Bijlage A. Kadernota 2026
Tekst van het document
Gemeente Rijswijk
Kadernota 2026
1. Samenvatting en leeswijzer Veel gemeenten hebben voor 2026 en verder te maken met een uitdagende financiële opgave door bezuinigingen op het Gemeentefonds en sterk gestegen uitgaven voor jeugdzorg. Rijswijk heeft in 2025 al veel maatregelen getroffen om het financieel beeld meerjarig sluitend te krijgen. In deze Kadernota wordt daarop voortgeborduurd en worden de hoofdlijnen van een realistisch maatregelenpakket voor een sluitende begroting 2026 gepresenteerd. Hoofdstuk 2 bevat de inleiding en een korte schets van de context. Uitgangspunten De uitgangspunten voor deze Kadernota zijn uitgewerkt in hoofdstuk 3. De belangrijkste uitgangspunten zijn: • Een reëel en structureel sluitend meerjarenbeeld; • De financiële gezondheid structureel op orde; • Een realistisch investeringsprogramma; • De kaders uit de aangenomen moties Structureel gezonde financiën en Beperk externe inhuur. Deze uitgangspunten zorgen ervoor dat we een goede en gezonde financiële huishouding overdragen naar de volgende raadsperiode. Financiële opgave De gemeenteraad stelde in november 2024 de begroting 2025 en verder vast. De primitieve begroting voor 2025 sluit met een licht positief saldo van € 0,5 mln., de jaren erna sluiten nog met een tekort. Voor deze Kadernota is het financieel beeld geactualiseerd.
De actualisatie betreft de doorwerking uit de jaarrekening 2024, een aantal overige ontwikkelingen en de verwerking van de financiële effecten van de Meerjarenprognose Gebiedsontwikkelingen (MPG). De actualisatie van het financieel beeld is uitgewerkt in hoofdstuk 4 en leidt tot een financiële opgave van € 5,6 mln. voor 2026, aflopend naar € 3 mln. in 2029. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de meicirculaire, die op basis van de voorjaarsnota van het rijk positief zal zijn. Hoofdlijnen maatregelenpakket In hoofdstuk 5 zijn de hoofdlijnen van het maatregelenpakket uitgewerkt. De belangrijkste maatregelen die worden voorgesteld zijn: • Door het realistisch begroten van het investeringsprogramma ontstaat financiële ruimte, want begrote kapitaallasten vallen vrij. Er is een volgende versie van het Lange Termijn Investeringsplan gemaakt en de Meerjarenprogrognose Gebiedsontwikkelingen (MPG) wordt geïntroduceerd. • Voor de organisatie zijn opdrachten geformuleerd voor slimmer en efficiënter werken. De aandacht is daarbij vooral gericht op management, beleid en ondersteuning en inhuur. Ook wordt de belastingketen geoptimaliseerd. • Mogelijkheden van digitalisering en innovatie worden benut om de taken van de gemeente slimmer en beter uit te voeren. Dit bouwt voort op de Digitaliseringsagenda uit 2023, waarbij de focus nu komt te liggen op het inzetten van nieuwe technologie.
De uitvoering van de cloudstrategie leidt vanaf 2027 tot besparingen in de vorm van een lagere bijdrage aan de GRB. Gezonde groei van de stad In hoofdstuk 6 wordt inzicht gegeven in de financiële effecten van de groei van de stad. In het financieel beeld houden we rekening met een conservatief groeiscenario.
2
Subsidies In hoofdstuk 7 wordt inzicht gegeven in de subsidies die we verstrekken. Ook zijn hier voorstellen uitgewerkt die invulling geven aan de evaluatie van het beleidskader subsidies welke gericht zijn op subsidieregelingen en een integraal afwegingsmoment. Vervolgstappen richting begroting 2026 In november 2025 stelt de gemeenteraad de begroting 2026 vast. In dit hoofdstuk worden de onderwerpen benoemd die de komende zomerperiode worden uitgewerkt richting de begroting 2026. Dit betreft onder andere de meicirculaire, LTIP, Subsidies, Onderwijshuisvesting, de GR-begrotingen en de MOP. Lokale heffingen en overige uitgangspunten Uit de Centraal Economische Verkenning blijkt een verwachte ontwikkeling van de consumentenprijs index (CPI) van 2,6% voor 2026. Voorgesteld wordt de lokale heffingen voor 2026 op te hogen met de CPI van 2,6%. Afkortingen Afkorting AI ASV BCF BTW CAO CPI DBA FTE GMT GR GRB ICT IHP Incl Inv IT LTIP MEP MO MOP MPG m.b.t. ORD OZB P&C PM RIB RPA RV SBI SB SD Spuks VNG VRI WBI WMO WOZ ZZP
Omschrijving Kunstmatige Intelligentie Algemene SubsidieVerordening BTW CompensatieFonds Belasting Toegevoegde Waarde Collectieve ArbeidsOvereenkomst ConsumentenPrijsIndex Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties Fulltime Equivalent Gemeentelijk ManagementTeam Gemeentelijke Regeling Gemeentelijke Regeling Bedrijfsvoering Informatie- en CommunicatieTechnologie Integraal HuisvestingsPlan Inclusief Investeringen InformatieTechnologie Lange Termijn InvesteringsPlan/Programma Mobiliteit En Parkeren Maatschappelijke Ontwikkelingen Meerjarig Onderhoud WelzijnsAccommodaties voorziening MeerjarenPrognose Gebiedsontwikkeling Met Betrekking Tot Onderhoud Ruimtelijk Domein Onroerende ZaakBelasting Planning en Controle Pro Memorie / Ter Herinnering RaadsInformatieBrief Robotic Process Automation Robotic Process Automation Start Bouw Impuls StadsBeheer Sociaal Domein Specifieke Uitkeringen Vereniging Nederlandse Gemeenten VerkeersRegelInstallatie WoningBouw Impuls Wet Maatschappelijke Ondersteuning Waardering Onroerende Zaken Zelfstandige Zonder Personeel
3
Inhoudsopgave
1. SAMENVATTING EN LEESWIJZER . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2
2. Inleiding 2.1 Aanleiding. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7 2.2 Context . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8 2.3 Vastgestelde begroting en ontwikkeling eerste halfjaarrapportage . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
3. Uitgangspunten 3. Uitgangspunten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
4. Financiële opgave 4.1 Opgave . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
5. Hoofdlijnen 5.1 Realistisch investeringsprogramma (LTIP) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17 5.2 Organisatie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19 5.3 Digitalisering en innovatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26 5.4 Incidentele bedragen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 28 5.5 Samenvatting maatregelenpakket. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 29
6 Gezonde groei van de stad 6.1 Gezonde groei van de stad . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31
7. Subsidies 7.1 Subsidies . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33
8. Vervolgstappen richting begroting 8.1 Vervolgstappen naar de begroting 2026 en de nieuwe raadsperiode . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37
9. Prijsontwikkeling en overige uitgangspunten 9.1 Prijsontwikkeling en overige uitgangspunten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41
10. Risico's 10.1 Risico's . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 44
4
Inhoudsopgave
Bijlagen 1. LTIP . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 46 2. Digitale kansen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 56 3. Subsidies uitwerking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 57
5
2. Inleiding
6
2.1 Aanleiding De kadernota 2026 staat in het teken van forse financiële uitdagingen die zich de komende jaren aandienen. Het jaar 2026, ook wel het ‘ravijnjaar’, daalt de uitkering uit het gemeentefonds aanzienlijk als gevolg van landelijke politieke keuzes en het verdeelmodel. Daarnaast is het streven van het Rijk om de meeste Specifieke Uitkeringen (SPUK) over te hevelen naar het Gemeentefonds met een korting van 10%. De druk op onze financiële positie neemt toe door stijgende structurele uitgaven, met name binnen de jeugdzorg, dit vraagt blijvende aandacht en keuzes. Daarnaast groeit de stad, wat extra investeringen brengt in fysieke, maatschappelijke en economische voorzieningen. In de kadernota 2025 heeft de gemeente al veel ombuigingen gerealiseerd, die in de vastgestelde begroting 2025-2028 verwerkt zijn. Om voorbereid en daadkrachtig te kunnen sturen op een sluitende begroting 2026–2029, heeft de gemeente een intern plan van aanpak Kadernota 2026 opgesteld. Hierin is afgesproken om tijdig, breed en transparant mogelijke oplossingsrichtingen in beeld te brengen. De kadernota 2026 vormt hierin een belangrijk tussenmoment waarin op hoofdlijnen keuzes worden uitgewerkt die na het kaderdebat en besluitvorming door de raad in de begroting 2026 verwerkt worden.
Een groot deel van de Nederlandse gemeenten bevindt zich in een vergelijkbare situatie, met meerjarige tekorten en scherpe keuzes op de agenda. In lijn met landelijke signalen en in afstemming met de uitkomsten van de voorjaarsnota en het hoofdlijnenakkoord is ook in deze kadernota in beeld gebracht wat de effecten en aandachtspunten voor Rijswijk zijn. Door in deze fase al een compleet beeld te geven van keuzemogelijkheden – inclusief varianten die níet worden voorgesteld – wordt de raad in staat gesteld om weloverwogen besluiten te nemen. Dit past bij onze ambitie om transparant, realistisch en toekomstgericht te sturen. De voorjaarsnota van het rijk schetst dat het kabinet opnieuw incidenteel extra middelen toevoegt aan het gemeentefonds. Dit betreft een compensatie voor het ravijnjaar (totaal € 1,6 miljard) en de uitgaven jeugdzorg (totaal € 3 miljard). Voor 2028 en verder staat daar een ophoging van de eerder ingeboekte bezuinigingsopgave jeugdzorg tegenover, op landelijk niveau € 0,8 miljard. De extra bezuiniging betreft het invoeren van een eigen bijdrage (€ 0,3 miljard), sturen op een kortere trajectduur (€ 0,1 miljard) en het indexeren van de opbrengst van de hervormingsagenda (€ 0,5 miljard) (zie hoofdstuk 8.1). Tot slot is in de voorjaarsnota een kleine positieve bijstelling voor prijsindexatie aangekondigd.
In de meicirculaire worden de financiële effecten voor Rijswijk inzichtelijk, die zal dus in elk geval voor 2025 tot en met 2027 positief zijn. Voor 2026 en 2027 is een eerste inschatting dat het voor Rijswijk om een bedrag gaat van tussen € 2 mln. en € 3 mln incidenteel.
2.1 Aanleiding 7
2.2 Context De Kadernota 2026 vormt het vertrekpunt voor de laatste begroting van deze bestuursperiode. In maart 2026 vinden de gemeenteraadsverkiezingen plaats. Er is beperkte ruimte voor nieuw beleid, en het college kiest er bewust voor om in deze fase geen ingrijpende bezuinigingsmaatregelen te treffen die direct voelbaar zijn voor inwoners of ondernemers. Daarom is het investeringsprogramma opnieuw beoordeeld en wordt nadrukkelijk gezocht naar efficiëntiemaatregelen binnen de organisatie zelf. Daarbij hebben we een externe begrotingsscan laten uitvoeren met vergelijkbare gemeenten op taakveldniveau en kijken we kritisch naar de inrichting van processen, de inzet van digitalisering en de wijze waarop we investeringen plannen en uitvoeren. Door hier scherper te sturen, kunnen we binnen de bestaande beleidskaders ruimte creëren en de financiële druk verlichten, zonder dat dit ten koste gaat van de dienstverlening of gemeentelijke ambities. Deze kadernota zorgt ervoor dat de nieuwe raadsperiode volgend jaar met een financieel gezonde uitgangspositie kan starten. Relatie met Kadernota 2025 Bij het opstellen van deze Kadernota 2026 is nadrukkelijk gekeken naar de uitkomsten van het proces van vorig jaar. We hebben kritisch geëvalueerd welke werkzaamheden en inzichten uit de vorige Kadernota waardevol zijn gebleken en waar ruimte was voor verbetering in de aanpak.
De nieuwe voorstellen die toen zijn ontwikkeld maar (nog) niet zijn ingezet, zijn bewaard en worden centraal vastgelegd. Zo zorgen we ervoor dat deze op een later moment alsnog kunnen worden benut, wanneer de omstandigheden of beleidskeuzes daarom vragen. Deze aanpak zorgt ervoor dat de Kadernota 2026 niet alleen voortbouwt op het fundament van vorig jaar, maar ook een meer integrale en toekomstbestendige werkwijze laat zien bij het ontwikkelen van financieel realistische keuzes.
2.2 Context 8
2.3 Vastgestelde begroting en ontwikkeling eerste halfjaarrapportage Sinds de vaststelling van de begroting 2025–2028 zijn er diverse ontwikkelingen geweest die van invloed zijn op het financiële beeld. De belangrijkste mutaties tot en met de eerste halfjaarrapportage bestaan uit de volgende posten. Doorwerking vanuit jaarrekening 2024 In de jaarrekening 2024 is een aantal posten verantwoord die doorwerken in het meerjarenbeeld. Voor investeringen die niet conform planning zijn afgerond in 2024 is voor 2025 sprake van incidentele vrijval van kapitaallasten. De verkoop van het vastgoedobject Laan Hofrust (het Oude Raadhuis) is doorgeschoven naar 2025. Voor 2025 en 2026 wordt rekening gehouden met extra lasten voor tijdelijke onderwijshuisvesting van de Steenvoordeschool. Daarnaast worden de effecten uit zowel de september- als de decembercirculaire in het meerjarenbeeld verwerkt (RIB 24.077). Overige ontwikkelingen Naast de doorwerking uit de jaarrekening zijn er nog overige ontwikkelingen die een plek moeten krijgen in het financieel beeld. Dit betreft het financiële effect van de nieuwe CAO per 1 april 2025 en de incidentele opbrengst van de verkoop van een erfpachtcontract, inclusief structurele verlaging van toekomstige erfpachtopbrengsten. Daarnaast zijn middelen nodig voor het inhalen van de achterstanden in de WMO aanvragen, inclusief structurele versterking van het WMO team.
Ook wordt er rekening gehouden met de wettelijke verplichting bestemmingsplannen om te zetten in omgevingsplannen. Door een aangepaste toerekening van de uren wordt de opbrengst van de afvalstoffenheffing structureel bijgesteld. De toerekenbare lasten – en daarmee de werkelijke opbrengsten – worden bij de begroting definitief vastgesteld. Na de vaststelling van de basisregeling omgevingsplan in de tweede helft van 2025, moet deze basisregeling gebiedsgericht worden uitgerold. Meerjarenprognose Gebiedsontwikkelingen (MPG) Rond de Stadsas wordt in vier binnenstedelijke gebiedsontwikkelingen gewerkt aan de groei van Rijswijk. Dit betreft Bogaard stadscentrum, Kessler park, het Havenkwartier en Te Werve Oost. Het realiseren van de deelprojecten in deze gebiedsontwikkelingen gebeurt voor rekening en risico van projectontwikkelaars. De gemeente heeft daarbij een faciliterende rol en is verantwoordelijk voor de bovenliggende planontwikkeling en voor de inrichting van de openbare ruimte. Bij deze Kadernota 2026 is de Meerjarenprognose Gebiedsontwikkelingen (MPG) opgeleverd. De MPG geeft een integraal beeld van de ruimtelijke en financiële aspecten van elke gebiedsontwikkeling en zal jaarlijks worden geactualiseerd. De financiële aspecten van de gebiedsontwikkelingen zijn behoorlijk complex en beslaan een lange periode (tot en met 2034).
De belangrijkste financiële componenten zijn de kosten voor planontwikkeling, kosten voor voorbereiding, toezicht en uitvoering, administratie en toezicht en investeringen in de openbare ruimte. Ook zijn subsidiestromen vanuit het rijk en de MRDH in de MPG verwerkt, zoals de Woningbouwimpuls en de Start Bouw Impuls. De MPG is gericht op sturing, beheersing en verantwoording en is een nieuw instrument in de P&C cyclus. In deze eerste MPG is inzichtelijk geworden dat: • Op langere termijn een financiële bijdrage van de gemeente nodig is. Het kostenverhaal op projectontwikkelaars en de subsidiestromen dekken niet alle kosten voor planontwikkeling. Bij de begroting 2026 zal voorgesteld worden hiervoor een egalisatiereserve in te stellen. In het financieel beeld in deze kadernota is rekening gehouden met een jaarlijkse toevoeging aan de egalisatiereserve van € 0,5 mln. • Verschillende investeringen in de openbare ruimte gedaan moeten worden voor de gebiedsontwikkelingen. Niet alle investeringen kunnen volledig verhaald worden op de projectontwikkelaars. Een deel van de toekomstige kapitaallasten komt ten laste van de gemeente, in de MPG lopen dit op langere termijn op tot € 0,4 mln. structureel. Deze investeringen zijn
9
2.3 Vastgestelde begroting en ontwikkeling eerste halfjaarrapportage
opgenomen in de LTIP (zie hoofdstuk 5 en bijlage 1) en de kapitaallasten hebben (netto, na aftrek kostenverhaal) via de LTIP een plek gekregen in het financieel beeld in deze Kadernota.
10
2.3 Vastgestelde begroting en ontwikkeling eerste halfjaarrapportage
3. Uitgangspunten
11
3. Uitgangspunten 3.1 Financiële gezondheid Een structureel gezonde financiële positie is essentieel voor het kunnen blijven uitvoeren van onze gemeentelijke taken en ambities. Een belangrijke graadmeter hiervoor is de solvabiliteitsratio – de verhouding tussen het eigen vermogen en het totaal vermogen – die inzicht geeft in de mate waarin de gemeente op lange termijn aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. De ondergrens voor een neutraal financieel profiel ligt bij een solvabiliteitsratio van ten minste 20%. In de begroting 2025 lag de gemeente onder deze norm, mede als gevolg van structureel negatieve jaarsaldi die deze ratio op termijn verder onder druk zetten. Het uitgangspunt is daarom dat we sturen op een solvabiliteitsratio van minimaal 20%. Dit draagt bij aan het versterken van onze financiële gezondheid en het behouden van voldoende weerstandsvermogen richting de toekomst. Onderstaande tabel geeft een beeld van de kengetallen welke in de jaarrekening 2024 opgenomen zijn en in de begroting 2025. De kengetallen zullen gedurende de aanloop richting de programmabegroting 2026-2029 geactualiseerd worden als het investeringsprogramma en de financieringsbehoefte inzichtelijk zijn. Kengetal
2023 2024 2024 2025 Jaarrekening Begroting Jaarrekening* Begroting* 102,4% 109,6% 97,8% 127,0% 19,0% 20,0% 20,6% 19,0% 39,9% 25,3% 37,8% 27,0%
Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Grondexploitatie
* Kengetallen begroting 2025 betreft de primitief vastgestelde begroting vóór wijzigingen.
3.2 Meerjarig sluitend beeld Het uitgangspunt is een meerjarig sluitend financieel beeld. Dit betekent dat we niet alleen kijken naar een sluitende begroting voor het komende jaar, maar ook naar een reëel en structureel evenwicht in de jaren daarna. Door deze integrale en toekomstgerichte benadering zorgen we voor een gezonde en veerkrachtige financiële huishouding, nu en in de toekomst. Een meerjarig sluitend beeld draagt bij aan het versterken van onze financiële positie. Het vergroot onze weerbaarheid en stelt ons in staat om incidentele tegenvallers op te vangen zonder direct te hoeven ingrijpen in structurele voorzieningen of beleidsdoelen.
3.3 Realistisch investeringsprogramma Om als gemeente grip te houden op onze financiële positie én om investeringen effectief te realiseren, hanteren we als uitgangspunt dat we werken met een realistisch investeringsprogramma. Dit betekent dat we onze ambities vertalen naar een haalbare planning, waarin beschikbare capaciteit, middelen en uitvoerbaarheid nadrukkelijk worden meegewogen. Het Lange Termijn Investeringsprogramma (LTIP) speelt hierin een belangrijke rol. Deze planning biedt inzicht in de spreiding van investeringen over meerdere jaren, waardoor we beter in staat zijn om prioriteiten te stellen, investeringen goed te faseren en tijdig bij te sturen. Door op deze manier te werken, voorkomen we een onrealistisch investeringsprogramma en versterken we de uitvoerbaarheid en prioritering van de investeringen.
3.4 Motie Structureel gezonde financiën In de begrotingsraad op 5 november 2024 is de motie Structureel gezonde financiën aangenomen. Deze motie geeft een aantal kaders mee voor uitwerking van de Kadernota 2026: OZB niet met meer dan CPI verhogen Deze Kadernota bevat geen extra verhoging van de OZB, ook niet van andere heffingen. Dit wordt verder toegelicht in de paragraaf Lokale heffingen in hoofdstuk 8. De CPI voor 2026 is 2,6%.
3. Uitgangspunten 12
Efficiënte overheid Voor deze Kadernota zijn de efficiëntie mogelijkheden in de organisatie goed onderzocht. In hoofdstuk 4 worden onder Organisatie de kansrijke mogelijkheden toegelicht en gekwantificeerd. De maatregelen tellen op tot € 1 mln. voor 2026, oplopend tot € 3 mln. structureel in 2028. Realistisch investeringsprogramma In de begroting 2025 is de eerste versie van het Lange Termijn Investeringsplan (LTIP) gepresenteerd. In deze Kadernota is de volgende versie opgenomen in hoofdstuk 4.1 en de bijlagen. Het investeringsprogramma is beoordeeld en ingeperkt. Ook zijn de benodigde investeringen in de stad voor de komende jaren goed in kaart gebracht. Dit resulteert in een positieve bijdrage aan het financieel beeld.
3. Uitgangspunten 13
4. Financiële opgave
14
4.1 Opgave In het begrotingsdebat in de raad van november 2024 is het meerjarenbeeld 2025-2028 vastgesteld. In dit financieel beeld is de jaarschijf 2025 sluitend en ligt er nog een opgave voor de jaarschijven 2026 en verder. De opgave in deze Kadernota 2026 wordt ook bepaald door de structurele doorwerking uit de jaarrekening 2024 en de overige ontwikkelingen die hiervoor beschreven zijn. Voor de jaarschijven 2026 en 2028 ligt er nu nog een opgave welke in de uitwerking richting de begroting 2026-2029 ingevuld zal moeten worden. (Bedrag x (€1.000)) Begroting 2025-2028 Amendementen begrotingsdebat Effecten jaarrekening Algemene uitkering 1e Halfjaarrapportage Saldo 1e halfjaarrapportage Overige ontwikkelingen Maatregelen Kadernota 2026 Saldo Kadernota 2026 PM meicirculaire (incl rapp cie. van Ark) PM volume effect jeugd Saldo Kadernota 2026
2025 547 -130 218 1.793 -3.472 -1.045 0 1.304 260 pm pm 260
2026 -4.237 0 -291 4.102 -5.313 -5.739 -1.330 4.156 -2.913 pm pm -2.913
2027 -3.179 0 0 5.378 -5.811 -3.612 -1.767 4.916 -462 pm pm -462
2028 -1.982 0 0 3.438 -5.793 -4.337 -1.767 3.692 -2.413 pm pm -2.413
2029 -1.982 0 0 5.568 -5.789 -2.203 -1.767 3.343 -627 pm pm -627
Het tekort in het meerjarenbeeld is langs vier lijnen ingevuld door maatregelen op basis van drie centrale uitgangspunten: een realistisch investeringsniveau, het waarborgen van de financiële gezondheid van de gemeente en een meerjarig sluitende begroting. Om deze opgave structureel in te vullen is gewerkt met een brede analyse per taakveld en een aantal specifieke thematische onderdelen. Deze onderdelen zijn gericht op: • het optimaliseren van de organisatie, • het aanscherpen van het lange termijn investeringsprogramma (LTIP), • het benutten van kansen via digitalisering en innovatie, • het inzichtelijk maken van incidentele begrotingsruimte. Deze onderdelen leveren gezamenlijk een pakket aan maatregelen op dat de basis vormt voor een sluitend financieel beeld. Het maatregelenpakket is verder uitgewerkt in hoofdstuk 5. Voor de resterende opgave zullen mogelijk beleidskeuzes gemaakt moeten worden. Dit hangt vooral af van de effecten van de meicirculaire die bij het opstellen van deze Kadernota nog niet bekend zijn. Op basis van de Voorjaarsnota van het rijk mag een positieve meicirculaire verwacht worden. Daarnaast zijn er nog financiële onzekerheden waarvan de impact op dit moment nog niet volledig in beeld is, zoals de uitkomsten van de meicirculaire, de eerste halfjaarrapportage, en het volume-effect in de jeugdzorg.
Deze onderdelen zijn nog niet gekwantificeerd en staan als pm-posten opgenomen. De resterende opgave zal – zodra deze effecten duidelijk zijn – worden ingevuld met aanvullende beleidsmaatregelen in de periode tot de programmabegroting 2026-2029 opgeleverd wordt.
4.1 Opgave 15
5. Hoofdlijnen
16
5.1 Realistisch investeringsprogramma (LTIP) Het Lange Termijn Investeringsprogramma (LTIP) is voor het eerst gepresenteerd in de begroting voor het jaar 2025. Al langere tijd is de wens om voor de lange termijn meer integraal inzicht te krijgen in benodigde en gewenste investeringen. Het LTIP van Rijswijk is een instrument dat ondersteunt bij besluitvorming over het strategisch en verantwoord investeren in de toekomst van de gemeente. Hierbij moeten verschillende maatschappelijke, financiële en infrastructurele aspecten in balans worden gebracht. Beter inzicht maakt het mogelijk investeringsprioriteiten af te stemmen op beleidsdoelen, de beschikbare middelen en de maatschappelijke behoeften van vandaag en morgen. In het kaderdebat van 9 juli 2024 is de motie Meerjarenoverzicht kosten herinrichtingen infrastructuur aangenomen. De strekking van de motie is de behoefte aan een meerjarenplan over de kosten en de planning van grootschalige investeringen in de Rijswijkse infrastructuur. In de begrotingsraad van 5 november 2024 is de motie Structureel gezonde financiën aangenomen. Deze motie geeft het college een aantal kaders mee voor de uitwerking van de Kadernota 2026, waaronder het inperken van de omvang van het investeringsprogramma. Onderdeel van deze Kadernota is de vervolguitwerking op de LTIP.
In deze versie van de LTIP is zoals aangekondigd in de begroting 2025 en conform bovengenoemde moties de volgende doelstellingen gehanteerd: • Het inperken van het investeringsprogramma. De ambities uit het investeringsprogramma zijn groter dan we feitelijk kunnen realiseren. Dit legt in de meerjarenbegroting onnodig beslag op middelen (begrote kapitaallasten). • Specifiek inzichtelijk maken van investeringen in de infrastructuur en de planning daarvan. • Toevoegen van de investeringen in de openbare ruimte die volgen uit de vier gebiedsontwikkelingen: Bogaard stadscentrum, Havenkwartier, Kessler park en Te Werve Oost. De financiële effecten van de vervolguitwerking voor deze Kadernota zijn als volgt:
A) B) C) D)
bedragen x € 1.000,Kapitaallasten begroting 2025 Afschrijvingen Rente Doorwerking jaarrekening 2024 Subtotaal kapitaallasten begroting 2025 Inperken investeringsprogramma Toevoegen investeringen SB, MEP, ORD en MO Toevoegen investeringen gebiedsontwikkelingen (MPG) Kapitaallasten Kadernota 2026 Financieel effect LTIP Kadernota 2026
2025
2026
2027
2028
2029
2030
10.725 3.270 277 14.272 -806 0
13.406 3.564 288 17.258 -2.495 553
14.028 3.672 38 17.739 -3.141 1.249
14.303 3.664 39 18.006 -3.837 2.226
14.864 3.668 0 18.532 -4.406 3.180
14.864 3.668 0 18.532 -4.406 4.588
0 13.466 604
0 15.317 1.456
3 15.850 1.416
22 16.417 1.192
102 17.408 843
189 18.903 -278
A) Inperken investeringsprogramma. In de meerjarenbegroting was een aantal stelposten opgenomen voor jaarlijks terugkerende investeringen (bijvoorbeeld voor ‘Onderhoud asfaltwegen’). Al deze stelposten zijn verwijderd uit de begroting. In het verleden is op verschillende investeringen, waaronder de jaarlijks terugkerende investeringen, sprake geweest van onderbesteding. Deze onderbesteding wordt jaarlijks beoordeeld en een (groot) deel wordt doorgerold naar het volgende begrotingsjaar. Hierdoor ontstaat een sneeuwbaleffect; elk jaar neemt het bedrag van doorgeschoven investeringen toe. Ook deze niet benutte investeringsruimte is na beoordeling verwijderd, dit betreft een investeringsvolume van ongeveer € 40 mln. Het verwijderen van de opgebouwde niet benutte investeringsruimte uit het verleden en het elimineren van de verzamelposten in de meerjarenbegroting levert een vrijval op van kapitaallasten in de begroting. B) Toevoegen investeringen SB, MEP, ORD en MO
17
5.1 Realistisch investeringsprogramma (LTIP)
Volgend op het elimineren van de stelposten uit de begroting, zijn de bijbehorende investeringen specifiek gemaakt. Bijvoorbeeld voor de stelpost ‘Onderhoud asfaltwegen’ zijn voor 2025 tien concrete projecten uitgewerkt, met de daarbij behorende investeringsbedragen. Dit is gedaan voor de jaarlijks terugkerende investeringen van Stadsbeheer, Onderhoud Ruimtelijk Domein, Mobiliteit en Parkeren en een aantal investeringen voor sport en het wagenpark van veiligheid binnen het domein Maatschappelijke Ontwikkelingen. De kapitaallasten van deze investeringen zijn in het financieel beeld voor deze Kadernota verwerkt. C) Toevoegen investeringen gebiedsontwikkelingen (MPG) Voor de gebiedsontwikkelingen Bogaard stadscentrum, het Havenkwartier, het Kessler park en Te Werve Oost is een integrale en samenhangende Meerjarenprognose Gebiedsontwikkelingen (MPG) uitgewerkt. In de MPG zijn verschillende onderdelen van de ruimtelijke ordening uitgewerkt, zoals de plangebieden, de deelprojecten binnen die plangebieden, de investeringen in de openbare ruimte en het huidig inzicht van de fasering over de aankomende tien jaar. Daarbij is ook de financiële kant van de gebiedsontwikkelingen uitgewerkt, er wordt inzicht gegeven in de plankosten, het investeringsvolume en het kostenverhaal op ontwikkelaars en subsidiestromen. Uit de gebiedsontwikkelingen volgt dus ook een aantal investeringen in de openbare ruimte.
In de MPG is per gebiedsontwikkeling specifiek benoemd welke investeringen wanneer gepland zijn, met het bijbehorende investeringsbedrag. Een deel van deze investeringen wordt gedekt door bijdragen van projectontwikkelaars of ontvangen subsidie. Deze MPG investeringen zijn ook opgenomen in de nieuwe versie van de LTIP. D) Door het inperken van het investeringsprogramma (A) en vervolgens specifieke investeringen op te voeren in de LTIP (B en C) ontstaat een mutatie in de begrote kapitaallasten. Het financieel effect van deze nieuwe versie van de LTIP is € 1,5 mln op de afschrijvingslasten voordelig voor 2026, aflopend tot een neutraal effect in jaarschijf 2030. Voor de Kadernota 2026 is het investeringsprogramma beoordeeld en ingeperkt. Ook zijn de benodigde investeringen in de stad voor de komende jaren goed in kaart gebracht (zie bijlage 1. LTIP). Dat levert voor de komende begrotingsperiode financiële ruimte op. De planning van deze investeringen in de tijd en de onderlinge samenhang heeft nog verdere aanscherping nodig. Alle benodigde jaarlijks terugkerende investeringen van Stadsbeheer, Onderhoud Ruimtelijk Domein, Mobiliteit en Parkeren en de gebiedsontwikkelingen zijn nu concreet uitgewerkt en hebben een voorlopige plaats op de tijdlijn gekregen. Het in onderlinge samenhang beoordelen en prioriteren wordt in de zomerperiode opgepakt, de uitkomst wordt verwerkt in de begroting 2026.
18
5.1 Realistisch investeringsprogramma (LTIP)
5.2 Organisatie Investeren in een toekomstbestendige organisatie Om als organisatie toekomstbestendig te blijven, investeren we gericht in onze mensen, onze processen en de verdere ontwikkeling van onze organisatie. Tegelijkertijd behouden we wat ons sterk maakt: een flexibele organisatie, betrokken medewerkers en een veilige werkomgeving waarin talent tot bloei komt. We blijven actief inzetten op het aantrekken van nieuw talent, het stimuleren van persoonlijke en professionele groei en het uitbreiden van leer- en ontwikkeltrajecten, zoals traineeships en leer-arbeidsplekken. Formatie en bezetting in fte 800 611
581
600 480
490 442
561 515
479
400
200
0 2021 Formatie
2022
2023
2024
Bezetting
Groeien met Rijswijk De groei van onze stad en de toenemende complexiteit van onze opgaven vragen om een wendbare en veerkrachtige organisatie. Tegelijkertijd zien we kansen om efficiënter te werken, onder andere door het slimmer organiseren van werk, de inzet van data en digitalisering, en het versterken van samenwerking binnen en buiten de organisatie. We maken bewust keuzes over wat we wél en niet (meer) doen, waarbij we ernaar streven de uitvoering zoveel mogelijk te ontzien. De focus bij het realiseren van besparingen ligt dan ook nadrukkelijk op beleid, ondersteuning en management. Kansen voor efficiëntie en focus Tegelijkertijd vraagt de financiële situatie om een kritische blik op onze inzet en capaciteit. We zien een grote personeelsdynamiek in de organisatie, die ruimte biedt om op een natuurlijke manier te herverdelen en op onderdelen te krimpen. Deze krimp vindt plaats op strategische gekozen plekken, bijvoorbeeld waar technologische ontwikkelingen leiden tot een andere inrichting van functies of waar minder nieuw beleid nodig is. Tegelijkertijd investeren we gericht op plekken waar de groei van de stad direct voelbaar is, zoals binnen het sociaal domein (bijvoorbeeld Wmo).
Strategisch investeren en herverdelen Door te balanceren tussen gerichte investeringen, behoud van wat goed werkt en het benutten van efficiëntiekansen, bouwen we verder aan een flexibele, toekomstgerichte organisatie die klaar is voor de uitdagingen van vandaag en morgen. Rekening houdend met deze uitgangspunten stellen we voor om de bezuinigingen te realiseren binnen een aantal strategische lijnen. We richten ons erop om de span of control van managers verantwoord te vergroten, het beperken van nieuw beleid, het versoberen van ondersteunende
5.2 Organisatie 19
functies en het terugdringen van externe inhuur. Samen moeten deze maatregelen leiden tot een structurele besparing van 3 miljoen euro. Daarmee wordt invulling gegeven aan het onderdeel efficiënte overheid uit de motie Structureel gezonde financiën die tijdens de Begrotingsraad in november 2024 werd aangenomen. De richtingen worden hieronder verder uitgewerkt. Opgave Organisatie (x € 1.000) Opgaaf financieel Management Functies beleidsvorming en ondersteuning Inhuur vacatures Bedrijfsvoering Belastingen Legal Audit juridische functie
2026 1.000 -300 -600 -400 -150
2027 2.000 -400 -900 -400 -300 pm
2028 3.000 -500 -1.200 -400 -450 pm
2029 3.000 -500 - 1.200 -400 -450 pm
Management Er wordt kritisch gekeken naar de opbouw en omvang van het management binnen de organisatie. Binnen de organisatie is de beweging ingezet om kleinere teams samen te voegen of meer teams onder één leidinggevende te brengen. Door hier de komende jaren nadrukkelijk op te sturen, ontstaat ruimte voor een structurele besparing die oploopt tot € 500.000 per jaar. We willen niet met een vaste norm voor span of control werken, maar we willen kunnen nuanceren. In de praktijk vraagt effectieve aansturing om meer dan een rekensom; aspecten als de verhouding tussen leidinggeven en inhoudelijk meewerken, de complexiteit van de taak/opdracht van het team en aanvullende taken binnen de managementrol spelen een belangrijke rol. Deze factoren worden nadrukkelijk meegewogen in de verdere uitwerking. Besparen in beleid en ondersteuning De komende jaren zetten we in op een beheersbare en evenwichtige afname van het aantal formatieplaatsen binnen de beleids- en ondersteunende functies. Deze afbouw wordt proportioneel verdeeld over de domeinen, met als doel een structurele besparing die oploopt naar € 1,2 miljoen in de komende drie jaar. De onderstaande grafiek toont de verdeling van functies binnen de organisatie naar management, beleidsmatig/adviserend, uitvoering en ondersteuning.
Deze indeling is gebaseerd op het HR21-model dat binnen de organisatie wordt gehanteerd en biedt een indicatief beeld van de functionele opbouw. Voor het nemen van concrete besluiten is nader, verdiepend onderzoek noodzakelijk. De focus van deze opgave ligt op beleidsvorming en ondersteuning. De uitvoering blijft daarbij nadrukkelijk buiten beschouwing.
5.2 Organisatie 20
HR21 verdeling naar management, beleidsmakend/adviserend, uitvoering, ondersteuning 2024
Management (8%) Beleidsmakend/ adviserend (31%) Uitvoering (50%) Ondersteuning (11%)
%
Dankzij de natuurlijke dynamiek in het personeelsbestand – waaronder natuurlijk verloop, pensionering en interne mobiliteit – zijn er voldoende mogelijkheden om deze besparing op een geleidelijke en beheerste wijze vorm te geven. Er is dan ook geen noodzaak voor harde ingrepen of geforceerde reducties. Door mee te bewegen met de bestaande personeelsontwikkelingen kan deze besparing stapsgewijs en met behoud van kwaliteit worden gerealiseerd. In-, door- en uitstroom 150 118 102
100
50
86 64 61
52 49
65
58
73 60
49 39
36 16
0 2020 Instroom
2021 Doorstroom
2022
2023
2024
Uitstroom
Een middel om deze beweging te realiseren is het instellen van een (tijdelijke) formatiestop voor uitbreiding van beleid- en ondersteuningsfuncties, met uitzondering van nieuwe taken waarvoor structurele middelen beschikbaar worden gesteld. Binnen deze aanpak blijven we flexibel, maar voorkomen we ongewenste groei in deze functiegroepen. Daarnaast ontstaan er kansen voor slimmere organisatie en werkwijzen, onder andere door inzet van technologie en digitalisering om de besparing te realiseren in deze functiegroepen.
5.2 Organisatie 21
Inhuur De inzet van externe arbeidskrachten is een onderdeel van de personele inzet binnen de organisatie. Inhuur biedt de noodzakelijke flexibiliteit om tijdelijk in te spelen op capaciteitsvraagstukken, het uitvoeren van specialistische opdrachten of het vervullen van moeilijk invulbare functies. In sommige gevallen is inhuur onvermijdelijk om wettelijke taken en opdrachten tijdig en zorgvuldig uit te voeren, of om continuïteit in dienstverlening te waarborgen. Tegelijkertijd is de organisatie bewust van de keerzijde van structurele of langdurige inhuur. Niet alleen legt het een druk op de gemeentelijke begroting, het leidt ook tot afhankelijkheid en risico’s zoals het wegvloeien van essentiële kennis wanneer inhuurkrachten de organisatie verlaten. We erkennen het belang van beperking van externe inhuur, sturen scherper op noodzaak en investeren in alternatieven zoals interne doorontwikkeling en strategische personeelsplanning. Behandeling Motie “beperk externe inhuur” In november 2024 heeft de gemeenteraad een motie “beperk externe inhuur” aangenomen waarin het college wordt verzocht om bij de P&C cyclus, waaronder de Kadernota, te rapporteren over de inzet van externe inhuur en voorstellen te doen voor het verminderen van de netto uitgaven aan externe inhuur met ten minste 30%.
De motie wordt uitgevoerd binnen de context, waarin externe inhuur een noodzakelijke, maar ook begrensde rol vervult. Inhuur blijft in bepaalde gevallen onvermijdelijk. Het onzorgvuldig inperken van externe inhuur zou tot ongewenste risico’s kunnen leiden, waaronder stagnatie van dienstverlening, vertraging van projecten en andere kosten voor de organisatie. De organisatie weegt bij de beoordeling van de inzet van externe inhuur zorgvuldig verschillende elementen zoals de reden van inhuur, de noodzaak en urgentie, de verwachte duur van de inhuur, de financiële dekking en mogelijke alternatieven. Conform de motie wordt de gemeenteraad vanaf 2025, in lijn met de P&C-cyclus: • In de jaarrekening geïnformeerd over de realisatie van de inhuur (de reden van inhuur, de kosten van inhuur inclusief terugbetalingen door derden); • Via de Kadernota en begroting geïnformeerd over de begrote inhuur en de verwachte vergoedingen van derden. De motie verzoekt om gedetailleerde informatie over de inzet van externe inhuur. Niet alle gegevens kunnen echter worden verstrekt. Zo is het aantal ingehuurde uren in sommige gevallen niet beschikbaar, omdat wordt gewerkt met aanneemsommen of vaste vergoedingen (fixed fee) waarbij urenregistratie niet wordt gehanteerd. De onderstaande tabel biedt wel inzicht in de begrote inhuur, looptijd en verwachte vergoedingen in euro’s.
Om gerichter te kunnen sturen is de inrichting van het nieuwe financiële systeem (ERPX) aangepast, waarin vanaf 2025 gebruik wordt gemaakt van de classificatie van 4 soorten inhuur namelijk vacature, zwangerschap, ziekte en kennis/knelpunt. Dit leidt tot verbeterd inzicht in aard, reden en omvang van inhuur. De volgende stap is het eenduidig vastleggen van deze gegevens, zodat op basis daarvan betrouwbare en bruikbare (stuur)informatie kan worden ontwikkeld. Zo geven we invulling aan de wens van de raad om transparantie, beheersing van externe inhuur structureel te verankeren binnen het bredere personeels- en financieel beleid van de gemeente.
5.2 Organisatie 22
Begroting inhuur (bedrag x € 1.000) Gemeenteraad Verkiezingen / referenda Verkeersplannen Omgevingsplan Wet WOZ waardebepaling Directie Bedrijfsvoering Project GROEI Financiën ICT beheer Delft Maatschappelijke ontwikkelingen Uitvoeringsprogramma Digitale dienstverlening Veiligheid, Inspectie & Handhaving Ruimtelijke Ontwikkelingen Vergunningen Mobiliteit en parkeren Sociaal Domein Subtotaal excl. RWB en gebiedsontwikkelingen Plankosten overig SION t Haantje (RijswijkBuiten) Subtotaal RWB Gebiedsontwikkelingen Gebiedstransformaties Havengebied Bogaard stadscentrum Gebiedstransformaties Te Werve Gebiedstransformatie Kesslerpark Gebiedsontwikkelingen Subtotaal gebiedsontwikkelingen Eindtotaal
2025 Lasten 3 0 60 81 78 9 17 139 7 0 70 250 270 42 300 410 8 1.744 1.297 1.297 0 718 386 88 563 187 1.942 4.983
2025 Baten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 86 0 0 0 0 300 0 0 386 1.297 1.297 0 718 386 88 563 187 1.942 3.625
2026 Lasten 3 20 60 81 78 9 17 0 7 0 70 122 40 42 0 210 8 767 1.007 1.007 187 0 0 0 0 0 187 1.961
2026 Baten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 86 0 0 0 0 0 0 0 86 1.007 1.007 187 0 0 0 0 0 187 1.280
2027 Lasten 3 20 60 81 78 9 17 0 7 0 70 108 40 42 0 210 8 753 506 506 187 0 0 0 0 0 187 1.446
2027 Baten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 86 0 0 0 0 0 0 0 86 506 506 187 0 0 0 0 0 187 779
In lijn met het tweede onderdeel van de motie van de raad – waarin wordt gevraagd om een voorstel voor een structurele vermindering van ten minste 30% van de netto uitgaven aan externe inhuur – heeft de organisatie een aantal maatregelen genomen. In onderstaande tabel is het verloop van de inhuurkosten, de verwachte vergoedingen en de resulterende netto inhuurkosten opgenomen. Netto inhuurkosten (bedrag x. € 1.000) Inhuurkosten Vergoeding inhuurkosten Netto inhuurkosten
2025 4.983 3.625 1.358
2026 1.961 1.280 681
2027 1.446 779 667
Op basis van de begroting voor 2025 komt een reductie van 30% neer op een besparingsopgave van circa € 400.000. De organisatie ziet het belang van structurele beperking van externe inhuur en werkt doelgericht aan het realiseren van deze ambitie. In lijn met de motie worden de volgende afspraken uitgevoerd en middelen ingezet: • We werken aan een optimale verhouding tussen vaste en flexibele capaciteit, waarbij we waar mogelijk externe inhuur op vacatureruimte beperken. Binnen het domein Bedrijfsvoering wordt vanaf 2025 geen inhuur meer gepleegd ter overbrugging van reguliere vacatures. Deze werkwijze levert naar verwachting een structurele besparing op van € 400.000 per jaar. Op basis van de resultaten binnen Bedrijfsvoering wordt bekeken of dit principe ook in andere domeinen kan worden toegepast. • Toetsing vooraf aan inhuur op vacatures. Elke inhuur op vacatureruimte wordt voorafgaand aan opdrachtverlening kritisch beoordeeld en ter accordering voorgelegd aan het gemeentelijk managementteam (GMT). Bij de beoordeling wordt zorgvuldig gekeken naar het soort functie (management, beleid, ondersteuning, uitvoering), de noodzaak en urgentie, de verwachte duur van de inhuur, de financiële dekking en mogelijke alternatieven. • Gebruik van regionale inhuurpools. Deze vormen van inhuur zijn vaak kostenvoordeliger dan inhuur vanuit de markt.
De gemeente maakt gebruik van regionale inhuurpools, zoals: ◦ Doorwerkgever, een platform waar gemeenten en gepensioneerde ambtenaren elkaar kunnen vinden voor tijdelijke opdrachten. Dit initiatief, gestart in samenwerking met de gemeenten
5.2 Organisatie 23
Westland, Maassluis, Midden-Delfland en Rijswijk, is in maart 2025 als pilot gestart binnen onze gemeente. ◦ Provincie Zuid-Holland ◦ Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). • In de krappe arbeidsmarkt wordt extra ingezet op werving & selectie. Er wordt een aanpak opgesteld om inhuur op vaste functies terug te dringen. Dit omvat onder meer actieve werving, inzet van jobmarketing en de inzet van recruitment. • In 2024 is een gemeentebrede inventarisatie uitgevoerd in het kader van de wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA). Op basis hiervan wordt vanaf 2025 actief gestuurd op naleving, waaronder het beëindigen van inhuur met een hoog risico op schijnzelfstandigheid. De handhaving wet DBA heeft er mede toe geleid dat meerdere ingehuurde ZZP-ers in loondienst zijn gekomen. Deze koers weerspiegelt de inzet van de organisatie om te komen tot een financieel gezonde, wendbare en toekomstbestendige personeelsinzet, met inhuur als bewuste en tijdelijke keuze – niet als standaardoplossing en waar ruimte blijft voor noodzakelijke inhuur. Belastingen In het Coalitieakkoord Gezonde groei, Rijswijkse koers 2022-2026 staat: “we onderzoeken de mogelijkheden of belastingen regionaal geïnd kunnen worden”. In januari 2024 heeft het adviesbureau ANG de belastingketen binnen Rijswijk doorgelicht en advies uitgebracht over het optimaliseren van de belastingketen.
Op basis van het advies is er een apart team Belastingen gevormd dat bij domein Bedrijfsvoering is geplaatst. Daarnaast kreeg het zelfstandige team Belastingen een manager toegewezen die tevens heffings- en invorderingsambtenaar en regisseur is van de belastingketen. De manager Belastingen heeft opdracht gekregen de optimalisatiemogelijkheden verder uit te werken, waarbij alle opties open liggen. Uit de doorlichting door ANG bleek dat er financiële voordelen te behalen zijn door optimalisatie van de belastingketen en dit beeld werd bevestigd in de begrotingsscan die voor deze Kadernota is uitgevoerd. Daarop is diepgaander gekeken naar de kosten van gemeenten bij een viertal samenwerkingsverbanden en de gemeenten die gebruikt waren als vergelijking in de begrotingsscan. Uit deze analyse kwamen zowel financiële als niet financiële aspecten naar voren die de uitbestedingsoptie nadrukkelijk nuanceerden. Twee gemeenten uit de begrotingsscan blijken de belastingtaak zelfstandig uit te voeren. Een derde gemeente had belastingen uitbesteed, maar de prijs daarvoor was niet lager dan de kostprijs voor Rijswijk zoals die berekend was in het bovengenoemde onderzoek door ANG. In de vierde gemeente wordt belastingen voor het eerst in 2025 uitbesteed omdat er geen vaste medewerkers gevonden konden worden en de daardoor noodzakelijke externe inhuur structureel te duur werd.
Deze gemeente had daardoor geen last van bijkomende kosten van een sociaal plan en frictiekosten. Samenwerkingsverbanden vragen bovendien een strakke uniformering en hoge standaard in fiscaal beleid en verordeningen. Als er maatwerk wordt gevraagd dan is deelname al snel veel duurder. De gemeente zal meer moeten standaardiseren en uniformeren (dus minder maatwerk) en zelf een regisseur aanhouden voor contacten, controle, toezicht en beleid (verordeningen). Het voorbereiden, organiseren en feitelijk uitvoeren van toetreding kost bovendien anderhalf á twee jaar. Het uitbesteden van de belastingtaak zal op zijn vroegst pas vanaf 2027 mogelijk zijn. In de tussenliggende periode kan onrust ontstaan en daardoor veel verloop van (goed) personeel plaatsvinden. De echte netto besparingen vallen nog later (2028/2029), omdat er sprake is van omschakelings- en frictiekosten. Rijswijk ligt volledig in het verzorgingsgebied van het Hoogheemraadschap Delfland. In dit gebied verzorgt de RBG groep de belastingsamenwerking, waarbij de gemeentelijke belastingaanslagen gecombineerd kunnen worden met de diverse aanslagen van het Hoogheemraadschap (ingezeteneomslag, omslag (on)gebouwd en verontreinigingsheffing). Uit onderzoek blijkt dat de uitvoeringskosten bij de RBG groep rond € 35,- per WOZ-object zijn. Voor Rijswijk betekent dit dat het uitvoeren van de belastingtaak door de RBG groep € 1,2 mln.
aan kosten met zich meebrengt. Dat is € 0,4 mln. lager dan het huidige kostenniveau van Rijswijk, dit verschil bestaat uit € 0,1 mln. extra invorderingsopbrengsten en € 0,3 mln. lagere uitvoeringskosten.
5.2 Organisatie 24
Uit de begrotingsscan en aanvullend onderzoek blijkt dat uitbesteding van de belastingtaken vanaf 2028 of 2029 een financieel voordeel van € 0,4 mln. oplevert. Alternatief is zelf de optimalisatie van de belastingketen oppakken, waarmee in het najaar van 2024 begonnen is. De baten kunnen in dat geval eerder gerealiseerd worden: enerzijds meer invorderingsopbrengsten (circa € 150K) en anderzijds € 300K aan kostenreductie door processen efficiënter en met behulp van digitalisering uit te voeren. Ook zijn er nog mogelijkheden om meer te digitaliseren en de ketenregie te versterken en efficiënter te maken. De conclusie luidt op grond van het bovenstaande om zelf te optimaliseren in baten, kosten en procesuitvoering door de belastingtaak zelfstandig te blijven uitvoeren. In de begroting wordt hiervoor een besparing verwerkt van € 150K in 2026, oplopend tot € 450K structureel vanaf 2028. Juridische zaken en legal audit In de uitgevoerde begrotingsscan is gesignaleerd dat de omvang van de juridische functie wellicht ruim is. Dit is gebaseerd op een onderzoek dat werd uitgevoerd bij een aantal 100K+ gemeenten. In dat onderzoek is bij die gemeenten de omvang en opbouw van de centrale juridische afdeling (2e lijn) vergeleken, zonder de juristen in de 1e lijn in beschouwing te nemen.
Het onderzoek geeft daarmee wel een beeld, maar biedt geen concrete aanknopingspunten voor de juridische functie in de gemeente Rijswijk. Op dit moment werkt het team juridische zaken aan de totstandkoming van een mantelovereenkomst, waarmee het opvragen van extern juridisch advies gestructureerd en ingeperkt wordt. De mantelovereenkomst is naar verwachting in de loop van het derde kwartaal van 2025 gereed. Op de agenda van juridische zaken stond ook al de uitvoering van een Legal Audit. Doel van de Legal Audit is het inzichtelijk maken van de huidige en gewenste inrichting, omvang, opbouw en kwaliteit van de totale juridische functie van de gemeente. Gelet op het voorgaande wordt aan de opdracht voor de Legal Audit een benchmark toegevoegd, waarbij de juridische functie van Rijswijk vergeleken wordt met een aantal best practices. De Legal Audit zal daarmee inzicht bieden in optimalisatie mogelijkheden en de omvang ervan. In deze Kadernota is de Legal Audit daarom pro memorie opgenomen. Na oplevering van de mantelovereenkomst wordt de opdracht voor de Legal Audit opgestart, naar verwachting in het laatste kwartaal van 2025.
5.2 Organisatie 25
5.3 Digitalisering en innovatie De gemeente staat voor een stevige bezuinigingsopgave en een toenemende druk op de kwaliteit van dienstverlening. Daar komt bij dat geopolitieke spanningen onzekerheden met zich meebrengen die ook hun weerslag kunnen hebben op kosten voor onze informatievoorziening. Om de organisatie toekomstbestendig in te richten, is digitale innovatie geen luxe, maar een noodzaak. Niet als doel op zich, maar als strategisch middel om processen efficiënter te maken, kosten te verlagen en de dienstverlening te verbeteren. Het verlagen van de kosten betekent soms ook dat kosten verschuiven, bijvoorbeeld naar investeringen in ICT die nodig zijn om efficiënter te kunnen werken. Die efficiëntie zorgt er op haar beurt voor dat medewerkers minder tijd kwijt zijn aan routinetaken, en meer ruimte krijgen voor complexere of mensgerichte werkzaamheden waar hun expertise het meest tot zijn recht komt. Binnen de gemeentelijke organisatie zijn vier digitale thema’s geïdentificeerd die kunnen bijdragen aan de bezuinigingsopgave: • Het opschonen van onze software: In de afgelopen jaren zijn er veel losse programma’s en systemen bijgekomen. Daardoor is het beheer ingewikkeld en hebben we soms meerdere systemen die hetzelfde kunnen. Door overbodige software uit te faseren, besparen we geld en maken we het beheer eenvoudiger.
• Het automatiseren van repeterend werk: Veel administratieve taken – zoals het overnemen van gegevens, controleren van documenten of verwerken van aanvragen – worden nu handmatig gedaan. Met slimme digitale hulpmiddelen kunnen we dit soort werk deels automatiseren. Dat scheelt tijd, voorkomt fouten en verlaagt de werkdruk. • Meer gebruikmaken van data bij het nemen van beslissingen: De gemeente beschikt over veel gegevens, bijvoorbeeld over vergunningen, meldingen of financiën. Door deze data beter te benutten, kunnen we beter onderbouwde keuzes maken, efficiënter sturen en sneller inspelen op ontwikkelingen. • Voorzichtig starten met kunstmatige intelligentie (AI): Denk bijvoorbeeld aan een digitale assistent die inwoners of medewerkers helpt bij eenvoudige vragen. We doen dit stap voor stap, met oog voor privacy en wetgeving. We kiezen bewust voor een voorzichtige en gefaseerde aanpak. Dat betekent: we starten alleen met pilots als we vooraf een beeld hebben van de gevolgen, waaronder ook ethische aspecten. Daarnaast moet duidelijk zijn dat de investering zich terugverdient of op een andere manier meerwaarde oplevert. Zo houden we grip op kosten, zorgen we voor draagvlak en beperken we risico’s. Een lijst met digitale kansen helpt ons daarbij. Op basis daarvan maken we keuzes die passen bij onze doelen en de beschikbare capaciteit.
Zo bouwen we stap voor stap aan een gemeente die klaar is voor de toekomst – met een betere dienstverlening voor inwoners, minder werkdruk voor medewerkers, en een efficiëntere inzet van middelen. Cloudmigratie en samenwerking met de GRB De verschuiving van software draaien in het eigen datacenter naar de afname van een dienst via de cloud is een wereldwijde ontwikkeling waar ook gemeenten mee te maken hebben. Softwareleveranciers bieden hun oplossingen steeds vaker uitsluitend via de cloud aan, waardoor de vraag niet is of gemeente Rijswijk naar de cloud gaat, maar wanneer deze transitie plaatsvindt. De overstap naar de cloud brengt verplichtingen met zich mee, zoals het waarborgen van veiligheid en naleving van wetgeving (ISO27001, AVG), het maken van serviceafspraken, en het vastleggen van databezit en exitstrategieën. Hoewel de gemeente beperkt invloed heeft op deze ontwikkelingen, kan er wel gestuurd worden op het moment van migratie. Gemeente Rijswijk heeft gekozen voor een strategie waarbij we zo slim mogelijk overgaan naar de cloud; moet software vervangen worden vanwege een nieuw contract of is een grote upgrade nodig, dan wordt meteen de overgang naar de cloud meegenomen. Om continuïteitsproblemen te voorkomen, werken we actief aan de overgang naar de cloud van de belangrijkste systemen.
5.3 Digitalisering en innovatie 26
De huidige agenda is dat we van de 147 belangrijkste applicaties ondertussen 107 applicaties in de cloud hebben draaien, en er voor nu in 2025 en 2026 nog een 30-tal applicaties naar de cloud migreren of uitfaseren vanwege dubbele functies met andere systemen. Met ingang van 2027 wordt het gezamenlijke datacenter vernieuwd. Voor Rijswijk wordt er vanaf 2027 nog een zeer beperkt aantal applicaties gehost in het nieuwe datacenter, want het grootste deel van de applicaties (90%) is dan naar de cloud gemigreerd. Het aandeel van Rijswijk in de kosten van het datacenter gaat vanaf 2027 dan ook omlaag, in deze Kadernota wordt rekening gehouden met € 0,5 mln. lagere bijdrage aan de GRB. De GRB, Gemeenschappelijke Regeling Bedrijfsvoering, is de samenwerking met gemeente Delft om een deel van de IT diensten die de gemeente heeft, gezamenlijk te organiseren. Dit bestaat uit een viertal diensten en producten: • Werkplekdiensten • Datacentrum diensten • Netwerkdiensten • IT Beveiliging van de werkplek, het datacentrum en het netwerk De samenwerking heeft beide gemeenten veel voordeel geleverd en dit willen we naar de toekomst toe blijven voortzetten. Voor de toekomst is het belangrijk om samen te werken op diensten / producten waar er een meerwaarde is op gebied van bijvoorbeeld financiën, kennis, continuïteit.
Aangezien er ontwikkelingen gaande zijn zoals de overstap naar de cloud, wordt 2025 gebruikt om de gezamenlijke dienstverlening te herijken en klaar te maken voor de toekomst.
5.3 Digitalisering en innovatie 27
5.4 Incidentele bedragen Naast structurele maatregelen kijken we ook kritisch naar begrote incidentele posten die in de praktijk regelmatig niet (volledig) worden benut. Deze bedragen worden vaak pas bij de jaarrekening zichtbaar als onderbesteding en vragen dan om een toelichting. Het gaat hierbij om budgetten die niet incidenteel zijn geraamd, maar waarvan we op basis van ervaringen uit voorgaande jaren kunnen inschatten dat volledige benutting niet altijd realistisch is. Deze begrotingsruimte willen we actief en transparant in beeld brengen. Door ook deze ruimte in de analyse te betrekken, kunnen we bijdragen aan een sluitend financieel beeld op de korte termijn, zonder direct structurele ingrepen te doen. Hierbij zal zorgvuldig afwogen moeten worden welke posten daadwerkelijk vrij kunnen vallen, om het risico op toekomstige tekorten te beperken. Bijvoorbeeld de onbenutte BCF ruimte in het gemeentefonds.
5.4 Incidentele bedragen 28
5.5 Samenvatting maatregelenpakket Samenvattend bestaat het voorgestelde maatregelenpakket uit een combinatie van incidentele en structurele middelen oplopend tot €3 miljoen in 2029. Het pakket bevat onder meer het lange termijn investeringsprogramma en maatregelen gericht op de organisatie en taakvelden, waarbij wordt ingezet op efficiëntie, digitalisering en een vermindering van externe inhuur. Daarnaast wordt de bijdrage van Rijswijk aan de gemeenschappelijke regeling (GRB) verlaagd door het migreren van applicaties naar de cloud. Ook is er sprake van incidentele meevallers, zoals voordelen uit het gemeentefonds, BCF en ingroeimiddelen als gevolg van de groei van de stad, evenals een tijdelijke post voor structurele onderbesteding die nader ingevuld zal worden. Maatregelen Kadernota 2026 (Bedrag x (€1.000)) LTIP - afschrijvingen Organisatie/taakvelden Groei van de stad GRB Gemeentefonds/ingroei/BCF Structurele onderbesteding Saldo maatregelen kadernota 2026
2025 604 0 0 0 700 0 1.304
2026 1.456 1.000 0 0 1.000 700 4.156
2027 1.416 2.000 0 500 1.000 0 4.916
2028 1.192 3.000 -1.000 500 0 0 3.692
2029 843 3.000 -1.000 500 0 0 3.343
5.5 Samenvatting maatregelenpakket 29
6 Gezonde groei van de stad
30
6.1 Gezonde groei van de stad Sinds 2013 wordt in Rijswijk Buiten gebouwd in de deelgebieden Sion, Parkrijk en Pasgeld. In totaal worden hier de komende jaren nog 1.800 woningen gebouwd. Naast de ontwikkeling van RijswijkBuiten, is in de afgelopen jaren ook in de bestaande stad een transformatie van Rijswijk begonnen. Voor vier binnenstedelijke gebiedsontwikkelingen langs de Stadsas zijn in de afgelopen jaren ontwikkelkaders vastgesteld en heeft de gemeenteraad op meerdere momenten deelbesluiten genomen. Hiermee worden de komende tien jaar nog eens 9.000 woningen gerealiseerd. Alles bij elkaar genomen zal het inwoneraantal van Rijswijk groeien van 60.000 inwoners nu, tot ongeveer 80.000 inwoners in 2035. De groei van de stad in het komend decennium heeft ook effect op de inkomsten, uitgaven en investeringen van de gemeente. In deze kadernota is voor de gemeentefondsuitkering rekening gehouden met een conservatieve groei met 3.100 inwoners tot en met 2029 (zie tabel in hoofdstuk 9.1). De gemiddelde bezettingsgraad is 2,06 inwoners per woning, dat betekent dat het financieel kader gebaseerd is op 1.500 op te leveren woningen in de komende vier jaar. Voor de Kadernota 2026 is het investeringsprogramma beoordeeld en zijn de benodigde investeringen in de stad voor de komende jaren goed in kaart gebracht (zie Hoofdstuk 5 en bijlage 1 LTIP).
Met de financiële effecten daarvan is in deze kadernota al rekening gehouden. De planning van deze investeringen in de tijd en de onderlinge samenhang heeft nog verdere aanscherping nodig. Alle benodigde jaarlijks terugkerende investeringen van Stadsbeheer, Onderhoud Ruimtelijk Domein, Mobiliteit en Parkeren en de gebiedsontwikkelingen zijn nu concreet uitgewerkt en hebben een voorlopige plaats op de tijdlijn gekregen. Het in onderlinge samenhang beoordelen en prioriteren wordt in de zomerperiode opgepakt, de uitkomst wordt verwerkt in de begroting 2026. Bij deze kadernota is ook de eerste Meerjarenprognose Gebiedsontwikkelingen (MPG) opgeleverd. Hierin worden de ruimtelijke en de financiële aspecten van de gebiedsontwikkelingen integraal en voor de totale looptijd (2035) inzichtelijk gemaakt. De financiele effecten van de MPG zijn verwerkt in deze kadernota, dit betreft het opbouwen van een egalisatiereserve en het opnemen van de investeringen in de openbare ruimte in de LTIP. Nu de investeringen en de financiële effecten daarvan voor langere termijn goed in kaart zijn gebracht, ligt het voor de hand dit ook op te pakken voor de gemeentefondsuitkering, de eigen belastinginkomsten en de andere uitgaven die we voor de stad doen. Daarmee wordt het effect van de groei op het totale financiële kader ook op langere termijn inzichtelijk.