd wat de Huidige Situatie en Autonome Ontwikkeling (HSAO), effectbeoordeling en doelbereik is, en wat synergie en strijdigheden in het MER zijn. Ook zijn de indicatoren waarop getoetst wordt gepresenteerd. De NRD heeft van 6 juli tot 31 augustus 2023 voor een ieder ter inzage gelegen. Naar aanleiding hiervan zijn elf zienswijzen binnengekomen. De gemeente Rijswijk heeft een nota van zienswijzen opgesteld waarin op elke zienswijze wordt geantwoord en wat dit betekent voor het plan-MER. Een aantal zienswijzen is meegenomen in dit plan-MER. Veelal gaat het om een verduidelijking.
2.2
Uitwerking Omgevingsvisie
Er worden in de Omgevingsvisie van Rijswijk drie kernambities genoemd: ‘Gezonde buitenplaats voor iedereen’, ‘Groene stad voor nu en later’ en ‘Creatieve werkplaats voor de regio’. De kernambities zijn eerst thematisch uitgewerkt in negen thema’s. Vervolgens zijn deze thema’s uitgewerkt per deelgebied.
20/97
Kenmerk
R002-1290775EMB-V03-agv-NL
Figuur 2.2 Kernambities voor Rijswijk in 2050 (concept-ontwerp Omgevingsvisie Rijswijk, september 2024)
Hieronder worden de drie kernambities toegelicht, zoals deze staan in de Omgevingsvisie (bron: concept-ontwerp Omgevingsvisie Rijswijk, september 2024). Kernambitie: Gezonde buitenplaats voor iedereen Rijswijk is in 2050 een gezonde buitenplaats voor iedereen. Ooit was dit de plek waar de adel, regenten en rijke kooplieden uit Den Haag vanwege het fraaie landschap op de strandwal en de gezonde lucht hun buitenplaatsen vestigden. In 2050 is Rijswijk uitgegroeid tot een gezond ‘buiten’ met plaats voor iedereen. Het ‘buiten’ zie je terug in het enorm groene karakter van de stad. ‘Voor iedereen’ betekent dat in Rijswijk het voor alle verschillende doelgroepen mogelijk is om een geschikte en betaalbare woonruimte te vinden en te wonen, werken en recreëren in een prettige en gezonde leefomgeving. Ook kwetsbare Rijswijkers hebben de mogelijkheid om in de stad te (blijven) wonen door een woon- en zorgaanbod dat aansluit op de vraag van de (toekomstige) inwoners. Bij de groei van de stad stond en staat altijd de brede welvaart centraal. Rijswijk heeft in 2050 veilige en leefbare wijken waar inwoners zich prettig en voor elkaar verantwoordelijk voelen. Daarbij hebben alle Rijswijkers in hun directe omgeving voldoende en goed toegankelijke maatschappelijke voorzieningen en ontmoetingsplekken.
De openbare ruimte is zo ingericht dat ook mensen met een beperking zich zelfstandig kunnen verplaatsen. De afgelopen jaren heeft de gemeente, binnen de mogelijkheden in een drukke en groeiende stedelijke regio, zich ook sterk ingezet voor een veilige en gezonde leefomgeving. Door verschillende maatregelen en de grotere rol voor schone vormen van mobiliteit en bouw is de gezondheidsschade door luchtvervuiling en geluidhinder zo veel mogelijk beperkt. 21/97
Kenmerk
R002-1290775EMB-V03-agv-NL
Tegelijk stimuleert de inrichting van de leefomgeving iedereen tot een gezonde leefstijl, beweging en ontmoeting. Kernambitie: Groene stad voor nu en later Met het oog op de brede welvaart is Rijswijk een groene stad voor nu en later. Rijswijk was lang alleen een groen dorp. Die identiteit heeft het dankzij Oud-Rijswijk en de landgoederenzone nog steeds. Daar is na de Tweede Wereldoorlog een heel eigen stadse identiteit aan toegevoegd. Belangrijk onderdeel zijn ook de grote stadsparken aan de andere kant van de A4. In 2050 zijn deze parken (stadsparkzone) en de landgoederenzone nog altijd de ‘groene longen’ van de stad. De verschillende groene netwerken daartussen maken Rijswijk extra groen tot diep in de haarvaten van wijken en buurten. Door het natuurinclusief bouwen en inrichten van buitenruimtes (zo veel mogelijk rekening houdend met natuurwaarden) zijn de groenkwaliteit en biodiversiteit (variatie in plant- en diersoorten) aanzienlijk verbeterd. Hierdoor is Rijswijk een goed functionerende stadsbiotoop: een stad waar mensen, planten en dieren een thuis hebben. De rijke geschiedenis van Rijswijk, van de eeuwenoude buitenplaatsen tot de moderne stedenbouw, is bepalend voor de identiteit van Rijswijk. Het Rijswijkse erfgoed heeft de gemeente beter toegankelijk en beleefbaar gemaakt.
Nieuwe ontwikkelingen heeft de gemeente bovendien zorgvuldig ingepast in de ruimtelijke structuur van de stad: binnen bestaand bebouwd gebied (om hun groen en erfgoed te sparen) en met stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit (waaronder hoogbouw) die bijdraagt aan de betekenis van de plek. In 2050 is Rijswijk klimaatbestendig: de leefomgeving van Rijswijk is goed bestand tegen lokale weersextremen, zoals hittestress en droogte maar ook langdurige en zware regenval. Dat heeft de gemeente gedaan door de inrichting van de buitenruimte en alle nieuwe (her)bouwontwikkelingen daarop aan te passen. Waar vernieuwende oplossingen zich aandienden heeft de gemeente die ingezet. Tegelijk draagt de gemeente bij aan het tegengaan van klimaatverandering: in 2050 is Rijswijk klimaatneutraal. Dat realiseert de gemeente door het verkleinen van de energiebehoefte en een overgang van fossiele naar duurzame (hernieuwbare) bronnen van warmte en energie. Zo is de gebouwde omgeving in Rijswijk aardgasvrij, zijn grote delen van de stad aangesloten op een warmtenet en wekt de gemeente duurzame elektriciteit op passend binnen de compacte stad. In deze energietransitie heeft de gemeente de regie genomen en gezorgd dat iedereen mee kan doen. Kernambitie: Creatieve werkplaats voor de regio Rijswijk is in 2050 een ‘creatieve werkplaats voor de regio’.
Hier worden innovaties uit de ‘kennisas’ Leiden-Delft in de praktijk toegepast, en vinden mensen een baan die bij hen past. Rijswijk heeft een belangrijke economische functie, niet alleen voor inwoners van de stad maar voor de hele regio. De werklocaties in Rijswijk huisvesten verschillende soorten bedrijven en daarmee banen, met de nadruk op innovatie, techniek en energie. Samen met bedrijven, kennisinstellingen en onderwijs heeft de gemeente de krachten gebundeld om met de toepassing van kennis en slimme technieken de verschuiving naar duurzame warmte en energie te realiseren en kansen te zoeken voor circulariteit. ’De Plaspoelpolder heeft een unieke positie als broedplaats voor toegepaste innovatie, die de gemeente heeft versterkt door de doorontwikkeling van de campus Kessler Park / At the Park in combinatie met het middengebied met (uitvoerende) bedrijvigheid gekoppeld aan een duurzaam werk-, verblijfs- en woonklimaat. 22/97
Kenmerk
R002-1290775EMB-V03-agv-NL
Rijswijk heeft in 2050 zijn strategische economische positie kunnen behouden en versterkt, mede door de strategische ligging in de regio, uitstekende bereikbaarheid. De gemeente heeft de kwaliteit van Rijswijk als aantrekkelijke woon- en werkstad kunnen behouden doordat de gemeente de Rijswijkse mobiliteit toekomstbestendig heeft gemaakt. Zo is het aantrekkelijk geworden om vervoermiddelen te gebruiken die schoon zijn en weinig ruimte innemen. Er worden allerlei (gebiedsgerichte) maatregelen genomen volgens het ‘STOMP-principe’ (Stappen – Trappen – Openbaar vervoer – ‘Mobiliteit als dienst’ – Privéauto). In dat principe krijgen de meer duurzame vormen van mobiliteit meer nadruk dan de minder duurzame vormen. Dat past bij een compacte stad. Zo staat de mens centraal. Het gevolg is dat veel Rijswijkers ervoor kiezen om te lopen, te fietsen, het openbaar vervoer en andere collectieve vormen van vervoer te gebruiken. Dit is ook dankzij het nieuwe station RijswijkBuiten en de opwaardering van station Rijswijk. Omdat er meer mensen rondom de stations wonen, stoppen er ook meer treinen. Daardoor heeft de gemeente negatieve effecten (vastlopen van wegen, overlast, gezondheidsschade, ongevallen) zo veel mogelijk voorkomen, en meer ruimte overgehouden om de stad te vergroenen. Dit heeft bijgedragen aan een brede welvaart.
2.2.1 Thematische uitwerking van integrale ontwikkelkoers In de Omgevingsvisie gebruikt de gemeente een negental thema’s waarin de integrale ontwikkelkoers uiteen wordt gezet. Per thema geeft de gemeente Rijswijk aan welke inspanningen zij zullen leveren en hoe deze inspanningen zich verhouden met andere thema’s. Doel hierbij is het bedenken van slimme oplossingen voor potentieel conflicterende ruimteclaims. De thema’s die worden behandeld zijn:
Passend woon- en zorgaanbod Gezonde leefomgeving Leefbare en veilige wijken
Zichtbare historie en ruimtelijke kwaliteit Groene stadsbiotoop Klimaatbestendige leefomgeving
Duurzame energievoorziening Innovatieve economie Goede bereikbaarheid
Tabel 2.2 Alle ambities met doelen en uitgangspunten uit de omgevingsvisie Ambitie
Doel
Uitgangspunt
Passend woon- en
Een gezonde buitenplaats voor
Uitvoering van Woningbouwprogramma van circa
zorgaanbod
iedereen: voor verschillende
10.000-11.000 woningen tot 2040, met focus op
doelgroepen een geschikte en
binnenstedelijk verdichten en transformatie (nabij
betaalbare woonruimte.
OV-knooppunten);
Precieze gewenste
Realiseren van verschillende woonmilieus, met
differentiatie uitgewerkt in de
bijzondere inzet op betaalbare koop- en
Woonvisie;
huurwoningen in het middensegment en toevoegen sociale huurwoningen, met als doel 30% sociaal in de totale woningvoorraad; Realiseren van woonruimten voor doelgroepen met een zorgbehoefte of andere specifieke huisvestingsbehoefte, met toegang tot de juiste 23/97
Kenmerk
R002-1290775EMB-V03-agv-NL
Ambitie
Doel
Uitgangspunt
Aandacht voor doelgroepen
voorzieningen en ondersteuning. Focus op sociale
met een specifieke
huurwoningen, geclusterde/collectieve
huisvestingsbehoefte, zoals
woonvormen en zorgwoningen, en tijdelijke
mensen met een zorgbehoefte
huisvesting;
of urgent woningzoekenden.
Nieuwbouw: toegankelijk (onbeperkt meedoen),
Verder uitgewerkt in de
aanpasbaar en levensloopbestendig.
regionale en lokale
Nieuwbouw: een derde door woningcorporaties.
woonzorgvisie.
Werken aan meer regulering binnen de volkshuisvesting van Rijswijk, onder andere opkoopbescherming en zelfbewoningsplicht.
Gezonde leefomgeving
Gezondheidsbescherming: een
Werken aan het verminderen van
schone, veilige en gezonde
gezondheidsschade door milieufactoren zoveel
leefomgeving waarbij
mogelijk te beperken.
gezondheidsschade door milieufactoren – binnen de
Wettelijk vastgestelde kwaliteitseisen vormen het
gemeentelijke mogelijkheden in
minimale niveau voor de gemeente, maar waar
een groeiende stedelijke regio
mogelijk streven wij naar verbetering van de
– zoveel mogelijk worden
milieukwaliteit.
beperkt;
Gebruikmakend van de ketenbenadering: aanpak bij de bron in eerste plaats, vervolgens maatregelen in overdrachtsgebied en bij de ontvanger. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is hier aandacht voor; Uitgaand van gebiedsgericht milieubeleid: de milieukwaliteit moet passend zijn voor de functie van dat gebied. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is hier
Gezondheidsbevordering: een
aandacht voor.
gezond ingerichte
Werken aan een leefomgeving die mensen
leefomgeving, waarin een
stimuleert om te bewegen, sporten, spelen en
gezonde leefstijl – ook van
uitnodigt tot ontmoeten en contact:
kwetsbare groepen – zoveel als
Aantrekkelijke (veilig, groen, gevarieerd,
mogelijk wordt bevorderd.
beweegvriendelijk) en toegankelijke openbare ruimten; Bereikbare en toegankelijke (zorg)voorzieningen, ontmoetingsplekken, aanbod sport & cultuur; Schone en gezonde vormen van mobiliteit: lopen, fietsen en openbaar vervoer stimuleren; Gezonde en duurzame woningen; Aandacht voor de (mogelijke) gevolgen van klimaatverandering, zoals hittestress. Bij het werken aan gezondheidsbescherming- en bevordering is er speciale aandacht voor de behoefte van kwetsbare doelgroepen.
Leefbare en veilige wijken
Bewaken van de fysieke veiligheid door maatregelen in bouwwerken en de leefomgeving 24/97
Kenmerk
R002-1290775EMB-V03-agv-NL
Ambitie
Doel
Uitgangspunt
Leefbare en veilige wijken,
die bescherming bieden (en zo nodig
waarin: de fysieke en sociale
vluchtmogelijkheden) en snel/effectief handelen
veiligheid gewaarborgd is.
van hulpdiensten mogelijk maken; Bewaken van de sociale veiligheid door gebouwen en de leefomgeving dusdanig in te richten dat bewoners en bezoekers zich veilig voelen;
Leefbare en veilige wijken,
Stimuleren om inwoners naar vermogen actief te
waarin: inwoners betrokken zijn
laten deelnemen aan het maatschappelijk leven.
bij elkaar, verbonden zijn met
Focus op het bevorderen van de ‘eigen kracht’ van
de wijk en samen zorgdragen
inwoners en ondersteuning waar nodig, met extra
voor een prettige
aandacht voor kwetsbare mensen;
woonomgeving.
Focus op voldoende aanbod van maatschappelijke voorzieningen: zorg, onderwijs, cultuur, sport, et cetera en ontmoetingsplekken in de directe omgeving van inwoners. Eventueel multifunctioneel georganiseerd. Hierbij het is belangrijk dat het aantal voorzieningen meegroeit met het groeiend aantal inwoners in Rijswijk; Focus op een goede toegankelijkheid van voorzieningen en de openbare ruimte voor mensen die minder goed ter been zijn.
Zichtbare historie en ruimtelijke kwaliteit
Behouden, beheren,
Cultuurhistorische waarden meewegen bij
onderzoeken, toegankelijk en
omgevingsvergunningen en in ruimtelijke plannen.
beleefbaar maken van het
De benodigde onderzoeken worden uitgevoerd en
erfgoed van Rijswijk, uitgewerkt
de nieuwe Adviescommissie ruimtelijke kwaliteit
in de Erfgoednota Rijswijk;
wordt betrokken; Gemeentelijke focus ligt op het aanwijzen en beschermen van met name naoorlogse erfgoed (monumenten en beeldbepalend erfgoed) en enkele oudere stads- en dorpsgezichten. De
Op orde brengen van de
samenwerking met de provincie richt zich op het
achterstanden op het gebied
verder ontwikkelen van erfgoedwaarden in de
van beheer, onderhoud en
provinciale Erfgoedlijnen. Wens is om een
ontsluiting van het erfgoed,
erfgoedfunctie toe te kennen in het omgevingsplan;
maar ook het op orde brengen
Monumenten verduurzamen, afhankelijk van de
van de kennis, archief- en
unieke waarden van het gebouw, de technische
beeldbronnen;
staat en het belang voor de omgeving, aan de hand van (energiebesparende) maatregelen; Archeologie: binnen wettelijke kaders archeologie proactief een centrale plaats geven bij ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast opgravingsbevoegdheid
Archeologie en
behouden en het archeologisch onderzoek in eigen
erfgoed/monumentenzorg
beheer te houden;
toegankelijk en relevant maken
Monumentenzorg: bij vergunningaanvragen voor
voor een breder publiek,
ingrepen in beschermde monumenten en gebieden 25/97
Kenmerk
R002-1290775EMB-V03-agv-NL
Ambitie
Doel
Uitgangspunt
inclusief de integratie van
met cultuurhistorische waarden de bouw-,
erfgoedparticipatie volgens het
architectuur- en cultuurhistorische waarden
Verdrag van Faro.
bepalen. Daarmee kunnen voorwaarden gesteld worden aan de vergunning; In stand houden, met het juiste onderhoud, van het openbaar groen in Rijswijk dat een grote rol heeft gespeeld in de naoorlogse stedenbouwkundige
Het behouden en verbeteren
aanleg van de stad;
van de ruimtelijke kwaliteit in
Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten passen
samenhang met onze
binnen de ruimtelijke/ stedenbouwkundige en
verdichtingsopgave.
functionele structuur van Rijswijk. Op een aantal locaties is er ruimte voor grotere bouwhoogten (daarbuiten geldt: nee, tenzij..), mits wordt voldaan aan een aantal criteria. Met een integrale aanpak pakken we wenselijke nieuwe ontwikkelingen op en voegen we kwaliteit toe aan de fysieke leefomgeving.
Groene stadsbiotoop
Rijswijkse groen verder
Uitvoering geven aan het Uitvoeringsprogramma
ontwikkelen en het versterken
Landgoederenzone, zodat de groenkwaliteit past bij
van de vier groensferen , met
de sfeer van de Landgoederenzone (natuur, cultuur
gevarieerd groen van hoge
en recreatie) als onderdeel van de NPHD;
kwaliteit met voldoende biodiversiteit en belevingswaarde. De aangewezen
Uitvoering geven aan de ontwikkeling van de
Landgoederenzone en
Stadsparkzone als een veelzijdig park met groene
Stadsparkzone zijn ook in de
uitlopers richting de stad, als onderdeel van de
toekomst de ‘groene longen’
Zweth-Vlietzone. Inclusief verbetering van de
van Rijswijk’;
verblijfskwaliteit en natuurwaarden;
Realisatie van een
Uitvoering geven aan de groenstructuur door
groenstructuur die de
bestaande groenverbindingen te versterken en
aanwezige groengebieden aan
ontbrekende schakels in te vullen:
elkaar verbindt en waarbij het groen tot diep in de haarvaten van de buurten en wijken reikt; Rijswijk als goed
Natuurverbindingen door de stad, met name tussen
functionerende ‘stadsbiotoop’:
de Landgoederen- en Stadsparkzone.
een stad waar mensen, planten en dieren een thuis hebben en zich thuis voelen; Een bijdrage leveren aan
Boomstructuren langs wegen, straten en lanen in
klimaatadaptatie en
Rijswijk;
gezondheidsbevordering
Recreatieve groene verbindingen tussen de Landgoederen en Stadsparkzone; netwerk van
26/97
Kenmerk
Ambitie
R002-1290775EMB-V03-agv-NL
Doel
Uitgangspunt doorgaande paadjes door het groen (wijkgroen verbinden); Aandacht voor natuurinclusiviteit bij alle vormen van herinrichting, renovatie en nieuwbouw (van openbare ruimte en gebouwen), door actief te zoeken naar ruimte voor groenrealisatie- of verbetering; Doelsoorten- en biotopen voor Rijswijk worden bepaald, zodat steeds geschikte biotopen worden gerealiseerd. Daarnaast wordt een handreiking opgesteld voor biodiversiteitsverbetering.
Klimaatbestendige
In 2050 als gemeente
Bij nieuwbouw en gebiedsontwikkeling hanteren
leefomgeving
klimaatbestendig zijn door
van een minimaal BREEAM Good score,
middel van adaptatie. Dit
aangevuld met Innovatiescore. En integratie van
betekent dat we onze
het Convenant Bouwen Adaptief en Landelijke
leefomgeving zo inrichten dat
Maatlaat in alle ruimtelijke projecten;
deze bestand is tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals hittestress, droogte en wateroverlast; Zeven ambities voor de periode