Bijlage A Nota van bevindingen Grote Projecten inclusief nawoord
Tekst van het document
Ad b: Het project Organisatieontwikkeling krijgt zijn dekking uit reguliere budgetten van de uitvoerende organisatieonderdelen. De informatie over de kosten zijn derhalve meegenomen in de reguliere P&C-cyclus. Ad c: Over risico’s en beheersmaatregelen is opgenomen dat “het project heeft bijgedragen aan de beheersing van de genoemde risico’s: financieel, organisatieontwikkeling, dienstverlening en prioritering” (zie ook de vorige paragraaf).
16
Aangeboden aan Forum Samenleving 03-12-2024
32
Ad d. Wat betreft aansturing en beheersing van het project stelt de evaluatie dat de voortgang ervan is besproken met het GMT, met de hiervoor ingestelde stuurgroep, met het college, de raad en in de auditcommissie. Naar aanleiding hiervan is het rapportageformat tussen de eerste en tweede rapportage aangepast (zie ook vorige paragraaf). Ad e. De vier voortgangsrapportages, in de vorm van een RIB, vormden de basis om het gesprek over de organisatieontwikkeling aan te gaan tussen de raad en het college. In de Auditcommissie is nadrukkelijker over de ontwikkelingsagenda gesproken. De ambtelijke evaluatie is op 10 december 2024 besproken in forum Samenleving naar aanleiding van vragen van de VVD-fractie. De VVD-fractie mist een reactie van het college op deze ambtelijke evaluatie. De VVD-fractie overweegt om via een motie een dergelijke ‘stap’ op te nemen in een wijziging van de procedure grote projecten.
5.6 De informatievoorziening aan de raad en inhoudelijke bespreking van voortgangsrapportages. In de periode 2020 – 2022 is er viermaal (dus niet elk halfjaar) gerapporteerd over de voortgang van het Groot Project. Deze rapportages zijn in de vorm van een raadsinformatiebrief aangeboden en daaropvolgend besproken in het forum Samenleving. In de auditcommissie is diepgaander gesproken over de Ontwikkelagenda bedrijfsvoering. Zoals hiervoor al genoemd, is het format van de rapportage aangepast. De rapportages vormden voor raad en college de basis om met elkaar het gesprek aan te gaan over de organisatie, de bedrijfsvoering en de dienstverlening. Hiermee is voldaan aan het uitgangspunt voor grote projecten dat meer toegesneden informatie wordt aangeleverd om de raad in zijn kaderstellende en controlerende positie te brengen. De rapportages zijn evenwel niet opgenomen in de agenda van de raadsvergaderingen, waardoor deze niet actief zijn besproken met de raad. Naast de behandeling in de forumvergaderingen Samenleving is de voortgang van het deelproject Ontwikkelagenda bedrijfsvoering ook besproken in en met de auditcommissie, omdat de informatie uit dat deel van de rapportages zich juist in het aandachtsgebied van deze commissie bevindt.
33
5.7 De inhoudelijke sturing van de raad op het project De inhoudelijke sturing van de raad op het project was minimaal. De raadsinformatiebrieven werden niet besproken in de raadsvergaderingen. De sturing vond plaats via forumvergaderingen en de auditcommissie. Hierin zijn wel een aantal raadsleden vertegenwoordigd, maar hierin komt de kaderstellende of controlerende rol niet formeel aan bod. Hieruit blijkt dat de raad dit niet noodzakelijk achtte. De bespreking in de commissie en forum was voldoende voor bijsturing binnen de kaders van de gemeenteraad. Voor zover bekend heeft dit geleid tot aanpassing van het format van de voortgangsrapportage tussen de eerste en tweede voortgangsrapportage.
34
6. Conclusies en aanbevelingen Voor dit opvolgingsonderzoek formuleerde de Rekenkamer Rijswijk de volgende centrale vraag: “Op welke wijze zijn grote projecten binnen de gemeente Rijswijk de afgelopen 5 jaar uitgevoerd, hoe is opvolging gegeven aan de aanbevelingen uit 2020 en welke lessen kunnen daaruit worden getrokken?” Deze centrale vraag splitste de Rekenkamer Rijswijk uit in de volgende deelvragen: 1. Welke grote projecten zijn er in de afgelopen 5 jaar uitgevoerd binnen de gemeente Rijswijk? 2. Hoe is de uitvoering van deze projecten verlopen, met name waar het gaat om sturing en verantwoording? 3. Op welke wijze is het instrumentarium behorende bij de regeling grote projecten ingezet en heeft dat meerwaarde gegeven? 4. Welke opvolging is gegeven aan de aanbevelingen van het onderzoek uit 2020? Wij hebben dit opvolgingsonderzoek uitgevoerd aan de hand van een deskstudie en gesprekken met betrokken ambtenaren in de periode van juni 2024 tot en met januari 2025. Het onderzoek strekte zich uit tot en met januari 2025 om daarmee zoveel mogelijk gebruik te kunnen maken van de eindevaluaties van de grote projecten conform de procedureregeling grote projecten, die – bij aanvang van het onderzoek - voorzien waren om in het laatste kwartaal van 2024 beschikbaar te komen.
In werkelijkheid bleek in deze periode slechts de eindevaluatie beschikbaar van één van de drie als groot project aangewezen projecten: het project Organisatieontwikkeling. In onderstaande tabel hebben we de resultaten van het opvolgingsonderzoek inzichtelijk gemaakt voor de drie grote projecten die centraal staan in dit opvolgingsonderzoek: RijswijkBuiten, Huis van de Stad en Organisatieontwikkeling. Deze resultaten zijn geordend naar de mate waarin gescoord is op de 6 belangrijkste aanbevelingen uit het onderzoek van de Rekenkamer Rijswijk in 2020.
1.Meerwaarde procedureregeling
RijswijkBuiten
Huis van de Stad
Organisatieontwikkeling
Meer en gedetailleerdere informatie over het project RijswijkBuiten
Gelet op de (financiële) grootte van het project, de vele budgetbesluiten
De meerwaarde van de procedureregeling in dit project is het creëren van grip en zicht door de
35
dan wanneer de kaders voor de informatievoorzienin g niet op een dergelijke wijze worden vastgelegd.
van de raad en de directe binding met de gemeentelijke organisatie is de inschatting dat de gemeenteraad, ook zonder dat dit project als groot project conform de procedureregeling is aangewezen, zeer intensief zou zijn geïnformeerd.
gemeenteraad op de organisatieontwikkeling en dienstverlening, een onderwerp waarvoor doorgaans alleen het college in detail verantwoordelijkheid neemt. Met het aanwijzen als groot project is de raad nauw betrokken bij het concretiseren en definiëren van de projectdoelen en de controle van de voortgang.
2.Binding met beleidsdirecties en beleidsdoelen
De gemeentelijke organisatie heeft zich ingespannen om de kloof tussen het programma en de ambtelijke organisatie van de gemeente Rijswijk te dichten.
Gelet op de zwaarte van het project is de Domeinmanager Maatschappelijke Ontwikkelingen, tevens teammanager van 7 teams en locogemeentesecretaris, verantwoordelijk voor het project.
Het project is als ‘bedrijfsvoeringsopgave’ niet direct gekoppeld aan inhoudelijke, maatschappelijke en opgave gerichte doelen van de beleidsdirecties en beleidsdoelen van de gemeente.
3.Professionele beheersing
De in het onderzoek Beheersing Grote Projecten (2020) beschreven professioneel ingerichte beheersmaatregele n van het project worden nog steeds uitgevoerd.
De raad is gedurende het traject vanaf 2014 uitvoerig meegenomen in verschillende varianten en scenario’s.
De voortgang van de uitvoering was met regelmaat onderwerp van gesprek tussen de projectleider en de deelprojectleiders, en in het Gemeentelijk Management Team.
4.Periodieke herijking en evaluatie
Een eindevaluatie van het project heeft nog niet plaatsgevonden. Dit hangt samen met het besluit van de raad in 2023 om de einddatum van de grondexploitatie
Bij vrijwel elke stap die in het project is gezet, heeft de ambtelijke organisatie en het college de raad geïnformeerd en de raad om goedkeuring verzocht om de
Naast de voortgangsrapportages zijn er vier presentaties gegeven aan de auditcommissie. Hierin werd er meer inhoudelijk gesproken over de voortgang van het
36
(GREX) van het project te verlengen van 2026 naar 2030.
volgende stap te kunnen zetten. Voor zover de onderzoekers bekend is geen eindevaluatie van het Huis van de Stad uitgevoerd.
project, maar volgde geen inhoudelijke herijking. De ambtelijke evaluatie is 7 november 2024 opgesteld en met de raad gedeeld via een raadsinformatiebrief
5.Informatievoorziening
Het inzicht in de sturingsmogelijkhed en, of inzicht in keuzes die gemaakt (kunnen) worden, is derhalve niet significant verbeterd in de voortgangsrapporta ges na het rapport Beheersing Grote Projecten (2020).
De raad is wat betreft de besluitvorming (kaderstelling) van het project uitvoerig in positie gebracht. Wat betreft de ‘bijsturing’ (controlerende rol) is dit beeld meer diffuus. De bijdrage hieraan van de procedureregeling is gering.
In de periode 2020 – 2022 is er viermaal (dus niet elk halfjaar) gerapporteerd over de voortgang van het project. De rapportages zijn evenwel niet opgenomen in de agenda van de raadsvergaderingen, waardoor deze niet actief zijn besproken met de raad.
6.Inhoudelijke sturing
Het periodieke gesprek op meer strategisch niveau over de beleidsuitgangspunt en van het project vindt, in lijn met de bevindingen van het onderzoek in 2020, nog niet plaats te vinden. Daarmee constateren wij dat de betrokkenheid van de gemeenteraad bij het project RijswijkBuiten nog steeds een ad hoc karakter heeft.
De raad is intensief in positie gebracht om inhoudelijk te sturen op dit project. Hiervoor zijn evenwel nauwelijks de instrumenten van de procedureregeling grote projecten gebruikt. Ook hier heeft de sturing een ad hoc karakter.
De inhoudelijke sturing van de raad op het project was minimaal. De raadsinformatiebrieven werden niet besproken in de raadsvergaderingen. De sturing vond plaats via forumvergaderingen en de auditcommissie. Hierin zijn wel een aantal raadsleden vertegenwoordigd, maar hierin komt de kaderstellende of controlerende rol formeel niet aan bod.
Conclusies Beantwoording onderzoeksvragen 37
1. Welke grote projecten zijn er in de afgelopen 5 jaar uitgevoerd binnen de gemeente Rijswijk? In het kader van de regeling grote projecten zijn in totaal 3 projecten als ‘groot project’ door de raad aangewezen: RijswijkBuiten, het Huis van de Stad en Organisatieontwikkeling (en Dienstverlening). Bij het aanmerken van het project Organisatieontwikkeling als groot project kunnen vraagtekens worden gesteld. Bijvoorbeeld omdat de financiering van dit project via de reguliere P&C-cyclus loopt en het feitelijk een continu proces betreft en geen project. 2. Hoe is de uitvoering van deze projecten verlopen, met name de sturing op en verantwoording erover? Van de 3 als groot project aangewezen projecten is conform de vereisten van de procedureregeling het volgende op te merken: a. Startnotities, met o.a. doelstellingen, (financiële) uitgangspunten, risico-inventarisaties, zijn voor alle 3 de projecten opgesteld en gedeeld met de raad. b. Halfjaarlijkse periodieke voortgangsrapportages zijn heel beperkt opgesteld. De raad wordt wel op andere wijze, dikwijls naar aanleiding van incidenten of vanwege de het budgetrecht van de raad, over het verloop van de projecten geïnformeerd. c. Niet alle startnotities en voortgangsrapportages zijn via het raadsinformatiesysteem beschikbaar. De onderzoekers hebben een aantal daarvan onderhands op ambtelijk niveau verkregen. d.
Slechts voor één van de 3 projecten, het project Organisatieontwikkeling, is een eindevaluatie zeer recentelijk aan de raad aangeboden. Op ambtelijk en bestuurlijk niveau wordt aan het opstellen van een eindevaluatie geen hoge urgentie toegeschreven. 3. Op welke wijze is het instrumentarium behorende bij de regeling grote projecten ingezet en heeft dat meerwaarde gegeven? De meerwaarde van het aanmerken van een project als groot project wordt door de ambtelijke organisatie niet voldoende herkend. Bij projecten met belangrijke investeringsbeslissingen moet de raad, vanwege het budgetrecht, ook zonder aangemerkt te zijn als groot project, betrokken worden. In de praktijk lijkt de voorkeur op ambtelijk en bestuurlijk niveau uit te gaan naar het informeren van de raad naar aanleiding van incidenten en ad-hoc beslissingen in een project en wordt het nut van periodieke halfjaarlijkse (voortgangs)rapportages betwijfeld. 38
4. Welke opvolging is gegeven aan de aanbevelingen van het onderzoek uit 2020? De aanbevelingen van de Rekenkamer Rijswijk naar aanleiding van het eerder uitgevoerde onderzoek Rijswijk buiten zijn niet uitgevoerd. Het college heeft hier geen uitvoering aan gegeven, maar de raad heeft de uitvoering ervan ook niet bewaakt en hierop niet geïntervenieerd. Dit betreft: a. Het aanpassen van de procedureregeling grote projecten op het punt van de reflectiebijeenkomsten met de raad. b. Het organiseren van een specifieke reflectiebijeenkomst voor het project RijswijkBuiten. c. Een brede (eind)evaluatie van het project Rijswijk Buiten. Overige conclusies 1. Een aantal van de conclusies van project RijswijkBuiten zijn niet van toepassing op de beide andere projecten: a. Het ontbreken van verbinding met de lijnorganisatie. b. De governance rond het project. 2. Vanwege de gekozen onderzoeksmethodiek, in het bijzonder het gebruik van secundair bronnenmateriaal (de eindevaluaties), is er beperkt zicht op de professionele beheersing van risico’s en de discussie hierover. Het raadsinformatiesysteem, waarbij raads- en commissievergadering niet schriftelijk worden vastgelegd (in de vorm van schriftelijke verslagen) maakt het moeilijk de behandeling van de voortgang van grote projecten te volgen. Aanbevelingen Voor het college van B&W 1.
Geef zorgvuldig uitvoering aan de vereisten van de procedureregeling grote projecten, indien deze door de raad als zodanig zijn aangewezen. Naast een startnotitie gaat de procedureregeling uit van halfjaarlijkse voortgangsrapportages (volgens een vast format) en een eindevaluatie. Voor de gemeenteraad 2. Ga met de Rekenkamer Rijswijk en het college na of de reflectiebijeenkomsten nog opportuun zijn. Indien dit het geval is, neem deze op in de procedureregeling. 3. Ga zorgvuldig en selectief om met het aanwijzen van een uitvoeringsprogramma of -project als project als groot project conform de 39
procedureregeling. Indien projecten via de reguliere P&C-cyclus worden bekostigd, kan de raad in dat kader worden geïnformeerd en beschikt het daarmee over mogelijkheden tot bijsturing. 4. Ga met het college in discussie over de wijze de raad betrokken wordt bij vraagstukken over de gemeentelijke bedrijfsvoering, organisatieontwikkeling en dienstverlening, anders dan via het aanwijzen als groot project. 5. Verbeter de inzichtelijkheid en verslaglegging van de raads- en commissievergaderingen in het raadsinformatiesysteem.
40
7. Bestuurlijke reactie en nawoord rekenkamer 7.1 Bestuurlijke reactie uw kenmerk uw brief van ons kenmerk inlichtingen bij doorkiesnummer
25.016171 S.J. Kornmann (070) 326 18 79
Strategische Ondersteuning AD / GMT
Rekenkamer Rijswijk Postbus 5305 2280 HH RIJSWIJK
Huis van de stad, Generaal Spoorlaan 2 Postbus 5305, 2280 HH Rijswijk Telefoon 14 070 stadhuis@rijswijk.nl www.rijswijk.nl iban BNG: NL15BNGH0285007424
betreft
Bestuurlijke reactie rekenkameronderzoek "Opvolgingsonderzoek beheersing grote projecten"
datum bijlage(n)
Geachte voorzitter van de Rekenkamer Rijswijk, Met dank en waardering voor het door u geleverde werk hebben wij kennisgenomen van uw onderzoek met als titel “Opvolgingsonderzoek beheersing grote projecten”. Het college is blij met het onderzoek en reageert graag op de conclusies en aanbevelingen voor zover die van toepassing zijn op ons college. Aanbeveling aan college: Geef zorgvuldig uitvoering aan de vereisten van de procedureregeling grote projecten, indien deze door de raad als zodanig zijn aangewezen. Naast een startnotitie gaat de procedureregeling uit van halfjaarlijkse voortgangsrapportages (volgens een vast format) en een eindevaluatie. De aanbeveling hangt samen met de getrokken conclusies over de betrokkenheid van de raad binnen het proces van de grote projecten. Hoewel het college erkent dat gedurende de lange looptijden van de drie grote projecten de periodieke halfjaarlijkse rapportages niet in alle gevallen conform de procedureregeling grote projecten zijn aangeboden aan de raad, onderstrepen wij de aanwezigheid van andere middelen om de raad met hetzelfde doel als de halfjaarlijkse rapportage te informeren. Op die manier is de raad in gelegenheid gebracht om een bijsturende rol te vervullen. Dit was veelal de situatie als omstreeks het geplande moment van een periodieke rapportage een raadsvoorstel in voorbereiding was, of reeds recent was vastgesteld.
In die situaties zijn de raadsvoorstellen tevens gebruikt om uitgebreide(re) informatie over de voortgang van het grote project met de raad te delen. Op die manier werd de raad dan ook in staat gesteld om actief bij te sturen. Ook wat betreft de eindevaluatie van het grote project RijswijkBuiten en Huis van de Stad erkent het college dat deze ten tijde van het rekenkamer onderzoek niet beschikbaar waren. Echter hangt dit feit samen met het moment waarop het onderzoek door de rekenkamer is uitgevoerd. De aanwezigheid van een eindevaluatie is afhankelijk van de fase waarin het project zich bevindt. Voor wat betreft het grote project Huis van de Stad is gedurende het onderzoek aangegeven dat een eindevaluatie in voorbereiding was, maar dat deze nog niet dusdanig gevorderd en bestuurlijk vastgesteld was, dat deze al met de onderzoekers gedeeld kon worden. De eindevaluatie zal ter afronding van het project, na besluitvorming in het college, conform de procedureregeling toegezonden worden aan de gemeenteraad. 41 Een eindevaluatie van het grote project RijswijkBuiten is op dit moment nog niet aan de orde aangezien dit project nog volop loopt en er nog geen sprake is van afronding.
Bestuurlijke reactie Concluderend kan het college zich vinden in de aanbeveling dat de procedureregeling zorgvuldig gevolgd moet worden. Naar het oordeel van ons college is dat ook altijd gebeurd, ook op de momenten dat we in de geest van de regeling hebben gehandeld in plaats van naar de letter. Daarmee zijn wij van mening dat de gemeenteraad steeds in de positie is geweest om de controlerende taak uit te voeren. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders, de secretaris,
de burgemeester,
P.M. Schuit
H. Sahin
7.2 Nawoord Rekenkamer De Rekenkamer dankt het college voor de bestuurlijke reactie. De Rekenkamer erkent dat het college binnen de geest van de verordening Grote Projecten de Raad informeert over de voortgang, knelpunten en risico's. Uit de reactie blijkt dat de verordening knellend werkt. Het doel van de verordening raakt uit zicht wanneer termijnen en formats belangrijker zijn dan goede en tijdige informatievoorziening aan de Raad. Wanneer de verordening te star is, kan de Raad ervoor kiezen om binnen de verordening ruimte te creëren om te sturen naar de omvang en soort van een project. Het risico van een ruimere verordening is dat de disciplinerende werking van termijnen en voor afgesproken kaders verdwijnt, waardoor het moeilijker wordt voor de Raad om te sturen. Het is daarom belangrijker volgens de Rekenkamer dat de Raad bewust kiest welk onderwerp extra aandacht van de Raad vereist en op welke voorwaarden/ijkpunten de Raad wil sturen. Om daar vervolgens consequent naar te handelen en het college aan te spreken wanneer nodig. Moet iets de titel 'Groot Project' hebben om nauwer te willen sturen? In het vooruitzicht van de verkiezingen van 2026 is het een aanvullende aanbeveling aan de Raad om de griffie te vragen een analyse te maken van de afgelopen vier jaar van de momenten dat extra inzet van de Raad noodzakelijk werd ervaren zonder dat het een groot project betrof.
Welke lessen zijn hier uit te trekken? Bij welke seinen bij niet grote projecten heeft de Raad tussentijds extra aandacht besteed aan een onderwerp en waar richtte deze zich op? Dit kan handvatten geven aan de volgende Raad om gericht te agenderen zonder het college in het keurslijf van de verordening Grote Projecten te dwingen. 42
Bijlage 1 Procedureregeling grote projecten Vastgesteld door de gemeenteraad op 10 juni 2008 Geldend van 20-06-2008 t/m heden Artikel 1. Aanwijzing groot project 1. De raad kan – gehoord het college van burgemeester en wethouders - besluiten een activiteit aan te wijzen tot groot project, indien hij van mening is dat zijn kaderstellende en controlerende taak vereist dat meer toegesneden informatie noodzakelijk is. 2. Deze aanwijzing vindt plaats op grond van een of meer van de volgende overwegingen: a. er is sprake van een niet routinematige, grootschalige en in de tijd begrensde activiteit; b. het project is politiek zeer relevant; c. er is sprake van aanmerkelijke risico’s; d. er zijn substantiële financiële gevolgen aan verbonden; e. er is sprake van een in organisatorisch opzicht complex besturings- en uitvoeringsproces. Artikel 2. Startdocument 1. Het college zendt binnen vier weken na een besluit ingevolge artikel 1, 1e lid, van deze regeling aan de raad een startdocument betreffende het project waarin tenminste de volgende elementen worden besproken: a. de probleemanalyse die aan het project ten grondslag ligt; b.de specifiek, meetbaar, realistisch en tijdgebonden geformuleerde doelstelling(en) van het project; c. een weergave van de geldende beleidskaders en de beleidsruimte; d.
een schets van de diverse beleidsalternatieven; de verwachte maatschappelijke of bestuurlijke consequenties van de alternatieven; financiële consequenties van de alternatieven; de motivering waarom wordt gekozen voor het voorgestelde project en waarom de alternatieven zijn afgevallen; e. de rol van de gemeente bij dit project; betrokkenheid van andere publieke of private partijen; f. een globale kostenraming, de wijze van financiering, de inpassing van de exploitatielasten in de begroting; g. een risicoanalyse en de maatregelen die zijn genomen om de risico’s te beheersen; 43
h. de voorziene planning van de te nemen beslissingen en de rol van de raad daarin; i. de hoofdlijnen van de organisatie van het project alsmede de aansturing en de beheersing daarvan; j. een communicatieparagraaf. 2. De raad kan desgewenst aanvullende eisen stellen aan de te verstrekken informatie. Artikel 3. Voortgangsrapportages In de tenminste eenmaal per halfjaar uit te brengen voortgangsrapportage is de door het college aan de raad te verstrekken informatie – indien en voorzover van toepassing -gericht op: a. de voortgang en de resultaten van de doelstellingen ten opzichte van de startnotitie; b. de politieke keuzevraagstukken, mede gelet op wat er leeft in de samenleving, inclusief de rol van de gemeenteraad daarin; c. de eventuele wijzigingen in de reikwijdte van het project; d. de ontwikkeling van de planning van het project; e. de ontwikkeling van de financiën van het project (waaronder dreigende kostenoverschrijdingen en het opvangen daarvan); f.de ontwikkelingen met betrekking tot de aan het project verbonden risico’s, zowel eerder genoemde als nieuwe risico’s; g. de wijze waarop het project wordt aangestuurd en beheerst; h. de voorgenomen acties; i. alle door de raad daarnaast gevraagde informatie; j.
alle overige informatie betreffende het project waarvan redelijkerwijs kan worden verondersteld dat deze informatie noodzakelijk is voor de uitoefening van de controlerende taak van de raad. Artikel 4. Eindevaluatie Het college zendt ter afronding van het project een evaluatienotitie aan de raad. Daarin wordt tenminste aandacht besteed aan de volgende elementen: a.informatie over de vraag in welke mate de oorspronkelijke doelstellingen van het project zijn verwezenlijkt; b. informatie over de kosten van het project; c. informatie over de wijze waarop de risico’s zijn onderkend en beheerst; d. informatie over de wijze waarop het project is aangestuurd en beheerst; e. informatie over de vraag hoe de samenwerking tussen college en raad is verlopen en hoe de informatievoorziening heeft gefunctioneerd. 44
Artikel 5. Slotbepaling Deze regeling wordt aangehaald als “Procedureregeling grote projecten gemeente Rijswijk”.
45
Bijlage 2: Geïnterviewde personen Groot project RijswijkBuiten: - Directeur programmabureau RijswijkBuiten Groot project Organisatieontwikkeling: - Secretaris Gemeentelijk Managementteam - Domeinmanager Bedrijfsvoering Groot project Huis van de Stad - Domeinmanager Maatschappelijke Ontwikkelingen - Senior projectleider herstructurering woningbouw - Projectsecretaris
46