CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage B Bestemmingsplan

Raadsvergadering 17 december 2024, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan De Havenmeester (RV 24-071)19.951 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan De Havenmeester

<luchtfoto met ligging plangebied, mag groter of kleiner - aangeven met rode lijn>

vastgesteld 17-12-2024

De Havenmeester

Rijswijk

bestemmingsplan - bijlagen bij de toelichting

identificatie

planstatus

identif icatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.0603.bpHavenmeester-VA01

13-06-2022

projectnummer:

14-11-2023 17-12-2024

concept voorontwerp ontwerp vastgesteld

447000739.20211245 opdrachtleider:

I. de Feijter

2

Inhoudsopgave

Bijlagen toelichting Bijlage 1

Archeologisch bureauonderzoek

7

Bijlage 2

Onderzoek luchtkwaliteit Havenkwartier

43

Bijlage 3

Aanvullende effecten verkeersnotitie

85

Bijlage 4

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

95

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek

119

Bijlage 6

Onderzoek milieubelasting

235

Bijlage 7

Verkennend bodemonderzoek

541

Bijlage 8

Nader bodemonderzoek en verkennend asbestonderzoek

689

Bijlage 9

Quickscan ecologie

891

Bijlage 10

Memo stikstofberekening gebruiksfase

941

Bijlage 11

Memo stikstofberekening aanlegfase

953

Bijlage 12

Wateropgave

989

Bijlage 13

Rapport natuurinclusief bouwen

995

Bijlage 14

Onderzoek bezonning

1037

Bijlage 15

Windhinderonderzoek

1063

Bijlage 16

Participatieverslag

1087

Bijlage 17

Vooroverlegreacties

1103

Bijlage 18

Compensatieplan

1129

Bijlage 19

Memo hoogteaccent

1143

Bijlage 20

Besluit hogere waarden

1149

Bijlage 21

Nader akoestisch onderzoek

1155

Bijlage 22

Nota zienswijzen

1189

bestemmingsplan "De Havenmeester" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

3

bestemmingsplan "De Havenmeester" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

4

bestemmingsplan "De Havenmeester" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

5

Bijlagen toelichting

bestemmingsplan "De Havenmeester" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

6

bestemmingsplan "De Havenmeester" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

7

Bijlage 1 Archeologisch bureauonderzoek

bestemmingsplan "De Havenmeester" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

Rijswijkse Archeologische Rapporten Nr

68 juli 2019

Het Havengebied van Rijswijk (Z-H) Een archeologisch bureauonderzoek

J.M. Koot

Domein Ruimtelijke Ontwikkelingen Team Vergunningen, Monumentenzorg en Archeologie Rijswijkse Archeologische Rapporten

Het Havengebied van Rijswijk (Z-H) Een archeologisch bureauonderzoek

J.M. Koot

Gemeente Rijswijk Domein Ruimtelijke Ontwikkelingen Team Vergunningen, Monumentenzorg en Archeologie

Inhoud 1.

Samenvatting

5

2.

Inleiding

6

3.

Administratieve gegevens

8

4.

Beschrijving van het plangebied Havengebied

9

5. 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

Geologie en historie van het plangebied Prehistorie Romeinse Tijd Middeleeuwen en Nieuwe Tijd De verbreding van De Vliet: 1891-1893 De twintigste eeuw en heden

14 14 16 17 20 20

6.

Archeologische vindplaatsen

23

7. 7.1 7.1.1 7.1.2 7.2 7.2.1 7.2.2

Archeologisch verwachtingsmodel A. Niveau met resten uit de prehistorie Verwachting Maatregel B. Niveau met resten uit de Romeinse Tijd en jonger Verwachting Maatregel

25 25 25 25 26 26 26

8.

Conclusies en aanbevelingen

28

9.

Lijst afbeeldingen en tabellen

29

10.

Literatuurlijst

30

Bijlage 1 Bijlage 2

Verklaring lithostratigrafische laageenheden Tijdbalk

32 33

Team Vergunningen, Monumentenzorg en Archeologie

3

Kaart van Nederland. Rijswijk ligt bij de ster.

N

451.000

452.000

453.000

Afbeelding 1.

BEDRIJVENTERREIN

PLASPOELPOLDER

450.000

WINKELCENTRUM IN DE BOGAARD

elrust

Spieg org

emab

uwen

Rhijna

449.000

nwijck

Zwaa

rgh Terbo

Twick

nberg

el

nwijck

Zwaa

Dasse

org

eveld Groen

emab

Menk

Menk

ven

eweg hoeks

Ende

Birkho

lhof

oge

IJsv

van

Sion

el

nsing

Buite

448.000

Laan

s van

Sion

Terra

s van

Sion

Terra

Hof

van

Sion

Verlengde

Laan van

Sion

0

500

1.000

meter 80.000

Afbeelding 2.

4

81.000

82.000

83.000

84.000

Topografische kaart van Rijswijk. De locatie Havenkwartier bevindt zich bij de ster.

Rijswijkse Archeologische Rapporten

1.

Samenvatting In het oostelijk deel van de bedrijven- en kantorenlocatie ‘De Plaspoelpolder’ ligt het zogeheten Havengebied. In het centrum daarvan ligt de Rijswijkse Haven. Een groot deel van het Havengebied is bebouwd met vrijstaande kantoren en bedrijven, een ander deel ligt braak. Binnen de haven is een strook (de Landtong) tussen de beide havenarmen in de afgelopen jaren herontwikkeld en inmiddels zijn plannen in voorbereiding om ook de rest van het Havengebied te herinrichten. Het Havengebied ligt in een zone waar archeologische resten zijn te verwachten. Deze resten dateren van de Romeinse Tijd (eerste - derde eeuw na Chr.) en de Late Middeleeuwen en jonger. Deze bevinden zich in de top van het Laagpakket van Walcheren. Dit niveau bevindt zich direct onder de bouwvoor en ophogingslagen. Op een dieper niveau, in het Laagpakket van Wormer, kunnen prehistorische duinen met bewoningssporen aanwezig zijn. Een eerder booronderzoek in het westelijk deel van de Landtong leverde aanwijzingen op voor zo’n duin. Dergelijke sporen zijn te verwachten beneden een diepte van 2,8 m - NAP. Voor het dieper in de ondergrond gelegen niveau A (Prehistorie) met resten uit de prehistorie is het opsporen van duinen door een booronderzoek de ‘next-best’ oplossing. Indien een duin wordt aangetroffen, is nader onderzoek nodig om vast te stellen of bewoningsporen aanwezig zijn.

Op enkele locaties binnen het Havengebied heeft dit onderzoek weinig zin meer, namelijk waar in het verleden eerder graafwerk tot onder dit niveau is gegaan: bijvoorbeeld parkeergarages en de havenbekkens. Archeologie is altijd maatwerk. Per sublocatie zal moeten worden nagegaan of archeologische onderzoek nodig is en zo ja, in wat voor vorm. Het direct onder de bouwvoor en ophogingslagen gelegen niveau B (Romeinse Tijd en jonger) is het opsporen van archeologische vindplaatsen door een proefsleuvenonderzoek de beste methode. Ook voor dit niveau geldt maatwerk: per sublocatie zal moeten worden nagegaan of archeologische onderzoek nodig is en zo ja, in wat voor vorm. Een archeologisch Inventariserend Veldonderzoek is nodig om meer inzicht te krijgen in de archeologische waarden van het plangebied. Hoe eerder dergelijke gegevens bekend zijn, des te beter er in de fase van planvoorbereiding rekening kan worden gehouden met archeologische resten.

Team Vergunningen, Monumentenzorg en Archeologie

5

2.

Inleiding In de oostelijke zone van het bedrijventerrein De Plaspoelpolder ligt de Rijswijkse Haven. Het gebied rondom deze haven zal in de komende jaren worden heringericht. De bestaande bebouwing zal deels worden gesloopt en vervangen door nieuwbouw waarbij ook de inmiddels braakliggende terreinen worden betrokken. Bij de herinrichting wordt ook gedacht aan een groen-blauwe slinger tussen het Rijn-Schiekanaal en de zuidelijke havenarm. Een groenblauwe slinger heeft een parkachtige uitstraling en bestaat uit groen en water. De sloop- en nieuwbouw als ook de overige grondwerkzaamheden kunnen een bedreiging vormen voor eventuele archeologische resten die zich in de bodem bevinden. De gemeente Rijswijk is rijk aan cultuurhistorische waarden, zowel bovengronds als in de bodem. Tot deze waarden worden zaken gerekend als monumenten, beeldbepalende panden, objecten als bruggen en hekwerken, archeologische vindplaatsen waaronder structuren als wegen, verkavelingspatronen en andere landschappelijke elementen. Het plangebied ligt in een zone waar archeologische resten te verwachten zijn uit de prehistorie, de Romeinse Tijd en de Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd. Het graven van bouwputten en het verleggen van diepriolen brengt grondwerkzaamheden met zich mee. Dergelijke grondwerkzaamheden kunnen een nadelig

Afbeelding 3. Het onderzoeksgebied (rood omkaderd) op een luchtfoto uit 2017. Bron: Gemeente Rijswijk.

6

Rijswijkse Archeologische Rapporten

effect hebben op de archeologische waarden in het plangebied. Daarom vindt er archeologisch onderzoek plaats. Doel van het onderzoek is het in kaart brengen en waarderen van archeologische resten. Voor behoudenswaardige archeologische resten geldt dat gestreefd dient te worden naar behoud in situ (in de bodem). Alleen indien behoud niet mogelijk is, zal een Definitief Onderzoek in de vorm van een opgraving plaatsvinden. Het tijdig beschikbaar krijgen van de benodigde archeologische informatie is zowel in het belang van de planprocedure, als voor de inpassing van archeologische waarden in de plannen. Het archeologisch onderzoek vindt in fasen plaats. Elke fase wordt afgesloten met een selectiebesluit door de gemeente Rijswijk. De uitkomst van een fase kan zijn dat onvoldoende informatie voorhanden is, waardoor vervolgonderzoek nodig is. Wanneer het volledige proces wordt doorlopen, zijn de fasen achtereenvolgens: een Bureauonderzoek, een Inventariserend Veldonderzoek, een Definitief Onderzoek en -op een langere termijn- opname van de resultaten in een nieuw bestemmingsplan en/of aanwijzing tot monument. De strook tussen beide havenarmen, de zogeheten Landtong, is voor een groot deel in voorgaande jaren herontwikkeld. Voor dit plangebied heeft in 2013-2014 een archeologisch bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek plaatsgevonden (Koot en Raczynski-Henk 2014).

Voor het opstellen van het rapport ‘Havengebied’ zijn van het rapport ‘Landtong’ vooral de gedeelten van het bureauonderzoek overgenomen en aangepast. Het bureauonderzoek vond plaats in opdracht van de Opgave Ruimtelijke Ontwikkelingen van het Domein Ruimtelijke Ontwikkelingen van de gemeente Rijswijk. In de tekst worden onderzoeksnummers vermeld. Deze nummers verwijzen naar een nationaal registratiesysteem van Nederlandse archeologische vindplaatsen en onderzoekslocaties die bijgehouden wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Team Vergunningen, Monumentenzorg en Archeologie

7

3.

Administratieve gegevens Datum administratieve gegevens : juli 2019 Opdrachtgever :

Gemeente Rijswijk Domein Ruimtelijke Ontwikkelingen Opgave Ruimte Postbus 5305 2280 HH Rijswijk

Uitvoerder :

Gemeente Rijswijk Domein Ruimtelijke Ontwikkelingen Team Vergunningen, Monumentenzorg en Archeologie Taakveld Archeologie

Bevoegd gezag : Gemeente Rijswijk Naam deskundige : dhr. drs.J. Lanzing Beheer en plaats van documentatie : Onderzoeksmeldingsnummer

Gemeente Rijswijk Domein Ruimtelijke Ontwikkelingen Team Vergunningen, Monumentenzorg en Archeologie Taakveld Archeologie Steenplaetsstraat 2A 2288 AA Rijswijk

: 4722124100

Locatie Toponiem : Plaspoelpolder Havengebied Plaats : Rijswijk Gemeente : Rijswijk RD-coördinaten :

noord x = 83.115; y = 452.426 west x = 82.204; y = 451.316 oost x = 83.799; y = 451.511 zuid x = 83.331; y = 450.085

Kadastrale gegevens (opnamedatum: juli 2019) Sectie

: G en E

Kadastrale nummers :

8

Rijswijkse Archeologische Rapporten

ongeveer 60 kadastrale nummers binnen sectie G waarvan de grootste zijn: 2579, 2909, 3080, 3514, 3195, 3196 en sectie E nummer 2609.

4.

Beschrijving van het plangebied Havengebied Het plangebied bevindt zich in het oostelijk deel van het bedrijventerrein ‘De Plaspoelpolder’ en ligt direct tegen de woonwijk ‘Bomenbuurt’ (oostzijde) en Havenkwartier (noordzijde) aan. Daarmee is het plangebied onderdeel van een stedelijke bebouwing zonder dat er een harde scheiding is tussen ‘De Plaspoelpolder’ en de ‘Bomenbuurt’. Het plangebied wordt begrensd door het Jaagpad met het Rijn – Schiekanaal (oosten), Handelskade (noorden), Burgemeester Elsenlaan en de Van Benthemlaan (westen) en de Tinbergenstraat (zuiden). Voor dit bureauonderzoek is een groter onderzoeksgebied aangehouden voor het extrapoleren van archeologische gegevens: Lindelaan (noorden), Diepenhorstlaan (westen), Rijksweg A 13 (oosten). Als zuidgrens is het noordelijke deel van de Rijswijkse Golfbaan genomen (afb. 4). Het plangebied (afb. 5) is in totaal zo’n 206.000 m2 groot waarvan 25.900 m2 bestaat uit water (Rijswijkse Haven). Het waterniveau van de haven maakt deel uit van het Delflands boezempeil en ligt op 0,4 m - NAP. Het grondwaterniveau bevindt zich op ca. 0,5 m - NAP winterpeil / -1,11 m - NAP zomerpeil. Het maaiveld

Afbeelding 4. Het plangebied (blauw omkaderd) en het onderzoeksgebied (rood omkaderd) op de huidige topografische kaart.

Team Vergunningen, Monumentenzorg en Archeologie

9

Afbeelding 5. Het plangebied (rood omkaderd) op de huidige topografische kaart..

ligt op ca. 0,70 m + NAP (https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer). De hoogte van het maaiveld bedraagt ongeveer 0,55 m tot 0,75 m + NAP (bron: http://www.ahn.nl). De inrichting van het plangebied wordt gedomineerd door de Rijswijkse Haven. Deze bestaat uit twee parallel aan elkaar gelegen havenarmen die haaks liggen op een derde arm die tevens de haven verbindt met de Vliet. Het gebied tussen de beide havenarmen heet ‘de Landtong’ en wordt sinds ongeveer 2015 getransformeerd in een nieuw werkgebied met kleinschalige bedrijven. De meeste beschikbare kavels zijn in de afgelopen jaren bebouwd met bedrijfsgebouwen na sloop van de oude opstallen. Het gaat daarbij om relatief kleine, vrijstaande bedrijfsgebouwen met ongeveer twee bouwlagen. In het westelijk deel van de Landtong

Afbeelding 6. Blik vanaf de Handelskade over de noordelijke havenarm. Foto: BMA

10

Rijswijkse Archeologische Rapporten

Afbeelding 7. Bedrijfspanden op de hoek Steenplaetsstraat Koopmansstraat. Foto: BMA

Afbeelding 8. Het gebouw van voorheen de Sijthoff Pers op de hoek Limpergstraat - Van Benthemlaan. Foto: BMA

staat een groot gebouwencomplex van meerdere bouwlagen. Ten oosten van de haven en net buiten het plangebied bevindt zich woonbebouwing (ééngezinswoningen). De zuidzijde van de haven wordt gedomineerd door het complex van de buitendienst van de Gemeente Rijswijk, de Gemeentewerf. Dit complex bestaat uit een groot bedrijfsgebouw omgeven door een terrein voor parkeer- en opslagdoeleinden. Ten westen van de haven ligt de Koopmansstraat. Aan weerszijden van deze straat staan diverse bedrijfspanden, gebouwd in de periode ca. 19751985. Minstens één pand heeft een ondergrondse parkeergarage. Het zuidelijk deel van het plangebied is bebouwd met diverse bedrijfsgebouwen, eveneens overwegend laagbouw. Ten zuiden van de Limpbergstraat wordt het plangebied echter gedomineerd door een hoog kantoorgebouw waar voorheen de Sijthoffpers was ondergebracht. Naast dit gebouw ligt nu een groot onbebouwd

Team Vergunningen, Monumentenzorg en Archeologie

11

terrein waar voorheen zich de drukkerij van de Sijthoffpers bevond. In het vigerende bestemmingsplan ‘Plaspoelpolder, 1e algehele herziening (29 augustus 2013)’ zijn de archeologische waarden beschermd door de aanduiding met dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie’ waarbij ingrepen dieper dan 60 cm beneden maaiveld niet zijn toegestaan (www.ruimtelijkeplannen.nl). In het plangebied zijn geen archeologische rijks- of gemeentelijke monumenten geregistreerd. Op de kaart van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur van de Provincie ZuidHolland heeft de zone, waarin het plangebied is gelegen, de aanduiding voor de diepte 0-3 m onder maaiveld ‘hoge waarde archeologie’ en een ‘redelijke tot grote kans op archeologische sporen’. De Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) is gemaakt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en geeft op hoofdlijnen de archeologische trefkans weer. De kaart is echter zeer grofmazig. Het terrein heeft volgens de IKAW een ‘middelhoge kans op archeologische sporen’. In de gemeentelijke nota ‘Actualisering nota Cultureel Erfgoed gemeente Rijswijk’ welke op 13 december 2013 is vastgesteld door de gemeenteraad van Rijswijk ligt het plangebied in de zone met de volgende aanduidingen: • op de kaartlaag ‘Neolithicum Brons- en IJzertijd’ met de verwachting ‘Middelhoge verwachting Neolithicum, lage verwachting Brons- en IJzertijd’ (afb.

9) • op de kaartlaag ‘Romeinse Tijd en de Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd’ met de verwachting ‘lage verwachting Romeinse Tijd, middelhoge verwachting Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd’ (afb. 10) Op beide kaartlagen zijn de havenarmen aangegeven als zone zonder een verwachting op archeologische vondsten. De haven is zo diep uitgegraven (3,2 m – NAP, NN 2015), dat er geen archeologische resten zijn te verwachten. Deze gemeente beleids- en verwachtingskaart is een verfijning van de IKAW, mede op basis van recent onderzoek en kennis van het taakveld Archeologie van de gemeente Rijswijk. Op de Landtong heeft in 2014 een verkennend archeologisch onderzoek plaatsgeAfbeelding 9. Uitsnede uit de Archeologische waardenlkaart, kaartlaag Neolithicum, Brons- en IJzertijd. Het plangebied is blauw omkaderd, het onderzoeksgebied rood.

12

Rijswijkse Archeologische Rapporten

Afbeelding 10. Uitsnede uit de Archeologische waardenkaart, kaartlaag Romeinse Tijd en Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd. Het plangebied is blauw omkaderd, het onderzoeksgebied rood.

451.300 451.200

Afbeelding 11. Een groot deel van de Landtong heeft geen archeologische waarde meer (groen gebied). In het westelijk gebied (rood) is kans op het aantreffen van archeologische resten.

451.400

vonden, gecombineerd met een bureauonderzoek. Op basis van de onderzoeksesultaten is een deel van de Landtong vrijgegeven en heeft daarmee geen ‘waarde archeologie’ meer. Voor een klein deel heeft de Landtong een ‘waarde archeologie’ voor het niveau 3,2 m - NAP en dieper vanwege een kans op het aantreffen van bewoningssporen uit de Prehistorie (Koot en Raczynski Henk 2014).

0

82.900

83.000

Team Vergunningen, Monumentenzorg en Archeologie

83.100

25 meter

50

83.200

13

5.

Geologie en historie van het plangebied

5.1

Prehistorie De bovenste meters van de bodem van Rijswijk zijn tot stand gekomen in het Holoceen. Het begin van het Holoceen, ca. 10.000 jaar geleden, kenmerkte zich door de stijging van de temperatuur. Hierdoor smolten de poolkappen en kwam er veel water vrij. Door de stijging van de zeespiegel kwam een laaggelegen gebied onder water te staan en ontstond de Noordzee. De kustlijn van Nederland verschoof steeds verder in oostelijke richting. Hierbij werden telkens lagen zand en klei afgezet (Laagpakket van Wormer) 1. De top van het ‘oude landschap’ - de Pleistocene zandgronden - ligt daardoor nu op vele meters diepte. De top van het Pleistoceen zand in de Plaspoelpolder ligt op een diepte van zo’n 16 meter beneden NAP (Gutjahr 2002). In dat landschap kunnen prehistorische bewoningssporen aanwezig zijn, maar deze zullen door hun diepe ligging niet bedreigd worden door de bouwactiviteiten (Koot 2008). Omstreeks 4100 voor Chr. trad hierin verandering op. De kustlijn stabiliseerde zich enige tijd en verplaatste zich vervolgens weer terug in westelijke richting. Van de oudste kustlijn is door latere kustontwikkelingen slechts een klein deel bewaard gebleven. De restanten ervan bevinden zich in een zone die zich uitstrekt van de gemeente Westland, door het zuiden van Rijswijk tot in Leidschendam.

De oudste sporen van menselijke activiteiten in het kustgebied van West-Nederland worden in deze zone aangetroffen. Voor de eerste maal zijn deze vondsten in 1993 gedaan in het cunet van Rijksweg A4. In latere jaren zijn in de directe omgeving nog enkele vindplaatsen aangetroffen waaronder op Ypenburg en in de Harnaschpolder. De bewoning dateert uit de periode 3800 - 3400 voor Chr. De mensen leefden op lage duinen en hielden zich bezig met landbouw en jacht en met het verzamelen van vruchten en knollen. Op de duinen bouwden zij huizen en lieten zij afval achter als potscherven, slachtafval en afval van vervaardiging van vuurstenen werktuigen. Op Ypenburg werd een grafveld gevonden waarin de resten van 42 individuen zijn aangetroffen (Koot, Bruning en Houkes 2008) (afb. 12).

Afbeelding 12. De opgraving van het grafveld op Ypenburg.

1

14

Zie voor een uitleg van de geologische laageenheden bijlage 1.

Rijswijkse Archeologische Rapporten

N

11

452.000

2

17 4 5 6

3

10

450.000

9 12

14

8

448.000

7

13

1

80.000

Legenda Geologie

82.000

0

500

1.000

meter 84.000

Locatie onderzoek

Laagpakket van Walcheren aan maaiveld of onder stadsophogingsdek (hoofdzakelijk zand) 1

Laagpakket van Walcheren op Hollandveen op Laagpakket van Wormer en waar de top van de zandafzettingen van het Laagpakket van Wormer en/of de Laag van Rijswijk dieper liggen dan 5m -NAP

2

Laagpakket van Walcheren op Hollandveen op Laagpakket van Wormer en/of Laag van Rijswijk en waar de top van de zandafzettingen van het Laagpakket van Wormer en/of de Laag van Rijswijk ondieper liggen dan 5m -NAP

3

Laagpakket van Walcheren op Hollandveen, op Laag van Ypenburg, op Laag van Rijswijk of Laagpakket van Wormer

4

Laagpakket van Walcheren op Hollandveen, op Laag van Voorburg, op Laagpakket van Rijswijk

5

Laagpakket van Walcheren, op Laag van Voorburg

6

Laagpakket van Walcheren, op Laag van Rijswijk en/of Laagpakket van Wormer

7

Laagpakket van Walcheren, waar de Gantel Laag (geulafzettingen) zich diep ingesneden heeft in de onderliggende afzettingen Laagpakket van Walcheren (Gantel Laag), met een beperkte insnijding in de onderliggende afzettingen (restant Hollandveen is nog aanwezig)

Formatie van Nieuwkoop aan maaiveld of onder stadsophogingsdek (hoofdzakelijk zand) 8

Hollandveen op Laagpakket van Wormer en waar de top van de zandafzettingen van het Laagpakket van Wormer en/of de Laag van Rijswijk dieper liggen dan 5m -NAP

9

Hollandveen op Laagpakket van Wormer en waar de top van de zandafzettingen van het Laagpakket van Wormer en/of de Laag van Rijswijk ondieper liggen dan 5m -NAP

10

Hollandveen, op Laag van Ypenburg

11

Hollandveen, op Laag van Voorburg

Laagpakket van Wormer aan maaiveld 12

Afzettingen van Wormer aan maaiveld en waar de top van de zandafzettingen van het Laagpakket van Wormer of de Laag van Rijswijk ondieper liggen dan 5m -NAP

13

Afzettingen van Wormer aan maaiveld en waar de top van de zandafzettingen van het Laagpakket van Wormer of de Laag van Rijswijk dieper liggen dan 5m -NAP

14

Laag van Ypenburg, eventueel bedekt met een dunne laag van het Laagpakket van Wormer

Laagpakket van Schoorl aan maaiveld of onder stadsophogingsdek (hoofdzakelijk zand) 17

Laag van Voorburg, met eventueel een deklaag van de Laag van Den Haag, dunner dan 2m

Afbeelding 13. Het onderzoeksgebied gebied (rood omkaderd) op de geologische kaart van Rijswijk. Naar Vos, Rieffe en Bulten 2007. Team Vergunningen, Monumentenzorg en Archeologie

15

Voor de aanleg van de wegen tijdens het bouwrijp maken van de Plaspoelpolder zijn grondboringen verricht voor de bodemopbouw. Enkele grondboringen zijn geplaatst waar nu de Veraartlaan ligt. Op basis van deze boringen kan een inschatting worden gemaakt van de diepte waarop prehistorische bewoningssporen te verwachten zijn: ongeveer 2,8 m - NAP en dieper. Het oude kustlandschap is bedekt met jongere natuurlijke bodemlagen en recente ophogingen. Met het verschuiven van de kustlijn in westelijke richting ontstond langs de kust een strandwallengordel met duinen. De meest oostelijke strandwal van deze gordel loopt van Voorschoten tot in Rijswijk. De Van Vredenburchweg markeert ruwweg de lengteas van de strandwal. Tussen de meest oostelijke kustlijn en deze strandwal lag een strandvlakte met duinen. Zo’n duin is in 1993 aangetroffen bij de aanleg van de Rijswijkse spoortunnel ten zuiden van de Generaal Spoorlaan. De top lag op zo’n 2,7 m - NAP en was ongeveer vijftig meter breed en 125 centimeter hoog. Op slechts 400 meter ten noordwesten van dit duin is een ander duin gevonden aan de Johan Braakensieklaan in 2006 (Holthausen en Vos 2008). Tot op heden zijn geen archeologische resten op de duinen van deze strandvlakte aangetroffen.

Er zullen veel duinen in de strandvlakte hebben gelegen waarvan er slechts weinig zijn getraceerd, laat staan dat er onderzoek is gedaan naar aanwijzingen voor bewoning. Bij bouwplannen als die van het Havengebied is het van belang na te gaan of duinen in de ondergrond aanwezig zijn en zo ja, of er archeologische resten aanwezig zijn.

5.2

Romeinse Tijd Mede door de stijging van de grondwaterspiegel werd het achter en het tussen de strandwallen gelegen gebied steeds vochtiger, waarbij veenvorming optrad tot een meters dik pakket. Aan de veengroei kwam een einde omstreeks 500 voor Chr., toen de zee het achterland binnendrong (afb. 13). Vanuit de Maasmond liep een grote getijdengeul, later de Gantel genaamd, door Naaldwijk en Wateringen om in Rijswijk af te buigen richting Delft. De getijdengeul vormde de kern van een uitgestrekt netwerk van kleinere kreken. Nog voor het begin van onze jaartelling was

Afbeelding 14. De reconstructie van een Romeinse boerderij van de nederzetting ‘Rijswijk-De Bult’.

16

Rijswijkse Archeologische Rapporten

een groot deel van dit stelsel verland. Door reliëfinversie kwamen toen de oude kreekbeddingen als ruggen in het landschap (zogeheten kreekruggen) te liggen. Ook de oeverwallen langs de getijdengeul werden hoge delen in het landschap. Dergelijke hoge stukken waren aantrekkelijk voor bewoning. Op de kreekruggen en de oeverwallen van het Gantelsysteem worden nederzettingen aangetroffen, daterend vanaf de Romeinse Tijd (eerste - derde eeuw na Chr.). In de zone waarin het plangebied gelegen is, komen tal van kreekruggen en oeverwallen voor. In de directe omgeving van het plangebied zijn ook enkele bewoningsplaatsen uit de Romeinse Tijd gevonden (afb. 14). Een bijzondere vondst dicht bij het Havengebied was een mijlpaal uit de Romeinse Tijd. Deze werd in 1963 gevonden op een braakliggend terrein aan de Henriëtte Roland Holstlaan. De paal was kort daarvoor door grondverzet op dat terrein terechtgekomen. De vondst van een fragment van een andere mijlpaal in 2005 gaf meer duidelijkheid over de oorspronkelijke locatie van de in 1963 gevonden mijlpaal. Het fragment van de mijlpaal van 2005 werd gevonden op de hoek van de Huis te Landelaan en de Sir Winston Churchilllaan bij beschoeiingswerkzaamheden.

Een kleine opgraving (onderzoeksmeldingsnummer 17478) leverde informatie op waaruit kon worden opgemaakt dat op deze plek in de Romeinse Tijd een hoofdweg lag (Dorenbos, Holthausen en Koot 2009). De aanwezigheid van zo’n belangrijke weg is al in 1996 bevestigd door de vondst van maar liefst vier mijlpalen op de bouwlocatie Wateringse Veld (Waasdorp 2003). De Romeinse hoofdweg maakt deel uit van de hoofdinfrastructuur waarmee de belangrijkste plaatsen en forten met elkaar waren verbonden. Het wegenstelsel in dit gebied hangt samen met de vlakbij gelegen stad Forum Hadriani. Deze stad lag ter plaatse van het huidige park Arentsburgh in Voorburg. Het Havengebied ligt in de naaste omgeving van de Romeinse hoofdweg. Onderzoek op vergelijkbare terreinen als Wateringse Veld en RijswijkBuiten toont aan, dat een dergelijke zone intensief werd bewoond. Dat zal voor de Plaspoelpolder niet anders zijn. Enkele archeologische vindplaatsen in de directe omgeving als De Bruyn Kopstraat en de Havenstraat aan de westzijde van het Havengebied en opgravingen van een nederzetting uit de Romeinse Tijd in Park Leeuwenberg/Rotterdamsebaan aan de oostzijde van het Havengebied tonen dit aan (zie hoofdstuk 6;archeologische vindplaatsen).

5.3

Middeleeuwen en Nieuwe Tijd Aan het einde van de Romeinse Tijd raakte de streek grotendeels ontvolkt. In deze streek zijn tot op heden nauwelijks sporen van bewoning aangetroffen uit het einde van de Romeinse Tijd en het begin van de Vroege Middeleeuwen. Aantoonbare vroegmiddeleeuwse bewoning is aangetroffen op onder meer aan de Hoogwerf in Naaldwijk, op de locatie Forum Hadriani in Voorburg en in het duingebied van Monster en Den Haag. In de loop van de Middeleeuwen nam de bevolking sterk in omvang toe. Daarmee nam ook de behoefte aan landbouwgrond toe. Vanuit de bestaande woongebieden (vooral op de zandgronden langs de kust) werd de ontginning van het klei- en veengebied ter hand genomen. In Rijswijk werd het klei- en veengebied in de twaalfde eeuw ontgonnen. Het gebied werd ontgonnen vanaf de strandwal die zich ongeveer een kilometer ten noorden van het Havengebied bevindt. De Van Vredenburchweg ligt min of meer op de lengteas van deze zandrug. De strokenverkaveling van de Plaspoelpolder dateert in aanleg uit die periode. De boerderijen stonden vaak op hogere delen als kreekruggen. Later werden de boerderijen verplaatst naar de landwegen. De oudste kaart met een goed beeld van het plangebied is in 1712 gedrukt (afb. 15).

Team Vergunningen, Monumentenzorg en Archeologie

17

Afbeelding 15. Het plangebied (rood omkaderd) op de kaart van Kruikius uit 1712. Bron: Hoogheemraadschap van Delfland, Delft, Oud Archief Delfland, 1e afdeling, kaartblad 14..

Op deze zeer gedetailleerde kaart van het Hoogheemraadschap van Delfland door Jacob en Nicolaas Kruikius is de Plas-poelpolder goed zichtbaar. De locatie Havengebied is dan in gebruik als landbouwgrond. Een deel van dit gebied valt samen met de zogeheten ‘Steenplaets’, een steenbakkerij. De steenbakkerij ‘De Steenplaets’ is in de Late Middeleeuwen (mogelijk in de vijftiende eeuw) ontstaan en produceerde vooral baksteen en waarschijnlijk ook plavuizen en dakpannen. De gebouwen en het bedrijfsterrein waren grotendeels gelegen op de plaats waar nu de Gemeentewerf en de zuidelijke en oostelijke havenarmen liggen. In het begin van de negentiende eeuw werd de bedrijfsvoering beëindigd. Op dezelfde plek stond daarna nog enige tijd een landhuis. Het is niet bekend of de ‘Steenplaets’ altijd binnen deze grens lag of dat de ligging en omvang wel eens wisselde als gevolg van wijzigingen in de bedrijfsvoering. In één akte is sprake van de ‘oude’ steenplaats. Mogelijk was er ooit een andere steenplaats dan de steenbakkerij die op de kaart van Kruikius is afgebeeld.2 De steenbakkerij had grondstoffen nodig waaronder klei. De klei kwam voor een deel uit de directe omgeving. Diverse percelen in de Plaspoelpolder werden aangekocht door de steenbakkers en afgegraven voor de klei. In 2012 kwamen

2

Nationaal Archief, Inventaris van het archief van het klooster van Onze Lieve Vrouw in Nazareth te Rijswijk, 3.18.21, inv.nr. 16, jaar 1493.

18

Rijswijkse Archeologische Rapporten

Afbeelding 16. Het plangebied (rood omkaderd) op de kaarten uit resp. (van links naar rechts en van boven naar onder) 1812, 1920, 1930, 1956, 1969 en 2000.

Team Vergunningen, Monumentenzorg en Archeologie

19

sporen van kleiwinning tevoorschijn bij een verkennend onderzoek bij het Europese Octrooi Bureau aan de Veraartlaan (Briels 2013).

5.4

De verbreding van De Vliet: 1891-1893 Het vervoer over water is tot in de eerste decennia van de twintigste eeuw belangrijker geweest dan het gebruik van landwegen. De schepen werden ook steeds groter. In de negentiende eeuw verschenen naast de zeilschepen ook stoomschepen op de binnenwateren. In opdracht van de Provinciale Staten van Zuid-Holland werd vanaf 1883 gewerkt aan plannen om de Vliet tussen Rijn en Schie te verbreden. De voorbereiding van de werkzaamheden duurden lang. Door de onteigeningen konden pas in 1887 de eerste werkzaamheden in uitvoering worden genomen. Van 1891 tot eind 1893 werd de Vliet in Leidschendam en Rijswijk aangepast. Het water kreeg een bodembreedte van 16,50 meter en een diepte tot 2,80 meter beneden Delflands Peil. Dit peil ligt 43 cm lager dan het NAP. In 1894 werden de laatste werkzaamheden bij Delft voltooid, waardoor de volledige waterweg gereed was (Bottema 1989). De nieuwe waterweg kreeg de officiële naam Rijn-Schiekanaal maar in de volksmond bleef ‘De Vliet’ gangbaar.

5.5

De twintigste eeuw en heden Omstreeks 1900 nam in Rijswijk de behoefte aan woningen sterk toe. Rond dezelfde tijd (1901) werden gemeenten verplicht een uitbreidingsplan op te stellen. In Rijswijk werd door de architect J. Mutters een uitbreidingsplan ontworpen. Het werd in 1906 vastgesteld door de gemeenteraad (Van Breugel 1993, 13 en 14). Als gevolg van de veranderende inzichten en behoeften volgden nieuwe uitbreidingsplannen. Vanaf 1900 werden in fasen nieuwe woonwijken rondom de oude dorpskern gebouwd. De Tweede Wereldoorlog (1939-1945) leidde tot een tijdelijke onderbreking in de bouw, na 1945 werd al spoedig de draad weer opgepakt, zij het

Afbeelding 17. Rechts de Steenplaetsbrug, die toegang geeft tot het plangebied.

20

Rijswijkse Archeologische Rapporten

op een veel grotere schaal. De toenmalige woningnood leidde tot de ontwikkeling van grote uitbreidingsplannen. Voor Rijswijk lag een bouwopdracht om niet alleen voor eigen behoefte te bouwen, maar ook voor die van de regio. Er was in Den Haag omstreeks 1950 een groot tekort aan ruimte voor bedrijven en Rijswijk had grond in de Plaspoelpolder beschikbaar. Voor de ontwikkeling en exploitatie vormden de gemeenten Rijswijk en Den Haag in 1953 een samenwerkingsverband: het Industrieschap de Plaspoelpolder (Lambregts, Louw, Romein en Konings, 2003). De Plaspoelpolder werd bouwrijp gemaakt door de sloop van alle opstallen, het dempen van de poldersloten en ophogen van het gebied. In de loop van de jaren ontwikkelde de Plaspoelpolder zich van industrieterrein tot bedrijvenen kantorenlocatie. De Rijswijkse Haven maakte vanaf het begin deel uit van dit nieuwe bedrijventerrein. De haven was in de periode 1933 - 1935 aangelegd. In 1952 stonden er nog steeds nauwelijks gebouwen maar dat veranderde in de daaropvolgende jaren. Ook werd toen de zuidelijke havenarm verlengd tot aan de Koopmansstraat. Op de militair-topografische kaart van 1958 zijn verschillende gebouwen zichtbaar. In de daaropvolgende jaren werd het hele gebied rondom de haven bebouwd. Door veranderende behoeften werden in de periode van ongeveer 1990 en later verschillende gebouwen gesloopt en vervangen door nieuwbouw.

Team Vergunningen, Monumentenzorg en Archeologie

21

Afbeelding 18. Overzicht van de archeologische vindplaatsen in de omgeving van het plangebied.

22

Rijswijkse Archeologische Rapporten

6.

Archeologische vindplaatsen In het plangebied zijn geen archeologische vindplaatsen bekend. Dit is niet zo vreemd omdat bij eerdere grondwerkzaamheden geen archeologisch onderzoek plaatsvond. In de directe omgeving zijn wel archeologische vindplaatsen bekend. In het landelijke informatiesysteem Archis zijn de volgende relevante vindplaatsen geregistreerd in een straal van ongeveer 500 meter rondom het Havengebied (afb. 18). Tijdens bodemkarteringswerkzaamheden in ca. 1948 zijn potscherven uit de Romeinse Tijd aangetroffen. De vindplaats ligt op de overgang van De Bruyn Kopstraat naar de Treubstraat (afb. 18-1, Archisnummer 24161). Op korte afstand van deze vindplaatsen vond in 1994 een verkennend onderzoek plaats aan de Treubstraat, voorafgaand aan de bouw van het politiebureau (Koot 1995). Bij dit onderzoek werd een greppel uit de Romeinse Tijd gevonden als ook potscherven uit dezelfde periode. Bij hetzelfde onderzoek zijn gegevens verzameld over kleiwinning uit de Late Middeleeuwen en/of de Nieuwe tijd (afb. 18-13, Archisnummer 2275). Aan de Henriëtte Roland Holstlaan werd in 1963 een mijlpaal uit de Romeinse Tijd gevonden. De vondst werd gedaan in grond die van elders kwam (afb 18- A, Archisnummer 24166).

Met de vondst van een groot stuk van een tweede mijlpaal in 2005 op het vlakbij gelegen kruispunt kon ook definitief worden vastgesteld dat de in 1963 gevonden mijlpaal van deze nieuwe vindplaats afkomstig is (afb. 18-B, Archisnummer 17478). Op deze vindplaats werd ook een Romeinse weg aangetroffen. De vondst van mijlpalen langs de weg toont het belang van deze weg aan binnen de hiërarchie van wegen in het Romeinse Rijk. De vindplaatsen van de mijlpalen vallen buiten het onderzoeksgebied maar vallen binnen catalogusnummer 4. Daarom zijn de vindplaatsen van de mijlpalen op afb. 18 met de letters A en B aangegeven. De vondst in 2005 van de mijlpaal was aanleiding voor verder onderzoek naar de Romeinse weg en het kanaal van Corbulo. In de jaren 2006 t/m 2019 vonden verschillende waarnemingen en verkenningen plaats langs de Sir Winston Churchilllaan tussen de kruispunten met de Burgemeester Elsenlaan en de Huis te Landelaan. Deze onderzoeken zijn in tabel 1 samengevoegd tot catalogusnummer 4. In het kader van hetzelfde onderzoek vond in november 2019 een opgraving plaats aan de Sir Winston Churchilllaan tussen de Havenstraat en de Burgemeester Elsenlaan (afb. 18-12). Op korte afstand van de Landtong werd in 1978 bij de sloop van de houtzagerij Het Fortuin aan het Jaagpad een randfragment van een geïmporteerde Romeinse pot gevonden (afb.18-3, Archisnummer 120811).

Aan de overzijde van het RijnSchiekanaal is aan de Delftweg in 1988 een nederzettingsterrein uit de Romeinse Tijd gevonden (afb. 18-6, Archisnummer 21747). In hetzelfde jaar werd op korte afstand van de nederzetting eveneens aan de Delftweg potscherven aardewerk uit de Romeinse Tijd gevonden (afb. 18-8, Archisnummer 120812). Ook deze scherven duiden op de aanwezigheid van een nederzetting in de bodem. Bij archeologisch vooronderzoek voor de nieuwbouw voor het Europees Octrooi Bureau werden aan de Veraartlaan resten gevonden van kleiwinning uit de zeventiende en/of achttiende eeuw (Briels 2013) (afb. 18-14, Archisnummer 50378). In tabel 1 is een overzicht van de archeologische vindplaatsen opgenomen.

Team Vergunningen, Monumentenzorg en Archeologie

23

Cat. Straat nr.

Projectcode of locatie

Archisnr.

Coördinaten

Onderzoek

Aard vondst

1

De Bruyn Kopstraat

-

24161

82.750 / 451.150

Waarneming; bodemkartering door Stiboka in 1945

Romeins aardewerk in een bodemlaag.

2

Havenstraat

-

24107 (ook: 120803)

82.850 / 451.500

Waarneming 1951

Romeins aardewerk

3

Jaagpad

-

120811

83.400 / 450.720

Waarneming, losse vondst, 1978

Randfragment ruwwandige pot, Romeins aardewerk

4

Sir Winston Churchilllaan, hoek Huis te Landelaan

-

17478 ( 14963, 82.163 / 18263, 21816, 450.743 21922 en 23008)

Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek, 2005 t/m 2019

Fragment mijlpaal, weg, watergang, alle Romeinse tijd.

5

Jaagpad

Elsenburgerbos; Heuvelring

39454

83.371 / 450.146

booronderzoek, 2010

Prehistorisch duin

6

Delftweg

Broekpolder 06

21747

83.550 / 450.550

Opgraving, 1988

Greppels, bot en aardewerk-scherven, Romeinse tijd

7

Delftweg

Broekpolder 07

21748

83.670 / 450.470

Veldkartering, 1988

Potscherf, Romeinse Tijd

8

Delftweg

Broekpolder 031

120812

83.550 / 450.300

Veldkartering, 1988

Aardewerkscherven, Romeinse tijd

9

Burgemeester Elsenlaan

Stanislaslocatie

4571627100

82.732 / 451.241

Proefsleuvenonderzoek,

Greppels, Romeinse Tijd

10

Delftweg

Broekpolder 013

21745

83.600 / 451.350

Opgraving, 1987

Boerderij, Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd

11

Delftweg Braillelaan

Plantsoen

420301

83.428 / 451.515

Losse vondsten, 2012

Aardewerkscherven, Romeinse Tijd

12

Sir Winston Churchilllaan

Zinker (Brandweerkazerne)

4647305100

82.759 / 451.405

opgraving, 2018

Waterloop (Kanaal van Corbulo?)

13

Treubstraat

Politiebureau

2275

82.650 / 451.200

Proefsleuvenonderzoek, 2006

Greppel, waarschijnlijk Romeinse Tijd, fragmenten Romeinse aardewerk

14

Veraartlaan

-

50378

83.105 / 451.301

Boor- en proefsleuvenonderzoek

Kleiwinning, 17e-18e eeuw

Tabel 1. Overzicht vindplaatsen in de omgeving van het plangebied.

24

Rijswijkse Archeologische Rapporten

7.

Archeologisch verwachtingsmodel Op basis van de geologie en de historie van het Havengebied kunnen we een archeologische verwachting weergeven voor het onderzoeksgebied. Het plangebied beslaat een relatief klein oppervlak en is dicht bebouwd. Een deel van dat gebied bestaat uit de Rijswijkse Haven. In andere delen van het plangebied staan gebouwen met kelders zoals een parkeergarage. Indien deze ondergrondse ruimtes dieper zijn dan ongeveer drie meter beneden maaiveld, is er geen trefkans meer op het vinden van archeologische resten. Archeologie blijft maatwerk. Bij het ontwikkelen van plannen zal per gebouw een inschatting moeten worden gemaakt of archeologische resten ter plaatse nog aanwezig kunnen zijn, bijvoorbeeld door het raadplegen van de bouwtekeningen. In eerste instantie is het doel inzicht te krijgen in de archeologische waarden van het plangebied. Het gaat hierbij om de aard van de vindplaatsen, de ligging, de conserveringstoestand en het belang (is het behoudenswaardig en zo ja; is behoud mogelijk door planinpassing). Met het archeologisch onderzoek zijn vragen te beantwoorden met betrekking tot de historie van Rijswijk. De archeologische resten vormen immers een unieke bron van informatie. Er zijn geen andere mogelijkheden om aan deze gegevens te komen.

Op basis van de bekende gegevens over de historie van het havengebied en de omgeving moet rekening worden gehouden met twee niveaus waar archeologische resten te verwachten zijn. In het oudste en diepste niveau (A) is bewoning uit de Prehistorie mogelijk. In het jongste en hoogstgelegen niveau (B) zijn bewoningssporen van de Romeinse tijd en jonger te verwachten.

7.1

A. Niveau met resten uit de Prehistorie 7.1.1 Verwachting In de ondergrond ligt een landschap uit de Prehistorie. Het is een strandvlakte waar verspreid gelegen duinen in voorkomen. Een booronderzoek aan de Heuvelring toonde aan, dat vlakbij het plangebied een duin aanwezig is (catalogusnummer 5). In 1 boring werd op een diepte van 3,75 m - NAP duinzand aangeboord. Het is niet bekend hoe groot het duin is en op welke hoogte de bovenzijde van het duin ligt. Met uitzondering van de Landtong waar eerder een archeologisch booronderzoek plaatsvond en aanwijzingen voor een duin zijn verkregen (Koot en Raczynski-Henk 2014), ontbreekt deze informatie voor het Havengebied. Bij de keuze van vestigingsplaatsen waren dergelijke wat hoger gelegen plekken de meest aantrekkelijke bewoningsplaatsen. Dit oude kustlandschap ligt onder het Laagpakket van Walcheren en Hollandveen. De duintoppen kunnen geërodeerd zijn, waardoor het Laagpakket van Walcheren direct op het duin(top) ligt. De bewoningssporen zijn te verwachten vanaf ongeveer 2,8 m - NAP en dieper. 7.1.2 Maatregel Van de bouwplannen vormen diepgaande voorzieningen als een ondergrondse parkeergarage en kelders (liftschachten) de belangrijkste bedreigingen voor de duinen. Ter controle dienen er grondboringen te worden verricht. De boordichtheid moet voldoende zijn om vast te stellen dat er geen duinen aanwezig zijn. Tijdens het

Team Vergunningen, Monumentenzorg en Archeologie

25

booronderzoek moet gelet worden op bodemlagen met archeologische indicatoren en rekening gehouden worden met geërodeerde bodemlagen. Daardoor kunnen lagen (met indicatoren) verdwenen zijn, terwijl wel grondsporen aanwezig kunnen zijn. De boordichtheid wordt bepaald door het Bevoegd Gezag. Een groot deel van de Landtong is bebouwd of had bebouwing met kelders waardoor grondboringen daar niet mogelijk zijn of zin hebben. In het resterende deel van het gebied hebben grondboringen wel zin. Wanneer het booronderzoek geen duinen oplevert, dan is verder onderzoek naar dit niveau niet nodig. Een onderzoek met proefsleuven is overigens een betere onderzoeksmethode. Om praktische redenen (diepte, kosten, trefkans, huidig grondgebruik) is een booronderzoek een ‘next best’ oplossing.

7.2

B. Niveau met resten uit de Romeinse Tijd en jonger 7.2.1 Verwachting In de Romeinse Tijd was de regio dicht bewoond. Er was een ingericht landschap. Verspreid over het gebied lagen nederzettingen. De meeste nederzettingen bestonden uit één boerderij, maar er kwamen ook grotere nederzettingen voor. Tussen de nederzettingen was het landschap verkaveld. Net ten noorden van de het bedrijventerrein De Plaspoelpolder lag een belangrijke weg. Langs deze weg is de trefkans op bewoningssporen zeer groot. Het is niet bekend in hoeverre de zone vanaf de weg zich uitstrekt tot in het bedrijventerrein. Over de middeleeuwse bewoning is onvoldoende informatie beschikbaar. Over de wat jongere periode bestaan - spaarzaam - schriftelijke bronnen die echter geen aanwijzingen bevatten voor boerderijen of andere vormen van bebouwing. Uit de ontginningsperiode (elfde - twaalfde eeuw) zijn geen schriftelijke bronnen overgeleverd. Uit onderzoek is bekend dat van de elfde tot zeker in de vijftiende eeuw boerderijen diep in de polder stonden en later naar hoofdwegen zijn verplaatst (Koot 2008). De bewoningsresten uit de Romeinse Tijd en jonger bevinden zich in de toplaag van de kleiafzettingen behorend tot het Laagpakket van Walcheren. Dit niveau ligt onder de bouwvoor en eventuele recente ophogingslaag.

De diepte ten opzichte van het maaiveld is afhankelijk van de dikte van de bouwvoor en recente ophogingslagen. De kans op sporen uit de Romeinse Tijd en de Late Middeleeuwen in de bodem van het Havengebied is middelhoog. De middelhoge verwachting is gebaseerd op de verschillende archeologische vondsten in de directe omgeving van het Havengebied en de middeleeuwse steenplaats. Door de ligging van de steenbakkerij ‘de Steenplaets’ binnen het Havengebied zijn mogelijk resten van de steenbakkerij of bedrijfsafval als kuilen met misbaksels te verwachten. Er is maar weinig bekend over de productie van deze steenbakkerij. Het onderzoek van misbaksels kan hierin meer inzicht verschaffen. Resten van de bakovens en bedrijfsgebouwen zijn bij de aanleg van de haven en bedrijventerreinen mogelijk volledig verloren gegaan, maar kuilen met productieafval langs de rand en aan de buitenzijde van de voormalige Steenplaets zijn mogelijk nog wel aanwezig.

26

Rijswijkse Archeologische Rapporten

7.2.2 Maatregel Grondwerkzaamheden bij de sloop van de bestaande bebouwing, de aanleg van bouwputten, het aanleggen van diepriolen, etc. kunnen een bedreiging vormen voor bewoningssporen uit de Romeinse Tijd en jonger. De dikte van de ophogingslaag is bepalend voor de bedreiging van de archeologische resten. De resten van de Romeinse Tijd en jonger liggen direct onder de oude bouwvoor met jongere ophogingslagen. Door grondbewerking in het verleden zijn de Romeinse en middeleeuwse woonlagen in de bouwvoor opgenomen en daardoor verdwenen. Daarom is een booronderzoek ongeschikt om dergelijke woonplaatsen op te sporen. De nederzet tingen met bijbehorende verkavelingssystemen dienen te worden opgespoord met behulp van proefsleuven. De mate van verstoring van het bovenste niveau (A) is in verschillende delen van het Havengebied zodanig dat het aanleggen van proefsleuven geen zin meer heeft. Met een booronderzoek kan worden nagegaan of de mate van verstoring door de recente bouw en sloop van bedrijfspanden de aanleg van proefsleuven nog zinvol is.

Team Vergunningen, Monumentenzorg en Archeologie

27

8.

Conclusies en aanbevelingen Een archeologisch Inventariserend Veldonderzoek is nodig om meer inzicht te krijgen in de archeologische waarden van het plangebied. Hoe eerder dergelijke gegevens bekend zijn, des te beter er in de fase van planvoorbereiding rekening kan worden gehouden met archeologische resten. Het overheidsbeleid is gericht op het behoud van vindplaatsen. Het verdient dan ook de voorkeur om voorafgaand aan de planvoorbereiding de archeologische informatie ter beschikking te hebben. Het kan in latere fasen van de planvorming vertraging voorkomen als archeologische vindplaatsen alsnog in het plan moeten worden ingepast. Wanneer behoud van een (gedeelte van een) vindplaats niet mogelijk is, kan het archeologische onderzoek tijdig worden opgenomen in de planning en de begroting van de ontwikkelingswerkzaamheden. Voor het dieper in de ondergrond gelegen niveau A (Prehistorie) met resten uit de prehistorie is het opsporen van duinen door een booronderzoek de ‘next-best’ oplossing. Indien een duin wordt aangetroffen, is nader onderzoek nodig om vast te stellen of bewoningsporen aanwezig zijn. Op enkele locaties binnen het Havengebied heeft dit onderzoek weinig zin meer, namelijk waar in het verleden eerder graafwerk tot onder dit niveau is gegaan, bijvoorbeeld bij parkeergarages en de havenbekkens. Archeologie is altijd maatwerk.

Per sublocatie zal moeten worden nagegaan of archeologische onderzoek nodig is en zo ja, in wat voor vorm. Het direct onder de bouwvoor en ophogingslagen gelegen niveau B (Romeinse Tijd en jonger) is het opsporen van archeologische vindplaatsen door een proefsleuvenonderzoek de beste methode. Ook voor dit niveau geldt maatwerk: per sublocatie zal moeten worden nagegaan of archeologische onderzoek nodig is en zo ja, in wat voor vorm.

28

Rijswijkse Archeologische Rapporten

9.

Lijst afbeeldingen en tabellen Afbeelding 1 Afbeelding 2 Afbeelding 3 Afbeelding 4

Afbeelding 17 Afbeelding 18

Kaart van Nederland met positie Rijswijk Topografische kaart van Nederland met positie plangebied Het plangebied op een luchtfoto uit 2017 Het plangebied en het onderzoeksgebied op de huidige topografische kaart Het plangebied op de huidige topografische kaart Blik vanaf de Handelskade over de noordelijke havenarm Bedrijfspanden op de hoek Steenplaetsstraat-Koopmansstraat Het gebouw van voorheen de Sijthoff Pers op de hoek Limpergstraat-Van Benthemlaan Uitsnede uit de Archeologische Waardenkaart, kaartlaag Neolithicum, Brons- en IJzertijd. Uitsnede uit de Archeologische waardenkaart, kaartlaag Romeinse Tijd en Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd. Een groot deel van de Landtong heeft geen archeologische waarde meer De opgraving van het grafveld Ypenburg Het onderzoeksgebied gebied op de geologische kaart van Rijswijk De reconstructie van een Romeinse boerderij bij Rijswijk-De Bult. Het plangebied op de kaart van Kruikius uit 1712 Het plangebied op de kaarten uit resp.1812, 1920, 1930, 1956, 1969 en 2000 De Steenplaetsbrug, die toegang geeft tot het plangebied Overzicht van de archeologische vindplaatsen in het plangebied

Tabel 1

Overzicht vindplaatsen in de omgeving van het plangebied

Afbeelding 5 Afbeelding 6 Afbeelding 7 Afbeelding 8 Afbeelding 9 Afbeelding 10 Afbeelding 11 Afbeelding 12 Afbeelding 13 Afbeelding 14 Afbeelding 15 Afbeelding 16

Team Vergunningen, Monumentenzorg en Archeologie

29

10. Literatuurlijst Bottema 1989 J.C. Bottema, In Rijswijks vaarwater. Acht eeuwen bedrijvigheid op en langs de Vliet, Rijswijkse Historische Reeks, 4, 1989. Van Breugel 1993 A. van Breugel, Het dorp voorbij. Honderd jaar stedenbouw en architectuur in Rijswijk, Rijswijkse Historische Reeks 10, 1993. Briels 2013 I.R.P.M. Briels, Plangebied European Patent Office in Rijswijk Gemeente Rijswijk. Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (proefsleuven). RAAP-RAPPORT 2679, 2013. Dorenbos, Holthausen en Koot 2009 O. Dorenbos, O. Holthausen en J.M. Koot, Langs de Sir Winston Churchilllaan. Archeologisch onderzoek naar aanleiding van de toevallige vondst van een Romeinse mijlpaal, Rijswijkse Archeologische Rapporten, nummer 22, december 2009. Gutjahr 2002 C.C.M. Gutjahr, Het verdronken land, geërodeerd en opgevuld Laat Pleistoceen landschap van Zuid-Holland, Archeologische Werkgroep Rijswijk, 2002. Holthausen en Vos 2008 O. Holthausen en P.C. Vos, Inventariserend Veldonderzoek Johan Braakensieklaan, Rijswijkse Archeologische Rapporten 17, maart 2008. Koot 1995 J.M. Koot, Treubstraat, Archeologische kroniek van Rijswijk 1993-1994, Historische Vereniging Rijswijk Jaarboek 1995, 1995, 123-136, hierin: 132-134. Koot 2008 H. Koot, Opgegraven! Archeologisch onderzoek in Rijswijk, Rijswijkse Serie, 13, 2008. Koot, Bruning en Houkes 2008 J.M. Koot, L. Bruning en R.A.

Houkes, Ypenburg-locatie 4, Een nederzetting met grafveld uit het Midden-Neolithicum in het West-Nederlandse kustgebied, 2008. Koot en Raczynski Henk 2014 J.M. Koot en Y. Raczynski-Henk, De Landtong in de Plaspoelpolder te Rijswijk. Een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, Rijswijkse Archeologische Rapporten, 49, 2014. Lambregts, Louw, Romein en Konings, 2003 B. Lambregts, E. Louw, A. Romein en R. Konings (redactie), 50 jaar Industrieschap Plaspoelpolder. Van broedplaats voor Haagse ondernemingen tot economische spil van randstedelijke agglomeratie, 2003. NN, Vaarwegen in Nederland, (editie april 2015), http://wsv.wsvdegors.nl/wp-content/uploads/2015/05/Vaarwegen-inNederland_201504.pdf Geraadpleegd 13 juli 2019.

30

Rijswijkse Archeologische Rapporten

Vos, Rieffe en Bulten 2007 Vos, P.C., E.C. Rieffe & E.E.B. Bulten, Nieuwe geologische kaart van Den Haag en Rijswijk, Den Haag, 2007. Waasdorp 2003 J.A. Waasdorp. IIII M.O. naar M.A.C. Romeinse mijlpalen en wegen (red. V.L.C. Kersing), Haagse Oudheidkundige Publicaties, 8, 2003.

Team Vergunningen, Monumentenzorg en Archeologie

31

Bijlage 1

Verklaring lithostratigrafische laageenheden

Nieuwe terminologie

Oude terminologie

Formatie van Naaldwijk

Westland Formatie

Laagpakket van Schoorl

Beschrijving

Duinzanden

Laag van Den Haag

Jonge Duinen

Duinzanden aan de kust, met vaak grillig en relatief groot reliëf

Laag van Voorburg

Oude Duinen

Duinzanden in de vorm van doorlopende strandwallen, met een relatief klein reliëf

Laag van Ypenburg

Oude duinen

Kleine zandduinen, die geïsoleerd voorkomen op de Laag van Rijswijk/Laagpakket van Wormer

Laagpakket van Zandvoort Laag van Rijswijk

Strandzanden; strandoverslag zanden/washovers Strandzanden

Laagpakket van Walcheren

Relatief grove, vaak schelphoudende mariene zanden, die voorkomen op (en zeewaarts van) het Laagpakket van Wormer

Afzetting van Duinkerke

Laag van Poeldijk

Afzetting van Duinkerke II/III

De aan het maaiveld voorkomende Middeleeuwse en post-Middeleeuwse kleilaag; vaak een zware kalkloze klei (de ‘deklaag’).

Gantel Laag

Afzetting van Duinkerke I

Mariene afzettingen (zanden en kleien) op de hoofd Hollandveenlaag, en behorende bij het Gantel getijdegeulsysteem

Laagpakket van Wormer Wormer afzettingen, ongedifferentieerd

Afzetting van Calais Afzettingen van Calais, ongedifferentieerd

Alle mariene getijde afzettingen, zand en klei (veelal grijs) onder de hoofd Hollandveenlaag

Hollandveen

Hollandveenlagen, ongedifferentieerd; alle voorkomende Holocene veenlagen

Formatie van Nieuwkoop Hollandveenpakket

32

Rijswijkse Archeologische Rapporten

Bijlage 2 Tijdbalk

Team Vergunningen, Monumentenzorg en Archeologie

33

Colofon

Correspondentieadres: Gemeente Rijswijk Domein Ruimtelijke Ontwikkelingen Team Vergunningen, Monumentenzorg en Archeologie Postbus 5305 2280 HH Rijswijk Tel: (070) 326 1973 E-mail: archeologie@rijswijk.nl Bezoekadres: Stadhuis Rijswijk Bogaardplein 15 2285 DP Rijswijk

Rijswijkse Archeologische Rapporten, nummer 68, juli 2019 Titel: Het Havengebied van Rijswijk (Z-H). Een archeologisch bureauonderzoek Auteur: J.M. Koot Afbeeldingen, tenzij anders vermeld: A. Bleeker ISBN/EAN 9789086810680: Authorisatie:

J. Lanzing

N. Huijbregts

senior-archeoloog

Teammanager Vergunningen, Monumentenzorg en Archeologie namens het Bevoegd Gezag

© Copyright Gemeente Rijswijk De gemeente Rijswijk aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van resultaten van dit onderzoek of de toepassing van

42

bestemmingsplan "De Havenmeester" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

43

Bijlage 2 Onderzoek luchtkwaliteit Havenkwartier

bestemmingsplan "De Havenmeester" Toelichting c.q. Regels vastgesteld

Havenkwartier, Rijswijk Luchtkwaliteitsonderzoek

projectnummer 0454512.100 definitief revisie 03 2 april 2021

Havenkwartier, Rijswijk Luchtkwaliteitsonderzoek

projectnummer 0454512.100 definitief revisie 03 2 april 2021

Auteur I.R. Sedee

Opdrachtgever Gemeente Rijswijk Bogaardplein 15 2284 DP RIJSWIJK

datum vrijgave 02-04-21

beschrijving revisie 03 definitief

gecontroleerd R.J. Last, MSc

vrijgave drs. T. Artz

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3

Situatiebeschrijving Doel van het onderzoek Leeswijzer

1 2 2

2

Wettelijk kader

3

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Grenswaarden Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 Toepasbaarheidsbeginsel en blootstellingscriterium Actieplan luchtkwaliteit gemeente Rijswijk Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)

3 4 4 5 5

3

Uitgangspunten voor het onderzoek

6

3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.3.1 3.4 3.5 3.6

Onderzochte situaties Aanwezige bedrijven referentie- en plansituatie Emissies bedrijven Modellering emissies Verkeer Invoergegevens Rekenprogramma Overige invoergegevens Wijze van beoordeling

6 6 7 8 8 9 10 10 11

4

Resultaten en beoordeling

12

4.1 4.2 4.3 4.4

Stikstofdioxide (NO2) Fijn stof (PM10) Fijn stof (PM2,5) Overige luchtverontreinigende stoffen

12 13 14 14

5

Conclusie

15

Bijlage 1 : Invoergegevens Bijlage 2 : Beoordelingspunten Bijlage 3 : Resultaten

Havenkwartier, Rijswijk Luchtkwaliteitsonderzoek projectnummer 0454512.100 2 april 2021 revisie 03 Gemeente Rijswijk

1

Inleiding De gemeente Rijswijk is voornemens het Havenkwartier te Rijswijk te transformeren naar een gemengd woon/werk gebied bestemd voor 2.500 woningen en 100.000 m2 bedrijvigheid. In het kader van deze transformatie is door Antea Group een luchtkwaliteitonderzoek uitgevoerd.

1.1

Situatiebeschrijving In het huidige programma bestaat het gebied voornamelijk uit bedrijven en kantoren. Het totale gebied betreft circa 18 hectare. In het voorgenomen uiteindelijke programma wordt er ruimte geboden aan circa 2.500 woningen. De bestemming kantoren (op dit moment 20.000 m2) wordt geschrapt. De bestemming bedrijven (op dit moment 100.000 m2) wordt gehandhaafd ofwel teruggebracht. De beoogde situatie bevat dus geen kantoren en maximaal 100.000 m2 bedrijvigheid. Hierbij wordt milieucategorie 4 verlaagd naar 3.2/3.1. In onderstaande figuur is de locatie van het Havenkwartier weergegeven. Het onderzoeksgebied betreft het gehele plangebied met de daarbij aansluitende wegvakken waar sprake is van een relevante toe- of afname van het verkeer.

Figuur 1.1: Locatie Havenkwartier te Rijswijk

Blad 1 van 15

Havenkwartier, Rijswijk Luchtkwaliteitsonderzoek projectnummer 0454512.100 2 april 2021 revisie 03 Gemeente Rijswijk

1.2

Doel van het onderzoek Het doel van het luchtkwaliteitsonderzoek is om de effecten van de voorgenomen ontwikkeling van de locatie Havenkwartier op het milieu in beeld te brengen en deze een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over het project Havenkwartier. Een tweede doel van het onderzoek is het toetsen van het project aan vigerende regelgeving en beleid op het gebied van luchtkwaliteit en om te beoordelen of het project haalbaar is binnen de wettelijke en beleidsmatige kaders.

1.3

Leeswijzer In dit rapport wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op het wettelijk kader wat aan dit onderzoek ten grondslag ligt. Vervolgens worden de gehanteerde uitgangspunten in hoofdstuk 3 besproken. De resultaten en de bijbehorende beoordeling is opgenomen in hoofdstuk 4 waarna de conclusie is opgenomen in hoofdstuk 5.

Blad 2 van 15

Havenkwartier, Rijswijk Luchtkwaliteitsonderzoek projectnummer 0454512.100 2 april 2021 revisie 03 Gemeente Rijswijk

2

Wettelijk kader De belangrijkste wet- en regelgeving voor het milieuaspect luchtkwaliteit is vastgelegd in ‘Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen’ van de Wet milieubeheer (Wm). In artikel 5.16, lid 1 van de Wm is bepaald dat bestuursorganen een besluit, dat gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, kunnen nemen wanneer aannemelijk is dat aan één of meer van onderstaande grondslagen wordt voldaan: a. b. c. d.

Er wordt voldaan aan de in bijlage 2 van de Wm opgenomen grenswaarden; Het besluit leidt (per saldo) niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; Het besluit draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10); Het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (ook wel NSL genoemd).

Specifieke uitvoeringsregels zijn vastgelegd in besluiten (AMvB’s) en ministeriële regelingen. Het gaat daarbij onder meer om het Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen, de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 en het Besluit gevoelige bestemmingen.

2.1

Grenswaarden In samenhang met Titel 5.2 zijn de (Europese) grenswaarden voor de concentraties van luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht vastgelegd in bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Deze grenswaarden zijn gericht op de bescherming van de gezondheid van mensen. In onderstaande tabel zijn de grenswaarden weergegeven. Tabel 2.1: Vastgestelde grenswaarden (concentraties in µg/m3) Stof

Soort Concentratie Aantal overschrijdingen jaargemiddelde 40 Fijn stof (PM10) 24-uursgemiddelde 50 35 Fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde 25 jaargemiddelde 40 Stikstofdioxide (NO2) uurgemiddelde* 200 18 Koolmonoxide (CO) 8-uurgemiddelde 10.000 Lood (Pb) jaargemiddelde 0,5 24-uursgemiddelde 125 3 Zwaveldioxide (SO2) uurgemiddelde 350 24 Benzeen (C6H6) jaargemiddelde 5 * grenswaarde van toepassing bij wegen waarvan ten minste 40.000 motorvoertuigen per etmaal gebruik maken

Voor de beoordeling van de luchtkwaliteit zijn de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) maatgevend. Voor deze stoffen is de kans het grootste dat de bijbehorende grenswaarden worden overschreden. Overschrijding van de grenswaarde voor de uurgemiddelde concentratie NO2 (200 µg/m3) is, in relatie tot wegverkeer, redelijkerwijs uitgesloten. Dergelijke hoge concentraties doen zich niet voor langs wegen en uit metingen over een periode van 10 jaar blijkt dat overschrijding van de uurnorm voor NO2 niet meer aan de orde is1.

1

Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Handreiking rekenen aan luchtkwaliteit (actualisatie 2011), juni 2011

Blad 3 van 15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=5d581016-5024-41f5-877d-3d47df7275f7