CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage B Plan-Mer Omgevingsvisie Rijswijk (RV 25-015)

Raadsvergadering 25 maart 2025, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Voorstel tot vaststelling van de Omgevingsvisie Rijswijk 2050, Gezonde buitenplaats in de Metropool (RV 25-015)34.103 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Tabel 7.5 beoordeling doelbereik Groene stadsbiotoop 5. Groene stadsbiotoop De ontwikkeling van het Rijswijkse

De ambitie van de gemeente is om het Rijswijkse groen te

groen

ontwikkelen en te versterken. De gemeente wil de aangewezen

Landgoederenzone en stadsparkzone

Landgoederenzone en Stadsparkzone als ‘de groene longen’ van

Groene netwerken

Rijswijk ontwikkelen. Om dit te realiseren is Rijswijk ingedeeld in vier

Natuurinclusieve en biodiverse stad

groensferen, met daarop afgestemde doelsoorten en groene karakteristieken. Deze groensferen geven een richtlijn en een concreet beeld van hoe het groen in Rijswijk zich moet ontwikkelen, wat bijdraagt aan het doelbereik. Verder wordt de kwaliteit van grote regionale parkgebieden verbeterd, wordt de stadsparkzone doorontwikkeld, worden groene netwerken gecreëerd door groenstructuren te realiseren, worden natuurverbindingen door de stad gerealiseerd, worden verbindingen van bomen gerealiseerd en worden recreatieve 74/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

5. Groene stadsbiotoop groene verbindingen aangelegd. Het aanleggen van recreatieve groene verbindingen, zoals wandel- en fietspaden, zorgt er voor dat mensen gemakkelijker toegang hebben tot groene gebieden en stimuleert de verbinding tussen verschillende groene locaties. Verder worden gebouwen en buitenruimtes natuurinclusief gebouwd en ingericht. Bovendien worden er om buitenruimtes natuurinclusief in te richten of te renoveren kwalitatieve eisen gesteld. Dat gebeurt door de kwalitatieve eisen voor verblijfplaatsen, voedsel, veiligheid, verbinding en variatie (de 5V’s) die natuurdoelsoorten aan hun omgeving stellen, in het ontwerp van gebouwen en buitenruimtes toe te passen. Ook wordt er een handreiking opgesteld, om de aanleg, het beheer en het onderhoud van groen goed te borgen. Daarnaast wordt er dagelijks actueel inzicht gegeven in het groenareaal van de stad. Dit zijn erg concrete maatregelen die bijdragen aan het behalen van de doelen. Bovendien bevorderen alle eerder genoemde vergroeningsmaatregelen de biodiversiteit en verbeteren ze de leefbaarheid, wat positief bijdraagt aan het doelbereik. Ook benut de gemeente kansen om vergroening te koppelen aan transformaties (bijvoorbeeld Bogaard stadscentrum), herinrichting van de openbare ruimte (bijvoorbeeld OudRijswijk) en maatregelen op het gebied van klimaatadaptatie en energie.

Ook dit draagt positief bij aan het doelbereik.

Hoewel de gemeente veel zeggenschap heeft over vergroening van de openbare ruimte, is zij deels afhankelijk van partijen zoals woningbouwcorporaties, bedrijven en diverse andere grondeigenaren voor het vergroenen van de overloop tussen openbare en particuliere ruimte. Daarnaast is de gemeente bij het aanleggen van groen afhankelijk van de hoeveelheid financiële middelen die hiervoor vrij gemaakt kunnen worden. Dit brengt onzekerheid mee voor het doelbereik. Al met al is de verwachting dat de maatregelen in de omgevingsvisie positief bijdragen aan deze ambitie. Hierdoor wordt een hoog doelbereik verwacht, met een kleine mate van onzekerheid.

Tabel 7.6 beoordeling doelbereik Klimaatbestendige leefomgeving 6. Klimaatbestendige leefomgeving Klimaatmitigatie en klimaatadaptatie

De gemeente heeft als ambitie om een klimaatbestendige

Klimaatbestendige gebouwde

leefomgeving te creëren door middel van adaptatie. De leefomgeving

omgeving

moet zo worden ingericht dat deze bestand is tegen de gevolgen van

Klimaatbestendige openbare ruimte

klimaatverandering. Om in 2050 klimaatneutraal te zijn wordt er onder

Waterbeheer

andere ingezet op vergroening. Verder worden er tools geïntegreerd

Hittestress

zoals het Convenant klimaatadaptief bouwen en de Landelijke maatlat

Water en bodem sturend

voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving in alle

Bodemdaling

ruimtelijke projecten. Bij nieuwbouw worden de nieuwste innovaties

Waterkwaliteit

toegepast, zoals de Ladder van Koeling en BREEAM. Ook de openbare

75/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

6. Klimaatbestendige leefomgeving Rijswijkse strategie RAAK en zeven

ruimte wordt klimaatadaptief ingericht door meer schaduwrijke plekken

deelambities

te creëren en stedelijke gebieden te vergroenen. Er wordt gestreefd naar een robuust watersysteem met ruimte voor infiltratie en opvang van water, onder andere door wadi’s en waterbuffers aan te leggen, rioleringscapaciteit te verbeteren en groenstroken en parken aan te leggen voor betere waterinfiltratie. Al deze maatregelen dragen bij aan het verminderen van verschillende vormen van klimaatadaptatie, zoals hittestress, wateroverlast en droogte en dragen daarmee bij aan het doelbereik.

Hoewel er duidelijke maatregelen en richtlijnen voor klimaatadaptief bouwen worden genoemd, heeft de gemeente hierop beperkte invloed en is zij afhankelijk van andere partijen, zoals projectontwikkelaars. Het is onduidelijk hoe de gemeente gaat afdwingen dat woningontwikkelaars, en andere private partijen BREEAM ook daadwerkelijk gaan toepassen. Daarentegen heeft de gemeente wel invloed op de inrichting van de openbare ruimte.

Ook het waterbeheer gaat in samenwerking met Hoogheemraadschap van Delfland. Dit zorgt voor een mate van onzekerheid bij het doelbereik. Een andere belangrijke onzekerheidsfactor is de hoeveelheid grond die in handen van particuliere partijen en bewoners is.

Verder wil de gemeente risico’s van bodemdaling in beeld brengen en preventieve maatregelen treffen. Desondanks zijn de preventieve maatregelen voor bodemdaling nog niet geconcretiseerd, waardoor dit een mate van onzekerheid met zich meebrengt.

Verder heeft de gemeente een duidelijke uitvoeringsstrategie, genaamd Rijswijkse Adaptatiestrategie en Aanpak voor Klimaatverandering (RAAK) geformuleerd, met een aantal ambities voor de periode 20232030. In het RAAK staan zeven ambities die leiden tot de volgende activiteiten: een stresstest iedere zes jaar, uitvoeringsstrategie per wijk, risicodialogen, meekoppelkansen, bewustwording creëren, borging van klimaatadaptatie in het GRP en een Lokaal Hitteplan. Het RAAK draagt bij aan het doelbereik, omdat het zorgt voor een concreet plan en actieve monitoring van het gestelde doel om in 2050 klimaatadaptief te worden, waarbij ook bijsturing mogelijk is. Het bewust maken van bewoners van klimaat, water en groen kan zorgen voor veranderingen in gedrag, die bijdragen aan een klimaatbestendige leefomgeving. Desondanks zit er vanwege de subjectieve aard van bewustwording ook een zekere mate van onzekerheid in. Het is bijvoorbeeld onzeker of bewoners hun tuinen klimaatadaptief zullen inrichten.

76/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

6. Klimaatbestendige leefomgeving Verder sluit Rijswijk aan bij de nationale beleidslijn 'water en bodem sturend' om een klimaatbestendige leefomgeving te creëren. Dit betekent dat ruimtelijke ontwikkelingen worden aangepast aan het water- en bodemsysteem, waarbij de kwaliteit en kwantiteit van water doorslaggevend zijn. De gemeente volgt deze lijn ook door de groei van de stad te zoeken in bestaand stedelijk gebied en in de hoogte, waardoor verdere verharding beperkt blijft en er ruimte voor groen en water wordt gespaard. Echter, de gemeente heeft niet expliciet gemaakt met welke maatregelen Rijswijk aansluit bij een water en bodem sturende beleidslijn. Hierdoor bestaat er onzekerheid of en hoe de gemeente zich aansluit bij een water en bodem sturende beleidslijn.

De gemeente neemt veel maatregelen om de leefomgeving klimaatadaptief in te richten. Desondanks is de gemeente voor het behalen van de ambitie ‘klimaatneutraal in 2050’ afhankelijk van andere partijen. Bovendien leidt de bouw van veel nieuwe woningen tot meer verstening en verharding, wat zorgt voor hittestress en wateroverlast.

Tabel 7.7 beoordeling doelbereik Duurzame energievoorziening 7. Duurzame energievoorziening Klimaatneutraal Rijswijk in 2050

De omgevingsvisie stelt als ambitie voor de gemeente Rijswijk om

Energietransitie: overgang naar

klimaatneutraal te zijn in 2050. Dit wil de gemeente bereiken door de

duurzame en onafhankelijke energie

eigen energiebehoefte te verkleinen, lokaal duurzame energie op te

Verkleinen van de energiebehoefte

wekken en door over te stappen van fossiele naar duurzame

Warmtetransitie: overgang naar

(hernieuwbare) bronnen van warmte en energie (energietransitie). De

duurzame warmte

gemeente wil de bewustwording over het energiegebruik vergroten en

Warmte-infrastructuur

wil bestaande woningen verduurzamen tot minimaal energielabel C in

Bodemenergie

2050. Verder streeft de gemeente ernaar om in 2035 minimaal 30%

Duurzame opwekking van elektriciteit

van het totale gemeentelijke energieverbruik duurzaam op te wekken

Voorkomen van netcongestie

en om in 2050 over te stappen op duurzame warmtevoorzieningen voor

Meekoppelkansen voor

gebouwen (volledig aardgasvrij).

energietransitie en klimaatadaptatie Om deze doelen te bereiken worden verschillende energiebesparende maatregelen genomen. Er worden kleinere maatregelen genomen, zoals radiatorfolie, brievenbusborstel en er worden grote maatregelen genomen zoals woningen realiseren met een maximale isolatiewaarde. Deze maatregelen zorgen voor een efficiënter energiegebruik en verminderen warmteverlies en dragen zo bij aan het doelbereik. Er geldt een wijkgerichte aanpak, waarbij telkens ook oog is voor meekoppelkansen bij de herinrichting van de openbare ruimte en aanpassing van gebouwen (klimaatadaptatie).

Verder worden er zoveel mogelijk woningen aangesloten op een duurzaam warmtenet, waardoor er gebruik kan worden gemaakt van restwarmte en duurzame warmtebronnen. Voor wijken waar dit niet 77/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

7. Duurzame energievoorziening mogelijk is wordt gekeken welke warmtealternatieven beschikbaar zijn. Bovendien zorgt het gebruik van bodemenergiesystemen in nieuwbouwwoningen voor een duurzame en efficiënte verwarming en koeling. Hiervoor worden bodemenergieplannen gemaakt. Er worden regionale afspraken gemaakt voor de opslag van hoge temperatuur via WarmtelinQ en geothermie en er wordt ruimte gereserveerd voor warmteoverdrachtsstations. Dit maakt het gebruik van duurzame warmtebronnen planologisch mogelijk.

Grootschalige duurzame opweklocaties zijn niet mogelijk door de hoge mate van verstedelijking in Rijswijk. Daarom wordt er stevig ingezet op zonne-energie op daken (min 40% van het geschikte dakoppervlak) en optioneel parkeerplaatsen in stedelijk gebied. Energieopwekking in het landschap of op het water heeft niet de voorkeur. Door zoveel mogelijk zonne-energie op te wekken kunnen ook particulieren en kleine bedrijven bijdragen aan de duurzame energievoorziening.

Hoewel er mogelijkheden zijn om netcongestie te voorkomen, is de gemeente hierbij ook sterk afhankelijk van andere partijen, zoals Stedin.

Alle bovengenoemde maatregelen dragen bij aan het doelbereik voor een duurzame energievoorziening. Echter is de gemeente afhankelijk van bewoners en diverse externe partijen, zoals bedrijven, winkels en maatschappelijke organisaties om de totale energiebehoefte te verkleinen.

Of de bovengenoemde doelstellingen, zoals het klimaatneutraal zijn van Rijswijk in 2050, behaald zullen worden is nog in bepaalde mate onduidelijk. Dit komt onder andere doordat veel gebouwen, ook monumenten, niet in het bezit zijn van de gemeente. Daarnaast hangt veel af van sturing van het rijk door wetgeving en regionale afspraken die er worden gemaakt voor de bodemenergieplannen. Dat beperkt het uitvoeringsvermogen van de gemeente. Daarnaast zijn deze maatregelen nog niet concreet gemaakt in de Omgevingsvisie. Veel hangt nog af van de uitwerking in één van de programma’s, zoals het programma Opwek Energie. Ook moeten een aantal opties voor opwekken van energie nog worden onderzocht.

Over het algemeen mist er ook duidelijkheid over de schaal waarop de energie moet worden opgewekt en ook waar dit zal worden opgewekt, wat onzekerheden in het doelbereik met zich meebrengt.

Al met al dragen de maatregelen bij aan een hoog doelbereik voor de 78/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

7. Duurzame energievoorziening ambities voor een duurzame energievoorziening in Rijswijk. Echter zijn er veel onzekerheden en afhankelijkheden, waardoor er een grote bandbreedte van onzekerheid is. Circulariteit

Tabel 7.8 beoordeling doelbereik Innovatieve economie 8. Innovatieve economie Visie op onze economie

De gemeente wil een innovatieve economie realiseren, waar inwoners

Toekomstbestendige ondernemers- en

in Rijswijk kunnen werken in een baan die bij hen past. Daarbij wordt er

vestigingsklimaat

ingezet op vier pijlers om de Rijswijkse economie te realiseren: sterk

Werklocaties

profiel, sterk netwerk, sterke structuur en sterke kerngebieden.

Ruimte voor circulaire economie Plaspoelpolder

De gemeente wil om een innovatieve economie te bereiken allereerst het ondernemers- en vestigingsklimaat versterken. Om het ondernemers- en vestigingsklimaat te versterken wordt samengewerkt met bedrijven, kennisinstellingen en onderwijs, en om innovaties en kennisoverdracht te realiseren. Ook wordt rondom Kessler Park, Broodfabriek en het geothermiecentrum (RCSG) de verdere ontwikkeling van een campusfunctie met de focus op energietransitie gefaciliteerd. Hiervoor is de gemeente dus sterk afhankelijk van andere partijen, wat bijdraagt aan onzekerheid voor het te behalen doel. Ook zetten ze in op het bieden van ruimte voor midden- en kleinbedrijf (mkb) en ‘startups’ die willen doorgroeien tot ‘scale-ups’. Om meer ruimte te creëren wordt er ingezet op meerlaags ruimtegebruik en afstemming op functies van netwerken. Verder wordt er een strategie voor werklocaties ontwikkeld. In deze strategie worden werklocaties beschikbaar gesteld voor werken, en worden niet getransformeerd naar woon- of gemengde gebieden. De werkgelegenheid moet evenredig groeien met het aantal woningen.

Ook moet er ruimte worden gereserveerd voor de circulaire economie, ook voor zwaardere bedrijfsactiviteiten. Voor het creëren van ruimte voor bedrijven en samenwerking voor innovaties is er een sterke afhankelijkheid van andere partijen. De gemeente kan het planologisch mogelijk maken om ruimte voor werklocaties te creëren, maar is bij de ontwikkeling van werklocaties wel afhankelijk van grondeigenaren, ontwikkelaars en bedrijven. Dit draagt dus bij aan het doelbereik, maar zorgt ook voor onzekerheid. Bovendien is het onduidelijk waar de werklocaties voor circulaire economie precies moeten komen, omdat dit nog onvoldoende is uitgewerkt op zowel lokaal als regionaal niveau. Dit draagt ook bij aan de onzekerheid.

Rijswijk heeft geen ruimte voor grote ruimtevragers. Er wordt wel gekeken naar uitbreidingsmogelijkheden in Rijswijk, zoals het golfbaanterrein, de TNO-locatie en in de Plaspoelpolder. Hierbij geldt 79/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

8. Innovatieve economie wel dat de gemeente voor het behalen van haar doelen in grote mate afhankelijk is van de welwillendheid van Rijswijkse bedrijven, grondeigenaren en betrokken partijen en van financiële middelen. Dit kan negatief zijn voor het doel om een diversiteit van het werkaanbod te realiseren, omdat er maar beperkt ruimte en wellicht middelen zijn voor groei van werklocaties.

De gemeente werkt een retail- en horecabeleid uit, waarin de gewenste retail- en horecastructuur is uitgewerkt. Bogaard stadscentrum (gemeenteverzorgende centrum) en Oud Rijswijk (recreatief centrum) zijn als twee onderling complementaire hoofdcentra verbonden door de Stadsas. Daarnaast zijn er vijf ondersteunende buurtcentra en één buurtsteunpunt. Nieuwe retail en horeca is buiten deze centra niet gewenst, uitgezonderd van horeca op drie specifieke locaties: Wilhelminapark, Landgoederenzone en campus Kessler Park. Bestaand aanbod dat buiten een van deze locaties is gevestigd blijft behouden, maar de gemeente werkt niet mee aan nieuwe zelfstandige winkels en horecazaken wanneer die nu planologisch niet zijn toegestaan. Ook nieuwe hotels worden niet toegestaan. Kortom, in de visie wordt planologisch in bepaalde gebieden nieuwe retail en horeca toegestaan en daarbuiten niet. Hoewel er duidelijk uitgewerkte plannen zijn die bijdragen aan het doelbereik voor een divers werkaanbod en retail en horeca, is bij de komst van retail en horeca de gemeente ook afhankelijk van andere partijen.

Al met al worden er maatregelen genomen in de richting van een innovatieve economie die bijdragen aan de ambities op dit gebied. Dit resulteert in een redelijk hoog bereik van de gestelde doelen. Er zijn echter ook punten van onzekerheid, waardoor er een zekere mate van variatie mogelijk is. Stadsverzorgende economie Retail en horeca

Tabel 7.9 beoordeling doelbereik Goede bereikbaarheid 9. Goede bereikbaarheid Veranderingen in mobiliteit zijn nodig

De gemeente wil toewerken naar een nieuw evenwicht tussen

Strategische keuzes voor een brede

bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid in de groeiende stad. Daarbij

welvaart

ligt de focus op vervoermiddelen die schoon zijn, weinig ruimte

Gebiedsgerichte benadering van

innemen, veiliger zijn en minder schadelijke effecten op gezondheid

mobiliteit

hebben, volgens het STOMP-principe.

Integraal mobiliteitsnetwerk en maatregelen in netwerken

In de visie worden ook verschillende maatregelen genomen om de bereikbaarheid van het openbaar vervoer, fietsen en lopen te verbeteren en de reisafstand te verkleinen, volgens het STOMPprincipe. Deze maatregelen omvatten onder andere de bouw van een 80/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

9. Goede bereikbaarheid nieuw station, verkenningen van nieuwe HOV-verbindingen, het toevoegen van nieuwe stops, de aanleg van een nieuwe fietsbrug, het verbeteren van fietsroutes, de ontwikkeling van mobiliteitshubs en het verbeteren van looproutes rondom scholen, winkelcentra en stations. Verder worden nieuwe woningen ontwikkeld met een striktere parkeernorm. Dit nodigt uit tot alternatieve vormen van mobiliteit in plaats van de auto. Bovendien worden er in de visie verschillende maatregelen genomen die gefocust zijn op verdichting. Zo worden functies binnen bestaand bebouwd gebied gerealiseerd en worden multifunctionele ruimtes aangeboden. Ook wordt er in de hoogte gebouwd en worden transformaties in de buurt van OV-knooppunten gerealiseerd. Door deze verdichtende maatregelen worden reisafstanden verkort. Dit zorgt voor minder verkeer, en daardoor minder congestie. Zo dragen deze maatregelen bij aan het doel om de bereikbaarheid te verbeteren.

Hoewel bovengenoemde maatregelen een goede stimulans zijn om mensen uit de auto te krijgen, hebben mensen nog steeds de vrijheid om te kiezen wat voor vorm van mobiliteit zij willen gebruiken. Daarom hebben deze maatregelen geen garantie dat mensen minder gebruik zullen maken van de auto en meer gebruik zullen maken van andere vormen van mobiliteit. Dit is dus sterk afhankelijk van gedragsverandering van bewoners. Daarnaast zit er bij de komst van een station en toevoegen van stops een afhankelijkheid van diverse partijen, zoals ProRail en NS. Ook is er afhankelijkheid van financiële middelen en personeel bij het aanleggen van de infrastructuur en een frequentieverhoging. Dit draagt bij aan de onzekerheid voor het doelbereik. Hoewel er wordt ingezet op extra treinstops en frequentieverhoging van treinen op de ‘oude lijn’, kan de druk op het openbaar vervoer toenemen door de komst van nieuwe woningen. In de visie wordt niet expliciet gemaakt waar deze stops gerealiseerd worden, behalve station Rijswijk Buiten, waardoor dit een negatief effect heet op het doelbereik. Bovendien wordt er niet expliciet aangegeven over wat voor stops dit gaat. De tekst impliceert dat het over treinstops gaat. Hier worden bijvoorbeeld bussen niet genoemd.

Kortom, er kan gesteld worden dat de maatregelen bijdragen aan een hoog doelbereik voor het verbeteren van de bereikbaarheid voor voetgangers, fietsers en OV-gebruikers in Rijswijk. Ook worden reisafstanden verkort door het dichter bij elkaar brengen van functies. Desondanks is er ook een bandbreedte van onzekerheid door de afhankelijkheid van andere partijen en financiële middelen.

81/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Totaaloverzicht doelbereik 0

20

40

60

80

100

Passend woon- en zorgaanbod

Gezonde leefomgeving

Leefbare en veilige wijken

Zichtbare historie en ruimtelijke kwaliteit

Groene stadsbiotoop

Klimaatbestendige leefomgeving

Duurzame energievoorziening

Innovatieve economie

Goede bereikbaarheid

Mate waarin ambitie naar verwachting behaald wordt

Bandbreedte onzekerheid

Figuur 7.1 Totaaloverzicht doelbereik van de ambities

7.2

Conclusie doelbereik per thema

De ambities die de gemeente heeft voor Rijswijk zijn over het algemeen redelijk doeltreffend. Hieronder worden kort de belangrijkste punten per ambitie uiteengezet. Passend woon- en zorgaanbod De maatregelen zoals het versterken van de samenwerking met zorgpartners, flexibiliteit in woningaanbod, en woonzorgvoorzieningen dragen bij aan een groeiend en divers woonaanbod dat inspeelt op de zorgvraag van de vergrijzende bevolking. Toch is er afhankelijkheid van marktpartijen, de beschikbaarheid van financiering, en de bereidheid van ontwikkelaars om in te spelen op de toenemende vraag naar zorgwoningen.

82/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Gezonde leefomgeving Het doelbereik van de gemeente om een gezonde leefomgeving te realiseren is over het algemeen hoog. Dit wordt bereikt door verschillende maatregelen, zoals vergroening, gezonde mobiliteit, verbetering van de milieukwaliteit en minimalisatie van blootstelling aan schadelijke stoffen. Deze maatregelen dragen bij aan een gezondere leefstijl, betere luchtkwaliteit en verbetering van de bodemkwaliteit. Echter, er zijn ook factoren die het doelbereik lager maken, zoals onzekerheid rondom beleidskeuzes, afhankelijkheid van andere partijen en beperkte invloed op bepaalde aspecten zoals landelijke wetgeving en beschikbare middelen. Daarnaast zijn er nog onzekerheden over de realisatie van bepaalde voorzieningen en de groei van sportvoorzieningen. Leefbare en veilige wijken Het doelbereik van de gemeente om leefbare en veilige wijken in Rijswijk te realiseren heeft zowel positieve als negatieve aspecten. Een beweegvriendelijke en groene omgeving draagt bij aan de gezondheid en veiligheidsgevoel van inwoners, terwijl een hoge kwaliteit inrichting en extra capaciteit van hulpdiensten zorgen voor fysieke veiligheid. Echter, beperkingen zoals ruimtegebrek voor maatschappelijke voorzieningen, afhankelijkheid van andere partijen en financiële middelen, en subjectieve factoren zorgen voor onzekerheid in het behalen van de doelen.

Hoewel de omgevingsvisie positief bijdraagt, zijn er veel onzekerheden die het doelbereik beïnvloeden. Zichtbare historie en ruimtelijke kwaliteit De gemeente Rijswijk heeft als ambitie om het erfgoed te behouden en beleefbaar te maken. Maatregelen zoals het meewegen van cultuurhistorische waarden, verduurzaming van monumenten en aandacht voor groen dragen bij aan het doelbereik. Echter, afhankelijkheid van samenwerking met partners en mogelijke druk op ruimtelijke kwaliteit kunnen voor onzekerheid zorgen. Het opstellen van uitgangspunten voor stedenbouw is positief voor het doelbereik. Erfgoed kan alleen geborgd worden met goede vastlegging. Het gemeentelijk beleid is al autonoom behaald, maar de visie voegt weinig toe. Groene stadsbiotoop De gemeente Rijswijk heeft de ambitie om het groen in de stad te ontwikkelen en te versterken. Dit wordt gedaan door het creëren van groene zones en het verbeteren van de kwaliteit van parkgebieden. Daarnaast worden er groene netwerken en natuurverbindingen aangelegd en worden gebouwen en buitenruimtes natuurinclusief ingericht. Deze concrete maatregelen dragen bij aan het behalen van de doelen en bevorderen de biodiversiteit en leefbaarheid. De gemeente maakt ook gebruik van kansen om vergroening te integreren in transformaties en maatregelen op het gebied van klimaatadaptatie en energie.

Hoewel de gemeente veel controle heeft over de vergroening van de openbare ruimte, is er enige onzekerheid vanwege de afhankelijkheid van andere partijen. Over het algemeen wordt echter een hoog doelbereik verwacht met een kleine mate van onzekerheid.

83/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Klimaatbestendige leefomgeving De gemeente Rijswijk heeft een hoog doelbereik in het streven naar een klimaatbestendige leefomgeving dankzij maatregelen zoals vergroening, energiebesparing, en duurzame energiebronnen. Echter, het doelbereik wordt lager door onzekerheden rond de afhankelijkheid van projectontwikkelaars, bewonersgedrag, waterbeheer, en particuliere grond. Bovendien is er onzekerheid over de uitvoering van nationaal beleid en samenwerking met externe partijen, vooral in de opwekking van energie en het behalen van de ambitie om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Duurzame energievoorziening De gemeente Rijswijk streeft naar een klimaatneutrale leefomgeving in 2050. Verschillende energiebesparende maatregelen, zoals isolatie van woningen en gebruik van duurzame warmtebronnen, dragen bij aan het doelbereik. Echter, de afhankelijkheid van bewoners en externe partijen zorgt voor onzekerheid. Ook is er nog onduidelijkheid over de concrete uitwerking en schaal van energieopwekking, wat de onzekerheden vergroot. Ondanks de onzekerheden dragen de maatregelen bij aan een hoog doelbereik, maar er is een grote bandbreedte van onzekerheid. Innovatieve economie De gemeente Rijswijk streeft naar een innovatieve economie met een divers werkaanbod en een sterke retail- en horecastructuur.

Maatregelen, zoals versterking van het ondernemers- en vestigingsklimaat en strategieën voor werklocaties en retail, dragen bij aan het doelbereik. Echter, de afhankelijkheid van andere partijen en financiële middelen zorgt voor onzekerheid. Ook is de locatie van werklocaties en de welwillendheid van Rijswijkse bedrijven onduidelijk, wat de variatie in het doelbereik vergroot. Ondanks de onzekerheden zijn er maatregelen genomen die resulteren in een redelijk hoog bereik van de gestelde doelen. Goede bereikbaarheid De maatregelen in Rijswijk, zoals het verbeteren van fietsroutes, looproutes, en openbaar vervoer, dragen bij aan een hoog doelbereik voor de bereikbaarheid en verkorting van reisafstanden. Verdichtingsmaatregelen zoals multifunctionele ruimtes en bouwen bij OV-knooppunten helpen ook mee. Echter, onzekerheid over het behalen van de doelen ligt bij de afhankelijkheid van gedragsverandering van bewoners, andere partijen zoals ProRail en NS, en de beschikbaarheid van financiële middelen en personeel. Hierdoor blijft de vraag of mensen daadwerkelijk minder vaak de auto zullen gebruiken. Algemeen De negen ambities dragen over het algemeen positief bij aan het behalen van de gestelde doelen voor Rijswijk.

Veel van de onzekerheden hebben te maken met afhankelijkheid van externe partijen, financiering, gedragsverandering, en ruimtebeperkingen binnen de verstedelijkte omgeving. Dit zorgt voor een bandbreedte van onzekerheid, ondanks de duidelijke inzet en geplande maatregelen.

84/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

De negen ambities uit de omgevingsvisie dragen daarnaast in aanzienlijke mate bij aan het behalen van de drie kernambities van Rijswijk: Gezonde buitenplaats voor iedereen, Groene stad voor nu en later, en Creatieve werkplaats voor de regio. De maatregelen voor een passend woonen zorgaanbod, duurzame energievoorziening, en een klimaatbestendige leefomgeving ondersteunen de kernambitie van een gezonde buitenplaats, door te zorgen voor inclusieve woonmogelijkheden en een schone, gezonde leefomgeving met aandacht voor luchtkwaliteit, geluidshinder en mobiliteit volgens het STOMP-principe. De focus op verdichting en duurzame mobiliteit verkort reisafstanden, wat de leefbaarheid en veiligheid in de wijken bevordert. Daarnaast draagt de ambitie van groene stad bij aan zowel de leefbaarheid als het versterken van de groene identiteit van Rijswijk, waarbij natuurinclusief bouwen en behoud van erfgoed helpen om het groene karakter en de biodiversiteit van de stad te versterken. Tot slot ondersteunt de nadruk op innovatieve economie en duurzame energievoorziening de creatieve werkplaatsambitie door het stimuleren van innovatie en samenwerking met kennisinstellingen en bedrijven. Hoewel er sterke bijdragen zijn aan de kernambities, blijven er onzekerheden door afhankelijkheden van externe partijen, financiering en gedragsverandering, met name bij de energie- en mobiliteitstransities.

8. Passende beoordeling 8.1

Waarom een Passende beoordeling?

De omgevingsvisie van de gemeente Rijswijk schetst een beeld voor de fysieke leefomgeving van de gemeente op de langere termijn. In de visie worden op hoofdlijnen keuzes gemaakt voor onder andere wonen, werken, recreëren en mobiliteit. Op voorhand is niet uit te sluiten dat deze keuzes afzonderlijk of in samenhang kunnen leiden tot significante gevolgen op Natura 2000-gebieden rondom de gemeente. Daarom dient op grond van de Artikel 16.53c van de Omgevingswet een Passende beoordeling te worden opgesteld.

8.2

Ontwikkelingen Omgevingsvisie

De Omgevingsvisie van de gemeente Rijswijk omvat drie kernambities: gezonde buitenplaats voor iedereen, groene stad voor nu en later en creatieve werkplaats voor de regio. Die kernambities zijn weer verder uitgewerkt in negen thema’s die richtinggevend zijn voor de ruimtelijke ontwikkelingen die door de visie mogelijk gemaakt worden: 1.

2.

Passend woon- en zorgaanbod: Een gezonde buitenplaats voor iedereen: voor verschillende doelgroepen een geschikte en betaalbare woonruimte. Precieze gewenste differentiatie uitgewerkt in de Woonvisie; Aandacht voor doelgroepen met een specifieke huisvestingsbehoefte, zoals mensen met een zorgbehoefte of urgent woningzoekenden. Verder uitgewerkt in de regionale en lokale woonzorgvisie Gezonde leefomgeving: Gezondheidsbescherming: een schone, veilige en gezonde leefomgeving waarbij gezondheidsschade door milieufactoren – binnen de gemeentelijke mogelijkheden in een groeiende stedelijke regio – zoveel mogelijk worden beperkt; Gezondheidsbevordering: een gezond ingerichte leefomgeving, waarin een gezonde leefstijl – ook van kwetsbare groepen – zoveel als mogelijk wordt bevorderd

85/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

3.

Leefbare en veilige wijken: Leefbare en veilige wijken, waarin: de fysieke en sociale

4.

veiligheid gewaarborgd is. Leefbare en veilige wijken, waarin: inwoners betrokken zijn met elkaar, verbonden zijn met de wijk en samen zorgdragen voor een prettige woonomgeving Zichtbare historie en ruimtelijke kwaliteit: Behouden, beheren, onderzoeken, toegankelijk en beleefbaar maken van het erfgoed van Rijswijk, uitgewerkt in de Erfgoednota Rijswijk; Op orde brengen van de achterstanden op het gebied van beheer, onderhoud en ontsluiting van het erfgoed, maar ook het op orde brengen van de kennis, archief- en beeldbronnen; Archeologie en erfgoed/monumentenzorg toegankelijk en relevant maken voor een breder publiek. Het behouden en verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit in samenhang met onze verdichtingsopgave

5.

Groene stadsbiotoop: Rijswijkse groen verder ontwikkelen en het versterken van de vier groensferen , met gevarieerd groen van hoge kwaliteit met voldoende biodiversiteit en belevingswaarde. De aangewezen Landgoederenzone en Stadsparkzone zijn ook in de toekomst de ‘groene longen’ van Rijswijk’; Realisatie van een groenstructuur die de aanwezige groengebieden aan elkaar verbindt en waarbij het groen tot diep in de haarvaten van de buurten en wijken reikt; Rijswijk als goed functionerende ‘stadsbiotoop’: een stad waar

6.

mensen, planten en dieren een thuis hebben en zich thuis voelen; Een bijdrage leveren aan klimaatadaptatie en gezondheidsbevordering Klimaatbestendige leefomgeving: In 2050 als gemeente klimaatbestendig zijn door middel van adaptatie. Dit betekent dat we onze leefomgeving zo inrichten dat deze bestand is tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals hittestress, droogte en wateroverlast; Zeven ambities voor de periode 2023-2030, bekend als de Rijswijkse Adaptatiestrategie en Aanpak

7.

voor Klimaatverandering (RAAK) Duurzame energievoorziening: Terugbrengen van de energiebehoefte, door energiebesparende maatregelen. Doel is bewustwording vergroten over het energiegebruik en het verduurzamen van bestaande woningen tot minimaal energielabel C in 2050. Voor kantoorgebouwen geldt minimaal energielabel C vanaf 2030; Overstap naar duurzame warmtevoorziening voor gebouwen (volledig aardgasvrij) in 2050; Toewerken naar minimaal

8.

30% duurzame opwekking van het totale gemeentelijke energieverbruik in 2035 Innovatieve economie: Inwoners in (de regio van) Rijswijk kunnen werken in een baan die bij hen past. Koesteren van de al aanwezige diversiteit aan bedrijven/werkgelegenheid en versterken van de sectoren gericht op innovatie, techniek en energie; Aan de hand van de vier pijlers uit de Economische visie inzetten op toekomstbestendige werklocaties en winkelgebieden (retail en horeca); Retail- en horecabeleid uitgewerkt in een

9.

toekomstperspectief per centrumgebied Goede bereikbaarheid: Toewerken naar een nieuw evenwicht tussen bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid in een stad die groeit; Focus op vervoermiddelen die schoon zijn, weinig ruimte innemen, veiliger zijn en minder schadelijke effecten op gezondheid hebben → uitgewerkt in zeven strategische keuzes en ‘STOMP-principe’; Toewerken naar een integraal mobiliteitsnetwerk (hoofd, stedelijk en basis) voor geheel Rijswijk, door diverse maatregelen op netwerkniveau

Iedere hoofdambitie is verder geconcretiseerd in verschillende maatregelen en uitgangspunten. Voor deze passende beoordeling zijn met name de ontwikkelingen rondom wonen, bedrijvigheid, recreatie (en daarmee samenhangend verkeer), natuur en klimaat van belang. De mogelijke ontwikkelingen zijn opgenomen in de keuzes die in de Omgevingsvisie worden genoemd. 86/97

Kenmerk

8.3

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Doel Passende beoordeling

De Passende beoordeling is een wettelijk verplichte toets voor zowel projecten als voor (kaderstellende) plannen waarvan significante gevolgen op Natura 2000-gebieden op voorhand niet uitgesloten kunnen worden. Voor projecten kan de Passende beoordeling de basis vormen voor een noodzakelijke vergunningaanvraag. Voor plannen is geen sprake van een vergunningplicht, maar wel dient voldoende aannemelijk te worden gemaakt dat het plan uitvoerbaar is. Dat betekent concreet dat er voor de uitvoering van het plan geen onoverkomelijke belemmeringen mogen zijn en dat er zo nodig uitzicht moet zijn op de vergunbaarheid van binnen het plan mogelijk gemaakte ontwikkelingen. De omgevingsvisie is te zien als plan. De doelen van de Passende beoordeling zijn: 

Het in beeld brengen van de risico’s op significante gevolgen op de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-netwerk als gevolg van de omgevingsvisie

Het beschrijven van bronmaatregelen, mitigerende maatregelen en/of beleidsaanpassingen die nodig zijn om significante gevolgen te kunnen voorkomen en de vergunbaarheid van voorgestelde ruimtelijke ontwikkelingen aannemelijk te maken

Het zo mogelijk benoemen van kansen op positieve effecten voor het Natura 2000-netwerk

Het detailniveau van de Passende beoordeling sluit aan bij het detailniveau van een omgevingsvisie. Gezien het abstracte karakter van de ambities en bijhorende uitwerkingen in de omgevingsvisie is deze op hoofdlijnen. De Passende beoordeling bestaat achtereenvolgens uit een beschrijving van de relevante Natura 2000-gebieden, zoals aangewezen onder de Vogel- en Habitatrichtlijn. Vervolgens wordt ingegaan op de mogelijke effecten op de instandhoudingsdoelen en wordt beoordeeld of sprake kan zijn van significante effecten en de consequenties daarvan voor de omgevingsvisie. Het aspect stikstofdepositie speelt een bijzondere rol. Stikstof verspreidt zich door de lucht en komt, bijvoorbeeld bij regen, weer op de grond. Diverse bronnen dragen (op kleine schaal) bij aan stikstofdepositie. Een (nieuwe) activiteit waardoor stikstof wordt uitgestoten kan echter grote effecten hebben op natuur. Voor Natura 2000-gebieden is vastgelegd welke soorten en habitats beschermd worden. Hiervoor zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd. Een groot aantal beschermde soorten en habitattypen is zeer gevoelig voor stikstofdepositie. Voor deze habitattypen zijn kritische depositiewaarden vastgesteld. Als de stikstofdepositie boven deze waarde komt, zijn negatieve gevolgen voor de natuur niet uit te sluiten.

Voor verschillende habitattypen in Natura 2000-gebieden in de buurt van de gemeente Rijswijk geldt dat zij stikstofgevoelig zijn.

8.4

Natura 2000-gebieden

In Nederland zijn ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen, waarvan er geen enkele in de gemeente Rijswijk zelf ligt. In de nabijheid van de gemeente Rijswijk (op 25 km afstand of minder) liggen 4 Natura 2000-gebieden. Deze 4 Natura 2000 gebieden zijn aangewezen als Habitatrichtlijngebied (zie Figuur 8.1). In het aanwijzingsbesluit van de afzonderlijke Natura 2000gebieden zijn instandhoudingsdoelstellingen opgenomen. Deze zijn gericht op behoud van populaties voor Habitatrichtlijnsoorten en omvang en kwaliteit van habitattypen en leefgebieden.

87/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Op ongeveer 5.880 meter afstand van de gemeente Rijswijk ligt het Natura 2000-gebied Westduinpark & Wapendal, dat is gelegen tussen Kijkduin in het zuiden, de standsrand van Den Haag in het oosten en Scheveningen in het noorden. Het is een breed, gevarieerd en kalkrijk duingebied met kenmerkende habitats van de Hollandse duin- en kuststreek. Het gebied kent een grote diversiteit aan vegetatietypen van jonge en oude, droge duinen, met ruigten, graslanden en struwelen en binnenduinbos. Ook ligt op ongeveer 6.000 meter afstand van de gemeente Rijswijk het Natura 2000-gebied Meijndel & Berkheide. Het Natura 2000-gebied Meijendel en Berkheide is gelegen binnen de gemeenten ’s-Gravenhage, Katwijk en Wassenaar. Het gebied bestaat uit een brede duinstrook met een gevarieerd en uitgestrekt, kalkrijk duinlandschap, dat reliëfrijk en landschappelijk zeer afwisselend is. Verder ligt het Natura 2000-gebied Solleveld & Kapittelduinen op ongeveer 7.300 meter afstand van de gemeente Rijswijk, tussen Den Haag en Ter Heijde. Het gebied bestaat voor het grootste gedeelte uit ‘oude duinen’. Bijzonder in deze ontkalkte duinen zijn de duingraslanden, de door de wind geschoren eikenstrubben en enkele heideterreintjes. Tot slot ligt Coepelduynen op ongeveer 21.880 meter afstand van de gemeente Rijswijk. Het gebied bestaat voornamelijk uit duinen en heeft een gevarieerde flora en fauna.

In de Coepelduynen zijn onder andere duingraslanden, struwelen, enkele heideterreinen en zeldzame plantensoorten te vinden. Figuur 8.1 geeft de verschillende Natura 2000-gebieden in de nabijheid van de gemeente Rijswijk. Een uitgebreidere beschrijving van deze Natura 2000-gebieden is te lezen in bijlage 2 (HSAO).

Figuur 8.1 Natura 2000-gebieden rondom de gemeente Rijswijk (Viewer provincie Zuid Holland)

88/97

Kenmerk

8.5

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Potentiële effecten

Voor diverse voorgenomen ontwikkelingen in de omgevingsvisie is het niet uit te sluiten dat deze afzonderlijk of in samenhang kunnen leiden tot significante gevolgen voor de Natura 2000gebieden in en rondom de gemeente. Onder andere in de aanlegfase zijn er verschillende ontwikkelingen die kunnen leiden tot een hogere stikstofdepositie door de bouw. Zo realiseert de gemeente een woningbouwprogramma van 10.000-11.000 nieuwe woningen tot 2040. Ook wordt er ruimte geboden voor diverse voorzieningen en mag er 20m2 bedrijvigheid per woning worden toegevoegd. Daarbij mogen ook bedrijven met een hogere milieucategorie (van 3.2) worden toegevoegd. Deze ontwikkelingen kunnen leiden tot extra verkeer met bijbehorende stikstofemissies. Binnen de gemeentegrens en de directe omgeving daarvan zijn geen Natura 2000-gebieden gelegen. Er zijn daarom geen directe negatieve effecten, zoals oppervlakteverlies of versnippering, aan de orde. Mogelijke effecten bestaan daardoor alleen uit externe effecten. Alleen effecten met een reikwijdte groter dan ongeveer 5.800 meter kunnen gevolgen hebben voor Natura 2000-gebieden. Van alle relevante effecten hebben alleen emissies naar de lucht een dergelijke reikwijdte. De gemeente heeft geen ecologische relatie met de Natura 2000-gebieden, vanwege de grote afstanden tussen deze gebieden.

Dit betekent dat er geen directe interactie of afhankelijkheid bestaat tussen de natuurlijke omgeving van de gemeente en de Natura 2000-gebieden. Hierdoor kunnen andere effecten dan stikstof, zoals verstoring door geluid, licht, trillingen of optische verstoring, op voorhand worden uitgesloten. Hoewel er geen directe interactie of afhankelijkheid is tussen de gemeente en de Natura 2000gebieden vanwege de grote afstanden, kan stikstofdepositie nog steeds een effect hebben. Stikstofverbindingen kunnen zich namelijk over grote afstanden verspreiden en de kwaliteit van de lucht en het milieu beïnvloeden, wat op zijn beurt invloed kan hebben op de omliggende Natura 2000-gebieden. Echter, bij duingebieden zijn de effecten vaak vrij lokaal. 8.5.1

Stikstofdepositie

In de aanlegfase wordt uitstoot van stikstofdepositie verwacht, door de bouw van woningen, een station, huisartsenzorg, onderwijshuisvestingscapaciteiten, het elektriciteitsnetwerk et cetera. Die depositie komt vooral door het gebruik van voertuigen tijdens de bouw. In de gebruiksfase wordt uitgegaan van een verkeersaantrekkende werking, onder andere door de woningen die worden gebouwd alsmede door de extra voorzieningen die worden gebouwd zoals sport- en recreatiemogelijkheden en onderwijshuisvestingscapaciteiten. Hierdoor zal naar verwachting de stikstofdepositie in de gebruiksfase toenemen. Negatieve gevolgen van stikstofdepositie door de ontwikkelingen in de gemeente Rijswijk op Natura 2000-gebieden zijn niet uit te sluiten. Echter, mits zorgvuldig ingepast, zouden deze effecten gemitigeerd kunnen worden, waardoor er geen effect is op de omliggende Natura 2000gebieden. Zo kan tijdens de aanlegfase stikstofdepositie worden gemitigeerd door emissieloos te bouwen.

89/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Het gebruik van schonere bouwvoertuigen, het verminderen van het aantal transportbewegingen en het toepassen van emissiebeperkende technologieën kunnen helpen de stikstofuitstoot tijdens de bouw te verminderen. Tijdens de gebruiksfase worden in de visie al maatregelen genomen om stikstofdepositie te beperken. Er wordt bijvoorbeeld een focus gelegd op duurzame vormen van mobiliteit. Zo wordt er aan verdichting gedaan om wandelen en fietsen te stimuleren en worden OV-verbindingen uitgebreid en geïntensiveerd. Ook het elektriciteitsnetwerk wordt uitgebreid. Elektrificering en duurzame vormen van mobiliteit leiden tot een lagere uitstoot van stikstof. Verder worden groene zones en parken rondom de nieuwe ontwikkelingen aangelegd. Deze groene infrastructuur kan dienen als bufferzone en kan de stikstofdepositie verminderen.

9. Conclusies en aanbevelingen In dit hoofdstuk worden de conclusies beschreven van de verschillende onderdelen van het MER. Allereerst worden de effecten van de Omgevingsvisie op het milieu en de omgeving beschreven, gevolgd door de conclusies voor synergie en strijdigheden, het doelbereik van de Omgevingsvisie en mitigerende maatregelen die aanbevolen worden. Dit hoofdstuk sluit af met de conclusies voor de Passende beoordeling voor de Natura 2000-gebieden in en rond Rijswijk.

9.1

De effecten van de Omgevingsvisie op de leefomgeving

Onderstaande tabel geeft een totaaloverzicht van de beoordeling per indicator van de omgevingsvisie. Tabel 9.1 Totaaloverzicht beoordeling omgevingsvisie Thema

Passend woon- en

Indicator

Huidige

Autonome

Invloed

situatie

ontwikkeling

Omgevingsvisie

Woningvoorraad

zorgaanbod Voorzieningenniveau

Innovatieve

Bedrijvigheid

economie Leefbare en veilige

Omgevingsveiligheid

wijken Gebruik ondergrond

Zichtbare historie

Landschappelijke en

en ruimtelijke

cultuurhistorische waarden

kwaliteit Goede

Verkeersveiligheid

bereikbaarheid Verschuiving vervoerswijze

90/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Thema

Indicator

Huidige

Autonome

Invloed

situatie

ontwikkeling

Omgevingsvisie

Bereikbaarheid

Duurzame

Aandeel hernieuwbare energie

energievoorziening Gezonde

Luchtkwaliteit

leefomgeving Geluid

Stimuleren sport en bewegen

Groene

Natura 2000

stadbiotoop Natuur Netwerk Nederland

Waterkwaliteit

Waterkwantiteit

Bodemkwaliteit

Klimaatbestendige

Waterveiligheid

leefomgeving Wateroverlast

Hittestress

Droogte

Bodemdaling

De omgevingsvisie heeft op geen van de indicatoren alleen maar een negatieve invloed (donkerrode pijl). Op enkele indicatoren heeft de omgevingsvisie een negatieve invloed, maar daar staan beleidskeuzes tegenover die zorgen voor een licht positieve of positieve invloed op de betreffende indicator. Dit geldt voor de indicatoren omgevingsveiligheid, gebruik ondergrond, geluid. De omgevingsvisie heeft een negatieve invloed op de indicator omgevingsveiligheid door onder meer het ontwikkelen van nieuwe woningen, verdichting en functiemenging. Tegelijkertijd onderzoekt de gemeente hoe een andere indeling van het gebied de risico’s kan beperken. Op deze manier wordt de afstand tot potentiële risico's verminderd. Bijvoorbeeld door gevoelige functies, zoals woningen of scholen niet langs drukke wegen te plaatsen. Door verschillende ontwikkelingen die de omgevingsvisie mogelijk maakt, zal het drukker worden in de ondergrond voor bijvoorbeeld de bouw van woningen en elektriciteitsinfrastructuur. 91/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

In de omgevingsvisie wordt echter beschreven dat de gemeente rekening houdt met een toekomstbestendige elektriciteitsinfrastructuur. Voor de indicator geluid geldt dat veel van de negatieve invloed wordt veroorzaakt door een groei van het aantal inwoners, de komst van een extra station en nieuwe HOV-verbindingen, wat zorgt voor een toename in verkeersbewegingen en daarmee een toename in verkeerslawaai. De focus op het STOMP-principe en de verschillende maatregelen die worden gepresenteerd om elektrificatie van het wagenpark te stimuleren, het uitbreiden van milieuzones, en de striktere parkeernormen bij nieuwbouw voor auto’s, heeft juist een positieve invloed. Ook is er een groot aantal indicatoren waarop een voornamelijk positieve en beperkt negatieve invloed wordt verwacht als gevolg van de omgevingsvisie. Dit geldt voor de indicatoren bedrijvigheid, landschappelijke en cultuurhistorische waarden, verkeersveiligheid, bereikbaarheid, aandeel hernieuwbare energie, luchtkwaliteit, Natura 2000, Natuur Netwerk Nederland, waterkwaliteit, bodemkwaliteit, wateroverlast, hittestress, droogte en bodemdaling. De indicator landschappelijke en cultuurhistorische waarden bijvoorbeeld is positief beoordeeld, aangezien er concrete randvoorwaarden worden gesteld aan beheer en behoud van het cultuur erfgoed.

Echter, de komst van nieuwe woningen en de opwekking van duurzame energie kunnen de landschappelijke waarden aantasten. Er zijn geen indicatoren waarvoor de invloed van de omgevingsvisie als licht positief is beoordeeld. De omgevingsvisie heeft wel een positieve invloed op woningvoorraad, voorzieningenniveau, verschuiving vervoerswijze, stimuleren sport en bewegen, waterkwantiteit en waterveiligheid. Voor de indicator stimuleren sport en bewegen, komt de positieve invloed door de ruimte die de omgevingsvisie biedt voor vergroening en langzaam verkeer, waardoor beweging wordt gestimuleerd. Het toevoegen van circa 10.000-11.000 woningen en het creëren van verschillende woningtypes komt de hoge vraag naar (diverse) woningen tegemoet, daarom heeft de omgevingsvisie een positieve invloed op de indicator woningvoorraad. Dit geldt ook voor de indicator verschuiving vervoerswijze aangezien er sterk wordt ingezet op de verbetering van het openbaar vervoer en het STOMP-principe. Voor geen van de indicatoren is de inschatting dat de omgevingsvisie geen of beperkte invloed zal hebben.

9.2

Conclusie Passende beoordeling

De omgevingsvisie van de gemeente Rijswijk schetst een beeld voor de fysieke leefomgeving op de langere termijn, waarbij keuzes worden gemaakt voor onder andere wonen, werken, recreëren en mobiliteit. Er liggen geen Natura 2000-gebieden binnen of grenzend aan de gemeente Rijswijk. Hierdoor worden er naast stikstofdepositie geen effecten verwacht. De keuzes die in de visie worden genomen kunnen zowel tijdens de aanlegfase als de gebruiksfase wel leiden tot een hogere stikstofdepositie, voornamelijk veroorzaakt door het gebruik van voertuigen tijdens de bouw en de verkeersaantrekkende werking van de ontwikkelingen.

92/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Om de gevolgen van stikstofdepositie te mitigeren, worden in de omgevingsvisie al verschillende maatregelen genomen. Zo wordt er ingezet op duurzame vormen van mobiliteit, zoals het stimuleren van wandelen, fietsen en het gebruik van het openbaar vervoer. Daarnaast wordt er aandacht besteed aan groene infrastructuur, zoals het aanleggen van groene zones en parken, om stikstof op te vangen en om te zetten. Tijdens de aanlegfase kunnen maatregelen worden genomen om de stikstofuitstoot tijdens de bouw te verminderen, zoals het gebruik van schonere bouwvoertuigen en emissiebeperkende technologieën. Ondanks de mogelijke gevolgen van stikstofdepositie door de ontwikkelingen in de gemeente Rijswijk, kunnen deze effecten gemitigeerd worden door zorgvuldige inpassing en het nemen van de juiste maatregelen. Hierdoor kan de impact op de omliggende Natura 2000-gebieden beperkt worden en kan er gestreefd worden naar een duurzamere leefomgeving met een lagere stikstofdepositie.

9.3

Conclusie synergie en strijdigheden tussen ambities

In de Omgevingsvisie streeft de gemeente Rijswijk naar een integrale benadering van de fysieke leefomgeving, waarbij de ambities in samenhang worden ontwikkeld. Zoals in dit plan-MER uiteen wordt gezet, zijn er zowel kansen voor synergie als strijdigheden tussen de verschillende ambities. Zo biedt het creëren van groene stadsruimten kansen voor klimaatadaptatie, en draagt het bij aan een aantrekkelijker stadsbeeld en bevordert het een gezonde leefomgeving. Ook draagt het stimuleren van alternatieve vormen van mobiliteit volgens het STOMP-principe bij aan een gezonde leefomgeving en een betere bereikbaarheid. Aan de andere kant zijn er ook strijdigheden te benoemen. De toevoeging van een groot aantal woningen en voorzieningen kan leiden tot een toename van verkeersbewegingen en druk op de openbare ruimte, wat nadelig kan zijn voor de leefbaarheid en veiligheid in de wijken en voor de gezonde leefomgeving. Ook kan de verstedelijking botsen met het behoud van de ruimtelijke kwaliteit en de zichtbare historie van de stad. Verder zijn er spanningen tussen de ambities voor klimaatadaptatie en duurzame energievoorzieningen, doordat er concurrentie ontstaat om de beperkte beschikbare ruimte voor zowel bovengrondse als ondergrondse functies. Desondanks is er ook veel synergie tussen de verschillende ambities.

De gebiedsuitwerkingen en afwegingsprincipes die in de Omgevingsvisie zijn geïntroduceerd, helpen om deze opgaven op een gezonde, duurzame en aantrekkelijke manier te verwezenlijken. Ze geven handvatten om de synergiën te benutten en de strijdigheden op te lossen, zodat de ambities elkaar uiteindelijk kunnen versterken.

9.4

Conclusie doelbereik

Het doelbereik van de omgevingsvisie van Rijswijk wordt over het algemeen redelijk hoog ingeschat, met daarbij wel per ambitie een verschillende mate van onzekerheid.

93/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Voor de kernambitie ‘Gezonde buitenplaats voor iedereen’ geldt de verwachting dat de gemeente met name het thema ‘Passend woon- en zorgaanbod’ kan realiseren. De maatregelen zoals het versterken van de samenwerking met zorgpartners, flexibiliteit in woningaanbod, en woonzorgvoorzieningen dragen bij aan een groeiend en divers woonaanbod dat inspeelt op de zorgvraag van de vergrijzende bevolking. Op het thema ‘Gezonde leefomgeving’ zet de gemeente in door verschillende maatregelen, zoals vergroening, gezonde mobiliteit, verbetering van de milieukwaliteit en minimalisatie van blootstelling aan schadelijke stoffen. De kans dat er ‘Leefbare en veilige wijken’ zullen zijn in 2050 is iets lager ingeschat, waarbij vooral voor maatschappelijke voorzieningen geldt dat de gemeente in grote mate afhankelijk is van andere partijen en financiële middelen, en subjectieve factoren zorgen voor onzekerheid in het behalen van de doelen.

Totaaloverzicht doelbereik 0

20

40

60

80

100

Passend woon- en zorgaanbod

Gezonde leefomgeving

Leefbare en veilige wijken

Zichtbare historie en ruimtelijke kwaliteit

Groene stadsbiotoop

Klimaatbestendige leefomgeving

Duurzame energievoorziening

Innovatieve economie

Goede bereikbaarheid

Mate waarin ambitie naar verwachting behaald wordt

Bandbreedte onzekerheid

Figuur 9.1 Totaaloverzicht doelbereik van de ambities

94/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Met de beleidskeuzes in de omgevingsvisie worden de doelen van de kernambitie ‘Groene stad voor nu en later’ naar verwachting in hoge mate bereikt. De gemeente wil een ‘Groene Stadsbiotoop’ zijn en legt daar door het creëren van groene zones en het verbeteren van de kwaliteit van de parkgebieden ook de focus op. Hoewel de gemeente veel controle heeft over de vergroening van de openbare ruimte, is er enige onzekerheid vanwege de afhankelijkheid van andere partijen. Om het thema een ‘Klimaatbestendige leefomgeving’ te bereiken in 2050 zet de gemeente in haar beleid naast vergroening in op energiebesparing en duurzame energiebronnen. Echter, het doelbereik wordt lager door onzekerheden rond de afhankelijkheid van projectontwikkelaars, bewonersgedrag, waterbeheer, en particuliere grond. Bovendien is er onzekerheid over de uitvoering van nationaal beleid en samenwerking met externe partijen. Dit geldt voornamelijk voor de opwekking van energie en het behalen van de ambitie om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Op ‘Zichtbare historie en ruimtelijke kwaliteit’ dragen maatregelen zoals het meewegen van cultuurhistorische waarden, verduurzaming van monumenten en aandacht voor groen bij aan het doelbereik. Echter, afhankelijkheid van samenwerking met partners en mogelijke druk op ruimtelijke kwaliteit kunnen voor onzekerheid zorgen.

Voor de kernambitie ‘Creatieve werkplaats voor de regio’ dragen de beleidskeuzes in de omgevingsvisie, zoals het verbeteren van de fietsroutes, looproutes, en openbaar vervoer bij aan een redelijk hoog doelbereik voor het thema ‘Goede bereikbaarheid’ door verkorting van reisafstanden. De doelen van het thema ‘Duurzame energievoorziening’ en ‘Innovatieve economie’ worden in mindere mate bereikt. De onzekerheid zit hem met name in de afhankelijkheid van andere partijen. Ook is er binnen het thema ‘Duurzame energievoorziening’ nog onduidelijkheid over de concrete uitwerking en schaal van energieopwekking, wat de onzekerheden vergroot. Ook het ontwikkelen en behouden van een ‘Innovatieve economie’ is sterk afhankelijk van andere partijen en financiële middelen.

9.5

Aanbevelingen

De Omgevingsvisie van de gemeente Rijswijk onderscheidt zich door haar concreetheid. In vergelijking met andere omgevingsvisies zijn in deze visie de ambities al verder uitgewerkt in concretere maatregelen. Dit biedt een goede basis voor de verdere uitwerking en implementatie van de omgevingsvisie in opvolgend beleid en planvorming. De omgevingsvisie heeft op enkele indicatoren een negatieve invloed (omgevingsveiligheid, gebruik ondergrond, geluid en bodemdaling). Tegelijkertijd bevat de omgevingsvisie ook beleidskeuzes en maatregelen die een positieve invloed hebben op een van deze vier indicatoren (zoals beschreven in paragraaf 9.1). Dit zal in verschillende gevallen de negatieve invloed op de betreffende indicator al verminderen, zoals bijvoorbeeld bij omgevingsveiligheid waarvoor het voornemen is om gevoelige functies zoals woningen en scholen niet langs drukke wegen te plaatsen. Om een mogelijk negatief effect op bodemdaling te verminderen is er nog de volgende aanbeveling: 

Onderzoek vroegtijdig hoe grondwaterstromen lopen, wat de bodemopbouw en bodemsterkte is, voordat ontworpen wordt aan ondergrondse infrastructuur zoals een tunnel bij een treinstation

95/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

10. Leemten in kennis, evaluatie en monitoring van beleid 10.1

Leemten in kennis

De effectbeoordeling in dit plan-MER is kwalitatief van aard, gericht op kansen en risico’s en sluit aan bij het strategische en lange termijn karakter van de omgevingsvisie. De visie is richtinggevend voor verdere uitwerking en doorwerking in programma´s of andere instrumenten. Voor dit plan-MER zijn de gedane aannames afdoende om een voldoende betrouwbaar beeld te verkrijgen van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten op de leefomgeving op de langere termijnen. Op dit abstractieniveau is er dan ook geen sprake van leemtes in kennis of onzekerheden met betrekking tot de in dit plan-MER beschreven kansen en risico’s. Meer gedetailleerde effectbeoordeling, kwantificering daarvan en toetsing aan wettelijke kaders kan alleen plaatsvinden bij verdere uitwerking tot beleid in bijvoorbeeld programma’s. De effecten die zich uiteindelijk in de praktijk voor zullen doen, moeten op basis van monitoring en evaluatie in beeld worden gebracht.

10.2

Monitoring en evaluatie

In het uitvoeringshoofdstuk van de omgevingsvisie is beschreven hoe de gemeente Rijswijk monitoring en evaluatie zal inzetten. Hieronder is dit benoemd. Met de omgevingsvisie heeft de gemeente een koers en een integraal afwegingskader voor de inrichting van de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie en in het verlengde daarvan alle Omgevingswetinstrumenten worden beschouwd als levende documenten. De wereld verandert continu en daarom moeten dus ook regelmatig de instrumenten herijkt worden. Er moet gecontroleerd worden of de gemeente nog op koers ligt, of er nieuwe ontwikkelingen zijn waar de gemeente rekening mee moeten houden, en of de ambities met de huidige aanpak wel worden behaald. Met een monitoringssysteem houdt de gemeente zicht op de voortgang van de koers. Het gebruikmaken van meetbare indicatoren is een logische stap bij de verdere aanscherping van de omgevingsvisie. Er is geen wettelijke actualiseringstermijn meer zoals dat bij de structuurvisie en bestemmingsplannen wel het geval was. Op enig moment zal men tot de conclusie komen dat een bepaald thema toch nog onvoldoende is uitgewerkt of dat de situatie voor een gebied dusdanig is veranderd dat herziening van de visie nodig is. De gemeente kiest voor een actualiseringscyclus van eens per twee jaar om de omgevingsvisie voldoende scherp en bij de tijd te houden.

Er wordt gekozen voor deze korte cyclus omdat de Omgevingswet en bijbehorende instrumenten nieuw zijn. Op termijn wordt bekeken of de tijdsdoorloop van de cyclus moet worden verlengd. Stap richting omgevingsvisie 2.0 Deze eerste omgevingsvisie voor de gemeente Rijswijk zet een stap richting volledige strategische beleidsintegratie. Het uiteindelijke doel is dat de omgevingsvisie de centrale plek wordt voor al het strategisch ruimtelijk beleid. Dat betekent dat er vanaf nu geen andere thematische visies meer als losstaand beleid worden vastgesteld. Vanzelfsprekend gaat de gemeente wel verder met het uitwerken van bepaalde thema’s parallel aan de omgevingsvisie. Dit wordt dan alleen niet opgenomen in losstaande beleidsstukken, maar integraal meegenomen in een herziening van deze omgevingsvisie. 96/97

Kenmerk

R002-1290775EMB-V03-agv-NL

Via programma’s wordt gewerkt aan de uitwerking van een bepaald thema of een specifieke gebiedsuitwerking. De strategische uitspraken van een verdiepingsslag moeten uiteindelijk weer landen in de omgevingsvisie en vanwege eventuele juridische consequenties verwerkt worden in het omgevingsplan. In de zogenaamde 1.0 versie van de omgevingsvisie zijn alle thema’s in de leefomgeving en de verschillende (bestaande) beleidstrajecten en ontwikkelingen met elkaar verbonden. In de omgevingsvisie 2.0 wordt een volgende stap gezet in het integreren van nieuw strategisch fysiek beleid en de aangegeven thematische/gebiedsgerichte programma’s. Er zijn een aantal thema’s die nog een verdere discussie behoeven, alvorens daar een keuze over wordt gemaakt. Vanaf 2026 start de gemeente Rijswijk met de eerste actualisatieslag waar deze onderwerpen verder worden geïntegreerd in een volgende versie van onze omgevingsvisie (de zogenaamde versie 2.0).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=219ee018-ce18-49db-8a67-ec10f49372ed