Bijlage A Notitie – Compensatieplan Kessler Park en omgeving Rijswijk
Tekst van het document
Notitie – compensatieplan Kessler Park en omgeving Rijswijk 7 november 2023
1. Inleiding / aanleiding Deelgebied Kessler Park en omgeving in de Plaspoelpolder Rijswijk wordt getransformeerd naar een nieuw en levendig werkmilieu door het toevoegen van woningen en voorzieningen. Hierdoor verliest een deel van het gebied, waarvoor de bestemming Bedrijventerrein is opgenomen, zijn functie als bedrijventerrein. Volgens de geldende provinciale regels moeten transformatieplannen regionaal worden afgestemd en bedrijfsgronden gronden in principe planologisch gecompenseerd worden. In het bestuurlijk Woon-werkakkoord1 tussen de provincie Zuid-Holland, de gemeenten Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Delft en Rijswijk is afgesproken dat in de transformatiegebieden Kessler Park en omgeving en Havengebied in de Plaspoelpolder wonen mag worden toegevoegd en 'feitelijk compenseren per peildatum 1-1-2021' mag worden toegepast.' Het Middengebied in de Plaspoelpolder wordt gerevitaliseerd en blijft te behouden werkgebied. In 2022 is het Ontwikkelkader transformatie Kessler Park en omgeving vastgesteld en voorliggende notitie is opgesteld om, op basis van het Woonwerk-akkoord, te bepalen of er sprake is van een compensatieopgave bedrijventerreinen.
1a. Transformatie en herontwikkeling Kessler Park en omgeving Deelgebied Kessler Park en omgeving is een kantoren- en bedrijvenlocatie in de Plaspoelpolder, waar grote en verouderde kantoorpanden al langer leeg staan. In 2018 vertrok Shell uit het complex At The Park op Kessler Park, waardoor er 87.000 m2 BVO (Bruto Vloer Oppervlakte) leegstand ontstond. Door middel van herontwikkeling moet het gebied aantrekkelijk worden voor bedrijven, bewoners en bezoekers. Daarbij wordt ingespeeld op de vraag naar aantrekkelijke woonwerkgebieden met waardevolle verblijfskwaliteit en voorzieningen. Ook de ligging nabij het treinstation en andere openbaar vervoersverbindingen wordt hierbij optimaal benut. Een campusmilieu voor (innovatieve) bedrijven en kennisorganisaties en -instellingen (waaronder ook onderwijs), met toevoeging van wonen en aantrekkelijke verblijfskwaliteit draagt bij aan het economisch vestigingsklimaat. Kessler Park wordt daarmee herontwikkeld naar campus milieu, met een hoge verstedelijkingsdichtheid en functiemenging (werken en wonen).
In 2021 is ten behoeve hiervan het ontwikkelkader Kessler Park vastgesteld, om te komen tot; - Het aantrekken van bedrijven en kennisorganisaties en -instellingen (waaronder ook onderwijs) op het gebied van duurzame energie, life sciences en aanverwante innovatieve sectoren; - Werk- en kantoorfuncties en minstens 1.000 kennisintensieve banen; - Ongeveer 1.300 appartementen in de vrije sector; - Ongeveer 800 studio’s voor studenten en jongeren; - Geen toename van parkeerplaatsen en inspelen op het mobiliteitsvraagstuk; - Een duurzame, groene en levendige campus als middelpunt en vliegwiel in de Plaspoelpolder. Onderdeel van het ontwikkelkader is een campusontwikkeling en behoud van het unieke fieldlab met de 'boortoren' van voormalig gebruiker Shell. Met stakeholders werd het Rijswijk Center for Sustainable GeoEnergy (RCSG) opgericht. Waar Shell hier onderzoek verrichtte naar olie- en gasboringen, wordt dit fieldlab nu gebruikt voor onderzoeken en experimenten op het gebied van renewable energy (geo- en warmte/koude thermieonderzoek). Met de huisvesting van Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO) en het RCSG is er al een koppeling gemaakt met de energie- en technische sector, die als katalysator fungeert voor andere innovatieve ontwikkelingen. De faciliteiten zijn ook interessant voor andere bedrijven en gebruikers die zich bezig houden met toegepaste innovatie.
Woonconcepten, horeca, en (maatschappelijke) voorzieningen (denk aan leisure, gezondheidszorg) dragen bij aan het aantrekkelijk maken van het gebied Kessler Park en omgeving. 1 Bestuurlijk Woon-werkakkoord, Gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Rijswijk, en provincie
Zuid-Holland, 21 maart 2022
_ Notitie – compensatieplan Kessler Park en omgeving Rijswijk, november 2023_ definitief
Leegstaande gebouwen worden (deels) gesloopt en het gebied wordt aantrekkelijk voor bestaande en nieuwe bedrijven, kennisorganisaties en -instellingen (waaronder ook onderwijs) en inwoners. Er worden aantrekkelijke openbare ruimte(s) en ontmoetingsplekken gerealiseerd. De combinatie van werken, wonen en verblijven levert een bruisende plek op en het gebied wordt daarmee aantrekkelijk voor nieuwe bedrijven, young professionals en studenten. Kessler Park en omgeving blijft daarbij een belangrijk werkgebied in de Plaspoelpolder, in Rijswijk en voor de regio. Functiemenging is mogelijk op pand- of plotniveau en bij herontwikkelingen in de kantorenstrook langs het spoor of op andere (kantoor)locaties. Functiemenging in deze is mogelijk wanneer dit de economische en ruimtelijke structuur versterkt. Bestaande bedrijven (per 1 januari 2021) worden uitdrukkelijk niet uitgeplaatst en in nieuwbouwplannen worden bij voorkeur in ieder geval commerciële plinten en menging gerealiseerd.
1b. Vigerende provinciale regeling (per 1 april 2023) In artikel 6.12 Bedrijven (provinciale Omgevingsverordening) is voor compensatie van bedrijventerreinen opgenomen dat: 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een bedrijventerrein, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 20 in bijlage II, maakt vestiging mogelijk van bedrijven uit de hoogst mogelijke milieucategorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, dan wel voorziet in overeenkomstige milieuzones voor geluid of geur, passend bij de omgeving van het bedrijventerrein, waarbij rekening wordt gehouden met toekomstige ontwikkelingen op een grote buitenstedelijke bouwlocatie als bedoeld in artikel 6.10 of die mogelijk zijn op grond van een vigerend bestemmingsplan. 2. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een watergebonden bedrijventerrein, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 20 in bijlage II, laat in hoofdzaak watergebonden bedrijven toe. 3. Het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, kan in beperkte mate voorzien in nieuwe woningen, bedrijfswoningen en andere functies op delen van een bedrijventerrein, voor zover dit niet in strijd is met het eerste lid. 4.
Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een bedrijventerrein als bedoeld in het eerste of tweede lid en dat gehele of gedeeltelijke transformatie naar een andere bestemming dan bedrijven mogelijk maakt, verantwoordt in de toelichting op welke wijze binnen de regio planologische compensatie van bedrijventerrein zal plaatsvinden of reeds heeft plaatsgevonden. Planologische compensatie is nodig bij: a. een bedrijventerrein met milieucategorie 3, dan wel overeenkomstige milieuzones voor geluid of geur; b. een bedrijventerrein met milieucategorie 4 of hoger, dan wel overeenkomstige milieuzones voor geluid of geur; c. een geluidgezoneerd bedrijventerrein; d. een watergebonden bedrijventerrein. 5. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing bij verlaging van de milieucategorie of milieuzone. 6. Compensatie als bedoeld in het vierde lid, kan achterwege blijven als is aangetoond dat na transformatie voldoende bedrijventerrein in de regio beschikbaar zal blijven afgezet tegen de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. 7. Compensatie van feitelijk gebruik en m2 voor m2 is mogelijk mits wordt voldaan aan een evenwichtige balans in vraag en aanbod, vastgelegd in de door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale bedrijventerreinenvisie. In het plangebied Kessler Park is planologisch circa 7,2 hectare bestemming Bedrijventerrein aanwezig. Deze gronden worden deels getransformeerd.
De bovengenoemde regels zijn van toepassing op deze transformatie. Er is nog geen aanvaarde regionale bedrijventerreinvisie beschikbaar. Daarom is op grond van bovenstaande regels geen feitelijke compensatie mogelijk van de te transformeren gronden. Echter voor het plangebied geldt, zoals in de inleiding is aangegeven, het Bestuurlijk Woon-werk akkoord.
1c. Woon-werkakkoord De provincie Zuid-Holland en de gemeenten Den Haag, Rijswijk, Delft en Leidschendam-Voorburg hebben een bestuurlijk Woon-werkakkoord gesloten.
_ Notitie – compensatieplan Kessler Park en omgeving Rijswijk, november 2023_ definitief
Het Woon-werkakkoord beoogt een balans te vinden tussen ruimte voor wonen en werken in de regio MRDH (Metropool Regio Rotterdam Den Haag). In dit akkoord is in artikel 2.4 afgesproken dat voor compensatie uit kan worden gegaan van compensatie op basis van feitelijk gebruik (peildatum 1-12021). Dit geldt voor de transformatieplannen in de deelgebieden Kessler Park en Havengebied in Plaspoelpolder. Het Middengebied Plaspoelpolder blijft voor 100% een bedrijventerrein en wordt gerevitaliseerd, hier wordt geen wonen toegevoegd. De ontwikkeling Kessler Park en omgeving is getoetst aan dit akkoord. Daarmee wordt er ook invulling gegeven aan het gedachtegoed van de provinciale regels, namelijk dat onderbouwd wordt of er sprake is van een compensatieplicht en - zo ja - hoe deze wordt ingevuld.
1d. Nader onderzoek milieucategorie / feitelijk gebruik Kessler Park Er is nader onderzoek uitgevoerd naar de daadwerkelijk aanwezige milieucategorieën, het feitelijke gebruik op het bedrijventerrein en welke bedrijven leegstaan op het Kessler Park. In deze notitie is een analyse opgenomen van de feitelijke aanwezige bedrijvigheid2.
2. Inventarisatie – vigerend bestemmingsplan Er is aan de hand van de hierboven genoemde stukken een inventarisatie en analyse verricht naar de noodzaak om bedrijfsgronden te compenseren in het plangebied Kessler Park en omgeving (hierna plangebied).
Vigerend bestemmingsplan In het plangebied is een aantal locaties bestemd voor o.a. Bedrijventerrein (bestemmingsplan Plaspoelpolder 1e Algehele Herziening). Zie hiervoor onderstaande afbeelding.
Afbeelding uitsnede vigerend bestemmingsplan, Kessler Park en omgeving rood omkaderd. In de bovenstaande afbeelding is weergegeven dat het plangebied voor een deel is bestemd als ‘Bedrijventerrein’ waarbij maximaal milieucategorie 3.2 is toegestaan. Verder is de aanduiding
2 De uitwerking voor transformatiedeelgebied Havengebied maakt geen onderdeel uit van deze notitie.
_ Notitie – compensatieplan Kessler Park en omgeving Rijswijk, november 2023_ definitief
'specifieke vorm van bedrijventerrein - laboratorium' (milieucategorie 4.1) opgenomen waarbinnen laboratoria (aanwezig betreft TNO laboratorium / Eurofins Kessler Park) zijn toegestaan. In het plangebied zijn ook locaties bestemd voor onder meer Kantoor, Gemengd, Groen, Water en Verkeer. De compensatieregels zijn hierop niet van toepassing. Dit betreft namelijk geen bestemming Bedrijventerrein die compensatieplichtig is overeenkomstig artikel 6.12 Omgevingsverordening ZuidHolland. Deze locaties zijn dan ook verder buiten beschouwing gelaten in de notitie3.
3. Inventarisatie en Analyse – feitelijk gebruik De aanwezige bedrijvigheid in het plangebied is geïnventariseerd. Hierbij is aan de hand van het Woon-werkakkoord geanalyseerd of er sprake is van een compensatieplicht4. De resultaten van de inventarisatie en analyse zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze notitie en worden hieronder nader toegelicht. In onderstaande tabel zijn de uitkomsten van deze inventarisatie opgenomen. Uit de tabel is op te maken dat er circa 7,2 hectare aan gronden met de bestemming Bedrijventerrein aanwezig zijn in het plangebied van Kessler Park. Daarvan is het grootste deel van de gronden, circa 5,9 hectare, niet in gebruik ten behoeve van de bestemming Bedrijventerrein. Deze gronden zijn in gebruik voor de bestemmingen en/of functies kantoor, groen, verkeer en parkeren. Uit het Woon-werkakkoord volgt dat alleen feitelijk gebruik van gronden met de bestemming Bedrijventerrein (per 1-1-2021), gecompenseerd moet worden, in plaats van de planologisch aanwezige hectares. Daarbij hoeven kantoorruimtes en openbare ruimtes, zoals ter plaatse van Visseringlaan en Kessler Park, niet gecompenseerd te worden.
Op peildatum 1-1-2021 waren de enig aanwezige feitelijk gebruik huurders in At The Park van Kadans; TNO met het fieldlab/onderzoekcentrum Rijswijk Center for Sustainable GeoEnergy (0,88 hectare) en Eurofins (4.650 m² lab- en onderzoeksruimte voor COVID-testen (het COVIDtestenlaboratorium werd in december 2020 geopend)). Beide bedrijven zijn daar nog steeds gevestigd en de huidige huurders. In het nieuwe bestemmings- of omgevingsplan kan en zal milieucategorie 4.1, waar deze wordt genoemd, in huidige aanwijzing en/of bijbehorende staat van bedrijfsactiviteiten, in relatie tot het toevoegen van wonen worden afgeschaald. Uitgangspunt is daarbij verder dat de bedrijfsactiviteiten van TNO/fieldlab RCSG worden ingepast in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening door het opnemen van een maatwerkbestemming in het nieuwe bestemmingsplan en/of omgevingsplan. De feitelijke lab en onderzoek activiteiten van Eurofins vallen binnen de reguliere lab- en onderzoeksactiviteiten. De bestaande bedrijfssituatie wordt daarmee voortgezet. Planologische hectares
Hectares in gebruik alszijnde bedrijf (binnen de bestemming Bedrijventerrein)
7,2
Hectares niet in gebruik voor de bestemming Bedrijventerrein maar voor bestemmingen / functies kantoor, groen, verkeer en/of parkeren
1,3
5,9
Totaal ha
Tabel: uitkomsten inventarisatie Kessler Park en omgeving Gelet op voorgaande, is er geen sprake van een compensatieplicht.
4. Kwalitatieve toevoeging bedrijvigheid In onderdeel 3. van deze notitie is geconcludeerd dat er geen sprake is van een compensatieplicht. Desondanks wordt er wel voorzien in de toevoeging van bedrijvigheid. Zoals ook eerder beschreven is in deze notitie, worden de gronden in het plangebied niet volledig getransformeerd in de toekomst. Er wordt ingezet op functiemenging. Het doel van de functiemenging is onder meer de realisatie van groei werkgelegenheid en het behoud van de bedrijvigheid.
3 Dit is nader toegelicht in bijlage 1. 4 Compensatieplichtig - feitelijk bedrijfsmatig gebruik per 1-1-2021 (op grond van het Woon-Werk akkoord) en
compensatieplichtig overeenkomstig artikel 6.12 Omgevingsverordening Zuid-Holland.
_ Notitie – compensatieplan Kessler Park en omgeving Rijswijk, november 2023_ definitief
Dat betekent in kwalitatieve zin dat met de planvorming een bijdrage wordt geleverd aan de economische doelstellingen, uit onder meer het provinciaal beleid. Toelichting Zoals eerder in de notitie is beschreven, wordt op Kessler Park (At the Park) een kenniscampus ontwikkeld. In het plangebied zijn TNO, het RCSG en Eurofins met labs en kantoor reeds gevestigd. In de voorziene campusontwikkeling blijft circa de helft van het complex voor kennisorganisaties (inclusief onderwijs), bedrijven, kantoren en labs beschikbaar, de andere helft van de leegstaande gebouwen wordt gesloopt. Daarvoor in de plaats komen woningen met in de plint werken(bedrijven)bedrijfsruimten. Bestemmingsplanmatig zijn de functies voor werken ook mogelijk op de 1e verdieping Er blijft daarmee uitdrukkelijk ook ruimte voor werkfuncties. In het Ontwikkelkader Kessler Park en omgeving is de ontwikkeling naar een campuslocatie met gemengd woon-werkmilieu vastgelegd. Zo wordt een aantrekkelijke, toekomstbestendige woon-werklocatie ontwikkeld. Kessler Park en omgeving wordt niet voor 100% getransformeerd naar andere functies5. Het plangebied wordt getransformeerd naar een aantrekkelijk werkgebied waar ook wonen wordt toegevoegd. Daarbij wordt een mix van functies in de vorm van wonen en werken toegevoegd die past bij de ligging nabij het station. Dat betekent ook dat werk en voorzieningen terug te zien zijn.
Achterliggend doel blijft dat At the Park en de Plaspoelpolder belangrijke plekken voor werken en economische ontwikkeling blijven. At the Park mag uitdrukkelijk geen eenzijdig woongebied worden, maar wonen wordt toegevoegd om een levendig, inspirerend en ook levensvatbaar toekomstbestendig stedelijk milieu te realiseren. Met deze ontwikkeling wordt daarmee ook ingezet op een werkmilieu waar behoefte aan is. Er wordt ingezet op de realisatie van een stedelijk interactie werkmilieu waar veel vraag naar is6. Voor het gedeelte van het gebied dat wel getransformeerd wordt naar een andere functie, blijven de reeds aanwezige zittende bedrijven en kantoren zoals CBR, TUI, en TNO gevestigd. Er is geen sprake van uitplaatsing van bedrijven. En met de campusontwikkeling op At The Park en (plinten van) herontwikkelingsplannen worden juist ook nieuwe bedrijven aangetrokken.
5. Conclusie Uit de notitie – compensatieplan Kessler Park en omgeving, blijkt dat aan de hand van de toetsing met de afspraken zoals gemaakt in het bestuurlijk gesloten Woon-werkakkoord, er geen sprake is van een compensatieplicht als deze gronden deels worden getransformeerd naar andere functies. Door de realisatie van functiemenging (campus At The Park), wordt er ingezet op het leveren van de bijdrage aan economische doelstellingen, uit onder meer het provinciale beleid, en het realiseren van een aantrekkelijk vestigingsklimaat.
5
Dit is ook in lijn met, het gemeentelijk beleid, waaronder het Addendum Toekomstvisie Plaspoelpolder en het ontwikkelkader Kessler Park en omgeving vastgesteld in 2021. 6 De Plaspoelpolder is in de ‘’Strategie Werklocaties 2019-2030 Metropoolregio Rotterdam Den Haag’’ aangemerkt als hoogwaardig werkmilieu. Voor dit type werkmilieu is sprake van overaanbod in de Haagse Regio. Het transformatiegebied Kessler Park en omgeving wordt beter benut door de vervanging van het bestaande hoogwaardig werkmilieu door een stedelijk interactiemilieu. Bedrijven met maximaal milieucategorie 2 kunnen zich nieuw vestigen in het gebied.
_ Notitie – compensatieplan Kessler Park en omgeving Rijswijk, november 2023_ definitief
Kessler Park en omgeving 7-11-2023 Planologische hectares Locatie beschrijving
Bedrijf
Adres
Kessler Park Kessler Park
niet bekend niet bekend
Kessler Park 1a Lange Kleiweg 1a
Kessler Park
TNO en Eurofins
Lange Kleiweg 1a
Visseringlaan Kessler Park
leeg niet bekend
Visseringlaan 28 Naast Visseringlaan 28
Kessler Park en omgeving
Diverse kantoren, leisure, hotel
Kessler Park, Sir Winston Churchilllaan, Lange Kleiweg
Kadaster G 3384 G 3385 G 3386
G 2412 G 2411 G 3583, G 3582, G 3056, G 2938, G 2937, G 3057, G 3052, G 3051, G 2038, G 3045, G 3046, G 3349, G 3121, G3476, G 3477, G 2966, G 3073, G 3188, G 3187, G 3186, G 3185, G 3002
Bestemmingsplan
Enkelbestemming
Milieucategorie
Hectares niet in gebruik alszijnde bedrijf
Hectares niet in gebruik alszijnde bedrijf - openbare ruimte
Gebruik van de hectares niet in gebruik / aanvullende informatie Compenseren
Waar compenseren niet van toepassing niet van toepassing
Plaspoelpolder 1e algehele herziening Plaspoelpolder 1e algehele herziening
Bedrijventerrein Bedrijventerrein
1 T/M 3.2 1 T/M 3.2
0,012 4,177
0 0
0,012 3,7285
0,4485
nee nee
Plaspoelpolder 1e algehele herziening
Bedrijventerrein
1 T/M 3.2 & 4.1
2,344
1,344
0
1
nee
Plaspoelpolder 1e algehele herziening Plaspoelpolder 1e algehele herziening Plaspoelpolder 1e algehele herziening
Bedrijventerrein Bedrijventerrein Gemengd - 1, Gemengd - 2 en Kantoor
4.1 4.1 max 2
0,628 0,124
0 0
0 0
0,628 0,124
nee nee nee
7,285
1,344
3,7405
2,2005
Planologische hectares
7,285 Conclusie toets compensatie plicht (Woon-werkakkoord en provinciale regels 1-4-2023): Uit de inventarisatie van feitelijk gebruik, blijkt t.p.v. Kessler Park feitelijk alleen de bedrijven moeten worden gecompenseerd die aanwezig waren op 1-1-2021. Kessler Park is geïnventariseerd aan de hand van het Woon-werkakkoord en de provinciale Omgevingsverordening Zuid-Holland. Hieruit blijkt dat 1,3 hectare nog altijd in gebruik is als bedrijf. Maar dit betreft in de feitelijke situatie een laboratorium dat ook in het nieuwe bestemmingsplan (of vergelijkbaar) als zodanig wordt ingepast. Dat betekent dat er geen sprake is van een compensatieplicht. Uit het Woon-werkakkoord en de regels uit de provinciale Omgevingsverordening volgt dat alleen feitelijk gebruik (per 1-1-2021) door bedrijven met een hogere milieucategorie (>3.1) gecompenseerd dient te worden, in plaats van planologisch aanwezige hectares. Daarbij hoeven ook kantoorruimtes en openbare ruimte, zoals ter plaatse van Visseringlaan en Kessler Park, niet gecompenseerd te worden.
Hectares in gebruik (Bedrijf)
Hectares in gebruik (Bedrijf) 1,344
Hectares niet in gebruik alszijnde bedrijf 3,7405
Totaal ha
Hectares niet in gebruik alszijnde bedrijf - openbare ruimte 2,2005 Totaal ha
niet van toepassing niet van toepassing niet van toepassing niet van toepassing
Openbare weg dus geen compensatieplicht Groene buitenruimte Kessler Park en kantoor Kessler Park dus geen compensatieplicht TNO en Eurofins locatie is deels in gebruik voor bedrijf. Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein - laboratorium' is een bedrijf met een laboratorium behorend tot milieucategorie 4.1 toegestaan, voor zover dit bedrijf is opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Aangezien een dergelijk bedrijfstype niet is opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, biedt deze aanduiding geen feitelijke vestigingsmogelijkheden voor bedrijven in milieucategorie 4.1. Het planologisch toegestane lab blijft ook als zodanig in gebruik bij herontwikkeling. Daarnaast is ook nog 4.650 m2 lab en onderzoekruimte sinds 2021 in gebruik bij Eurofins. Aangezien de (bedrijfs)locatie aanwezig blijft is er geen sprake van compensatieplicht. Dit geldt voor zowel TNO als Eurofins kantoor, niet zijnde bedrijfsruimte & parkeerplaatsen kantoor dus geen compensatieplicht kantoor, niet zijnde bedrijfsruimte & parkeerplaatsen kantoor dus geen compensatieplicht Kantoren / gemengd op het bedrijventerrein zonder bedrijventerreinbestemming. Derhalve niet verder geïnventariseerd. En dus geen sprake van een compensatieplicht
Rapport 6223
KESSLER PARK TE RIJSWIJK
E. van der Laan, G.P.A.M. Nieuwlaat
Kessler Park te Rijswijk, gemeente Rijswijk Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek
E. van der Laan en G.P.A.M. Nieuwlaat
Colofon ADC Rapport 6223 Kessler Park te Rijswijk, gemeente Rijswijk Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek Auteur(s): E. van der Laan, G.P.A.M. Nieuwlaat In opdracht van: LBP|SIGHT © ADC ArcheoProjecten, Amersfoort, 14 september 2023 Foto’s en tekeningen: ADC ArcheoProjecten, tenzij anders vermeld Status rapportage: versie 1.0 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. ADC ArcheoProjecten aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
Autorisatie: B. Jansen
ISSN 1875-1067
ADC ArcheoProjecten Nijverheidsweg-Noord 114 3812 PN Amersfoort Tel. 033-299 81 81 E-mail info@archeologie.nl
Inhoudsopgave Samenvatting 1 Inleiding en administratieve gegevens 2 Bureauonderzoek 2.1 Doelstelling en vraagstelling 2.2 Methode 2.3 Resultaten 2.4 Gespecificeerde verwachting en conclusie 3 Inventariserend Veldonderzoek 3.1 Verkennend booronderzoek: doel- en vraagstelling 3.2 Methode 3.3 Resultaten Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) 3.4 Conclusies 4 Aanbeveling Literatuur Geraadpleegde websites Lijst van afbeeldingen en tabellen Bijlagen
5 7 11 11 11 11 22 24 24 24 25 27 28 29 30 31 32
Tabel 1. Overzicht van de verschillende perioden.
Samenvatting In opdracht van LBP|SIGHT heeft ADC ArcheoProjecten in april 2023 een bureauonderzoek uitgevoerd naar de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden op de locatie Kessler Park te Rijswijk. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van het (voormalige) kantoren- en bedrijvencomplex ter plaatse. Hiervoor is een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk. In Nederland dient het vaststellen van de archeologische waarde van een plangebied te gebeuren conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Gemeenten kunnen hierop aanvullende uitvoeringskaders vaststellen. De gemeente Rijswijk heeft voor zover bekend geen aanvullende uitvoeringskaders vastgesteld voor het uitvoeren van archeologisch vooronderzoek binnen het plangebied, noch zijn deze voor dit project afzonderlijk opgesteld. Voor dit onderzoek zijn daarom enkel de protocollen van de vigerende KNA gevolgd. Het bureauonderzoek vormt de eerste stap in het vaststellen van de archeologische waarde van het gebied. Het doel van bureauonderzoek is het aan de hand van bestaande bronnen verwerven van informatie over bekende en/of verwachte archeologische waarden in het plangebied, om daarmee te komen tot een gespecificeerde, archeologische verwachting. In het bureauonderzoek worden verschillende eenheden in de bodem verwacht, elk met een eigen archeologische verwachting.
In de top van het Laagpakket van Wormer, op kwelderafzettingen en kreekoevers worden archeologische resten uit het Neolithicum verwacht. Het gaat om verschillende complextypen die gerelateerd zijn aan boerennederzettingen in het wad-kweldergebied. Voor het aantreffen van resten uit de Bronstijd en de IJzertijd geldt een lage verwachting. Waarschijnlijk waren de bewoningsmogelijkheden in het veengebied niet gunstig. Bovendien heeft zich in een deel van het plangebied de geul van de Gantel ingesneden tot in het veen waardoor eventuele resten uit oudere perioden zijn geërodeerd. Voor vondsten uit de Romeinse tijd geldt een hoge verwachting; deze zullen zich in de top van de Gantel afzettingen bevinden, op circa 1,5 m -NAP. Eventueel aanwezige sporen uit de Romeinse tijd zullen naar verwachting hoofdzakelijk bestaan uit resten van houten constructies (palen of paalkuilen, vlechtwerk, etc.), afvalkuilen, waterputten en greppels. Bewoning en gebruik van het land na de Romeinse tijd vindt pas weer plaats in de Late Middeleeuwen, vanaf de 12e eeuw. Eventueel aanwezige sporen uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd zullen naar verwachting hoofdzakelijk bestaan uit resten van houten constructies (palen of paalkuilen, vlechtwerk, etc.), afvalkuilen, waterputten, beerputten en greppels.
Het zal voor de periode vanaf de 18e eeuw niet gaan om resten van bewoning, maar om sporen van landinrichting. Het vondstmateriaal zal naar verwachting hoofdzakelijk bestaan uit (baksteen)puin, natuursteen, aardewerk, bot, botanische macroresten en houtskool. Om de kans op de aanwezigheid van archeologische resten te bepalen is vooral het verwerven van inzicht in de bodemopbouw en de mate van intactheid daarvan van belang. Hiertoe is een verkennend booronderzoek uitgevoerd in het plangebied. Uit het onderzoek is gebleken in het plangebied een geul van de Gantel aanwezig is. De Gantel afzettingen zijn later afgedekt door antropogene lagen. De bodem bestaat, van onder naar boven gezien, uit zand, gevolgd door geulafzettingen van de Gantel. Deze geulafzettingen gaan over in oeverafzettingen waarvan de top is verstoord en verblauwd. Over het gehele plangebied ligt een laag opgebracht of verstoord zand, waarop de huidige verharding en bouwvoor zijn aangebracht. Er zijn geen niveaus met bodemvorming, rijping, of ontkalking aangetroffen. De verwachting voor archeologische resten in het plangebied kan worden bijgesteld naar laag voor alle archeologische perioden. ADC ArcheoProjecten adviseert om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is altijd mogelijk dat tijdens grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten aan het licht komen.
Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van de grondwerkzaamheden te wijzen op de plicht deze zogenoemde toevalsvondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. De melding dient behalve bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) tevens plaats te vinden bij de gemeente Rijswijk.
5
Afb. 1.
Locatie van het plangebied.
6
1
Inleiding en administratieve gegevens In opdracht van LBP|SIGHT heeft ADC ArcheoProjecten in april 2023 een bureauonderzoek uitgevoerd naar de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden op de locatie Kessler Park te Rijswijk (afb. 1 en afb. 2).
Afb. 2.
Detailkaart van het plangebied.
De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van het (voormalige) kantoren- en bedrijvencomplex ter plaatse. Hiervoor is een planologische procedure noodzakelijk. Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden en is de Monumentenwet 1988 komen te vervallen. De bepalingen van een deel van de Monumentenwet zijn opgenomen in de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de toekomstige Omgevingswet. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Op grond van de Erfgoedwet moeten archeologische (verwachtings)waarden gewaarborgd zijn in het bestemmingsplan. Het plangebied ligt in een gebied waar een gemeentelijk archeologisch beleid is vastgesteld. Op grond van dit beleid valt het grootste deel van het plangebied in een zone met een middelhoge verwachting voor het aantreffen van resten uit het Neolithicum en een lage verwachting voor het
7
aantreffen van resten uit de Bronstijd – IJzertijd (afb. 3: geel). Hier is archeologisch onderzoek verplicht bij ingrepen groter dan of gelijk aan 100 m2. 1 Voor de Romeinse tijd en de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd geldt een middelhoge verwachting (afb. 4: blauw). Hier is archeologisch onderzoek verplicht bij ingrepen groter of gelijk aan 100 m2 en dieper dan 0,5 m -mv. Tenslotte geldt voor een zone in het noorden van het plangebied geen archeologische verwachting (afb. 3 en 4: wit). Hier is geen archeologisch onderzoek nodig.
Afb. 3.
1
Het plangebied op de Archeologische waarden- en beleidskaart periode Neolithicum, Bronstijd en IJzertijd (naar gemeente Rijswijk 2013). Wit: geen archeologische verwachting, Geel: middelhoge verwachting Neolithicum en lage verwachting Brons- en IJzertijd, Groen: Hoge verwachting Neolithicum, lage verwachting Brons- en IJzertijd.
Gemeente Rijswijk, 2013.
8
Afb. 4.
Het plangebied op de Archeologische waarden- en beleidskaart periode Romeinse tijd, Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd. (naar Gemeente Rijswijk 2013). Wit: geen archeologische verwachting, Blauw: middelhoge verwachting Romeinse tijd en Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd, Licht paars: middelhoge verwachting Romeinse tijd en hoge verwachting Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd, Paars: middelhoge verwachting Romeinse tijd en hoge verwachting Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd.
In Nederland dient het vaststellen van de archeologische waarde van een plangebied te gebeuren conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Gemeenten kunnen hierop aanvullende uitvoeringskaders vaststellen. De gemeente Rijswijk heeft voor zover bekend geen aanvullende uitvoeringskaders vastgesteld voor het uitvoeren van archeologisch vooronderzoek binnen het plangebied, noch zijn deze voor dit project afzonderlijk opgesteld. Voor dit onderzoek zijn daarom enkel de protocollen van de vigerende KNA gevolgd.
9
De volgende administratieve gegevens zijn van toepassing: opdrachtgever:
Fase(n) AMZ-cyclus:
aanleiding: locatie: plaats: gemeente: provincie: kadastrale gegevens: kaartblad: oppervlakte plangebied: coördinaten:
bevoegde overheid met contactgegevens:
goedkeuring rapport door bevoegde overheid: Archis-zaaknummer: ADC-projectcode: auteur(s): Projectmedewerker(s): autorisatie: periode van uitvoering: beheer en plaats documentatie:
LBP|SIGHT Contactpersoon: De heer J.J. van Burg Adres: Kelvinbaan 40, 3439 MT Nieuwegein Tel: 06-13195067 E-mail: J.vanburg@lbpsight.nl Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek herinrichting Kessler Park Rijswijk Rijswijk Zuid-Holland Gemeente Rijswijk, sectie G, percelen 3384, 3385, 2411 en 2412 30G Circa 7 hectare (72.803 m2) 82232 / 450610 (N) 82460 / 450356 (O) 82299 / 450210 (Z) 82085 / 450444 (W) Gemeente Rijswijk O. Holthausen Postbus 5305 2280 HH Rijswijk Tel: 06-45848493 Ja (6-7-2023) 5332102100 000154 E. van der Laan, G.P.A.M. Nieuwlaat G.T. Eijgenraam B. Jansen
april 2023 ADC ArcheoProjecten bv, Amersfoort
10
2
Bureauonderzoek 2.1
Doelstelling en vraagstelling
Het bureauonderzoek vormt de eerste stap in het vaststellen van de archeologische waarde van het gebied. Het doel van bureauonderzoek is het aan de hand van bestaande bronnen verwerven van informatie over bekende en/of verwachte archeologische waarden in het plangebied, om daarmee te komen tot een gespecificeerde, archeologische verwachting. Voor het bureauonderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: • Zijn mogelijk archeologische waarden in het plangebied aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting? • Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?
2.2
Methode
Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 Landbodems, protocol 4002 Bureauonderzoek. Tijdens het bureauonderzoek worden diverse bronnen geraadpleegd, wat leidt tot het opstellen van een gespecificeerde verwachting. De gespecificeerde verwachting kan worden beschouwd als de conclusie van het bureauonderzoek, omdat hierin wordt aangegeven of archeologische waarden in het plangebied worden verwacht. Als dit het geval is, zal zo mogelijk de aard, de omvang, de diepteligging en de datering van deze waarden worden beschreven. Indien relevant zal de omvang worden weergegeven op een kaart.
2.3
Resultaten
2.3.1 Afbakening plan- en onderzoeksgebied, beschrijving huidig gebruik en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom van Rijswijk. Het wordt begrensd door het Kessler Park in het noordwesten, de Lange Kleiweg in het zuidwesten, de Visseringlaan in het zuidoosten en de Volmerlaan in het noordoosten. Het terrein is in gebruik als kantoren- en bedrijvencomplex. Het grootste deel van het plangebied is momenteel bebouwd en voorzien van oppervlakte verharding. Het noordwestelijke deel van het terrein is ingericht met gras, bomen en paden (afb. 5). Van het plangebied zelf zijn onvoldoende archeologische en aardkundige gegevens beschikbaar om een uitspraak te kunnen doen over de archeologische verwachting. Daarom zijn tevens gegevens betrokken uit de directe omgeving, waarmee het onderzoeksgebied kan worden gedefinieerd als het gebied binnen een straal van circa 250 m rondom het plangebied. De begrenzing van deze zone is gebaseerd op het gegeven dat hierbinnen sprake is van voldoende informatie om een uitspraak te doen over de archeologische verwachting die representatief is voor het plangebied.
In het plangebied is men voornemens om de huidige bebouwing in het gebied deels te transformeren ten behoeve van kantoren, bedrijven en onderwijs en om deze deels te slopen voor nieuwbouw met woningen in combinatie met commerciële functies. 2 De consequentie van de voorgenomen ontwikkeling kan zijn dat eventuele aanwezige waardevolle archeologische resten in de ondergrond worden aangetast.
2
https://www.rijswijk.nl/kessler-park
11
Afb. 5.
Het plangebied op een recente luchtfoto (PDOK)
2.3.2 Beschrijving van de aardwetenschappelijke waarden De volgende aardwetenschappelijke informatie is bekend van het plangebied: Tabel 2. Aardwetenschappelijke informatie in het plangebied Bron Geologische kaart 2021
Informatie 3
Getijdenafzettingen (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren) op kustveen (Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket), op oudere getijdenafzettingen (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer). Kaarteenheid ovo* Doorsneden door getijdengeulafzettingen lokaal bedekt door overige getijdenafzettingen (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren) Kaarteenheid g.
Geomorfologische kaart van Nederland Vanwege de ligging in de bebouwde kom, niet gekarteerd. 1:50.000 (landsdekkende, digitale versie) 4 Omliggende eenheden te divers en op te grote afstand voor interpolatie.
3
DINOloket.nl/ondergrondmodellen.
4
Alterra 2008.
12
Bron
Informatie
Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (landsdekkende, digitale versie) 5
Vanwege de ligging in de bebouwde kom niet gekarteerd. De dichtstbijzijnde eenheid bestaat uit kalkarme leek- / woudeerdgronden (zeekleigronden: kaarteenheid pMn85C).
Paleogeografische kaart van de RijnMaas delta 6
In het plangebied bevindt zich een uitloper van de Gantel. De einddatering van deze stroomgordel is ca. 200 v. Chr.
Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4) 7
0,75 m NAP
Landschappelijk gezien ligt het plangebied in het Zuid-Hollandse kustgebied, ten zuidoosten van de oudste strandwal. Achter de strandwallen (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Schoorl, Laag van Voorburg) lag een uitgestrekte wadvlakte waar onder invloed van de zee sedimentatie van zand en klei plaatsvond (Formatie van Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer). De top van het Laagpakket van Wormer ligt in het plangebied op circa 3 m -NAP (volgens het ondergrondmodel BRO GeoTOP v1.4.1). Op de wadvlakte werden lokaal duinen gevormd (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Schoorl, Laag van Ypenburg). Ten noordwesten van het plangebied komen enkele van deze duinen voor (afb. 6: donker groen). De duinen vormden een aantrekkelijke locatie voor bewoning gedurende delen van het Neolithicum en de Bronstijd. Door dat de kustlijn zich steeds verder sloot en onder invloed van een stijgende grondwaterspiegel, vond in het gebied achter de strandwallen veengroei plaats (Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket). De top van het veen wordt op basis van het ondergrondmodel BRO GeoTOP v1.4.1 op circa 2,5 m -NAP verwacht. Vanaf circa 500 voor Chr. nam de mariene invloed op het achterland toe. De zee drong vanuit de Maasmonding ver het land in waardoor een kwelderlandschap ontstond met een geulensysteem.
Vanuit deze geulen werd marien klei en zand afgezet (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren). 8In een deel van het plangebied bevindt zich de voormalige Gantel geul (afb. 6 en 7). Hierdoor zijn oudere geologische lagen geërodeerd. Als gevolg van differentiële klink tussen de omliggende klei-op-veen gronden en de zavelige en zandige afzettingen in de voormalige getijdengeul, is deze geul als rug in het landschap komen te liggen. De ligging van restgeulen binnen deze getij-inversierug is niet bekend. Het geologisch profiel dat vervaardigd is bij een karterend booronderzoek 9 over de geul geeft aan dat er waarschijnlijk sprake is van meerdere restgeulen van het Gantelsysteem. De top van de Gantel afzettingen wordt op circa 1,5 m -NAP verwacht op basis van het ondergrondmodel BRO GeoTOP v1.4.1. Het noordelijke deel van het plangebied bestaat uit zandige en kleiige afzettingen van het Laagpakket van Walcheren, waar de Gantel Laag (geulafzettingen) zich diep in de onderliggende afzettingen heeft ingesneden (afb. 6: roze). Op de paleogeografische kaart van de Rijn-Maas delta is de Gantel geul overigens als een smalle uitloper in het zuidelijke deel van het plangebied gekarteerd (afb. 7). Het zuidelijke deel van het plangebied bestaat uit afzettingen behorende tot het Laagpakket van Walcheren, op Hollandveen, op Laagpakket van Wormer en/ of Laag van Rijswijk.
De top van het zand behorende tot het Laagpakket van Wormer en/of Laag van Rijswijk bevindt zich in de ondergrond ondieper dan 5 m – NAP (afb. 6: groen).
5
Alterra 2014.
6
Cohen et al. 2012.
7
ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer.
8
Holthausen 2012.
9
Bult et. al. 2005.
13
Afb. 6.
Het Plangebied op een uitsnede van de geologische kaart Westland/Delfland (Vos et. al 2017)
14
Afb. 7.
Het plangebied op de Paleogeografische kaart van de Rijn-Maas delta (Cohen et al. 2012)
2.3.3 Beschrijving van bekende archeologische waarden Op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) staan in het onderzoeksgebied geen terreinen geregistreerd van zeer hoge archeologische waarde. In het Archeologisch Informatiesysteem van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Archis3.1, staan binnen het onderzoeksgebied wel enkele vondstlocatie en archeologische onderzoeken geregistreerd (afb. 8, tabel 3 en tabel 4).
15
Afb. 8.
Het plangebied met omliggende onderzoeksmeldingen en vondstlocaties uit Archis3.1 (RCE 2022).
Tabel 3. Archeologische vondstlocaties in het onderzoeksgebied Archis 3.1 Archis3.1 zaakidentificatie vondstlocatie
Omschrijving
3286173100
1100603
Bij beschoeiingswerkzaamheden van een sloot op de hoek van Rom de S.W. Churchilllaan en de Huis te Landelaan in Rijswijk kwam een groot fragment van een Mijlpaal uit de Romeinse tijd tevoorschijn.
3105389100
1028809
Twee grote fragmenten van een zandstenen mijlpaal. De stukken vormen samen een halfzuil met een rechthoekige basement.
Rom
2831641100
1029980
Mogelijk resten van een Romeinse weg. Het betreft grind, keien, tufsteen en een enkele scherf. De keien lagen op een pakket van circa 30 cm grond en waren gesloten in een band van tufsteen.
Rom
10
Datering 10
Voor een verklaring van de afkortingen, zie tabel 1.
16
Tabel 4. Archeologische onderzoeken uitgevoerd in het onderzoeksgebied Archis 3 Soort onderzoek Resultaat zaakidentificatie
Advies
2357598100
bureau/booronderzoek De Melodie
Tijdens het booronderzoek zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen aangetroffen. Wel is vastgesteld dat zich op circa 1,30 m - mv (redelijk) intacte oeverafzettingen bevinden die worden gerekend tot het Gantelsysteem. Voor deze oeverafzettingen geldt een hoge kans op het aantreffen van archeologische resten en/of sporen uit de Romeinse tijd.
Indien graafwerkzaamheden dieper dan 1,3 m -mv plaatsvinden proefsleuvenonderzoek
2122542100
bureau/booronderzoek Proefsleuven Opgraving Paulineburch
De resten uit de Romeinse tijd bestaan uit twee AMZ afgerond parallelle greppels waartussen een weg lag die van een Romeinse nederzetting naar de Romeinse hoofdweg liep. De nederzetting lag bij de Bult, de Romeinse weg lag daar waar nu de S.W. Churchilllaan ligt. Op de plaats waar de hypothetisch doorgetrokken greppels die Romeinse weg raakten stond een aantal mijlpalen. Naast de parallelle greppels lag een kringgreppel waarvan de functie onduidelijk is gebleven. Tenslotte is een verkavelingsgreppel gevonden die van oost naar west het onderzoeksterrein doorkruiste. De laatmiddeleeuwse resten bestaan uit enkele greppels en een omgracht terrein. Het betreft een terrein van 15 x 15 m met een 7 m brede gracht eromheen waarop een huis heeft gestaan dat aan het einde van de 14e eeuw ris gesloopt. De resten uit de Nieuwe tijd bestonden uit een afvalstort, enkele greppels en een verkavelingssloot die bij de aanleg van de Muziekwijk gedempt was
bureau/booronderzoek Proefsleuven Van Gijnstraat Frijdastraat
Een groot deel van de bodem is verstoord, naar Vrijgeven schatting minimaal 46% binnen het plangebied. Verspreid over de proefsleuven zijn enkele archeologische resten aangetroffen. Het gaat om twee greppels en een paalspoor uit de 14e -17e eeuw en drie houten palen die uit de 20e eeuw stammen. De greppels zijn waarschijnlijk gerelateerd aan de percelering, die qua oriëntatie sinds de cope ontginningen niet meer lijkt te zijn veranderd. Aard van de vindplaats : perceleringssporen Diepteligging : circa 110 - 140 cm-mv; circa 1,1 1,3 m -NAP Datering : Late middeleeuwen B - Nieuwe tijd Op basis van de waardering van de aangetroffen resten, waarbij is gekeken naar zowel de fysieke als de inhoudelijke kwaliteit van de vindplaats, wordt geconcludeerd dat het niet gaat om een behoudenswaardige vindplaats.
Begeleiding Van Gijnstraat
In het plangebied is een sloot uit de Late Middeleeuwen / Nieuwe tijd aangetroffen. De sloot en de daaruit verzamelde vondsten geven
2132976100 2174480100
4949760100 5063012100
4009876100
17
AMZ afgerond
Archis 3 Soort onderzoek Resultaat zaakidentificatie
Advies
geen aanleiding om in de onmiddellijke omgeving van het plangebied een archeologische vindplaats te vermoeden. Het spoor zelf betreft een verkavelingssloot en maakt deel uit van het off-site areaal van één of meerdere middeleeuwse boerderijen die in de Plaspoelpolder moeten hebben gestaan. Het plangebied is na overleg in het veld vrijgegeven voor verdere ontgraving. 2435016100 2120185100
2047804100 2102073100
bureau/booronderzoek Opgraving Sir Winston Churcilllaan
In 2005 is bij beschoeiingswerkzaamheden een AMZ afgerond fragment van een Romeinse mijlpaal gevonden, die gewijd was aan de Romeinse keizer Caracalla. Naar aanleiding van de werkzaamheden en de vondst is een aantal onderzoeken verricht. Hieruit bleek dat ter plaatste van de Sir Winston Churcilllaan in de Romeinse tijd al een weg lag. Deze was circa 6 m breed. Langs de noordzijde lag een bermgreppel en langs de zuidzijde een watergang. Dit betreft waarschijnlijk een deel van het kanaal van Corbulo. Een wegverharding is niet gevonden, de bovenkant van de weg is opgegaan in de bouwvoor. De weg is aangelegd op of langs een verlande zijgeul van de Gantel.
Bureau/booronderzoek Proefsleuven Braakensieklaan
AMZ afgerond Tijdens het verkennend booronderzoek in februari 2004 werd de aanwezigheid van een zandkop in de diepe ondergrond (circa – 3,40 m NAP) vastgesteld. De top ervan was geërodeerd door afzettingen van de Gantel. Het booronderzoek toonde aan dat de top van de Gantel afzettingen nog grotendeels intact aanwezig was en dus sporen vanaf de Late IJzertijd/Romeinse tijd kon bevatten. Het geolandschappelijk onderzoek aan de Braakensieklaan levert belangrijke nieuwe informatie op over de landschapsgeschiedenis van de gemeente Rijswijk. Bij het onderzoek werd een deel van een laag duin blootgelegd, welk eerst door veengroei was overdekt voordat het getijdensysteem van de Gantel het veenpakket en de top van het onderliggende duin deels opruimde. De Gantel zorgde naast erosie ook voor sedimentatie, waardoor de onderzoekslocatie uiteindelijk onder een dik pakket van zand en klei kwam te liggen. Het onderzoek verschaft met name informatie over de dateringen van de afzonderlijke geologische gebeurtenissen en de reconstructie van het landschap. Archeologische indicatoren werden niet aangetroffen.
De strandwallen en duinen vormden in het Neolithicum aantrekkelijke locaties voor permanente bewoning. Vindplaatsen uit deze perioden zijn aangetroffen onder andere bij de VINEX-locatie Ypenburg, de Harnaschpolder in Schipluiden, bij de aanleg van de woonwijk de Strijp en bij het
18
sportcomplex de Schilp. Tot en met de IJzertijd vond bewoning voornamelijk plaats op de strandwallen en duinen. In de gemeente Rijswijk zijn sporen uit de Bronstijd en de IJzertijd echter zeer schaars. Uit omliggende gemeenten is wel bekend dat ook in deze periode sprake was van bewoning. Mogelijk werd in de IJzertijd ook het klei- en veengebied buiten de strandwal bewoond. Het Gantelsysteem was gedurende de Midden IJzertijd enkele eeuwen actief en die omstandigheden zullen een substantieel deel van het gebied weinig geschikt voor bewoning hebben gemaakt. In het onderzoeksgebied zijn geen resten ouder dan de Romeinse tijd aangetroffen. 11 Vanaf de Romeinse tijd neemt de bewoning sterk toe. Uit deze periode zijn veel vindplaatsen bekend uit de omgeving van het plangebied. Een belangrijk verschil met de voorgaande perioden is dat in de Romeinse tijd vrijwel alle typen landschappen werden gebruikt voor bewoning en gebruik. Behalve de hoge en droge strandwal ging men nu ook de hogere delen van het klei- en veengebied bewonen. De Gantel zal in deze periode al enige tijd niet meer actief zijn geweest, hoewel niet geheel duidelijk is of en in welke mate er nog restgeulen open waren. Wel duidelijk is dat de verlande delen van de voormalige geul en delen van de oeverwallen werden bewoond. Aan het einde van de Romeinse tijd neemt de bewoningsdichtheid af.
Het huidige beeld is dat de streek grotendeels ontvolkt raakte. Uit de Laat-Romeinse tijd en de daarop volgende periode - de Vroege Middeleeuwen zijn dan ook nauwelijks bewoningssporen teruggevonden. 12 In de loop van de Middeleeuwen nam de omvang van de bevolking weer gestaag toe. Met het toenemen van de bevolking nam ook de behoefte aan landbouwgrond snel toe. Vanaf de 12e eeuw ging men het laaggelegen klei- en veengebied ontginnen door het aanleggen van polders. De nieuw ontgonnen gebieden aan weerszijden van de strandwal werden in de loop der tijd steeds verder uitgebreid in noordelijke en zuidelijke richting. In het nieuw ontgonnen gebied werden nu ook boerderijen gebouwd. Zo ontstond in de 12e eeuw ten zuiden van de huidige Sir Winston Churchilllaan een lint van boerderijen. 13 Vanaf de 13e eeuw verscheen naast de boerderijen in het ontginningsgebied op de strandwal een aantal versterkte huizen, welke het middelpunt waren van grote, agrarische bedrijven. De versterkte huizen waren aanvankelijk van hout, maar werden later vervangen door baksteen. Ook de vorm en functie veranderden in de loop der tijd, van een relatief kleine omgracht heuvel met houten toren naar een groot vierkant gebouw voorzien van hoektorens en met een haast militair karakter.
Het bij de Paulineburch opgegraven, omgrachte terrein waarvan de bebouwing in de 14e eeuw werd gesloopt, past goed in dit beeld. 14 2.3.4 Beschrijving van de historische situatie, mogelijke verstoringen en bouwhistorische waarden Tabel 5. Overzicht van de historische situatie Bron
Jaartal
Historische situatie
Kruikius & Kruikius 15
1712
Onbebouwd in gebruik als weiland
Kadastrale minuut 16
1811-1832
Onbebouwd. Percelering haaks op de huidige Sit Winston Churcilllaan. Grondgebruik weiland en bouwland.
Bonnekaart 17
1876 - 1934
Onbebouwd, in gebruik als weiland. De zuidwestzijde van het plangebied grenst direct aan de Lange Kleiweg, Ten noordwesten van het plangebied liggen enkele bebouwde erven aan de Kleiweg (de huidige Sir Winston Churcilllaan).
11
Holthausen 2012.
12
Idem.
13
Idem.
14
Idem.
15
Kruikius & Kruikius 1712
16
Beeldbank.cultureelerfgoed.nl
17
Bureau Militaire Verkenningen 1876, 1890, 1896, 1900, 1904, 1908, 1913, 1924 en 1934
19
Bron
Jaartal
Historische situatie
1958
Zowel de zuidwestelijke helft als een strook in het noordoosten is vanaf de tweede helft van de 20e eeuw ingericht als tuinbouwgrond met kassen.
1960
Het kantoorpand in de zuidelijke helft van het plangebied werd gerealiseerd.
Topografische kaart
1981
Ook het noordelijke deel van het plangebied werd bebouwd.
Topografische kaart
2007
De bebouwing in het noordelijke deel van het plangebied is gesloopt en dit deel is nu ingericht als park. Dit komt overeen met de huidige situatie in het plangebied.
Topografische kaart
Topografische kaart
18
Uit de bestudeerde kaarten komt naar voren dat het plangebied tot aan de tweede helft van de 20e eeuw deel uitmaakte van een agrarisch gebied. De eerste bebouwing dateert uit 1960. Deze bebouwing werd in 1981 uitgebreid naar de noordelijke helft van het plangebied. Enkele jaren later werd deze uitbreiding weer gesloopt. De locatie van deze voormalige bebouwing is op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente aangegeven als zone waarvoor geen archeologische verwachting meer geldt.
18
Topotijdreis.nl
20
Afb. 9.
Het plangebied op kaarten uit de periode 1876 tot heden (topotijdreis.nl)
21
2.4
Gespecificeerde verwachting en conclusie
De eerste, voor het bureauonderzoek opgestelde onderzoeksvraag “Zijn in het plangebied archeologische waarden aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting?” kan als volgt worden beantwoord: In de top van het Laagpakket van Wormer, op kwelderafzettingen en kreekoevers worden archeologische resten uit het Neolithicum verwacht. Het gaat om verschillende complextypen die gerelateerd zijn aan boerennederzettingen in het wad-kweldergebied. Deze vindplaatsen hebben een variabele omvang. De top van het niveau wordt verwacht op circa 3 m –NAP. Eventueel aanwezige sporen zullen naar verwachting hoofdzakelijk bestaan uit paal-, afval en waterkuilen. Het vondstmateriaal zal naar verwachting hoofdzakelijk bestaan uit vuursteen en overige natuursteen, bot, aardewerk, botanische macroresten en houtskool. De conservering van eventuele archeologische resten zal gezien de diepe ligging en hoge grondwaterstand goed zijn. Voor het aantreffen van resten uit de Bronstijd en de IJzertijd geldt een lage verwachting. Waarschijnlijk waren de bewoningsmogelijkheden in het veengebied niet gunstig. Bovendien heeft zich in een deel van het plangebied de geul van de Gantel ingesneden tot in het veen waardoor eventuele resten uit oudere perioden zijn geërodeerd.
Voor vondsten uit de Romeinse tijd geldt een hoge verwachting; deze zullen zich in de top van de Gantel afzettingen bevinden, op circa 1,5 m -NAP. Eventueel aanwezige sporen uit de Romeinse tijd zullen naar verwachting hoofdzakelijk bestaan uit resten van houten constructies (palen of paalkuilen, vlechtwerk, etc.), afvalkuilen, waterputten en greppels. Ten noordwesten van het plangebied onder de huidige Sir Winston Churchilllaan is een Romeinse weg aangetroffen. Het vondstmateriaal zal naar verwachting hoofdzakelijk bestaan uit aardewerk, (hutten)leem, bot, natuursteen, botanische macroresten en houtskool. Op basis van het bureauonderzoek blijkt dat bewoning en gebruik van het land na de Romeinse tijd pas weer plaats in de Late Middeleeuwen, vanaf de 12e eeuw. Eventueel aanwezige sporen uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd zullen naar verwachting hoofdzakelijk bestaan uit resten van houten constructies (palen of paalkuilen, vlechtwerk, etc.), afvalkuilen, waterputten, beerputten en greppels. Het zal voor de periode vanaf de 18e eeuw niet gaan om resten van bewoning, maar om sporen van landinrichting. Het vondstmateriaal zal naar verwachting hoofdzakelijk bestaan uit (baksteen)puin, natuursteen, aardewerk, bot, botanische macroresten en houtskool.
Voor alle perioden geldt dat de archeologische resten ter plaatse van de huidige bebouwing mogelijk verstoord zijn, door de aanwezigheid van heipalen, kelders en liftschachten e.d. Voor de gespecificeerde verwachting gelden de volgende karakteristieken: Tabel 6. Gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied Karakteristiek
Omschrijving
datering:
Neolithicum - Bronstijd
complextype(n):
Nederzettingen, grafvelden
omvang:
100 – 2500 m2
landschappelijke en/of geologische Oevers van getijdengeulen context: diepteligging:
Vanaf 150 cm -mv
locatie:
Hele plangebied
soort vindplaats:
Vindplaats met een archeologische laag
uiterlijke kenmerken:
Middelhoge spoor en vondstdichtheid
conservering:
Gezien de verwachte diepteligging zal de conservering goed zijn, naar verwachting zijn resten uit deze periode niet of nauwelijks verstoord door recente bodemingrepen Op de locaties waar huidige bebouwing aanwezig is, is de kans aanwezig dat de mogelijke aanwezige
22
Karakteristiek
Omschrijving archeologische resten verstoord zijn; door heipalen, kelders en liftschachten e.d.
wordt het archeologisch relevante niveau bedreigd door de voorgenomen werkzaamheden:
Het niveau wordt bedreigt bij diepere bodemingrepen zoals kelder en ondergrondse infrastructuur,
datering:
Late IJzertijd – Romeinse tijd
complextype(n):
Nederzettingen, grafvelden
omvang:
500 – 1000 m2
landschappelijke en/of geologische Oevers van getijdengeulen van de Gantel context: diepteligging:
Vanaf 50 cm -mv
locatie:
Hele plangebied
soort vindplaats:
Vindplaats met een archeologische laag
uiterlijke kenmerken:
Middelhoge tot hoge spoor en vondstdichtheid
conservering:
Gezien de verwachte diepteligging zal de conservering matig zijn, naar verwachting zijn resten uit deze periode deels verstoord door recente bodemingrepen. Op de locaties waar huidige bebouwing aanwezig is, zijn de mogelijke aanwezige archeologische resten verstoord, door heipalen, kelders en liftschachten e.d.
wordt het archeologisch relevante niveau bedreigd door de voorgenomen werkzaamheden:
Het niveau wordt bedreigt bij diepere bodemingrepen zoals funderingen en ondergrondse infrastructuur,
datering:
Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd
complextype(n):
Nederzettingen
omvang:
500 – 10000 m2
landschappelijke en/of geologische In de top van de Poeldijkafzettingen context: diepteligging:
Direct onder het maaiveld
locatie:
Hele plangebied
soort vindplaats:
Vindplaats met een archeologische laag
uiterlijke kenmerken:
Middelhoge tot hoge spoor en vondstdichtheid
conservering:
De top van dit niveau zal naar verwachting geroerd zijn door het latere grondgebruik en de bouw van de huidige kantoren in het plangebied.
wordt het archeologisch relevante niveau bedreigd door de voorgenomen werkzaamheden:
Het niveau wordt bedreigt bij alle bodemingrepen in het plangebied.
De beantwoording van de tweede onderzoeksvraag “Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?” is als volgt: Om de kans op de aanwezigheid van archeologische resten te bepalen is vooral het verwerven van inzicht in de bodemopbouw en de mate van intactheid daarvan van belang. Geadviseerd wordt daarom een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uit te voeren. Hierbij dient geboord te worden met een boordichtheid van 10 boringen per hectare. Het definitieve boorplan zal in een Plan van Aanpak aan de bevoegde overheid in deze de gemeente Rijswijk ter beoordeling worden voorgelegd.
23
3
Inventariserend Veldonderzoek 3.1
Verkennend booronderzoek: doel- en vraagstelling
Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar nodig aanvullen van de op basis van het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde verwachting (zie § 2.4). Het verkennend booronderzoek leidt tot beantwoording van de volgende onderzoeksvragen: Wat is de geomorfologische situatie en de geologische en bodemkundige opbouw van het plangebied? Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring? Zijn er archeologisch relevante geo(morfo)logische eenheden of lagen aanwezig in het plangebied? Zo ja, op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP? Alhoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, zijn er desondanks toch archeologische indicatoren aangetroffen? Zo ja: - Op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP zijn deze archeologische indicatoren aangetroffen? - Wat is de horizontaal ruimtelijke spreiding van deze archeologische indicatoren? - Wat is de aard en ouderdom van deze indicatoren? In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? In hoeverre worden de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd door toekomstige planontwikkeling? Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?
3.2
Methode
Het inventariserend veldonderzoek bestaat uit een verkennend booronderzoek. De werkwijze is gericht op het in kaart brengen van de bodemopbouw en het vaststellen van (grootschalige) verstoringen, waarbij tevens rekening is gehouden met de aard en de diepte van de geplande ingrepen. Op 11 april 2023 is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld, waarin de werkwijze van het onderzoek is vastgelegd. Voor het beantwoorden van de genoemde onderzoeksvragen is de volgende onderzoeksmethode toegepast: Tabel 7. Beschrijving van de onderzoeksmethode aantal boringen:
40
boorgrid:
Geen, verspreid over het plangebied waar bebouwing, verhardingen ingegraven infrastructuur het toelaten
diepte boringen:
4 m -mv
boormethode:
Edelmanboor met diameter 7 cm / gutsboor met diameter 3 cm (handmatig)
waarnemingstechniek: versnijden en/of verbrokkelen
De lithologische en bodemkundige kenmerken van de boringen zijn beschreven conform respectievelijk NEN 5104 19 en het Systeem voor de bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus 20 en vastgelegd middels het invoerprogramma Deborah. De X- en Y-coördinaten en maaiveldhoogtes zijn ingemeten met een RTK-DGPS met een nauwkeurigheid van 1 cm.
19
Bosch 2005; Nederlands Normalisatie-Instituut 1989.
20
De Bakker et al. 1989.
24
Hoewel een verkennend booronderzoek niet als primair doel het opsporen van archeologische vindplaatsen en indicatoren heeft, is het opgeboorde sediment wel gecontroleerd op het voorkomen van archeologische vondsten en indicatoren zoals houtskool, verbrande leem en fosfaat. Deze zijn opgenomen in de boorbeschrijvingen. Tijdens het veldonderzoek zijn geen monsters genomen.