CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage A Armoedevrij Rijswijk - De Rijswijkse visie op armoede en schuldenpreventie (RV 24 043)

Forum Samenleving 1 oktober 2024, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Armoedevrij Rijswijk: De Rijswijkse visie op armoede en schuldenpreventie (RV 24-043)6.280 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Armoedevrij Rijswijk: De Rijswijkse visie op armoede en schuldenpreventie

Rijswijkse visie op Armoede en Schuldenpreventie

Pagina 1

Inhoudsopgave 1.

Voorwoord .................................................................................................................................................................................................................................. 3

2.

Inleiding ...................................................................................................................................................................................................................................... 4

3.

4.

5.

6.

2.1.

Visie ................................................................................................................................................................................................................................... 5

2.2.

Leeswijzer .......................................................................................................................................................................................................................... 5

Armoede gedefinieerd ................................................................................................................................................................................................................ 6 3.1.

Armoede en wettelijk sociaal minimum ............................................................................................................................................................................. 6

3.2.

Middeninkomens................................................................................................................................................................................................................ 6

3.3.

Bestaanszekerheid ............................................................................................................................................................................................................ 7

3.4.

Aanpak geldzorgen armoede en schulden ........................................................................................................................................................................ 8

Armoede in Rijswijk .................................................................................................................................................................................................................... 9 4.1.

Armoedecijfers in Rijswijk .................................................................................................................................................................................................. 9

4.2.

Huidig armoedebeleid ........................................................................................................................................................................................................ 9

4.3.

Onderzoek Stimulansz .................................................................................................................................................................................................... 11

Verantwoordelijkheden ............................................................................................................................................................................................................. 12 5.1.

Landelijk versus lokaal .................................................................................................................................................................................................... 12

5.2.

Lokaal versus regionaal ................................................................................................................................................................................................... 12

5.3.

Eigen verantwoordelijkheid .............................................................................................................................................................................................. 12

Onze uitgangspunten ............................................................................................................................................................................................................... 13 6.1.

De inwoner centraal in strijd tegen armoede ................................................................................................................................................................... 14

6.2.

Streven naar financiële bestaanszekerheid .................................................................................................................................................................... 15

6.3.

Armoede samen bestrijden .............................................................................................................................................................................................. 16

6.4.

In Rijswijk geen plek voor kinderarmoede ....................................................................................................................................................................... 17

Rijswijkse visie op Armoede en Schuldenpreventie

Pagina 2

1. Voorwoord Armoede raakt ons allemaal. Niet alleen omdat een steeds grotere groep mensen het risico loopt geconfronteerd te worden met geldzorgen, maar ook vanwege de bestaanszekerheid van iedereen in de samenleving. Zolang die niet voor iedereen gegarandeerd is, is die voor niemand gegarandeerd. We streven naar een Rijswijk met gelijke kansen voor elk kind, elke jongere en elke volwassene. Deze missie vormt de drijvende kracht achter ons lokale armoedebeleid en leidt de koers die we de komende periode zullen varen. Gelijke kansen voor iedereen zijn niet vanzelfsprekend. In onze strijd tegen armoede is het cruciaal dat we oog hebben voor de diepte van armoede. We moeten breder kijken dan alleen de financiële situatie van onze inwoners. Om een zeker bestaan voor iedereen te garanderen zijn toegang tot goede huisvesting, goed onderwijs en goede zorg minstens zo belangrijk. We zijn vastbesloten om de bestaanszekerheid te versterken door de verschillende vormen van ‘kapitaal’ te stimuleren. Want naast het vergroten van het financieel kapitaal (lees: geld) van onze inwoners, moeten we ook zorg dragen voor hun cultureel en sociaal kapitaal. Om de bestaanszekerheid van onze inwoners te garanderen. Om ervoor te zorgen dat Rijswijk een fijne plek blijft om te wonen. Ik ben trots op de totstandkoming van dit document.

Deze visie bepaalt de komende jaren de koers van ons lokale armoedebeleid. Het geeft richting aan onze inspanningen en prioriteiten en dient als leidraad voor concrete acties en maatregelen. Het is ontwikkeld voor en met de stad. Zo hebben we gesproken met collega’s van verschillende beleidsterreinen, maatschappelijke partners in de stad, betrokken inwoners, de adviesraad sociaal domein en de gemeenteraad. Het bundelen van de verschillende perspectieven heeft geleid tot de voorliggende visie. Samen werken we aan een Rijswijk waarin iedereen gelijke kansen heeft en niemand vanwege een krappe portemonnee aan de zijlijn staat. Omdat armoede ons allemaal aangaat. Gijs van Malsen Wethouder Volkshuisvesting, Integratie, Emancipatie, Armoedebestrijding en Welzijn

Rijswijkse visie op Armoede en Schuldenpreventie

Pagina 3

2. Inleiding In Rijswijk willen we dat een leven in armoede niet gelijkstaat aan een leven zonder kansen. Met gericht armoedebeleid bestrijden we armoede, strijden we voor gelijke kansen, stimuleren we participatie en voorkomen we schulden.

bij het Financieel Servicepunt de hulp die nodig is om mensen duurzaam uit de schulden te helpen en financieel sterker te maken. Zo bouwen we samen aan een gemeenschap waarin financiële zorgen niet langer een belemmering vormen voor een volwaardig en betekenisvol bestaan in Rijswijk.

Ook in Rijswijk treft armoede te veel van onze inwoners. Zowel op landelijk als lokaal niveau is er veel aandacht voor armoedebestrijding en het versterken van bestaanszekerheid. Hoewel de eerste verantwoordelijkheid bij het Rijk ligt om te voorzien in een toereikend bestaansminimum, voelen wij als gemeente de noodzaak en verantwoordelijkheid om onze inwoners de mogelijkheid te bieden om volwaardig deel te nemen aan de samenleving. In Rijswijk wonen 56.941 inwoners, in totaal 27.574 huishoudens.1 Net als in onze buurgemeenten leven in Rijswijk relatief veel mensen in armoede in vergelijking tot het landelijk gemiddelde. In Rijswijk leeft 7,0% van de huishoudens met een inkomen tot 101% van het wettelijk sociaal minimum. Dat percentage loopt op tot 15,5% voor huishoudens tot 130% van het wettelijk sociaal minimum.2 Dit zijn momenteel de meest gebruikte inkomensgrenzen voor ons minimabeleid. In het volgende hoofdstuk duiden we deze en andere cijfers om ze in het licht van ons armoedebeleid te plaatsen.

Armoede gaat niet alleen over een gebrek aan financiële middelen, maar beïnvloedt ook andere aspecten van iemands leven. Als iemand niet genoeg geld heeft om rond te komen, maakt diegene zich vaker zorgen over basisbehoeften zoals huisvesting, voedsel, kleding en rekeningen. Mensen die geldzorgen hebben of in armoede leven ervaren vaak meer stress, gezondheidsproblemen, eenzaamheid en schaamte. Zo houdt armoede direct verband met een leven in bestaansonzekerheid. Bovendien hebben kinderen die opgroeien in armoede minder kans op een succesvolle toekomst. Ze kunnen moeite hebben om zich te concentreren op school en lopen vaker leerachterstanden op. Ook is de kans groter dat ze zonder diploma de school verlaten.

We hebben geen invloed op de hoogte van de uitkeringen. Dat wordt op landelijk niveau bepaald. Wel kunnen we zo eerlijk mogelijk bijzondere kosten vergoeden, mensen attenderen op (lokale) minimaregelingen en participatie, sport en cultuurgebruik stimuleren. Onze focus ligt op het voorkomen van schulden door in te zetten op preventieve maatregelen. Wanneer inwoners financieel toch door het ijs zakken bieden we met onze dienstverlening

We willen investeren in een stevig armoedebeleid en het doorbreken van armoede die van generatie op generatie wordt overgedragen. Dit wordt ook wel intergenerationele armoede genoemd. Hiermee bespaart de gemeente, en daarmee de gehele samenleving op lange termijn geld. Door geldstress bij inwoners te verminderen, stimuleren we het oplossend vermogen, de kans op (behoud van) werk en een betere gezondheid. Op lange termijn leidt dit tot een lager aantal mensen dat afhankelijk is van de gemeente voor sociale voorzieningen en een verlaging van gezondheidszorgkosten en kosten van bijvoorbeeld jeugdhulp.

1 Waarstaatjegemeente.nl (JIVE), cijfers uit 2022. In dit document hebben

we in alle gevallen cijfers van 2022 gebruikt, omdat het CBS nog geen volledige gegevens over 2023 beschikbaar heeft gesteld. Inmiddels is het inwoneraantal van Rijswijk doorgegroeid naar circa 60.000 inwoners. Rijswijkse visie op Armoede en Schuldenpreventie

2 Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). (2022). StatLine.

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/

Pagina 4

2.1.

Visie

Het voorliggende document geeft invulling aan de ambitie, zoals opgenomen in het collegewerkprogramma, om een integrale visie op armoede en schuldenpreventie te ontwikkelen. De visie richt zich op de toekomst en laat zien hoe we in Rijswijk zorgdragen voor een samenleving die niet wordt beheerst door armoede. Hiermee trachten we schulden te voorkomen. Parallel aan de ontwikkeling en vaststelling van deze visie gaan we door met de uitvoering van de doelen zoals opgenomen in de Kadernota Schuldhulpverlening, de Kadernota en het gelijknamige Uitvoeringsplan Samen Kans-Rijk, het Actieplan Armoedebestrijding+ en het Programma financiële dienstverlening. De voorliggende nota sluit daarnaast aan bij de Kadernota Sociaal Domein. Het vervolg op deze visie betreft een uitvoeringsprogramma met acties waarin we ook concrete doelstellingen opnemen. De Rijswijkse visie op armoede en schuldenpreventie vormt het kompas waarmee we onze koers bepalen voor het beleid van de komende jaren. In deze visie introduceren we onze uitgangspunten en prioriteiten voor de komende periode. Het biedt niet alleen een richting voor ons lokale beleid, maar schetst ook hoe we ons willen verhouden tot landelijke beleid dat voortdurend in beweging is. Bovendien hebben we de ambitie om middels

Rijswijkse visie op Armoede en Schuldenpreventie

dit document veelgebruikte begrippen en definities in het armoededebat te verduidelijken, zodat we beleidsmaatregelen op de juiste manier kunnen treffen en bediscussiëren. Door deze visie vast te stellen, nemen we collectief besluit over de richting die we volgen met ons armoedebeleid.

2.2.

Leeswijzer

In dit document werken we door de verschillende hoofdstukken toe naar een Rijswijkse visie op armoede en schuldenpreventie. In hoofdstuk 3 definiëren we begrippen. Dit legt de basis voor een heldere communicatie en begrip bij het ontwikkelen van nieuw beleid. In hoofdstuk 4 schetsen we uitgebreid de huidige lokale armoedesituatie en hetgeen we momenteel doen om armoede te bestrijden. In hoofdstuk 5 formuleren wij onze verantwoordelijkheid als gemeente ten opzichte van de inwoner, de regio en de Rijksoverheid. Vervolgens werken we in hoofdstuk 6 de uitgangspunten voor het toekomstige beleid uit, op basis van input van inwoners, de adviesraad, netwerkpartners en collega’s. Deze uitgangspunten worden hieronder geïntroduceerd. Ze vormen de bouwstenen voor toekomstig beleid en bepalen de richting die we als gemeente willen inslaan om armoede effectief te bestrijden en preventieve maatregelen te versterken.

Pagina 5

3. Armoede gedefinieerd Armoede, bestaanszekerheid, financiële bestaanszekerheid, middeninkomens, wettelijk sociaal minimum en armoedegrenzen. Dit zijn slechts enkele begrippen die veelvuldig worden gebruikt in het armoededebat. Opmerkelijk is dat deze termen vaak door elkaar heen worden gebruikt, zonder een heldere duiding. Dit leidt tot discussies gebaseerd op verschillende aannames en brengt het risico met zich mee dat beleid wordt ontwikkeld zonder de gewenste resultaten. In dit hoofdstuk streven we naar een eenduidig begrippenkader voor het armoedebeleid in Rijswijk, waarin we definiëren wat wij onder de meest gebruikte begrippen verstaan. Hiermee zorgen we dat de begrippen die we opnemen in de uitgangspunten voor iedereen helder zijn.

3.1.

Armoede en wettelijk sociaal minimum

Het wettelijk sociaal minimum is het inkomen dat volgens de wet als minimaal noodzakelijk wordt beschouwd om in de basisbehoeften van het dagelijks leven te voorzien. Dit minimuminkomen wordt vastgesteld door de overheid en omvat onder andere kosten voor voeding, huisvesting, kleding, zorgverzekering en persoonlijke verzorging. Het wettelijk sociaal minimum verschilt per levenssituatie, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen bijvoorbeeld alleenstaanden, alleenstaande ouders en gezinnen. Het sociaal minimum wordt periodiek herzien om rekening te houden met economische en maatschappelijke veranderingen. Zowel het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) als het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) wagen zich aan duiding van armoedeproblematiek in Nederland. Momenteel worden door het CBS en SCP verschillende definities en rekenmethoden gebruikt. Het SCP hanteerde het ‘niet-veelmaar-toereikend-criterium’, het CBS spreekt van de ‘lage inkomensgrens’.

De armoedegrenzen verschillen in niveau, onderliggend inkomensbegrip, indexering en in doelpopulatie, maar beogen beide inhoud te geven aan een minimaal noodzakelijk geacht pakket van levensbehoeften. Het uitgangspunt is om tot een bedrag te komen dat een inwoner minimaal nodig heeft. Sinds kort werken het CBS, SCP en Nibud samen om tot één definitie te komen. Verwacht wordt dat de statistieken volgens de nieuwe afbakening van armoede in het tweede kwartaal van 2024 beschikbaar zijn. In dit document volgen we voor nu de definitie van het CBS wanneer we spreken over de doelgroep die leeft onder de armoedegrens. We kiezen voor deze definitie omdat er meer specifieke en recentere lokale gegevens beschikbaar zijn gesteld door het CBS. In ons huidige minimabeleid hanteren we 100% en 130% van het wettelijk sociaal minimum als meest gebruikte inkomensgrenzen voor diverse minimaregelingen.

3.2.

Middeninkomens

In de periode van de energiecrisis is veel gesproken over de middeninkomens die onder druk komen te staan, mede door de recordinflaties en de energiecrisis. Er is echter geen officiële definitie van ‘de middeninkomens’. Veelal wordt hiermee de groep inwoners bedoeld die buiten inkomensondersteunende regelingen valt, maar geen riant inkomen heeft. Veel gemeenten hebben een afweging gemaakt om deze groep tijdelijk extra te ondersteunen. Ook de gemeenteraad van de gemeente Rijswijk heeft een afweging gemaakt en bij vaststelling van het Actieplan Armoedebestrijding+ een budget beschikbaar gesteld voor ondersteuning van inwoners met een middeninkomen. Inmiddels is duidelijk dat de Rijksoverheid haar rol erkent en actie onderneemt om armoedeproblematiek binnen deze groep te voorkomen en te bestrijden. Zo heeft het Rijk in september 2023 € 2 miljard beschikbaar gesteld voor koopkrachtherstel en ondersteuning van de middeninkomens.3

3 Rijksoverheid. (2023). Plannen voor armoede en koopkracht.

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/prinsjesdag/armoede-en-koopkracht Rijswijkse visie op Armoede en Schuldenpreventie

Pagina 6

3.3.

Bestaanszekerheid

Tegenwoordig wordt steeds vaker gesproken over ‘bestaanszekerheid’ in het armoededebat. Hoewel deze term de recent meer aandacht heeft gekregen, bestaat hij al lange tijd. Al in 1983 is een artikel over bestaanszekerheid opgenomen in de Nederlandse grondwet: Artikel 20: Bestaanszekerheid 1. 2. 3.

De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid. De wet stelt regels omtrent de aanspraken op sociale zekerheid. Nederlanders hier te lande, die niet in het bestaan kunnen voorzien, hebben een bij de wet te regelen recht op bijstand van overheidswege.

Het belang van bestaanszekerheid wordt bovendien ook genoemd in artikel 25 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948, dat niet alleen financiële zekerheid noemt, maar ook welzijn en gezondheid. Dit komt overeen met het huidige gebruik van de term ‘bestaanszekerheid’ in het Nederlandse debat. Bestaanszekerheid omvat niet alleen de zekerheid van voldoende en stabiel inkomen, maar plaatst financiële problemen ook in een bredere context. Het omvat bijvoorbeeld ook betaalbare huisvesting, betaalbare gezondheidszorg en betekenisvolle sociale relaties. Deze aspecten zijn allemaal essentieel om de rust en ruimte te creëren die nodig is voor persoonlijke ontwikkeling en participatie in de samenleving. Een integraal armoedebeleid dat armoedeproblematiek in het bredere spectrum van bestaanszekerheid plaatst is essentieel om de positie van burgers te verbeteren. We leggen de verbanden naar andere beleidsterreinen, waarbij wij ons focussen op de financiële bestaanszekerheid van inwoners.

Rijswijkse visie op Armoede en Schuldenpreventie

Pagina 7

3.4.

Aanpak geldzorgen armoede en schulden

Medio 2022 heeft Carola Schouten, minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, de meerjarige Aanpak geldzorgen armoede en schulden geïntroduceerd. Op basis van deze Rijksdoelstellingen ontvangen gemeenten budget voor de bestrijding van armoede en schulden. Het doel van deze aanpak is drieledig: • • •

Een halvering van het aantal mensen in armoede in 2030 (t.o.v. 2015); Een halvering van het aantal kinderen dat in armoede opgroeit in 2025 (t.o.v. 2015); Een halvering van het aantal huishoudens met problematische schulden in 2030 (t.o.v. 2015).

Om dit te bereiken zijn er in haar optiek diverse uitgangspunten, waarin gemeenten een actieve rol nemen: 1) Betere borging van bestaans- en inkomenszekerheid: een voldoende stabiel inkomen is de basis; 2) Preventie van geldzorgen: goede voorlichting van jongs af aan, in alle levensfases en dichtbij om de juiste financiële keuzes te kunnen maken; 3) Een overheid die werkt voor mensen en voorziet in laagdrempelige, eenvoudige, mensgerichte financiële hulp en sociale incasso; 4) Maatregelen om (generatie)armoede te doorbreken zodat iedereen meedoet en vooruitkomt; 5) Mensen eerder en beter schuldhulpverlening aanbieden zodat er sneller perspectief is op een financieel zorgeloze toekomst.

Rijswijkse visie op Armoede en Schuldenpreventie

3.4.1. Mensen in armoede De verantwoordelijkheid voor de halvering van het aantal mensen dat in armoede leeft is grotendeels de verantwoordelijkheid van de Rijksoverheid. Zij hebben invloed op de hoogte van het minimumloon, de uitkeringen en de bepaling van de armoedegrenzen. Het lokale beleid is ontwikkeld om incidentele uitgaven op te vangen en deelname aan de samenleving te bevorderen.

3.4.2. Kinderen in armoede Het aantal kinderen in armoede is deels afhankelijk van het beleid van de Rijksoverheid. Kinderen groeien immers op in huishoudens met een kleine portemonnee waardoor ze onder deze doelgroep vallen. Het is bekend dat armoede van generatie op generatie wordt overgedragen. De Rijksoverheid zet in op extra maatregelen om kinderarmoede te doorbreken, bijvoorbeeld door het faciliteren van schoolontbijten op school. Door goed en gericht beleid kan je lokaal ook extra investeren op het doorbreken van intergenerationele armoede en het verbeteren van kansengelijkheid.

3.4.3. Huishoudens met schulden Het aantal huishoudens dat schulden opbouwt is grotendeels verantwoordelijkheid van de Rijksoverheid, op welke manier wij mensen met schulden in beeld brengen en helpen is een wettelijke taak van de gemeente. De gemeente heeft dus invloed op het aantal huishoudens in schulden. We zetten actief in op de doorontwikkeling van onze schuldhulpverlening. De acties en doelstellingen hebben we vastgelegd in het Programma Financiële Dienstverlening. De voorliggende visie ziet toe op het voorkomen van mensen met schulden door in te zetten op preventieve armoedebestrijding.

Pagina 8

4.2.

4. Armoede in Rijswijk In dit hoofdstuk duiden we de armoedeproblematiek in Rijswijk op basis van CBS-gegevens en een onderzoeksrapport van Stimulansz. We beargumenteren hoe deze armoedeschets bijdraagt aan de totstandkoming van de uitgangspunten in hoofdstuk 6.

4.1.

Armoedecijfers in Rijswijk

Bij het ontwikkelen van minimabeleid hanteren gemeenten inkomensgrenzen, in percentages van het wettelijk sociaal minimum. Hiermee bepaalt de gemeente wie recht heeft op gemeentelijke ondersteuningen. Doordat gemeenten voor een groot deel vrij zijn in hoe zij de inkomensgrenzen inrichten is er landelijk veel verschil tussen gemeenten in het gevoerde minimabeleid. Dit kan ertoe leiden dat inwoners in de ene gemeente door aanvullend gemeentelijk beleid minder armoede ervaart dan in andere gemeenten. Onderstaande grafiek geeft een beeld van het aantal inwoners per inkomenscategorie in Rijswijk. In uitgangspunt 2 bepalen we dat we streven naar financiële bestaanszekerheid voor de doelgroep tot 130% van het wettelijk sociaal minimum. Inkomen t.o.v. w.s.m. 101% 105% 110% 120% 130% 140% 150%

Percentage t.o.v. totaal huishoudens 7,0% 8.8% 10,3% 13,0% 15,5% 18,1% 20,8%

Absolute aantal huishoudens4 1.930 2.427 2.840 3.585 4.274 4.991 5.735

Huidig armoedebeleid

In Rijswijk hanteren we in ons minimabeleid momenteel verschillende inkomenscriteria. De meeste minimaregelingen zijn beschikbaar voor inwoners met een inkomen tot 130% van het wettelijk sociaal minimum. Dit zijn de gemeentelijke regelingen die participatie in de samenleving stimuleren of een extraatje verzorgen in de vorm van geld of producten in natura zoals kleding of een computer. De individuele inkomenstoeslag is beschikbaar voor inwoners met een inkomen dat drie jaar op maximaal 100% van het wettelijk sociaal minimum ligt. De kwijtschelding van gemeentelijke belasting is beschikbaar voor alle inwoners met een inkomen rond 100% van het wettelijk sociaal minimum. Hierbij houden we ook rekening met hogere maandlasten. Daarnaast verstrekken we bijzondere bijstand voor bijzondere en onverwachte kosten die binnen de ‘Beleidsregels bijzondere bijstand en participatieregelingen Rijswijk 2022’ vallen. Tot 110% van het wettelijk sociaal minimum vergoeden we bedragen volledig, daarboven voeren we een draagkrachtmeting uit. De afgelopen jaren hebben we niet stilgezeten en is er divers nieuw beleid ontwikkeld. Enkele hoogtepunten zijn de vaststelling van het Actieplan Armoedebestrijding+ en oprichting van de inwonersraad, de oprichting van het serviceteam en de pilot gratis OV voor ouderen.

Daarnaast hebben we met het Programma financiële dienstverlening grote stappen gezet in het verbeteren van onze hulpverlening voor mensen met schulden. Zo bereiken we veel meer mensen met onze vroegsignalering door meer proactief te werken. Met proactief bedoelen we hier: zelf als professional initiatief nemen door mensen op te zoeken en (ongevraagd) hulp en diensten aan te bieden. Hierdoor zien we dat we inwoners in een eerder stadium beter kunnen helpen. We zien dat werken met ervaringsdeskundigen, een proactieve werkwijze en doelgericht beleid – in dit geval specifiek voor ouderen – werkt. We bestendigen deze positieve ervaringen in de verschillende uitgangspunten voor de toekomst.

4 CBS Statline – Inkomens 2022

Rijswijkse visie op Armoede en Schuldenpreventie

Pagina 9

4.2.1. Armoedebeleid in samenwerkingsverband Naast het beschikbaar stellen van de verschillende minimaregelingen doen we samen met onze partners in Rijswijk nog veel meer om armoede te bestrijden. De afgelopen jaren hebben onze samenwerkingspartners hun waarde bewezen.5 Elke dag laten zijn zien: ‘Armoede bestrijden we samen.’ •

• •

•

•

•

Financieel Netwerk Rijswijk: In Rijswijk hebben we ons eigen Financieel Netwerk Rijswijk (FNR). Dit is een netwerk van maatschappelijke organisaties en bedrijven die zich samen inzetten om armoede in Rijswijk te verhelpen, door het organiseren van netwerkbijeenkomsten en activiteiten. Voedselbank: We subsidiëren de Voedselbank om ervoor te zorgen dat niemand honger hoeft te leiden in Rijswijk. Stichting Urgente Noden: We hebben een lokaal noodhulpbureau opgericht met behulp van Stichting Urgente Noden (SUN). SUN Rijswijk is een noodhulpbureau voor mensen die voor geen enkele sociale voorziening in aanmerking komen, maar hier wel noodzaak bij hebben. Weggeefwinkel Rijswijk: Een winkel met gratis producten voor mensen met een Ooievaarspas, zoals kleren, servies of een spelletje. Stichting Welzijn Rijswijk: Op verschillende manieren zet Welzijn Rijswijk zich in voor onze inwoners in armoede, o.a. door het faciliteren van weggeefkastjes en de inwonersraad armoedeverlichting. Don Bosco Rijswijk: Het LunchLoket van Don Bosco draagt bij aan een volle maag voor onze jongste inwoners.

•

•

•

•

Stichting Kei: Naast de uitvoering van de kindregelingen zet Sticht ing Kei verschillende acties op voor mensen in armoede, zoals een winterjassenactie of de fietsregeling. Schuldhulpmaatjes (Stichting Voor Elkaar Rijswijk): De stichting ondersteunt mensen laagdrempelig met financiële problemen of vragen. De vrijwilligers binnen deze stichting helpen mensen op weg naar een gezonde financiële huishouding. Stichting Babyspullen: In samenwerking met het beleidsterrein volksgezondheid ondersteunen we moeders met pasgeboren kinderen met een startpakket om de eerste financiële zorgen uit handen te nemen. Menstruatie-uitgiftenpunten: We hebben ons aangesloten bij het armoedefonds om menstruatie-uitgiftepunten te realiseren. Hiermee voorkomen we dat meisjes en vrouwen worden belemmerd in hun dagelijks leven door een gebrek aan geld voor menstruatieproducten.

5 Onderstaande lijst is niet uitputtend.

Rijswijkse visie op Armoede en Schuldenpreventie

Pagina 10

4.3.

Onderzoek Stimulansz

Begin 2024 heeft Stimulansz een onderzoek uitgevoerd waarin zij een doorrekening maken van het minimabeleid in de gemeente Rijswijk. Het doel van het onderzoek is om een objectief beeld te vormen van het samenspel tussen landelijke en gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning, en of er ergens sprake kan zijn van een feitelijke inkomensachteruitgang, terwijl het maandloon is gestegen (de zogenaamde armoedeval). De centrale vraagstelling in het onderzoek luidt: ‘Gaan mensen die vanuit de bijstand gaan werken er op enig moment financieel op achteruit omdat het recht op landelijke en/of gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning afbouwt of vervalt?’ Voor het volledige rapport verwijzen wij u graag naar de bijlagen. In het overzicht geven de roodgekleurde bedragen een ‘harde’ armoedeval weer, waarin het inkomen met werk, uiteindelijk beneden de 100% bijstandsnorm terecht komt. De blauwe cijfers geven de bedragen weer waarbij het inkomen in absolute zin niet onder de bijstandsnorm zakt, maar waarvoor geldt dat er bij een hoger inkomen minder geld overblijft dan bij een lagere verdienste uit arbeid. Het onderzoek dient als input voor ons eerste uitgangspunt waarin we vaststellen dat we streven naar financiële bestaanszekerheid voor onze inwoners. Meer geld overhouden wanneer je meer gaat werken hoort daarbij.

Het mag niet zo zijn dat meer werken tot minder inkomen leidt. De conclusies en aanbevelingen op pagina 24 en 25 van het rapport van Stimulansz nemen we mee in beleidsmaatregelen voor de toekomst. Armoedeval in € per maand Inkomen t.o.v. bijstandsuitkering

100%

101%

110%

120%

130%

131%

150%

170%

Alleenstaande

0

-30

44

133

223

168

341

451

Alleenstaande ouder met 2 kinderen

0

-43

22

94

216

147

379

529

Echtpaar zonder kinderen

0

-44

68

107

157

77

187

325

Echtpaar met 2 kinderen

0

-44

63

102

152

37

110

197

Gemeente Rijswijk

Rijswijkse visie op Armoede en Schuldenpreventie

Pagina 11

5. Verantwoordelijkheden 5.1.

Landelijk versus lokaal

Het armoedebeleid dat gemeenten voeren, wordt direct en indirect beïnvloed door de landelijke politiek. Wanneer de Rijksoverheid zorg draagt voor een toereikend sociaal minimum – waarin financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen en ook ruimte is voor participatie – is er minder lokaal beleid nodig om inwoners financieel te ondersteunen. In dat geval kan de gemeente zich concentreren op aanvullende inkomensondersteuning, met name voor (1) individueel maatwerk en (2) bij uitgaven waarvan de hoogte per regio verschilt, zoals woonlasten van huurders die geen sociale huurwoning kunnen vinden, vervoerskosten en energiekosten.6 Helaas wordt de verantwoordelijkheid van het Rijk om een toereikend sociaal minimum te bieden nog onvoldoende ingevuld. Veel Rijswijkse inwoners zijn afhankelijk van het lokale minimabeleid om rond te kunnen komen en te participeren in de samenleving. We zijn van mening dat iedereen gelijke kansen verdient en moet kunnen meedoen in Rijswijk, ongeacht de inkomenspositie. Zolang de Rijksoverheid daarin tekort schiet, nemen wij onze verantwoordelijkheid met stevig en doordacht armoedebeleid. Dit blijven we in de toekomst doen, waarbij we met behulp van diverse instrumenten de gevolgen van ons armoedebeleid op de portemonnee van de inwoner kunnen toetsen, ook als het landelijke beleid wijzigt.

5.2.

Lokaal versus regionaal

Het armoede- en minimabeleid wordt in elke gemeente zelfstandig ontwikkeld, met verschillend beleid tussen (buur)gemeenten als gevolg. De mate van armoede die iemand ervaart is dus afhankelijk van de woonplaats. Dit is direct gevolg van de verantwoordelijkheid voor armoedebeleid (deels)

neerleggen bij gemeenten door het Rijk. Op basis van het onderzoeksrapport van Stimulansz (bijlage 1) concluderen we dat het ontwikkelen van een doordacht armoedebeleid erg nauw luistert en vergelijken met andere gemeenten complex is. Gelijktrekken van een regeling met een buurgemeente heeft altijd direct invloed op de ontwikkeling van je armoedeval, en dus de verdienprikkel om (meer) te gaan werken. Zonder het volledige minimabeleid gelijktrekken, is het op basis van losse regelingen en zonder adequate doorrekening niet te beargumenteren dat iets gelijk moet worden getrokken met een buurgemeente. Dit vereist altijd een diepgaandere analyse op basis van de lokale behoefte.

5.3.

Eigen verantwoordelijkheid

In deze paragraaf staan we kort stil bij de eigen verantwoordelijkheid van onze inwoners. Hoewel eigen verantwoordelijkheid belangrijk is – en inwoners gebaat zijn bij een bepaalde mate van zelfredzaamheid – is het belangrijk om te erkennen dat armoede vaak het gevolg is van complexe en systemische problemen. Het breed gewaardeerde rapport ‘Weten is nog geen doen’ van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR)7 vraagt aandacht voor het belang van niet-cognitieve vermogens, zoals een doel stellen, in actie komen, volhouden en om kunnen gaan met verleiding en tegenslag. Enkel verwijzen naar de eigen verantwoordelijkheid van een inwoner leidt dus in veel gevallen niet tot een oplossing. Dit zijn vaardigheden waarvan we weten dat deze onder druk komen te staan bij een gebrek aan financiële middelen en het leven in armoede. Het aanpakken van armoede kan daarom niet alleen bij de inwoner liggen, maar vraagt ook collectieve actie op gemeentelijk niveau om structurele belemmeringen weg te nemen en gelijke kansen te bevorderen. Deze rol omarmen en benutten wij maximaal.

6 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. (2023, 28 september).

7 Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). (2017, 24

Een zeker bestaan; Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum (Rapport II). Rijksoverheid.

april). Weten is nog geen doen: Een realistisch perspectief op redzaamheid.

Rijswijkse visie op Armoede en Schuldenpreventie

Pagina 12

6. Onze uitgangspunten Uit de gesprekken in de stad en het interne en externe onderzoek dat we hebben uitgevoerd blijkt dat we in Rijswijk al veel goede dingen doen om armoede te bestrijden en schulden te voorkomen. Wel is het belangrijk om op basis van recente inzichten en ontwikkelingen onze visie op armoede en schuldenpreventie vorm te geven. Deze visie bepaalt de komende jaren de richting van ons lokale armoedebeleid. Het geeft sturing voor onze inspanningen en prioriteiten, en dient als een leidraad voor specifieke acties en maatregelen.

Met voldoende economisch, sociaal en cultureel kapitaal kun je een zeker bestaan leiden. Anders blijft je ladder op drijfzand staan. Gijs van Malsen – Wethouder Volkshuisvesting, Integratie, Emancipatie, Armoedebestrijding en Welzijn

Om armoede effectief aan te pakken is het belangrijk om te investeren in diverse vormen van kapitaal. Het versterken van sociaal, cultureel en economisch kapitaal bevordert het vermogen van inwoners en gemeenschappen om zelf-helpend en zelf-organiserend te zijn.8 Dit is verweven met de uitgangspunten waar we op inzetten. De verzamelde input uit de gesprekken met de stad leidt tot vier overkoepelende uitgangspunten: 1. We stellen de inwoner centraal in de strijd tegen armoede: we werken vanuit de ervaringskennis, leefwereld en behoeften van onze inwoners; 2. We streven naar financiële bestaanszekerheid: we zetten ons maximaal in om de financiële bestaanszekerheid van onze inwoners te garanderen; 3. We bestrijden armoede samen: met een integrale aanpak voorkomen of verzachten we armoede; 4. In Rijswijk geen plek voor kinderarmoede: we doorbreken armoede die van generatie op generatie wordt overgedragen, door bijzondere aandacht te besteden aan het bestrijden van armoede onder kinderen en gezinnen.

8 Movisie (2020). Wat werkt bij de aanpak van armoede en schulden

Rijswijkse visie op Armoede en Schuldenpreventie

Pagina 13

6.1.

De inwoner centraal in strijd tegen armoede

Door inwoners centraal te stellen in de uitvoering, de ontwikkeling en het evalueren van armoedebeleid sluiten we aan bij de behoeften van inwoners. Regelmatig worden oplossingen bedacht die onvoldoende aansluiten bij de wensen van inwoners. Wettelijke kaders, financieringsstromen en organisatieculturen worden te vaak als vertrekpunt gebruikt bij het ontwikkelen van nieuw beleid. Een bekend dieptepunt waarbij inwoners uit het oog zijn verloren is de toeslagenaffaire. Inwoners in Rijswijk zien een rol weggelegd voor ervaringsdeskundigen, blijkt uit een georganiseerde bijeenkomst waar we met inwoners hebben nagedacht over het beleid. Zij geven als belangrijkste uitgangspunten mee dat het moet gaan om acties met een structureel karakter en representatieve vertegenwoordiging. We zien reeds de toegevoegde waarde van werken met ervaringsdeskundigen en willen dit in de toekomst verder bestendigen. Dit wordt ondersteund door uitspraken van de Adviesraad Sociaal Domein en de gemeenteraad: ‘Ga écht in gesprek met inwoners en kijk breed wat zij nodig hebben.’ Door inwoners centraal te stellen bij het ontwikkelen, uitvoeren en evalueren van beleid vinden we oplossingen die werken voor de problemen die zij ervaren. Volgens Steenssens et al. (2009) brengen ervaringsdeskundigen diverse voordelen met zich mee:

meertalig, duidelijk, simpel en cultuursensitief te communiceren. 3. Bevordering van reflectie op het handelen door de samenwerking tussen hulpverleners en ervaringsdeskundigen.9 We hebben oog voor de uitdagingen die inwoners in armoede ervaren en de invloed daarvan op hun handelen. Door het complexe stelsel van bestaanszekerheid en de structurele stress dat leven in schaarste met zich meebrengt, kunnen mensen fouten maken of vragen zij niet alle minimaregelingen aan waar zij recht op hebben. In onze inwonerbenadering houden we hier rekening mee en werken we stress-sensitief, coachend en waar mogelijk proactief. Daarnaast gaan we uit van vertrouwen. Ook bieden we maatwerk indien een situatie hierom vraagt.10 Dit betekent dat we vaker naar een inwoner toegaan en inspelen op ontwikkelingen in de leefsituatie van inwoners. Door aan te sluiten bij de capaciteit van inwoners kunnen we hen effectief helpen en armoede bestrijden. 11

1. Verbetering van de kwaliteit van de hulpverlening door hun inzicht in hoe het aanbod beter kan worden afgestemd op de behoeften van mensen in armoede. 2. Effectieve communicatie richting de doelgroep, aangezien ervaringsdeskundigen goed kunnen meedenken over de manier waarop boodschappen worden overgebracht. Dit wordt ondersteund door Rijswijkse inwoners en netwerkpartners. Zij geven ons mee om 9 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. (2021). Kansrijk ar-

11 Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). (2017, 24

moedebeleid voor kinderen - de beleidsonderzoekers. Rijksoverheid. 10 Movisie. (2020). Wat werkt bij de aanpak van armoede en schulden.

april). Weten is nog geen doen: Een realistisch perspectief op redzaamheid.

Rijswijkse visie op Armoede en Schuldenpreventie

Pagina 14

6.2.

Streven naar financiële bestaanszekerheid

We zetten ons maximaal in om de financiële bestaanszekerheid van onze inwoners te garanderen. Op die manier voorkomen we dat onze inwoners te weinig geld hebben om rond te komen of zij genoodzaakt zijn om schulden te maken.

6.2.1. Laagdrempelig We zijn pas tevreden wanneer onze hulpverlening en armoederegelingen voor de hele doelgroep eenvoudig toegankelijk is. Het systeem van financiele zekerheid gaat ervan uit dat iedereen die er recht op heeft, alle beschikbare regelingen aanvraagt en ontvangt. Deze aanname vormt de basis van berekeningsmodellen voor het bieden van een toereikend sociaal minimum. Mensen ervaren minder stress wanneer ze voldoende financiële middelen hebben en begrijpen hoe het systeem en de regelingen werken. In de praktijk blijkt echter dat regelingen niet volledig worden benut. Dit zien we ook terug bij onze lokale minimaregelingen. Het sociale stelsel, inclusief regelingen, toeslagen en vergoedingen, is in de loop der jaren steeds omvangrijker en complexer geworden. Deze complexiteit veroorzaakt extra stress bovenop de financiële stress van het leven in armoede, wat het leven voor mensen onnodig moeilijk maakt. Uit consultatie onder inwoners en netwerkpartners komt dat zij vinden dat we al erg veel regelingen hebben, maar dat niet alle regelingen voldoende bekend óf eenvoudig aan te vragen zijn. Hun advies is dan ook: Houd het duidelijk en eenvoudig. Wij zetten ons de komende periode in om onderbenutting van regelingen te voorkomen met een voorspelbaar en toegankelijk armoedebeleid.

6.2.2. Doelgericht Hoewel het voeren van inkomenspolitiek voorbehouden is aan de Rijksoverheid, rust er een grote verantwoordelijkheid op gemeenten om aanvullend doelgericht armoedebeleid te ontwikkelen.12 In aansluiting bij de input van de gemeenteraad zijn we kritisch wanneer we ons bezighouden met het voeren van inkomenspolitiek en laten we ons niet leiden door andere gemeenten. Het is belangrijk dat we inspelen op landelijke ontwikkelingen en ons minimabeleid zorgvuldig vormgeven op basis van statistische of empirische waarnemingen. Lokaal minimabeleid kan namelijk minder urgent worden wanneer de Rijksoverheid meer taken zelf gaat uitvoeren. Daar waar wij vinden dat de landelijke overheid tekortschiet in het waarborgen van een bestaansminimum, pakken wij als gemeente binnen de financiële mogelijkheden onze rol. Uitgangspunt hierbij is dat werken moet lonen en de armoedeval zo veel als mogelijk wordt voorkomen. Naast het belang van volledig gebruik van de regelingen onder de doelgroep en de doelgerichtheid van het minimabeleid, is het ook evident om voldoende draagvlak te houden in de samenleving. We ondersteunen inwoners die ons ‘Mensen weten vaak het hardst nodig hebben.

We ontwikkelen niet waar ze allemaal dus beleid voor de inwoners met lage inkorecht op hebben’ mens13 die zonder ondersteuning het hoofd Emmy Versteeg – Sociaal niet boven water kunnen houden of onvolRaadslid gemeente doende kunnen deelnemen aan de samenRijswijk leving.

12 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. (2023). Een zeker be-

13 Momenteel verstaan we hier de inkomensgroep tot 130% van het wette-

staan; Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum (Rapport II). Rijksoverheid.

lijk sociaal minimum onder. Bij landelijke aanpassingen op armoedebeleid kan deze doelgroep wijzigen.

Rijswijkse visie op Armoede en Schuldenpreventie

Pagina 15

6.2.3. Preventief Met ons armoedebeleid willen ervoor zorgen dat inwoners voldoende kunnen deelnemen aan de samenleving en willen we voorkomen dat mensen door het ijs zakken. Helaas lukt dat niet in alle gevallen, waardoor sommige inwoners betalingsachterstanden of schulden opbouwen. Met een doortastende vroegsignaleringsaanpak willen we mensen in een vroeg stadium spreken voordat kleine betalingsachterstanden grote schulden worden. Stevige inzet op vroegsignalering is hét middel om inwoners in een vroegtijdig stadium in beeld te krijgen. Hierdoor kunnen we kleine problemen klein houden. Wanneer de schulden van een inwoner toch problematisch zijn geworden, proberen we zo laagdrempelig mogelijk inwoners hulp te bieden bij een oplossing voor hun schulden, in lijn met de notitie basisdienstverlening van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

6.3.

Armoede samen bestrijden

Om armoede effectief te bestrijden, is een integrale aanpak nodig waarbij alle belanghebbenden samenwerken. Een aanwezige op de inwonersbijeenkomst had een duidelijke oproep: ‘Zet de kracht van de samenleving in!’ Op die manier zorgen we voor een samenleving waarin niemand wordt beheerst door een leven in armoede.

6.3.1. Integraal en thema overstijgend Zoals eerder geschreven raakt armoede de bestaanszekerheid van onze inwoners. Het gaat niet alleen over inkomen en financiële zekerheid. Het gaat ook over wonen, gezondheid, onderwijs, veiligheid en werk. Zo is toeleiding naar werk de meest duurzame vorm om armoede te bestrijden, leven mensen met een laag inkomen vaker in wijken waar de veiligheid lager is en zijn zij gemiddeld genomen ongezonder. Bij alle bijeenkomsten in de stad is het belang benadrukt van een integrale aanpak waarbij de inwoner centraal staat. We kunnen armoede enkel effectief bestrijden wanneer we aandacht hebben voor de leefgebieden waar het invloed op heeft.14

6.3.2. Aandacht voor sociale inclusie Leven in armoede kan de mate van sociale en maatschappelijke participatie verslechteren. Het ontbreken van financiële middelen beperkt vaak de mogelijkheid om sociale banden aan te gaan of te behouden. Terwijl juist deelname aan maatschappelijke activiteiten een positieve invloed kan hebben op de gezondheid van mensen. Daarom is het belangrijk om sociale inclusie te bevorderen. Hierdoor versterken we de (mentale) gezondheid en zorgen we voor weerbare inwoners.15

14 NJi (Nederlands Jeugdinstituut). (n.d.). Lokaal integraal samenwerken bij

15 Loket Gezond Leven. (n.d.). Integrale aanpak armoede, schulden en ge-

armoede. Geraadpleegd op 16 april 2024, van https://www.nji.nl/armoede/lokaal-integraal-samenwerken

zondheid. Geraadpleegd op 18 april 2024, van https://www.loketgezondleven.nl/gezondheidsthema/armoede-schulden-en-gezondheid/integraleaanpak

Rijswijkse visie op Armoede en Schuldenpreventie

Pagina 16

6.4.

In Rijswijk geen plek voor kinderarmoede

We streven naar een gemeente waarin geen kind aan de kant staat door de financiële situatie van de ouders. De aanpak van intergenerationele armoede – ook wel kinderarmoede – verdient speciale aandacht, zo werd ook in de gemeenteraad breed gedeeld. Als een kind opgroeit in een arm gezin, heeft dat veel impact. Ouders die in armoede leven, ervaren vaak veel stress en hebben daardoor minder tijd om bijvoorbeeld voor te lezen of te helpen met huiswerk. Deze zorgen kunnen ook overslaan op de kinderen, waardoor het thuis moeilijk kan zijn om te leren. Bovendien zijn er vaak onvoldoende financiële middelen voor bijvoorbeeld boeken, computers, internet of speelgoed, of is er geen geld om een gezond ontbijt te verzorgen, wat concentratie en focus bemoeilijkt. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat opgroeien in armoede een negatief effect heeft op prestaties in het onderwijs. 16 We pakken onze rol in de bestrijding van kinderarmoede waar we vinden dat de Rijksoverheid tekort schiet. Momenteel pakt het Rijk ook haar rol op het bestrijden van kinderarmoede door de ontwikkeling van het Programma Schoolmaaltijden. Dit programma biedt scholen in wijken waar de armoedecijfers hoog liggen, de mogelijkheid om gratis schoolontbijt te verzorgen voor haar leerlingen. Dit programma loopt tot eind 2024.

We blijven ons als gemeente ten alle tijden inzetten om te zorgen dat kinderen zich ondanks hun financiële thuissituatie maximaal kunnen ontwikkelen.

16 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. (2021). Kansrijk ar-

moedebeleid voor kinderen - de beleidsonderzoekers. Rijksoverheid. Rijswijkse visie op Armoede en Schuldenpreventie

Pagina 17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=a066dc15-bb69-4772-b07f-fc138b17da6d