CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage A Eindrapport en bestuurlijke samenvatting onderzoek voorzieningen en bevolkingsgroei Rekenkamer Rijswijk

Raadsvergadering 26 november 2024, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Rekenkamerrapport Voorzieningen en bevolkingsgroei in Rijswijk (RV 24-061)25.695 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

sportruimte. 55 Gemeente Rijswijk (30 januari 2024). Intern verslag interview betrokken medewerker i.h.k.v. gemeentelijk onderzoek naar

voorzieningen.

41.

De inzet die gemeente pleegt om dit beleid uit te voeren bestaat voornamelijk uit gesprekken van medewerkers van de gemeente met organisaties die subsidies ontvangen op het gebied van cultuur. Rijswijk houdt zich niet alleen bezig met de ruimtelijke behoefte van sport. Zo is er vanuit de gemeente een verenigingsondersteuner die de verenigingen administratief ondersteunt. Uit gesprekken blijkt dat bij realisatie van nieuwe sportvoorzieningen de inwoners worden betrokken middels een participatietraject. Op het gebied van sport is er geen beleidskader waar inwoners of verenigingen bij betrokken konden worden. Alle verenigingen zijn wel betrokken bij het behoeftenonderzoek in 2024. In het onderzoek is gesproken met alle verenigingen. Tevens zijn de leden bevraagd via een enquete. De feedback van verenigingen en de enqueteresultaten maken onderdeel uit van het onderzoeksrapport. De feedback van de verengingen gaat over hun wensen ten aanzien van de kwaliteit van hun accommodaties. Op het gebied van Spelen heeft de raad een amendement aangenomen waardoor geen smart JOP’s (ontmoetingsplekken voor jongeren) zijn gerealiseerd, maar er extra budget is voor de aanleg van een skatebaan.56

Uitvoering en beheer Voor speelvoorzieningen bestaat er een duidelijk uitvoeringsplan, bij cultuur bestaat de inzet vooral uit het voeren van gesprekken met organisaties die de gemeente subsidieert In deze paragraaf wordt de vertaling van beleid naar uitvoering toegelicht, alsook de knelpunten in de uitvoering en de wijze van monitoring. Gezamenlijk met de nota speelbeleid is er een beheerplan en een uitvoeringsprogramma opgesteld. Ook zijn alle speeltoestellen opgenomen in een registratiesysteem. Ieder speeltoestel wordt jaarlijks geïnspecteerd en heeft een eigen logboek. Per speelterrein is er een apart instandhoudingsplan. Op het gebied van cultuur bestaat de rol van de gemeente voornamelijk in het subsidiëren van cultuurorganisaties en het voeren van gesprekken met deze organisaties over een goede allocatie van hun middelen. Na het opstellen van het cultuurbeleid is een Transformatienota Cultuur Rijswijk opgesteld. Belangrijkste speerpunt van deze nota was het aanstellen van een cultuurmakelaar die cultuuractiviteiten zou kunnen verbinden aan andere beleidsdomeinen van de gemeente en een lange termijn financieringsbeleid zou ontwikkelen. De cultuurmakelaar heeft zich in de praktijk bezig gehouden met het ondersteunen van culturele organisaties en het koppelen van welzijnsactiviteiten aan culturele activiteiten.

Na 2019 is de inzet van de cultuurmakelaar niet gecontinueerd.57

Financiën Financiële middelen voor speelvoorzieningen zijn voor de komende jaren gereserveerd In deze paragraaf wordt toegelicht welke financiële middelen beschikbaar zijn gesteld voor het thema vrijetijdsbesteding en in hoeverre er een meerjarenstrategie is wat betreft de financiering van voorzieningen. Voor speelterreinen is sprake van een financiële meerjarenstrategie. Bij de vaststelling van het beleid is €190.000 aan nieuwe investeringen in het lopende jaar vastgesteld. Dit komt bovenop de bestaande

56 Gemeente Rijswijk (14 september 2021) Amendement Speelbeleid. 57 Gemeente Rijswijk (24 september 2019). Raadsinformatiebrief transformatiefase cultuurbeleid: Link

42.

budgetten voor exploitatie en vervanging van bestaande toestellen. Verder is op voorstel van het college door de raad besloten tot de volgende investeringen in de jaren tot 2026:  175.000 voor het realiseren van een skatebaan.  €40.000 per jaar voor de jaren 2021 en 2023 – 2025 voor het saneren van de ondergrond bij speelplekken waar lood in de bodem is gevonden.  €25.000 per jaar vanaf 2021 tot en met 2026 voor bewonersinitiatieven Hiernaast zijn er budgetten beschikbaar die bedoeld zijn om bestaande toestellen te vervangen aan het einde van de levensduur en budgetten voor exploitatie en onderhoud.

Sport- en cultuurvoorzieningen hebben ermee te maken dat kapitaallasten niet altijd gereserveerd worden bij vervangingsinvesteringen. Uit interviews blijkt dat bij vervangingsinvesteringen van fysieke accommodaties vaak opnieuw budget vrijgemaakt moet worden. Dit geldt ook voor sport en cultuurvoorzieningen. Het vrijgevallen deel van de kapitaallasten na afschrijving van een sportvoorziening wordt niet automatisch ingezet voor de vervangingsinvestering. De programmabegroting heeft een looptijd van vier jaar. Investeringen in de groei van de stad worden nu dus over een periode van maximaal vier jaar gepland. Overigens betekent dit niet dat er geen investeringen gedaan worden in sport. Dit zijn echter altijd nieuwe besluitvormingstrajecten.

Cultuurvoorzieningen hebben te maken met stijgende kosten, maar de budgetten stijgen niet mee. Cultuurorganisaties kennen een jaarlijkse subsidiecyclus. Voor cultuur geldt dat er in principe geen rekening wordt gehouden met de groei van de stad bij de jaarlijkse vaststelling van cultuurbudgetten. Zo is in de meerjarenbegroting voor de jaren 2025 tot en met 2027 geen indexering van het budget voor kunst en cultuur opgenomen.58 In de kadernota is verder opgenomen dat het uitgangspunt van de gemeente is dat subsidies niet worden geïndexeerd.59 Uit gesprekken blijkt dat bij gelijkblijvende subsidies de cultuurorganisaties, die te maken hebben met stijgende kosten, in de problemen komen. Ook zijn er geen middelen om uitbreiding van cultuurvoorzieningen in nieuwe gebieden te realiseren.

Kansen en risico’s Voor het thema sport mist een centraal beleidskader. Hierdoor wordt nu vooral gevaren op de behoeften van verenigingen en normen die blijken uit verschillende onderzoeken. De kaderstellende rol van de raad kan versterkt worden door haar in de gelegenheid te stellen om de gewenste normen te laten vaststellen. Het wederzijds betrekken van ruimtelijke ontwikkelingen in het maatschappelijk domein, zoals sporthallen, en de gebiedsontwikkelingen in het ruimtelijk domein kan ertoe leiden dat projectmatig werken integraler en meer gestructureerd wordt toegepast en uitvoeringsproblemen in het maatschappelijk domein worden voorkomen. De gemeente huisvest zelf een bibliotheek. Dit biedt kansen inzake de huisvesting van voorzieningen die de gemeente wil ondersteunen. Tevens komt er waarschijnlijk een financiële voorziening op basis waarvan de gemeente een uitkering van het Rijk krijgt per inwoner. Dit zorgt voor stijgende inkomsten.

58 Gemeente Rijswijk (2024). Begroting: link. 59 Gemeente Rijswijk (7 juli 2024). Kadernota 2025: link.

43.

Bij veel fysieke gemeentelijke voorzieningen is er geen systematiek waardoor na afschrijving automatisch de benodigde kapitaallasten zijn gereserveerd voor de vervangingsinvestering. Dit geldt ook voor sport en cultuur. Het verbeteren hiervan kan worden gekoppeld aan het opstellen van een LTIP dan wel het opstellen van investeringsprognoses voor een langere looptijd dan vier jaar. Voor het thema cultuur is er sprake van gelijkblijvende inkomsten en stijgende kosten. Tevens wordt geen rekening gehouden met de groei van de stad. Hierdoor kan het cultuuraanbod in Rijswijk mogelijkerwijs verschralen.

44.

4. Buitenruimte De verwachte groei van de bevolking van Rijswijk heeft invloed op wat de buitenruimte van de stad moet kunnen bieden. Een belangrijke uitdaging wat betreft het voorzieningenniveau in de context van bevolkingsgroei bestaat uit de vele concurrerende ruimtevragen. Hierdoor staat de hoeveelheid beschikbare buitenruimte onder druk, terwijl deze buitenruimte wel de voorzieningen voor een groeiende bevolking moet kunnen bieden. Dit hoofdstuk is gericht op voorzieningen in de buitenruimte, waarbij ingegaan wordt op de subthema’s inrichting van de openbare ruimte, mobiliteit en klimaatadaptatie en energietransitie.

Beleid De Omgevingsvisie wordt het richtinggevend kader voor de buitenruimte van Rijswijk Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de Omgevingsvisie een belangrijk beleidskader wat betreft de inrichting van de openbare ruimte. Op het moment van schrijven is Rijswijk een Omgevingsvisie aan het opstellen. Uit het plan van aanpak en een verkenning van de stand van zaken en opgaven binnen de gemeente blijkt dat bevolkingsgroei wordt gezien als een cruciaal aspect van de nieuwe Omgevingsvisie.60 Dit wordt ondersteund doordat de Stadsvisie 2030 en Agenda stadsontwikkeling een belangrijke basis voor de Omgevingsvisie vormen. In de verkenning voor de Omgevingsvisie is het uitgangspunt opgenomen dat Rijswijk de bevolkingsgroei wil faciliteren zonder dat dit ten koste gaat van het groen en de leefbaarheid.

De inrichting van de openbare ruimte moet bijdragen aan sociale doelen Wat betreft de inrichting van de openbare ruimte is in de verkenning voor de Omgevingsvisie opgenomen dat de openbare ruimte moet uitnodigen tot gezond gedrag. Ook ziet Rijswijk een sociale functie voor de openbare ruimte: de inrichting van de openbare ruimte moet met het oog op de bevolkingsgroei bijdragen aan sociale veiligheid. De openbare ruimte moet uitnodigen tot ontmoeting en gericht zijn op het voorkomen van overlast. Dit zou moeten bijdragen aan een sterkere sociale basis en eenzaamheid en anonimiteit moeten voorkomen. Voor referentienormen voor het beeldkwaliteitsniveau van de openbare ruimte hanteert de gemeente de systematiek van het CROW, zoals ook in andere gemeenten gebruikelijk is.61 Deze normen zijn opgenomen in het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte. Voor de meeste beheerdomeinen wordt gestreefd naar kwaliteitsniveau B. Bij een aantal domeinen wordt in de centra naar een hoger niveau gestreefd. Zo is het algemene streven voor de domeinen groen, spelen, overig meubilair en reiniging het niveau B, waarbij voor de centra wordt gestreefd naar niveau A. Voor het aspect verharding wordt gestreefd naar niveau C in het algemeen en naar niveau B in de centra.

De gemeente wil het karakter als groene woonstad behouden Openbaar groen is een belangrijke factor in het realiseren van de ambities van Rijswijk wat betreft de buitenruimte. In de verkenning voor de Omgevingsvisie wordt ernaar gestreefd om het karakter van Rijswijk als groene woonstad te behouden, met aantrekkelijk groen in de wijken en waardevolle parken. Openbaar groen wordt gezien als onderdeel van de identiteit van Rijswijk, wat niet het onderspit zou moeten delven ten behoeve van verstedelijking. Wel wordt in de verkenning voor de Omgevingsvisie de mogelijkheid opgeworpen om in te zetten op de kwaliteit van het groen, in plaats van het behouden van de kwantiteit aan groen. Deze visie op het openbaar groen sluit aan op het groenbeheerplan 202460 Gemeente Rijswijk (10 oktober 2023). Verkenning Omgevingsvisie Gemeente Rijswijk. 61 Gemeente Rijswijk (2021). Integraal beheerplan openbare ruimte – Beter Beter 2021-2025.

45.

2028, waarin ook wordt genoemd dat groen van positieve invloed is op de mentale en fysieke gezondheid van inwoners.62 In navolging van het IBOR wordt gestreefd naar beheerniveau B voor de woonwijken en niveau A voor de centra. Het belang van openbaar groen wordt verder uitgewerkt in de functies belevingswaarde, volksgezondheid, biodiversiteit, klimaatadaptatie en economische waarde.

De bevolkingsgroei gaat gepaard met een toename van de mobiliteit In de verkenning voor de Omgevingsvisie wordt geconstateerd dat de verwachte toename aan mobiliteit die gepaard gaat met de bevolkingsgroei vraagt om een ander mobiliteitsgebruik. Dit sluit aan bij het Mobiliteitsprogramma 2040 (vastgesteld 2021).63 Deze toename in mobiliteit zal naar verwachting gepaard gaan met negatieve effecten, zoals verkeersonveiligheid, slechtere luchtkwaliteit en geluidshinder. Ook zal de doorstroming en parkeergelegenheid onder druk komen te staan. De Rijswijkse doelen op het gebied van mobiliteit zijn gericht op bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. Om deze doelen te bereiken wordt in het mobiliteitsprogramma 2040 ingezet op een mobiliteitstransitie door andere vervoerswijzen te faciliteren. Hierbij wordt het STOMP-principe gehanteerd. STOMP is een afkorting voor Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobility as a Service en Privéauto. Dat betekent dat voetgangers de hoogste prioriteit krijgen, gevolgd door achtereenvolgens fietsers, het openbaar vervoer, deelmobiliteit en tot slot de privéauto. De bevolkingsgroei van Rijswijk en de daaraan gekoppelde gebiedsontwikkelingen worden gezien als kans om de mobiliteitstransitie te realiseren. De parkeergelegenheid doet een belangrijke ruimteclaim op de openbare ruimte binnen het aspect mobiliteit.

De gemeente streeft daarom in de Kadernota Parkeren 2015-2025 naar een ‘toekomstbestendig en betaalbaar parkeerbeleid met een logische en eerlijke verdeling van de schaarse ruimte’. Om dit te realiseren hanteert de gemeente een doelgroepenbenadering: bepaalde doelgroepen moeten op bepaalde plekken kunnen parkeren. Zo gaat in woonwijken de aandacht vooral uit naar bewoners en hun bezoekers, terwijl de parkeerplekken rondom winkelcentra voornamelijk bedoeld zijn voor de klanten. Rijswijk ziet een parkeerdruk van 90% als acceptabel. Bij een hogere parkeerdruk wordt in eerste instantie ingezet op reguleren - het verdelen van de beschikbare parkeercapaciteit – en het beïnvloeden van het autogebruik en – bezit. Voor het uitbreiden van de parkeercapaciteit wordt in principe niet gekozen. Een verdere norm wat betreft parkeren is dat bewoners minimaal de mogelijkheid moeten hebben om één auto in de nabijheid van de woning te parkeren. Voor woningen in de centra geldt een parkeernorm tussen de 1.2 en 1.5, voor woningen in bestaand stedelijk gebied ligt de parkeernorm tussen de 1.5 en 1.8 en voor RijswijkBuiten gelden normen tussen de 1.7 en 2.0 parkeerplekken per woning.64 Voor Parkrijk heeft het college besloten een parkeernorm van 1,34 toe te passen bij vergunningverlening. Voor Pasgeld zijn bij de vaststelling van de bestemmingsplannen aangepaste parkeernormen geformuleerd.

De parkeernormen worden in 2024 herzien. In de praktijk loopt de organisatie al vooruit op deze herziening. Op basis van verkeerskundig onderzoek kan het college gemotiveerd afwijken van de parkeernormen die zijn opgenomen in de kadernota.

Klimaatadaptatie en energietransitie brengen diverse uitdagingen met zich mee Klimaatverandering heeft grote impact op steden en in Rijswijk geldt dit met de verwachte bevolkingsgroei des te meer. Voor Rijswijk is met name hitte en hittestress een kwetsbaarheid, zo blijkt uit de verkenning voor de Omgevingsvisie. Ook staat de biodiversiteit onder druk. Waterveiligheid en waterberging is een minder urgente opgave. Klimaatadaptieve maatregelen zijn nodig om in te spelen 62 Gemeente Rijswijk (2024). Groenbeheerplan 2024-2028. 63 Gemeente Rijswijk (2021). Mobiliteitsprogramma Rijswijk 2040. 64 Gemeente Rijswijk (2011). Nota Parkeernormen Gemeente Rijswijk.

46.

op de gevolgen van klimaatverandering. In de verkenning voor de Omgevingsvisie wordt klimaatadaptief bouwen als kans gezien om groen en verstedelijking in balans te brengen bij gebiedsontwikkelingen. Bij nieuwbouw wordt het Convenant Klimaatadaptief Bouwen gehanteerd. In de bestaande stad wordt naar klimaatadaptieve maatregelen gekeken om hittestress tegen te gaan en wateroverlast te voorkomen. Het beleidsstuk Rijswijkse Adaptatiestrategie en Aanpak voor Klimaatverandering (RAAK) gaat verder in op deze opgaven.65 Tot slot hebben de warmte- en energietransitie invloed op de buitenruimte van Rijswijk, zeker tegen de achtergrond van de bevolkingsgroei. De warmtetransitie houdt in dat de volledige gebouwde omgeving in 2050 aardgasvrij moet zijn. Rijswijk wordt aangesloten op het regionale warmtenet WarmtelinQ en ook voor nieuwbouwprojecten wordt gekeken naar collectieve warmtesystemen. Voor de duurzame opwek van energie wordt in eerste instantie gekeken naar zonnepanelen op daken, maar ook op parkeerterreinen en in de vorm van zonnevelden. Ook worden de mogelijkheden rondom bodemenergie uitgewerkt. Uit de verkenning voor de Omgevingsvisie blijkt dat de warmte- en energietransitie zorgt voor meer drukte in de ondergrond vanwege de benodigde kabels en leidingen. Netcongestie wordt op het moment van schrijven niet als specifiek risico voor Rijswijk ervaren.

Bestuur en samenleving Inwoners zijn met name betrokken in het traject richting de Omgevingsvisie De inwoners van Rijswijk worden op verschillende manieren betrokken bij het beleid rondom de buitenruimte en de uitvoering daarvan. Bij het opstellen van de Omgevingsvisie wordt een uitgebreid participatietraject doorlopen. Er is bijvoorbeeld een vragenlijst uitgezet en er is een startgesprek en expertsessies gevoerd. Wanneer de ontwerpomgevingsvisie is opgesteld zullen aanvullende vormen van participatie worden georganiseerd. Bij de inrichting van de openbare ruimte worden inwoners met name op projectniveau betrokken. Ook wordt de waarde van participatie bij het inrichten van speeltoestellen specifiek benoemd: dit levert inzicht op in hoe de speeltoestellen gebruikt worden. Ten behoeve van het mobiliteitsprogramma is een enquête onder inwoners uitgevoerd. In het kader van klimaatadaptatie zet de gemeente met operatie Steenbreek in op het motiveren van inwoners om tegels uit hun tuin te verwijderen.

De belangenafweging bij besluitvorming is een aandachtspunt Wanneer er besluitvorming plaatsvindt over voorzieningen in de buitenruimte zijn daar vaak veel belangenafwegingen aan voorafgegaan, juist vanwege de concurrerende ruimteclaims in de buitenruimte. In gesprekken wordt aangegeven dat het voor betrokken medewerkers lastig is om deze voorafgaande belangenafweging mee te geven aan de raad en het college in hun besluitvorming. Het is vooral lastig om de keerzijde van een keuze te laten zien: bijvoorbeeld welke beleidsdoelen níét behaald worden met een bepaalde keuze of welk compromis nodig was om een besluit mogelijk te maken.

Uitvoering en beheer Concurrentie om het gebruik van de buitenruimte vraagt om politieke keuzes In gesprekken wordt aangegeven dat Rijswijk ernaar streeft om afwegingen over voorzieningen in de buitenruimte integraal te maken. De ervaring van medewerkers is dat de concurrerende ruimtevragen steeds ingewikkelder worden in de context van de groeiende stad. Dit vraagt volgens hen ook om politieke keuzes. Twee instrumenten zijn van belang bij het voorbereiden van die bestuurlijke en politieke keuzes: gebiedspaspoorten en de omgevingstafel. Gebiedspaspoorten geven een

65 Gemeente Rijswijk (2023). RAAK 2023-2030 Rijswijkse Adaptatiestrategie en Aanpak voor Klimaatverandering.

47.

overkoepelend beeld van de ruimtelijke ordening van een gebied, op een groter schaalniveau dan het niveau van projecten. Elke beleidsafdeling levert inbreng voor gebiedspaspoorten, zodat hier in samenhang over besloten kan worden. De omgevingstafel dient ertoe om verschillende belanghebbenden met elkaar in gesprek te brengen bij de aanvraag van een omgevingsvergunning. In gesprekken wordt aangegeven dat deze instrumenten waardevol zijn, maar dat er nog flinke ruimte voor verbetering is. In de praktijk worden de concurrerende ruimteclaims meer als een ‘boodschappenlijstje’ tegen elkaar afgestreept, in plaats van dat er gezocht wordt naar een integrale oplossing. De uitvoering van de ambities wat betreft de inrichting van de openbare ruimte zijn geborgd in het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte en het groenbeheerplan 2024-2028. Onder de noemer ‘Buiten Beter’ wordt de politiek-bestuurlijke visie vertaald in meer concrete maatregelen. De ambitie om het karakter van een groene woonstad te behouden wordt bijvoorbeeld vertaald naar de gewenste levensduur van bomen. In aansturing van het beheer van de openbare ruimte staan de beheerniveaus centraal. In het groenbeheerplan wordt meer in detail ingegaan op bijvoorbeeld hoe vaak bomen gecontroleerd worden en hoe er gemaaid wordt.

Om de uitvoering te monitoren laat de gemeente vier keer per jaar een schouw uitvoeren om te kijken of de geambieerde beheerniveaus worden gerealiseerd. In de paragraaf ‘Onderhoud kapitaalgoederen’ wordt verantwoording afgelegd aan de gemeenteraad.

De gemeente heeft een strategie uitgewerkt voor de ontwikkeling van mobiliteit De mobiliteitsvisie 2040 is uitgewerkt in een mobiliteitsstrategie (vastgesteld in 2024).66 Daarnaast zijn er uitwerkingen op deelgebieden vastgesteld en voorzien, zoals een agenda verkeersveiligheid en een strategie voor laadinfrastructuur. Het STOMP-principe wordt verder uitgewerkt in een hoofdnetwerk voor auto, OV en fiets en een gebiedsbenadering voor bedrijventerreinen, gebiedsontwikkelingen, winkelgebieden en woonwijken. Per wijk zijn concrete maatregelen benoemd, zoals het verlagen van de snelheid op sommige wegen en het anders afstellen van verkeerslichten. Voor de uitvoering van de kadernota parkeren is gekozen voor een ‘fiscale’ benadering, wat met name betekent dat gebruikers betaald parkeren via parkeerautomaten. Daarnaast wordt er ingezet op het digitaliseren van de handhaving, met bijvoorbeeld scanauto’s, en dienstverlening, bijvoorbeeld wat betreft vergunningen.

De aanpak van klimaatadaptatie is in ontwikkeling In gesprekken wordt aangegeven dat er op het gebied van klimaatadaptatie nog weinig concrete indicatoren zijn vastgelegd en dat er vooral wordt ingezet op bewustwording en de bijdrage van inwoners en ondernemers. In 2022 is een eerste uitvoeringsagenda vastgesteld – dit vond vóór het vaststellen van de RAAK plaats. Het opstellen van een nieuwe uitvoeringsstrategie is onderdeel van de RAAK. Daarnaast is er een lokaal hitteplan opgesteld, als uitwerking van het aspect handelen bij calamiteiten. Een belangrijke maatregel binnen de RAAK is de inzet van een zogeheten ‘klimaataanjager’, die zich bij projecten in de openbare ruimte en gebiedsontwikkelingen inspant voor klimaatadaptieve maatregelen. Een andere maatregel die onder meer in gesprekken onder de aandacht werd gebracht is operatie steenbreek, dat erop gericht is om verstening terug te draaien. De vertaling van de RAAK naar lokale regelgeving vindt plaats via het gemeentelijk riolerings- en waterplan. Er is een ambitie om klimaatadaptatie integraal op te nemen in het beleid voor de inrichting en het beheer van de openbare ruimte.

66 Gemeente Rijswijk (2024). Mobiliteitsstrategie Rijswijk.

48.

Financiën Kapitaalgoederennota’s borgen de middelen voor de buitenruimte De benodigde middelen voor het realiseren en het beheren van de voorzieningen in de buitenruimte zijn opgenomen in de zogeheten kapitaalgoederennota’s, waarvan in dit hoofdstuk is stilgestaan bij het IBOR en het groenbeheerplan. In gesprekken wordt aangegeven dat deze beleidsstukken belangrijke instrumenten zijn om de benodigde middelen over meerdere jaren te egaliseren in de begroting. Dit is van belang omdat de kosten van het beheer in het ene jaar verschillen van het andere jaar. In het IBOR wordt geschetst hoe de ambities en referentienormen voor het beheer van de openbare ruimte in verhouding staan tot de beschikbare middelen. Ook wordt inzichtelijk gemaakt welke ruimte er eventueel is om te bezuinigen. Er is een budgetneutraal nulscenario, een scenario gericht versoberen en een scenario sober. In het nulscenario is het mogelijk om met de reeds beschikbare middelen de gemiddelde B-kwaliteit na te streven. Bij de exploitatie blijft een klein overschot over. De reserveringen voor vervangingen blijken echter op het moment van schrijven niet voldoende te zijn. Dat betekent dat voor het inlopen van vervangingsachterstanden extra budget nodig is, wat op het moment van schrijven €3.5 miljoen bedroeg.

Er is in het nulscenario geen ruimte om extra uitgaven te doen om de ambities van buiten beter na te streven, maar met creatieve oplossingen kan er incidenteel wat ruimte worden gevonden. Dit kan bijvoorbeeld door op bepaalde onderdelen beheersniveau C na te streven, waardoor andere onderdelen op niveau A beheerd kunnen worden. In de scenario’s gericht versoberen en sober wordt het beheersniveau (op onderdelen) teruggebracht naar niveau C. De raad heeft niet gekozen voor deze bezuinigingen, naar aanleiding van een amendement.67

De raad heeft besloten aanvullende groenambities vooralsnog niet uit te voeren In het groenbeheerplan is een financiële doorrekening opgenomen. Hierin wordt geconcludeerd dat de beheerbudgetten in de afgelopen jaren niet voldoende waren om de ambities uit te voeren. Daarom is bij de halfjaarrapportages extra budget aangevraagd door het college. Bij de behandeling van het groenbeheerplan is inzichtelijk gemaakt welk budget nodig is voor de exploitatie en de investeringen. Voor 2024 bedroeg dit zo een €400.000, voor 2025 en verder gaat het om ruim €1 miljoen. In het groenbeheerplan is ook een aantal aanvullende ambities opgenomen wat betreft biodiversiteit, klimaatadaptatie en het verbeteren van de beeldkwaliteit. De gemeenteraad koos er bij de behandeling van het groenbeheerplan voor om deze ambities vooralsnog niet uit te voeren, vanwege de bijkomende kosten.Een uitzondering is een haalbaarheidsonderzoek naar een (urban) waterbuffer. De gemeenteraad besloot met een amendement om dit onderzoek wel uit te voeren.68

De kosten en baten van klimaatadaptatie kunnen lastig inzichtelijk gemaakt worden Wat betreft klimaatadaptatie is in de RAAK opgenomen dat er een meerjareninvestering van €350.000 per jaar nodig is voor de uitvoering van het beleid. Dit is inclusief de inzet van de klimaataanjager. Voor specifieke maatregelen bij een project moeten binnen de begroting van dat project middelen gevonden worden. De gemeenteraad had bij de behandeling van het beleidsstuk behoefte aan meer inzicht in de financiële langetermijngevolgen van klimaatverandering en adaptieve maatregelen. Dit blijkt uit een amendement, waarmee een opdracht wordt opgenomen om de benodigde financiële middelen voor de lange termijn inzichtelijk te maken. Hierop aansluitend wordt in gesprekken aangegeven dat het lastig is om de kosten van klimaatadaptieve maatregelen inzichtelijk te maken. Naast de incidentele investering gaan er vaak hogere beheerskosten mee gepaard. De keerzijde hiervan is dat de schadekosten wanneer een maatregel niet wordt genomen hoger zijn dan de kosten van de maatregel zelf. Deze verborgen kosten kunnen niet inzichtelijk worden gemaakt in de begroting. 67 Gemeenteraad Rijswijk (5 november 2020). Amendement ‘Houdt in het onderhoud van straten en groen de basis op orde.’ 68 Gemeenteraad Rijswijk (30 januari 2024). Amendement ‘Urban Waterbuffer.’

49.

Kansen en risico’s Een belangrijke kans wat betreft voorzieningen in de buitenruimte is dat deze kunnen bijdragen aan maatschappelijke doelen. In de visie op de inrichting van de openbare ruimte, openbaar groen, mobiliteit en klimaatadaptatie wordt deze koppeling al gemaakt. Hiermee ligt er een kans om de voorzieningen in de buitenruimte nog beter de inwoners van Rijswijk te laten dienen, door bij te dragen aan veiligheid, gezondheid en beleving. Een andere kans wordt geboden door de grote ruimtelijke ontwikkelingen die in Rijswijk worden voorzien of al worden gerealiseerd. Bij deze ruimtelijke ontwikkelingen zijn ingrepen in de openbare ruimte onvermijdelijk. Dat biedt de kans om de meest actuele visies en uitgangspunten wat betreft voorzieningen in de buitenruimte te realiseren. Een risico wat betreft voorzieningen in de buitenruimte is dat het streven om hier een integrale afweging in te maken nog beperkt functioneert in de praktijk. Het risico is dat hierdoor suboptimale compromissen worden gesloten en dat kansen om ambities voor voorzieningen in de buitenruimte in samenhang te realiseren mogelijk niet worden benut. Een ander risico is dat de horizon waarmee naar voorzieningen in de buitenruimte wordt gekeken erg verschilt.

Het realiseren van parkeerplekken bij een ruimtelijke ontwikkeling is bijvoorbeeld een eenmalige exercitie, terwijl bijvoorbeeld het verbeteren van de biodiversiteit een langere termijn kent. Dit maakt het in samenhang afwegen van voorzieningen in de buitenruimte des te ingewikkelder.

50.

5. Economie Het thema economie valt in dit rapport uiteen in de subthema’s werkgelegenheid en in retail en horeca. Deze twee subthema’s worden hierna behandeld. Rijswijk is van oudsher meer een werkgemeente dan een woongemeente. Dat blijkt uit de indicator functiemenging die de verhouding weergeeft tussen het aantal banen en het aantal woningen. In 2022 was het indexcijfer 52,8% (tegenover 54,6% en 2021 en 54,8% in 2020). De verandering van de index laat zien dat Rijswijk de laatste jaren is opgeschoven richting een woongemeente.69 Dit is een ontwikkeling die ook in de verschillende gesprekken als aandachtspunt is benoemd en in dit hoofdstuk nadere aandacht krijgt.

Beleid Hieronder wordt per subthema de beleidsvisie en strategie, de relatie met landelijke en regionale kaders en het gebruik van referentienormen toegelicht.

Economie: Doelstellingen en maatregelen zijn geformuleerd in relatie tot bevolkingsgroei Op 21 februari 2023 heeft de gemeenteraad van Rijswijk op voorstel van het college een Economische Visie aangenomen.70 De hierin beschreven doelstelling is dat alle mensen die in Rijswijk wonen een baan kunnen vinden die bij hen past. De bedoeling is dat er een groei is van werkgelegenheid die meegroeit met het aantal inwoners. De hieraan gekoppelde ambitie is het versterken van het ondernemers- en vestigingsklimaat. Hier zijn vier pijlers aan gekoppeld: 1. Het benutten en versterken van bestaande kwaliteiten. Dit wordt gedaan door het versterken van accountmanagement, het versterken van samenwerking van bedrijven met het onderwijs en de arbeidsmarkt, het inzetten van lokale ondernemers als ambassadeurs voor Rijswijk 2. Het intensiveren van lokale en regionale samenwerking. Dit wordt gedaan door het verbeteren van de organisatiegraad van ondernemers en het stimuleren van onderlinge zakelijke relaties in Rijswijk, van regionale verbindingen tussen bedrijven en tussen bedrijven en onderwijs 3. Het inspelen op wereldwijde opgaven zoals technologische vernieuwing en verduurzaming: dit wordt gedaan door het acquireren van startups en het faciliteren van experimenten op het gebied van digitaliseren 4.

Het herpositioneren van werk- en winkelgebieden: dit wordt gedaan door het opstellen van uitvoeringsagenda’s van werklocaties, een retail- en horecabeleid en enkele agenda’s voor specifieke gebieden. De gemeente heeft twee specifieke beleidsstukken vastgesteld als uitvloeisel van de economische visie, de strategie toekomstbestendige werklocaties en het retail- en horecabeleid.

Werkgelegenheid: Er is een strategie per werklocatie, deze is niet in verband gebracht met bevolkingsgroei Op 21 maart 2023 is de strategie toekomstbestendige werklocaties op voorstel van het college aangenomen door de raad. Het doel van de strategie is werklocaties aan te (blijven) bieden die

69 Gemeente Rijswijk (7 november 2023). Begroting 2024 – 2027: link 70 Gemeente Rijswijk (21 februari 2023). Economische visie 2030: Lokale focus op innovaties in een regionale context: link.

51.

aansluiten bij de behoeften van ondernemers. Hiertoe wordt een gebiedsprofiel en strategie per locatie opgesteld.71 In de strategie wordt toegelicht hoe de doelstellingen van de gemeente aansluiten bij het regionale beleid. Hierbij worden de Strategie Bedrijventerreinen en de omgevingsverordening van de Provincie Zuid-Holland en beleidsdocumenten van de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag specifiek benoemd. In de strategie bedrijventerreinen wordt de bevolkingsgroei niet als thema benoemd. Ook worden in het document geen referentienormen benoemd. Wel zijn voor ieder bedrijventerrein een aantal opgaven geformuleerd op basis waarvan de gemeente actie kan ondernemen richting ondernemers.

Retail- en horecabeleid: het aanbod en de vraag zijn duidelijk in beeld De druk op de openbare ruimte in Rijswijk is hoog. Tegelijkertijd verandert het gedrag van consumenten en wordt er gewerkt aan het tegengaan van kantoorleegstand. Onder ondernemers en eigenaren was een behoefte aan een duidelijk toekomstbeeld waaruit blijkt waar horeca en detailhandel gewenst is. Daarom heeft de gemeente Rijswijk het retail- en horecabeleid vastgesteld, wat ook dient als toetsingskader voor nieuwe initiatieven. Het beleidsstuk gaat in op de verhouding tussen de verschillende stadscentra en schetst een toekomstbeeld voor elk centrum. In het retail- en horecabeleid komt de verwachte bevolkingsgroei aan bod. In het beleidsstuk wordt benoemd dat Rijswijk grote woningbouwplannen heeft. Het aanbod aan horeca en detailhandel moet volgens het beleidsstuk worden afgestemd op het toegenomen aantal inwoners in bepaalde wijken van de gemeente.72 Voor de behoefte aan supermarkten wordt een berekening gemaakt op basis van het verwachte aantal inwoners, het inkomen per inwoner, het marktaandeel online boodschappen en de koopkrachtbinding van inwoners. Dit resulteert in een bepaald aantal vierkante meters aan ruimte voor uitbreiding van supermarkten (1800-2800 m2). Hier worden ook conclusies uit getrokken voor de niet-dagelijkse winkelsector en horeca.

Voor de horeca wordt geconcludeerd dat er ruimte is voor een uitbreiding van 22 tot 34 vestigingen. Met deze berekeningen als uitgangspunt wordt het toekomstperspectief per centrum geschetst, waarbij (grootschalige) woningbouwontwikkelingen specifiek worden benoemd. Het retail- en horecabeleid bevat richtlijnen voor welk type detailhandel of horeca op welke locatie passend is, met concrete getallen voor een aantal functies. Ook bevat het beleidsstuk een stroomdiagram om nieuwe initiatieven te beoordelen op basis van de geschetste toekomstperspectieven. Hiermee is voor retail- en horeca sprake van referentienormen.

Bestuur en samenleving Bestuurlijke sturing: de raad dringt aan op werk voor praktisch geschoolden De raad heeft op voorstel van het college een economische visie aangenomen. De raad heeft hierbij een amendement aangenomen waarin wordt besloten dat het creëren van werkgelegenheid voor praktisch geschoolden een specifiek speerpunt van de uitvoering van de economische visie moet worden.73 Daarnaast heeft de raad het retail- en horecabeleid vastgesteld.74

Ondernemers en bedrijven: uitvoering komt tot stand in contacten met ondernemers. De uitvoering van de economische visie vindt in belangrijke mate plaats in samenspraak met ondernemers en bedrijven. Er zijn twee accountmanagers die het contact met bedrijven in hun 71 Gemeente Rijswijk (21 maart 2023). Strategie Toekomstbestendige werklocaties: link. 72 Gemeente Rijswijk (17 mei 2023). Retail- en horecabeleid: link. 73 Gemeente Rijswijk (21 februari 2023). Amendement ‘goed werk voor praktisch geschoolden in Rijswijk’: link. 74 Gemeente Rijswijk (29 juni 2023). Raadsvoorstel retail- en horecabeleid Rijswijk : link.

52.

portefeuille hebben. Zij voeren bedrijfsbezoeken uit (ca. 220 in 2023). Er is daarnaast een bedrijfscontactcentrum waar vragen van ondernemers worden beantwoord.75 Verder zijn er twee beleidsmedewerkers die onder andere contact onderhouden met Rijswijkse ondernemersverenigingen en regionale maatschappelijke partners en medeoverheden. Er is een samenwerkingsovereenkomst met twee ondernemersverenigingen om het vestigingsklimaat op twee bedrijventerreinen te verbeteren. Op een van deze terreinen wordt met de gebiedsmakelaar gewerkt aan de veiligheid en het openbaar gebied om hiermee het vestigingsklimaat te verbeteren.76 Bij de vaststelling van het retail- en horecabeleid is een participatietraject uitgevoerd waarin lokale ondernemers en vastgoedeigenaren zijn betrokken.77

Uitvoering en beheer Uitvoering: wonen gaat snel boven werken Uit de gevoerde gesprekken blijkt dat er binnen de gemeente een sterke neiging bestaat om bij te ontwikkelen gebieden wonen de voorkeur te geven boven werken. Dit heeft er onder andere mee te maken dat het voor projectontwikkelaars en voor de gemeente lucratiever is om woningen te bouwen dan bedrijventerreinen te realiseren. Deze neiging werd ondersteund door druk vanuit de landelijke overheid die ook woningbouw wilde stimuleren. Wel is er in sommige ontwikkelingen, zoals het Kesslerpark, expliciet aandacht voor het aantal gewenste banen. Ondersteunend aan het retail- en horecabeleid zijn een aantal specifieke verordeningen en beleidsdocumenten die zich richten op de uitvoering van delen van het beleid. Dit zijn bijvoorbeeld beleidsnotities over de markten en terrassen. Het gaat om juridische documenten die gericht zijn op de uitvoeringspraktijk.78

Monitoring: gebrek aan inzicht in het opleidingsniveau in relatie tot werkgelegenheid hindert de uitvoering van specifieke beleidsdoelstellingen Uit interviews blijkt dat er op dit moment nog weinig inzicht bestaat in het type werkgelegenheid in relatie tot opleidingsniveau. Wel zijn er voor sommige gebieden specifieke doelstellingen ten aanzien van het aantal banen waar de werk- en kantoorfuncties plek aan moeten bieden. Een voorbeeld hiervan is het Kesslerpark. In het ontwikkelkader Kesslerpark staat dat er 1000 kennisintensieve banen moeten komen.79 Hierbij is echter nog niet uitgewerkt wat er precies onder kennisintensieve banen wordt verstaan. De stand van de lokale economie wordt jaarlijks gemeten aan de hand van de indicatoren functiemenging, vestigingen, werkgelegenheid en waardering van ondernemers. Deze indicatoren worden opgenomen in de jaarrekening. Ook wordt jaarlijks in de begroting een verwachting ten aanzien van de ontwikkeling van deze indicatoren opgenomen.80

75 Gemeente Rijswijk (9 juli 2024). Jaarstukken gemeente Rijswijk 2023: link. 76 Ibid. 77 Gemeente Rijswijk (7 juli 2023). Nieuw retail- en horecabeleid vastgesteld: link 78 Gemeente Rijswijk (2023). Retail- en Horecabeleid. 79 Gemeente Rijswijk (25 januari 2022). Ontwikkelkader Kesslerpark: link. 80 Gemeente Rijswijk (9 juli 2024). Jaarstukken gemeente Rijswijk 2023: link.

53.

Financiën Onvoldoende capaciteit om goed uitvoering te geven aan beleidsdoelstellingen Uit de kadernota 2025 blijkt dat sprake is van een voorgestelde bezuiniging van €200.000 op beleidsontwikkeling en uitvoering op het team economische zaken.81 Uit interviews blijkt dat de capaciteit van het team economische zaken op dit moment onvoldoende is om de doelen die zijn beoogd in de genoemde beleidsstukken na te streven. Uit interviews blijkt tevens dat bij het vaststellen van beleid niet altijd voor iedere maatregel budget wordt vrijgemaakt. Een voorbeeld is de strategie toekomstbestendige werklocaties. Hierin wordt benoemd dat de uitvoering van de strategie moet plaatsvinden binnen de bestaande budgetten van het programma Economie en de overige betrokken programma’s.82

Kansen en risico’s De gemeente kan proberen om meer inzicht te krijgen in het type opleidingsniveau in relatie tot werkgelegenheid en de mate waarin het aanbod van werk aansluit bij de vraag. Dit sluit aan bij het amendement waarin de raad heeft besloten dat er aandacht moet zijn voor voldoende werkgelegenheid voor praktisch geschoolden in Rijswijk en de doelstelling om juist in het Kesslerpark kennisintensieve banen te creëren. De strategie toekomstbestendige werklocaties is een poging van de gemeente om meer grip te krijgen op voldoende werklocaties in de komende jaren. Een aandachtspunt hierbij is dat het team economische zaken nog beter kan worden betrokken bij (nieuwe) gebiedsontwikkelingen. Dit kan leiden tot een betere aansluiting van de gerealiseerde bedrijfsruimten bij de wensen van ondernemers die zich daar willen vestigen. Daarvoor is het wel van belang dat de gemeente goed contact houdt met ondernemers en bedrijven. De mogelijkheden om ruimte te reserveren voor ondernemers kunnen beter worden benut wanneer het team economische zaken in een vroeger stadium - en meer structureel – aangesloten is bij de realisatie van gebiedsontwikkelingen. Zo wordt geborgd dat het gerealiseerde programma aansluit bij ondernemers die zich mogelijk willen vestigen. Uit de gesprekken is naar voren gekomen dat de ambtelijke capaciteit binnen dit thema onder druk staat.

Dit blijkt ook uit de voorgestelde bezuiniging op dit team in de Kadernota 2025. Te weinig ambtelijke capaciteit voor uitvoering kan ertoe leiden dat beleidsdoelstellingen niet nagestreefd kunnen worden. De sterke nadruk op woningbouw kan ertoe leiden dat wordt gekozen voor het het reserveren van te weinig ruimte voor werkbestemmingen. Het opstellen van een referentienorm kan hierbij mogelijk soelaas bieden.

81 Gemeente Rijswijk (9 juli 2024). Raadsvoorstel kadernota 2025: link. 82 Gemeente Rijswijk (7 maart 2023). Raadsvoorstel Economische analyse en strategie toekomstbestendige werklocaties gemeente

Rijswijk: link.

54.

6. Gebiedsontwikkeling De verwachte bevolkingsgroei van Rijswijk betekent dat er veel ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden en in de nabije toekomst gaan plaatsvinden. Dit hoofdstuk is gericht op hoe er bij deze ontwikkelingen rekening wordt gehouden met voorzieningen. Om het onderscheid met het onderwerp buitenruimte duidelijk te maken, wordt hierbij de term ‘gebiedsontwikkeling’ gehanteerd.

Beleid Een visie op het realiseren van voorzieningen bij gebiedsontwikkelingen is niet vastgelegd in een zelfstandig beleidsdocument. Daarom staan in dit hoofdstuk de beleidsdocumenten rondom wonen centraal: de woonvisie, het regionaal woon-werkakkoord en de woonzorgvisie. Hoe er bij gebiedsontwikkelingen rekening wordt gehouden met specifieke voorzieningen binnen de thema’s maatschappelijke voorzieningen, vrijetijdsbesteding, buitenruimte en economie, is behandeld in de eerdere hoofdstukken.

In de woonvisie is het versterken en differentiëren van de woonvoorraad de centrale opgave In de woonvisie 2015 – 2025 (geactualiseerd in 2021) is het versterken en differentiëren van de woonvoorraad een belangrijke opgave. Rijswijk speelt hier met de woonvisie zowel kwantitatief (het aantal woningen) als kwalitatief (het type woning voor elke doelgroep) op in. Het doelgroepgericht woningbouwprogramma binnen de woonvisie is daarvoor een belangrijk instrument. Dit houdt in dat het woningaanbod aansluit op de behoefte van bepaalde doelgroepen. Hier worden concrete streefpercentages aan gekoppeld: in 2030 moet de woningvoorraad in Rijswijk voor 43% (in 2019: 52%) gericht zijn op het ‘doelgroepensegment’ (sociale huurwoningen en goedkope particuliere huur- en koopwoningen), 29% moet in het middeldure segment vallen (2019: 24%) en 28% in het dure segment (2019: 24%). Het aandeel sociale huurwoningen krijgt speciale beleidsmatige aandacht: in 2023 is het beleidsstuk ‘5 sporen – op weg naar 30% sociale woningvoorraad’ vastgesteld. Aanleiding voor dit beleidsdocument is de in het coalitieakkoord opgenomen doelstelling dat het aandeel van 30% sociale woningbouw binnen Rijswijk op peil moet blijven.83

De woonvisie anticipeert op bevolkingsgroei, maar niet op specifieke voorzieningen De woonvisie bevat een aantal maatregelen om sociale woningen toe te voegen of het aandeel sociale woningen binnen gebiedsontwikkelingen te stimuleren. Maatregelen ten aanzien van voorzieningen worden in het document niet genoemd. In de woonvisie zet de gemeente verder in op de leefbaarheid en vitaliteit van de wijken, door te streven naar een gevarieerde woning- en bewonersopbouw. De gemeente speelt in de woonvisie niet alleen in op de bevolkingsgroei, maar ook op andere demografische ontwikkelingen zoals vergrijzing. Specifieke voorzieningen – behalve zorg – zijn geen onderdeel van de woonvisie. In 2022 zijn de gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Rijswijk en de provincie Zuid-Holland een bestuurlijk woon-werkakkoord aangegaan. Het doel van het akkoord is een balans te vinden tussen ruimte voor wonen en werken en een noodzakelijke versnelling van de woningbouwproductie te realiseren op korte termijn. Het akkoord is daarmee een relevant beleidsstuk wat betreft voorzieningen bij ruimtelijke ontwikkelingen. In het akkoord worden afspraken gemaakt over het benutten van ruimte voor bedrijven in relatie tot transformatie- en uitbreidingslocaties waar woningbouw wordt gerealiseerd.

83 Gemeente Rijswijk (2021). Geactualiseerde woonvisie 2015-2025.

55.

Overkoepelend is waar te nemen dat in het beleid over wonen beperkt aandacht is voor specifieke voorzieningen, behalve voor zorg – dit komt terug in de woonzorgvisie (zie hoofdstuk 2 ‘Maatschappelijke voorzieningen’). In de woonvisie zijn kwantitatieve normen opgenomen wat betreft de betaalbaarheid van woningen, maar niet voor bijvoorbeeld specifieke doelgroepen en de daarmee gepaard gaande voorzieningen. Dat is ook geen wettelijke vereiste vanuit de Woningwet. Tegelijkertijd is er nu geen plek waar de relatie wordt gelegd tussen het realiseren aantal woningen volgens de woonvisie en wat dit betekent voor het voorzieningenniveau en het beroep wat daarop wordt gedaan door (nieuwe) inwoners.

Raakvlak met andere beleidsvelden Een nieuwe gebiedsontwikkeling raakt alle typen voorzieningen die tot nu toe in dit onderzoek zijn behandeld, vooral wanneer om woningbouw gaat. Een gebiedsontwikkeling betekent dat de buitenruimte opnieuw moet worden ingericht en de benodigde infrastructuur moet worden aangelegd, maar ook dat er bijvoorbeeld meer behoefte is aan horeca en maatschappelijke voorzieningen. Daarom is hieronder een beknopt overzicht opgenomen van hoe er vanuit verschillende thema’s wordt ingezet op het realiseren van die voorzieningen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Daarbij valt op dat ruimtelijke ontwikkelingen vooral vanuit de fysieke thema’s – denk aan inrichting openbare ruimte, mobiliteit en klimaatadaptatie – als kans worden gezien om de meest actuele visie in de praktijk te brengen.

Vrijetijdsbesteding: concrete norm bij speelvoorzieningen, verder zijn er ontwikkelkansen Voor het thema spelen geldt dat de 3%-norm in nieuwe gebiedsontwikkelingen gehandhaafd wordt. Bij een gebiedsontwikkeling wordt ernaar gestreefd dat 3% van de ruimte wordt gereserveerd voor speelterreinen. Het daadwerkelijk realiseren van de speelterreinen vindt plaats na oplevering van de projectontwikkeling omdat dat in samenspraak met nieuwe bewoners gebeurt. Voor sport geldt dat in nieuwe grotere gebiedsontwikkelingen rekening wordt gehouden met de benodigde sportvoorzieningen. Dit geldt niet voor cultuurvoorzieningen. Uit de gevoerde gesprekken blijkt dat het projectmatig werken binnen de inhoudelijke beleidsvelden zoals sport nog niet zodanig is ontwikkeld als bij ruimtelijke ontwikkeling. Hierdoor is bij de realisatie van ruimtelijke projecten in het maatschappelijk domein, zoals een sporthal, minder aandacht voor risicoanalyses en het afbakenen van doelstellingen en verantwoordelijkheden in een projectplan. RijswijkBuiten is een grote gebiedsontwikkeling. Deze ontwikkeling is binnen de gemeentelijke organisatie georganiseerd in een aparte werkorganisatie. De onderwerpen cultuur en sport zijn blijkens de gesprekken niet vroeg in het ontwikkelproces aangehaakt bij ontwikkelingen binnen het gebied RijswijkBuiten.

Buitenruimte: herinrichting als kans om ambities te verwezenlijken Gebiedsontwikkelingen betekenen ingrijpende wijzigingen in de openbare ruimte. In het beleid rondom voorzieningen in de buitenruimte worden gebiedsontwikkelingen daarom vooral als kans gezien: als de openbare ruimte opnieuw wordt ingericht, biedt dit de kans om dat volgens de meest actuele ambities te realiseren. In het groenbeheerplan is opgenomen dat het aspect openbaar groen bij herinrichtingsprojecten op een integrale manier worden voorbereid en uitgevoerd. Daarom is er een planning opgenomen voor de voorbereiding en uitvoering van werkzaamheden bij een aantal specifieke herinrichtingsprojecten.84

84 Gemeente Rijswijk (2024). Groenbeheerplan 2024-2028.

56.

Een van de uitgangspunten van de mobiliteitsstrategie is om gebiedsontwikkelingen als vliegwiel te gebruiken. Gebiedsontwikkelingen zouden daarom moeten worden ingericht volgens het STOMPprincipe. Voor elke gebiedsontwikkeling wordt een mobiliteitsvisie opgesteld. Ook wordt er sinds 2022 gewerkt met mobiliteitsnormen in plaats van parkeernormen. Daarnaast is het uitgangspunt dat voorzieningen zoals winkels, zorg en sport zoveel mogelijk op loopafstand van een gebiedsontwikkelingen worden gerealiseerd.85

Economie: afweging tussen wonen en bedrijven Uit interviews komt naar voren dat in gebiedsontwikkelingen er momenteel meer aandacht lijkt uit te gaan naar het realiseren van nieuwe woningen – in het kader van de woningbouwopgave – en (veel) minder naar het realiseren van ruimte voor bedrijven en ondernemers. De gemeente stelt doorgaans als voorwaarde dat de begane grond van nieuwe appartementencomplexen als commerciële plint wordt bestemd, maar de precieze ruimtevraag van ondernemers wordt in de planfase blijkens gesprekken niet (altijd) afgestemd met het team economische zaken. Betrokken medewerkers en portefeuillehouders zien het als een belangrijke uitdaging voor de gemeente om een goede afweging te maken tussen wonen en economie.

Bestuur en samenleving Inwoners zijn met name betrokken bij specifieke gebiedsontwikkelingen De Rijswijkse samenleving wordt zowel bij het beleid als bij specifieke gebiedsontwikkelingenbetrokken bij voorzieningen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn bij het opstellen van de woonvisie twee meedenksessies georganiseerd en is er een digitale burgerpeiling uitgevoerd. Eerder is het participatieproces bij de Omgevingsvisie beschreven. Daarnaast vindt participatie voor een groot deel bij specifieke projecten plaats. In gesprekken wordt aangegeven dat het op peil houden van het voorzieningenniveau bij ruimtelijke ontwikkelingen sterk bij de inwoners van Rijswijk leeft. Ook wordt in gesprekken opgemerkt dat participatietrajecten worden ingericht op het voorleggen van concrete keuzes, omdat de ervaring is dat participatie over meer abstracte vraagstukken lastig is.

Bestuurlijke aansturing vindt plaats met gebiedspaspoorten en ontwikkelkaders In de bestuurlijke aansturing op voorzieningen als onderdeel van ruimtelijke ontwikkelingen zijn gebiedspaspoorten en ontwikkelkaders belangrijke instrumenten. Gebiedspaspoorten worden gebruikt bij relatief kleinere ontwikkelingen en worden vastgesteld door het college. Ontwikkelkaders worden bij grotere ontwikkelingen toegepast en worden vastgesteld door de gemeenteraad. Daarbij is het volgens gesprekspartners van belang dat er expliciet wordt afgewogen of bij (nieuwe) gebiedsontwikkelingen voldoende voorzieningen worden gerealiseerd – dit vergt blijvende aandacht en het stellen van prioriteiten, omdat niet alles mogelijk is. Voor RijswijkBuiten is een apart organisatieonderdeel ingericht, het programmabureau RijswijkBuiten. Dit team valt buiten het ruimtelijk domein in de ambtelijke organisatie en valt rechtstreeks onder de gemeentesecretaris.

85 Gemeente Rijswijk (2024). Mobiliteitsstrategie Rijswijk.

57.

Uitvoering en beheer De organisatie streeft naar integraal werken bij gebiedsontwikkelingen In gesprekken wordt aangegeven dat er in de ambtelijke organisatie naar wordt gestreefd om het voorzieningenniveau bij een gebiedsontwikkeling integraal te bezien. Afhankelijk van het specifieke project worden beleidsadviseurs die zich richten op een bepaalde voorziening betrokken. De koppeling tussen het beleidskader en de wijze waarop uitvoering en beheer worden ingericht, wordt niet altijd expliciet gemaakt. In gesprekken wordt aangegeven dat er daarom regelmatig overlegd wordt tussen het team gebiedsontwikkelingen en stadsbeheer, met het oog op het onderhoudsniveau op lange termijn.

Diverse projecten laten verschillen zien in de aanpak voor voorzieningen Zoals eerder beschreven speelt het vraagstuk van voorzieningen bij ruimtelijke ontwikkelingen met name op projectniveau. Daarom is hieronder een kort overzicht opgenomen van hoe er bij toonaangevende gebiedsontwikkelingen met voorzieningen wordt omgegaan. Dit betreft de projecten Havenkwartier, Kesslerpark, Bogaard Stadscentrum en RijswijkBuiten. 

Havenkwartier. In het havenkwartier worden 2000 – 2500 woningen gebouwd.86 Daarnaast wordt er 70.000 m2 aan bedrijfsruimte en 30.000 m2 aan gebruiksoppervlak voor voorzieningen gerealiseerd. Bij het ontwikkelkader is een leefbaarheidseffectrapportage toegevoegd. Dit geeft inzicht in de effecten van de ontwikkeling op de wijk als geheel. In de rapportage staat voor de voorzieningen basisscholen, bibliotheken, buitenschoolse opvang, café’s, voortgezet onderwijs, huisartsen, kinderdagverblijven supermarkten en winkels tekstueel beschreven hoe dit in de nieuwe wijk is voorzien. Hierbij zijn geen kwantitatieve normen opgenomen. Voor parkeren zijn wel kwantitatieve normen opgenomen. Kessler Park. Het Kesslerpark wordt getransformeerd van bedrijvenlocatie met veel leegstaande kantoren naar een woon-werkgebied.87 Er worden zo een 1300 appartementen in de vrije sector en 800 studio’s voor studenten en jongeren gerealiseerd. Er is ruimte voor minstens 1000 kennisintensieve banen. In het ontwikkelkader is opgenomen dat er horeca-, maatschappelijke, culturele vrijetijds- en commerciële voorzieningen moeten worden gerealiseerd, die passen bij een campus. Het gewenste aanbod aan voorzieningen is in het ontwikkelkader niet gekwantificeerd. Wel zijn kwantitatieve parkeernormen opgenomen. Bogaard stadscentrum.

Het winkelcentrum Bogaard wordt getransformeerd tot een stadscentrum met ruimte om te wonen, winkelen en te verblijven.88 Er wordt gestreefd naar de realisatie van 2000 woningen. In het masterplan wordt meermaals benoemd dat bewoners gebruik moeten kunnen maken van maatschappelijke voorzieningen. Dit wordt met name op het gebied van parkeren geconcretiseerd. Ten slotte zijn er kwantitatieve parkeernormen opgenomen. RijswijkBuiten. RijswijkBuiten is de grootste ruimtelijke ontwikkeling in Rijswijk, bestaande uit een nieuwe woonwijk tussen Rijswijk en Delft.89 In totaal worden er tot 2032 ruim 3500

86 Gemeente Rijswijk (2021). Een ontwikkelkader voor het havenkwartier van Rijswijk. 87 Gemeente Rijswijk (2021). Ontwikkelkader Kessler Park en omgeving. 88 Gemeente Rijswijk (2019). Masterplan ‘In de Bogaard’. 89 Gemeente Rijswijk (nd). Projectwebsite RijswijkBuiten: link.

58.

woningen gerealiseerd. Hierbij is aandacht voor het realiseren van voorzieningen. Zo zijn er meerdere basisscholen (inclusief kinderopvang), een gezondheidscentrum en een buurtkamer/ wijkontmoetingsruimte gerealiseerd.

Financiën Financiën voor voorzieningen in de openbare ruimte bij gebiedsontwikkeling zijn binnen projecten opgenomen De financiële middelen voor het realiseren van voorzieningen in de openbare ruimte bij een ruimtelijke ontwikkeling worden in principe binnen dat project gedekt. Dat geldt niet voor het realiseren van gebouwde (maatschappelijke) voorzieningen. De grotere ruimtelijke ontwikkelingen hebben een grote invloed op de financiële positie van Rijswijk als geheel. Het kengetal voor de grondexploitatie (de boekwaarde van de grondposities van de gemeente in verhouding tot de verwachte baten) was in de begroting van 2023 51%. Door de realisatie van RijswijkBuiten neemt het kengetal af naar 18% in 2027.90 In de grondexploitatie zijn de kosten voor voorzieningen in de openbare ruimte geborgd, als het gaat om bijvoorbeeld de aanleg van riolering en de verdere inrichting van de openbare ruimte. Andere voorzieningen – met name gebouwde maatschappelijke voorzieningen – kunnen vanwege wettelijke regels niet in de grondexploitatie worden opgenomen. Hiervoor moeten dus elders middelen gevonden worden.

Het LTIP als middel voor financiering voor voorzieningen bij gebiedsontwikkeling? Daarnaast kan het Lange Termijn Investeringsplan (LTIP) volgens gesprekspartners een middel worden om financiering te realiseren voor voorzieningen bij ruimtelijke ontwikkelingen in relatie tot de stadsontwikkeling. Zoals in hoofdstuk 1 toegelicht is het LTIP momenteel nog niet gerealiseerd, maar zal dit naar verwachting bij de begroting voor 2025 worden opgeleverd.

Kansen en risico’s Gebiedsontwikkelingen kunnen ingrijpend zijn. Dit is een kans wat betreft voorzieningen. Eerder is al toegelicht dat gebiedsontwikkelingen een kans bieden voor het realiseren van ambities op het gebied van voorzieningen in de buitenruimte. In aanvulling daarop bieden gebiedsontwikkeling de kans om te werken aan het voorzieningenniveau in bredere zin en ook voor omliggende straten of buurten. Een voorziening heeft immers een bepaald verzorgingsgebied. Het realiseren van voorzieningen bij een gebiedsontwikkeling kan daardoor ook bijdragen aan het voorzieningenniveau van het omliggende gebied. Dit is een element wat in gebiedspaspoorten en ontwikkelkaders mogelijk explicieter terug kan komen. Een risico is dat bij gebiedsontwikkelingen niet alle voorzieningen gekwantificeerd worden. Ook worden niet alle benodigde voorzieningen meegenomen in de financiering. Dit is met name een risico voor maatschappelijke voorzieningen en voorzieningen op het gebied van vrijetijdsbesteding en economie. Dit hangt samen met het risico dat er bij gebiedsontwikkelingen met name aandacht is voor woningbouw, groen en mobiliteit en minder voor andere typen voorzieningen. Een ander risico is dat de koppeling tussen een gebiedsontwikkeling en het toekomstige beheer niet altijd gemaakt wordt, zo blijkt uit gesprekken.

Het risico bestaat daardoor dat de nieuw gerealiseerde voorzieningen op de lange termijn niet op hetzelfde kwaliteitsniveau beheerd kunnen worden.

90 Gemeente Rijswijk (2024). Kadernota 2025, p. 41

59.

Bijlage. Geraadpleegde bronnen Schriftelijke documentatie Voor de geraadpleegde schriftelijke documentatie wordt verwezen naar de voetnoten in de rapportage.

Gevoerde gesprekken Datum gesprek

Functie

27 mei 2024

Gemeentesecretaris/algemeen directeur

27 mei 2024

Afvaardiging gemeenteraad

14 juni 2024

Domeinmanager maatschappelijke ontwikkelingen

14 juni 2024

Concerncontroller

17 juni 2024

Portefeuillehouder energie, openbare ruimte, milieu en duurzaamheid volksgezondheid, kunst en cultuur Bestuursadviseur

17 juni 2024

Portefeuillehouder stadsontwikkeling, mobiliteit, grondzaken en participatiebeleid

26 juni 2024

Groepsgesprek betrokken medewerkers thema buitenruimte

27 juni 2024

Groepsgesprek betrokken medewerkers thema gebiedsontwikkeling

27 juni 2024

Groepsgesprek betrokken medewerkers thema economie

27 juni 2024

Groepsgesprek betrokken medewerkers thema vrijetijdsbesteding

21 augustus 2024

Groepsgesprek betrokken medewerkers thema maatschappelijke voorzieningen

60.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=5cf6626f-eaa6-4447-b5e8-cbaa3605c206