CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage A deel 6 Bestemmingsplan Te Werve Oost (RV 25-014)

Raadsvergadering 25 maart 2025, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Herstelbesluit bestemmingsplan Te Werve Oost (RV 25-014)39.510 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

De provincie hanteert de volgende uitgangspunten voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen: Bouw naar behoefte; Bouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied; Bouw georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer; versterk de langzaam vervoersrwelaties; houdt rekening met de gevolgen van de ontwikkeling voor de bereikbaarheid; Benut het netwerk van stedelijke centra en knooppunten; Bouw toekomstbestendig; houd rekening met energietransitie, natuurinclusiviteit, klimaatadaptie en een gezonde leefomgeving; Bouw voldoende betaalbare woningen. De ontwikkeling vindt plaats op een binnenstedelijke locatie, nabij andere stedelijke (woon)functies. Het betreft een gebiedseigen ontwikkeling die past bij de schaal en aard van het landschap en derhalve kan geconcludeerd worden dat sprake is van een inpassingsontwikkeling.

Toelichting (vastgesteld)

23

bestemmingsplan Te Werve Oost

Onderstaand is beoordeeld welke kwaliteitskaarten van toepassing zijn op het plangebied en welke richtpunten bij een dergelijke inpassing horen. Laag van de ondergrond Het plangebied is gelegen in het gebied 'Rivierdeltacomplex, jonge zeeklei'. Binnen dit gebied dienen ontwikkelingen bij te dragen aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden. De projectlocatie is echter niet gelegen in de Deltawateren of in buitendijks gebied. Het genoemde richtpunt is daarmee niet relevant voor de beoogde ontwikkeling. Laag van de cultuur- en natuurlandschappen Deze laag is niet van toepassing op het plangebied. Laag van stedelijke occupatie Het plangebied is gelegen binnen de gebieden 'Steden en dorpen' en 'Bouwwerken voor energieopwekking'. Aan de overzijde van het plangebied zijn is sprake van 'Historische centra en kernen'. Als ontwikkelingen plaatsvinden in of in de nabijheid van het historisch centrum dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de vitale stads- en dorpscentra met een gevarieerd functioneel en ruimtelijk beeld. Het plangebied is onderdeel van de wijk Te Werve. Deze wijk is de afgelopen jaren al veel vernieuwd. Onderhavig plangebied, Te Werve Oost, is een van de laatste delen van de buurt die vernieuwd dient te worden. De ontwikkeling c.q.

vernieuwing van de wijk, draagt bij aan het behoud en de versterking van de woningvoorraad van de gemeente Rijswijk, en meer specifiek de wijk Te Werve. De bij 'Steden en dorpen' behorende richtpunten luiden als volgt: Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. Daar waar hoogbouw niet samenvalt met "zwaartepunten" in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand (zie stads- en dorpsranden). Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. Het eigen karakter van het historisch centrum wordt versterkt. Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied. Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht.

Naast het karakter van de bebouwing, geldt dat de beoogde functies eveneens aansluiten op het stedelijke karakter van het omliggende gebied, waarin woon- en werkfuncties elkaar afwisselen en versterken. De ontwikkeling draagt op diverse wijzen bij aan de stedelijke groenstructuur. Door park De Driesprong loopt een primaire ecologische verbinding. Voor het goed functioneren van de primaire ecologische verbinding wordt deze verbonden met de ecologische verbinding langs de watergang van de Churchilllaan. In het Ontwikkelkader is opgenomen dat deze minimaal 15 meter breed dient te zijn, maar 20 meter wenselijk is. De ecologische verbinding langs de watergang van de Churchilllaan is op de verbeelding van dit bestemmingsplan bestemd als 'Waarde - Ecologie' waarbij de minimale breedte van 15 meter in acht is genomen. Daarnaast is in het voorgenomen plan ruim aandacht voor zichtbaar groen op de daken. Op deze manier ontstaat er een connectie tussen de bovenbouw met het straatbeeld. Bovendien draagt meer stedelijk groen door zijn bufferend en zuiverend vermogen bij aan de kwantitatieve en kwalitatieve verbetering van het stedelijk watersysteem. Binnen het plangebied en de directe omgeving is geen bebouwing aanwezig met cultuurhistorische waarden. Ook is geen sprake van een nieuwe uitbreidingswijk.

De richtpunten op genoemde onderdelen zijn daarom niet van relevant voor onderhavig project.

24

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Te Werve Oost

Laag van de beleving Deze laag is niet van toepassing op het plangebied. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past bij de aard en schaal van de omgeving en derhalve is sprake van een inpassingsontwikkeling. Het ontwerp sluit verder aan bij de aanwezige gebiedskwaliteiten en daarmee samenhangende richtpunten voor projecten die worden getypeerd als inpassing. Het project is daarmee in lijn met de het provinciaal beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. 3.2.2

Zuid-Hollandse Omgevingsverordening

Per 1 januari 2024 is de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) in werking getreden. In de verordening van provinciale staten van Zuid-Holland zijn de regels opgenomen voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Aan deze regels moeten ruimtelijke plannen van de gemeenten voldoen. Enkele relevante speerpunten uit de omgevingsverordening zijn de regels voor ruimtelijke kwaliteit en het toepassen van de ladder voor duurzame verstedelijking. Voor de ladder voor duurzame verstedelijking geldt overigens dat deze op basis van landelijke regelgeving niet van toepassing is, maar dat de provincie de bevoegdheid heeft nadere regels te stellen met betrekking tot de onderbouwing van de (regionale) behoefte, hetgeen de provincie Zuid-Holland in haar verordening heeft gedaan. Relatie tot ontwikkeling Er zijn diverse regels uit de Omgevingsverordening waar de voorgenomen ontwikkeling aan moet voldoen. Een samenvatting van deze regels met de relevante voorwaarden voor de voorgenomen ontwikkeling is onderstaand weergegeven. Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen In paragraaf 7.3.6.a van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening zijn de regels ten aanzien van toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen opgenomen. Deze paragraaf is van toepassing op nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.

In artikel 7.41aa is opgenomen dat een omgevingsplan (thans: bestemmingsplan) dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met 12 woningen of meer mogelijk maakt, daarbij de mogelijkheden en kansen voor toekomstbestendig bouwen betrekt. De volgende aspecten van toekomstbestendig bouwen worden blijkens het tweede lid van artikel 7.41aa betrokken: a. b. c. d. e. f. g.

de risico's van klimaatverandering; de energiehuishouding van de gebouwen, met name het gebruik en de opwekking van energie; de toepassing van circulaire of biobased grondstoffen of producten; de mogelijkheden om de emissies van NOx en CO2 te beperken in de bouw- en gebruikfsase; het reduceren van drinkwatergebruik door waterbesparende maatregelen te treffen; het versterken van de biodiversiteit; en het realiseren van een gezonde en veilige leefomgeving.

Daarnaast dient op grond van artikel 7.41b rekening te worden gehouden met de risico's van klimaatverandering, waaronder in ieder geval de te verwachten gevolgen van: a. b. c. d.

wateroverlast door overvloedige neerslag; overstroming; hitte; droogte;

alsmede de effecten van de bovengenoemde risico's van bodemdaling. Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. In paragraaf 4.12 van onderhavig plan wordt nader ingegaan op het aspect duurzaamheid, waarbij ook wordt in gegaan op de energiehuishouding van gebouwen, het versterken van de biodiversiteit en het realiseren van een gezonde en veilige leefomgeving. Voor wat betreft het in te zetten materieel tijdens de bouwfase geldt dat gewerkt wordt met materieel met een stage klasse van IV of hoger, met 6% AdBlue verbruik (zie hiervoor ook de invoergegevens bij de Aeriusberekening, zoals opgenomen in Bijlage 6 van deze toelichting). In paragraaf 4.4 wordt ingegaan op de aspecten wateroverlast, overstroming, hitte en droogte. Vooruitlopend op deze paragrafen kan geconcludeerd worden dat de artikelen 7.41aa en 7.41b

Toelichting (vastgesteld)

25

bestemmingsplan Te Werve Oost niet aan vaststelling van onderhavig plan in de weg staan. Ruimtelijke kwaliteit In paragraaf 7.3.7 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening zijn de regels ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit opgenomen. De paragraaf is van toepassing op nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Voorliggende projectlocatie is niet aangewezen met een beschermingscategorie. Artikel 7.42 is derhalve niet van toepassing. In artikel 7.43, 43a en 43c wordt het soort ruimtelijke ontwikkeling onderscheiden en de wijze waarop per soort ruimtelijke ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit dient te worden gewaarborgd. Uitgangspunt van de strategie voor de bebouwde ruimte is betere benutting van het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkelingen vindt daarom primair plaats binnen BSD. Het plan past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart zoals is beoordeeld in paragraaf 3.2.1. Omdat in onderhavige situatie sprake is van een ontwikkeling die naar aard en schaal past binnen de identiteit van de omgeving, is conform artikel 7.43 sprake van het soort ontwikkeling 'inpassen'.

Op basis van artikel 7.43c kan een omgevingsplan (thans: bestemmingsplan) voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort inpassen als deze rekening houdt met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, zodanig dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo tenminste gelijk blijft. Stedelijke ontwikkelingen In paragraaf 7.3.8 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening zijn de regels ten aanzien van stedelijke ontwikkelingen opgenomen. Op basis van artikel 7.44 dient een omgevingsplan (thans: bestemmingsplan) dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voor wonen, bedrijventerreinen of kantoren mogelijk maakt rekening te houden met de op de behoefteramingen van Gedeputeerde Staten gebaseerde regionale afgestemde behoefte aan deze ontwikkeling. De regionaal afgestemde behoefte kan blijken uit de instemming met of vaststelling van regionale bestuurlijke afspraken door Gedeputeerde Staten of uit een door Gedeputeerde Staten openbaar gemaakt document. De regionale bestuurlijke afspraken bevatten een uitwerking van de in de provinciale Omgevingsvisie genoemde doelstellingen. De provincie heeft als doelstelling uitgesproken om tot 2030 bijna 250.000 woningen te bouwen en hiervan dient zo veel als mogelijk binnen het bestaand stedelijk gebied gerealiseerd worden.

In paragraaf 3.1.3 is reeds ingegaan op de woningbehoefte binnen de provincie en regio, waar middels onderhavig bestemmingsplan een bijdrage aan wordt geleverd. Derhalve kan geconcludeerd worden dat er voldoende kwalitatieve en kwantitatieve behoefte is aan de voorgenomen ontwikkeling. Op basis van artikel 7.45 dient een omgevingsplan (thans: bestemmingsplan) dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, in de motivering in te gaan op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking. In paragraaf 3.1.3 van deze toelichting heeft deze toets reeds plaatsgevonden. Op basis van artikel 7.45b dient in een (omgevings)plan voor een stedelijke ontwikkeling met de functie wonen, rekening te houden met een zo hoog mogelijke woningdichtheid en dient het plan bij te dragen aan een goede woon- en leefomgeving. Hierbij dienen ook de mogelijkheden voor gevarieerde woningtypen betrokken te worden. Onderhavig bestemmingsplan biedt ruimte aan maximaal 583 woningen (waarvan 560 nieuwbouwwoningen het behoud van 23 bestaande woningen). Het plan kent een voorwaardelijke verplichting ten aanzien van parkeren. Deze voorwaardelijke verplichting borgt dat het maximum aantal woningen enkel gerealiseerd kunnen worden, wanneer aan is getoond dat voldoende parkeergelegenheid conform het gemeentelijk parkeerbeleid kan worden gerealiseerd.

In paragraaf 4.6 wordt nader op de parkeeroplossing in gegaan. Van het maximum aantal nieuwbouwwoningen waar het bestemmingsplan ruimte aan biedt wordt minimaal 50% gerealiseerd als sociale huur. Naast sociale huurwoningen worden ook woningen in het middeldure en dure segment gerealiseerd. Hiermee wordt voldaan aan de ambitie uit de NvU om in het plangebied naast woningen in het sociale segment, ook woningen in het middeldure en dure (koop- en huur)segment te realiseren. Voor de woningen geldt daarnaast dat dit bestemmingsplan ruimte biedt aan zowel grondgebonden woningen als appartementen. Artikel 7.45c bepaalt dat eveneens rekening gehouden moet worden met de gevolgen van de ontwikkeling voor de bereikbaarheid en in artikel 7.45ca is bepaald dat ook de mogelijkheden voor het bevorderen van de biologische diversiteit moeten worden betrokken. In paragraaf 4.6 van deze toelichting is ingegaan op de verkeersgeneratie- en afwikkeling als gevolg van dit plan en in paragraaf 4.3 en

26

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Te Werve Oost paragraaf 4.12 is ingegaan op de kansen voor biodiversiteit. Zodoende is in dit plan voldoende rekening gehouden met de gevolgen voor de bereikbaarheid en de kansen voor biodiversiteit. In artikel 7.45f is een parkeernorm voor nieuwe sociale huurwoningen opgenomen. Blijkens het tweede lid van artikel 7.45f geldt deze parkeernorm niet, als er op de lokale situatie afgestemde regels of beleid voor parkeren is vastgesteld. De gemeente kent specifiek parkeerbeleid en hier wordt in paragraaf 4.6 nader op ingegaan. De opgenomen parkeernorm in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening is gelet op voorgaande niet van toepassing. Wonen De bepalingen in paragraaf 7.3.8a van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (inzake wonen) is op grond van artikel 7.47c niet van toepassing als een omgevingsplan in ontwerp is vastgesteld voor de inwerkingtreding van deze paragraaf. De genoemde paragraaf is op 26 maart 2024 in werking getreden. Onderhavig bestemmingsplan heeft vanaf 22 december 2023 als ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegen. Zodoende zijn de artikelen uit paragraaf 7.3.8a van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening niet van toepassing. De voorgenomen ontwikkeling is echter wel in lijn met deze bepalingen. Hieronder wordt derhalve alsnog getoetst aan de desbetreffende artikelen.

Op basis van artikel 7.47a dient een (omgevings)plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met 12 woningen of meer mogelijk maakt, te voorzien in voldoende sociale huurwoningen. Onder voldoende wordt in ieder geval verstaan 30% sociale huurwoningen of wat hierover is vastgelegd in de afgestemde regionale behoefte, bedoeld in artikel 7.44. Artikel 7.47b bepaalt verder dat ook moet worden voorzien in voldoende betaalbare woningbouw. Onder voldoende wordt in ieder geval verstaan 2/3 betaalbare woningbouw of wat hierover is vastgelegd in de afgestemde regionale behoefte, bedoeld in artikel 7.44. Onderhavig bestemmingsplan betreft een uitwerking van het Ontwikkelkader en de Nota van Uitgangspunten die ten behoeve van Te Werve Oost reeds is vastgesteld door de gemeente. In de hiervoor genoemde kaders is vastgelegd dat minimaal 50% in het sociale huursegment gerealiseerd moet worden, zodat voorkomen wordt dat er teveel sociale huurwoningen verdwijnen. De andere 50% wordt middelduur en duur, zowel huur als koop. Aan de voorgenomen woningdifferentiatie is voldoende behoefte. Dit is reeds aangetoond in paragraaf 3.1.3 van deze toelichting. Conclusie Aan de relevante artikelen uit de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening wordt voldaan. De Zuid-Hollandse Omgevingsverordening vormt derhalve geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 3.2.3

Visie Rijke Groenblauw Leefomgeving

De Visie Rijke Groenblauwe Leefomgeving is opgesteld door de provincie Zuid-Holland en vormt een belangrijke bouwsteen voor de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland. De Wet Natuurbescherming schrijft voor dat de provincie een natuurvisie opstelt, al dan niet als onderdeel van een andere visie. De uitwerking van de Visie Rijke Groenblauwe Leefomgeving en de Uitvoeringsagenda vervangt de Beleidsvisie Groen. Deze Visie is opgesteld met de partners en kent een integrale afweging, gericht op het welzijn van de inwoners in onze provincie. De provincie Zuid-Holland grijpt de nieuwe Omgevingswet aan om het omgevingsbeleid te vernieuwen. In de Visie Rijke Groenblauwe Leefomgeving gaat veel aandacht uit naar de sturingsfilosofie van het omgevingsbeleid. De Visie Rijke Groenblauwe Leefomgeving is bedoeld als een levend document, onderweg naar de vaste stip aan de horizon. De Visie is ook een kapstok voor het provinciale handelen; niet beperkend, maar een houvast. Tot slot is de Visie een bouwsteen voor de provinciale Omgevingsvisie. Relatie tot ontwikkeling In de Visie zijn diverse ambities benoemd ten aanzien van natuurinclusiviteit en klimaatadaptatie. In de paragrafen 3.4.4, 4.3 en 4.12 wordt nader toegelicht op welke wijze de voorgenomen ontwikkeling rekening houdt met natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen.

Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de ambities uit de Visie Rijke Groenblauwe Leefomgeving van de provincie Zuid-Holland.

Toelichting (vastgesteld)

27

bestemmingsplan Te Werve Oost

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Verstedelijkingsalliantie

De gemeenten Rotterdam, Leiden, Zoetermeer, Den Haag, Rijswijk, Delft, Schiedam en Dordrecht hebben zich sinds eind 2017, met het oog op de woningbouwopgave, verenigd in de 'Verstedelijkingsalliantie'. Deze alliantie is een samenwerkingsverband met de provincie Zuid-Holland en de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag. Begin 2018 heeft deze alliantie een pamflet opgesteld, waarin wordt geschetst op welke wijze deze gemeenten de verstedelijkingsopgave (versneld) op zich willen nemen. Gekozen wordt voor een geconcentreerde verstedelijking langs de bestaande infrastructuur; de spoorlijn Dordrecht-Leiden. De woningbouwopgave en de versterking van de economische toplocaties worden in samenhang met investeringen in hoogwaardig openbaar vervoer op een integrale wijze uitgevoerd. Deze aanpak moet ertoe leiden dat in deze gemeenten tot 2040 in totaal 170.000 extra woningen worden gerealiseerd, waarvan 150.000 in een (centrum)stedelijk milieu en waarvan 75.000 in de directe nabijheid van treinstations. Relatie tot ontwikkeling Te Werve heeft een gunstige ligging ten opzichte van het openbaar vervoer. Trein-,tram- en bushaltes met verbindingen naar Den Haag en regio liggen binnen fiets- en loopbereik. Het plangebied is gelegen op een afstand van circa 1.0 kilometer van het station Rijswijk. Dit is een treinstation nabij het centrum van Rijswijk.

Tevens zijn nabij het station verschillende bus- en tramhaltes gesitueerd. Zie hiertoe figuur 3.3.

Figuur 3.3 Positie plangebied (bij benadering) ten opzichte van openbaar vervoer (bron: Structuurontwerp, Mecanoo). Onderhavig bestemmingsplan voorziet in een nieuw planologisch kader en biedt ruimte aan maximaal 583 woningen (bestaande uit 560 nieuwbouwwoningen en het behoud van 23 bestaande woningen). Er wordt zodoende een directe bijdrage geleverd aan de bestaande woningbouwopgave in de regio en de woningen worden in nabijheid van het OV gerealiseerd. Dit sluit aan bij hetgeen dat met de verstedelijkingsopgave van de verstedelijkingsalliantie is beoogd.

28

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Te Werve Oost

3.3.2

Woonvisie woningmarktregio Haaglanden 2017 - 2021

De regionale woonvisie (29 maart 2017) is richtinggevend voor gemeenten bij hun lokale woonbeleid. Het visiedeel (deel II) van de regionale woonvisie kijkt daarbij zo'n 10 jaar vooruit. De concrete ambities en maatregelen (deel III) zijn gericht op de korte termijn: de periode 2017 tot en met 2021. De keuze om met name de komende jaren centraal te stellen in de visie is een bewuste keuze. De contouren van de nieuwe woningmarkt zijn namelijk nog (lang) niet in beton gegoten. Tegelijkertijd liggen er wel een aantal duidelijke (ook lange termijn) opgaven klaar die om een concrete en voortvarende aanpak vragen. Snelheid is dus geboden, maar ook voldoende flexibiliteit. Qua toekomstige omvang van de regionale woningvoorraad streven de gemeenten er gezamenlijk naar om te beantwoorden aan de tot 2025 volgens de provinciale prognose (2016) verwachte behoefte van ruim 50.000 nieuwe woningen.Gemeenten kijken daartoe met name ook naar de mogelijkheden die leegstaande kantoren en leegstand op oude bedrijventerreinen biedt om nieuwe woningen toe te voegen. Daarnaast zal uiteraard ook nieuwbouw van woningen plaatsvinden. Tegelijkertijd sturen zij daarbij in de bouwwereld aan op een omslag van suburbane woonmilieus naar de meer gewenste stedelijke, dorpse en exclusieve woonmilieus (op basis van de woonmilieu-indeling volgens de ‘Steen van Rosetta’).

Alsook op een verschuiving in het bouwprogramma richting meer woonvormen voor met name jonge, oudere en (daarmee) kleinere huishoudens, omdat onder deze groepen de vraag aanzienlijk toeneemt. Wonen en zorg Door de vergrijzing van de zorg stijgt de behoefte aan levensloopgeschikte woningen in de komende jaren. Op dit moment zijn er in de regio ongeveer 49.000 levensloopgeschikte woningen binnen de sociale woningvoorraad van de woningcorporaties. In 2020 zal de groep huishoudens met een beperking binnen de sociale doelgroep uit ongeveer 40.600 huishoudens bestaan. In theorie zijn er dus nu voldoende levensloopgeschikte corporatiewoningen, maar in 65 procent van dit aanbod wonen nu huishoudens zonder fysieke beperking. In de koop- en vrije huursector geldt een min of meer vergelijkbare situatie. Het aantal huishoudens met een fysieke beperking betreft hier circa 53.800. Dit komt overeen met het aantal levensloopgeschikte woningen. Maar ook binnen deze woningvoorraad woont nu een aantal huishoudens zonder fysieke beperking. Het aantal verpleeghuisplaatsen in de regio Haaglanden bedroeg in 2015 zo’n 15.375 plaatsen. Volgens de berekeningen vanuit de zorgsector zal er in de aankomende jaren sprake zijn van een overschot van circa 2.000 plaatsen. Op de meer lange termijn stijgt de vraag naar verpleeghuisplaatsen door een verwachte toename van het aantal dementerende personen.

Ongeveer 70 procent van deze huishoudens blijft niettemin thuis wonen. Voor de overige 30 procent zal het wel nodig zijn om extra plaatsen te realiseren, zodra het nu nog bestaande overschot is ingelopen Relatie tot ontwikkeling Het programma waar onderhavig bestemmingsplan ruimte aan biedt bestaat uit een woonzorgcomplex (bedoeld voor bewoners met een intensieve (24-uurs)zorgvraag), sociale woningen (zowel appartementen als grondgebonden) en vrije sector woningen (zowel appartementen als grondgebonden). Voor het woonzorgcomplex geldt specifiek dat een belangrijke doelgroep wordt gediend. Een toename van het aanbod is nodig, om voor andere doelgroepen woningen vrij te maken. Door in het woningbouwprogramma van voorliggend initiatief daar ruimte aan te bieden, wordt de doorstroming op de woningmarkt bevorderd doordat koopwoningen, middeldure huurwoningen en sociale huurwoningen vrij komen voor hen die daarop aangewezen zijn. Het plan biedt hier op zichzelf tevens ruimte aan. Conclusie Het plan draagt op verschillende onderdelen bij aan het verwezenlijken van het regionaal woonbeleid. Geconcludeerd kan worden dat behoefte bestaat aan de voorgenomen ontwikkeling en dat daarmee niet alleen in kwantitatieve maar ook in kwalitatieve zin een bijdrage wordt geleverd aan het verlichten van de druk op de woningbouwmarkt.

De beoogde ontwikkeling is daarmee in lijn met de regionale woonvisie 'Woningmarktregio Haaglanden 2017 -2021'.

Toelichting (vastgesteld)

29

bestemmingsplan Te Werve Oost

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Stadsvisie Rijswijk 2030: Samen maken wij de stad!

De stadsvisie Rijswijk 2030 is vastgesteld op 27 september 2013. Daarin zijn de ambities voor Rijswijk beschreven. In de stadsvisie zijn drie pijlers te onderscheiden waarbinnen de verschillende, toekomstige vraagstukken het best kunnen worden ondergebracht: Betrokken inwoners pakken kansen (sociaal) Groene buitenplaats voor stedelijk wonen (ruimtelijk) Innovatieve katalysator van de regionale economie (economisch) Relatie tot ontwikkeling Uit de Stadsvisie 2030 volgt een aantal keuzes. Dat zijn geen voorgenomen coalitiebesluiten of concrete projecten, maar een aantal lijnen waarlangs beleid, initiatieven en maatregelen ontwikkeld kunnen worden. Voor de ontwikkeling binnen het plangebied is met name de ruimtelijke pijler relevant. Daarvoor is de volgende algemene ambitie beschreven: "Groene buitenplaats voor stedelijk wonen: in Rijswijk kan je ruim wonen in een lommerrijke omgeving of in een stedelijk gebied met groen altijd in de nabijheid. Dit kan individueel, met een partner en/of jong gezin of als oudere. Dit is uitgewerkt in de belangrijkste keuzes voor Rijswijk." Voor de beoogde ontwikkeling zijn de volgende keuzes uit de ruimtelijke pijler relevant: 1. Groen en water integreren in stedelijk gebied; 2. De stadsassen In de Bogaard, het Stationskwartier en de randen van de Plaspoelpolder worden met elkaar verbonden en ontwikkeld tot moderne stedelijke gebieden; 3.

Leegstaande panden zijn in 2030 (her)ontwikkeld tot aantrekkelijke woningen of hebben een andere bestemming gekregen; 4. Woningbouw vindt plaats in gebieden die al bebouwd of in ontwikkeling zijn; 5. Het toepassen van sloop- en nieuwbouw voor een gevarieerde woningvoorraad. Het plan waar voorliggend bestemmingsplan ruimte aan biedt, draagt in ieder geval bij op de keuzes zoals genoemd in ad. 1, 4 en 5. Zo wordt de bestaande woonwijk herontwikkeld en wordt een gevarieerd programma toegevoegd aan de wijk. Naast appartementen en grondgebonden woningen in zowel de sociale- middeldure als vrije sector, biedt het plan ook ruimte aan de ontwikkeling van zorgwoningen en dienstverlenende en maatschappelijke voorzieningen. Daarnaast wordt bij de uitwerking van het plan rekening gehouden met vergroening en het integreren van water. Zo worden onder andere collectieve daktuinen aangelegd op de (half)verdiepte parkeervoorzieningen binnen het plan. In lijn met de Stadsvisie wordt ook ontwikkeld in een reeds bebouwd gebied. Conclusie Het plan geeft invulling aan bovenstaande keuzes uit de stadsvisie. De voorgenomen ontwikkeling is daarmee in lijn met de gemeentelijke beleidsuitgangspunten zoals verwoord in de 'Stadsvisie Rijswijk 2030'.

3.4.2 Actualisatie Woonvisie Rijswijk 'Vertrouwd Stedelijk Wonen in Rijswijk, een woonvisie voor de periode 2015-2025' Op 11 mei 2021 is de actualisatie van de gemeentelijke woonvisie vastgesteld. In de woonvisie heeft de gemeente Rijswijk de ambities op het gebied van wonen tot 2025 vastgelegd. De woonvisie vormt de basis voor de strategische afwegingen die de stad maakt op het gebied van wonen. Centraal hierbij staat de vraag hoe Rijswijk het best kan inspelen op de woonbehoeften van de toekomst. De gemeente streeft naar kwalitatief goede woningen en onderscheidende woonmilieus voor huidige en toekomstige generaties. Daarin is ook de uitvoeringsagenda opgenomen, waarin de maatregelen staan om de doelen te bereiken. Het wensbeeld voor Rijswijk wordt uitgewerkt via vier pijlers binnen de originele woonvisie: de kwalitatieve en kwantitatieve groei van de woningvoorraad; betaalbaar wonen in Rijswijk; wonen in een duurzaam Rijswijk;

30

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Te Werve Oost wonen met zorg, aandacht voor kwetsbare doelgroepen; Al deze speerpunten blijven geldig binnen de actualisatie van de Woonvisie. De actualisatie van de Woonvisie kent twee nieuwe pijlers: doelgroepgericht woningbouwprogramma; werken aan een toekomstbestendige stad. De woningmarkt wordt gekenmerkt door een vraag gedreven karakter. Deze vraag laat zich niet vervatten in langjarige planningen, maar vraagt om korte termijn acties. Vanuit de vraagkant zijn in Rijswijk twee belangrijke ontwikkelingen te zien. Het aantal huishoudens neemt nog steeds toe en daarmee de behoefte aan nieuwe woningen en de druk op de sociale huurvoorraad blijft hoog en neemt eerder toe dan af. Specifieke doelgroepen (alleenstaanden, ouderen, starters, mensen met een beperking) en ook ZZP-ers hebben steeds meer behoefte aan (betaalbare) nieuwe woonvormen. Leegstaand vastgoed biedt kansen als het gaat om de realisatie van deze woonconcepten. Relatie tot ontwikkeling In de visie is aangegeven dat pijler 1 de 'kwantitatieve en kwalitatieve groei van de woningvoorraad' betreft. De gemeente Rijswijk wil hoogwaardige stedelijke woonmilieus laten ontstaan en daarnaast wil de gemeente rond centra onder andere woningen voor kleine huishoudens (algemeen), midden- en hogere inkomens en senioren realiseren. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit 355 sociale huurwoningen.

Het betreft zowel grondgebonden woningen als appartementen. Het plan biedt ruimte aan maximaal 583 (grondgebonden en gestapelde) woningen in de sociale, middeldure en vrije sector. Dit aantal is inclusief 30 zorgwoningen en het behoud van 23 eengezinswonigen. Er wordt derhalve ruimte geboden aan de realisatie van woningen voor alle huishoudens, geheel in lijn met pijler 1 uit de visie. In pijler 2, 'betaalbaar wonen in Rijswijk', wordt daarnaast ingezet op de realisatie van meer betaalbaar aanbod (boven sociale huur), om de doorstroming te bevorderen zodat goedkope woningen vrijkomen. De realisatie van het planvoornemen draagt hier direct aan bij, omdat woningen in ieder segment worden gerealiseerd. Het plan voorziet daarnaast ook nog in woongelegenheid voor personen die zorg nodig hebben. Een deel van deze personen zal in de huidige situatie wonen in een sociale huurwoning of middeldure huurwoning, waardoor er als gevolg van de ontwikkeling doorstroming plaatsvindt. Onder pijler 3 staan duurzame woningen centraal. In lijn met de noodzakelijke energietransitie en klimaatadaptie van de woningvoorraad, dienen nieuw te realiseren (zorg)woningen waar mogelijk duurzaam en klimaatadaptief te worden uitgevoerd. De bestaande verouderde sociale huurwoningen worden derhalve vervangen voor woningen die voldoen aan de laatst duurzaamheidseisen.

Voor een omschrijving van de wijze waarop duurzaamheid in het plan is verwerkt, wordt verwezen naar paragraaf 4.12. Pijler 4 gaat tevens in op de kwetsbare groepen. Het plan voorziet namelijk ook in maximaal 30 zorgwoningen. Hier wordt ruimte geboden aan de huisvesting van kwetsbare c.q. zorgbehoevende personen en het plan sluit daarmee ook direct aan op pijler 4. Binnen pijler 5 is de woningdifferentiatie verankerd. Zoals reeds beschreven omvat het programma een gedifferentieerd woonprogramma en het bouwplan voorziet daarmee in een wenselijke doelgroep, conform pijler 5. Tot slot verwezenlijkt pijler 6 de toekomstbestendige stad. Binnen het planvoornemen wordt groen en verduurzaming van de wijk in grote mate toegepast, op zijn minst door de verouderde sociale woningen te slopen ten behoeve van nieuwbouw in hetzelfde segment. Daarnaast wordt ingezet op het toevoegen van groen en worden de nodigde duurzaamheidsmaatregelen getroffen (zie paragraaf 4.12). Het bouwplan voldoet zodoende aan pijler 6. Conclusie Binnen de gemeente Rijswijk bestaat onder andere behoefte aan de realisatie van woningen voor senioren en kwetsbare groepen. De ontwikkeling sluit aan op de behoefte, en er wordt voorzien in een verdichtingsopgave binnen de bestaande woonwijk waar de gemeente graag een dergelijke verdichting

Toelichting (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Te Werve Oost ziet van de woningvoorraad en een meer gedifferentieerde bevolkingsopbouw wenst. Het plan sluit aan op alle pijlers uit het gemeentelijk woonbeleid. De ontwikkeling is dan ook in lijn met de actualisatie 'Woonvisie Rijswijk, Vertrouwd stedelijk wonen in Rijswijk'. 3.4.3

Woonzorgvisie 2021 - 2030

Op 12 oktober 2021 heeft de gemeenteraad de Woonzorgvisie 2021 - 2030 'Als wonen een zorg is' vastgesteld. Een Woonzorgvisie biedt een kans voor gemeentes en maatschappelijke partners om proactief aan de slag te gaan met de opgaves op het gebied van wonen en zorg. Nederland, en ook Rijswijk, is op dit moment onvoldoende in staat om de groeiende groep ouderen en andere kwetsbare doelgroepen voldoende te faciliteren in hun (toekomstige) woon,- welzijn-, en zorgbehoeften. Dat wordt in Rijswijk onderstreept door de analyse van Companen (bijlage 1 bij de Woonzorgvisie) en de inbreng van lokale organisaties op het gebied van zorg, welzijn en wonen. In de Woonzorgvisie zijn diverse opgaven en ambities benoemd teneinde kwetsbare Rijswijkers de mogelijkheid te bieden om in Rijswijk te (blijven) wonen. Om dit te bereiken wil de gemeente voor voldoende woonzorgaanbod voor kwetsbare inwoners zorgen, ook op de langere termijn. De uitgangspunten voor de uitvoering van de visie luiden als volgt: Inclusief en leefbaar Flexibel en toekomstbestendig Integraal Participatie en dialoog In de woonzorgvisie zijn diverse opgaven en ambities opgenomen per doelgroep. Deze worden hieronder verkort weergegeven. 1. Huisvestingsopgave senioren: tot 2040 geldt een huisvestingsopgave voor senioren die een gemiddelde houdt tussen de trend en basisvariant.

Daarnaast dient sprake te zijn van huisvesting die aansluit op de vraag van de Rijswijkse toekomstige ouderen. 2. Huisvestingsopgave mensen met een verstandelijke beperking: tot 2030 wil de gemeente 210 extra geclusterde of groepswooneenheden aan het aanbod toevoegen, zodat deze kwetsbare doelgroep in Rijswijk kan blijven wonen. Deze wooneenheden sluiten aan op de lokale vraag. Daarnaast wil de gemeente voor mensen met een verstandelijke beperking die zelfstandig kunnen wonen tot 2030 15 extra wooneenheden gespikkeld wonen realiseren. 3. Huisvestingsopgave kwetsbare volwassenen: er dienen voor 2030 23 extra wooneenheden voor de jaarlijkse uitstroom uit instellingen gerealiseerd te worden. Deze wooneenheden dienen zo gevarieerd mogelijk ingericht te worden, waarbij gebruik wordt gemaakt van innovatieve oplossingen. Relatie tot ontwikkeling Het programma waar onderhavig bestemmingsplan ruimte aan biedt voorziet in woningen in ieder segment. Ook biedt het plan ruimte aan zorgwoningen (voor bewoners met een intensieve (24-uurs)zorgvraag) en dienstverlenende en maatschappelijke voorzieningen. Laatstgenoemde voorzieningen hebben voornamelijk een wijkondersteunende functie. Uit voorgaande paragrafen is gebleken dat binnen de gemeente en tevens regio, veel behoefte bestaat aan het hiervoor beschreven programma.

Gelet op voorgaande past de voorgenomen ontwikkeling binnen de kwantitatieve en kwalitatieve opgave zoals beschreven in de Woonzorgvisie. Conclusie De beoogde ontwikkeling is in overeenstemming met de opgaven en ambities uit de Woonzorgvisie 2021-2030 van gemeente Rijswijk. 3.4.4

Groenbeleidsplan 2010-2020

In februari 2010 heeft de gemeenteraad het Groenbeleidsplan 2010-2020 'BomeNatuuRecreatie' vastgesteld. In het plan staan de 'groene' ambities voor ontwikkelingen in de stad. Het groen komt te vaak op de tweede plek. Met het groenbeleidsplan krijgt het weer de plek op de kaart van Rijswijk die het verdient. De groenstructuur van Rijswijk is de basis en dus het fundament van het groenbeleidsplan. Die groenstructuur bestaat uit de boomstructuur, natuurstructuur en recreatiestructuur en duurzaam, verbinden en beleven zijn de leidende principes. De visie van het groenbeleidsplan bestaat uit het creëren van een duurzame groenstructuur, door het

32

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Te Werve Oost behoud van de bestaande hoeveelheid groen, de identiteit en de kwaliteit van het groen te versterken en te zorgen voor groen dat in de omgeving past. Verbindingen zorgen voor samenhang in de groenstructuur. Dit vergroot de belevingswaarde van het groen. Investeren in de groenstructuur door middel van herinrichting en beheer betekent investeren in de stad als geheel. Het groenbeleidsplan fungeert als het groene toetsingskader voor ontwikkelingen en geeft richting aan het denken over groen, prioritering bij de uitvoering en keuzes in groenbeheer. Groen in de stad is belangrijk voor plant, dier en mens en levert een bijdrage aan de biodiversiteit. De stad kent een eigen ecosysteem met eigen stadsnatuur. De bebouwde omgeving heeft een hogere omgevingstemperatuur dan het landelijk gebied waardoor een grote diversiteit aan biotopen ontstaat. Het realiseren en instand houden van groen biedt overlevingskansen en vestigingsmogelijkheden voor planten- en diersoorten. Relatie tot ontwikkeling Het groen binnen de gemeente ligt enerzijds in de hoofdgroenstructuur, het fundament onder het groen van de stad, en anderzijds in kleinere groene eenheden door de stad. Bescherming, versterking en instandhouding van het groen binnen de gemeente is belangrijk.

Op grond van het Groenbeleidsplan kan geconcludeerd worden dat het plangebied in het westen gelegen is aan een primaire ecologische verbinding. Deze primaire verbinding loopt door de wijk van de Landgoederenzone, door park de Driesprong en via de Karel Doormanlaan/ Sir Winston Churchilllaan via het Havenkwartier naar de Vlietzone. In het Ontwikkelkader Te Werve Oost (zie paragraaf 2.3.2 van deze toelichting) is beschreven dat de doelsoorten voor de primaire ecologische verbinding bestaan uit Bruin Blauwtje, Libellen, Marters, Watersalamander, Dwergvleermuis, Voor en Spitsmuis. Voor het goed functioneren van de ecologische verbinding wordt deze verbonden met de watergang van de Churchilllaan. De strook dient minimaal 15 meter te zijn (dit is geborgd in onderhavig bestemmingsplan). Bij de verdere uitwerking van het ontwerp en de gebouwen wordt hier verder invulling aan gegeven. De gebouwen in de zone krijgen voorzieningen die aansluiten op de doelsoorten van de ecologische verbinding. De primaire ecologische verbinding is gewaarborgd door Artikel 10 Waarde - Ecologie in de regels en verbeelding van dit bestemmingsplan. De primaire ecologische verbinding is aangeduid op de verbeelding inclusief de Karel Doormanlaan.

De inrichtingseisen hiervoor zijn vastgelegd in het zogenoemde toetsingsdocument Natuurinclusief toekomstperspectief Te Werve Oost, dat als bijlage onderdeel uitmaakt van de toelichting en regels van voorliggend bestemmingsplan. In het Groenbeleidsplan zijn de visie en beleidsspeerpunten uitgewerkt naar deelgebieden. De gemeente is opgedeeld in zestien deelgebied en voorliggend plangebied is onderdeel van deelgebied 'G'. De woonsfeer binnen dit deelgebied wordt getypeerd als 'tuinstedelijk wonen'. Het is een rustige en groene naoorlogse wijk nabij het oude centrum van Rijkswijk. De Idenburglaan, waar het plangebied aan grenst (ten noorden), is aangewezen als een belangrijke bomenlaan. Langs deze lanen wordt gestreefd naar bomen van de 1e grootte. Langs de overige straten wordt gestreefd naar bomen van de 2e grootte.

Toelichting (vastgesteld)

33

bestemmingsplan Te Werve Oost

Figuur 3.4: Uitsnede kaart deelgebied 'G' (bron: Groenbeleidsplan 2010-2020). Te Werve is een groene wijk. Deze kwaliteit wordt gekoesterd en versterkt, naar een groen beeld dat toekomstgericht, hoogwaardig en divers is. Het Rijswijkse uitgangspunt bij ontwikkelingen is: bomen handhaven. Ten behoeve van het plan is een Boom Effect Analyse uitgevoerd. De rapportage is als Bijlage 1 opgenomen bij voorliggende toelichting. Uit het onderzoek blijkt dat de laanstructuur aan de Generaal Berenschotlaan en Karel Doormanlaan beeldbepalende laanstructuren zijn, vanwege de leeftijd en grootte van de bomen. Uit de Boom Effect Analyse blijkt dat in deze structuren veel bomen staan met een groot kroonoppervlak. Bomen met een groot kroonoppervlak vertegenwoordigen de meeste ecosysteemdiensten in de vorm van bijvoorbeeld afvangen fijnstof, verkoeling, interceptie neerslag en ecologische waarde. Deze bomen vertegenwoordigen veel meer waarde dan kleine bomen, zoals de bomen in de overige straten binnen het projectgebied. In dit kader is de belangrijkste conclusie van het onderzoek dat het vanuit boomtechnisch oogpunt sterk de voorkeur heeft om het ontwerp zodanig aan te passen dat de boomstructuren aan de Generaal Berenschotlaan en Karel Doormanlaan duurzaam behouden kunnen blijven.

Ook kunnen op een aantal plekken bomen worden verplant; om plaats te maken voor wonen of om plaats te maken voor een ander type boom (bijvoorbeeld een 1e orde boom). Met de beoogde herinrichting van het plangebied wordt de 'tuinstedelijk' woonsfeer behouden en daar waar mogelijk versterkt. Het plan voorziet in de realisatie van groen tussen de bouwblokken in en op de halfverdiepte parkeergarage. Daarbij wordt extra aandacht besteed aan de inrichting van het openbaar gebied. Uit het Groenbeleidsplan volgt dat de Generaal Spoorlaan en Sir Winston Churchilllaan een barrière vormen in de verbinding voor fauna. Door faunavoorzieningen aan te brengen, worden deze barrières opgelost. De voorgenomen ontwikkeling voorziet derhalve aan de zijde van de (Sir Winston) Churchilllaan in de realisatie van een ecologische zone. De ambitie is om de gevels te voorzien van klimplanten en andere voorzieningen voor fauna. Deze klimplanten dienen aan te sluiten op de

34

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Te Werve Oost doelsoorten van de buurt. Ook wordt daar waar mogelijk in de uitwerking van het ontwerp een groen-bruin dak gerealiseerd. Dit betreft een inrichting dat de natuur er zichzelf kan vestigen. Conclusie De beoogde ontwikkeling levert een impuls voor de groenbeleving binnen het plangebied. Naast groen in het openbaar gebied wordt de groene uitstraling van de wijk versterkt door groen op privé terrein: (gevel)tuinen, groene gevels, groene daken en daktuinen. Derhalve is het initiatief in lijn met het 'Groenbeleidsplan 2010-2020' van de gemeente Rijswijk. 3.4.5

Hoogbouwvisie Rijswijk

De Hoogbouwvisie van Rijswijk (24 april 2007) is het richtinggevend kader voor nieuwe ontwikkelingen die hoogbouw behelzen. Met de samenhangende visie op hoogbouwontwikkelingen in Rijswijk is het mogelijk geworden om in een breder kader te beoordelen of hoogbouw op een voorgestelde plek wel of niet wenselijk is. De hoogbouwvisie vervult de behoefte aan een beoordelingskader om de discussie over hoogbouwplannen beter te kunnen structureren. Een belangrijk kenmerk van de huidige Rijswijkse bebouwing is de veel- en overal voorkomende hoogbouw. Door meer structuur aan te brengen in deze hoogbouw wordt de ruimtelijke en landschappelijke structuur van Rijswijk nog verder benadrukt. De eigenheid, uniciteit en herkenbaarheid van Rijswijk in de regio wordt daarmee vergroot. Tevens kan met hoogbouw een belangrijke bijdrage worden geleverd aan de herstructureringsopgave. Hoogbouw Er is geen absoluut getal dat aangeeft wanneer hoge bebouwing ook werkelijk als hoogbouw wordt ervaren. Dat hangt namelijk direct samen met de omgeving en de context waarin dat gebouw staat. In een omgeving waarin de gemiddelde bouwhoogte bijvoorbeeld 35 meter bedraagt, zal een gebouw van 25 meter hoog niet als hoogbouw worden ervaren maar juist als lager element.

Datzelfde gebouw van 25 meter wordt echter wel degelijk als hoogbouw aangemerkt in een omgeving waarin de gemiddelde bouwhoogte 10 meter bedraagt, zoals een woonbuurt waarin vooral eengezinswoningen in twee lagen met een kap staan. De gemeente Rijswijk hanteert daarom de volgende definitie voor hoogbouw: bebouwing die minimaal 2 tot 3 keer hoger is dan de bebouwing in de directe omgeving. Relatie tot ontwikkeling De bebouwing die dit bestemmingsplan mogelijk maakt is niet aan te merken als hoogbouw, met uitzondering van de hoogte-accenten aan de Sir Winston Churchilllaan. Conform de Hoogbouwvisie is de oost-westlijn 'Sir Winston Churchilllaan' te benoemen als 'stedelijke boulevard'. De stedelijke boulevard is een belangrijke route naar de voorzieningencentra van Rijswijk. Hier ligt het conform de Hoogbouwvisie voor de hand om te intensiveren met hoogbouw, vooral in de vorm van woonbebouwing. De voorgenomen ontwikkeling past daarmee dus in de Hoogbouwvisie. In het kader hiervan wordt in de voorliggende toelichting onder andere ook aandacht besteed aan specifieke hoogbouwaspecten zoals bezonning en windhinder. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past in de Hoogbouwvisie. 3.4.6

Mobiliteitsprogramma Rijswijk 2040

Economische groei leidt tot mobiliteit en mobiliteit leidt tot economische groei, tot een bepaald punt. In de Randstad en dus ook in Rijswijk is het punt bereikt dat dit geen vanzelfsprekendheid meer is. Het Mobiliteitsprogramma Rijswijk 2040 zet de lijnen uit waarlangs de mobiliteit in Rijswijk zich zou moeten ontwikkelen om in de toekomst als stad bereikbaar, leefbaar en verkeersveilig te zijn. Om goed grip te krijgen op de knelpunten en de wensen uit de samenleving is er een Analyseatlas gemaakt, is er een een peiling gehouden onder alle Rijswijkers en zijn er werksessies met bewoners en ondernemers en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisatie georganiseerd. Als resultaat heeft de gemeente doelstellingen, uitgangspunten en oplossingsrichtingen kunnen formuleren. Doelstellingen De doelstellingen van het mobiliteitsprogramma luiden als volgt: 1. Bereikbaar 2. Leefbaar

Toelichting (vastgesteld)

35

bestemmingsplan Te Werve Oost 3. Veilig Uitgangspunten Om de doelstellingen te bereiken, zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

de mens centraal de stad samen maken met inwoners en ondernemers gebiedsgerichte aanpak gebiedsontwikkeling gebruiken als vliegwiel mobiliteitsbehoefte verdelen over de verschillende vervoerssoorten gebruikmaken van innovaties en experimenten samen optrekken met de regio

Deze uitgangspunten maken het mogelijk de overgang te maken naar een verkeerssysteem dat de ontwikkeling van Rijswijk, zoals beschreven in de Stadsvisie, blijvend ondersteunt. Kansen / oplossingsrichtingen De kansen en oplossingsrichtingen liggen in: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Rijswijkse gebiedsontwikkelingen Nieuwe vervoersmiddelen Nieuw beleid Aanleg hoogwaardig openbaar vervoer door het Rijk Motie 30 km binnen de bebouwde kom het nieuwe normaal Beschikbaarheid van data

Toekomstbeeld De einddatum van het mobiliteitsprogramma is 2040. Rijswijk is dan nog steeds een veilige, leefbare en bereikbare gemeente. Er wordt nog steeds autogereden, maar veroorzaken daarmee geen overlast zoals geluidshinder, luchtvervuiling en overvolle wegen. Er wordt gemakkelijker gebruik gemaakt van andere vormen van vervoer en deze veroorzaken geen overlast. De plattegrond van Rijswijk is anders: stoepen, voet- en fietspaden en straten en doorgaande wegen zijn zodanig ingericht dat er ruimte is voor alle verkeersdeelnemers. STOMP De gemeente gebruikt STOMP als ordeningsprincipe om de mobiliteitstransitie in praktijk te brengen. STOMP staat voor hoe verplaatsingen in een gebied worden onderscheiden: Stappen (lopen), Trappen (fietsen), Openbaar Vervoer, Mobility as a Service (MaaS, ook wel: deelmobiliteit) en Particuliere auto. Bij het STOMP-principe wordt aan de S het meeste prioriteit gegeven bij het inrichten van de openbare ruimte, gevolgd door de T, de O, de M en dan pas de P. Zo vormt de mens het startpunt. Door functiemenging van wonen, werken en voorzieningen, en compactheid toe te passen ontstaan gebieden waar lopen een aantrekkelijke optie is. Voor langere afstanden bieden fiets en openbaar vervoer uitkomst als schone en ruimte-efficiënte vervoerswijzen. MaaS – bijvoorbeeld deelvervoer – kan dit gebruik vergemakkelijken en verder stimuleren.

Idealiter wordt de privéauto vooral gebruikt voor verplaatsingen waarvoor lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit geen optie zijn. Dat wil niet zeggen dat er geen plek is voor auto’s: in sommige gebieden zal er voor de auto meer plek zijn dan voor bijvoorbeeld lopen en fietsen. Wat STOMP precies betekent voor een gebied, is sterk afhankelijk van het soort gebied. Het STOMP-principe geldt op alle schaalniveaus in de gemeente. STOMP is een systeem van communicerende vaten. Als in een gebied de wens bestaat het privéautogebruik te verlagen, dan zullen de andere delen van STOMP (lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit) moeten verbeteren. STOMP leidt tot veilige, efficiënte, korte, schone, inclusieve en gezonde verplaatsingen. Relatie tot ontwikkeling Te Werve ligt ingesloten door de gemeentelijke hoofdwegen Sir Winston Churchilllaan, Generaal Spoorlaan, Huis te Landelaan en Burgemeester Elsenlaan. De fiets- en voetpaden langs deze wegen zijn vrijliggend, van goede kwaliteit en vanuit de wijk Te Werve overwegend goed te bereiken. Aan de zijde van de Sir Winston Churchilllaan is dit echter niet het geval. In de Nvu (zie ook paragraaf 2.3.1) is opgenomen dat de wijk ontworpen dient te worden conform het STOMP-principe. In de NvU is daarnaast de ambitie opgenomen om de wijk niet te belasten met extra autoverkeer als gevolg van de nieuwbouw. 36

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Te Werve Oost De extra woningen die als gevolg van de herontwikkeling worden gebouwd mogen niet leiden tot meer autoverkeer in de wijk. Met de beoogde herstructurering van de wijk, wordt aandacht besteed aan de openbare ruimte, parkeergelegenheid en ontsluiting. In paragraaf 4.6 wordt nader ingegaan op de verkeer- en parkeeraspecten. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op het wegennet. In het licht van de herstructurering van de wijk zijn de aandachtspunten bekend en onderzocht. Een nadere toelichting hierop wordt gegeven in paragraaf 4.6 van deze toelichting. Op voorhand kan worden gesteld dat de ontwikkeling in lijn is met het Mobiliteitsprogramma Rijswijk 2040. 3.4.7

Parkeerbeleid gemeente Rijswijk

Op 8 februari 2011 heeft de gemeenteraad de gemeentelijke Parkeernormen vastgesteld. De nota is opgesteld om in de toekomst voldoende parkeergelegenheid te kunnen houden en duidelijkheid te krijgen over de implementatie van de parkeernormen. De nota is het toetsingskader voor de komende jaren. Door herziening van de bijlagen bij de nota kan de komende jaren flexibel worden ingespeeld op bijvoorbeeld maatschappelijke trends of een gewijzigde beleidsvisie. Het gebruik van parkeernormen heeft tot doel een zodanig aantal parkeerplaatsen voor nieuwe ontwikkelingen (of bij uitbreidingen) voor te schrijven, dat de plaatsen voorzien in de vooraf in te schatten parkeervraag. Daarmee moet worden voorkomen dat door aanleg van te weinig parkeerplaatsen een tekort en daarmee parkeeroverlast ontstaat. Tevens voorkomen de normen dat te veel parkeerplaatsen worden aangelegd, waardoor de automobiliteit gestimuleerd wordt en de leefbaarheid nadelig wordt beïnvloed. Aan de normen wordt actief getoetst bij (nieuwe) ontwikkelingen waarvoor een omgevingsvergunning voor bouwen vereist is, zoals nieuwbouwprojecten, uitbreidingen van bestaande bebouwing en functiewijzigingen waarvoor tevens een vergunning is vereist. Onder voorwaarden is gemotiveerd afwijken van de Nota Parkeernormen mogelijk.

Relatie tot ontwikkeling In paragraaf 4.6 is de voorgenomen ontwikkeling nader getoetst aan het geldende parkeerbeleid en de bijbehorende parkeernormen. Conclusie Paragraaf 4.6 van de toelichting gaat in op het aspect 'Verkeer en parkeren', waar de toetsing aan de gemeentelijke parkeernormen plaatsvindt. 3.4.8

Water

Ten aanzien van het aspect water heeft de gemeente divers beleid vastgesteld, te weten: het 'Gemeentelijk Riolerings- en Waterplan Rijswijk 2021 - 2025'; de 'Verordening afvoer hemelwater Rijswijk 2022'; en 'Rijswijk Adaptiestrategie en Aanpak Klimaatverandering' (RAAK). Relatie tot ontwikkeling De hierboven genoemde beleidsdocumenten worden in de paragrafen 4.4 Waterhuishouding en 4.12 Duurzaamheid van een nadere toelichting voorzien.

Toelichting (vastgesteld)

37

bestemmingsplan Te Werve Oost

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

4.1

Archeologische waarden

4.1.1

Toetsingskader

4.1.1.1 Erfgoedwet Op grond van de Erfgoedwet moet bij een project inzicht verschaft worden in de archeologische (verwachtings)waarden. Ook dienen bij ruimtelijke plannen tijdig de archeologische waarden te worden betrokken en dienen in bestemmingsplannen juridische eisen te worden gesteld ter bescherming van mogelijke waarden. 4.1.1.2 Actualisering Nota Cultureel Erfgoed Op 17 december 2013 heeft de gemeente Rijswijk de 'Actualisering Nota Cultureel Erfgoed' en bijbehorende archeologische waardenkaarten vastgesteld. In de nota wordt ingegaan op de vraag hoe resten uit het verleden kunnen worden behouden, zonder moderne ontwikkelingen buiten te sluiten. 4.1.2

Betekenis voor het plan

Op grond van het geldende bestemmingsplan “Te Werve” kent het plangebied de dubbelbestemmingen 'Waarde – Archeologie 2' en 'Waarde – Archeologie 3'. Gelet op deze archeologische dubbelbestemmingen is door onderzoeksbureau Vestigia een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd. De rapportage is bijgevoegd als Bijlage 3 van deze toelichting. De resultaten van dit onderzoek worden hieronder beschreven. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek kan aan het plangebied een hoge archeologische verwachting worden toegekend, met name voor het zuidelijke deel. Deze archeologische verwachting is gebaseerd op de landschappelijke ligging. Binnen het plangebied heeft bewoning kunnen plaatsvinden vanaf de vroege prehistorie. Deze resten kunnen mogelijk voorkomen op duinen welke in het plangebied aanwezig kunnen zijn. Op de oeverwallen van geulsystemen in het plangebied kunnen resten uit Bronstijd en IJzertijd verwacht worden. Echter kan het Gantelsysteem dat actief is van ca. 500 - 200 v. Chr. deze resten verspoeld hebben. Daarnaast kan op basis van voorgaande onderzoeken gesteld worden dat binnen het plangebied resten uit de Romeinse tijd aanwezig kunnen zijn. Het betreft resten die verband houden met het kanaal van Corbulo en de ten noorden van het kanaal gelegen weg met bermgreppel.

Daarnaast dient rekening te worden gehouden met het voorkomen van resten van nederzettingen, verkaveling of mogelijk grafstructuren, welke langs de weg te verwachten zijn. Deze worden op de afzettingen van het Gantelsysteem verwacht. Als laatste kunnen ook resten vanaf de Middeleeuwen en Nieuwe tijd voorkomen binnen het plangebied. Ook hierbij zijn nederzettingsresten niet uit te sluiten, al zal het voornamelijk om sporen van landgebruik gaan. Voor wat betreft de Nieuwste tijd kunnen resten van het boerenerf met kassen verwacht worden binnen het plangebied. Dit erf heeft binnen het plangebied gelegen tussen ca. 1900 en 1957. Hierna is de huidige woonwijk binnen het gebied gebouwd. Resten van de Tweede Wereldoorlog kunnen niet uitgesloten worden binnen het plangebied. Hoewel het plangebied buiten de aanduidingen op de inventarisatiekaart ligt, hebben veel activiteiten plaatsgevonden rondom het plangebied. Hierdoor kan het voorkomen van oorlogsresten niet volledig uitgesloten worden. Voor de perioden Romeinse tijd – Nieuwe tijd geldt dat deze resten kunnen voorkomen direct onder het huidige maaiveld of een mogelijk aanwezige ophogingslaag van ca. 1.00m. De sporen van het Neolithicum worden eerder verwacht in de zandige afzettingen onder het klei- en veenpakket dat op basis van voorgaande onderzoek waarschijnlijk in delen van het plangebied aanwezig is.

Eventuele grondsporen kunnen bestaan uit greppels, waterputten, haardkuilen, paalkuilen en kuilen. Binnen het bureauonderzoek is geen indicatie aangetroffen voor het voorkomen van inhumatiegraven of crematiegraven. Echter kunnen deze naast een Romeinse weg mogelijk wel aanwezig zijn. Daarnaast kunnen eventueel muurresten, funderingsresten, vloeren, constructiehout en vlechtwerk worden aangetroffen. Eventueel vondstmateriaal kan bestaan uit aardewerk, glas, (vuur)steen, metaal, leer, artefacten van been, menselijk en/of dierlijk botmateriaal en botanische resten. Op basis van de hoge archeologische verwachting ten behoeve van de bouw van de woonwijk is in het

38

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Te Werve Oost vooronderzoek geadviseerd om vervolgonderzoek uit te voeren. Een dergelijk vervolgonderzoek wordt momenteel in gang gezet, maar de uitvoering hiervan wordt ondere andere belemmerd door de bestaande bebouwing. Om de archeologische waarden ter plaatse van het plangebied te beschermen, is in dit bestemmingsplan eenzelfde beschermingsregime als in het nu geldende bestemmingsplan opgenomen. De dubbelbestemmingen 'Waarde – Archeologie 2' en 'Waarde – Archeologie 3' blijven onverkort van toepassing. Bij graafwerkzaamheden dienen de verplichtingen uit de dubbelbestemmingen in acht genomen te worden. Dit betekent dat ten tijde van de omgevingsvergunning voor bouwen er onderzoek nodig is wanneer de vrijstellingsgrenzen worden overschreden. Te allen tijde dient tijdens de werkzaamheden vrijgekomen grond onderzocht te worden op archeologische resten. Er geldt een wettelijke meldingsplicht indien tijdens grondwerkzaamheden archeologische resten worden gevonden. 4.1.3

Conclusie

De geldende archeologische dubbelbestemmingen blijven van toepassing, waardoor de eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied worden beschermd. Het aspect staat niet aan vaststelling van het bestemmingsplan in de weg.

4.2

Cultuurhistorie

4.2.1

Toetsingskader

Rijksbeleid Goede ruimtelijke ordening betekent dat er een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Gemeenten dienen bij het maken van ruimtelijke plannen rekening te houden met cultuurhistorische waarden. Gemeentelijk beleid In de gemeentelijke nota 'Actualisering Nota Cultureel Erfgoed' zijn ook cultuurhistorische waardenkaarten opgenomen. In deze nota zijn diverse gebieden/structureren beschreven die vanuit het oogpunt van cultuurhistorie waardevol zijn. 4.2.2

Betekenis voor het plan

In de gemeentelijke Nota Cultureel Erfgoed zijn diverse gebieden/structureren beschreven die vanuit het oogpunt van cultuurhistorie waardevol zijn: de Landgoederenzone, de historische dorpskern, de Vlietzone, de historische verkaveling (o.a. de Hoekpolder), de gebieden die tussen 1850-1900 zijn uitgebreid, de gebieden die tussen 1900-1940 zijn uitgebreid, de gebieden die tussen 1945-1960 zijn uitgebreid, historische landwegen en historische waterwegen. Figuur 4.1 betreft een uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart (behorende bij de gemeentelijke Nota Cultureel Erfgoed).

Toelichting (vastgesteld)

39

bestemmingsplan Te Werve Oost

Figuur 4.1 Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Rijswijk, plangebied bij benadering met een rode streeplijn weergegeven. Op basis van de cultuurhistorische waardenkaart is het plangebied gelegen in zogeheten cultuurlandschap (paars op figuur 4.1). De gemeente hecht veel waarde aan het Rijswijkse cultuurlandschap. Het bouwhistorisch- en cultuurlandschappelijke erfgoed van Rijswijk staat onder grote druk. Dit betekent niet dat bescherming van de Rijswijkse cultuurhistorische waarden geen zin meer heeft, maar wel dat behoedzaam met het overgebleven erfgoed moet worden omgaan. De gemeente wil het cultureel erfgoed als vertrekpunt nemen bij ruimtelijke vernieuwing. Te Werve is een naoorlogse woonwijk met een heldere opbouw; een raamwerk van robuuste lanen, straten en besloten hoven. De beleving van het groen is op verschillende niveaus ontworpen in Te Werve. Dit is een reeks van groene plekken: rondom de voordeur in de gemeenschappelijke binnentuin, het straatgroen, tot het buurt- en wijkpark. De bebouwing is op een vanzelfsprekende manier rondom deze groene structuren ingepast, in een strak ritme van orthogonale blokken. De hiërarchische opbouw is ook zichtbaar in de ontsluitingsstructuur. De nieuwe invulling ondersteunt deze ruimtelijke kenmerken. De Karel Doormanlaan, met grote rijen volgroeide bomen, vormt de ruggengraat van de wijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=d32dad45-056a-40f7-8be1-27c1d418552b