Bijlage A Kadernota
Tekst van het document
Kadernota
Kadernota
Leeswijzer................................................................................................................................2 Context ....................................................................................................................................3 Voorgestelde keuzes ..............................................................................................................5 Financieel kader......................................................................................................................8 Overige uitgangspunten voor de begroting 2025 ................................................................9 Overzicht keuzemogelijkheden ...........................................................................................12 Overzicht niet begrote opties ..............................................................................................14 Toekomstscenario’s, mogelijke toekomstige situaties.....................................................17 Actueel - De financiële verhouding in de kabinetsformatie (februari 2024).........................20 Actueel - De voorjaarsnota van het Rijk (april 2024)...........................................................20 Actueel – Hoofdlijnenakkoord Hoop, lef en trots (mei 2024) ...............................................21 Inzicht: analyses 2018 tot en met 2027
...............................................................................22 Totaaloverzicht ontwikkeling lasten programma’s 2018-2027 ............................................22 Relatieve ontwikkeling lasten met prijspeil ......................................................................22 Absolute ontwikkeling lasten ...........................................................................................22 Ontwikkeling programma’s 2018-2027................................................................................22 Openbare Orde en Veiligheid ..........................................................................................25 Verkeer en Vervoer .........................................................................................................25 Economie en werken .......................................................................................................27 Sport, Cultuur en Recreatie .............................................................................................30 Sociaal Domein ...............................................................................................................32 Wonen en Leven .............................................................................................................33 Ontwikkeling van de organisatie
......................................................................................34 Opbouw Functiehuis ........................................................................................................35 Verstrekte subsidies ........................................................................................................36 Financiële gezondheid ........................................................................................................38 Context ............................................................................................................................38 Solvabiliteit ......................................................................................................................38 Grondexploitatie ..............................................................................................................41 Netto schuldquote............................................................................................................41 Lange termijn investeringsplan ........................................................................................43 Gemeentefonds ...............................................................................................................43 Vergelijking met andere gemeenten ................................................................................48
Pagina 1
Kadernota Leeswijzer
Deze kadernota is omvangrijker dan voorgaande jaren. Ook wordt aanvullende informatie aan de raad beschikbaar gesteld. Omwille van het overzicht volgt hier een leeswijzer: Context: in dit hoofdstuk worden de omstandigheden geschetst waardoor het financieel beeld bepaald wordt. Het hoofdstuk eindigt met het financieel kader dat het startpunt is voor deze kadernota. Voorgestelde keuzes: in dit hoofdstuk worden de hoofdlijnen van de keuzes die het college voorstelt gepresenteerd. Financieel kader: hier vindt u de effecten van de voorgestelde keuzes op het financieel kader voor de begroting 2025 en de meerjarenbegroting. Overige uitgangspunten voor de begroting 2025: in dit hoofdstuk zijn de voorgestelde uitgangspunten voor het opstellen van de begroting uitgewerkt. Dit betreft indexeringen, het inwoneraantal en de WOZ-waarde van de stad. Overzicht keuzemogelijkheden: deze tabel bevat alle keuzemogelijkheden die voor de kadernota zijn uitgewerkt. Elke keuzemogelijkheid is uitgewerkt in een format. De formats zijn ambtelijke uitwerkingen die omwille van het inzicht met uw raad gedeeld worden. U vindt ze in de bijlage. Overzicht niet begrote opties: deze tabel bevat alle onderwerpen waar aandacht voor is, maar die nog niet begroot zijn. Elke optie is uitgewerkt in een format. De formats zijn ambtelijke uitwerkingen die omwille van het inzicht met uw raad gedeeld worden.
U vindt ze in de bijlage. Toekomstscenario’s, mogelijke toekomstige situaties: dit hoofdstuk verkent verschillende mogelijke toekomstige situaties rondom het financieel kader. Daarnaast is informatie opgenomen vanuit het formatieproces, de voorjaarsnota van het rijk en het hoofdlijnenakkoord. Inzicht: analyses 2018 tot en met 2027: dit hoofdstuk bevat aanvullende informatie over de budgettaire ontwikkeling binnen de programma’s, over subsidies en over de organisatie. Financiële gezondheid: hier vindt u informatie over de ontwikkeling van de financiële gezondheid van de gemeente en over de gemeentefondsuitkering.
Bijlagen: uitgewerkte formats van de keuzemogelijkheden en van de niet begrote opties. Deze ambtelijke uitwerkingen worden omwille van het inzicht beschikbaar gesteld aan de raad.
Pagina 2
Kadernota Voorwoord Deze kadernota is nadrukkelijk anders dan de kadernota’s van de afgelopen jaren. Het is een omvangrijke nota, los van de 1e Halfjaarrapportage. Onze financiën dwingen ons daartoe: de inkomsten van het rijk worden de komende jaren lager, terwijl de kosten van de Jeugdzorg sterk stijgen. Voor gezonde groei moeten we voor de komende jaren keuzes maken. In deze kadernota schetst het college de hoofdlijnen van deze keuzes. Die worden na besluitvorming door de raad verder uitgewerkt in de begroting. Verbreding landelijk beeld andere gemeenten
De dynamiek rondom het gemeentefonds betekende voor Rijswijk de afgelopen jaren een grote en aanhoudende financiële onzekerheid over de inkomsten. Met de recente voorjaarsnota en het hoofdlijnenakkoord lijkt aan die onzekerheid een einde te zijn gekomen. Met de uitkomsten van de voorjaarsnota en het hoofdlijnenakkoord is in deze kadernota rekening gehouden. Meer informatie hierover vindt u in de paragraaf Context hierna.
Vanwege het financiële perspectief moeten we voor de komende jaren keuzes maken. Net als veel andere gemeenten in het land, meer dan 200 gemeenten hebben op dit moment meerjarig grote tekorten. We investeren in de stad in fysiek, maatschappelijk, sociaal en economisch opzicht. Daarnaast blijven we investeren in onze eigen organisatie en in onze partners. Tegelijkertijd dwingt het financieel kader tot een aantal bezuinigingen en prioritering van de zaken die we aanpakken. De uitgangspunten en de hoofdlijnen van de keuzes die het college voorstelt leest u in het hoofdstuk Uitgangspunten en voorgestelde keuzes.
Om redenen van transparantie en inzicht wordt met deze kadernota extra informatie beschikbaar gesteld: informatie over alle keuzemogelijkheden, ook over de mogelijkheden die niet worden voorgesteld. Plus een aantal uitgewerkte toekomstscenario´s die inzicht geven in de mogelijke toekomstige ontwikkeling van het budgettaire kader. Tot slot is een uitgebreide analyse van de financiële huishouding van de gemeente opgenomen. Hiermee wordt inzicht gegeven in de budgettaire ontwikkeling van Rijswijk van 2018 tot en met de laatste jaarschijf van de meerjarenbegroting.
Context Twee oorzaken maken dat het startpunt van deze kadernota negatief is: lagere inkomsten van het rijk en stijgende uitgaven voor de stad. Hierdoor staat onze financiële gezondheid onder druk en het dwingt ons keuzes te maken.
Lagere inkomsten van het rijk De gemeentefondsuitkering is de belangrijkste inkomstenbron van gemeenten. Binnen de gemeentefondsuitkering speelden al langer drie ontwikkelingen: de herverdeling van het gemeentefonds, de opschalingskorting en de nieuwe accresmethodiek. De herverdeling van het gemeentefonds beoogt het verdeelmodel te vereenvoudigen. Het gemeentefonds werd tot 2023 verdeeld over alle gemeenten met behulp van 90 maatstaven, die elk een eigen gewicht hadden. Met ingang van 2023 is het aantal maatstaven teruggebracht tot 50, met elk een nieuw gewicht. Voor Rijswijk is het effect van de Pagina 3
Kadernota
herverdeling financieel nadelig. Hierop is een ingroeipad van toepassing. Eén van de effecten van het nieuwe verdeelmodel is dat groei van de stad niet meer automatisch tot meer inkomsten leidt. Gemeenten worden sinds 2015 geconfronteerd met de opschalingskorting. Deze korting is door het rijk opgelegd omdat gemeenten door gedwongen opschaling kosten zouden besparen. De beleidswijziging van het opschalen van alle gemeenten naar 100.000+ inwoners is nooit doorgevoerd, maar de korting is blijven staan. In de voorjaarsnota heeft het rijk aangegeven dat de oploop van de opschalingskorting met ingang van 2026 komt te vervallen. Dit levert Rijswijk vanaf 2026 een voordeel in het gemeentefonds op van € 2,2 mln. Daar staat wel een eenmalige korting van € 2,2 mln. in 2025 tegenover. De nieuwe accresmethodiek voor het gemeentefonds is vanaf 2024 gebaseerd op de langjarig gemiddelde ontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product. De omvang van het gemeentefonds was tot zeer recent gekoppeld aan de uitgaven van het rijk (trap op-trap af). Het accres is de jaarlijkse toe- of afname. Vanwege de stabiliteit en voorspelbaarheid van de gemeentefondsuitkering lagen er al plannen vanaf 2027 de ontwikkeling van het gemeentefonds te gaan koppelen aan de ontwikkeling van het Bruto Nationaal Product. Dat is recent door het demissionaire kabinet vervroegd naar 2024.
De doorrekeningen van de meicirculaire (gepubliceerd 27 mei) zijn niet op tijd gereed voor verwerking in deze kadernota. Maar het effect van de nieuwe accres systematiek is voor gemeenten niet positief.
Stijgende uitgaven Jeugd De groeiende stad zorgt ook voor een groei van de benodigde uitgaven en investeringen. Vooral de uitgaven aan jeugdzorg groeien hard. In 2023 zijn de uitgaven aan individuele voorzieningen jeugd met € 5 mln. gestegen tot € 21 mln. Deze stijging werkt door in de begroting van 2024 en verder. In de 1e Halfjaarrapportage is voor jeugd € 7 mln. structurele lasten verwerkt in het financiële meerjarenbeeld, hierbij is rekening gehouden met prijs- en volumeontwikkelingen.
Financiële gezondheid onder druk, bezuinigingen noodzakelijk Door de lagere inkomsten van het rijk en hogere uitgaven voor de stad, staat onze financiële gezondheid onder druk. Daarom zijn maatregelen onvermijdelijk, zonder maatregelen komen we in een zeer risicovol financieel profiel terecht. De bezuinigingsopgave is zo groot dat we naar alle mogelijke maatregelen kijken. Alle inwoners en bedrijven zullen iets van de bezuinigingen merken. Toch willen we de dienstverlening en de uitvoering op het huidige niveau handhaven.
Financieel kader De dalende inkomsten van het rijk en de stijgende uitgaven voor de stad leiden tot het volgende financiële kader:
bedragen x € 1.000
2024
2025
2026
2027
2028
Pagina 4
Kadernota
primitieve begroting
518
2.234
-6.166
-1.621
1e Halfjaarrapportage
-2.220
-5.463
-3.766
-9.223
Subtotaal
-1.702
-3.229
-9.932
-10.844
-11.000
-2.200
2.200
2.200
2.200
pm
pm
pm
pm
pm
-1.702
-5.429
-7.732
-8.644
-8.800
voorjaarsnota rijk meicirculaire
Kadernota
Voor een meerjarig sluitende begroting is een maatregelenpakket nodig dat oploopt tot tenminste € 9 mln.
Voorgestelde keuzes In deze kadernota schetst het college op hoofdlijnen de maatregelen die, na het kaderdebat en besluitvorming door de raad, richting begroting 2025 verder uitgewerkt gaan worden.
Financiële maatregelen: oplopend tot € 2,5 mln. De Financiële Verordening 2023 biedt ruimere mogelijkheden de economische levensduur van activa realistisch in te schatten. Door het verlengen van de economische levensduur worden de jaarlijkse kapitaallasten (afschrijving en rente) lager en lopen de kapitaallasten langer door. De levensduur van de vaste activa is op grond van de Financiële Verordening 2023 opnieuw beoordeeld. Het realistisch inschatten van de economische levensduur van investeringen die nu onderhanden of gepland zijn levert een bijdrage van € 0,5 mln. per jaar op vanaf 2025. In de 1e Halfjaarrapportage is voor het herzien van de economische levensduur van de bestaande vaste activa € 0,5 mln. per jaar opgenomen.
Ook bestaand financieel beleid is heroverwogen. Voor de huidige uitzonderlijke financiële omstandigheden zijn bijzondere oplossingen nodig. In het staande financieel beleid worden de jaarlijkse netto opbrengsten van de parkeerexploitatie, van het woonfonds en van de cumulatief preferente aandelen Stedin toegevoegd aan bestemmingsreserves. Het college stelt voor deze opbrengsten met ingang van 2024 toe te voegen aan de algemene middelen en niet langer meer te storten in de mobiliteitsreserve of andere bestemmingsreserves, al dan niet revolverend. Het aanpassen van het financiële beleid voor deze drie specifieke opbrengststromen levert een bijdrage van € 1,9 mln. aan het maatregelenpakket. Deze keuzes hebben geen effect op de inwoners en bedrijven, het betreft een wijziging van financieel beleid.
Versoberen en stoppen van beleid: oplopend tot € 4,7 mln. De huidige financiële context maakt pijnlijke beleidskeuzes onvermijdelijk. Belangrijk uitgangspunt bij de afwegingen is de dienstverlening en de uitvoering voor burgers en bedrijven te ontzien. De gemeentelijke dienstverlening blijft goed toegankelijk en bereikbaar. Pagina 5
Kadernota
Gelet op de omvang van het benodigde maatregelenpakket stelt het college voor te stoppen met de regeling tegemoetkoming meerkosten zorg. Dit raakt inwoners met een WMO voorziening en een inkomen meer dan 130% van het minimumloon. Het college stelt voor de taken van gebiedsregie anders te organiseren, onder andere door een deel te laten overnemen door de wijkboa’s en de omgevingsmanagers. Ook de inzet op groen-blauwe schoolpleinen wordt stopgezet en doordat de provinciale ophoging van de Hoornbrug niet doorgaat, kan dit krediet komen te vervallen. In totaal leveren het stoppen van deze activiteiten een bijdrage van € 0,4 mln. aan het maatregelenpakket. Het college stelt op verschillende beleidsterreinen een versobering voor. De belangrijkste versoberingen zijn de maatregelen voor kostenbeheersing in de Jeugdzorg (oplopend tot € 2,5 mln., zie de 1e Halfjaarrapportage), een korting op het welzijnsbudget (oplopend tot € 0,3 mln.) en een versobering op een aantal interventies in het preventieve jeugdbeleid (oplopend tot € 0,4 mln.). Verder stelt het college voor een aantal zichtbare, maar niet onoverkomelijke maatregelen te treffen in het onderhoud en beheer van de buitenruimte (€ 0,3 mln.) en op het gebied van beleidsontwikkeling en -uitvoering economie (€ 0,2 mln.). Ook wordt de inzet van de Boa’s in de stad iets versoberd (€ 0,1 mln.).
Tot slot wordt een aantal kleine versoberingen doorgevoerd, bijvoorbeeld op verkeersveiligheid, onderzoek en het dagelijks onderhoud.
Extra opbrengsten: oplopend tot € 3,6 mln. In de context van extra uitgaven aan de groeiende stad en een krimpend budgettair kader heeft het college ook de inkomstenkant bezien. De maatregelen die het college hierbij voor ogen heeft zijn: • • • •
•
•
Extra buitenreclame toestaan vanaf 2026 (€ 0,15 mln.). en de inkomsten reclamebelasting vanaf 2026 te verhogen (€ 0,15 mln.). Huurpenningen in rekening te brengen voor Het Hof van Elsenburg (€ 0,3 mln. vanaf 2025) De handhaving van het parkeerbeleid te versterken, leidend tot een beter betaalgedrag (€ 0,6 mln.). De reguleringstijden van parkeren worden uitgebreid en de tarieven voor straat parkeren worden in overeenstemming gebracht met omliggende gemeenten (oplopend tot in totaal € 1,6 mln.). Conform de door de raad vastgestelde ontwikkelkaders wordt bij de nieuwe gebiedsontwikkelingen gereguleerd parkeren ingevoerd. De bijbehorende opbrengsten worden nu in de meerjarenbegroting verwerkt (oplopend tot € 0,2 mln.). De OZB tarieven extra te indexeren, zodat een inhaalslag gemaakt wordt op de lagere indexering in voorgaande jaren (€ 1,0 mln.).
Herprioriteren en uitstellen Gegeven de financiële context is de geplande uitvoering van verschillende activiteiten en projecten heroverwogen. Het uitstellen van plannen en activiteiten verlicht het financiële beeld tijdelijk, de consequentie is dat de bijbehorende ambities ook later in de tijd gerealiseerd worden. De heroverweging leidt tot de volgende voorstellen: • •
Het doorschuiven van budgetten uit het Isolatiefonds naar 2027 en 2028. Het onderzoek armoedebestrijding wordt doorgeschoven naar 2026. Pagina 6
Kadernota
• • •
De investeringsprojecten Groene Assenkruis en Vlietzigt worden niet in 2025 en 2026 uitgevoerd, maar tot nader order doorgeschoven. Het project Wet open overheid wordt komend najaar tot nader order stilgelegd. Het invoeren van een nieuwe milieuzone en de sloopregeling brom- en snorfietsen worden uitgesteld tot 2025.
Efficiency maatregelen: € 0,6 mln. Er kunnen altijd zaken slimmer, zonder dat het grote impact heeft. Het college stelt in dit kader voor efficiencywinst te realiseren in de ondersteuning door de ambtelijke organisatie, door het aantal parkeerautomaten in de stad te verminderen in verband met de beschikbaarheid van verschillende parkeerapp’s en door de bezetting van het parkeerloket slimmer te organiseren.
Intensiveringen en nieuw beleid: oplopend tot € 2,7 mln. We blijven investeren in de stad in fysiek, maatschappelijk, sociaal en economisch opzicht. Door een aantal slimme financiële maatregelen, het stoppen en versoberen van bepaalde beleidsterreinen en het doorschuiven van een aantal plannen, ziet het college beperkt ruimte voor nieuw beleid en een aantal intensiveringen. Deze voorstellen dragen bij aan actuele maatschappelijke en lokale opgaven. Het betreft de volgende voorstellen: • •
•
•
• • • • • • • •
Intensivering verkeersveiligheid (van 50 naar 30), infrastructurele maatregelen en OV en fiets; Voor het afmaken van de voetgangersbrug over de Prinses Beatrixlaan tussen Kindcentrum Buitenrijck/Sion en Cardia/Parkrijk worden hogere kapitaallasten per 2027 verwerkt. De sluiting van de tunnel onder de Haagweg zal in samenhang met o.a. de herinrichting Geestbrugweg over een aantal jaar plaats vinden maar voor die tijd krijgt de tunnel wel een opknapbeurt. De buitenruimte wordt structureel op een goed niveau onderhouden. De benodigde middelen voor het groenbeheerplan (€ 1,0 mln.) en het wegenbeheerplan (€ 0,1 mln.) zijn vrijgespeeld, rekening houdend met een aantal versoberingen in het maatregelenpakket (€ 0,3 mln., zie versoberen en stoppen van beleid). Het speeltuinbeleid kan een intensivering krijgen. We kunnen aan de slag gaan met de renovatie en verduurzaming van zwembad de Schilp, daarbij benutten we de reeds ontvangen Dumava subsidie van € 2,5 mln. De Marimbahal kan worden gesloopt, zodat er geen onveilige plek ontstaat. Achterstallig onderhoud bij Kinderboerderij ’t Akkertje wordt aangepakt en voetbalvereniging Vredenburch kan een tweede kunstgrasveld krijgen. De herstructurering en renovatie van het woonwagenpark de Strijp kan worden opgestart. Voor de armoedeproblematiek in de stad worden extra middelen ingezet.
De inzet op BIBOB (veiligheid/ondermijning) wordt uitgebreid, zodat de volledige reikwijdte van de wet in beleid en uitvoering kan worden benut. De inzet voor de veiligheid van het Stationsgebied wordt verhoogd.
Pagina 7
Kadernota Financieel kader In onderstaande tabel vindt u het actuele financieel beeld, waarin de effecten van de maatregelen en intensiveringen zijn verwerkt. Het startpunt is de begroting 2024 die door de raad is vastgesteld. In onderstaande tabel zijn ook de effecten van de voorjaarsnota van het Rijk opgenomen en de onderwerpen uit de 1e halfjaarrapportage. De meicirculaire is op 27 mei gepubliceerd, de effecten voor Rijswijk worden doorgerekend maar zijn helaas niet op tijd bekend om in deze kadernota opgenomen te worden. De uitkomsten van de meicirculaire worden daarom via een afzonderlijke raadsinformatiebrief gedeeld.
Bedragen x € 1.000
2024
2025
2026
2027
Primitieve begroting
1.975
2.234
-6.166
-1.621
Budgetoverheveling
-1.457
1e Halfjaarrapportage
-2.220
-5.463
-3.766
-9.223
Subtotaal
-1.702
-3.229
-9.932
-10.844
-11.000
-2.200
2.200
2.200
2.200
P.M.
P.M.
P.M.
P.M.
P.M.
Financiële maatregelen
1.239
1.901
1.895
2.455
2.455
Versoberen/stoppen beleid
267
1.735
2.177
2.255
2.255
Extra opbrengsten
-
3.043
3.635
3.635
3.635
Herprioriteren/uitstellen
676
697
357
-881
-919
Efficiency maatregelen
-
445
445
445
445
Subtotaal na maatregelen
480
2.392
777
-735
-929
Voorstel intensiveringen
-110
-1.788
-2.142
-2.422
-2.701
Kader voor begroting
370
604
-1.365
-3.157
-3.630
Voorjaarsnota rijk Meicirculaire
2028
Voorstel maatregelen:
De voorgestelde hoofdlijnen van het maatregelenpakket leiden tot een sluitende begroting voor 2024 en 2025. Voor de jaren daarna zijn nog extra maatregelen nodig. Gelet op de samenstelling van het maatregelenpakket zullen we ons hiervoor in eerste instantie richten op versobering en/of stoppen van beleid en taken. Pagina 8
Kadernota
* In de 1e halfjaarrapportage is een aantal maatregelen verwerkt die direct bijdragen aan het terugdringen van het tekort 2024. Dit betreft: -
-
-
een vacaturekorting voor de resterende maanden van 2024: de vacatures worden pas na twee maanden ingevuld. Dit levert naar verwachting een besparing op van ca. € 0,8 mln. voortijdig beëindigen van inhuurovereenkomsten voor € 0,4 mln: een aantal inhuurovereenkomsten wordt dit jaar niet verlengd. Dit betreft inhuur voor de Wet open overheid, communicatie, externe inzet boa’s, externe inzet RCC en externe inzet stadsbeheer. Het versoberen, uitstellen en/of doorschuiven van een aantal taken voor € 1,2 mln. Dit betreft onder andere het isolatiefonds, de inzet op trede 1-2 bij het WSP, geen inhuur maar eigen personeel op de uitvoering van ESF subsidie en van de SPUKs inburgering en Oekraine, de inwonersraad armoede en op onderhoud buitenruimte (bladkorven, kauwgum, kerstbomen).
In deze kadernota worden aanvullende voorstellen gedaan de begroting 2024 weer in evenwicht te brengen.
Overige uitgangspunten voor de begroting 2025 Onderstaand worden de overige uitgangspunten voor de begroting 2025 gepresenteerd. Naast de gebruikelijke kerngegevens en indexcijfers, wordt ook een toelichting gegeven op de nieuwe indeling die bij de begroting 2025 geïntroduceerd wordt. Nieuwe indeling begroting De gemeentelijke begroting is ingedeeld in programma’s en verder onderverdeeld in beleidsproducten. De huidige indeling van de beleidsproducten is lang geleden bepaald en sindsdien niet veranderd. Op zich heeft dat als voordeel dat de begrotingen en de jaarrekeningen van Rijswijk over de jaren heen elkaar vergeleken kunnen worden. Het is alleen lastiger te vergelijken met andere gemeenten, omdat die veelal een andere indeling gebruiken. De implementatie van het nieuwe financiële systeem, ERPx van Unit4, is een uitgelezen kans om de indeling te actualiseren. Er zijn veel soorten indelingen die worden toegepast, maar een veelgebruikte indeling in de gemeente sector is op basis van de taakvelden. De taakvelden zijn een landelijk verplichte indeling en gemeenten leveren informatie volgens deze indeling aan bij het CBS. Dat betekent dat de gemeentelijke administratie daar al op is ingericht en dat veel gemeenten hun beleidsproducten ook in lijn met die indeling hebben opgebouwd.
Voorgesteld wordt de P&C producten van de gemeente Rijswijk ook naar taakvelden in te richten, zodat de begrotingen en jaarrekeningen van Rijswijk beter vergeleken kunnen worden met andere gemeenten. Bij de invoering van de nieuwe indeling zorgen we er ook voor dat de Rijswijkse cijfers in de oude en nieuwe indeling blijvend met elkaar vergeleken kunnen worden. Dit voorstel wordt verder toegelicht in de Auditcommissie van juni.
Pagina 9
Kadernota
Kerngegevens
Voor de totstandkoming van de meerjarenbegroting zal voor onderdelen gebruik gemaakt worden van de verwachte ontwikkeling van het inwonersaantal en de woningengroei. Hieronder de uitgangspunten: Per 1 januari aantal woningen
2024 28.745
2025 29.173
2026 29.601
2027 30.029
2028 30.457
WOZ waarde woningen x € 1.000,10.359.173 10.500.413 10.641.653 10.782.893 10.924.133 WOZ waarde niet woningen x € 1.000,- 2.407.460 2.407.460 2.407.460 2.407.460 2.407.460 gemiddelde bezetting van 1 woning
2,0748
2,0612
2,0612
2,0612
2,0612
inwoners
59.640
60.132
61.015
61.897
62.779
Indexatie Indexering wordt gebaseerd op de Nationale consumentenprijsindex (cpi) zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan (CEP februari 2024) van het Centraal Planbureau. Het indexcijfer voor 2025 wordt ingeschat op 2,8%. Indexatie subsidies aan derden Gezien de financiële situatie is het uitgangspunt dat niet wordt gecompenseerd voor indexatie. Waar nodig vindt de beoordeling plaats per aanvraag. Kostenstijgingen gemeenschappelijke regelingen In de colleges van alle Haaglandengemeenten is afgesproken dat voorafgaande aan een nieuwe begrotingscyclus gezamenlijke afspraken worden gemaakt over de financiële kaderstelling voor gemeenschappelijke regelingen (GR). Er is gezamenlijk een kaderbrief vastgesteld en verstuurd naar de verschillende gemeenschappelijke regelingen. De genoemde indexcijfers geven een algemeen vertrekpunt voor de begroting van de gemeenschappelijke regelingen in 2025 met als doel een indicatie af te geven voor een toekomstige inflatie compensatie. Het staat echter niet in de weg dat voor individuele gemeenschappelijke regelingen, in afstemming met de overige deelnemers, tot een andere bijstelling van de gemeentelijke bijdrage kan worden gekomen. De gemeentelijke bijdrage voor 2025 vermeerdert ten opzichte van het basisjaar 2021 met: • 2,6 % voor de materiële kosten volgens de nationale consumentenprijsindex (CPI).
Dit cijfer is een inschatting voor het jaar 2025 (2,6 %, cMEV2024). • 4,9 % voor de loonkosten volgens de index prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers. Dit cijfer is een inschatting voor het jaar 2025 (4,9%, cMEV2024). Exploitatiebudgetten Gezien de financiële situatie is het uitgangspunt dat voor de gemeentelijke exploitatiebudgetten niet wordt gecompenseerd voor inflatie. Dekking moet in eerste instantie gevonden worden binnen bestaande budgetten. Lokale heffingen Uitgangspunt voor indexering van de lokale heffingen is 2,8% verhoging. In het coalitieakkoord is aangegeven dat de onroerendzaakbelastingen jaarlijks worden aangepast aan de inflatie. De gemeente verhoogt alleen meer dan de door het CPB voorspelde inflatie (cpi) als het echt niet anders kan. In deze kadernota wordt een voorstel Pagina 10
Kadernota
gedaan voor extra indexering van de OZB, waarmee een inhaalslag wordt gemaakt. In de afgelopen jaren is de gehanteerde indexatie OZB lager geweest dan de werkelijke inflatie: jaar 2021 2022 2023 2024
gehanteerd 1,7% 1,5% 2,4% 5,1%
werkelijk 2,7% 10% 3,9% 3%
Ten opzichte van basisjaar 2020 zijn de tarieven over de afgelopen vier jaar ruim 8% minder geïndexeerd dan de werkelijke ontwikkeling. Gelet op het financiële beeld stelt het college voor een inhaalslag te maken en hiervoor 8% extra indexering op de OZB tarieven 2025 toe te passen, bovenop de reguliere indexering van 2,8%. De gemiddelde OZB aanslag voor woningen stijgt hierdoor met € 27,- van € 250,23 (2024) naar € 277,23. De opbrengsten uit de afvalstoffenheffing en brede rioolheffing worden afzonderlijk bepaald en vastgesteld, voor deze heffingen geldt het kostendekkendheidcriterium. Dat betekent dat de totaal begrote baten van deze heffingen niet hoger mogen zijn dan de totaal begrote kosten. Uitgangspunt is kostendekkendheid, uitgezonderd de lasten voor kwijtschelding. Voor de berekening van de tarieven voor toeristenbelasting is bij de meerjarenbegroting 2024 het tarief voor twee jaar vastgesteld, voor 2024 en 2025. Loonontwikkeling In de 1e halfjaarrapportage 2024 is de CAO-loonstijging 2024 reeds meegenomen. In de begroting 2025 zal een stelpost voor de nieuw af te sluiten CAO worden opgenomen. In 2024 is Rijswijk de grens van 60.000 inwoners gepasseerd, hierdoor stijgt de bezoldiging van politieke ambtsdragers met ingang van 2025. Dit wordt conform het geldende rechtspositiebesluit verwerkt in de begroting 2025.
Huren Over het algemeen wordt voor huuraanpassingen 2025 2,8% verhoging gehanteerd (cpi, zie hierboven).
Pagina 11
Kadernota Overzicht keuzemogelijkheden Onderstaande tabel bevat alle keuzemogelijkheden die in het project Kadernota onderzocht zijn. Voor elke keuzemogelijkheid is een uitwerking beschikbaar. Daarin worden maatschappelijk effecten, haalbaarheid, risico's en bestuurlijke overwegingen uitgelegd. Een aantal keuzemogelijkheden beïnvloedt het aantal medewerkers dat nodig is. Bij deze keuzemogelijkheden is het nummer blauw gekleurd. Een eerste schatting is dat het over 20 tot 30 fte totaal gaat. De blauw gekleurde keuzemogelijkheden leiden dus ook tot een besparing op de personeelskosten. Deze besparing is in onderstaande tabel niet opgenomen. Op basis van de gemiddelde loonsom per fte ad. € 87K gaat het in totaal over € 1,7 mln. tot € 2,6 mln.
1 1.1 1.2 1.3 2 2.1 2.2 3 3.1 3.2 3.3 3.4 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14
Omschrijving Klimaat Operatie Steenbreek Groenblauwe schoolpleinen Handelen bij calamiteit Energietransitie Isolatie aanpak Werkbudget energie Economie Beleidsontwikkeling retail/bedr. terr Beleidsuitvoering bedr. terr Beleidsuitvoering retail Accountmgt, publieke uitingen Mobiliteit en Parkeren Voetgangersbrug Rw Buiten Ophoging Hoornbrug Uitstel investeringsprojecten Verhoging tarief parkeervergunning max variant, excl extra kn Gereguleerd parkeren RwB, incl extra kn Gereguleerd parkeren rest Rijswijk, incl extra kn Uitbreiden reguleringstijden max variant incl extra kn Verhogen tarief straatparkeren max variant excl extra kn Indexatie laadpaaltarieven Onderzoek, data en monitoring Verkeersveiligheid Budget juridische ondersteuning Budget bewonersmeldingen en kleine ingrepen (‘palenpot’) Vaste formatie parkeerloket
2024
45 32
2025
2026
2027
2028
30 40 20
30 40 20
30 40 20
30 40 20
771 327
771 327
327
124
124
124
124
50 81 100
41 100
93 41 100
93 41 100
45 32 198 1.823
45 32 198 1.823
45 32 198 1.823
45 32 198 1.823
43
173
173
173
39
514
514
514
780
920
920
920
1.402
1.402
1.402
1.402
PM 240 55 20 75
PM 240 55 20 75
PM 240 55 20 75
PM 240 55 20 75
200
200
200
200 Pagina 12
Kadernota
4.15 4.16 4.17 4.18 4.19 4.20 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 7 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8 7.9 7.10 7.11 7.12 7.13 7.14 7.15 7.16
OV coach Bewaakte fietsenstallingen max variant Fietstrommels Minder parkeerautomaten Saldo parkeeropbrengst naar AM Park. handhaving extra scanauto JMO Vaste formatie JMO Toegang Preventief Jeugdbeleid SD Specialistische Jeugdhulp Regeling meerkosten zorg (€ 100) Welzijnsbeleid Mantelzorg waardering Preventief Jeugdbeleid sociale basis Leerlingvervoer Preventief jeugdbeleid 1 MO Preventief jeugdbeleid 2 MO Preventief jeugdbeleid 3 MO Preventief jeugdbeleid 4 MO WSI&P Actieplan armoedebestrijding Doelgroep minimabeleid Collectieve aanvullende verzekering Ooievaarspas Kindregelingen Participas Re-integratie en activering Openbare Ruimte Inkomsten buitenreclame Maaien Extensief maaien Sierbeplanting Wegen Spelen Openbare verlichting LED Openbare verlichting OV kabel Openbare verlichting lichtmasten Kauwgom verwijderen Vegen Toilet Wilhelminapark Markering Beschoeiing Inkomsten WKO Riolering inspectie frequentie
1.239
150 300
PM 146
PM 146
PM 146
PM 146
4 175 1.214 570
4 175 1.086 570
4 175 1.646 570
4 175 1.646 570
300 260 160 600 194 415 110
58
300 260 160 600 194 415 110 42 50 153 31 57 686
300 260 160 600 194 415 110 71 50 306 61 113 1.313
300 260 160 600 194 415 110 100 50 459 100 170 1.941
150 462 264 21 300
150 462 264 21 300
150 462 264 21 300
150 462 264 21 300
150 137 100 100 36 8 21 5 6 35 35 20 30 19 22 25
150 137 100 100 54 12 31 10 12 35 35 20 30 29 22 25
150 137 100 100 72 15 41 15 18 35 35 20 30 10 22 25
50 8
95
137 100 100 18 4 10
35 35 20 30 10 22 25
Pagina 13
Kadernota
7.17 7.18 7.19 7.20 9 9.1 9.2 9.3 9.4 10 10.1 12 12.1 12.2 12.3 12.4 13 13.1 13.2 14 14.1 14.2 14.3 14.4 14.5
Verkeersregelinstallaties Groenbeheerplan Beheerplan wegen raadsbesluit Beheer wegen extra benodigd LTIP Verlengen econ levensduur Econ levensd Investeringsprogr Temporiseren Schrappen geplande investeringen Gebiedsontwikkelingen Uitstel nieuwe projecten (bv herontwikkeling stationsgebied) Organisatie Krimp formatie agv maatregelen Vroegtijdig beëindigen inhuur Vacaturekorting Uitstel van activiteiten Transparant Begroten Kleine subsidies Grote subsidies (vier) Lokale lasten Afschaffen 0-tarieven precariobelasting Invoeren nieuwe lokale belastingen
7 -1.019 -117 -261
14 -1.081 -135 -257
22 -1.143 -179 -234
7 -1.199 -222 -199
486 427 180 50
486 549 220 50
486 549 220 50
486 549 220 50
PM
PM
PM
PM
200 500
300 1000
500 1500
60
60
60
60
150
150
150
150
250
250
250
250
140 700
140 700
140 700
140 700
486
* 400 800 1.200
Gedeeltelijke kwijtschelding i.p.v. 100% 1% verhoging OZB Kostendekkendheid legesverordening
*) Een aantal keuzemogelijkheden beïnvloedt de benodigde personele capaciteit. Bij deze keuzemogelijkheden is het nummer blauw gearceerd. Een eerste indicatie is dat het over 20 tot 30 fte totaal gaat. De blauw gearceerde keuzemogelijkheden leiden dus ook tot een besparing op de personeelskosten, deze besparing is in bovenstaande tabel niet opgenomen. Op basis van de gemiddelde loonsom per fte ad. € 87K gaat het in totaal over € 1,7 mln. tot € 2,6 mln.
Overzicht niet begrote opties Onderstaande tabel bevat de onderwerpen waar een wens of noodzaak voor bestaat, maar die nog geen plek hebben in de vastgestelde begroting. Voor ieder onderwerp is een uitwerking beschikbaar. Hierin zijn het wettelijk kader, de aansluiting op de meerjaren visie, de bijdrage aan verschillende opgaven en kansrijkheid uitgeschreven. Nr
Omschrijving
1
Monumentenzorg en Arch. Formatie en kennis (fte)
1.1
Investering
2024 2025
35
67
2026
2027
2028
65
65
65 Pagina 14
Kadernota
2 2.1 3 3.1 4 4.1 4.2 5 5.1 6 6.1 6.2 7 7.1 7.2 7.3 8 8.1 8.2 8.2 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6 8.7 8.8 8.9 8.10
Stadsontwikkeling Doorontw Programma (1 fte) Onderwijshuisvesting
PM
PM
PM
PM
Herijking IHP
PM
PM
PM
PM
80
65 80
40 40
40 40
40 40
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
25
25
25
25
100
100
100
100
30
30
30
30
Veiligheid Stationsgebied Versterking Bibob Klimaatadaptatie Robuuste inrichting Energietransitie Intensivering warmtetransitie Woningisolatieprogramma 2026ev Economie Beleidsontwikkeling
25
Beleidsuitvoering Bedrijventerrein Beleidsuitvoering Retail Mobiliteit en parkeren Ombouw van 50 naar 30 km/u Verplaatsing voet/fiets/OV
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
Wijkaanpak, exploitatie
300
300
300
200
Wijkaanpak, investeringen
15
30
45
53
Verkeersveiligheid gedrag Verkeersveiligheid infrastructureel Openbaar vervoer
100
100
100
100
13
25
25
80
80
80
80
Beleid toegankelijkheid
PM
PM
PM
PM
Beleid lopen
PM
PM
PM
PM
55
110
165
PM
PM
PM
12
24
36
€ 1.000 € 200
Verbeteren fietsinfrastructuur STOMP Principe VRI naar iVRI
PM € 200
8.11
Fietsparkeervoorzieningen € 300
12
12
15
17
8.12
Handhaving fietsparkeervoorz Uitbreiding parkeerregulering Vervangen parkeerautomaten Concessie laadpalen
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
PM
83
166
249
38
38
PM
PM
8.13 8.14 8.15 8.16 8.17 8.18
Fiets, fietsparkeren Herinr Herenstraat/Willemstraat Herinrichting vml tunnel Haagweg
€ 1.290
€ 3.965
PM
PM
Pagina 15
Kadernota
9 9.1 9.2 9.3 9.4 10 10.1 10.2 10.3 10.4 10.5 10.6 10.7 11 11.1 11.2 11.3 11.4 11.5 11.6 11.7 12 12.1 12.5 12.6 12.7 12.8 13 13.1 13.2 13.3 13.4 13.5 13.6 13.7 13.8 13.9
JMO Integrale dienstverlening
200
Buurtgezinnen
200 52
52
52
52
60
60
60
60
60
4
2
2
2
2
Armoedeproblematiek
500
500
500
500
Aanbesteding gratis OV AOW’ers Huisvesting Dienstverlening SD Vergoeding contributie ooiev. pas Schulden en Grip op Bewind Voortzetten van EWA 2428 Doelgroep IIT uitbreiden
30
30
30
30
456
456
456
456
88
88
88
88
11
11
11
11
250
250
250
250
77
77
Collectieve Scootmobielstallingen Regenboogzebrapad WSI&P
108 7
RijswijkBuiten Brug over Prinses Beatrixlaan Groen-blauwe hoofdstructuur Station RijswijkBuiten
€ 2.200
Event Plaza
€ 5.500
Lange Kleiweg
€ 300
€ 1.450 € 2.150
TNO-terrein en omgeving € 100 Locatie FCCR Sion
€ 100
Buitenruimte Plein Huis van de Stad
20
20
20
20
Kinderboerderij ‘t Akkertje
5
5
5
5
Speeltuinenbeleid
22
22
22
22
Openbare ruimte bij Te Werve O speelveld Van Rijtstraat
93
93
93
93
4
4
4
4
250
250
250
Vastgoed Duurzaamheid de Schilp
€ 9.500
Duurzaamheid Schouwburg Duurzaamheid maatschapp vg 2e kunstgrasveld Vredenburch Bouw nieuwe sporthal RwB Sloop Marimbahal
€ 3.500
Nieuwe Sportzaal Muziekbuurt Sloop Cor Ruysstraat
€ 6.000
Subsidie Zwemverenigingen
88
€ 5.500 € 900
69
50
100
69
69
€ 10.000 € 330
€ 330
350 PM 210 PM 47
47
47
47
Pagina 16
Kadernota
14 14.1 14.2 14.3 14.4 14.5 14.6 14.7 14.8 14.9 15 15.1
Gebiedsontwikkeling Bogaard stadscentrum: Kessler Park: Te Werve Oost: Havenkwartier:
PM PM PM PM
PM PM PM PM
PM PM PM PM
PM PM PM PM
PM PM PM PM
Stationsgebied: De Voorde Omgevingsplan
0
€ 480-€800
Woonvisie
50
Herstructurering De Strijp € 1500 Participatiebeleid
40
67
67
67
200
200
200
200
Participatie(beleid)
100
Toekomstscenario’s, mogelijke toekomstige situaties
Het uitgangspunt voor de toekomstscenario´s is de beschrijving van mogelijke toekomstige situaties. Wat gebeurt er bij een toekomstige positieve ontwikkeling in de financiële verhouding met het rijk? Wat bij een negatieve? En wat gebeurt er bij toekomstige positieve macro-economische ontwikkelingen? En wat bij negatieve? Wat er in de toekomst gebeurt weten we niet, het is onzeker. De onzekerheden financiële verhouding met het rijk en macro-economische ontwikkelingen vormen de basis voor de beschrijving van de toekomstscenario’s. Door zowel de financiële verhouding met het rijk als macro-economische ontwikkelingen te gebruiken ontstaan financiële toekomstscenario’s, die een beeld geven hoe de toekomst eruit kan gaan zien. Vanzelfsprekend is dit model een vereenvoudiging, de werkelijkheid zal allerlei nuances en afwijkingen gaan bevatten. De gemeente heeft geen invloed op de toekomstscenario’s. We kunnen niet voor een scenario kiezen. Binnen de financiële verhouding met het Rijk is aanvullend onderscheid gemaakt in incidenteel (eenmalig) en structureel (blijvend). Uit de analyses op de gemeentefondsuitkering (zie het hoofdstuk Inzicht: analyses 2018-2028 ) blijkt dat in de afgelopen jaren zowel structurele als incidentele aanpassingen zijn gedaan door het Rijk.
Het onderscheid incidenteel tegenover structureel is met name van belang bij keuzes die effect hebben op de wat langere termijn. Bij de macro-economische ontwikkelingen maken we geen onderscheid in structureel en incidenteel. Het komt immers nooit voor dat de ontwikkeling van de macro-economie structureel positief of negatief is. Macro-economie laat pieken en dalen zien. De toekomstscenario’s Op basis van het voorgaande zijn zes toekomstscenario's doorgerekend. De uitkomst is in onderstaande grafiek weergegeven. Een nadere uitwerking per toekomstscenario volgt daarna.
Pagina 17
Kadernota
Het meest positieve toekomstscenario C gaat uit van structureel extra middelen van het Rijk en beweegt zich rond de nullijn. Het meest sombere toekomstscenario F veronderstelt een structurele korting op het gemeentefonds. De andere vier toekomstscenario's bewegen zich gelijkmatig binnen de bandbreedte van het positieve en sombere scenario..
Toekomstscenario A In toekomstscenario A ontvangen gemeenten in de toekomst extra geld van het Rijk, met een incidenteel karakter. Daarmee is de financiële druk van de korte termijn minder, maar op Pagina 18
Kadernota
langere termijn blijft sprake van onzekerheid en financiële tekorten. De incidentele verbetering van het financiële beeld wordt in dit scenario versterkt door gunstige economische omstandigheden. Er is geen aanleiding extra reserves aan te houden. Geen financiële druk voor de korte termijn, maatregelen voor de langere termijn zijn nog steeds nodig. Bedragen x € 1.000 Uitgangspunt kadernota '24 Financieel effect scenario A Theoretisch kader scenario A
2024 353 2.000 2.353
2025 1.064 2.000 3.064
2026 -10.347 0 -10.347
2027 -10.740 0 -10.740
2028 -11.020 0 -11.020
Toekomstscenario B In toekomstscenario B ontvangen gemeenten extra geld van het Rijk, met een incidenteel karakter. Daarmee is de financiële druk van de korte termijn minder, maar op langere termijn blijft sprake van onzekerheid en financiële tekorten. De incidentele verbetering van het financiële beeld wordt in dit scenario afgezwakt door ongunstige economische omstandigheden. Extra reserves zijn nodig om financiële risico’s op te kunnen vangen, bijvoorbeeld in de BUIG, de waardering van RijswijkBuiten en de gebiedsontwikkelingen. Er is daardoor nog steeds sprake van enige financiële druk voor de korte termijn en maatregelen voor de langere termijn zijn nog steeds nodig. Bedragen x € 1.000 Uitgangspunt kadernota '24 Financieel effect scenario B Theoretisch kader scenario B
2024 353 500 853
2025 1.064 500 1.564
2026 -10.347 500 -9.847
2027 -10.740
2028 -11.020
-10.740
-11.020
Toekomstscenario C In toekomstscenario C compenseert het Rijk gemeenten structureel. Dit is het meest positieve scenario, waarbij er op korte en langere termijn geen sprake meer is van onzekerheid en tekorten. Gemeenten weten waar ze aan toe zijn en kunnen ook voor de lange termijn concrete plannen gaan maken. Bedragen x € 1.000 Uitgangspunt kadernota ‘24 Financieel effect scenario C Theoretisch kader scenario C
2024 353 2.000 2.353
2025 1.064 2.000 3.064
2026 -10.347 10.000 -347
2027 -10.740 10.000 -740
2028 -11.020 10.000 -1.020
Toekomstscenario D-E-F Toekomstscenario D In toekomstscenario D blijft de omvang van het gemeentefonds onder druk staan in verhouding tot het takenpakket en krijgen we incidenteel minder geld. De economische situatie is gunstig, daardoor hoeven we geen extra reserves voor risico’s aan te houden. Het financieel beeld voor de korte termijn staat enigszins onder druk, voor de lange termijn zijn er serieuze financiële uitdagingen. Bedragen x € 1.000 Uitgangspunt kadernota '24 Financieel effect scenario D Theoretisch kader scenario D
2024 353 -500 -147
2025 1.064 -500 564
2026 -10.347 -500 -10.847
2027 -10.740 1.500 -9.240
2028 -11.020 1.500 -9.520
Toekomstscenario E In toekomstscenario E blijft de omvang van het gemeentefonds onder druk staan in verhouding tot het takenpakket en krijgen we incidenteel minder middelen. De economische Pagina 19
Kadernota
situatie is ongunstig, daardoor is het noodzakelijk extra buffers voor risico’s op het gebied van BUIG, RijswijkBuiten en de gebiedsontwikkelingen aan te houden. Het financieel beeld voor de korte en lange termijn staan fors onder druk. Bedragen x € 1.000 Uitgangspunt kadernota ‘24 Financieel effect scenario E Theoretisch kader scenario E
2024 353 -2.500 -2.147
2025 1.064 -2.500 -1.436
2026 -10.347 -2.500 -12.847
2027 -10.740 -500 -11.240
2028 -11.020 -500 -11.520
Toekomstscenario F Dit is het meest sombere toekomstscenario: alle door het Rijk ingeboekte taakstellingen op het gemeentefonds worden definitief, er komt geen compensatie voor de nadelige effecten van de nieuwe bbp-systematiek van het gemeentefonds en er worden aanvullende bezuinigingen op het gemeentefonds doorgevoerd. Bedragen x € 1.000 Vastgesteld begrotingskader 2024 Financieel effect scenario F Theoretisch kader scenario F
2024 353 -2.500 -2.147
2025 1.064 -2.500 -1.436
2026 -10.347 -7.500 -17.847
2027 -10.740 -7.500 -18.240
2028 -11.020 -7.500 -18.520
Kort samengevat geven de toekomstscenario’s A, B en C een financieel positieve toekomst. De toekomstscenario’s D, E en F schetsen een somberder financiële toekomst. Het doel van deze toekomstscenario’s is de besluitvorming door college en raad te ondersteunen. Op dit moment is de verdere ontwikkeling van de financiële verhouding met het Rijk onzeker: gemeenten weten niet goed waar ze op langere termijn aan toe zijn, vanaf 2026 is sprake van een zogenaamd ravijnjaar.
Actueel - De financiële verhouding in de kabinetsformatie (februari 2024) Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft begin februari 2024 een brief gestuurd aan informateur Plasterk met financiële onvermijdelijkheden, risico´s en aandachtpunten. In deze brief erkent het ministerie dat de financiële verhouding met medeoverheden aandacht nodig heeft, zodat taken en middelen beter in balans komen. Het ministerie noemt de opschalingskorting (€ 0,7 mld structureel vanaf 2026), het verschil tussen accres- en bbp-systematiek (€ 2,1 mld voor 2026, oplopend tot € 3,9 mld. In 2027), de taakstelling Jeugdzorg (€ 0,5 mld structureel vanaf 2025) en de afschaffing van het WMO abonnementstarief (€ 0,2 mld structureel vanaf 2026). In totaal meldt het ministerie van BZK hiermee een reeks voor het gemeente- en provinciefonds die oploopt tot € 5,3 mld in 2028: Ministerie BZK 8-feb-24
Bedragen x € 1 mln.
Opschalingskorting Verschil accres- vs bbp-systematiek Taakstelling Jeugdzorg Afschaffen WMO abonnementstarief Totaal
2025
2026
2027
2028
500
715 2.727 500 225 4.167
715 3.153 511 225 4.604
715 3.863 511 225 5.314
500
Actueel - De voorjaarsnota van het Rijk (april 2024) Het Rijk publiceerde op 15 april 2024 de Voorjaarsnota. Eerder dan gebruikelijk, met als doel de onderhandelende partijen voor een nieuw kabinet te informeren over de financiële Pagina 20
Kadernota
huishouding. Op basis van de voorjaarsnota zien we voor Rijswijk de volgende financiële effecten: • • •
Een incidentele (eenmalige) korting op de gemeentefondsuitkering in jaarschijf 2025 van € 2,2 mln. Het schrappen van de opschalingskorting met ingang van 2026 levert Rijswijk een structureel voordeel op van € 2,2 mln. De indexatie WMO-demografie levert in 2026 een voordeel op van € 0,22 mln., dat daarna ieder jaar met € 0,22 mln. toeneemt.
De besluitvorming over deze posten zal in de meicirculaire met gemeenten gecommuniceerd worden. We verwachten niet dat het demissionaire kabinet op korte termijn nog vergaande besluiten zal nemen. De aanhoudende financiële onzekerheid zal dus niet veranderen voor de langere termijn. Op 6 juni is de voorjaarsnota vastgesteld.
Actueel – Hoofdlijnenakkoord Hoop, lef en trots (mei 2024) Medio mei hebben PVV, BBB, NSC en VVD hun hoofdlijnenakkoord gepresenteerd. In paragraaf 7 Goed Bestuur wordt in één alinea geschetst hoe de partijen aankijken tegen de verhouding met mede-overheden, waaronder gemeenten. Het hoofdlijnenakkoord gaat niet in op de (on)balans tussen taken en middelen bij gemeenten. De budgettaire bijlage bij het hoofdlijnenakkoord bevat een aantal maatregelen die de financiële huishouding van gemeenten raken (spreidingswet, spuks, etc.), maar geeft verder geen aanleiding tot financieel optimisme over het gemeentefonds. De partijen zijn voornemens voor de zomer een ministersploeg samen te stellen, die op Prinsjesdag de uitwerking van het hoofdlijnenakkoord zouden kunnen presenteren.
Pagina 21
Kadernota
Inzicht: analyses 2018 tot en met 2027 Totaaloverzicht ontwikkeling lasten programma’s 2018-2027 In dit onderdeel wordt de ontwikkeling van de lasten tussen 2018 en 2027 van alle programma’s samen zichtbaar. Daarbij gaat het om de realisatie tot 2023 en de prognose op basis van de vastgestelde begroting 2024.
Relatieve ontwikkeling lasten met prijspeil
Absolute ontwikkeling lasten De realisatie van de lasten per programma over de jaren 2018 – 2023:
Realisatie x EUR 1.000
Ontwikkeling programma’s 2018-2027 In dit hoofdstuk komt de ontwikkeling en prognose van de lasten en baten per programma aan bod. Als eerste worden de lasten per programma relatief weergegeven. Daarna wordt er een verdiepingsslag gemaakt op de lasten op basis van absolute getallen. De ontwikkeling is Pagina 22
Kadernota
zichtbaar in staafdiagrammen. Tot slot komt de relatieve ontwikkeling van de baten per programma aan bod.
Lasten De lasten van de gemeente Rijswijk worden per programma in grafieken weergegeven. De ontwikkeling van de realisatie en de prognose worden in één grafiek weergegeven. Daarbij gaat het om de realisatie van de lasten tot 2023 en de prognose vanaf 2024. De grafieken laten een relatieve ontwikkeling zien. Dat betekent dat het jaar 2018 geldt als basisjaar (index is 100).
Verdieping lasten Vervolgens worden de lasten per programma verder uitgediept. Daarin is grafisch weergegeven hoe de absolute ontwikkeling en prognose van de verschillende programma’s eruitziet. De cijfers in de grafieken zijn absoluut en moeten gelezen worden x EUR 1000.
Baten Tot slot worden in de grafieken de relatieve ontwikkeling en de prognose van de baten per programma zichtbaar over de periode 2018-2027. Van 2018 - 2023 gaat het om de realisatie van de baten en vanaf 2024 zijn het de verwachte baten op basis van de begroting. Ook hier geldt weer dat 2018 is gekozen als basisjaar (index is 100). Algemeen Bestuur en Organisatie Lasten
In 2023 is er een piek te zien in de lasten voor het Algemeen Bestuur en Organisatie. In dat jaar zijn de lasten ten opzichte van 2018 aanzienlijk verhoogd. Het verwachte beeld is dat de lasten niet verder zullen stijgen, maar relatief nog wel een stuk hoger blijven dan voorafgaande jaren.
Pagina 23
Kadernota
In 2023 is er een piek te zien in de lasten voor het Algemeen Bestuur en Organisatie. In dat jaar zijn de lasten ten opzichte van 2018 aanzienlijk verhoogd. Lasten in dit programma bestaan voor een groot deel uit salariskosten van onder andere bestuur en publieke dienstverlening. Daarnaast zijn de lasten voor digitale dienstverlening toegenomen. Het verwachte beeld is dat de lasten niet verder zullen stijgen, maar relatief nog wel een stuk hoger blijven dan voorafgaande jaren.
Baten
Voor het programma Algemeen bestuur en organisatie laat de ontwikkeling in de baten een wisselend beeld zien. Waar de baten in 2019 toenamen, daalden deze in 2020 fors. In de jaren 2021 en 2022 namen deze weer toe, maar bereikten niet meer het niveau van 2018. Door een daling blijven ook in 2023 de baten onder het niveau van het basisjaar 2018. De
Pagina 24
Kadernota
verwachting is dat vanaf 2024 de baten weer aanzienlijk toe zullen nemen. Deze komen dan boven het niveau van het basisjaar 2018 uit.
Openbare Orde en Veiligheid Lasten
Voor het programma Openbare orde en veiligheid is er een vrijwel lineaire trend te zien. De ontwikkeling en de prognose is dat de lasten zullen blijven stijgen. Hoewel de verwachte stijging vanaf 2024 niet lineair is, en er in absolute getallen geen uitschieters zijn, zijn de relatieve lasten ten opzichte van 2018 wel fors toegenomen.
Verkeer en Vervoer Lasten Pagina 25
Kadernota
De lasten voor het programma Verkeer en vervoer zijn relatief toegenomen over de jaren. De prognose is dat deze toe zullen blijven nemen, alleen met de verwachting dat dit minder hard zal gaan in vergelijking met de stijging van de afgelopen jaren.
Baten
Pagina 26
Kadernota
Over het geheel genomen zijn de baten voor het programma Verkeer en vervoer gestegen. De verwachting is dat dit doorzet. Tot 2021 zijn de baten zelfs fors gestegen. Daarna is een daling tot 2023 zichtbaar. De prognose is dat de baten vanaf 2024 weer wat zullen toenemen en de komende jaren verder zullen stabiliseren.
Economie en werken Lasten
De ontwikkeling en prognose van de lasten van het programma Economie en werken laat een wisselend beeld zien. Over de jaren zijn er relatief grote stijgingen in de lasten geweest, met als uitschieter het jaar 2023. In dat jaar zijn de lasten ten opzichte van 2018 zelfs verdubbeld. In de corona jaren (2019-2021) zijn de lasten echter gestabiliseerd en zelfs gedaald. De verwachting is dat de lasten vanaf 2024 weer zullen dalen en de trend zich stabiliseert.
Pagina 27
Kadernota
De stijging van 2019 ten opzichte van 2018 wordt voornamelijk verklaard door hogere doorbelastingen. In 2023 komt daar de Energy Cave bij, hier staan ook extra baten tegenover.
Baten
Het programma Economie en werken laat tot 2020 een relatieve stijging zien van de baten. Daarna zet een enorme daling in door de verkoop van de aandelen Eneco, waardoor geen dividend meer wordt ontvangen. Stedin keert vanaf 2024 weer dividend uit als gevolg van toetreding van het Rijk als aandeelhouder. De verwachting voor de komende jaren is dat de trend zich voortzet en de baten op ongeveer hetzelfde niveau blijven als in 2023. Onderwijs Lasten Pagina 28
Kadernota
De lasten voor het onderwijs zijn vrij gelijkmatig gestegen over de jaren met een uitschieter in 2022. De stijging in 2022 wordt voornamelijk verklaard door de kapitaallasten van het Kindcentrum Buitenrijck, IKC Montessori Parkrijk en de tijdelijke huisvesting Parkrijk. In 2023 zijn de lasten gedaald, door lagere uitgaven aan het onderwijsachterstandenbeleid. Voor de komende jaren wordt een lichte stijging van de lasten voorzien door hogere kapitaallasten voor vervangende nieuwbouw van basisschool de Akker en de Steenvoordeschool.
Baten
Pagina 29
Kadernota
De relatieve ontwikkeling van de baten van het programma Onderwijs laat tot 2022 een gunstig beeld zien. De baten vermenigvuldigen zelfs met 2,5 ten opzichte van 2018. De piek in 2022 wordt veroorzaakt door baten voor het onderwijsachterstandenbeleid. De verwachting is dat de baten komende jaren op hetzelfde niveau blijven.
Sport, Cultuur en Recreatie Lasten
Het programma Sport, cultuur en recreatie laat ten opzichte van 2018 een gelijkmatige stijging zien. In 2021 hebben we de lokale culturele infrastructuur ondersteund bij de gevolgen van de coronacrisis. Hiervoor zijn baten van het rijk ontvangen. Door de oplevering van de Altis zijn de lasten vanaf 2021 toegenomen. Daarnaast is sprake van hogere onderhoudskosten sport en de exploitatievergoeding de Schilp (Spuk MEOZ regeling, zie baten) in 2023. Pagina 30
Kadernota
Baten
Het programma Sport, cultuur en recreatie laat in de ontwikkeling een lichte stijging van de baten zien ten opzichte van 2018. Met een uitschieter in 2023, dit is voornamelijk de Spuk MEOZ, een vergoeding van het rijk voor de meerkosten energie van openbare zwembaden. Deze baten zijn verstrekt aan Optisport.
Pagina 31
Kadernota
Sociaal Domein Lasten
Het Sociaal Domein laat relatief over de jaren een behoorlijke stijging van de lasten zien ten opzichte van 2018. De verwachting voor de komende jaren is dat de lasten weer wat zullen afnemen en de trend zich zal stabiliseren.
De verklaring van de stijgende lasten tot 2023 is te vinden in de groeiende omvang van de taken: de uitvoering van de bijstand en de WMO, en de opvang van de Oekraïners. Daarnaast lopen de uitgaven fors op in de jeugdzorg. Uit een eerste analyse is gebleken dat de prijs, de omvang en de zwaarte van de te leveren zorg toenemen. Dit, terwijl de accressen blijven dalen. De gemeente Rijswijk heeft dus net als andere gemeenten te maken met stijgende kosten, terwijl tegelijkertijd de baten vanuit het Rijk dalen.
Pagina 32
Kadernota
Baten
De stijging van de baten en lasten over de hele periode wordt voornamelijk verklaard door specifieke geldstromen (Tozo, energietoeslag, Oekraïne) en stijgende lasten voor Jeugd en WMO.
Wonen en Leven Lasten
De ontwikkeling van het programma Wonen en leven laat een grillig beeld zien. Dat wordt voornamelijk verklaard door RijswijkBuiten. Over het geheel genomen zijn in alle jaren de lasten relatief gestegen, behalve in 2019. In de prognose is te zien dat er in 2024 nog een stijging in de lasten verwacht wordt, waarna een verwachte daling ingezet wordt tot 2027.
Pagina 33
Kadernota
Baten
De ontwikkeling van de baten voor het programma Wonen en leven is wisselend, voornamelijk door RijswijkBuiten.
Ontwikkeling van de organisatie
Pagina 34
Kadernota
Opbouw Functiehuis HR21 is het functiewaarderingssysteem van de gemeente Rijswijk en de basis voor het functiehuis. In de organisatie zijn voor alle functies op hoofdlijnen de taken, de verantwoordelijkheden en plaats in de organisatie beschreven. HR21 is opgebouwd uit 3 niveaus: • Niveau 1: functiereeks bestaande uit de onderdelen Management, Beleid, Realisatie, Beheer en ondersteuning. • Niveau 2: De functiereeks bestaat uit een aantal functiegroepen. • Niveau 3: De functiegroep bestaat uit normfuncties met verschillende zwaarte. Pagina 35
Kadernota
In de onderstaande grafieken wordt enkel gebruik gemaakt van functiereeks en/of functiegroep. De peildatum van het functiehuis is 31 december 2023.
HRM heeft een eigen vertaling gemaakt van de functiegroepen naar 4 thema’s: management, beleidsmakend, uitvoering, ondersteuning.
Verstrekte subsidies Onderstaand een overzicht van de toegekende subsidiebedragen per beleidsproduct voor de jaren 2023 en 2022: Beleidsproducten
Toegekend 2023
Toegekend 2022
€ 5.000
€-
64030 Lokaal onderwijsbeleid
€ 1.501.981
€ 1.481.037
65100 Openbaar bibliotheekwerk
€ 1.256.627
€ 1.448.000
61400 Dierenwelzijn
Pagina 36
Kadernota
65300 Sport (2023 incl SPUK MEOZ)
€ 522.036
€ 15.190
65400 Kunst en cultuur
€ 2.413.266
€ 2.214.722
65410 Cultureel erfgoed
€ 444.860
€ 434.434
65600 Openbaar groen en openluchtrecreatie
€ 346.250
€ 300.121
65800 Speeltuinwerk
€ 19.128
€ 19.128
65801 Mediabeleid
€ 47.188
€ 43.032
66140 Gemeentelijk armoede- en schuldenbeleid
€ 348.725
€ 323.818
66620 Maatwerkvoorzieningen immaterieel Wmo
€ 726.657
€ 501.303
66700 Algemene voorzieningen Wmo en jeugd
€ 5.592.038
€ 5.496.741
€ 105.221
€ 92.889
€-
€ 106.045
67100 Volksgezondheid
€ 33.555
€ 30.434
68210 Wijkontwikkeling
€ 32.024
€ 20.030
69605 Maatschappelijke Ontwikkelingen
€ 2.397
€-
€ 13.396.952
€ 12.526.923
66710 Eerstelijnsloket Wmo en jeugd 66820 Individuele voorzieningen natura jeugd
TOTAAL
In de tabel hieronder zijn alle subsidierelaties met een totaal subsidiebedrag boven €100K opgenomen. Het totaalbedrag kan uit kleinere subsidies zijn opgebouwd. Subsidierelatie >€100K
Toegekend 2023
Toegekend 2022
Stichting Welzijn Rijswijk
€ 2.395.985
€ 2.527.636
Stichting Jeugdgezondheidszorg ZuidHolland West
€ 1.923.766
€ 1.806.220
de Bibliotheek aan de Vliet
€ 1.638.143
€ 1.597.420
De Rijswijkse Schouwburg
€ 1.329.500
€ 1.146.672
Stichting TRIAS, Centrum voor de Kunsten
€ 912.509
€ 916.504
Haaglanden Beweegt
€ 547.319
€ 498.922
Optisport Rijswijk BV (2023 incl SPUK MEOZ)
€ 497.036
€-
Museum Rijswijk
€ 444.860
€ 487.172
Stichting Leger des Heils
€ 399.642
€ 199.821
Stichting Kinderopvang Morgen
€ 358.179
€ 317.250
Stichting Strandwalfestival
€ 341.250
€ 300.121
Stichting Kei Rijswijk
€ 294.375
€ 289.268
Laurentius St Kath PO (2022 incl SPUK)
€ 39.991
€ 480.405
Stichting Lucas Onderwijs
€ 269.117
€ 170.523 Pagina 37
Kadernota
Stichting Librijn Openbaar Onderwijs
€ 133.922
€ 199.953
Rivierduinen
€ 133.220
€ 133.220
Stichting Kwadraad
€ 121.903
€ 121.668
Stichting VO Haaglanden
€ 60.800
€ 100.000
€ 11.915.323
€ 11.218.973
TOTAAL
Financiële gezondheid Context Naast het afschaffen van de opschalingskorting worden meer structurele afspraken tussen het Rijk en medeoverheden niet verwacht. Tot nu toe zijn er alleen incidentele hersteloperaties uitgevoerd, wat maakt dat het structurele beeld niet sluitend is. Daarnaast zijn er macro-economisch nog een aantal onzekerheden als gevolg van de geopolitieke ontwikkelingen. De Sociaal Economische Raad noemt verder nog een aantal maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed zijn: de arbeidsmarkt, de vergrijzing, de toenemende sociale ongelijkheid, het klimaat en de biodiversiteit, en de toenemende vraag naar ruimte en grondstoffen. Hieronder wordt een beeld geschetst van de algemene financiële positie op basis van vastgestelde kerngetallen. Deze worden door de gemeenteraad en provincie standaard meegewogen bij de beoordeling van de financiële positie van de gemeente. Hiervoor wordt teruggekeken tot 2022, om een goed beeld te krijgen van de ontwikkeling en prognoses.