CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage A - Armoedevrij Rijswijk - De Rijswijkse visie op armoede en schuldenpreventie

Raadsvergadering 17 december 2024, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Armoedevrij Rijswijk: De Rijswijkse visie op armoede en schuldenpreventie (RV 24-068)7.508 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Armoedevrij Rijswijk: De Rijswijkse visie op armoede en schuldenpreventie

1

Inhoudsopgave 1. 2.

Voorwoord .................................................................................................................................................................................................................................. 3 Inleiding ...................................................................................................................................................................................................................................... 4 2.1. Visie .................................................................................................................................................................................................................................. 5 2.2.

3. 4.

5.

Samenhang tussen armoedebeleid en andere beleidsterreinen ............................................................................................................................................... 6 Armoede gedefinieerd ................................................................................................................................................................................................................ 8 4.1. Armoede en wettelijk sociaal minimum ............................................................................................................................................................................ 8 4.2.

Middeninkomens .............................................................................................................................................................................................................. 8

4.3.

Bestaanszekerheid ........................................................................................................................................................................................................... 9

4.4.

Aanpak geldzorgen armoede en schulden .................................................................................................................................................................... 10

4.4.1.

Mensen in armoede ................................................................................................................................................................................................... 10

4.4.2.

Kinderen in armoede ................................................................................................................................................................................................. 10

4.4.3.

Huishoudens met schulden ....................................................................................................................................................................................... 10

Armoede in Rijswijk .................................................................................................................................................................................................................. 11 5.1. Armoedecijfers in Rijswijk .............................................................................................................................................................................................. 11 5.2. 5.2.1. 5.3.

6.

7.

8. 9.

Leeswijzer ........................................................................................................................................................................................................................ 5

Huidig armoedebeleid .................................................................................................................................................................................................... 11 Armoedebeleid in samenwerkingsverband ................................................................................................................................................................ 12 Onderzoek Stimulansz ................................................................................................................................................................................................... 13

Verantwoordelijkheden ............................................................................................................................................................................................................. 14 6.1. Landelijk versus lokaal ................................................................................................................................................................................................... 14 6.2.

Lokaal versus regionaal ................................................................................................................................................................................................. 14

6.3.

Eigen verantwoordelijkheid ............................................................................................................................................................................................ 14

Onze uitgangspunten ............................................................................................................................................................................................................... 15 7.1. We stellen de inwoner centraal in de strijd tegen armoede ........................................................................................................................................... 16 7.2.

We streven naar financiële bestaanszekerheid ............................................................................................................................................................. 17

7.3.

We bestrijden armoede samen ...................................................................................................................................................................................... 18

7.4.

In Rijswijk is geen plek voor kinderarmoede .................................................................................................................................................................. 19

Hoe gaan we resultaten meten en monitoren? ........................................................................................................................................................................ 20 Begroting .................................................................................................................................................................................................................................. 21 2

1. Voorwoord Armoede raakt ons allemaal. Niet alleen omdat een steeds grotere groep mensen het risico loopt geconfronteerd te worden met geldzorgen, maar ook vanwege de bestaanszekerheid van iedereen in de samenleving. Zolang die niet voor iedereen gegarandeerd is, is die voor niemand gegarandeerd. We streven naar een Rijswijk met gelijke kansen voor elk kind, elke jongere en elke volwassene. Deze missie vormt de drijvende kracht achter ons lokale armoedebeleid en leidt de koers die we de komende periode zullen varen. Gelijke kansen voor iedereen zijn niet vanzelfsprekend. In onze strijd tegen armoede is het cruciaal dat we oog hebben voor de diepte van armoede. We moeten breder kijken dan alleen de financiële situatie van onze inwoners. Om een zeker bestaan voor iedereen te garanderen zijn toegang tot goede huisvesting, goed onderwijs en goede zorg minstens zo belangrijk. We zijn vastbesloten om de bestaanszekerheid te versterken door de verschillende vormen van ‘kapitaal’ te stimuleren. Want naast het vergroten van het financieel kapitaal (lees: geld) van onze inwoners, moeten we ook zorg dragen voor hun cultureel en sociaal kapitaal. Om de bestaanszekerheid van onze inwoners te garanderen. Om ervoor te zorgen dat Rijswijk een fijne plek blijft om te wonen. Ik ben trots op de totstandkoming van dit document.

Deze visie bepaalt de komende jaren de koers van ons lokale armoedebeleid. Het geeft richting aan onze inspanningen en prioriteiten en dient als leidraad voor concrete acties en maatregelen. Het is ontwikkeld voor en met de stad. Zo hebben we gesproken met collega’s van verschillende beleidsterreinen, maatschappelijke partners in de stad, betrokken inwoners, de adviesraad sociaal domein en de gemeenteraad. Het bundelen van de verschillende perspectieven heeft geleid tot de voorliggende visie. Samen werken we aan een Rijswijk waarin iedereen gelijke kansen heeft en niemand vanwege een krappe portemonnee aan de zijlijn staat. Omdat armoede ons allemaal aangaat. Gijs van Malsen Wethouder Volkshuisvesting, Integratie, Emancipatie, Armoedebestrijding en Welzijn

3

2. Inleiding In Rijswijk willen we dat een leven in armoede niet gelijkstaat aan een leven zonder kansen. Met gericht armoedebeleid bestrijden we armoede, strijden we voor gelijke kansen, stimuleren we participatie en voorkomen we schulden. Ook in Rijswijk treft armoede te veel van onze inwoners. Zowel op landelijk als lokaal niveau is er veel aandacht voor armoedebestrijding en het versterken van bestaanszekerheid. Hoewel de eerste verantwoordelijkheid bij het Rijk ligt om te voorzien in een toereikend bestaansminimum, voelen wij als gemeente de noodzaak en verantwoordelijkheid om onze inwoners de mogelijkheid te bieden om volwaardig deel te nemen aan de samenleving. In Rijswijk wonen 56.941 inwoners, in totaal 27.574 huishoudens.1 Net als in onze buurgemeenten leven in Rijswijk relatief veel mensen in armoede in vergelijking tot het landelijk gemiddelde. In Rijswijk leeft 7,0% van de huishoudens met een inkomen tot 101% van het wettelijk sociaal minimum. Dat percentage loopt op tot 15,5% voor huishoudens tot 130% van het wettelijk sociaal minimum.2 Dit zijn momenteel de meest gebruikte inkomensgrenzen voor ons minimabeleid. In hoofdstuk 5 duiden we deze en andere cijfers om ze in het licht van ons armoedebeleid te plaatsen. We hebben geen invloed op de hoogte van de uitkeringen. Dat wordt op landelijk niveau bepaald.

Wel kunnen we zo eerlijk mogelijk bijzondere kosten vergoeden, mensen attenderen op (lokale) minimaregelingen en participatie, sport en cultuurgebruik stimuleren. Onze focus ligt op het voorkomen van schulden door in te zetten op preventieve maatregelen. Wanneer inwoners financieel toch door het ijs zakken bieden we met onze dienstverlening bij het Financieel Servicepunt de hulp die nodig is om mensen duurzaam uit de schulden te helpen en financieel sterker te maken. Zo

bouwen we samen aan een gemeenschap waarin financiële zorgen niet langer een belemmering vormen voor een volwaardig en betekenisvol bestaan in Rijswijk. Armoede gaat niet alleen over een gebrek aan financiële middelen, maar beïnvloedt ook andere aspecten van iemands leven. Als iemand niet genoeg geld heeft om rond te komen, maakt diegene zich vaker zorgen over basisbehoeften zoals huisvesting, voedsel, kleding en rekeningen. Mensen die geldzorgen hebben of in armoede leven ervaren vaak meer stress, gezondheidsproblemen, eenzaamheid en schaamte. Zo houdt armoede direct verband met een leven in bestaansonzekerheid. Bovendien hebben kinderen die opgroeien in armoede minder kans op een succesvolle toekomst. Ze kunnen moeite hebben om zich te concentreren op school en lopen vaker leerachterstanden op. Ook is de kans groter dat ze zonder diploma de school verlaten. We willen investeren in een stevig armoedebeleid en het doorbreken van armoede die van generatie op generatie wordt overgedragen. Dit wordt ook wel intergenerationele armoede genoemd. Hiermee bespaart de gemeente, en daarmee de gehele samenleving op lange termijn geld. Door geldstress bij inwoners te verminderen, stimuleren we het oplossend vermogen, de kans op (behoud van) werk en een betere gezondheid.

Op lange termijn leidt dit tot een lager aantal mensen dat afhankelijk is van de gemeente voor sociale voorzieningen en een verlaging van gezondheidszorgkosten en kosten van bijvoorbeeld jeugdhulp.

1 Home | Waarstaatjegemeente.nl - cijfers en statistieken van gemeenten (JIVE),

cijfers uit 2022. In dit document hebben we in alle gevallen cijfers van 2022 gebruikt, omdat het CBS nog geen volledige gegevens over 2023 beschikbaar heeft gesteld. Inmiddels telt Rijswijk circa 60.000 inwoners.

2 Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). (2022). StatLine. StatLine (cbs.nl)

4

2.1.

Visie

Het voorliggende document geeft invulling aan de ambitie, zoals opgenomen in het collegewerkprogramma, om een integrale visie op armoede en schuldenpreventie te ontwikkelen. De visie richt zich op de toekomst en laat zien hoe we in Rijswijk zorgdragen voor een samenleving die niet wordt beheerst door armoede. Hiermee trachten we schulden te voorkomen. Parallel aan de ontwikkeling en vaststelling van deze visie gaan we door met de uitvoering van de doelen zoals opgenomen in de Kadernota Schuldhulpverlening, de Kadernota en het gelijknamige Uitvoeringsplan Samen Kans-Rijk, het Actieplan Armoedebestrijding+ en het Programma financiële dienstverlening. De voorliggende nota sluit daarnaast aan bij de Kadernota Sociaal Domein. Het vervolg op deze visie betreft een uitvoeringsagenda waarin we alle concrete acties opnemen die we ondernemen. De Rijswijkse visie op armoede en schuldenpreventie vormt het kompas waarmee we onze koers bepalen voor het beleid van de komende jaren. In deze visie introduceren we onze uitgangspunten en prioriteiten voor de komende periode. Het biedt niet alleen een richting voor ons lokale beleid, maar schetst ook hoe we ons willen verhouden tot landelijke beleid dat voortdurend in beweging is.

Bovendien hebben we de ambitie om middels dit document veelgebruikte begrippen en definities in het armoededebat te verduidelijken, zodat we beleidsmaatregelen op de juiste manier kunnen treffen en bediscussiëren. Door deze visie vast te stellen, nemen we collectief besluit over de richting die we volgen met ons armoedebeleid.

2.2.

Leeswijzer

In dit document werken we door de verschillende hoofdstukken toe naar een Rijswijkse visie op armoede en schuldenpreventie. In hoofdstuk 3 lichten we de samenhang tussen het armoedebeleid en andere beleidsterreinen toe. In hoofdstuk 4 definiëren we begrippen. Dit legt de basis voor een heldere communicatie en begrip bij het ontwikkelen van nieuw beleid. In hoofdstuk 5 schetsen we uitgebreid de huidige lokale armoedesituatie en hetgeen we momenteel doen om armoede te bestrijden. In hoofdstuk 6 formuleren wij onze verantwoordelijkheid als gemeente ten opzichte van de inwoner, de regio en de Rijksoverheid. Vervolgens werken we in hoofdstuk 7 de uitgangspunten voor het toekomstige beleid uit, op basis van input van inwoners, de adviesraad, netwerkpartners en collega’s. Ook benoemen we per uitgangspunt - voortbordurend op de uitvoeringsagenda - enkele concrete acties die we gaan doen. In de uitvoeringsagenda werken we de acties verder uit. De uitgangspunten worden hieronder geïntroduceerd. Ze vormen de bouwstenen voor toekomstig beleid en bepalen de richting die we als gemeente willen inslaan om armoede effectief te bestrijden en preventieve maatregelen te versterken.

3. Samenhang tussen armoedebeleid en andere beleidsterreinen

3. Onderwijs Goed onderwijs is een sleutel om de vicieuze cirkel van armoede te doorbreken.

Armoede hangt nauw samen met andere beleidsterreinen zoals re-integratie, sociale zekerheid, dienstverlening, welzijn, onderwijs en gezondheidszorg. Een effectief armoedebeleid kan niet los gezien worden van de inzet en ontwikkelingen op deze beleidsterreinen. Sterker nog, een effectieve aanpak van armoede vereist integrale samenwerking tussen deze beleidsterreinen. In dit hoofdstuk bespreken we de samenhang met andere beleidsterreinen en geven we concrete voorbeelden van maatregelen die we reeds uitvoeren.

Voorbeeld maatregel: Via de kind regelingen bieden we kinderen uit gezinnen met een laag inkomen een Participas, waarmee zij recht hebben op het aanschaffen van schoolspullen, winterkleding en sportkleding. Bovendien kunnen zij een computer in bruikleen krijgen om aan schoolopdrachten te werken.

1. Re-integratie en werkgelegenheid Werk is essentieel om uit armoede te komen. Via re-integratietrajecten krijgen inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt begeleiding naar werk. Voorbeeld maatregel: Vanuit ons re-integratiebeleid wordt gewerkt met het programma "Rijswijk Werkwijs’’, waarin mensen in armoede met een uitkering intensieve begeleiding krijgen om weer te gaan werken. Zo begeleiden we dit jaar 300 inwoners naar een betaalde baan. 2. Sociale zekerheid en schuldhulpverlening Sociale zekerheid biedt een vangnet voor inwoners die te maken hebben met financiële tegenslagen en in armoede verkeren. Daarnaast bieden we vanuit onze schulddienstverlening perspectief op een schuldenvrij leven. Voorbeeld maatregel: Wanneer we van een convenantpartner een signaal krijgen dat een inwoner uit huis dreigt te worden gezet vanwege betalingsachterstanden, gaan we daar met een integraal team van ambtenaren en maatschappelijke partners mee aan de slag. En - indien nodig - op huisbezoek. Het doel van deze aanpak is om te voorkomen dat inwoners uit huis worden gezet en vervolgens de nodige sociale ondersteuning te bieden.

4. Gezondheidszorg Mensen in armoede hebben vaak een slechtere gezondheid, hebben een lagere levensverwachting en minder toegang tot zorg. Voorbeeld maatregel: In samenwerking met zorgverzekeraars bieden we een collectieve aanvullende verzekering (gemeentepolis) aan inwoners met een laag inkomen. Hiermee voorkomen we inwoners in armoede zorg mijden en zorgen we ervoor dat zij indien nodig passende zorg kunnen afnemen. 5. Jeugdcriminaliteit Er is een duidelijk verband tussen armoede en jeugdcriminaliteit. Jongeren die opgroeien in armoede lopen meer risico om in aanraking te komen met criminaliteit door factoren zoals schooluitval. Investeren in onderwijs en preventie vermindert de kans op schooluitval en crimineel gedrag. Voorbeeld maatregelen: Via de Ooievaarspas bieden we jongeren uit gezinnen met een laag inkomen de mogelijkheid om gratis of tegen een gereduceerd tarief lid te worden van een sportvereniging of een cultureel uitje te doen. Daarnaast faciliteren we vanuit onze PRO-VSO aanpak praktijkleren bij werkgevers om op die manier toch een diploma te bemachtigen.

6

6. Energietransitie Energiearmoede treft vooral gezinnen met een laag inkomen. Zij wonen vaak in slecht geïsoleerde huizen, waardoor hun energiekosten hoger zijn. Dit versterkt hun financiële problemen. Daarnaast hebben ze last van kou en tocht en dit leidt tot gezondheidsklachten. Voorbeeld maatregel: Samen met Vidomes en Rijswijk Wonen zetten wij Energiefixers in die huisbezoeken doen, in het bijzonder bij huishoudens met een laag inkomen en/of met slechte woningisolatie, om tips en advies te geven over energiebesparing. De Energiefixers plaatsen energiebesparende maatregelen zoals tochtstrips, ledlampen, raamfolie, waterbesparende douchekoppen. 7. Eenzaamheid Inwoners die in armoede leven, hebben vaak minder sociale contacten en ervaren meer isolement. Dit kan komen door verschillende factoren, zoals financiële beperkingen, schaamte, uitsluiting en stress. Voorbeeld maatregel: Vanuit ons welzijnsbeleid zetten we flatcoaches in die achter de voordeur komen en daardoor vroegtijdig armoede, schulden of andere problemen signaleren bij bewoners. Zij verwijzen hen wanneer nodig door naar gemeentelijke ondersteuning of ketenpartners in de stad. Ook ondersteunen zij inwoners bij het organiseren van sociale activiteiten om eenzaamheid actief tegen te gaan.

7

4. Armoede gedefinieerd Armoede, bestaanszekerheid, financiële bestaanszekerheid, middeninkomens, wettelijk sociaal minimum en armoedegrenzen. Dit zijn slechts enkele begrippen die veelvuldig worden gebruikt in het armoededebat. Opmerkelijk is dat deze termen vaak door elkaar heen worden gebruikt, zonder een heldere duiding. Dit leidt tot discussies gebaseerd op verschillende aannames en brengt het risico met zich mee dat beleid wordt ontwikkeld zonder de gewenste resultaten. In dit hoofdstuk streven we naar een eenduidig begrippenkader voor het armoedebeleid in Rijswijk, waarin we definiëren wat wij onder de meest gebruikte begrippen verstaan. Hiermee zorgen we dat de begrippen die we opnemen in de uitgangspunten voor iedereen helder zijn.

4.1.

Armoede en wettelijk sociaal minimum

Het wettelijk sociaal minimum is het inkomen dat volgens de wet als minimaal noodzakelijk wordt beschouwd om in de basisbehoeften van het dagelijks leven te voorzien. Dit minimuminkomen wordt vastgesteld door de overheid en omvat onder andere kosten voor voeding, huisvesting, kleding, zorgverzekering en persoonlijke verzorging. Het wettelijk sociaal minimum verschilt per levenssituatie, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen bijvoorbeeld alleenstaanden, alleenstaande ouders en gezinnen. Het sociaal minimum wordt periodiek herzien om rekening te houden met economische en maatschappelijke veranderingen. Zowel het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) als het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) wagen zich aan duiding van armoedeproblematiek in Nederland. Momenteel worden door het CBS en SCP verschillende definities en rekenmethoden gebruikt. Het SCP hanteerde het ‘niet-veelmaar-toereikend-criterium’, het CBS spreekt van de ‘lage inkomensgrens’. De armoedegrenzen verschillen in niveau, onderliggend inkomensbegrip,

indexering en in doelpopulatie, maar beogen beide inhoud te geven aan een minimaal noodzakelijk geacht pakket van levensbehoeften. Het uitgangspunt is om tot een bedrag te komen dat een inwoner minimaal nodig heeft. Het CBS, SCP en Nibud hebben in oktober 2024 een nieuwe definitie van armoede gepresenteerd. Onderzocht moet worden wat de gevolgen zijn van deze definitiewijziging. In dit document volgen we voor nu de oorspronkelijke definitie van het CBS wanneer we spreken over de doelgroep die leeft onder de armoedegrens. We kiezen (voorlopig) voor deze definitie omdat er meer specifieke en recentere lokale gegevens beschikbaar zijn gesteld door het CBS en ons minimabeleid erop is ingericht. In ons minimabeleid hanteren we 100% en 130% van het wettelijk sociaal minimum als meest gebruikte inkomensgrenzen voor diverse minimaregelingen.

4.2.

Middeninkomens

In de periode van de energiecrisis is veel gesproken over de middeninkomens die onder druk komen te staan, mede door de recordinflaties en de energiecrisis. Er is echter geen officiële definitie van ‘de middeninkomens’. Veelal wordt hiermee de groep inwoners bedoeld die buiten inkomensondersteunende regelingen valt, maar geen riant inkomen heeft. Veel gemeenten hebben een afweging gemaakt om deze groep tijdelijk extra te ondersteunen. Ook de gemeenteraad van de gemeente Rijswijk heeft een afweging gemaakt en bij vaststelling van het Actieplan Armoedebestrijding+ een budget beschikbaar gesteld voor ondersteuning van inwoners met een middeninkomen. Inmiddels is duidelijk dat de Rijksoverheid haar rol erkent en actie onderneemt om armoedeproblematiek binnen deze groep te voorkomen en te bestrijden. Zo heeft het Rijk in september 2023 € 2 miljard beschikbaar gesteld voor koopkrachtherstel en ondersteuning van de middeninkomens.3

3

Rijksoverheid. (2023). Plannen voor armoede en koopkracht. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/prinsjesdag/armoede-en-koopkracht

8

4.3.

Bestaanszekerheid

Tegenwoordig wordt steeds vaker gesproken over ‘bestaanszekerheid’ in het armoededebat. Hoewel deze term de recent meer aandacht heeft gekregen, bestaat hij al lange tijd. Al in 1983 is een artikel over bestaanszekerheid opgenomen in de Nederlandse grondwet. Het belang van bestaanszekerheid wordt bovendien ook genoemd in artikel 25 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948, dat niet alleen financiële zekerheid noemt, maar ook welzijn en gezondheid. Dit komt overeen met het huidige gebruik van de term ‘bestaanszekerheid’ in het Nederlandse debat. Bestaanszekerheid omvat niet alleen de zekerheid van voldoende en stabiel inkomen, maar plaatst financiële problemen ook in een bredere context. Het omvat bijvoorbeeld ook betaalbare huisvesting, betaalbare gezondheidszorg en betekenisvolle sociale relaties. Deze aspecten zijn allemaal essentieel om de rust en ruimte te creëren die nodig is voor persoonlijke ontwikkeling en participatie in de samenleving. Een integraal armoedebeleid dat armoedeproblematiek in het bredere spectrum van bestaanszekerheid plaatst is essentieel om de positie van burgers te verbeteren. We leggen de verbanden naar andere beleidsterreinen, waarbij wij ons focussen op de financiële bestaanszekerheid van inwoners. Artikel 20: Bestaanszekerheid

1. De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid. 2. De wet stelt regels omtrent de aanspraken op sociale zekerheid. 3. Nederlanders hier te lande, die niet in het bestaan kunnen voorzien, hebben een bij de wet te regelen recht op bijstand van overheidswege.

9

4.4.

Aanpak geldzorgen armoede en schulden

Medio 2022 heeft Carola Schouten, minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, de meerjarige Aanpak geldzorgen armoede en schulden geïntroduceerd. Op basis van deze Rijksdoelstellingen ontvangen gemeenten budget voor de bestrijding van armoede en schulden. Het doel van deze aanpak is drieledig: • • •

Een halvering van het aantal mensen in armoede in 2030 (t.o.v. 2015); Een halvering van het aantal kinderen dat in armoede opgroeit in 2025 (t.o.v. 2015); Een halvering van het aantal huishoudens met problematische schulden in 2030 (t.o.v. 2015).

Om dit te bereiken zijn er in haar optiek diverse uitgangspunten, waarin gemeenten een actieve rol nemen: 1) Betere borging van bestaans- en inkomenszekerheid: een voldoende stabiel inkomen is de basis; 2) Preventie van geldzorgen: goede voorlichting van jongs af aan, in alle levensfases en dichtbij om de juiste financiële keuzes te kunnen maken; 3) Een overheid die werkt voor mensen en voorziet in laagdrempelige, eenvoudige, mensgerichte financiële hulp en sociale incasso; 4) Maatregelen om (generatie)armoede te doorbreken zodat iedereen meedoet en vooruitkomt; 5) Mensen eerder en beter schuldhulpverlening aanbieden zodat er sneller perspectief is op een financieel zorgeloze toekomst.

4.4.1. Mensen in armoede De verantwoordelijkheid voor de halvering van het aantal mensen dat in armoede leeft is grotendeels de verantwoordelijkheid van de Rijksoverheid. Zij hebben invloed op de hoogte van het minimumloon, de uitkeringen en de bepaling van de armoedegrenzen. Het lokale beleid is ontwikkeld om incidentele uitgaven op te vangen en deelname aan de samenleving te bevorderen.

4.4.2. Kinderen in armoede Het aantal kinderen in armoede is deels afhankelijk van het beleid van de Rijksoverheid. Kinderen groeien immers op in huishoudens met een kleine portemonnee waardoor ze onder deze doelgroep vallen. Het is bekend dat armoede van generatie op generatie wordt overgedragen. De Rijksoverheid zet in op extra maatregelen om kinderarmoede te doorbreken, bijvoorbeeld door het faciliteren van schoolontbijten op school. Door goed en gericht beleid kan je lokaal ook extra investeren op het doorbreken van intergenerationele armoede en het verbeteren van kansengelijkheid.

4.4.3. Huishoudens met schulden Het aantal huishoudens dat schulden opbouwt is grotendeels verantwoordelijkheid van de Rijksoverheid, op welke manier wij mensen met schulden in beeld brengen en helpen is een wettelijke taak van de gemeente. De gemeente heeft dus invloed op het aantal huishoudens in schulden. We zetten actief in op de doorontwikkeling van onze schuldhulpverlening. De acties en doelstellingen hebben we vastgelegd in het Programma Financiële Dienstverlening. De voorliggende visie ziet toe op het voorkomen van mensen met schulden door in te zetten op preventieve armoedebestrijding.

10

5. Armoede in Rijswijk In dit hoofdstuk duiden we de armoedeproblematiek in Rijswijk op basis van CBS-gegevens en een onderzoeksrapport van Stimulansz. We beargumenteren hoe deze armoedeschets bijdraagt aan de totstandkoming van de uitgangspunten in hoofdstuk 7.

5.1.

Armoedecijfers in Rijswijk

Bij het ontwikkelen van minimabeleid hanteren gemeenten inkomensgrenzen, in percentages van het wettelijk sociaal minimum. Hiermee bepaalt de gemeente wie recht heeft op gemeentelijke ondersteuningen. Doordat gemeenten voor een groot deel vrij zijn in hoe zij de inkomensgrenzen inrichten is er landelijk veel verschil tussen gemeenten in het gevoerde minimabeleid. Dit kan ertoe leiden dat inwoners in de ene gemeente door aanvullend gemeentelijk beleid minder armoede ervaart dan in andere gemeenten. Onderstaande grafiek geeft een beeld van het aantal inwoners per inkomenscategorie in Rijswijk. In uitgangspunt 2 bepalen we dat we streven naar financiële bestaanszekerheid voor de doelgroep tot 130% van het wettelijk sociaal minimum.

5.2.

Huidig armoedebeleid

In Rijswijk hanteren we in ons minimabeleid momenteel verschillende inkomenscriteria. De meeste minimaregelingen zijn beschikbaar voor inwoners met een inkomen tot 130% van het wettelijk sociaal minimum. Dit zijn de gemeentelijke regelingen die participatie in de samenleving stimuleren of een extraatje verzorgen in de vorm van geld of producten in natura zoals kleding of een computer. De individuele inkomenstoeslag is beschikbaar voor inwoners met een inkomen dat drie jaar op maximaal 100% van het wettelijk sociaal minimum ligt. De kwijtschelding van gemeentelijke belasting is beschikbaar voor alle inwoners met een inkomen rond 100% van het wettelijk sociaal minimum. Hierbij houden we ook rekening met hogere

maandlasten. Daarnaast verstrekken we bijzondere bijstand voor bijzondere en onverwachte kosten die binnen de ‘Beleidsregels bijzondere bijstand en participatieregelingen Rijswijk 2022’ vallen. Tot 110% van het wettelijk sociaal minimum vergoeden we bedragen volledig, daarboven voeren we een draagkrachtmeting uit. De afgelopen jaren hebben we niet stilgezeten en is er divers nieuw beleid ontwikkeld. Enkele hoogtepunten zijn de vaststelling van het Actieplan Armoedebestrijding+ en oprichting van de inwonersraad, de oprichting van het serviceteam en de pilot gratis OV voor ouderen. Daarnaast hebben we met het Programma financiële dienstverlening grote stappen gezet in het verbeteren van onze hulpverlening voor mensen met schulden. Zo bereiken we veel meer mensen met onze vroegsignalering door meer proactief te werken. Met proactief bedoelen we hier: zelf als professional initiatief nemen door mensen op te zoeken en (ongevraagd) hulp en diensten aan te bieden. Hierdoor zien we dat we inwoners in een eerder stadium beter kunnen helpen. We zien dat werken met ervaringsdeskundigen, een proactieve werkwijze en doelgericht beleid – in dit geval specifiek voor ouderen – werkt. We bestendigen deze positieve ervaringen in de verschillende uitgangspunten voor de toekomst. Inkomen t.o.v. w.s.m. 101% 105% 110% 120% 130% 140% 150%

Percentage t.o.v. totaal huishoudens 7,0% 8.8% 10,3% 13,0% 15,5% 18,1% 20,8%

Absolute aantal huishoudens4 1.930 2.427 2.840 3.585 4.274 4.991 5.735

4 CBS Statline – Inkomens 2022

11

5.2.1. Armoedebeleid in samenwerkingsverband

•

Naast het beschikbaar stellen van de verschillende minimaregelingen doen we samen met onze partners in Rijswijk nog veel meer om armoede te bestrijden. De afgelopen jaren hebben onze samenwerkingspartners hun waarde bewezen.5 Elke dag laten zijn zien: ‘Armoede bestrijden we samen.’

•

Financieel Netwerk Rijswijk: In Rijswijk hebben we ons eigen Financieel Netwerk Rijswijk (FNR). Dit is een netwerk van maatschappelijke organisaties en bedrijven die zich samen inzetten om armoede in Rijswijk te verhelpen, door het organiseren van netwerkbijeenkomsten en activiteiten.

•

Voedselbank: We subsidiëren de Voedselbank om ervoor te zorgen dat niemand honger hoeft te leiden in Rijswijk.

•

Stichting Urgente Noden: We hebben een lokaal noodhulpbureau opgericht met behulp van Stichting Urgente Noden (SUN). SUN Rijswijk is een noodhulpbureau voor mensen die voor geen enkele sociale voorziening in aanmerking komen, maar hier wel noodzaak bij hebben.

Stichting Kei: Naast de uitvoering van de kindregelingen zet Sticht ing Kei verschillende acties op voor mensen in armoede, zoals een winterjassenactie of de fietsregeling. Schuldhulpmaatjes (Stichting Voor Elkaar Rijswijk): De stichting ondersteunt mensen laagdrempelig met financiële problemen of vragen. De vrijwilligers binnen deze stichting helpen mensen op weg naar een gezonde financiële huishouding. Menstruatieproducten-uitgiftenpunten: We hebben ons aangesloten bij het armoedefonds om menstruatie-uitgiftepunten te realiseren. Hiermee voorkomen we dat meisjes en vrouwen worden belemmerd in hun dagelijks leven door een gebrek aan geld voor menstruatieproducten. Stichting Babyspullen: In samenwerking met het beleidsterrein volksgezondheid ondersteunen we moeders met pasgeboren kinderen met een startpakket om de eerste financiële zorgen uit handen te nemen.

Weggeefwinkel Rijswijk: Een winkel met gratis producten voor mensen met een Ooievaarspas, zoals kleren, servies of een spelletje. Stichting Welzijn Rijswijk: Op verschillende manieren zet Welzijn Rijswijk zich in voor onze inwoners in armoede, o.a. door het faciliteren van weggeefkastjes en de inwonersraad armoedeverlichting. Don Bosco Rijswijk: Het LunchLoket van Don Bosco draagt bij aan een volle maag voor onze jongste inwoners.

5 Onderstaande lijst is niet uitputtend.

12

5.3.

Onderzoek Stimulansz

Begin 2024 heeft Stimulansz een onderzoek uitgevoerd waarin zij een doorrekening maken van het minimabeleid in de gemeente Rijswijk. Het doel van het onderzoek is om een objectief beeld te vormen van het samenspel tussen landelijke en gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning, en of er ergens sprake kan zijn van een feitelijke inkomensachteruitgang, terwijl het maandloon is gestegen (de zogenaamde armoedeval). De centrale vraagstelling in het onderzoek luidt: ‘Gaan mensen die vanuit de bijstand gaan werken er op enig moment financieel op achteruit omdat het recht op landelijke en/of gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning afbouwt of vervalt?’ Voor het volledige rapport verwijzen wij u graag naar de bijlagen. In het overzicht geven de roodgekleurde bedragen een ‘harde’ armoedeval weer, waarin het inkomen met werk, uiteindelijk beneden de 100% bijstandsnorm terecht komt. De blauwe cijfers geven de bedragen weer waarbij het inkomen in absolute zin niet onder de bijstandsnorm zakt, maar waarvoor geldt dat er bij een hoger inkomen minder geld overblijft dan bij een lagere verdienste uit arbeid.

Armoedeval in € per maand Inkomen t.o.v. bijstandsuitkering

100%

101%

110%

120%

130%

131%

150%

170%

Alleenstaande

0

-30

44

133

223

168

341

451

Alleenstaande ouder met 2 kinderen

0

-43

22

94

216

147

379

529

Echtpaar zonder kinderen

0

-44

68

107

157

77

187

325

Echtpaar met 2 kinderen

0

-44

63

102

152

37

110

197

Gemeente Rijswijk

Het onderzoek dient als input voor ons eerste uitgangspunt waarin we vaststellen dat we streven naar financiële bestaanszekerheid voor onze inwoners. Meer geld overhouden wanneer je meer gaat werken hoort daarbij. Het mag niet zo zijn dat meer werken tot minder inkomen leidt. De conclusies en aanbevelingen op pagina 24 en 25 van het rapport van Stimulansz nemen we mee in beleidsmaatregelen voor de toekomst.

13

6. Verantwoordelijkheden 6.1.

Landelijk versus lokaal

Het armoedebeleid dat gemeenten voeren, wordt direct en indirect beïnvloed door de landelijke politiek. Wanneer de Rijksoverheid zorgdraagt voor een toereikend sociaal minimum – waarin financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen en ook ruimte is voor participatie – is er minder lokaal beleid nodig om inwoners financieel te ondersteunen. In dat geval kan de gemeente zich concentreren op aanvullende inkomensondersteuning, met name voor (1) individueel maatwerk en (2) bij uitgaven waarvan de hoogte per regio verschilt, zoals woonlasten van huurders die geen sociale huurwoning kunnen vinden, vervoerskosten en energiekosten. 6 Helaas wordt de verantwoordelijkheid van het Rijk om een toereikend sociaal minimum te bieden nog onvoldoende ingevuld. Veel Rijswijkse inwoners zijn afhankelijk van het lokale minimabeleid om rond te kunnen komen en te participeren in de samenleving. We zijn van mening dat iedereen gelijke kansen verdient en moet kunnen meedoen in Rijswijk, ongeacht de inkomenspositie. Zolang de Rijksoverheid daarin tekortschiet, nemen wij onze verantwoordelijkheid met stevig en doordacht armoedebeleid. Dit blijven we in de toekomst doen, waarbij we met behulp van diverse instrumenten de gevolgen van ons armoedebeleid op de portemonnee van de inwoner kunnen toetsen, ook als het landelijke beleid wijzigt.

6.2.

Lokaal versus regionaal

Het armoede- en minimabeleid wordt in elke gemeente zelfstandig ontwikkeld, met verschillend beleid tussen (buur)gemeenten als gevolg. De mate van armoede die iemand ervaart is dus afhankelijk van de woonplaats. Dit is direct gevolg van de verantwoordelijkheid voor armoedebeleid (deels)

neerleggen bij gemeenten door het Rijk. Op basis van het onderzoeksrapport van Stimulansz (bijlage 1) concluderen we dat het ontwikkelen van een doordacht armoedebeleid erg nauw luistert en vergelijken met andere gemeenten complex is. Gelijktrekken van een regeling met een buurgemeente heeft altijd direct invloed op de ontwikkeling van je armoedeval, en dus de verdienprikkel om (meer) te gaan werken. Zonder het volledige minimabeleid gelijktrekken, is het op basis van losse regelingen en zonder adequate doorrekening niet te beargumenteren dat iets gelijk moet worden getrokken met een buurgemeente. Dit vereist altijd een diepgaandere analyse op basis van de lokale behoefte.

6.3.

Eigen verantwoordelijkheid

In deze paragraaf staan we kort stil bij de eigen verantwoordelijkheid van onze inwoners. Hoewel eigen verantwoordelijkheid belangrijk is – en inwoners gebaat zijn bij een bepaalde mate van zelfredzaamheid – is het belangrijk om te erkennen dat armoede vaak het gevolg is van complexe en systemische problemen. Het breed gewaardeerde rapport ‘Weten is nog geen doen’ van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR)7 vraagt aandacht voor het belang van niet-cognitieve vermogens, zoals een doel stellen, in actie komen, volhouden en om kunnen gaan met verleiding en tegenslag. Enkel verwijzen naar de eigen verantwoordelijkheid van een inwoner leidt dus in veel gevallen niet tot een oplossing. Dit zijn vaardigheden waarvan we weten dat deze onder druk komen te staan bij een gebrek aan financiële middelen en het leven in armoede. Het aanpakken van armoede kan daarom niet alleen bij de inwoner liggen, maar vraagt ook collectieve actie op gemeentelijk niveau om structurele belemmeringen weg te nemen en gelijke kansen te bevorderen. Deze rol omarmen en benutten wij maximaal.

6 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. (2023, 28 september). Een ze-

7 Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). (2017, 24 april). Weten

ker bestaan; Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum (Rapport II). Rijksoverheid.

is nog geen doen: Een realistisch perspectief op redzaamheid.

14

7. Onze uitgangspunten Naar aanleiding van onze gesprekken met de stad en ons onderzoek blijkt dat Rijswijk al veel goede dingen doet om armoede te bestrijden en schulden te voorkomen. Het is echter belangrijk om we onze visie op armoede en schuldenpreventie opnieuw bekijken zodat deze aansluit bij actuele ontwikkelingen. Deze visie zal de komende jaren de richting van ons armoedebeleid bepalen. Om armoede effectief aan te pakken, investeren we in sociaal, cultureel en economisch kapitaal. Dit versterkt het vermogen van inwoners en gemeenschappen om zelf oplossingen te vinden en zichzelf te organiseren.

1. We stellen de inwoners centraal in de strijd tegen armoede. We baseren ons beleid en onze dienstverlening zoveel mogelijk op hun ervaringen, leefwereld en behoeften. 2. We streven naar financiële bestaanszekerheid: We doen ons uiterste best om de financiële bestaanszekerheid van onze inwoners te waarborgen. 3. We bestrijden armoede samen: We voorkomen of verlichten armoede door samen te werken vanuit een integrale aanpak. 4. In Rijswijk is geen plek voor kinderarmoede: We willen armoede die van generatie op generatie wordt doorgegeven doorbreken, met speciale aandacht voor kinderen en gezinnen.

Met voldoende economisch, sociaal en cultureel kapitaal kun je een zeker bestaan leiden. Anders blijft je ladder op drijfzand staan. Gijs van Malsen – Wethouder Volkshuisvesting, Integratie, Emancipatie, Armoedebestrijding en Welzijn

In deze visie op armoede en schuldenpreventie benoemen we vier uitgangspunten. Deze lichten we toe en we zetten enkele acties uiteen die we gaan doen om deze uitgangspunten te realiseren. Na vaststelling van deze kaderstellende visie door de raad, gaan we aan de slag met een uitvoeringsagenda waarin we alle acties die we gaan doen nader uitwerken. We brengen in deze uitvoeringsagenda alle acties op het gebied van armoede en welzijn bij elkaar. Zo geven we een boost aan de samenwerking met welzijn. De verzamelde input uit de gesprekken met de stad leidt tot vier overkoepelende uitgangspunten:

15

7.1.

We stellen de inwoner centraal in de strijd tegen armoede

Ervaringskennis, outreachend en dienstverlening op maat In Rijswijk stellen we de inwoner centraal bij het ontwikkelen en uitvoeren van beleid. Vaak sluiten oplossingen niet goed aan bij de behoeften van inwoners, omdat ze vooral gebaseerd zijn op de wereld van regels en systemen. Uit de stadsgesprekken die we met inwoners hebben gevoerd, bleek dat ervaringsdeskundigen een belangrijke rol kunnen spelen. Deze inwoners pleiten voor structurele acties op het armoedevlak en goede vertegenwoordiging van ervaringskennis in de uitvoering daarvan. Daarom hebben we in 2024 de Inwonersraad Armoedeverlichting opgericht, bestaande uit acht inwoners met ervaringskennis en een vertegenwoordiger van Schuldhulpmaatjes. Onder begeleiding van Stichting Welzijn Rijswijk organiseerden zij een succesvolle kledingruil- en weggeefmiddag en brachten adviezen uit om ons armoedebeleid te verbeteren (zie het eindverslag in de bijlage). Deze adviezen onderzoeken we op haalbaarheid. Vervolgens zetten we deze om in concrete acties welke u deels treft in deze visie en deels, nader uitgewerkt, in de uitvoeringsagenda. Uit de stadsgesprekken en adviezen van de Inwonersraad Armoedeverlichting bleek dat inwoners het belangrijk vinden dat de gemeente en haar partners een meer actieve benadering hanteren, oftewel meer outreachend werken.

Met deze aanpak hadden we al een start gemaakt en gaan we nu verder intensiveren. Tot slot hechten inwoners en partners veel waarde aan maatwerk en eenvoudige communicatie over gemeentelijke ‘Mensen weten vaak regelingen. Ook deze behoefte zetten niet waar ze allemaal we om in concrete acties. recht op hebben’

Wat gaan we doen? Om uitvoering te geven aan bovengenoemd uitgangspunt, gaan we onder meer de volgende acties uitvoeren: 1. We zetten de Inwonersraad Armoedeverlichting voort in 2025 en 2026. Dit betekent dat we inwoners met ervaringskennis structureel en duurzaam betrekken bij de vorming van het armoedebeleid. Zij denken mee, geven gevraagd en ongevraagd advies, vormen onze ogen en oren in de wijk en buurt, en voeren zelfs acties uit die bijdragen aan armoedebestrijding. We evalueren de resultaten en samenwerking met de Inwonersraad in 2024 en maken nieuwe afspraken voor 2025 en verder. 2. We zetten in op toegankelijke en begrijpelijke communicatie over onze regelingen op het gebied van armoede en schuldenpreventie. Juist ook voor doelgroepen die meer aandacht vragen. We vereenvoudigen het taalgebruik in alle communicatie en formulieren over armoederegelingen en ondersteuningsmogelijkheden. Hierbij maken we gebruik van duidelijke, begrijpelijke en visuele informatie en deze verspreiden we via diverse kanalen zoals wijkcentra, maatschappelijke organisaties en online platforms. De input hiervoor halen we op bij inwoners en partners in de stad. 3. We gaan meer outreachend werken met ons Serviceteam. Dit betekent dat we niet alleen spreekuren houden in de wijk, maar onze medewerkers ook (buiten kantoortijden) actief deelnemen aan activiteiten en evenementen in wijken en buurten.

Op deze manier willen we de toegang tot ondersteuning, in het bijzonder op het gebied van armoede en schuldenpreventie, nog laagdrempeliger maken.

Emmy Versteeg – Sociaal Raadslid gemeente Rijswijk

16

7.2.

We streven naar financiële bestaanszekerheid

Laagdrempelig, doelgericht en preventief Inwoners ervaren minder stress wanneer ze voldoende financiële middelen hebben en het systeem van sociale en financiële regelingen begrijpen. Toegankelijkheid en voorspelbaarheid zijn hierbij essentieel, maar het sociale stelsel is steeds complexer geworden, wat financiële stress vergroot. Hoewel inkomensbeleid landelijk is, hebben gemeenten een belangrijke rol in armoedebeleid. Waar de landelijke overheid tekortschiet, zorgen wij voor een laagdrempelig beleid. Vanuit ons armoedebeleid bieden we veel regelingen die ervoor zorgen dat inwoners in armoede toch volledig kunnen meedoen in de samenleving. Denk hierbij aan de Collectieve Aanvullende Verzekering en de Ooievaarspas. Sommige regelingen worden echter niet volledig benut, vaak door onbekendheid of ingewikkelde aanvraagprocedures. Dit willen we verbeteren door regelingen eenvoudiger en begrijpelijker te maken, ons taalgebruik te vereenvoudigen, en onze websites toegankelijker te maken. Hiermee komen we tegemoet aan de wensen van inwoners met wie we stadsgesprekken hebben gevoerd en die van de Inwonersraad Armoedeverlichting. Tot slot willen we om financiële bestaanszekerheid te waarborgen, meer datagedreven werken en ons beleid nauwkeurig monitoren en evalueren.

aandacht voor specifieke doelgroepen die meer aandacht vragen zoals jongeren, ouderen en inwoners die de Nederlandse taal niet beheersen. 5. We breiden de minimaregelingen uit en maken deze toegankelijk voor een bredere doelgroep. We zetten, na het succes van de pilot, het gratis reizen-product voor AOW’ers met een Ooievaarspas voort, in ieder geval in 2025 en 2026. Bovendien stellen we de Ooievaarspas vanaf 1 januari 2025 beschikbaar voor Oekraïense ontheemden die de leefgeldregeling ontvangen en dus een laag inkomen hebben. Deze actie sluit aan bij ''Idee 5'' uit het eindverslag van de Inwonersraad Armoedeverlichting. 6. We voeren de Bijzondere Overheid in voor inwoners in financieel zeer kwetsbare situaties. Circa 20% van de inwoners in armoede zit in een financieel zeer kwetsbare situatie. Voor deze groep werken de reguliere voorzieningen niet. We willen deze groep daarom op een bijzondere manier behandelen door casussen individueel in beeld te brengen en middels maatwerk op te lossen. Vervolgens trekken we hier als organisatie lering uit. Dit kan soms door de verandering van een gemeentelijke regeling of de aanpassing van processen en systemen.

Wat gaan we doen? Om uitvoering te geven aan bovengenoemd uitgangspunt, gaan we onder meer de volgende acties uitvoeren:

Zo richten we een organisatie op die is ingesteld op het voorkomen van erger. Niet reactief, maar proactief. ''Idee 1'' uit het eindverslag van de Inwonersraad Armoedeverlichting sluit aan op bovengenoemde actie. Dit idee onderzoeken we op haalbaarheid en we gaan ermee aan de slag.

4. We voeren een structurele en duurzame communicatiecampagne uit om onze armoederegelingen en andere ondersteuningsmogelijkheden onder de aandacht te brengen. Met een doorlopende campagne benaderen we inwoners op een consistente manier, zodat zij op meerdere momenten en via diverse kanalen op de hoogte raken van beschikbare steun. Hierbij hebben we bijzondere 17

7.3.

We bestrijden armoede samen

Integraal, thema overstijgend en aandacht voor gelijke kansen Armoede raakt niet alleen mensen, maar hele buurten, wijken en gemeenschappen. Om het te bestrijden, hebben we meer nodig dan alleen maatregelen op het gebied van financiële bestaanszekerheid. We moeten ook nauw samenwerken op met andere beleidsterreinen. In het sociaal domein en daarbuiten. En met partners in de stad. Zo kunnen we samen zorgen voor gelijke kansen en een betere toekomst voor iedereen. Armoede raakt niet alleen inkomen, maar ook welzijn, wonen, gezondheid, onderwijs, veiligheid en werk. Aan het begin van dit hoofdstuk hebben we al beloofd de samenwerking met welzijn te versterken door een uitvoeringsagenda op te stellen die acties voor armoede en welzijn bundelt. Toeleiding naar werk is de meest duurzame oplossing, maar mensen met een laag inkomen wonen vaker in minder veilige wijken en zijn gemiddeld ongezonder. Daarom zetten we in op een integrale aanpak waarin de inwoner centraal staat. We werken nauw samen met collega’s van verschillende beleidsterreinen om elkaar te versterken en concrete input te krijgen. Via programma’s als Financiële Dienstverlening, Aandacht Werkt en Samen Dichtbij zorgen voor laagdrempelige, toegankelijke en integrale dienstverlening van het sociaal domein voor onze kwetsbare inwoners.

Leven in armoede beperkt bovendien vaak de mogelijkheid om deel te nemen aan sociale activiteiten, terwijl juist deze deelname het welzijn en de gezondheid kan verbeteren. Het bevorderen van de sociale basis daarom essentieel voor het bestrijden van armoede en het vergroten van het welzijn van inwoners. Door sociale netwerken op wijk- en buurtniveau te versterken en kansen op hulp, ondersteuning of werk en deelname te vergroten, kunnen we inwoners op fundamentelere wijze helpen. We ondersteunen daarom kleinschalige initiatieven van inwoners en lokale organisaties die dit doel nastreven met een financiële bijdrage. ‘

Wat gaan we doen? Om uitvoering te geven aan bovengenoemd uitgangspunt, gaan we onder meer de volgende acties uitvoeren: 7. We vervlechten armoede- en welzijnsbeleid in één uitvoeringsagenda. Zoals eerder genoemd, werken we parallel aan deze visie aan het opstellen van een uitvoeringsagenda armoede en welzijn. Hierin werken we alle acties die we willen ondernemen verder uit. We verzamelen alle acties rondom armoede en welzijn in deze agenda. Op deze manier versterken we de samenwerking met welzijn - zonder dat we de doelstellingen van het armoede of welzijnsbeleid uit het oog verliezen - en benaderen we armoede vanuit een bredere blik. 8. We voorkomen armoede en (hogere) schulden middels het innoveren van onze aanpak Vroeg Eropaf. Het team Vroeg Eropaf neemt contact op met inwoners als zij een betalingsachterstand oplopen. Deze signalen krijgen wij binnen via vaste lastenpartners met wie de gemeente convenantafspraken heeft gemaakt. We breiden het aantal convenantpartners doorlopend uit. 9. We starten met het initiatief ‘Het verkennend gesprek' om huisartsen mogelijkheden te bieden om te kiezen voor preventie in plaats van zorg. Dit innovatieve initiatief biedt huisartsen een waardevol alternatief voor doorverwijzing naar de ggz.

Door een ‘verkennend gesprek’ te faciliteren tussen de inwoner, een ggz-professional en een sociaal werker, kunnen zij gerichter doorverwijzen naar relevante faciliteiten en trajecten binnen het sociaal domein. Deze aanpak ontlast niet alleen de ggz, maar helpt inwoners ook sneller en effectiever. Inwoners die stressklachten ervaren door armoede kunnen bijvoorbeeld veel meer baat hebben bij een cursus 18

budgetteren dan bij een traditioneel ggz-traject. Dit bevordert een integrale benadering van zorg en ondersteuning, waarbij de specifieke behoeften van inwoners – in het bijzonder die met een laag inkomen - centraal staan.

Schoolmaaltijden, dat gratis ontbijt biedt op scholen in arme wijken. Helaas worden niet alle kinderen bereikt, bijvoorbeeld als ze op een school zitten die niet in zo'n wijk ligt. Daarom steunen we initiatieven zoals het LunchLoket van Don Bosco, dat gezonde maaltijden aanbiedt.

10. We starten een subsidieregeling voor initiatieven uit de stad op het snijvlak armoede en welzijn.

Wat gaan we doen? Om uitvoering te geven aan bovengenoemd uitgangspunt, gaan we onder meer de volgende acties uitvoeren:

Deze subsidieregeling start in 2026 en heeft als doel om inwoners met ervaringskennis te stimuleren laagdrempelige, innovatieve initiatieven op te zetten op het gebied van armoedebestrijding en welzijnsbevordering. Deze initiatieven vormen een aanvulling op de bestaande ondersteuning en projecten die de gemeente en maatschappelijke partners al bieden.

7.4.

In Rijswijk is geen plek voor kinderarmoede

Doorbreken van generatiearmoede Intergenerationele armoede, ook wel kinderarmoede genoemd, heeft een grote impact op kinderen. Ouders die in armoede leven, hebben vaak minder tijd en middelen om hun kinderen te ondersteunen, wat invloed kan hebben op hun schoolprestaties. Het gebrek aan geld voor essentiële zaken zoals boeken, computers, of een gezond ontbijt maakt leren moeilijker. Onderzoek toont aan dat opgroeien in armoede de onderwijsprestaties negatief beïnvloedt8.

11. We brengen samen met onder andere de afdeling Onderwijs en Jeugd, ouders, kinderen, scholen en maatschappelijke organisaties een effectieve aanpak van kinderarmoede in kaart. Het doel is om preventieve maatregelen, signalering en ondersteuning op maat te combineren in één samenhangende aanpak, zodat kinderen uit gezinnen met een laag inkomen volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Zo pakken we generatiearmoede aan. 12. We onderzoeken de mogelijkheid om een lespakket te ontwikkelen dat bijdraagt aan het doorbreken van de cirkel van armoede. Samen met scholen, het Financieel Netwerk Rijswijk, leerlingen en ouders onderzoeken we de mogelijkheid om een innovatief lespakket te ontwikkelen dat gericht is op het doorbreken van de cirkel van armoede en complementair is aan het bestaande aanbod.

Om kinderarmoede te bestrijden, bieden we verschillende kindregelingen aan. Zo bieden we een Participas waarmee kinderen schoolspullen, winterkleding en/of sportkleding kunnen aanschaffen. Ook kunnen ze een computer krijgen om te gebruiken voor schoolwerk. Daarnaast willen we meer samenwerken met scholen en willen we hen de mogelijkheid bieden om zich aan te sluiten bij het Jeugdeducatiefonds. Dit geeft scholen een flexibel budget om bijvoorbeeld extra bijlessen of excursies te organiseren. Uitgangspunt hierbij is maatwerk activiteiten voor leerlingen die armoede leven. Bovendien ondersteunt de Rijksoverheid het Programma 8 Duncan, G. J., & Brooks-Gunn, J. (1997) - "Consequences of Growing Up Poor".

19

8. Hoe gaan we resultaten meten en monitoren? Om de effectiviteit van ons armoedebeleid te waarborgen, zetten we een eenvoudig systeem voor meten, monitoren en evalueren op. We kijken naar zowel cijfers als ervaringen om de voortgang en impact van onze maatregelen te volgen. Dit houdt in dat we bijvoorbeeld nog beter bijhouden hoeveel inwoners gebruikmaken van minimaregelingen en in hoeverre vereenvoudiging van formulieren ook echt leidt tot meer aanvragen. Daarnaast verzamelen we voortdurend feedback van inwoners en maatschappelijke partners om te begrijpen hoe ons beleid in de praktijk werkt en wat we kunnen verbeteren. In onze voortgangsrapportages aan de raad presenteren we de (tussentijdse) resultaten en passen we onze aanpak indien nodig aan. Ook gebruiken we tools zoals BeleidLoonT om de effecten van nieuw beleid te berekenen en armoedegevallen in kaart te brengen. Zo zorgen we voor een beleid dat goed aansluit op de behoeften van onze inwoners. In de uitvoeringsagenda armoede en welzijn gaan we nader in op de wijze waarop we resultaten van ons beleid meten en monitoren. Hierbij maken we gebruik van concrete indicatoren.

20

9. Begroting De acties die voortvloeien uit deze visie en worden opgenomen in de uitvoeringsagenda zijn volledig gedekt binnen de huidige gemeentelijke begroting. Dit betekent dat er geen extra middelen of begrotingswijzigingen nodig zijn. Beschikbare middelen In de begroting van 2025 zijn middelen opgenomen die we gaan inzetten voor de uitvoering van deze visie en de bijbehorende uitvoeringsagenda. o o

Voor 2025 is er €100.000 beschikbaar; Vanaf 2026 tot en met 2028 is €300.000 beschikbaar.

Met deze middelen zijn we in staat om een effectieve en duurzame aanpak van armoede te realiseren.

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=3e101d6b-2759-44e6-ae5d-8232c1429705