CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage A Integraal huisvestingsplan

Raadsvergadering 28 januari 2025, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Integrale aanpak onderwijshuisvesting (RV 25-004)17.101 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Integraal Huisvestingsplan Rijswijk 2021-2026

Opdrachtgever Gemeente Rijswijk

Datum 1 oktober 2021

Project IHP Rijswijk

Referentie 1651001-0056.3.0

Auteur(s) de heer M.S. Drenth MSc - HEVO B.V. de heer ir. M.M.G. Bax - HEVO B.V.

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Statenlaan 8

Postbus 70501

T +31 (0)73 6 409 409

www.hevo.nl

ISO 9001-gecertificeerd

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

5223 LA 's-Hertogenbosch

5201 CB 's-Hertogenbosch

info@hevo.nl

www.rpmbyhevo.nl

Voorwoord Dit Integraal Huisvestingsplan (IHP) vormt het meerjarig beleidskader voor het onderwijshuisvestingsbeleid. Als gemeente hebben we de wettelijke zorgplicht voor de huisvesting van het primair, speciaal en voortgezet onderwijs in de gemeente. Iedereen heeft recht op goed onderwijs, en daar horen goede onderwijsgebouwen bij. Als verantwoordelijk wethouder Onderwijs vind ik het belangrijk dat we daar gezamenlijk met partners tot een gewogen plan komen. Daarom hebben we met schoolbesturen afgesproken een gedeelde visie op het scholenlandschap van de toekomst vast te leggen waarbij we extra investeren in kwaliteit. We bundelden samen onze krachten met de Rijswijkse schoolbesturen en kinderopvangorganisaties om nu en in de toekomst te blijven zorgen voor toekomstbestendige onderwijshuisvesting in de stad. Het is voor het eerst dat we gezamenlijk op zo’n lange termijn vooruit kijken. Daarbij was het van belang dat het onderwijsaanbod toegankelijk, divers en goed gespreid is en aansluit op de behoeften van leerlingen, scholen, kinderopvangorganisaties en andere maatschappelijke partners.

Rijswijk. Een belangrijke bijdrage aan de energietransitie. Bij nieuwbouw en renovatie wordt gekozen voor energieneutrale (ENG) schoolgebouwen. Dat betekent dat het energiegebruik van de gebouwen in balans is met de energie die de school zelf duurzaam opwerkt. Hiermee lopen we vooruit op de op dit moment geldende duurzaamheidsnorm: Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG). Uitvoering geven aan het IHP doen we niet alleen, we blijven, zoals we dat het afgelopen jaar hebben gedaan, in gesprek met schoolbesturen en kinderopvangorganisaties. Ik dank daarom alle betrokkenen die een aandeel hebben kunnen leveren in het opstellen van het plan. Johanna Besteman Wethouder Wonen, Welzijn, Cultuur & Onderwijs Gemeente Rijswijk

Daarvoor zijn we als eerste een proces aangegaan met partners om een visie te ontwikkelen op de onderwijshuisvesting in Rijswijk: de bouwstenen voor beleid. Voor deze visie is ook input opgehaald bij het college en de raad. Vervolgens zijn alle schoolgebouwen van 20 jaar en ouder door middel van een Quickscan onder de loep genomen. Uit deze Quickscan kwam naar voren welke schoolgebouwen als eerste aan vervanging toe zijn. Gelijktijdig werkten we met de schoolbesturen aan scenario ontwikkelingen. Zowel in het primair-, voortgezet als (voortgezet) speciaal onderwijs. Daarbij spelen we in op de groei van de stad. Naar verwachting is er de komende jaren, met name in het basisonderwijs, meer behoefte aan onderwijsplekken in Rijswijk. Hierbij is het uitgangspunt dat kinderen in hun eigen wijk basisonderwijs kunnen volgen. Het IHP wordt elke 5 jaar herijkt. Zodoende kan ik met de partners in staat zijn om op korte en lange termijn strategische keuzes te maken en proactief beleid te voeren. Bovendien biedt het plan een vooruitblik op minimaal de komende 20 jaar. Daarbij wordt ook ingezet op de verduurzaming en modernisering van de schoolgebouwen in

Referentie: 1651001-0056.3.0.

Pagina 2 van 47

Inhoudsopgave Voorwoord

2

Samenvatting

4

1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.

Inleiding Aanleiding Doelstelling Aanpak Leeswijzer

6 6 6 6 7

2. 2.1. 2.2.

PO en VO in de gemeente Rijswijk Primair Onderwijs Voortgezet Onderwijs

8 8 8

3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 3.7.

Visie & Beleidsambities Visie Bouwsteen 1: Kwaliteit Bouwsteen 2: Capaciteit Bouwsteen 3: Voorzieningen Bouwsteen 4: Gebiedsplan Bouwsteen 5: Regie Reflectie Kinderopvang op Bouwstenen

9 9 9 11 12 13 14 15

4. 4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6.

Methoden Capaciteitsanalyse Quickscans Afwegingscriteria Analyse Vraag en Aanbod Analyse Spreiding CO2 Analyse

17 17 17 18 18 18 18

5. 5.1.

Analyse en scenario’s Leerlingenprognose

19 19

Referentie: 1651001-0056.3.0.

5.2. 5.3. 5.4.

Quickscanscores Analyse en Scenario’s Onderwijshuisvesting Analyse en Scenario’s Gymvoorzieningen

19 20 32

6. 6.1. 6.2. 6.3.

Financiële vertaling en CO2-reductie Financiële vertaling Impact op CO2 reductie Vervolg: uitvoering IHP

34 34 39 40

Bijlage I – Juridische- en Beleidskaders

42

Bijlage II - Energieprestaties

45

Bijlage III – VO en SBO/(V)SO in de Regio

46

Pagina 3 van 47

Samenvatting Dit IHP bepaalt op basis van (1) visie, (2) gerichte analyse, (3) scenario-ontwikkeling en (4) financiële vertaling de kaders waarbinnen de gemeente Rijswijk, samen met de schoolbesturen, de komende 20 jaar investeert in de onderwijshuisvesting. Het IHP wordt om de 5 jaar herijkt. Het IHP is gezamenlijk met de schoolbesturen en de kinderopvangorganisaties ontwikkeld. In Rijswijk zijn 16 scholen voor 4.153 leerlingen in het Basisonderwijs, 3 scholen voor 325 in het Speciaal Basisonderwijs en Speciaal Onderwijs en 5 scholen voor 2.289 leerlingen in het Voortgezet Onderwijs.

Visie De gemeente Rijswijk en de schoolbesturen streven gezamenlijk naar een toekomstbestendig onderwijslandschap. Het doel is om kinderen in Rijswijk de best mogelijke kansen te bieden in hun ontwikkeling en voor te bereiden op hun toekomst. Daarbij is het van belang dat het onderwijsaanbod toegankelijk, divers en goed gespreid is en aansluit op de vraag van de maatschappij. Toekomstbestendige onderwijshuisvesting is een randvoorwaarde voor goed onderwijs. De gemeente en de schoolbesturen hebben een visie op onderwijshuisvesting ontwikkeld en geconcretiseerd in vijf thema’s welke zijn verankerd in de beleidsambities, de zogeheten bouwstenen voor beleid: 1. Kwaliteit ambitie voor de kwaliteit van schoolgebouwen die aansluit op de eisen van deze tijd 2. Capaciteit optimale afstemming tussen vraag en aanbod 3. Voorzieningen inzetten op samenhang met andere maatschappelijke voorzieningen 4. Gebiedsontwikkeling: aandacht voor de relatie met de omgeving 5. Regie heldere samenwerkingsafspraken

Analyse De leerlingenprognose en de capaciteit van de schoolgebouwen is geanalyseerd, ruimtetekorten en ruimteoverschotten zijn inzichtelijk gemaakt. Voor het Basisonderwijs wordt een forse stijging van het aantal leerlingen verwacht tot 2027 terwijl voor het Voortgezet Onderwijs en het Speciaal Basisonderwijs en Speciaal Onderwijs slechts een lichte stijging wordt verwacht. De stijging van het aantal Basisonderwijs leerlingen is onder andere toe te kennen aan de nieuwbouw in de Plaspoelpolder, RijswijkBuiten en Pasgeld. Daarnaast heeft een kwaliteitsmeting plaatsgevonden voor gebouwen ouder dan 20 jaar door middel van Quickscans. Deze gebouwen kunnen in de looptijd van het IHP (20 jr.) in aanmerking komen voor vervanging middels nieuwbouw of renovatie. In de beoordeling van het gebouwenbestand is gekeken naar bouwkundige staat, onderwijskundige functionaliteit, binnenmilieu, veiligheid, exploitatie en uitstraling. Op basis van de kwaliteitsmeting is er een vervangingsopgave voor 2 gebouwen tussen 05 jaar, 8 gebouwen tussen 5-10 jaar en 5 gebouwen tussen 10-20 jaar. Het betreffen gebouwen die momenteel al ouder zijn dan 40 jaar. Er is tevens gekeken naar de balans tussen vraag en aanbod en de spreiding van de scholen. De analyse op gemeenteniveau heeft aangetoond dat er aanzienlijke leerlingen-stromen zijn over de gemeentegrenzen heen.

In totaliteit is er echter een redelijke balans tussen in- en uitstroom op gemeenteniveau. In het PO gaan er per saldo ca. 200 leerlingen in andere gemeenten naar school. Gemeenten worden in het PO bekostigd in het gemeentefonds op basis van het aantal woonachtige kinderen in de gemeente en in het VO op basis van het aantal schoolgaande kinderen in de gemeente. Gemeente en schoolbesturen hebben gezamenlijk geconcludeerd dat de leerlingenstromen op gemeenteniveau met name een consequentie zijn van het feit dat Rijswijk en omliggende gemeente één stedelijk gebied vormen.

Vanwege de toenemende integratie van onderwijs en kinderopvang hebben de kinderopvangorganisaties ook toevoegingen gedaan aan bovenstaande beleidsambities.

Referentie: 1651001-0056.3.0.

Pagina 4 van 47

Scenario’s

Financiële Vertaling

Per wijk zijn scenario’s ontwikkeld en de opgaven voor de onderwijshuisvesting geformuleerd. Op basis van de visie, geconcretiseerd in afwegingscriteria, zijn de scenario’s in samenspraak met schoolbesturen ontwikkeld. Er is ingezet op passende huisvesting, behoud en verbetering van spreiding en van het aanbod.

De scenario’s zijn voorzien van een financieel kader. Daarvoor is ten eerste op basis van de visie een kwaliteitsniveau met bijbehorend kostenniveau bepaald. Er is ingezet op Energieneutrale en Frisse Scholen. Ten aanzien van Frisse Scholen is gezocht naar een optimale balans tussen prijs en kwaliteit zodat er naast adequate ventilatie ook aandacht is voor temperatuur, licht en geluid. Verder is ingezet op exploitatiegericht bouwen (onderhoudsarm) en toekomstbestendig bouwen (flexibiliteit).

De opgave in Rijswijk is drieledig: 1. Nieuwbouw of (levensduurverlengende) renovatie voor bestaande schoolgebouwen. In de eerste termijn (0-5 jaar) betreffen dit opgaven voor De Steenvoordeschool en voor De Akker & De GSR. De Akker en De GSR blijven geclusterd. 2. Reductie van ruimtetekorten bij aantal bestaande scholen. In de eerste termijn (0-5 jaar) betreffen dit ruimtetekorten bij de scholendriehoek in de voormalige J.H. Snijdersschool (project loopt) en ruimtetekorten bij De Piramide, De Melodie en Buitenrijck. 3. De realisatie van een nieuwe school in de Plaspoelpolder in de eerste termijn (0-5 jaar). De ruimtetekorten bij de bestaande scholen en de noodzaak tot realisatie van de nieuwe school in de Plaspoelpolder zijn gebaseerd op de prognose en zijn sterk afhankelijk van de woningbouwontwikkeling. Gemeente en schoolbesturen dienen na afronding van het IHP in gesprek te blijven om ontwikkelingen te volgen en tijdig te anticiperen. Aan de scenario’s voor de scholen zijn ook de vervangingsopgaven voor de gymzalen gekoppeld. Daarnaast is een inschatting gemaakt in overleg met de kinderopvang voor de mogelijk gewenste omvang van kinderopvangvoorzieningen bij de geformuleerde scenario’s.

Referentie: 1651001-0056.3.0.

De gemeente en de schoolbesturen hebben de intentie uitgesproken om gezamenlijk deze kwaliteit te realiseren. Daarbij streven de schoolbesturen ernaar een bijdrage aan de projecten te leveren volgens de principes van Total Cost of Ownership. De exacte hoogte van de bijdrage van beide partijen aan de totale kwaliteit wordt nader bepaald bij de totstandkoming van businesscases in het uitvoeringsprogramma, wat volgt op het IHP. Op basis van het kwaliteitsniveau is de financiële vertaling gemaakt. Per opgave zijn de financiën in beeld gebracht. Er is daarbij een opslag van 20% gehanteerd voor bijkomende kosten (tijdelijke huisvesting, locatie gebonden kosten etc.) De verduurzamings-, vervangings- en uitbreidingsopgave leiden tot de volgende investeringen per tijdvak: 1. Termijn 1: 0-5 jaar: ca. 30 miljoen euro. 2. Termijn 2: 5-10 jaar: ca. 55 miljoen euro. 3. Termijn 3: 10-20 jaar: ca. 50 miljoen euro. Tenslotte is doorgerekend dat deze investeringen leiden tot een reductie van 44% CO2 in 2030 en 84% CO2 in 2050 voor de onderwijshuisvesting. Daarbij wordt de klimaatdoelstelling voor 2030 gehaald. Op basis van de huidige inzichten en kengetallen zou voor de klimaatdoelstelling van 2050 nog 11% extra CO2-reductie noodzakelijk zijn. Reden hiervoor is dat een deel van de scholen niet worden vervangen voor 2050. Er ligt dus nog een beperkte opgave in het verduurzamen van deze voorraad.

Gemeente en schoolbesturen blijven na afronding van het IHP in gesprek over het invullen van deze opgave.

Pagina 5 van 47

1. Inleiding 1.1. Aanleiding “Onderwijs is erop gericht dat iedereen gelijke kansen heeft en zijn of haar talenten kan ontwikkelen. Die ontwikkeling start bij uitstekende kinderopvang en loopt naadloos door in het primair en voortgezet onderwijs. We willen schooluitval voorkomen en kinderen die thuiszitten terugleiden naar school. Daarnaast vinden we het belangrijk dat iedere jongere een startkwalificatie heeft. We blijven laaggeletterdheid bestrijden. We stimuleren het onderwijs, bedrijven en organisaties om opleidingen aan te laten sluiten op de arbeidsmarkt. We kijken naar de mogelijkheid voor het vestigen van internationaal basisonderwijs in Rijswijk1. We inventariseren de scholen in Rijswijk en maken met schoolbesturen een investeringsprogramma voor duurzame scholen en groenblauwe schoolpleinen.” Dit citaat is afkomstig uit het Coalitieakkoord 2019-2022 met als titel ‘Samen zijn we Rijswijk!. Met dit Integraal Huisvestingsplan (IHP) geeft de gemeente Rijswijk samen met de schoolbesturen invulling aan de laatste doelstelling, en wordt tevens een belangrijke randvoorwaarde ingevuld voor de overige doelstellingen. Immers; goede onderwijshuisvesting is een randvoorwaarde voor het realiseren van doorlopende leerlijnen, goed onderwijs, samenwerking met bedrijven en maatschappelijke partners en mogelijke nieuwe initiatieven.

Samen maken gemeente en schoolbesturen zo het onderwijs en de onderwijshuisvesting 'Beter voor Rijswijk'.

1.2. Doelstelling Het IHP bepaalt op basis van visie, gerichte analyse, scenario-ontwikkeling en financiële vertaling de kaders waarbinnen de gemeente Rijswijk, samen met de schoolbesturen, investeert in de onderwijshuisvesting. In aanvulling op de werkwijze (uitsluitend) op basis van de verordening, voegt het IHP proactief onderwijshuisvestingsbeleid toe door te anticiperen op aankomende In 2020 heeft het bestuur van de European School The Hague aangeven dat zij als gevolg van de Brexit afzien van een vestiging in Rijswijk 1

Referentie: 1651001-0056.3.0.

opgaven. In formele zin laat de gemeente hiermee zien op welke wijze zij haar zorgplicht, op grond van de taak die zij heeft in het voorzien van huisvesting voor het funderend onderwijs, wenst in te vullen (zie bijlage I voor extra informatie over de beleidskaders op het gebied van onderwijshuisvesting). Het IHP:  Stelt de gemeente en schoolbesturen in staat om op korte en lange termijn strategische keuzes te maken en proactief beleid te voeren.  Biedt een meerjarenperspectief waarop het eigen (investerings-)beleid van de schoolbesturen kan worden afgestemd.  Vormt het beleidskader voor het onderwijshuisvestingsbeleid voor de periode 2021-2041. Het IHP wordt elke 5 jaar herijkt, zodat het beleidskader blijft aansluiten bij de vragen en behoeften van dat moment. Dit IHP is opgesteld onder de wet- en regelgeving zoals deze geldt op het moment van het opstellen daarvan. Echter, wet- en regelgeving is onderhavig aan voortschrijdend inzicht; zo ook de wetgeving met betrekking tot het huisvestingsstelsel voor het funderend onderwijs in Nederland.

Bij (substantiële) wijzigingen van bijvoorbeeld het genoemde stelsel, de Algemene Uitkeringen van het Gemeentefonds, de wijze van bepalen van normbedragen, wijzigingen ten aanzien van Bouwbesluit, energieakkoorden of enig andere substantiële ontwikkeling, kan het nodig zijn om dit IHP (op onderdelen) aan te passen aan de dan geldende realiteit en mogelijkheden.

1.3. Aanpak Het IHP is samen met gemeente en schoolbesturen ontwikkeld. Daarbij zijn gezamenlijk de volgende stappen doorlopen:  Stap 1: om te komen tot een gezamenlijke visie en scenario’s zijn in diverse bijeenkomsten met de partijen ambities gedefinieerd en wensen geïnventariseerd.  Stap 2: het gebouwenbestand van de onderwijshuisvesting in de gemeente Rijswijk is door middel van Quickscans in beeld gebracht. Er is een capaciteits- en kwaliteitsanalyse uitgevoerd. Deze zijn met de partijen gedeeld en vastgesteld.  Stap 3: op basis van de Quickscans en aanvullende afwegingscriteria op basis van de visie zijn scenario’s geformuleerd.  Stap 4: op basis van de scenario-ontwikkeling is een financiële vertaling gemaakt. Vervolgens is de fasering én financiering van de realisatie van de visie en de scenario’s bepaald.

Pagina 6 van 47

Stap 5: de vier deelproducten zijn samengebracht tot een Integraal Huisvestingsplan 2021-2041.

1.4. Leeswijzer Na dit eerste inleidende hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 het onderwijs van de gemeente Rijswijk. Hoofdstuk 3 gaat in op de beleidskaders en beleidsambities. Hoofdstuk 4 introduceert de gehanteerde methoden voor de analyse en scenarioontwikkeling die in hoofdstuk 5 wordt gepresenteerd. Hoofdstuk 6 voorziet de scenario’s uit hoofdstuk 5 van financiële uitgangspunten en een financiële vertaling.

Referentie: 1651001-0056.3.0.

Pagina 7 van 47

2.2. Voortgezet Onderwijs

2. PO en VO in de gemeente Rijswijk Dit hoofdstuk beschrijft het aanbod van Primair Onderwijs en Voortgezet Onderwijs in de gemeente Rijswijk.

2.1. Primair Onderwijs Het scholenlandschap van Rijswijk voor het Primair Onderwijs (PO) is divers. Het PO bestaat uit Basisonderwijs (BO), Speciaal Basisonderwijs (SBO) en Speciaal Onderwijs (SO). Scholen verschillen onderling in denominatie, onderwijsconcept en omvang. Er zijn vijf schoolbesturen actief in het BO te Rijswijk. Gezamenlijk verzorgen de schoolbesturen onderwijs voor 4.153 leerlingen verdeeld over 16 scholen. Schoolbestuur

Denominatie

Scholen

Leerlingen

%

Lucas Onderw ijs

Samenw erking PC, RK

5

1.439

35%

Librijn

Openbaar

5

1.120

27%

Laurentius

Rooms-Katholiek

4

1.157

28%

Kronenburgh

Overige

1

283

7%

LEV-WN

Gereformeerd

1

154

4%

16

4.153

100%

Totaal

Voor het voortgezet onderwijs (VO) is er een volwaardig onderwijsaanbod in Rijswijk. Lucas Onderwijs biedt op het Stanislascollege alle niveaus van het vmbo en Praktijkonderwijs. De GSR-Vereniging voor Gereformeerd Voortgezet Onderwijs in de Randstad biedt op de GSR op kleinschalige locatie alle leerjaren vmbo-t en onderbouw havo/vwo. Stichting VO Haaglanden biedt op het Rijswijks Lyceum gymnasium / atheneum / havo / vmbo-(g)t en op het Van Vredenburch College vmbo-b en vmbo-k onderwijs. Op de vijf scholen wordt in totaal onderwijs verzorgd aan 2.289 leerlingen. Schoolbestuur Denominatie Stichting Voortgezet Samenw erking Opb., Onderw ijs Haaglanden Alg. Bijz.. GSR-Vereniging voor Gereformeerd Voortgezet Onderw ijs in de Randstad Lucas Onderw ijs Totaal

Scholen

Leerlingen

%

2

1.423

62%

Gereformeerd

1

162

7%

Samenw erking PC, RK

2

704

31%

5

2.289

100%

Er zijn daarnaast drie besturen actief in het SBO en SO. Librijn en Stichting Christelijk Onderwijs Haaglanden (SCOH) verzorgen SBO. SBO-scholen hebben dezelfde kerndoelen als gewone basisscholen, maar de leerlingen krijgen meer tijd om die te halen. Het SBO is een combinatie van regulier basisonderwijs aangevuld met specifieke leer-, gedrags- en opvoedingsexpertise. Kentalis verzorgt SO voor kinderen die slechthorend zijn of een taalontwikkelingsstoornis hebben. Schoolbestuur

Denominatie

Scholen

Leerlingen

%

Kentalis Stichting Christelijk Onderw ijs Haaglanden Librijn

Interconfessioneel

1

143

44%

Protestants-Christelijk

1

107

33%

Openbaar

1

75

23%

3

325

100%

Totaal

Referentie: 1651001-0056.3.0.

Pagina 8 van 47

3. Visie & Beleidsambities Dit hoofdstuk behandelt de visie en de beleidsambities van dit IHP. De wettelijke taken en relevante ontwikkelingen zijn uitgebreid omschreven in bijlage I. Er wordt eerst ingegaan op de visie. Daarna worden de beleidsambities van de gemeente en de schoolbesturen benoemd.

3.1. Visie De gemeente Rijswijk en de schoolbesturen streven gezamenlijk naar een toekomstbestendig onderwijslandschap. Het doel is om kinderen in Rijswijk de best mogelijke kansen te bieden in hun ontwikkeling en voor te bereiden op hun toekomst. Daarbij is het van belang dat het onderwijsaanbod toegankelijk, divers en goed gespreid is en aansluit op de vraag van de maatschappij. De gemeente Rijswijk en de schoolbesturen willen dit faciliteren door toekomstbestendige onderwijshuisvesting te realiseren middels het IHP. Toekomstbestendige onderwijshuisvesting is een randvoorwaarde voor goed onderwijs. Hierbij gaat onderwijs en onderwijshuisvesting niet alleen over scholen, maar ook over andere plaatsen waar kinderen leren en zich ontwikkelen: bijvoorbeeld kinderopvang, stages bij bedrijven, schoolpleinen en de omgeving.

Tegelijkertijd ligt er een financiële en organisatorische uitdaging bij de realisatie van de plannen uit het IHP. Het realiseren van projecten van initiatieffase tot realisatie is kostbaar, complex en vraagt veel van de organisaties van de gemeente en de schoolbesturen. Samenwerking is het sleutelwoord. De gemeente en de schoolbesturen hebben deze algemene visie verder geconcretiseerd in vijf thema’s welke zijn verankerd in de beleidsambities, de zogeheten bouwstenen voor beleid: 1. Kwaliteit 2. Capaciteit 3. Voorzieningen 4. Gebiedsontwikkeling 5. Regie Het zijn beleidsambities op verschillende thema’s. De visie vormt samen met de bouwstenen een belangrijke basis voor het IHP. Het IHP is erop gericht om, binnen de randvoorwaarden van de gemeente (financieel, ruimtelijk) en schoolbesturen (financieel, organisatorisch), deze uitgangspunten zo veel als mogelijk te realiseren. De bouwstenen geven richting aan het IHP en daarmee aan een toekomstbestendig onderwijslandschap.

3.2. Bouwsteen 1: Kwaliteit De onderwijshuisvesting staat dan ook niet op zichzelf, maar in verbinding met de maatschappij. Onderwijsfuncties zijn maatschappelijke voorzieningen en dragen bij aan de sociale cohesie in Rijswijk. Er worden kansen gezien om in onderwijshuisvesting samen te werken met andere maatschappelijke partners. De visie op onderwijs van de gemeente en de schoolbesturen stelt ook eisen aan de onderwijshuisvesting. Veranderingen in onderwijsvisies, concepten en samenwerking maakt dat er steeds meer flexibiliteit wordt gevraagd van onderwijsgebouwen. Bovendien leidt de maatschappelijke noodzaak tot verduurzaming tot hogere prestatieeisen. Daarbij gaat duurzaamheid voor de gemeente en de schoolbesturen niet alleen over energie, maar ook over gezondheid en functionaliteit van onderwijsgebouwen.

Referentie: 1651001-0056.3.0.

Deze bouwsteen geeft aan welke kwaliteitsambities de gemeente Rijswijk en schoolbesturen nastreven op het gebied van onderwijshuisvesting. Onderstaande uitgangspunten worden gehanteerd bij de verantwoordelijkheid van de gemeente bij nieuwbouw (en renovatie, zie bouwsteen 5) van schoolgebouwen. Voor tussentijdse verduurzaming (en onderhoud en exploitatie) ligt deze verantwoordelijkheid bij de schoolbesturen, maar kunnen deze uitgangspunten ook richting geven (zie ook 6.3.3.) 1.

Het realiseren van duurzame schoolgebouwen is een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Daarbij wordt een brede definitie van duurzaamheid gehanteerd. Duurzaamheid wordt breder gedefinieerd dan energiebesparing en CO2 reductie. Duurzaamheid gaat ook over gezondheid, functionaliteit en betaalbaarheid. Het brede duurzaamheidsbegrip bestaat uit (in volgorde):

Pagina 9 van 47

a.

b.

c.

d.

Energieneutraliteit: er wordt bij nieuwbouw en renovatie gekozen voor energieneutrale (ENG) schoolgebouwen. Daarbij wordt een hogere ambitie uitgesproken dan het bouwbesluit per 1-1-2021 wat uitgaat van bijna energieneutrale gebouwen (BENG – voor een toelichting op het verschil zie bijlage II). Bij renovatie (zie bouwsteen 5 voor uitgangspunten over renovatie) wordt beoogd om deze energieprestatie zoveel mogelijk te realiseren. In de praktijk is BENG voor renovaties realistischer. Er wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van bewezen technische concepten en afstemming gezocht met de transitievisie warmte van de gemeente voor de energiebehoefte. Optimum ‘Frisse Scholen’: bij nieuwbouw en renovatie zijn alle frisse scholen thema’s relevant - lucht, licht, temperatuur, geluid en energie. De kracht ligt in de optimale afstemming en integratie van deze thema’s om te komen tot zo duurzaam mogelijke gebouwen. Deze duurzame gebouwen leiden tot een kwalitatief goed leef en leerklimaat voor leerlingen en medewerkers. Voorbeeldfunctie, exploitatiegerichte materialisering en extra duurzaamheid: de duurzame gebouwen en de omgeving dragen bij aan het duurzaamheidsbewustzijn van gebruikers (leerlingen, docenten etc.) en bewoners door duurzaamheidsmaatregelen zichtbaar te maken. Duurzame en kwalitatief hoofwaardige materialisering is daarbij belangrijk.

Circulaire materialen behoren daarbij tot de mogelijkheden. Het toevoegen van extra duurzaamheid (boven Energieneutraliteit) kan bijdragen aan verlagen van de kosten van het gebruiksgebonden energieverbruik. Functionaliteit, flexibiliteit en onderwijskundige kwaliteit: nieuwe en gerenoveerde schoolgebouwen dienen onderwijsconcepten goed te faciliteren, het gebouw dient aan de sluiten bij het onderwijsconcept van de school. Daarnaast kunnen ook andere functies in samenhang met onderwijs gefaciliteerd te worden. Denk aan kinderopvang of jeugdzorg, maar ook de verbinding met de wijk. Er wordt tevens

ingezet op flexibiliteit. Hierbij gaat het om interne flexibiliteit, maar ook om transformatiemogelijkheden (adaptief vermogen) van het vastgoed. 2.

Multifunctioneel gebruik: de gebouwen dienen optimaal gebruikt te worden. Multifunctioneel gebruik leidt tot een hogere bezetting en daarmee een duurzaam gebruik van de gebouwen. Dit vraagt wel om aandacht over afspraken ten aanzien van; beheersvorm, eigendomsverhouding, samenwerkingsafspraken, exploitatie en financiële geldstromen. Dergelijke afspraken dienen te volgen uit de inhoudelijke afspraken die aan de samenwerking ten grondslag liggen. Deze afspraken kunnen ook invloed hebben op Total Cost of Ownership (zie punt 5 en par. 6.1.).

3.

Ruimte voor sport en bewegen bepaalt mede de kwaliteit van onderwijshuisvesting. Daarbij gaat het niet alleen om de sporthallen en gymzalen, maar ook om ruimte voor bewegen in en om de scholen. Het brede duurzaamheidsbegrip geldt ook voor deze ruimten.

4.

In de beoordeling van het gebouwenbestand gaat in het IHP naast bouwkundige kwaliteit van schoolgebouwen ook expliciet aandacht uit naar andere (strategische) kaders voor vastgoedbeleid: onderwijskundige functionaliteit, binnenmilieu, exploitatie en uitstraling.

5.

De gemeente en schoolbesturen willen op basis van het principe van Total Cost of Ownership (zie H6) investeren in schoolgebouwen. Daarbij levert een schoolbestuur mogelijk een extra bijdrage vanuit het gezamenlijk belang van extra kwaliteit en optimale exploitatie. Total Cost of Ownership wordt benaderd vanuit investering en jaarlasten van een gebouw. Daarbij dient rekening gehouden te worden met de beperkte middelen van beide partijen en het huidige investeringsverbod in het PO, artikel 148 WPO. Deze bepaling is als amendement in de wet toegevoegd om te voorkomen dat de door de voor onderwijs bedoelde middelen voor oneigenlijke doelen kunnen worden aangewend. In de praktijk wordt hier wisselend mee omgegaan2. Vanaf ca. 2023 wordt het investeringsverbod naar verwachting opgeheven (zie bijlage 1)

2 Dit n.a.v. uitspraken van toenmalig staatssecretaris Dekker bij de behandeling van het wetsvoorstel “overheveling

Referentie: 1651001-0056.3.0.

Pagina 10 van 47

voor het VMBO 400-600 leerlingen en voor MAVO/HAVO/VWO 1200-1500 leerlingen. Indien VMBO/MAVO/HAVO/VWO gezamenlijk zijn gehuisvest geldt 1200-1500 leerlingen ook als gewenste omvang. Voor het SBO is aangegeven ca. 125 leerlingen als richtlijn benoemd. Scholen van deze omvang bieden voldoende kleinschaligheid en tegelijkertijd voldoende omvang voor een goede exploitatie. Voor het SO is geen voorkeur aangegeven, kleinschaligheid is het sleutelbegrip. Let wel, dit zijn richtlijnen waar in de praktijk vanwege denominatieve, onderwijskundige en spreidingsoverwegingen van kan worden afgeweken.

3.3. Bouwsteen 2: Capaciteit Deze bouwsteen beschrijft hoe om wordt gegaan met capaciteit van de onderwijshuisvesting in de gemeente Rijswijk. Daarbij gaat het om een optimale afstemming tussen vraag en aanbod. 1.

De gemeente Rijswijk heeft een goed onderwijsaanbod; er is een spreiding van onderwijsconcepten, denominaties en onderwijsniveaus over de gemeente. De wens is dit te behouden en te versterken.

2.

Uitgangspunt is dat ieder kind dat woonachtig is in Rijswijk een passende plek kan krijgen. Voor BO betekent dit dat kinderen zo veel mogelijk in hun eigen wijk naar school kunnen gaan. Er zijn ook BO scholen met een meer regionaal karakter. Voor het SBO, (V)SO en VO kan deze plek ook in de gemeente of op regioniveau worden gevonden. Hiervoor vindt voor het VO afstemming plaats in het Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen (RPO) en voor het SBO en (V)SO in het samenwerkingsverband.

5.

3.

4.

De lokale opheffingsnorm vormt de ondergrens voor de minimale schoolgrootte in het BO (183). De landelijke opheffingsnormen gelden voor het VO, deze verschilt per type onderwijs. Logischerwijs is maatwerk mogelijk indien er redenen zijn om een school te handhaven (bijvoorbeeld laatste school van een denominatie of onderwijsconcept).

Het streven is een optimale afstemming tussen vraag en aanbod. Daarbij gaat het direct ook om het voorkomen van leegstand en ruimtetekorten bij scholen. Daarvoor zijn een aantal instrumenten geformuleerd (in willekeurige volgorde)3: a.

Onderlinge volumeafspraken met andere schoolbesturen en/of andere gemeenten. Hierbij gaat het om het maken van afspraken over het aantal te huisvesten leerlingen in de eigen school door het voeren van aannamebeleid op bijvoorbeeld postcode.

b.

Afspraken met omliggende gemeenten over consequenties van leerlingenstromen over grenzen heen. Voor het PO geldt dat een gemeente wordt bekostigd op basis van het aantal woonachtige leerlingen in de gemeente. Voor het VO geldt dat een gemeente wordt bekostigd op basis van het aantal leerlingen wat in de gemeente naar school gaat. Er is geconstateerd dat in de gemeente Rijswijk en omliggende gemeenten leerlingen over de gemeentegrenzen heen en weer naar school gaan.

c.

De inkomsten van schoolbesturen voor onderhoud en exploitatie zijn afhankelijk van het aantal kinderen. Bij leegstand moet een schoolbestuur met minder inkomsten, hetzelfde aantal vierkante meters onderhouden. Ook afstoten van leegstand kan een

De ideale schoolgrootte is voor het BO aangegeven door de schoolbesturen op 300 – 400 leerlingen. Daarbij geldt er een bovengrens van ca. 600 leerlingen. In het VO is voor het praktijkonderwijs 250 leerlingen aangegeven,

onderhoud buitenkant’; ‘Bij nieuwbouw is het niet toegestaan dat een bestuur een bijdrage levert aan de nieuwbouw van een school voor dat deel waarvoor de gemeente verantwoordelijk is. Dus het kan niet zo zijn dat de gemeente maar een deel van de vergoeding betaalt en het bestuur de rest laat betalen. De gemeente moet minimaal de normvergoeding zoals die in de eigen huisvestingsverordening is vastgelegd vergoeden. Het bedrag moet ook zodanig zijn dat kan worden voldaan aan de eisen van het Bouwbesluit. Het schoolbestuur mag wel boven deze normen investeren in het gebouw om bijvoorbeeld een lager energieverbruik of beter binnenklimaat te realiseren. Hierbij geldt dat het een redelijk bedrag betreft dat binnen een redelijke termijn kan worden terugverdiend.’

Referentie: 1651001-0056.3.0.

In de scenario-ontwikkeling zijn deze instrumenten onderzocht. Nadere toelichting is in dat hoofdstuk opgenomen (H6). 3

Pagina 11 van 47

mogelijkheid zijn. Verhuur van ruimten kan, na toestemming van de gemeente, een oplossing zijn voor een ruimteoverschot. d.

e.

2.

Verwijzen is ook mogelijk. Dit betreft het in medegebruik geven van leegstand in een school aan een school met een ruimtetekort. In het PO geven schoolbesturen aan deze situatie te willen voorkomen omdat het onderwijskundig minder wenselijk is, bijvoorbeeld wanneer er een doorgaande leerlijn is gecreëerd in bijvoorbeeld een IKC. Indien er wel wordt verwezen dient dit te zijn op basis van een veilige route en een redelijke afstand (nu is verwijzen tot hemelsbreed 2km mogelijk, in de nieuwe nog vast te stellen verordening wordt voorgesteld dat dit wordt aangepast naar: 2km gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg). Daarnaast is als wens meegegeven om liever met meer dan één groep verwezen te worden. Gebruik maken van leegstaande panden welke niet tot de onderwijshuisvestingvoorraad behoren. Hierbij dient echter wel goed gekeken te worden naar de geschiktheid van een pand voor onderwijs (bijvoorbeeld daglichttoetreding in ieder lokaal, binnenklimaat etc.).

3.4. Bouwsteen 3: Voorzieningen Deze bouwsteen bespreekt de relatie van onderwijshuisvesting met andere voorzieningen. Daarbij wordt ingegaan op samenwerkingsmogelijkheden. 1.

Samenwerking betekent dat scholen gebouwen delen, met elkaar of met partners (bijvoorbeeld kinderopvang, jeugdzorg, buurtvoorzieningen). Samenwerking kan zowel inhoudelijk als gebouwelijk worden vormgegeven, waarbij gebouwelijke samenwerking bij voorkeur volgt op de inhoudelijke samenwerking. Inhoudelijke samenwerking biedt voordelen op het gebied van kennisuitwisseling. Gebouwelijke samenwerking kan de inhoudelijke samenwerking faciliteren en biedt exploitatievoordelen (delen van ruimten).

Referentie: 1651001-0056.3.0.

3.

Er wordt ingezet op het behouden en uitbreiden van samenwerking tussen het PO en kinderopvang (kinderdagopvang en buitenschoolse opvang). Dit worden ook wel partners voor Integrale Kindcentra (IKC) genoemd. Daarbij wordt pedagogiek en didactiek op elkaar afgestemd: a.

De samenwerking tussen PO en IKC-partners kunnen verschillende vormen aannemen. Er zijn verschillende manieren van integratie tussen onderwijs en kinderopvang. Het IHP (evenals het gemeentelijk Peuteropvang en VVE-beleid) formuleert uitgangspunten, maar biedt ruimte om per project maatwerk te leveren, passend bij de lokale situatie.

b.

De basis voor een IKC is het realiseren van een leerlijn van 2-12, het realiseren van opvang van 0-12 is ook mogelijk. Het realiseren van kinderopvang voor 0-2-jarigen is afhankelijk van de behoefte van een wijk en de sociaal-maatschappelijke factoren.

c.

De realisatie van extra ruimten voor kinderopvang bij scholen leidt tot een capaciteitsvraagstuk (hoe wordt omgegaan met huurbescherming?), een financieringsvraagstuk (welke partij investeert in de extra ruimte?), een tariefstellingsvraagstuk (welke tarief wordt gehanteerd voor de verhuur?) en een eigendomsvraagstuk (welke partij wordt eigenaar van het IKC?). Gemeente en schoolbesturen hebben aangegeven in het uitvoeringsprogramma na vaststelling van het IHP hier beleid op te ontwikkelen.

Er worden kansen gezien in de samenwerking tussen PO en VO onderling. Samenwerking tussen PO en VO kan bijdragen aan een betere overgang voor leerlingen tussen beide onderwijsvormen. Dit kan ook los van gezamenlijke huisvesting georganiseerd worden, maar gezamenlijke huisvesting biedt voordelen als het gaat over samenwerking en afstemming van de onderwijsinhoud.

Pagina 12 van 47

4.

5.

6.

7.

8.

Er wordt door gemeente en schoolbesturen in het uitwerken van de projecten gezamenlijk gezocht naar samenwerking tussen het PO, VO en overige maatschappelijke partners (Bibliotheek, arbeidsmarkt, jeugdhulp, sportorganisaties, Centrum voor Jeugd en Gezin, culturele partners etc.). Er wordt daarbij tegemoet gekomen aan de sociaal-maatschappelijke rol van een school voor de wijk. Deze functie kan per wijk en per school anders worden ingevuld. Er is ruimte om per school maatwerk te leveren, passend bij de lokale situatie. Dit vraagt om goede afspraken over beheer- onderhoud en verantwoordelijkheid voor het leegstandsrisico (zie ook 6.).

3.5. Bouwsteen 4: Gebiedsplan Deze bouwsteen beschrijft hoe scholen in Rijswijk een bijdrage leveren aan gebied rondom de school, naast de samenwerking welke in de vorige bouwsteen is besproken. 1.

Er wordt actief gezocht naar samenwerking tussen het VO en het bedrijfsleven voor stages en het delen van bijvoorbeeld techniekruimten. Ook ziet het VO kansen om ruimtegebruik van de scholen en het schoolplein af te stemmen op behoefte in de omgeving (zie ook de wijkfunctie omschreven bij 4. voor het PO).

Voor het PO geldt dat een centrale locatie in de wijk de voorkeur heeft. Ook een goede spreiding over de stad is van belang. Voor het VO is de wens uitgesproken om meerdere locaties te behouden en niet te streven naar campusvorming van alle VO scholen gezamenlijk.

Indien ruimten in scholen in gebruik worden gegeven aan partijen anders dan het onderwijs wordt eerst in overleg getreden met de gemeente. Afhankelijk van de situatie wordt maatwerk geleverd en bijvoorbeeld een commercieel tarief, een maatschappelijke tarief of een kostendekkend tarief toegepast. Daarbij wordt gehandeld in lijn met de wettelijke bepalingen4 en de verordening van de gemeente Rijswijk. Waar in het verleden ruimte is ontstaan in veel bestaande gebouwen voor kinderopvang en overige maatschappelijke partners, dient de ruimte ook toekomstig behouden te blijven. Het is van belang dat ook in nieuwe situaties (na nieuwbouw/renovatie) de ruimte voor kinderopvang behouden blijft voor kinderopvang. Indien partijen zelf investeren of afspraken maken over langdurige huurverplichtingen dienen zij bij een ruimtetekort in de desbetreffende school niet uitgeplaatst te worden. Er is ruimte voor eerste opvang van nieuwkomers in het BO. Voor nieuwkomers in de leeftijd van het VO wordt in Delft en Den Haag onderwijsaanbod verzorgd.

4 Artikel 108 van de Wet op het Primair Onderwijs (WPO), artikel 106 van de Wet op de Expertisecentra (WEC) en

Om als een ‘spil in de wijk’ te functioneren zijn goede locaties voor scholen een belangrijke randvoorwaarde. Zo kan een school bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit van gebieden. Belangrijke thema’s bij een goede locatie zijn: bereikbaarheid, veiligheid, voldoende buitenruimte, voldoende parkeermogelijkheden en sociale veiligheid.

Partijen zijn zich er van bewust dat niet alle thema’s in een Randstedelijke omgeving gerealiseerd kunnen worden, maar vragen aandacht voor de verschillende onderdelen bij de afweging om te kiezen voor een locatie. 2.

Via onderwijshuisvesting en speelpleinen kan een bijdrage worden geleverd aan de ‘wijkgerichte aanpak’ in de verduurzaming. Het is van belang dat de duurzaamheid op projectniveau dan intensief wordt afgestemd op de mogelijkheden in de wijk en omgeving zoals omschreven in de transitievisie warmte. Daarbij is te denken aan geothermie, restgebruik van warmte, aansluiten op warmtenet, klimaat adaptieve schoolpleinen of het toevoegen van extra zonnepanelen voor het leveren van energie aan omliggende woningen.

3.

Partijen zijn zich er van bewust dat scholen ook overlast kunnen veroorzaken voor een wijk of buurt, bijvoorbeeld middels geluids- en verkeersdruk. De wens is om hier consequent aandacht voor te hebben in de realisatie van nieuwe huisvesting en de buurt te betrekken bij de planvorming.

artikel 76s van de Wet op het Voorgezet Onderwijs (WVO).

Referentie: 1651001-0056.3.0.

Pagina 13 van 47

3.6. Bouwsteen 5: Regie

4.

Deze bouwsteen geeft aan hoe gemeente en schoolbesturen met elkaar samenwerken op het gebied van onderwijshuisvesting. Gemeente en schoolbesturen hebben daartoe bouwstenen geformuleerd voor de toekomstige organisatie en financiering van de onderwijshuisvesting. 1.

2.

3.

De afbakening van de indicatie van de investeringen wordt geduid in de financiële paragrafen. Investeringen worden geraamd op basis van kengetallen. Het IHP fungeert als investeringskader, er worden reserveringen getroffen in de begroting voor het financieren van de projecten.

Het IHP sluit aan op de doelstellingen die zijn geformuleerd in het landelijke klimaatakkoord en de sectorale routekaart: 50% CO2 reductie in 2030, en 95% CO2 reductie in 2050. Middels het IHP wil de gemeente invulling geven aan de verduurzamingsopgave voor het onderwijs. Het IHP dient ook als instrument voor de afstemming tussen de verschillende andere sectoren in de gemeente.

Na vaststelling van het IHP wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld waarin met de schoolbesturen in de eerste termijn nadere afspraken worden gemaakt over samenwerking op programma en projectniveau. Daarbij wordt een balans gezocht tussen regie en toezicht vanuit de gemeente en autonomie voor de schoolbesturen (zie par. 6.3.).

Het IHP is in lijn met het voorstel van de PO-raad, VO-raad en VNG om IHP’s in de wetgeving te verankeren. De in de wet beschreven jaarcyclus voor aanvragen onderwijshuisvesting wordt vervangen door een langere periode, waarin gemeenten na overleg met betrokken schoolbesturen het huisvestingsbeleid en het investeringsprogramma voor de lange termijn vastleggen (zie bijlage I).

In het uitvoeringsprogramma worden volgens jaarprogramma’s en businesscases projecten nader geconcretiseerd. Daarbij worden beschikkingen afgegeven door het College en wordt de Raad jaarlijks op programmaniveau geïnformeerd over de voortgang. Indien wordt afgeweken van de financiële kaders op programmaniveau dient besluitvorming in de Raad plaats te vinden over de consequenties.

Het IHP is in lijn met het voorstel van de PO-raad, VO-raad en VNG renovatie op te nemen als voorziening door de gemeente. In de huidige situatie zijn gemeenten alleen verantwoordelijk voor vervangende nieuwbouw wanneer een gebouw aan het einde van zijn levensduur is (o.a. art. 2 verordening). Door renovatie op te nemen als voorziening ontstaat de mogelijkheid om bij een gebouw dat aan het einde van zijn levensduur is ook renovatie toe te passen. Renovatie is daarbij een integrale levensduurverlengende ingreep in het gebouw, waarmee de levensduur van het gebouw met ten minste 25 jaar, maar bij voorkeur 40 jaar, wordt verlengd. Levensduurverlenging met 40 jaar wordt vernieuwbouw genoemd.

Referentie: 1651001-0056.3.0.

Het IHP geeft voor de komende 20 jaar een indicatie van benodigde investeringen en tevens de prioritering van de projecten. Het IHP komt tot stand in een apart project met de schoolbesturen. Het OOGO, het College en de Raad stellen het IHP vast voor de eerste vijf jaar Het IHP wordt om de vijf jaar geactualiseerd.

5.

Het IHP prevaleert voor het aanvragen van voorzieningen boven de verordening en vervangt de aanvraagprocedure voor nieuwbouw en overige voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen (artikel 2.a lid 1 t/m lid 8 van de verordening). Er zijn echter uitzonderingen zoals de nieuwbouw voor een nieuw te stichten school, kosten voor eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair (artikel 2.a lid 1, lid 6 en lid 7 van de verordening) of spoedaanvragen door onvoorziene omstandigheden.

Pagina 14 van 47

Op dergelijke onvoorziene omstandigheden na, is de afspraak dat er geen gebruik wordt gemaakt van de route via de verordening. Aanvragen voortkomend uit het IHP worden impliciet geacht een aanvraag te zijn op grond van de verordening, dit wordt ook op deze wijze in de verordening vastgelegd. Voor wat betreft de spoedaanvragen geldt de reguliere jaarcyclus uit de verordening. 6.

De leerlingenprognose van 2019 (PVG) vormt het uitgangspunt voor het IHP. In het IHP is op basis van ervaring en verwachting van schoolbesturen ruimte voor nuance, gezien de onzekerheid van de prognose. Gezien de groei van de leerlingenaantallen in de gemeente is het van belang om te anticiperen op de financiële en ruimtelijke consequenties van deze groei.

1.

Voor kinderopvang is aangegeven dat ca. 30-50 plekken per acht-klassige basisschool een wenselijke omvang is. Ook voor kinderopvang geldt dat afhankelijk van inhoudelijke keuzes ook kleinschaligere locaties mogelijk zijn. In principe volgt de omvang van kinderopvang de omvang van de school, maar is er wel een sterke afhankelijkheid van de demografische en sociaalculturele eigenschappen van een wijk. Voor buitenschoolse opvang is deze ideale omvang er niet.

2.

Er wordt door kinderopvang bij voorkeur gehuurd zodat zij als organisatie flexibel zijn in het groeien en afschalen van plaatsen voor kinderopvang. Reden hiervoor is dat kinderopvang conjunctuur gevoelig is en afhankelijk is van overheidsbeleid. Een voorbeeld is het recente advies van de SER in de publicatie “Een kansrijke start voor alle kinderen: Naar inclusieve en toegankelijke voorzieningen voor kinderen van 0-13 jaar” . Er wordt onder andere geadviseerd om een financieel toegankelijk aanbod van twee dagen kinderopvang per week voor alle jonge kinderen (0-13 jaar) te realiseren. Dit zou gevolgen hebben voor de behoefte aan extra ruimte voor kinderopvang.

3.

Het behoort tot de mogelijkheden dat scholen en kinderopvang op locatie ruimten uitwisselen en/of zelf tussen locaties ruimten uitwisselen om voor beide partijen te komen tot invulling van mogelijke capaciteitsbehoeften.

3.7. Reflectie Kinderopvang op Bouwstenen De hiervoor genoemde visie en bouwstenen zijn met de kinderopvangorganisaties welke actief zijn in de gemeente Rijswijk besproken. De inhoud van de visie en de bouwstenen worden door de kinderopvang onderschreven, per bouwsteen zijn enkele toevoegingen gedaan: Kwaliteit: 1. De kinderopvangorganisaties onderschrijven de noodzaak voor hen voor koeling en temperatuurregulatie, met name omdat er ook slaapruimten zijn voor kinderen. Eventuele extra investeringen worden per project in beeld gebracht. 2.

3.

Er wordt aandacht gevraagd aandacht voor de wet- en regelgeving voor het bouwbesluit welke specifiek geldt voor kinderopvangruimten en voldoende (kwalitatief goede) buitenruimte.

Hierbij verwijst de kinderopvang ook naar het Kwaliteitskader voor huisvesting in de Kinderopvang van het Waarborgfonds.

Capaciteit

Referentie: 1651001-0056.3.0.

Voorzieningen 1. De kinderopvangorganisaties willen nogmaals het belang om te werken vanuit inhoudelijke samenwerking onderschrijven. Dit kan op locatie, maar ook in een netwerk van voorzieningen. 2.

Ook kinderopvangorganisaties zien steeds meer de relatie met (jeugd)zorg in de samenwerking in scholen. Ter bevordering van kansengelijkheid en inclusiviteit werken kinderopvangorganisaties ook graag samen met Welzijn.

3.

De voorkeur voor de realisatie van 0-12 is uitgesproken ten opzichte van alleen het voorzien in het aanbod voor 2-12. Opvang voor 0-2 jarigen stelt wel extra eisen aan de huisvesting.

Pagina 15 van 47

4.

Regie 1.

Het maken van afspraken over beleid ten aanzien van ruimten voor kinderopvang (zie bouwsteen 3, 2c.) wordt door kinderopvangorganisaties als noodzakelijk beschouwd.

Bij voorkeur worden de kinderopvangorganisaties reeds in een vroeg stadium (zoals in het IHP, het uitvoeringsprogramma en/of haalbaarheidsonderzoeken) betrokken. Zij zien daarbij een rol voor de gemeente in het samenbrengen van diverse (maatschappelijke) partijen.

Locatie 1. De kinderopvangorganisaties geven aan als aanvulling op de door het onderwijs benoemde locatiecriteria ook gezonde buitenlucht een rol speelt (luchtkwaliteit) en dat zij zich graag in de buurt van sportvoorzieningen situeren.

Referentie: 1651001-0056.3.0.

Pagina 16 van 47

4. Methoden Dit hoofdstuk behandelt de gehanteerde methoden voor de analyse en scenarioontwikkeling.

4.1. Capaciteitsanalyse Voor alle gebouwen is de beschikbare capaciteit voor het onderwijs geanalyseerd. De capaciteitsanalyse maakt een ruimtetekort of -overschot per gebouw inzichtelijk. De ruimtebehoefte van het onderwijs wordt bepaald door de leerlingentelling en de prognose te vertalen naar ruimtebehoefte (op basis van de criteria in de Verordening). Deze ruimtebehoefte wordt vergeleken met het aantal vierkante meters dat beschikbaar is: de brutovloeroppervlakte (bvo). Opmerking: dit is een genormeerde ruimtebehoefteberekening. In de praktijk zijn er efficiënte en minder efficiënte gebouwen. Wanneer een school bijvoorbeeld veel gangen heeft, of een grote aula, kan er een genormeerd ruimteoverschot zijn, terwijl dit niet zo wordt ervaren. Er is relatief immers minder effectieve onderwijsruimte. Ook wordt in de praktijk gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot medegebruik of verhuur van ruimten. In het IHP is vanwege het beleidsrijke karakter ruimte voor nuance op de resultaten uit deze ruimtebehoefteberekeningen. Naast het inzichtelijk maken van eventuele ruimtetekorten is de capaciteitsanalyse van belang omdat een eventueel ruimteoverschot de schoolbesturen geld kost voor exploitatie en onderhoud. Schoolbesturen ontvangen een vergoeding voor materiële instandhouding op basis van het aantal leerlingen en niet op basis van het aantal m² in een school.

Bovendien vormen ruimteoverschotten een risico voor de gemeente. Wanneer een gebouw geheel leeg komt te staan, zal de eigenaar (het schoolbestuur) dit terug willen geven aan de gemeente. Daarnaast dient de gemeente (op basis van de verordening) te voorzien in oplossingen voor ruimtetekorten, waarmee kan worden verwezen naar leegstand.

4.2. Quickscans Op basis van de verordening is alleen de bouwkundige staat een formeel toetsingscriterium. Voor het IHP is het echter niet alleen de vraag of een pand een goed gebouw is, maar of een pand een goed schoolgebouw is. In de beoordeling van het gebouwenbestand is daarom naast de bouwkundige staat, ook gekeken naar onderwijskundige functionaliteit, binnenmilieu, veiligheid, exploitatie en uitstraling van de schoolgebouwen. Dit zijn kaders voor strategisch vastgoedbeleid.

Op basis van de door HEVO ontwikkelde ‘Quickscan’ zijn alle gebouwen van ouder dan 20 jaar op deze criteria beoordeeld en voorzien van een gewogen score, welke inzicht geeft in de vervangingstermijn. Deze gebouwen kunnen immers in de looptijd van het IHP (20 jr.) in aanmerking komen voor vervanging middels nieuwbouw of renovatie. De totaalscore geeft daarmee op uniforme wijze richting aan de mate van urgentie tot een levensduurverlengende ingreep in relatie tot de gebouwkwaliteit:  Bij <57 punten: binnen 0-5 jaar (rood)  Bij 57 - 63 punten: binnen 5-10 jaar (oranje)  Bij 63 - 69 punten: binnen 10-20 jaar (lichtgroen).  Bij 69> punten: over meer dan 20 jaar (donkergroen). De quickscanscores zijn input voor de scenario-ontwikkeling. Bij het besluit tot vervanging middels nieuwbouw/renovatie is bij de scenario-ontwikkeling ook gekeken naar de afwegingscriteria.

Referentie: 1651001-0056.3.0.

Pagina 17 van 47

4.3. Afwegingscriteria Met de gemeente en de schoolbesturen zijn in gezamenlijke sessies tijdens het IHP traject afwegingscriteria bepaald. Aan de hand van de afwegingscriteria zijn de scenario’s geformuleerd en is in overleg beoordeeld of een scenario aansluit bij de visie en ambitie van gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties (de bouwstenen). Het gaat om de volgende afwegingscriteria (willekeurige volgorde): 1. Quickscanscores 2. Passende huisvesting: a. Permanent- voorkomen van noodlokalen b. Reductie van ruimtetekorten/ruimteoverschotten c. Verwijzen meer dan één groep 3. Behoud of verbetering van spreiding 4. Kansen tot realisatie ideale schoolgrootte PO: a. Bij voorkeur 300 - 400 leerlingen, bovengrens van 600 leerlingen 5. Kansen tot realisatie ideale schoolgrootte VO: a. PRO - 250 leerlingen b. VMBO 400-500 leerlingen c. (VMBO) MAVO/HAVO/VWO 1200-1500 leerlingen

situatie, als in 2026 en in 2036. Zo wordt rekening gehouden met de ontwikkeling van leerlingenaantallen.

4.5. Analyse Spreiding Om de spreiding op gemeente- en op wijkniveau tevens te analyseren is gekeken naar de herkomst van de leerlingen op de school. Door het voedingsgebied van de scholen te analyseren kan worden geconcludeerd of een school op de juiste locatie gehuisvest is of dat, gezien het voedingsgebied, een andere locatie beter past.

4.6. CO2 Analyse Deze analyse brengt de CO2-reductie van het IHP in beeld. De tool is erop gericht om te toetsen of de klimaatdoelstellingen (50% reductie CO2 in 2030 en 95% reductie in 2050) worden behaald en om bij te sturen indien nodig. HEVO heeft de kennis die zij heeft opgedaan bij de ondersteuning van de landelijke routekaarten PO, VO en mbo/HO hiervoor ingezet.

Let wel, afwegingscriteria 4 en 5 betreft slechts een richtlijn waar in de praktijk vanwege denominatieve, onderwijskundige en spreidingsoverwegingen van kan worden afgeweken.

4.4. Analyse Vraag en Aanbod Om de balans tussen de vraag naar onderwijs(huisvesting) op gemeente- en op wijkniveau inzichtelijk te maken is op gemeenteniveau een overzicht gemaakt van de in- en uitstroom van de leerlingen en op wijkniveau een overzicht gemaakt van de basisgeneratie. De basisgeneratie is het aantal 4-12-jarigen woonachtig in een wijk. Door in de scenario-ontwikkeling rekening te houden met de basisgeneratie kan per wijk worden geanalyseerd of het aanbod (aantal scholen) overeenkomt met de vraag (aantal kinderen). Er wordt gekeken naar zowel de basisgeneratie in de huidige

Referentie: 1651001-0056.3.0.

Pagina 18 van 47

5.2. Quickscanscores

Veiligheid, weging 1

Binnenmilieu, weging: 2

Exploitatie, weging: 2

Onderwijskundige staat, weging: 3

Advies

Onderstaande tabel toont de resultaten van de Quickscans. Voor een aantal gebouwen zijn bouwdelen apart beoordeeld. De bandbreedte van de scores is 4-8.

Bouwkundige staat, weging: 3

Dit hoofdstuk behandelt de analyse van de onderwijshuisvesting voor het PO, VO en de gymzalen. Er wordt respectievelijk ingegaan op de leerlingenprognose, de Quickscanscores van de gebouwen, de analyse en scenario’s voor de onderwijshuisvesting en de analyse en scenario’s van de gymzalen.

Uitstraling, weging: 1

5. Analyse en scenario’s

LEV-WN

De Akker

5,5

4,0

6,0

5,0

4,0

4,0

53,5

GSR-VGVOR

GSR

5,5

4,0

6,0

6,0

4,0

4,0

55,5

Librijn

Steenvoordeschool

5,5

4,0

6,0

5,0

4,0

5,5

58,0

Librijn

Elsenburgschool

5,5

4,0

5,5

5,5

4,0

5,5

58,5

S. VO Haaglanden

Rijsw ijks Lyceum

5,5

4,0

6,0

6,0

4,0

5,0

58,5

Librijn

Nicolaas Beets

6,0

4,0

6,0

5,0

5,0

5,0

59,0

Lucas Onderw ijs

Het Kristal

5,5

4,0

6,0

5,0

4,0

6,0

59,5

Lucas Onderw ijs

Sta.col. Bew eeg-VMBO

5,5

5,0

5,5

5,0

4,0

5,5

60,5

Laurentius

Petrusschool

5,5

4,0

5,5

6,0

4,0

6,0

61,0

Laurentius

Mariaschool

6,0

4,0

5,5

6,0

4,0

6,0

61,5

SCOH

Rehobothschool

5,5

4,0

5,5

7,0

4,0

6,0

63,0

Librijn

W. Brederodeschool

6,0

4,5

6,0

5,0

5,0

6,0

63,5

St. Kronenburgh

Kronenburgh

7,0

5,5

6,0

6,0

4,0

5,0

64,5

S. VO Haaglanden

V. Vredenburch College

6,0

6,0

6,0

5,5

4,0

5,5

65,0

Kentalis

De Voorde

6,0

4,0

6,0

5,5

4,0

7,0

65,5

5.1. Leerlingenprognose Onderstaande leerlingen prognose toont de verschillen tussen de leerlingenstromen tussen het PO en het VO (het (voortgezet) speciaal (basisonderwijs) is apart in beeld gebracht) tot 2036. Voor het PO wordt een forse stijging van het aantal leerlingen verwacht tot 2027 terwijl voor het VO en het SBO/SO slechts een lichte stijging wordt verwacht. De stijging van het aantal PO leerlingen is onder andere toe te kennen aan de nieuwbouw in de Plaspoelpolder. Er is geen groei in het VO voorzien omdat Rijswijkse leerlingen vooral buiten Rijswijk naar VO-scholen gaan.

Leerlingenprognose PVG 2019 7000 6000 5000 4000

Binnen 5 jaar renovatie of nieuw bouw

3000

Binnen 5 - 10 jaar renovatie of nieuw bouw Binnen 10 - 20 jaar renovatie of nieuw bouw

2000

Na 20 jaar of langer renovatie of nieuw bouw

1000

Referentie: 1651001-0056.3.0.

SBO/SO

36

35

20

34

20

33

20

32

20

31

20

30

20

29

20

28

VO

20

27

20

26

20

25

PO

20

24

20

23

20

22

20

21

20

20

20

20

20

19

0

De lage scores voor bouwkundige staat, binnenmilieu en exploitatie vallen op. Bouwkundige staat scoort laag omdat vrijwel alle scholen ouder zijn dan 40 jaar. Binnenmilieu scoort laag omdat wordt getoetst aan het nieuwe bouwbesluit van 2015 (Frisse Scholen Klasse B). Veel schoolgebouwen voldoen niet aan deze norm en hebben alleen nog natuurlijke ventilatie of mechanische ventilatie van een lager niveau. Exploitatie scoort laag omdat wordt getoetst aan de gewenste klimaateis (Energieneutraliteit), logischerwijs zijn veel scholen nog niet Energieneutraal.

Pagina 19 van 47

5.3. Analyse en Scenario’s Onderwijshuisvesting In de volgende paragrafen worden per wijk (de wijkindeling van de prognose is gehanteerd) en per school de huidig geldende voorkeursscenario’s benoemd.

5.3.1 Toelichting Balans Vraag en Aanbod In Bouwsteen 2 'Capaciteit' is verwoord dat gemeenten en schoolbesturen gezamenlijk streven naar een optimale afstemming tussen de vraag naar onderwijs en het aanbod van onderwijs. Onderwijshuisvesting is daarbij beschreven als mogelijk instrument om bij te dragen aan deze balans door volumeafspraken en/of afspraken met omliggende gemeenten te maken (naast meer huisvestingsinstrumenten zoals verhuur van ruimte, afstoten of inzetten van leegstand en verwijzen van groepen). Om te kunnen besluiten over het inzetten van volumeafspraken en/of afspraken met omliggende gemeenten is inzicht nodig in de balans- of disbalans tussen vraag en aanbod. Daartoe zijn leerlingenstromen op gemeente- en of wijkniveau in het IHP traject nader geanalyseerd. De analyse op gemeenteniveau heeft aangetoond dat er aanzienlijke leerlingenstromen zijn over de gemeentegrenzen heen. In totaliteit is er echter een redelijke balans tussen in- en uitstroom op gemeenteniveau. In het PO gaan er per saldo ca. 200 leerlingen in andere gemeenten naar school. Gemeenten worden in het PO bekostigd in het gemeentefonds op basis van het aantal woonachtige kinderen en in het VO op basis van het aantal schoolgaande kinderen. Van Rijswijk naar andere Gemeenten

Van andere Gemeenten naar Rijswijk

PO

1.250

1.050

VO

2.050

2.000

Gemeente en schoolbesturen hebben gezamenlijk geconcludeerd dat de leerlingenstromen op gemeenteniveau met name een consequentie zijn van het feit dat Rijswijk en omliggende gemeente één stedelijk gebied vormen. De in- en uitstroom van leerlingen is met name richting scholen welke relatief dicht bij gemeenten grenzen zijn gelegen.

Referentie: 1651001-0056.3.0.

In de vervolgparagraven wordt de analyse van vraag- en aanbod op wijkniveau nader besproken. Ook ten aanzien van deze analyse is de conclusie in lijn met hetgeen voor gemeenteniveau is geconstateerd. Daarom hebben gemeente en schoolbesturen in het IHP traject besloten om geen nadere afspraken te maken met omliggende gemeenten over leerlingenstromen of om volumeafspraken te maken tussen schoolbesturen onderling. Zwaarwegend argument hiervoor is dat volumeafspraken afbreuk zouden doen aan de vrijheid van onderwijskeuze voor ouders en kinderen. Wel is afgesproken dat bij de actualisatie van het IHP de balans tussen vraag- en aanbod wordt gemonitord en geëvalueerd en dat, indien nodig, het gesprek over het inzetten van deze instrumenten weer kan worden opgestart.

5.3.2 Toelichting Analyse en Scenario’s Onderwijshuisvesting De voorkeursscenario’s worden onderbouwd aan de hand van de Quickscan scores, de capaciteitsanalyse, de overige afwegingscriteria, de analyse van vraag en aanbod en de analyse van de spreiding. De voorkeursscenario’s en de prioritering zijn tot stand gekomen in samenspraak met de schoolbesturen. Er wordt nog geen afweging gemaakt ten aanzien van nieuwbouw of renovatie. Dit vereist gedurende de uitvoering van het IHP per locatie een gedegen afweging middels haalbaarheidsstudies.

5.3.3 Toelichting kaart De kaarten per wijk visualiseren de scholen en de gebouwgegevens die van belang zijn voor de analyse en scenario-ontwikkeling. De kleur van het label geeft aan van welk schoolbestuur de school is. De rij ‘Leerlingen’ daaronder geeft aan wat het leerlingenaantal is in de huidige situatie en het geprognosticeerde leerlingenaantal voor 2026 en 2036. De rij ‘Tekort/Overschot’ daaronder geeft aan wat het tekort of overschot in aantal vierkante meters is bij een school volgens de capaciteitsanalyse. Een groen, positief getal is een overschot, een rood, negatief getal een tekort.

Pagina 20 van 47

Toelichting tabel De eerste regel geeft aan hoeveel kinderen in de basisschoolleeftijd er in de wijk wonen (alle 4- tot en met 11-jarigen en 30% van de 12-jarigen). De tweede regel geeft aan hoeveel kinderen er in de wijk naar school gaan.

5.3.4 Scenario’s Wijk 1, 2 & 3 (PO zone oost) De basisgeneratie is het aantal kinderen dat in de wijk woont en schoolplichtig is. Het aantal schoolgaande kinderen representeert hoeveel leerlingen in totaal in de wijk basisonderwijs volgen. In wijk 1 en wijk 2 neemt de basisgeneratie kinderen de komende jaren af. In tegenstelling wordt er een groei voorspeld in het aantal schoolgaande leerlingen, reden hiervoor is dat in deze wijken scholen zijn die leerlingen trekken uit omliggende wijken. Wijk 3 is een kantorenwijk zonder basisgeneratie en schoolgaande leerlingen. Wijk 2 - Oud Rijswijk Rembrandtkwartier Havenkwartier

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=80cf626b-1fbf-4cee-9a5e-03340a1b27f1