Bijlage a Taalbeleidsplan 2022 Het start met Taal
Tekst van het document
Het start met Taal Taalbeleidsplan Gemeente Rijswijk
Voorwoord De titel van dit beleidsplan zegt het al: het begint allemaal met taal. En zo is dat! Zonder taal kun je niet genoeg en niet gelijkwaardig meedoen in de samenleving. Helaas is het nog altijd een realiteit dat er Rijswijkers zijn die niet of niet genoeg kunnen lezen of schrijven. Dit brengt een aantal problemen met zich mee als het gaat om de zelfstandigheid van mensen. Zo kunnen eenzaamheid en sociale economische achterstand om de hoek komen kijken. Stel u voor dat u de prijskaartjes in de winkel niet kunt aflezen. Dat zou betekenen dat u altijd iemand bij u zou moeten hebben om uw boodschappen te kunnen doen. Die afhankelijkheid zorgt er ook voor dat een persoon niet verder komt in de maatschappij. Zo ook kunt u niet in de stoel bij de huisarts uitleggen wat u daadwerkelijk mankeert. Dat is zorgelijk, erger nog, dat kan een verschil uitmaken in de behandeling die u krijgt. Er zijn nog te veel inwoners die de taal door welke reden dan ook niet genoeg machtig zijn. Ik vind het erg belangrijk dat we iedereen die dat nodig heeft, begeleiding in taal krijgt en pakt. We zorgen in Rijswijk ervoor dat ook deze groep actief deel kan uitmaken van onze samenleving. Daarnaast hebben we ook inwoners die de taal tamelijk machtig zijn maar die het lastig vinden om praktische digitale handelingen te verrichten.
In ons nieuwe taalbeleidsplan ligt de focus daarom op maatwerk en bieden we het aanbod zo dicht mogelijk aan in de wijken, zoals scholen, buurtcentra, sportverenigingen maar ook bij werkgevers. Door te werken aan taalontwikkeling kunnen we met z’n allen kansenongelijkheid tegengaan en ervoor zorgen dat mensen zelfredzaam blijven. Misschien is de link niet meteen gelegd maar wanneer een persoon zelfredzaam is, wordt die ook weerbaar voor uitdagingen zoals gezondheidsproblemen, werkloosheid. Bij elkaar opgeteld kunnen we daarom maatschappelijke kosten terugdringen die door dergelijke factoren kunnen worden veroorzaakt. Uitvoering geven aan ons taalbeleid doen we niet alleen. Samen met de samenwerkende partners spannen we ons in om het probleem van laaggeletterdheid aan te pakken, op de kaart te zetten en de bekendheid van het taalaanbod te vergroten. Vele activiteiten in de uitvoering dragen daaraan bij. In het bijzonder wil ik inzoomen op het Taalhuis dat in 2016 is opgericht. Het Taalhuis in de bibliotheek aan de Vliet is een centrale plek waar iedereen terecht kan met vragen over taal, taalcursussen of taalaanbod. Jaarlijks vinden rond de 550 mensen hun weg naar de spreekuren van het Taalhuis. Dat is een mooie prestatie. Ik hoop ten zeerste dat we met dit nieuwe taalbeleidsplan verder koers kunnen maken en wil daarom iedereen bedanken die daaraan heeft kunnen bijdragen.
Johanna Besteman Wethouder Wonen, Welzijn, Cultuur & Onderwijs
2
Inhoudsopgave
Voorwoord ............................................................................................................................................... 2 Inleiding ................................................................................................................................................... 4 Visie ......................................................................................................................................................... 5 Ambitie ..................................................................................................................................................... 5 Terugblik vorige beleidsperiode .............................................................................................................. 6 Doelen en doelgroepen ........................................................................................................................... 9 Doelen .................................................................................................................................................. 9 Doelgroepen ...................................................................................................................................... 10 Uitvoering...............................................................................................................................................
11 Taalhuis.............................................................................................................................................. 11 Taalketen ........................................................................................................................................... 11 Taalaanbod en Taalmaatjes .............................................................................................................. 12 Trainingen, toeleiding en bewustwordingsactiviteiten ....................................................................... 13 Overige activiteiten ............................................................................................................................ 13 Resultaten en monitoring....................................................................................................................... 15 Financiën ............................................................................................................................................... 17 Begrippenlijst ......................................................................................................................................... 18
3
Inleiding In Nederland zijn 2,5 miljoen volwassenen laaggeletterd. Dat betekent, dat ze moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen. Vaak hebben zij ook beperkte digitale vaardigheden: omgaan met een computer of een mobiele telefoon is lastig. Niet goed kunnen lezen, schrijven en/of rekenen heeft grote gevolgen voor onze samenleving.1 Om mee te kunnen doen in de maatschappij is een beheersing van deze basisvaardigheden belangrijk. We spreken in dit kader van de talige basisvaardigheden: • • • •
lezen schrijven rekenen digitale vaardigheden
Deze vaardigheden heeft iedere inwoner van Rijswijk nodig om alledaagse handelingen uit te voeren. In Rijswijk zijn circa 5.500 volwassen inwoners laaggeletterd. Zij ondervinden problemen bij allerlei onderdelen van hun dagelijkse leven: boodschappen doen, bezoek aan de dokter, reizen met het openbaar vervoer, lezen van recepten, begeleiden van hun kind tijdens schoolopdrachten, omgaan met geld en het bijhouden van de financiële administratie, een computer gebruiken, op hun werk en bij het vinden van werk. Deze inwoners zijn minder zelfredzaam en minder sociaal actief. Zij hebben daardoor een grotere kans op eenzaamheid. Laaggeletterdheid komt voor in alle lagen van de bevolking en in alle wijken. Laaggeletterden zijn een dynamische doelgroep, bestaande uit jongeren, ouderen, Nederlanders met Nederlands als eerste taal (NT1) en Nederlanders met een migratieachtergrond met Nederlands als tweede taal (NT2), met of zonder startkwalificatie, hoog- en laagopgeleid, werkend en niet-werkend. Laaggeletterdheid kost de Nederlandse samenleving 1,13 miljard euro per jaar.2 Dat geld wordt onder andere uitgegeven aan uitkeringen, schuldhulpverleningstrajecten, extra zorg en lagere winst. Om dat aan te pakken zetten gemeenten in Nederland in op het voorkomen van laaggeletterdheid en het ondersteunen van mensen die laaggeletterd zijn.
Deze wettelijke taak ligt bij de gemeente en is vastgelegd in de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB). In Rijswijk hebben we al jaren aandacht voor het voorkomen en bestrijden van laaggeletterdheid. Dit op basis van onder meer de vorige beleidsnota Actieplan Taal in Rijswijk uit 2016. Maar ook vanuit het (gemeentelijke) onderwijsachterstandenbeleid, waar we inzetten op het voorkomen en terugdringen van achterstand in, met name, de Nederlandse taal bij (jonge) kinderen en hun ouders. Ook is er op 20 april 2021 een Regionaal Programma Laaggeletterdheid 2021-2024 vastgesteld. Voorliggend taalbeleidsplan is de lokale vertaling van het Regionaal Programma Laaggeletterdheid 2021-2024 van de vijf gemeenten in de arbeidsmarktregio Haaglanden: Delft, Den Haag, MiddenDelfland, Rijswijk en Westland. In dit beleidsplan geven we aan wat de lokale ambitie van Gemeente Rijswijk is en waarop we ons de komende jaren richten om ervoor te zorgen dat iedere inwoner van Rijswijk naar vermogen kan meedoen en kan blíjven meedoen. We blijven, samen met onze partners, een laagdrempelig, vraag gerelateerd aanbod aan activiteiten organiseren en zorgen ervoor dat de taalvrager op een snelle en simpele manier wordt geholpen en wordt doorverwezen naar het juiste aanbod.
We handhaven de huidige activiteiten die hun meerwaarde hebben bewezen, maar versterken die ook waar dat nodig is en breiden zo nodig uit met extra en/of ander (nieuw te ontwikkelen) aanbod. We verstevigen de ketenaanpak en gaan (nog) steviger inzetten op de beschreven doelen en specifieke doelgroepen.
1
Een volwassene die laaggeletterd is, is geen analfabeet. Een laaggeletterde kan wel lezen en schrijven, alleen niet goed genoeg om helemaal mee te doen in de samenleving. 2 Bron: accountants- en adviesbureau PwC in opdracht van Stichting Lezen en Schrijven. 4
Visie Basisvaardigheden zijn een middel om inwoners, binnen de eigen mogelijkheden, mee te laten doen in de samenleving waardoor zij zo goed mogelijk kunnen wonen, werken en leven. Inwoners gaan hierbij op een goede manier om met geld, gezondheid, opvoeding, werk en vrije tijd. De vijf gemeenten in de arbeidsmarktregio Haaglanden hebben het Regionaal Programma Laaggeletterdheid 2021-2024 opgesteld en bekrachtigd. In het programma hebben de gemeenten bovenstaande visie gezamenlijk bepaald.
Ambitie De vraag van de inwoner staat centraal. Kansenongelijkheid wordt tegengegaan en zelfredzaamheid bevordert. Het taalaanbod is een middel om, binnen de eigen mogelijkheden, mee te kunnen doen in de maatschappij.
Wij zoeken aansluiting bij de visie uit het regionale programma en voegen daar voor Rijswijk aan toe, dat het in het bijzonder gaat om de basisvaardigheden: lezen, schrijven, rekenen en digitale/online vaardigheden. Daarbij staat niet het bestaande taalaanbod centraal, maar de vraag van de inwoners. Taalaanbod is immers het middel om voor ieder individu, binnen de eigen mogelijkheden, mee te kunnen doen in de maatschappij. Daarbij vinden we het van belang dat kansenongelijkheid wordt tegengegaan. Door invulling te geven aan de visie en ambitie versterken we niet alleen de zelfredzaamheid van inwoners, maar dringen we ook maatschappelijke kosten terug die we als samenleving maken als gevolg van gezondheidsproblemen, schulden, werkloosheid en door beperkte basisvaardigheden onder laaggeletterden. We zoeken naar mogelijkheden om het bestaande en te ontwikkelen taalaanbod zoveel mogelijk in de samenleving zelf te organiseren, zoals bij scholen, buurtcentra, sportverenigingen en werkgevers. Niet het aanbod, maar de inwoner en zijn behoefte staan immers centraal. Maatwerk Het verbeteren van de basisvaardigheden vraagt om maatwerk. Iedere inwoner heeft een eigen behoefte en een eigen ontwikkelperspectief. Voor een groot deel van de inwoners met een lage taalvaardigheid geldt namelijk dat de problemen helemaal niet zo groot zijn.
Deze inwoners hebben op sommige onderdelen wel basisvaardigheden, maar missen op andere onderdelen net dat niveau om praktische handelingen te verrichten zoals het invullen van formulieren, te communiceren via social media en internet of het aanmelden voor cursussen en opleidingen. We benaderen deze groep vanuit de leervraag die zij hebben. Waarbij het in de basis uiteindelijk niet gaat om verwerving van de taal of andere basisvaardigheden op zich, maar juist om hetgeen zij kunnen nadat er taalverwerving heeft plaatsgevonden. Het aanbod wordt zo om de leervraag en leerdoelen heen gebouwd.
5
Terugblik vorige beleidsperiode Met ingang van 2015 vond er een wijziging plaats van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB). Deze maakte dat het budget voor volwasseneneducatie is losgeknipt van het gemeentelijke Participatiebudget (voor re-integratie, inburgeringsvoorzieningen en volwasseneneducatie). Vanaf 2015 worden de educatiegelden op regionaal niveau toegekend aan de centrumgemeente Den Haag. In samenspraak met de andere gemeenten binnen de arbeidsmarktregio Haaglanden wordt besloten over de besteding van het regionale budget. Deze samenwerking was niet geheel nieuw. Sinds 2013 werkte de gemeente Rijswijk al met de gemeenten Delft, Midden-Delfland en Pijnacker-Nootdorp samen bij de inkoop van het taalaanbod bij de Taalplusschool van het ROC Mondriaan. Taalplusschool Het aanbod aan cursussen volwasseneneducatie bij de Taalplusschool is gericht op het verbeteren van de Nederlandse taal en rekenen met gebruik van alledaagse digitale middelen voor volwassen laaggeletterden (NT1-ers), analfabeten en niet- inburgeringsplichtigen die de beheersing van het Nederlands als tweede taal willen verbeteren (NT2-ers). Er zijn diverse cursussen voor NT1-ers (Nederlandse taal en rekenen gericht op niveau 1F en 2F), NT2-ers (alfabetisering (A0-A1) en niveau-verhoging (A1-A2 en A2-B1). Daarnaast zijn er mogelijkheden om, in overleg, lokale accenten te leggen.
De cursisten uit Rijswijk volgen hun lessen op de locatie Brasserskade in Delft. Jaarlijks volgen ongeveer 140 mensen uit Rijswijk één van deze cursussen. In 2020 waren de Rijswijkse deelnemers afkomstig uit 40 verschillende landen. Binnen het regionale budget is er jaarlijks circa € 220.000,-- beschikbaar voor de uitvoering van deze cursussen voor Rijswijkse inwoners. De tevredenheid over het cursusaanbod van de Taalplusschool is hoog. Zowel bij de deelnemers die een tevredenheidscijfer van een 9,1 geven, als bij de opdrachtgevers. Regionale wervingscampagne “Doe Weer Mee!” Daarnaast wordt er jarenlang binnen de regio Haaglanden samengewerkt in de wervingscampagne “Doe Weer Mee!”. In deze campagne staat de aanpak van laaggeletterdheid centraal met als doel om zoveel mogelijk laaggeletterden in de regio aan te moedigen een taal/rekencursus te volgen, de bewustwording van het bestaan van laaggeletterdheid te vergroten en het taboe eromheen te doorbreken. Dit gebeurt onder andere door aanwezig te zijn op verschillende manifestaties zoals informatiemarkten, het voeren van ludieke acties en het zoeken naar publiciteit. “Doe Weer Mee!” heeft goede contacten met de vindplaatsen van laaggeletterden. Een krachtig middel in de campagne is de inzet van Taalambassadeurs.
Dit zijn (ex)cursisten die zich inzetten voor het toeleiden van lotgenoten naar een cursus en het doorbreken van het taboe. Zij kunnen openhartig vertellen over hun eigen ervaringen als laaggeletterde. “Doe Weer Mee!” werft en begeleidt deze Taalambassadeurs en ze worden regelmatig ingezet bij de activiteiten van “Doe Weer Mee!”. Zij worden ook gevraagd advies te geven over bijvoorbeeld de leesbaarheid van informatie en communicatiemateriaal. De wervingscampagne wordt begeleid en gefinancierd door de samenwerkende gemeenten. De verdeling van de kosten is gebaseerd op de verdeling van het WEB-budget, maar wordt betaald uit eigen gemeentelijke middelen. De gemeente Rijswijk draagt ongeveer 5% van de kosten; rond de € 4.500,--. Taalketen Eind 2015 zijn de lokale partners die zich bezighouden met taal en/of die veel in aanraking komen met laaggeletterde inwoners, op initiatief van de gemeente, gestart met een Taalketen overleg. Doel van dit overleg is het zorgen voor goede informatie over het taalaanbod, het afstemmen van dit aanbod, het bespreken van geconstateerde knelpunten en de mogelijke oplossingen om deze knelpunten tegen te gaan.
In het Taalketen overleg zitten vertegenwoordigers van Welzijn Rijswijk, Bibliotheek aan de Vliet, het Werkgevers Service Punt (WSP), Sociaal Wijkteam, “Doe Weer Mee!“, Taalplusschool, Stichting Lezen en Schrijven en Kinderopvang Morgen (in hun rol als aanbieder van de Voorschoolse Educatie
6
en hun contacten met de ouders). In 2020 is het Taalketen overleg uitgebreid met de commerciële taalaanbieders in Rijswijk. Convenant samenwerking en Taalhuis Deze samenwerking in de Taalketen is in april 2016 geformaliseerd in een convenant en de oprichting van het Taalhuis. Het Taalhuis is een centrale plek waar Rijswijkse inwoners, organisaties of werkgevers antwoord kunnen krijgen op een vraag over taal, taalcursussen of taalaanbod. Het Taalhuis is heel laagdrempelig. Onder leiding van de Taalhuiscoördinator verwijzen opgeleide taalvrijwilligers de vraagstellers (warm) door naar bijvoorbeeld het cursusaanbod of een Taalmaatje. In het convenant staan de taken en verantwoordelijkheden van elke partner ten aanzien van de samenwerking en de uitvoering van het Taalhuis benoemd. Het Taalhuis is fysiek gesitueerd in de bibliotheek en de Taalhuiscoördinator is in dienst van Bibliotheek aan de Vliet. Naast de spreekuren van het Taalhuis in de bibliotheek waar iedereen met een taalvraag terecht kan, houdt een medewerker van het Taalhuis sinds 2018 ook een spreekuur op het WSP. Consulenten van het WSP kunnen tijdens het spreekuur op het WSP snel informatie inwinnen of hun cliënten warm en laagdrempelig doorverwijzen. Jaarlijks vinden rond de 550 taalvragers hun weg naar de spreekuren van het Taalhuis.
Vaste activiteiten Naast de spreekuren organiseren de samenwerkende partners en het Taalhuis een aantal vaste activiteiten om laaggeletterden te ondersteunen. Leesclub Zo vindt tijdens het eerste uur van het spreekuur de Leesclub plaats. Tweemaal per week hebben taalvragers (bezoekers die willen werken aan hun taalvaardigheid) de mogelijkheid om tijdens de leesclub één uur aan hun leesvaardigheid te werken. Er wordt een eenvoudig boek uit de speciale Taalhuiscollectie bij de bibliotheek of de Startkrant gelezen. Aan de hand van de gelezen tekst gaat men, onder leiding van de taalhuisvrijwilliger, hierover in gesprek. De leesclub wordt door vijf tot tien mensen per keer bezocht. Taalcafé Tweemaal per maand vindt er een Taalcafé plaats, éénmaal georganiseerd door het Taalhuis en éénmaal georganiseerd door Welzijn Rijswijk. Bij het taalcafé kan iedereen terecht die de Nederlandse taal beter wil leren spreken. Iedere bijeenkomst staat onder leiding van de taalcafévrijwilliger en komt er een thema aan bod waarover men in gesprek kan gaan, bijvoorbeeld gezondheidszorg, onderwijs en Nederlandse cultuur. Over de te bespreken onderwerpen bij de taalcafés vindt onderling afstemming plaats tussen de Taalhuiscoördinator en Welzijn Rijswijk.
De focus van het taalcafé is dat het een ontmoetingsplek is waar Nederlands- en anderstaligen op een prettige en informele manier kunnen oefenen met het spreken van en luisteren naar de Nederlandse taal. De Taalcafés trekken rond de 40 bezoekers per keer. Welzijn Rijswijk Welzijn Rijswijk organiseert wekelijks, met name voor NT2-ers en inburgeraars, ook een taalspreekuur. Bewoners worden hier ondersteund met bijvoorbeeld het invullen van formulieren en/of andere (taal)hulpvragen waar ze zelf niet uit komen. Daarnaast bieden zij taallessen aan voor ondersteuning met alfabetisering, conversatie en oefenen voor het inburgeringsexamen. Er is ook een mogelijkheid voor taalles voor NT1-ers, onder leiding van een speciaal opgeleide docent. Aan de taallessen voor NT2-ers en inburgeraars nemen gemiddeld 80 cursisten deel, aan de taallessen voor de NT1-ers 5 cursisten. Taalmaatjes Bij Welzijn Rijswijk is ook de werving, opleiding, coördinatie en begeleiding van de Taalmaatjes ondergebracht. Een Taalmaatje biedt een jaar lang individuele taalondersteuning aan een taalvrager die de Nederlandse taal in de praktijk wil oefenen en vormen samen een “taalkoppel”. Er wordt éénmaal per week afgesproken door het taalkoppel. De Taalmaatjes zijn een groot succes, de vraag ernaar neemt de laatste jaren fors toe. Op dit moment zijn er 100 taalkoppels actief, maar de vraag is groter.
Er staan op dit moment 30 taalvragers op de wachtlijst.
7
Bewustwording en bekendheid taalaanbod Als laatste spannen de samenwerkende partners zich in om het probleem van laaggeletterdheid op de kaart te zetten en de bekendheid van het taalaanbod te vergroten. Zo is er een speciale pagina op de gemeentelijke website gecreëerd “Taal in Rijswijk”, is er in 2017 een Taalproeverij in de bibliotheek georganiseerd. In 2018 was er een Taalproeverij in de Bogaard en hebben de partners van het Taalketen overleg tijdens het Strandwalfestival van 2019 gezamenlijk het aanbod onder de aandacht gebracht.
8
Doelen en doelgroepen De visie om inwoners, binnen de eigen mogelijkheden, mee te kunnen laten doen in Rijswijk door hun basisvaardigheden te behouden of te vergroten, leidt ertoe dat inwoners: • • • • • • • • •
mee kunnen doen met activiteiten in hun omgeving; communicatie vanuit de gemeente en andere overheden begrijpen; zich onderdeel voelen van en mee kunnen doen met de samenleving; weten hoe ze er een gezonde levensstijl op kunnen nahouden en wat te doen bij ziekte; de tijd en ruimte hebben om hun kinderen goed op te voeden; verstandige keuzes kunnen maken als het om geld gaat; weten wanneer het goed is om hulp te vragen en waar ze terecht kunnen met hun vragen over geld, gezondheid, opvoeding, werk en vrije tijd; mee kunnen komen met technologische ontwikkelingen; op een goede en veilige manier hun werk kunnen uitvoeren.
Doelen Uit bovenstaande volgen vier doelen. 1. We helpen de eigen kracht van inwoners te versterken We helpen inwoners bewust te zijn van hun eigen mogelijkheden. We stimuleren inwoners zichzelf te ontwikkelen en verwachten dat inwoners zich maximaal inzetten om mee te doen in de samenleving. Daar hoort ook bij, dat zij actief werken aan hun basisvaardigheid. Het welbevinden van inwoners groeit. Daarbij kan ondersteuning nodig zijn. We zoeken dan ook steeds de verbinding met arbeidsparticipatie, sociale inclusie en een gezonde leefstijl. 2. De geboden activiteiten worden van aanbod naar vraag gerelateerd. We ondersteunen inwoners dichtbij huis. Dat betekent dat we de taalondersteuning zoveel mogelijk proberen te organiseren in Rijswijk. Bijvoorbeeld in een wijkgebouw en/of in de bibliotheek. We sluiten aan op de leefwereld van inwoners. Daarbij vinden wij taal een belangrijk middel om te bereiken dat iedere inwoner kan meedoen. Een leven lang. Dat betekent, dat we goed luisteren naar de inwoners. Het aanbod van de partners in ons taalnetwerk wordt dan ook zoveel mogelijk afgestemd op de vraag van inwoners. Of dat nu om formeel (gericht op het behalen van een diploma) of non-formeel (gericht op taalverhoging) aanbod gaat. 3. Inwoners weten waar zij terecht kunnen voor ondersteuning Onze partners ontwikkelen aanbod dat is afgestemd op de vraag van inwoners.
We willen, dat inwoners de weg weten te vinden naar dat aanbod. Het is daarom belangrijk dat partners nauw samenwerken, hun aanbod op elkaar afstemmen en naar elkaar doorverwijzen als dat nodig is. Om dat te bereiken stemmen de partners met elkaar af in het Taalketen overleg. We ondersteunen de verdere ontwikkeling van de Taalketen. 4. We maken onze eigen dienstverlening toegankelijker en sluiten in onze communicatie (beter) aan op alle inwoners Veel inwoners hebben moeite met de brieven en e-mails die zij ontvangen van organisaties. Om het goede voorbeeld te geven zetten we in op toegankelijke dienstverlening. Wij doen dat door onze communicatie waar mogelijk te vereenvoudigen. Tegelijkertijd nodigen wij andere organisaties in Rijswijk uit om datzelfde te doen. Met onze partners streven we ernaar om met inwoners op B1-niveau te communiceren.
9
Daarnaast zetten wij in op digitaal burgerschap. Dit betekent dat wij inwoners helpen om hun weg te vinden in de digitale samenleving. Deze doelen sluiten aan op de doelen die in het regionaal programma zijn opgenomen: het verhogen van het bereik, de deelname aan de trajecten en de maatschappelijke zelfredzaamheid.
Doelgroepen In overleg met de taalketen partners kiezen we ervoor om enkele groepen van de circa 5.500 laaggeletterde Rijswijkse inwoners extra aandacht te geven. Wij sluiten hiervoor aan bij de bestaande inzet binnen het gemeentelijk beleid op het gebied van arbeidsparticipatie, armoedebestrijding, gezondheid en welzijn. Deze groepen zijn in elk geval (in willekeurige volgorde): •
Jongeren in de leeftijd van 18 tot 27 jaar
Uit onderzoek blijkt dat jongeren, zeker de meer kwetsbare jongeren, een grotere kans lopen om laaggeletterd te worden of te blijven en na hun schooltijd onvoldoende kunnen meekomen in de maatschappij. Om te voorkomen dat de druk op de voorzieningen oploopt, is het belangrijk om aandacht te besteden aan het moment waarop een jongere niet meer leerplichtig is en op eigen benen moet staan. •
Inwoners met een uitkering
De redenen dat inwoners een beroep moeten doen op een uitkering lopen uiteen. Eén van die redenen betreft de beperkte taalbeheersing waardoor het vinden van een (structurele) betaalde baan lastiger wordt. •
Werkenden zonder (aanvullende) uitkering
Hoewel laaggeletterdheid de deelname aan de maatschappij in de weg staat, hebben de meeste laaggeletterden betaald werk, zeker de NT1-ers. Het is lastig hen te vinden en/of te herkennen, omdat ze op het oog in voldoende mate functioneren. Het is moeilijk om hen te overtuigen van het nut van taalondersteuning, omdat ze het zelf lang niet altijd ervaren als een probleem. Ook schaamte speelt vaak een rol. Dat neemt niet weg dat we ook aandacht voor deze specifieke groep hebben, om hun, vaak meer kwetsbare, positie op de arbeidsmarkt te verbeteren. •
Kwetsbare groepen, zoals mensen in de schulden en verslaafden
Bij kwetsbare groepen gaat het om groepen die minder zelfredzaam zijn. Dit kan verschillende oorzaken hebben, zoals het hebben van schulden, verslavingsproblemen, problemen in de relationele sfeer met partner of gezin, een licht verstandelijke beperking, een probleem op een ander leefgebied of multi-problematiek. Een tekort aan basisvaardigheden helpt niet bij het overwinnen van problemen. Onderzoek wijst uit dat de mensen met verminderde zelfredzaamheid onevenredig vaak minder taalvaardig zijn.
10
Uitvoering We blijven, samen met onze partners, een laagdrempelig, vraag gerelateerd aanbod aan activiteiten organiseren zodat inwoners van Rijswijk aan hun basisvaardigheid kunnen werken. Daarnaast zorgen we ervoor dat mensen, organisaties en bedrijven met een taalvraag op een snelle en simpele manier worden geholpen, hun vragen beantwoord worden en zij verwezen worden naar het juiste taalaanbod. Mocht dit taalaanbod op dat moment nog niet beschikbaar zijn, bijvoorbeeld een wachtlijst, dan wordt er tegelijk gezocht naar alternatieve activiteiten waaraan iemand meteen kan deelnemen. Kortom, we handhaven de huidige activiteiten en versterken die waar dat nodig is. We verstevigen de keten aanpak en zetten (nog) steviger in op de beschreven doelen en specifieke doelgroepen en ontwikkelen, indien nodig, aanbod hiervoor.
Taalhuis We handhaven en verstevigen het Taalhuis als centrale, laagdrempelige ingang voor taalvragers. Het Taalhuis, dat fysiek gesitueerd is in de bibliotheek, heeft zich inmiddels ontwikkeld tot het informatiepunt voor vragen over taal en alles wat daarmee samenhangt. We zien het Taalhuis ook als spin in het web. Het Taalhuis staat het eerste in contact met professionals, vindplaatsen en maatschappelijke organisaties en stimuleert en verstevigt de samenwerking tussen de diverse partners. Ook de aansturing van de Taalketen geschiedt door een medewerker van het Taalhuis. Het Taalhuis krijgt de verantwoordelijkheid voor de monitoring van de resultaten die de samenwerkende partners in de taalketen behalen, rapporteert daarover aan de gemeente en doet, indien nodig, voorstellen voor bijsturing. Het Taalhuis en de samenwerkende partners vervullen een cruciale rol in het verwezenlijken van de ambities binnen het taalbeleid. Het convenant dat aan de samenwerking ten grondslag ligt wordt geactualiseerd. Het aantal uren dat op dit moment beschikbaar is voor de werkzaamheden ten behoeve van het Taalhuis is nog hetzelfde als bij de start in 2016, toen het Taalhuis vooral bestond uit een laagdrempelig informatiepunt.
In de loop van de tijd zijn aan dit informatiepunt diverse activiteiten toegevoegd, naambekendheid en gebruik van het informatiepunt vergroot, zijn er meer vrijwilligers gekomen, enz.; echter de coördinatie-uren hebben met deze uitbreidingen geen gelijke tred gehouden. Zelfs nu al kunnen, binnen de gegeven subsidie voor het Taalhuis, niet alle gewenste activiteiten voldoende worden gefaciliteerd. Om ook de versteviging van het Taalhuis in zijn rol als spin in het web, en daarmee ook het behalen van de ambities in deze taalnota, goed vorm te kunnen geven is uitbreiding van de uren van de Taalhuiscoördinator noodzakelijk.
Taalketen We blijven het Taalketen overleg faciliteren en zijn, met onze gemeentelijke loketfuncties, actief deelnemer hieraan. In de Taalketen waren, tot voor kort, alle partners vertegenwoordigd die zich bezighouden met taal en/of die veel in aanraking komen met laaggeletterde inwoners. In 2021 heeft de Taalketen zichzelf geëvalueerd. Naar aanleiding hiervan is besloten om de Taalketen anders te organiseren. Dit heeft als doel om slagvaardiger te kunnen optreden en aan te sluiten op de ambitie. In de nieuwe werkwijze bestaat de Taalketen uit een kerngroep van partners en een (flexibele) schil van organisaties die (veel) in aanraking (kunnen) komen met laaggeletterden. De Kerngroep bestaat uit vertegenwoordigers van het Taalhuis, de Taalplusschool, “Doe Weer Mee!”, Welzijn Rijswijk, Stichting Lezen en Schrijven en de gemeente.
11
Om uitvoering te geven aan het taalbeleid vinden we het belangrijk om door te gaan met de kerngroep. Een kerngroep is immers slagvaardig en een voor de hand liggend instrument om de ambitie van dit taalbeleid te verwezenlijken. De kerngroep komt periodiek bij elkaar om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. De kerngroep blijft contact houden met alle overige taalpartners in Rijswijk. De samenstelling van de kerngroep moet aansluiten op de beoogde doelen en doelgroepen en kan daarom uitgebreid worden met partners uit de (flexibele) schil. Dat betekent, dat we de volgende deelnemers als beoogde partners voor de komende tijd zien: • • • •
Jongerenwerk; vertegenwoordiging van lokale werkgeversorganisaties; gemeente: vertegenwoordiging van de beleidsterreinen communicatie, werk, participatie en armoede; partners op het gebied van welzijn.
Taalaanbod en Taalmaatjes Taalplusschool Het taalaanbod bij de Taalplusschool blijft gehandhaafd. Op basis van de behoeften van de doelgroepen bekijken we of het huidige aanbod aan cursussen moet worden aangepast. We onderzoeken de mogelijkheden om het aanbod van de Taalplusschool, indien gewenst, meer dichter bij de doelgroepen uit te voeren bijvoorbeeld in een school. Taalaanbod Welzijn Rijswijk en het Taalhuis Het taalaanbod voor NT2-ers bij Welzijn Rijswijk, het Taalcafé en de Leesclub voldoen aan de behoefte. We gaan nadrukkelijker kijken naar de doorverwijzing naar, het gebruik van en de bekendheid van het taalaanbod bij Welzijn Rijswijk voor de NT1-ers. Zo nodig passen we het aanbod aan. Taalmaatjes De vraag naar een Taalmaatje is de afgelopen jaren steeds groter geworden. Binnen de subsidie van Welzijn Rijswijk is er slechts beperkt ruimte om aan deze vraag te voldoen. Naar verwachting zal de vraag voor een Taalmaatje nog verder toenemen met de komst van de nieuwe wet inburgering. De wetgever eist namelijk een intensief traject met veel oefenen in de praktijk. Taalmaatjes zijn hiervoor bij uitstek geschikt. Zelfs nu al is de vraag naar Taalmaatjes zo groot dat Welzijn Rijswijk beperkende voorwaarden heeft moeten stellen om in aanmerking te komen voor een Taalmaatje; zo kunnen mensen die langer dan vijf jaar in Nederland zijn geen gebruik meer maken van een Taalmaatje.
Om ook mensen die al wat langer in Nederland zijn, mensen die hier zijn geboren maar waarvan het Nederlands niet de moedertaal is en voor de NT1-ers de mogelijkheid van een Taalmaatje te bieden, is uitbreiding van het aantal Taalmaatjes noodzakelijk. De diverse doelgroepen zullen ook verschillende competenties vragen van de Taalmaatjes. Nu is de werving, begeleiding en koppeling van de Taalmaatjes specifiek ondergebracht bij Vluchtelingen Welzijn en het zijn daardoor ook vooral de statushouders die gebruik (kunnen) maken van een Taalmaatje en is ook het Taalmaatje “gespecialiseerd” in deze doelgroep. Vooral de uitbreiding van Taalmaatjes naar de NT1-groep of de groep NT2-ers die in Nederland geboren zijn, zal ander soortige Taalmaatjes vragen. We gaan in overleg met Welzijn Rijswijk over het anders situeren van de Taalmaatjes en binnen de gehele Taalketen over de mogelijkheden voor het situeren van de (extra) Taalmaatjes. Ook onderzoeken we of er andere manieren zijn waarbij taalvragers de Nederlandse taal in de praktijk kunnen oefenen, bijvoorbeeld meer in (kleine) groepen in plaats van één op één.
12
Trainingen, toeleiding en bewustwordingsactiviteiten Regionale wervingscampagne “Doe Weer Mee!” Eén van de middelen die de gemeenten in de arbeidsmarktregio Haaglanden inzetten om laaggeletterden te bereiken is de regionale wervingscampagne “Doe Weer Mee!”. De campagne richt zich op meerdere doelgroepen en spant zich in het bijzonder in om laaggeletterden te bereiken die Nederlands als moedertaal hebben (NT1-ers). We blijven de wervingscampagne faciliteren en er intensief mee samenwerken. Trainingsaanbod herkennen en doorverwijzen laaggeletterden Het Taalhuis biedt, in samenwerking met “Doe Weer Mee!” en Stichting Lezen en Schrijven trainingsactiviteiten herkennen en doorverwijzen laaggeletterden voor professionals en vrijwilligers werkzaam op diverse vindplaatsen. We gaan, meer dan tot nu toe, deze training aanbieden en herhalen aan organisaties die met (veel) laaggeletterden in aanraking komen. Te beginnen bij de gemeentelijke afdelingen zoals het WSP, het Sociaal Wijkteam en het CJG. We stimuleren dat organisaties en gemeentelijke afdelingen blijvende aandacht hebben voor laaggeletterdheid bijvoorbeeld door hiervoor een aandachtsfunctionaris aan te wijzen. Duidelijke taal Uiteraard is het van groot belang dat iedereen communiceert in duidelijke, begrijpelijke taal. Taal die ook begrijpelijk is voor mensen die minder vaardig in de Nederlandse taal zijn.
We zijn er ons van bewust dat onze eigen gemeentelijke informatie vaak te ingewikkeld is. Het ministerie van Binnenlandse Zaken is daarom in 2018 gestart met een campagne om overheidsorganisaties te helpen duidelijker te communiceren. De gemeente is daarin een belangrijke partner als eerste overheid in contact met de burger en de ondernemers in de stad. Het ministerie biedt via de “Direct Duidelijk Brigade” diverse ondersteunde producten aan. Ook binnen de gemeentelijke organisatie is aandacht gekomen voor duidelijkere communicatie via het Project Begrijpelijk schijven (onderdeel van de bestuurlijke opdracht Excellente Dienstverlening). Ten behoeve van onze eigen communicatie sluiten we met dit beleidsplan aan op dit project. We onderzoeken de mogelijkheden om als gemeente Rijswijk de Direct Duidelijk Deal te ondertekenen.
Overige activiteiten Pilot beter bereik jongeren We starten, samen met Delft, in 2022 een pilot beter bereik jongeren. Op 6 september 2021 hebben we een interactieve kennissessie georganiseerd over geletterdheid onder jonge mensen voor onze taalpartners en partners die zich bezighouden met deze doelgroep. De opgehaalde input van onder andere deze sessie gebruiken we voor het vormgeven van de acties binnen deze pilot. Daarbinnen staan vragen centraal zoals: hoe bereiken we de jongeren, hoe leren ze, wat zijn aandachtspunten om jongeren te bewegen om aan hun taal te blijven werken, ook als ze van school af zijn, is een specifiek aanbod voor jongeren noodzakelijk? Het Taalhuis participeert binnen deze pilot. Hiervoor is (tijdelijk) extra capaciteit benodigd. Camouflageaanbod Laaggeletterden ervaren legio praktische problemen. De ervaring wijst uit dat dat veel betere ingangen zijn om mensen te bereiken dan een taalcursus. Een camouflageaanbod is aanbod wat anders verpakt is en mensen helpt met hun taal. Het aanbod richt zich op een ander thema, bijvoorbeeld donorregistratie of coronaprik, het aspect taal is in eerste instantie verbloemd, maar komt wel aan de orde. Op dit moment bestaat zo’n camouflageaanbod nog niet en we willen onze partners stimuleren om zo’n camouflageaanbod te ontwikkelen. Het ontwikkelen en uitvoeren van zo’n camouflageaanbod vraagt extra middelen.
13
Jaarlijks actieplan De hierboven genoemde activiteiten zijn niet álle activiteiten die we de komende jaren ontwikkelen en uitvoeren, maar de activiteiten die we nu kunnen overzien. Actualiteit en trends in de maatschappij kunnen immers ook in de toekomst van ons een lokaal antwoord vragen. Elk jaar staan we dan ook in een evaluatie stil bij de activiteiten en bekijken we, welke activiteiten we in de komende periode gaan ontwikkelen en uitvoeren. In overleg met het Taalketen stelt het Taalhuis jaarlijks dit actieplan op. Dit plan is een nadere concretisering van het taalbeleidsplan. In het actieplan worden de doelen uitgewerkt naar concrete resultaten die periodiek worden gerapporteerd aan de gemeente.
14
Resultaten en monitoring We vertalen de doelen naar praktische uitwerking, gewenste resultaten en de wijze waarop deze door de partners worden gemeten en gemonitord. Dit gebeurd mede in het jaarlijks op te stellen actieplan. Jaarlijks rapporteren we over de behaalde resultaten aan de raad.
Doel Versterken eigen kracht
Praktische uitwerking ▪
▪
▪
De vraag centraal
▪
▪
▪
Plaatsen van ondersteuning
▪ ▪ ▪
▪ ▪
▪
Duidelijke taal
▪
Resultaat
We werven taalmaatjes die inwoners individueel en in groepjes ondersteunen. We trainen de taalmaatjes. We onderzoeken de voorwaarden om aan de basisvaardigheden te werken voor de inwoners die een beroep doen op de voorzieningen, daar waar de Wet taaleis geen rol speelt. De overgang van 18- naar 18+ gaat gepaard met minder problemen. Professionals en vrijwilligers trainen op herkennen van laaggeletterdheid en doorverwijzen naar het taalnetwerk. De ketenpartners halen bij inwoners periodiek de vraag op en stemmen het aanbod af op die vraag. De ketenpartners sluiten aan bij de belevingswereld van jongeren en passen hun diensten erop aan.
▪
Het al taalaanbod in Rijswijk is te vinden op de webpagina “Taal in Rijswijk” Het Taalhuis is de spin in het web van de taalketen. Het Taalhuis stelt jaarlijks met de ketenpartners een actieplan op en rapporteert periodiek aan de gemeente. Het bestaande convenant wordt geactualiseerd. De ketenpartners hebben Rijswijkse bedrijven, instellingen en inwoners bekend gemaakt met het aanbod in Rijswijk en indien aan de orde daarbuiten. Daartoe stellen we een communicatieplan op. Screeningsinstrumenten worden ingezet (op locatie) om het (digi)taalniveau vast te stellen.
▪
De gemeente geeft het goede voorbeeld en start met trainingen communicatie op B1-niveau.
▪
▪
▪
▪
▪
▪
▪ ▪ ▪
▪ ▪
▪
Wijze van monitoring
Het aanbod aan taalmaatjes dekt de vraag. Periodiek zijn er groepsactiviteiten waar taalvaardigheid een belangrijke rol speelt. Jaarlijks zijn er ten minste tien van deze activiteiten. Minder jongeren met financiële problemen melden zich jaarlijks bij dienst- en hulpverlening.
Het Taalhuis neemt het voortouw om alle cijfers op te halen. Ze rapporteert aan de gemeente en doet voorstellen voor bijsturing indien nodig.
Jaarlijks trainen de ketenpartners ten minste 30 professionals en vrijwilligers. Periodiek wordt er kwantitatief én kwalitatief onderzoek verricht in de gemeente om de (impliciete) vraag van inwoners te achterhalen. In 2022 is een pilot beter bereik jongeren uitgevoerd en zijn de concrete resultaten bekend waarvan geleerd kan worden. De samenwerkende partners zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het actueel houden van de webpagina. Vanaf 2022 geeft het Taalhuis invulling aan zijn rol als spin in het web. Er is jaarlijks een actieplan, afgestemd met de Taalketen partners Het bestaande convenant wordt in 2022 geactualiseerd. Onder een convenant zetten de ketenpartners hun handtekening. In 2023 is het communicatieplan afgerond. In 2022 en 2024 wordt een instrument ingezet om de ontwikkeling van de taalketen te meten. Vanaf 2022 worden jaarlijks 50 ambtenaren getraind op communicatie op B1-niveau. In 2023 sluit de gemeente de Direct Duidelijk Deal.
Het Taalhuis neemt het voortouw om alle cijfers op te halen. Ze rapporteert aan de gemeente en doet voorstellen voor bijsturing indien nodig.
Het Taalhuis neemt het voortouw om alle cijfers op te halen. Ze rapporteert aan de gemeente en doet voorstellen voor bijsturing indien nodig.
De rapportage over deze actiepunten worden meegenomen in de jaarlijkse rapportage aan de raad.
15
▪ ▪
De gemeente sluit zich aan bij de campagne Direct Duidelijk. De gemeente neemt het voortouw om met ketenpartners de communicatie over de dienstverlening in Rijswijk aan te pakken.
▪
De gemeente start in 2022 een campagne Duidelijke Taal.
16
Financiën Om uitvoering te geven aan de ambities in deze nota zijn financiële middelen nodig. Een deel van de kosten wordt gedekt uit het regionale WEB-budget. En een deel van de benodigde middelen voor een aantal activiteiten is opgenomen binnen de huidige subsidies voor het Taalhuis en Welzijn Rijswijk. Maar er zijn ook extra middelen nodig om uitvoering te kunnen geven aan de versteviging, uitbreiding en ontwikkeling van het beleid, zoals op de vorige pagina’s is beschreven. Hieronder een opsomming van de huidige en extra benodigde middelen voor de uitvoering van de ambities in deze taalnota. (Regionale) middelen Activiteit WEB-budget via centrumgemeente Den Haag Stichting Lezen en Schrijven3
Jaarlijkse kosten € 220.000,--
Diverse taaltrajecten Taalplusschool ± 340 ondersteuningsuren op jaarbasis
(huidige) Gemeentelijke middelen Activiteit “Doe Weer Mee!” Taalhuis
Taalmaatjes Taalles inburgeraars, NT2, NT1 Duidelijke taal
Financiering regionale wervingscampagne Diverse taaltrajecten Taalplusschool Coördinatie Taalketen, coördinatie en uitvoering activiteiten Taalhuis, begeleiding, training en werving taalvrijwilligers, contacten met vindplaatsen laaggeletterden, trainingen voor professionals en vrijwilligers voor bewustwording laaggeletterde problematiek Werving, training en begeleiding taalmaatjes en koppeling met taalvragers; binnen de reguliere subsidie van Welzijn Rijswijk Binnen de reguliere subsidie van Welzijn Rijswijk Bestuurlijke opdracht Excellente Dienstverlening
Jaarlijkse kosten € 5.000,-€ 47.000,--
Gevraagde extra middelen Versteviging Taalhuis Uitbreiding taalmaatjes project Ontwikkelen en uitvoering camouflage aanbod Pilot beter bereik jongeren
kosten € 30.000,-€ 20.000,-€ 26.000,-€ 9.000,--
structureel structureel structureel 2022
3 Stichting Lezen en Schrijven wordt door de Rijksoverheid gefinancierd om ondersteuning te bieden aan gemeenten
17
Begrippenlijst NT1-er Volwassenen met Nederlands als eerste taal (moedertaal). Autochtone inwoners spreken en verstaan het Nederlands wel, maar kunnen moeite hebben met lezen en schrijven. Dit levert problemen op bij het werk maar ook in de privésfeer. NT2-er Volwassenen met een migratieachtergrond en een andere moedertaal met Nederlands als tweede taal. Allochtone inwoners hebben vaker moeite met de beheersing van alle taalonderdelen. Niet alleen lezen en schrijven in het Nederlands is lastig, het is ook moeilijk om een gesprek te voeren of te begrijpen wat een ander zegt. Soms zijn deze inwoners ook onbekend met de Nederlandse gewoonten. Laaggeletterdheid Volwassenen die wel kunnen lezen en schrijven, maar op een zeer laag niveau. Basisvaardigheden Hieronder vallen niet alleen taal-, maar ook rekenvaardigheden en digitale vaardigheden. Taalvrager Persoon die wil werken aan zijn/haar taalvaardigheid/basisvaardigheden. Taalniveaus Het taalniveau zegt iets over hoe goed je kunt lezen en schrijven. Niveau 2F is in Nederland de norm voor het gewenste niveau om goed en zelfstandig in de samenleving mee te doen. Dat is vergelijkbaar met het eindniveau van MBO 2. Niveau 1F komt ongeveer overeen met het niveau van groep 8 op de basisschool. Volwassenen die onder taalniveau 2F functioneren, worden beschouwd als laaggeletterd.
Zij kennen meestal wel de basisprincipes van het lezen en schrijven en kunnen vaak wel overweg met een telefoon of computer. Maar zij zijn onvoldoende in staat om de benodigde informatie en instructies te vinden, te begrijpen en toe te passen. Spreekt iemand een andere moedertaal? Dan meten we het taalniveau anders. Het taalniveau is dan A1, A2, B1, B2, C1 of C2. Daarbij is A1 het laagst en C2 het hoogst. B1 is ongeveer hetzelfde als 2F. We noemen een anderstalige laaggeletterd als iemand taalniveau A1 of A2 heeft in het Nederlands. Veel NT2-ers kunnen goed of uitstekend lezen en schrijven in hun moedertaal, maar moeten het Nederlands nog leren. Zij leren op een heel andere manier dan de NT2-ers die ook in hun moedertaal niet goed kunnen lezen en schrijven.
18