Bijlage 3l Motivering - Verzamelde vooroverlegreacties
Tekst van het document
03-12-2025, 17:07
Re: wijzigingsplanomgevingsplanRijswijk- Annemarie Hatzrnan- Outlook
# Outlook Re:wijzigingsplan omgevingsplan Rijswijk Van
)ggdhaaglanden.nl>
Datum Wo 26-11-2025 16:40 Aan
}Rijswijk.nl>
Cc
j@ggdhaaglanden.nl>
Geachte = Hartelijk dank voor het verzoek om een reactie op het omgevingsplan Rijswijk voor het plangebied Havenkwartierfase 2, de openbare ruimte en de haven. Conform onze ondedinge afspraak geven wij vanuit GGD Haaglanden een reactie op het geluidsaspect van het plan. In aanvulling hierop geven wij tevens enkele adviezen met betrekking tot de inrichtingvan groen in het gebied en de voorziene hoogbouw.
Stille aantrekkelijke plekken Uitgangspunt is dat, om een gezonde leefomgeving in het Havengebied te realiseren – zeker gezien de structureel hoge geluidbelasting in het gebied– het noodzakelijkis dat er binnen het plangebied verblijfsplekken aanwezig zijn die stil (< 45dB Lden) 6n aantrekkelijkzijn. Aantrekkelijk betekent in dit kader: waar bewoners elkaar kunnen ontmoetenen kunnen verblijven in voldoendegroen, schone lucht, en beschut tegen zon, wind en regen kunnen zitten. Omdat de realisatie van dergelijke stille en aantrekkelijke plekken in het plangebied, zoals vernomen is in gesprek met n, afhankelijk is van het slopen van bestaandepandenen de bouw van nieuwe panden in een hoefijzervorm die voor geluidafscherming moet zorgen, bestaat het risico dat deze plekken pas zeer laat – of in het meest ongunstige scenario zelfs nooit – beschikbaarkomen. Dit betekent dat bewoners gedurende het ontwikkelproces mogelijk jarenlang in een gebied wonen zonder dergelijke beschermende en aantrekkelijke verblijfsplekken.
Wij zouden daarom graag zien dat er ook 66n of rneerderestille en aantrekkelijkeplekkenin het plangebied worden opgenomen die onafhankelijk zijn van de sloop en nieuwbouw van bestaande gebouwen. Daarnaast is het van belang dat wanneer tijdens het ontwikkelproces dergelijke stille aantrekkelijke plekken (nog) niet binnen het gebied beschikbaar zijn, voor iedere bewoners op maximaal 300 meter buRen het gebied een vergelijkbare stille en aantrekkelijke plek bereikbaar is. AIs 300 meter niet haalbaar blijkt, dan bij voorkeur zo dichtbij als redelijkerwijsmogelijk is. Ook tijdens het ontwikkelproces is het belangrijk dat de gezondheid van de bewoners wordt bescherrnd.Bewonerszouden niet de rekening moeten betalen van de duur van het ontwikkelproces.
Groen Groen levert een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid van een woongebied. Het werkt stressverlagend en kan daardoor compenserend werken voor de verhoogde stress die bewoners kunnen ervaren door de structurele geluidbelasting in het gebied. Wij benadrukken daarom het belang van het daadwerkelijk realiseren van het groen zoals opgenomen in het kwaliteitsplan – en waar mogelijk nog iets meer. Gezien de hoge geluidbelasting in het gebied en het compenserende effect van groen, is het belangrijk niet te volstaan met een minimale hoeveelheidgroen, maar een
about:blank?windowld=SecondaryReadingPane1
1/4
03-12-2025, 17:07
Re: wijzigingsplan omgevingsplan Rijswijk - Annemarie Hatzrnan - Outlook
hoeveelheidte realiserendie in redelijkeverhouding staat tot de mate waarin de gezondheidskundige geluidsnormen worden overschreden.
Kijkend naar de geplande groenoppervlakken binnen en direct random het gebied, lijkt het plan voor de momenten waarop bewoners zich echt even willen 'onttrekken aan het beton’ te leunen op de omliggende gebieden, voor groen. Denk aan het Rijswijksebos (+/- 950m afstand), de Put (1,2km
afstand)en Elsenburg(1,2kmafstand). Groen op en tussen harde stedelijke oppervlakken helpt, maar kan qua beleving en ontspanning nooit volledig tippen aan een park waar het groen dominant en omvattend is. Borg daarom het groen in het kwaliteitsplan stevig; maak er geen sluitpost van, en overweeg waar mogelijk nog extra groen op te nemen.
Hoogbouw Hoogbouw vraagt specifieke aandacht vanuit het perspectief van gezondheid en veiligheid. Een bekend risico is windhinder: hoe meer hoogbouw wordt gerealiseerd, hoe groter de kans op windtrechters en verhoogde windsnelheden op maaiveldniveau. Dit kan bij sterke wind leiden tot gevaarlijke situaties voor bewoners en bezoekers, en in het bijzonder voor ouderen en kinderen. Daarnaast leidt hoogbouw maar moeilijk tot gezonde woningen. Veel hoogbouwwoningen zijn enkelzijdig geori6nteerd, sterk afhankelijk van liftgebruik en extra blootgesteld aan factoren zoals zon, wind en geluid. Buitenruimtenzijn vaak klein of ontbrekengeheel. Het Havenkwartier wordt gepresenteerd als grootstedelijk wonen in een binnenstedelijke woon-werkomgeving met vooIzieningen. De onderliggende veronderstelling lijkt te zijn dat toekomstige bewoners het tekort aan groen, de geluidsoverlast en de hogere mate van hinder – inherent aan grootstedelijke dynamiek – zullen accepteren. Om een woonomgeving met een dergelijke hoge dichtheid leefbaar en gezond te houden, is echter een maximaal en hoogwaardig voorzieningenniveau noodzakelijk, inclusief voldoende plekken voor ontspanning, rust en woongenot.
Onze voorkeur had uitgegaan naar minder hoogbouw of het geheel achterwege laten van hoge woontorens, gecombineerd met een ontwerp met hogere duurzaamheidsambities en meer mogelijkheden voor het realiseren van gezonde woningen. Enkelzijdige woningen op hoogte kampen bovendien vaak met warmtestuwing en zijn moeilijk te ventileren. WU adviseren daarom om bij realisatie van woontorens aan de zonzijde standaard zonwering aan de buitenzijde te voorzien.
Tot slot Wij vertrouwen erop dat u ons advies met zorgvuldigheid behandelt. Mocht u nog vragen hebben neemt u dan contact met ons op? Met vriendelijke groet,
Adviseur Gezonde Leefomgeving GGD Haaglanden i afdeling Leefomgeving
about:blank?windowld=SecondaryReadingPane1
2/4
provincie Zuid''Holland
PostadresProvinciehuis Postbus 90602
2509LP DenHaag T 070 - 441 66 11 www.zuid-hotEartcl.rII Datum
Zie verzenddatum linksonder Onskenmerk Zaak: 211729 Uw kenmerk
Burgemeester en Wethouders van
Bijlagen
de gemeente Rijswijk Postbus 5305 2280 HH Rijswijk
Onderwerp
Vooroverleg inzake Voorontwerp-Omgevingsplan
'Havenkwartier Fase2, openbare ruimte en Haven' Geacht college,
Inleiding Op 12 november 2025 hebt u het bovengenoemde voorontwerpbestemmingsplan toegezonden in
het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Het provinciaal ruimtelijk beoordelingskaderis vastgelegd in het Omgevingsbeleid,bestaandeuit de Omgevingsvisie Zuid-Holland, de Programma(s) en de Omgevingsverordening Zuid-Holland.
Opmerkingen
De reactie heeft betrekking op het volgende.
ExterneVeiligheid De onderbouwing over externe veiligheid gaat nog onvoldoende in op de volgende aspecten: Het plangebied ligt nagenoeg geheel in het brandaandachtsgebied van een hogedruk aardgasleiding. Aangezien dit gehele plangebied (+/- 5,5 ha) in zijn totaliteit wordt ontwikkeld tot een gebied van
wonen en werken, verwachten wij dat er flink wat meer personen in dit gebied komen. Deze ontwikkeling zal naar verwachting leiden tot een verhoogd groepsrisico, waarbij vanuit art 7.18 van
de ZHOVeen uitgebreidere verantwoording ten opzichte van artikel 5.15 van het Bklwordt gevraagd. Daarnaast is de ontwikkeling van zeer kwetsbare gebouwen in het gebied een aandachtspunt. Mogelijk zal de gemeente in deze nieuwe woonwijk, maatschappelijke voorzieningen zoals een
kinderdagverblijf, basisschoolof verzorgingstehuiswillen projecteren. Voor deze locatieszaleen voorschriftengebied aangewezenmoeten worden, wat neerkomt op extra bouwkundige maatregelen. Er is in het document geen onderbouwing opgenomen wat het verwachte groepsrisico
provincie Zuid/Holland
Datum
Ons kenmerk
Zaak: 211729
is. Zoats aangegeven verwachten wij dat er sprake is van een verhoogd groepsrisico en is de
onderbouwing over externe veiligheid daarvoor te summier. Daarbij wordt in de onderbouwing ook aangegeven dat men geen zeer kwetsbare gebouwen in het gebied verwacht. Ook dit is te summier.
In het plan worden deze functies niet direct genoemd, maar ook niet expliciet uitgesloten. Omdat het vanuit de omgevingswetverplicht is om een voorschriftengebied aan te wijzen voor zeer kwetsbare gebouwen in het aandachtsgebied, moet dit ook in de planregels van het omgevingsplan opgenomen
worden of expliciet worden uitgesloten in de planregelsof in de planomschrijving. Conclusie Op basis van de aangeboden gegevens heb ik geconstateerd dat het plan op bovengenoemde punten
onvoldoende rekening houdt met de betrokken provinciale ruimtelijke belangen en ik verzoek u daarom om het plan op deze onderdelen aan te passen.
Hoogachtend,
Digitaae6derbjend
door drs. K.P. Spannenburg
op 25-+MJ
drs. K.IW)annenburg Hoofd Beoordeling Deze brief is digitaal vastgesteld, hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief. WUverzoeken u in uw correspondentie altijd het zaaknummer te vermelden dat wii rechts bovenaan in deze brief hebben opgenomen.
2
Bezoekadres
omgevingsdienst
Zuid-Hollandplein 1 2596AWDen Haag
Haaglanden
Postadres Postbus14060 2501GBDen Haag (070) 21 899 02
vergunningen@odh.nl www.odh.nl
GemeenteRijswijk Postbus5305 2280 HH RIJSWIJK
Datum
Uw brief
01-12-2025
Uw kenmerk
Bijlage(n)
Onskenmerk 0 DH1586864
Afdeling
Zaaknummer
Team
01152866
T&V Milieubeheer, Geluid &
Contactpersoon
Toetsing & Vergunningverlening Milieu Telefoonnummer
=nHlIH
Glastuinbouw Betreft
Advies, Havenkwartierfase 2 te Rijswijk
Geachte
Op 12 november 2025 hebben wU van u een verzoek om advies ontvangen. Het verzoek betreft het adviseren inzake concept wijziging omgevingsplan Rijswijk op locatie Havenkwartierfase 2 te Rijswijk. Wij hebben de regels en het onderliggende akoestische rapport “Geluid bij transformatie van Havenkwartier Rijswijk, fase 2” van Peutz met kenmerk OB 16754-1-RA-001d.d. 13 november beoordeeld. Omdat het akoestisch rapport geen gedetailleerde akoestische bedrijfsgegevens bevat kon ervoor de onderliggende geluidmodellering van activiteiten geen technisch- inhoudelijke toetsing plaatsvinden.
Beoordeling akoestische rapportage in hoofdlijnen Industrielawaai Onze opmerkingen zijn hieronder in volgorde van de betreffende paragraaf uit het rapport opgesomd. In het akoestisch rapport zijn in paragraaf 2.4 afstandsregels beschreven voor nieuw te vestigen bedrijven. Wij missen daarbij een kader voor nieuwe bedrijven die zich binnen het besluitgebied van een transformatie bevinden, bijvoorbeeld voor een horeca bedrijf in de plint van een woontoren. Mogelijk passen hier alleen bedrijven die zich lenen voor functiemenging. In paragraaf 2.5.1 wordt gesteld, dat een gevel als geluidluw wordt beschouwd als het (gecumuleerde) geluid, inclusief het geluid van wegen, niet hoger is dan 50 dB (Lden) en 40 dB (Lnight). Echter deze waarden volgen niet uit het (concept) hogere waarden beleid uit 2016, waarin onderandere het volgende is
opgenornen: Onder een geluidsluwe zijde wordt het volgende verstaan: • De geluidsbelasting op de geluidsluwe zijde mag cumulatiefniet meer bedragen dan
60 dB, exclusiefaftrek
conform artiket 110 van de Wet getuidhinder;
• Indien de gecumuleerdegeluidsbelasting op de hoogst belaste zijde 65 dB of minder bedraagt, bedraagt de gecumuleerdegeluidsbelasting op de geluidstuwe zijde maximaal 55 dB (zie pamgraaf 3.4);
Tevens is het (concept) hogerewaarden beteid aIleen gericht op de voormalige door de Wet geluidhinder gezoneerde geluidbronnen. Tevens geldt er een maximaal aanvaardbare gecumuleerde geluidbelasting van 69,5 dB van de bronnen die zijn opgenomen in de plandrempet van hetActieplan Geluid. Wij adviseren om het geluid van de (bedrijfsmatige) activiteiten van het Havenkwartier niet te cumuleren met het wegverkeerslawaai, maar ats aparte geluidbronsoort te zien met een geluidluw-etmaalwaarde van 50 dB(A), waarvoor een aanvullende rege[ met betrekking tot de geluidluwe gevel kan worden opgesteld, die niet verwijst naar het (concept) hogere waarden beleid. Hiervan wordt ook uitgegaan in de conclusie in paragraaf 6.2. Wij verzoeken om de passagesin het rapport met elkaar in overeenstemming te brengen. Voor de bepaling van het gezamenlijke geluid adviseren wij om aIleen het langtijdgemiddelde geluid van (bedrijfsmatige) activiteiten mee te nemen en alleen als dit een substantidle bijdrage leven, bijvoorbeeld omdat de geluidbelasting van deze geluidbronsoort hoger is dan de standaardwaarde uit het Bkl. In paragraaf 2.5.2 wordt gesproken van overschrijdingen van de grenswaarden voor piekgeluid. Vermoedelijkwordt bedoetd de overschrijding van de standaardwaarden. Erwordt veuocht om af te wOkenvan de standaardwaarden voor piekgeluiden uit het Bkl tussen 06:00 en 07:00 uur.
Wij adviserenom uit te laten zoeken in hoeverre het Bkl dit generiek toelaat en of er dan eventueel sprake client te zijn van een verschuiving van de tijden (naar 22:00 – 06:00 uur) en niet het inkorten van de nachtperiode. Wij adviseren om vooralsnog aIleen per specifiek geval hogere geluidniveaus in de periode 06.00 - 07.00 uur tevergunnen Wij adviseren om in de regels op te nemen dat moet worden aangetoond dat ervoldoende ventilatielucht door de geluidmaatrege! stroomt zodat het aangrenzende geluidgevoelige vertrek getuidluw kan spuien op
verblijfs ruimte-niveau. Wij adviseren om in de regels op te nemen dat moet worden aangetoond dat ervoldoende lucht door de geluidmaatregel stroomt zodat het aangrenzende geluidgevoelige vertrek geluidluw kan spuien op
verblijfsruimte-niveau. Paragraaf 4.2 vermeldt dat de metingen aan de lichte vrachtwagens van IFSzijn gebruiktvoor alle lichte vrachtwagens in het gebied. Mogelijk is het wagenpark van IFSstiller en nieuwer dan dat van andere bedrijven, zodat niet overal kan worden uitgesloten dat er hogere niveaus van lichte vrachtwagens mogelijk zijn. Echter, meestaI is het bronvermogen van zware vrachtwagens bepalend voor de hoogste piekgeluidniveaus. Op dit moment wordt de memo kentallen van de ODH aangepast en is deze benadering
akkoord. De geluidonderzoeken naar de bedrijven uit fase Oen De Waterman zijn reeds bekend bij de ODH. De in het rekenmodel ingevoerde geluidbronnen van de in paragraaf 4.3 vermelde bedrijven zijn niet door de ODH beoordeeld. Wij gaan vooralsnog in deze conceptfase uit van de berekende contouren zoals deze zijn opgenomen in
de bijlagen.
ODH1586864
2/4
Wij merken op dat de bijlagen veel figuren bevatten waarop geen contouren staan afgebeeld, ook van bedrijven die verder in het rapport niet worden behandeld, wat mogelijk verwarrend kan werken. Over de contouren uit het akoestisch onderzoek merken wU in algemene zin het volgende op. Het rapport kan worden gebruikt om aan te tonen dat het bereiken van een evenwichtige toedeling van functies aan locatie (ETFAL) mogelijk is door middel van voorbeelden en voorkeursvarianten en aannames. Wij adviseren, om de afhankelijkheid van deze aannames helder te beschrijven, waarbij tevens duidelijk wordt gemaakt wat er gedaan moet worden als een belangrijke vooronderstelling verandert of niet kan worden bereikt. Dit geldt voor afschermende bebouwing van de Sijthoff (zie hieronder bij wegverkeerslawaai) en ook voorveranderingen in de gemodelleerde bedrijfsvoeringen van de bedrijven. De nu gehanteerde contouren lijken erg precies te zijn berekend, terwijl de invoergegevens waarschijnlijk grof zijn bepaald (bijvoorbeeld: laden/lossen van een tiental vrachtwagens per week, gebruik van kentallen, e.d.). Mogelijk kunnen er beter vloeiende omhullende lijnen worden getrokken door de akoesUscheexpert op basis van ewaring met de relevantie en onnauwkeurigheid van de ingevoerde geluidbronnen. In het gebied zijn enkele bedrijfswoningen aanwezig.
In de huidige situatie mogen bedrijven daarop een geluidbelasting veroorzaken van 55 dB(A)etmaalwaarde. Dat blijft zo, echtergeldt er straks ook een norm voor het gecumuleerde geluid waar bedrijven nu geen rekening mee hoeven te houden. De rapportage dient erop in te gaan dat bedrijven hierdoor niet worden benadeeld.
Wegverkeerslawaai In paragraaf 5.2 staat vermeld, dat de vergunningaanvraag voor de woningbouwontwikkeling van de Sijthoff (fase 1) reeds is ingediend. Dezeaanvraag betreftvooralsnog slechts de ruimtelijke fase. Met concrete afscherming kan daarom formeel nog niet worden gerekend, tenzij ook de specifieke bebouwing van Sijthoff onderdeel van de Bopa procedure wordt. In deze beoordeling gaan we er vanuit dat dtt alsnog zal gebeuren (66n complete Bopavergunning), omdat de gebouwen al in detail bekend zijn. Handelen bij overschrijding van de grenswaarde volgens het Bkl In het rapport zijn in paragraaf 5.2 de uitkomsten getoond bij de voorkeursvariant. In deze fase kan, zoals hierboven uitgelegd, formeel nog niet worden uitgegaan van de voorgestelde woonbebouwing van de Sijthoff. Het is echter bij elke rekenvariant reeds duidetijk dat er grenswaarden worden overschreden op het plangebied. Met behulp van de contouren van de wegen dient er op de bouwvlakken te worden aangetoond welke zijden als niet-geluidgevoelig moeten worden aangeduid in het omgevingsplan. De hoogst berekende geluidbelasting is maatgevend voor een zijde van een bouwvlak. Conform de Omgevingsregeling mag per bouwlaag worden bepaald of een zijde van een bouwvlak als niet-geluidgevoelig dient te worden aangeduid. Daarbij moet tevens het gezamenlijke geluid worden vastgelegd.
Het zogenaamde doorschuiven van onderzoeken naar de geluidbelasting is, bij een gebleken overschrijding van een grenswaarde op een maatgevend punt van een zijde van een bouwvlak (“daar waar een gevel mag komen”), niet toegestaan. Dit geldt overigens ook voor de Bopa-procedure van de Sijthoff. De wegverkeerslawaai berekeningen zonder bebouwing van de Sijthofftonen aan dat de grenswaarde voor wegverkeerslawaai van rijkswegen wordt overschreden in nagenoeg het hele plangebied. Het kunnen rekenen met afscherming door toekomstige bebouwing is dus zeer gewenst. Mogelijk kunnen er bouwvlakken en minimale bouwhoogten en bebouwingspercentages worden gehanteerd bij het modelleren van afscherming die met voldoende zekerheid zal worden gerealiseerd, om te voorkomen dat de 'niet-geluidgevoelige zone’ te ver in het plangebied rijkt en veel niet-geiuidgevoelige gevels moeten worden vastgelegd in het omgevingsplan, echter daarover zullen afspraken gemaakt moeten worden. Voorkomen moet worden, dat door het niet realiseren van bepaalde afschermende bebouwing er elders woningen in gebruik worden genomen waarop een grenswaarde wordt overschreden, terwij I deze niet als niet-geluidgevoelig zijn aangeduid.
ODH1586864
3/4
Omdat fase I (SijthofO in een verder gevorderd stadium is en de onderhavige fase 2 nog een concept is, beschouwen wij de berekeningen met geluidmodellen waarin de huidige bekende woongebouwen van de Sijthoff zijn ingevoerd als afdoende voor dit moment om aan te tonen dat het bereiken van een etfal mogelijk is met de
voorkeursvariant. In paragraaf 6.3.2is vermeld, dat een gevet geluidluw kan worden gemaakt met bijvoorbeeld Harbour Fensters. Een geluidluwe geve[ dient echter in beginsel een gehele geluidluwe zijde te zijn. Erzijn wel gelijkwaardige oplossingen mogelijk, ter beoordeling van de gemeente. Waarschijnlijk zijn de trams niet ingevoerd met de juiste waarden maar is steeds de waarde “1” ingevoerd per tram, terwijl een tram 3 bakken heeft en dan als “3” ingevoerd moet worden. Tercontrole: tram “352227 rails. . . “ heeft als invoer 5,16 eenheden in de avondperiode, wat overeenkomt met minder dan 2 trams per uur. Dat lijkt erg weinig, echter dit is niet nader door ons te controleren met de gegevendata uit de bijlagen. Conclusie
Wij verzoeken het rapport aan te passen waarbij de bovenstaande opmerkingen in overweging worden genomen. Regels De concept-regels zijn naar ons oordeel nog onvoldoende robuust. Wij hebben op uw verzoek onze opmerkingen geplaatst in het document “Regels Havenkwartier 2e fase versie 10 november.docx”. Dezeopmerkingen zijn echter niet uitputtend. Graag zijn wij bereid om toelichting te geven op onze opmerkingen en willen we graag meedenken in de verdere uitwerking van de concept-regelset.
Burgemeester en wethouders van Rijswijk,
namensdezen,
mr. M.J.Nietand- Stegers Teamleider Toetsing & Vergunningverlening Milieu
van de OmgevingsdienstHaaglanden
Bijlage: - van wijzigingen voorzien document “Regels Havenkwartier 2e fase versie 10 november” (ODH1573951).
0 DH 1586864
4/4
W
Hoogheewlraad£chapvan
E)elf land
Aan burgemeester en wethouders van Rijswijk Postbus 5305 2280 HH RIJSWIJK
UW BRIEF
12 november 2025 ONS ZAAKNUMMER
Z-25-137631 ONS DOCUMENTNUMMER
D-25-178248 DELFT
25 november 2025 ONDER W ERP
Weging waterbelang concept wijziging omgevingsplan Havenkwartier fase 2
Geacht college,
In het kader van artikel 5.37 Bkl heeft u het Hoogheemraadschap van Delfland het concept van de wijziging omgevingsplan Havenkwartier fase 2 toegezonden. U verzoekt Delflandeen reactie kenbaarte maken op het conceptvan de wijziging omgevingsplan. Advies Wij geven u graag advies ten aanzienvan de wateraspectenin het plan. Specifiek hebben wij de volgende opmerkingen op de Motivering Havenkwartier fase 2 en bijlage 10 Wegingvan het Waterbelang. 1.
2.
3.
4.
5.
6.
In de motivering benoemt u de instructieregel van het Rijk voor het voorkomen van belemmeringen voor primaire waterkeringen. Wij verzoeken u ook de instructieregel van de Provincievoor de regionale waterkeringen te benoemen. Wij vragen u in de motivering en bijlage 10 een verwijzing naar de Handreiking weging van het waterbelang voor gemeenten op te nemen. De meest actuele versie van de handreiking kunt u vinden op onze website Weqinq waterbeianq in plannen fvsieke leefomqevinq - Deifland. In relatie tot de vasthoudmaatregelenbeschrijft u op meerdereplekkenhet standstill-principe. Wij verzoeken u in plaats daarvan naar de Richtlijn Compensatie Verharding (Vernieuwde Richtlijn CompensatieVerhardinq - Delfland) te verwijzen . Wij vragen u aan te geven, dat voor activiteiten in de beschermingszonevan de waterkering een omgevingsvergunningvoor een wateractiviteit (Aanvraqen verqunninq meldinq activiteit - Delfland) bij Delflanddient te wordenaangevraagd. Voor de ondergrondse parkeergarages vragen wij u aan te geven, of er negatieve gevolgen voor de grondwaterstroming verwacht worden. AIs dit het geval is, verzoeken wij u mogelijke maatregelen te benoemen. Daarnaast zal voor de liggingvan de ondergrondseparkeergaragesrekeningmet de ligging van de waterkering gehouden moeten worden. De ondergrondse constructies mogen het leggerprofiel van de kering niet doorsnijden.
Wij verzoeken u het aspect "beheer en onderhoud van de watergangen" op te nernen en te benoemen, welk effect de ontwikkeling op de manier, waarop onderhoud kan worden uitgevoerd, heeft.
BIJLAGE(N
) -
CONTACT mevrouw ir. S. Warmelink ' T 015 2608108 ' E swarmelink@hhdelfland.nl POSTADRES Postbus 3061, 2601 DB Delft . WEBSITE www.hhdelfland.nl DIRECTiEPORTEFEuiLLE Ontwikkeling .AFDELINGPlanvorming
D-25-178248 / Weging waterbelang concept wijzigtng omgevingsplan Havenkwartier fase 2 / 2 van 2
RegelsHavenkwartier2' fase 7. In de regels zien wij het beperkingengebiedvoor de waterkering niet terug. Wij verzoekenu de regelsvoor het beperkingengebiedop te nemen. Naast advisering in het kader van de weging van het waterbelang over dit omgevingsplan kan het za zijn, dat een omgevingsvergunningvoor een wateractiviteit of melding nodig is. Voor een omgevingsvergunningworden legeskostenin rekening gebracht. Meer informatie over deze vergunning, melding en legeskosten kunt u vinden op onze website (Aanvragen verqunninq meidinq activiteit Delfl and) .
Voor meer informatie of vragen kunt u zich wenden tot de contactpersoon, vermeld onderaan het voorblad van deze brief. Hoogachtend, Dijkgraaf en Hoogheemraden van Delfland, namens deze,
de Afdelingsmanager Planvorming,
rnevrouw ir. M.E.M. de Jong-Schmitz
g
Dedemsvaartweg I 2545 AP Den Haag Postbus 52155 2502 CD Den Haag
AE!!irae: I:: Reg i o
L 088 886 8000
a omgevingsveiligheid@vrh.nl ID www.vrh.nl
Conta
College van burgemeester enwethouders van de gemeente Rijswijk Postbus 5305 2280HH Rijswijk
Datum : Onderwerp :
Zaaknummer;
20 november 2025 Advies VRH Havenkwartier fase 2 in Rijswijk 2025111370917
Geacht College,
U heeft de Veiligheidsregio Haaglanden(VRH)op 13 november 2025 verzocht om advies uit te brengen omtrent het Havenkwartier fase 2 te Rijswijk. De adviezen in deze brief zijn gertcht op
verschillende aspecten van fysieke veiligheid. Het advies wordt gegeven tn het kader van art. 10 en
art. 25, lid 1, onder e van de Wet veiligheidsregio’s.
1. Omschrijving ontwikkeling Het voornemen is om bij Havenkwartier Fase2 te Rijswijk een mix van werken en wonen te realiseren. Er zullen maximaal SOOtot 700 woningen worden toegevoegd en alle vierkante meter
bedrijfsruimte wordt minimaal behoudenten op zichtte van de huidigesituatie.
2. Samenvatting advies VRH Hieronder volgt een korte uiteenzetting van de adviezen die in deze brief zijn toegelicht. -
Vluchtweg van risicobron af (verhogen zelfredzaamheid)
-
Voorbereiden interne organisatie (verhogen zelfredzaamheid) Risicocommunicatie(verhogen zelfredzaamheid) Zeer kwetsbare gebouwen buiten het brandaandachtsgebied(effectbeperkendemaatregel)
3. Risicobronnen en maatregelen fysieke veiligheid In dit hoofdstuk volgt een omschrijving van de risicobronnenen geadviseerdemaatregelen op het gebied van fysieke veiligheid voor het Havenkwartier fase 2
3.1
Externe veiligheid
Het rutmtelijke plan ligt voor een gedeelte in de volgende aandachtsgebieden:
-
in het explosieaandachtsgebied van rijksweg A4 (afb. 1) in het gifwolkaandachtsgebted van rijkswegA13 (afb. 2) in het brandaandachtsgebiedvan hogedruk aardgastransportleiding A-517-KR-024 (afb.3)
Volg ons op social media:
all W@
I
I
' ::.\::I’ Afb
Het e x PIo s i ea aiC:: ii t : g gi :: d iv : i r Iia: L= : g
;;I
?. 1
t
/ -\)
{ }.
~\'’=*=,
\,::+
./
f:
7: \\
Afb. 2: Het gifwolkaandachtsgebiedvan rijksweg A13
Afb. 3: Het brandaandachtsgebied van hogedruk aardgastransportleiding A-517-KR-024
Wegtransport Vanwege het transport van gevaarlijke stoffen over de wegen is het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) van toepassing. In onderstaandetabel zijn de wegen, de afstand ten opzichte van het ruimtelijke WeB Rijksweg A4
plan, de invloedsgebieden en het plaatsgebonden risico opgenomen.
m““'::"'-""' & Circ®jiMWe
zuidoosten van het
F{ijk;Q:i XIS-
plangebied Circa510 meter ten zuidoosten van het
45 meter (niet vaninvloed) 45 meter
:BfB®Id#):at-e' ’'–ati'ge lssen ; vloeistoffen r
n.v.t.
n.v.t.
355meter 1 730meter
1.500meter
n.v,t.
(PR-IQ'6.CO
(niet van inaoed}
plangebied
Worstcase
scenario
van vervoer
van brandbare
gassen:
BLEVE
E6nvan de ergst denkbare scenario's is in dit geval een BLEVE(Boiling Liquid ExpandingVapour Explosion) van een tankwagen met brandbaar gas door impact (zoals een aanrijding). Hierbij zal de gehele inhoud van de tankwagen ineens explosief vrijkomen, Als gevolg van de explosie is er ook een drukgolf waarbij veel hitte vrij komt door de ontstane vuurwolk. De karts hierop is, afhankelijk
van verschillendeomstandigheden,maar in de meestegevallenerg klein. Bij het ergst denkbare scenario zullen tot 355 meter (effectgebied) van het incident nag slachtoffers kunnen vallen. Tot op ongeveer 380 meter kunnen mensen eerstegraads brandwonden oplopen.
Worstcasescenario van vervoer van giftige gassenen giftige vloeistoffen: giftige wolk Indien de tankwagen een giftige vloeistof of giftig gas vervoert, is het afhankelijk van de soort stof
(mate van giftigheid) en weersomstandigheden tot op welkeafstand mensenslachtofferkunnen warden. Bij het ergst denkbare scenario kan dit in sommige gevallen leiden tot een effectgebied
van 1.500 meter. Op de grens van dit effectgebied kan nag 1% van de mensen overlijden. Gezien
de afstand van de rijkswegA13 tot het plangebiedbestaat de kans dat de aanwezigepersonen slachtoffer worden of overlijden, wanneer de wind in de richting van het plangebiedstaat. De karts op dit scenariois, mede op basisvan de aantallen(tank)wagensmet giftige vloeistoffenen giftige gassen, zeer klein.
Buisleiding Het plangebied ligt gedeeltelijk in hat brandaandachtsgebied van hogedruk aardgastransportleiding
A-517-KR-024 (66,2 bar en 28,4 inch) langs het ruimtelijk plan, is het 'Besluit kwaliteit leefomgeving' (Bkl) van toepassing. In onderstaande tabel zijn de eigenschappen van deze leiding opgenornerl.
Ngg m
} A-517-KR-024 }
:i:==:5
66,2
::iT
1
28,4
pIii Iop
i
n.v.t.
::i!I!?i
i
+
m I e%A tIIM
160 m. ' ' }
380 m.
:=A:::Ba
i
Ja
WwW
-
i
taM
db ng eU nd
Circa l05 m. van het plangebied
Worstcase hogedruk aardgasbuisleiding: fakkelbrand Het ergst denkbare scenariois een grote breuk in de aardgastransportleiding die explosief tot ontbranding komt waardoor een fakkelbrand ontstaat. Bij dit scenariois tot in de wijde omgeving de explosie merkbaar. Tot 160 meter is de verwachting dat alle aanwezige personen overlijden en
kunnen er tot 380 meter (1% letaliteitgrens) personen overlijden. C)okbuiten dit gebied kunnen er nog verschillende secundairebranden ontstaan door de vrijgekomen hitte en bestaat de kans dat mensen eerstegraads brandwonden oplopen. De kans op dit scenario is erg klein.
Geadviseerde maatregelen Om de kans op incidenten te verkleinen, de effecten van incidenten te beperken en de zelfredzaamheid van de aanwezigen te verbeteren, worden de volgende maatregelen geadviseerd : Vluchtweq van risicobron af (verhoqen zelfredzaamheid) Bij een incident met een tankwagen met brandbare gassen of de hogedruk aardgastransportleiding
is het van belang dat mensen veilig kunnen vluchten. Hiervoor is een vluchtweg vanuit de gebouwen richting de omgeving, in een afgekeerde zijde van deze risicobronnen van belang. Dit
geldt voor gebouwenbestemdvoor het verblijf van personen. Bij de (ver)bouw van gebouwen,bestemdvoor het verblijf van personenwordt onafhankelijkvan de locatie van het incident een vluchtwegen vanuit het gebouw geadviseerd, via de gevels aan de afgekeerde zijden van de risicobronnen. Voorbereiden interne organisatie (verhoqen zelfredzaamheid)
Binnen de bedrijfsruimtes van het Havenkwartier fase 2 kunnen personeelsledenen (grote groepen) bezoekersverblijven. Het is van belang dat het personeel,de begeleidingen/of de BHVorgantsatie van deze gebouwenzijn voorbereid op eventuele calamiteiten met gevaarlijke stoffen buiten de gebouwen. Hierbij is het van belang dat zij ook weten hoe daarbij te handelen.
Bijvoorbeeld om bezoekersvan deze gebouwen te assisteren om zichzelf in veiligheid te brengen.
Geadviseerdwordt dat het personeelen/of de BHV-organisatievan de bedrijfsruimtesvan het Havenkwartier fase 2, is voorbereid op calamiteiten bij het transport over de rijkswegen A4 of A13 of met de hogedruk aardgastransportleiding. Dit kan geborgd worden in een plan ten behoeve van noodsituaties. Hierbij is het ook belangrijk dat dit structureel wordt geoefend. Risicocommunicatie (verhoqen zelfredzaamhetd) Om ervoor te zorgen dat mensen goed voorbereid zijn en weten hoe zij moeten reageren bij een
ongeval met de eerder genoemde risicobronnenis het van belang dat zij hier vooraf over worden geTnformeerd.Mogelijk kan de gemeente Rijswijk voor dit ruimtelijke plan gebruik maken van de hulpmiddelen die zijn ontwikkeld of beschikbaarzijn. Geadviseerd wordt om bewoners, personeelsleden en vaste bezoekers te informeren over de verschillende risico’s en gevaren van de eerder genoemde risicobronnen. Daarbij dient men tevens geTnformeerd te worden over de wijze van alarmeren en de wenselijke manier van reageren tijdens
incidenten (risicocommunicatie). Dergelijke informatie dient op gezette tijden herhaald te worden, zodat het onderwerp onder de aandacht blijft. In de regio Haaglanden is de website www.haaqlandenveiliq.nl beschikbaar. Via deze website
worden burgers geTnformeerdover de aanweztge risico’s in de regio en is informatie te vinden over wat zij zelf kunnen doen om deze risico’s te beperken.
3.2 Bereikbaarheid en bIuswatervoorziening Orndatin dit stadium nog niet duidelijk hoe de bereikbaarheiden bIuswatervoorzieningeruit gaan zlen wordt geadviseerd om vroegtijdig contact op te nemen met de risicobeheerser in de wijk, de
heer S. Thoen (sven.thoen@>vrh.nlof 06 - 42 09 16 72).
4. Restrisico Het effectgebied van de risicobronnenis groter dan dit plangebied.Het totaal aantal te verwachten slachtoffers (en daarmee de hulpbehoefte) is groot bij het ergst denkbare scenario, in dit geval de hogedruk aardgastransportletding. Zowel in de huidige situatie aIs in de toekomstige situatie is de beschikbare huIpverIeningscapaciteit waarschijnlijk onvoldoende om direct aan de benodigde hulpvraag te voldoen. Assistentie vanuit andere regio’s is hierbij noodzakel ij k.
5. Totslot AIs u vragen heeft naar aanleiding van bovenstaande, dan kunt u contact opnemen met mevrouw E. van Rooij (omqevinqsveiliqheid@vrh.nl). Voor vragen over brandveiligheid kunt u contact opnemen met risicobeheerslng@vrh.nl.Voor vragen over risicocommunicatie kunt u contact opnemen met de afdeling communicatie van de Veiligheidsregio Haaglanden (communicatie@3vrh.nl). Met vriendel ij ke groet,
Ing. M. Evers MCDm Directeur Brandweerzorg