Bijdrage Onderwijs bij raadsvoorstel Spreidingswet 240916
Tekst van het document
Onderwijs1 Ieder kind heeft recht op onderwijs. Dit staat in het Internationaal verdrag van de rechten van het kind dat Nederland mede heeft ondertekend. In Nederland wordt dit recht geregeld in de Leerplichtwet. De gemeente heeft de taak om toe te zien op de juiste uitvoering van de Leerplichtwet, onder andere door de inzet van Leerplichtambtenaren. In de Leerplichtwet is geregeld dat ieder kind vanaf 5 jaar tot 16 jaar en, indien de leerling dan nog geen startkwalificatie heeft, tot 18 jaar door de ouders op een school ingeschreven moet worden en daar ook dagelijks het lesprogramma moet volgen. De Leerplichtwet geldt voor ieder in Nederland verblijvend kind, ongeacht de verblijfstatus. Dit betekent ook dat ieder kind dat in Nederland verblijft zo snel mogelijk een onderwijsplek moet krijgen. Op basis van internationale afspraken geldt dat een leerplichtig kind binnen 3 maanden na aankomst in Nederland die onderwijsplek moet hebben. De gemeente waarin het kind verblijft is er verantwoordelijk voor dat ieder leerplichtig kind zo snel mogelijk, doch uiterlijk binnen die 3 maanden na aankomst in Nederland, ook daadwerkelijk die onderwijsplek heeft. Hiervoor moet de gemeente afspraken maken met de schoolbesturen in de gemeente.
Indien nodig, moet de gemeente ook zorgen voor voldoende m² aan (extra) onderwijshuisvesting om ervoor te zorgen dat deze kinderen die onderwijsplek kunnen krijgen. Het daadwerkelijk verzorgen van het onderwijsprogramma is aan het onderwijs zelf. Iedere school heeft de opdracht om voor ieder kind een zodanig onderwijsprogramma te verzorgen dat recht doet aan het niveau van het kind en leidt tot het minimaal kunnen voldoen aan de kerndoelen en eindtermen van het onderwijs aan het einde van de schoolperiode. Hoe een school dat doet is aan de school zelf. De Inspectie van het Onderwijs controleert op regelmatige basis de scholen of zij voldoen aan de eisen uit de Wet en of zij hun onderwijs zodanig organiseren dat zij iedere leerling ook de beste kansen bieden. Dit geldt voor ieder kind in Nederland, dus ook als een kind een (onderwijs)achterstand heeft in, bijvoorbeeld, de Nederlandse taal2. Deze opdracht aan het onderwijs is opgenomen in de Wet op het Primair Onderwijs (artikel 8.9) en de Wet op het voortgezet onderwijs (artikel 2.34). Kinderen van nieuwkomers spreken bij aankomst in Nederland (meestal) nog geen Nederlands of in ieder geval niet in voldoende mate dat eenvoudig het reguliere lesprogramma gevolgd kan worden.
Onder nieuwkomersleerlingen worden alle leerplichtige leerlingen die korter dan 2 jaar in Nederland zijn en de Nederlandse taal onvoldoende machtig zijn om deel te kunnen nemen aan het reguliere lesprogramma (bijvoorbeeld kinderen van asielzoekers/vluchtelingen, statushouders, expats, arbeidsmigranten en Oekraïense ontheemden). In principe stromen al deze leerlingen in binnen de gewone klassen in de reguliere scholen voor primair en voortgezet onderwijs. Het is aan de desbetreffende school om deze leerlingen een onderwijsprogramma te bieden waarbij het zo snel mogelijk verwerven van de Nederlandse taal uiteraard een substantieel onderdeel is zodat de leerling zo snel mogelijk kan deelnemen aan het gewone onderwijsprogramma voor zijn of haar leeftijd.
1
Aanvullende notitie bij het raadsvoorstel Spreidingswet; asielopvang en flexwonen op het Hof van Elsenburg.
2
Dit heeft niets te maken met Passend Onderwijs. Passend Onderwijs geldt voor kinderen die vanwege een lichamelijke, zintuigelijke, verstandelijke of psychische handicap of beperking niet of onvoldoende het reguliere onderwijsprogramma kunnen volgen. Taalproblematiek / het (nog) niet (in voldoende mate) kunnen spreken / begrijpen van de Nederlandse taal valt niet onder Passend Onderwijs.
1
Hoewel het reguliere onderwijs dus in staat geacht wordt om ook aan nieuwkomersleerlingen in de reguliere klassen een goed onderwijsprogramma te bieden, leidt dit wel vaak tot extra uitdagingen en extra belasting (in groepen). Zeker als een school veel nieuwkomersleerlingen heeft in de oudere leeftijd. Daarom organiseert een school met veel nieuwkomersleerlingen, met behulp van die extra gelden die de school bij meer dan 4 nieuwkomersleerlingen kan aanvragen bij het Ministerie van Onderwijs, vaak het onderwijs aan deze leerlingen in een speciale groep. Hierdoor kan bijvoorbeeld een speciale leerkracht met expertise in NT2-onderwijs3 worden aangetrokken, zitten er minder leerlingen dan normaal in de groep en kan er binnen zo’n groep extra veel aandacht worden besteed aan het (nog sneller) verwerven van voldoende taalvaardigheid in het Nederlands. Dit werkt vaak beter bij het zo snel mogelijk verwerven van voldoende taalvaardigheid in het Nederlands dan als dit in de reguliere groep moet gebeuren. Kennis en expertise van NT-2 onderwijs aan nieuwkomersleerlingen wordt versterkt, en de reguliere groepen worden minder belast. De gemeente kan ook, samen met de schoolbesturen in de gemeente, afspraken maken over bijvoorbeeld de centrale opvang van nieuwkomersleerlingen. Vaak worden deze afspraken gemaakt bij een grote toestroom aan nieuwkomersleerlingen in een gemeente.
Bijna 10 jaar geleden, bij de toenmalige instroom van veel met name Syrische vluchtelingen/ statushouders in de gemeente Rijswijk zijn de volgende afspraken gemaakt met de schoolbesturen voor primair onderwijs in Rijswijk: • • •
• • •
•
• •
•
De kleuters (4- en 5 jarigen) stromen in in de kleuterklas(sen) van de school van de keuze van de ouders. In principe geldt dit ook voor de oudere leerlingen in de basisschoolleeftijd. Indien de school van de keuze van de ouders van mening is dat (gezien de groepssamenstelling, eventueel andere problematieken binnen die groep en/of de mate van taalachterstand van de nieuwkomers leerling) zij de nieuwkomers leerling nog niet voldoende kunnen begeleiden, dan kan de leerling verwezen worden naar de centrale nieuwkomersklas, mits daar nog plaats is. Anders zoekt de school, samen met de ouders naar een andere school die wel deze leerling (tijdelijk) kan begeleiden. Binnen de gemeente wordt in ieder geval 1 centrale nieuwkomersklas door een schoolbestuur in stand gehouden; in Rijswijk noemen we de centrale nieuwkomersklas “Wereldgroep”. Lucas Onderwijs heeft zich toen bereid verklaard om een Wereldgroep in stand te houden; De Wereldgroep is onderdeel van basisschool ’t Kristal. De Wereldgroep ontvangt een subsidie van de gemeente (bekostigd uit de specifieke uitkering onderwijsachterstandenbeleid), onder voorwaarde dat de school ook de extra gelden aanvraagt bij het ministerie van Onderwijs (omdat door de Wereldgroep de school meer dan 4 leerlingen ingeschreven heeft staan die korter dan 2 jaar in Nederland zijn kan de school dat doen).
In de Wereldgroep zitten maximaal 15 nieuwkomerskinderen vanaf 6 jaar. Zij volgen een speciaal onderwijsprogramma voor het zo snel mogelijk verwerven van de Nederlandse taal en doen verder andere activiteiten (bijvoorbeeld buitenspelen, gym, culturele activiteiten) met de leeftijdsgroep mee waarin ze normaal gesproken thuis horen. Een nieuwkomers leerling stroomt in en een reguliere groep zodra hij/zij voldoende taalniveau in het Nederlands heeft. Meestal verblijft een nieuwkomers leerling een jaar (en maximaal 2 jaar) in de Wereldgroep. Na de tijd in de Wereldgroep stroomt de nieuwkomers leerling in in de reguliere groep op de school van de keuze van ouders. De Wereldgroep/’t Kristal is verantwoordelijk voor een goede overgang naar de nieuwe school (nazorg en delen van expertise). De praktijk is echter dat de meeste leerlingen uit de Wereldgroep instromen in de reguliere groepen van ’t Kristal. Indien er meer Wereldgroep plekken nodig zijn gaat de gemeente in overleg met het onderwijs voor het openen van 1 of meer andere Wereldgroepen.
Inmiddels heeft ook het IKC Snijders een Wereldgroep geopend.
3
NT2 betekent Nederlands als tweede taal. NT2-ers hebben een andere moedertaal dan het Nederlands.
2
Ondanks dat er inmiddels 2 Wereldgroepen in Rijswijk zijn (30 onderwijsplekken) blijft de behoefte aan deze vorm van (tijdelijk) onderwijs onverminderd voortbestaan. Meestal zijn rond de kerstvakantie alle plekken in de Wereldgroepen bezet en kunnen er geen nieuwe leerlingen worden geplaatst terwijl daarbij ook de overige scholen aangeven niet (direct) in staat te zijn om nieuwkomersleerlingen te plaatsen. Dit leidt tot de onwenselijke situatie dat deze leerlingen, soms voor langere tijd, geen onderwijs ontvangen. Bij het vestigen van een AZC binnen een gemeente zullen de leerplichtige kinderen van de AZCbewoners in principe een onderwijsplek moeten krijgen binnen de reguliere klassen van de scholen binnen de gemeente of binnen de bestaande nieuwkomersklassen/ISK-klassen in de gemeente/regiogemeenten. Echter, onderwijs aan leerlingen uit een AZC stelt nog meer uitdagingen aan het onderwijs, groepsvorming en klasse-organisatie. Los van het aanleren van de Nederlandse taal. Immers deze leerlingen gaan en komen in een AZC en verblijven daar soms relatief kort omdat er of geen verblijfstatus wordt verleend of, wanneer dit wel gebeurd, het gezin verhuist als statushouder naar de gemeente waaraan het is toegewezen.
Vanwege dit gegeven en ook de relatief grote hoeveelheid aan leerplichtige leerlingen op een AZC wordt er vaak door de gemeente in samenspraak met het onderwijs gekozen voor het vestigen van een aparte AZC-school. Dit kan een school zijn voor alle leerplichtige leerlingen of alleen voor de leerlingen in de basisschoolleeftijd. Bij het vorige AZC in Rijswijk is gekozen voor een aparte AZC school voor leerlingen in de basisschoolleeftijd (in plaats van deze te laten instromen in de reguliere scholen en/of de Wereldgroep(en)). Voor nieuwkomers leerlingen in de leeftijd van het voortgezet onderwijs is het nog lastiger (ook vanwege de grote variatie in onderwijsniveau en achtergrond van deze leerlingen) om direct in te stromen in de reguliere klassen. Om die reden bestaan er al lange tijd internationale Schakelklassen (ISK-klassen) speciaal voor de nieuwkomersleerlingen in de leeftijd van 12 tot 18 jaar. De ISK-klassen zijn over het algemeen onderdeel van reguliere scholengemeenschappen voor voortgezet onderwijs. Ook hier leren de leerlingen binnen 2 jaar Nederlands en stromen dan door naar de reguliere klassen van het voortgezet onderwijs of naar het mbo.
In onze regio Haaglanden zijn er 6 middelbare scholen met ISK-klassen: 4 in Den haag (Edith Stein College, Johan de Wit College, Diamant College en Zuid-West College), 1 in Delft (ISK-Delft, onderdeel van Grotius College) en 1 in Zoetermeer (Oranje Nassau College). De leerlingen van het AZC in de VO-leeftijd kregen een onderwijsplek op één van de ISK-klassen in Den Haag. Als onderdeel van een regionale afspraak over de verdeling van deze groep leerlingen binnen de regio. Op dit moment kunnen de ISK-klassen in Den Haag de Rijswijkse ISK-leerlingen (na het bepalen van hun niveau) binnen 3 maanden plaatsen. Door de regionale opgave van de spreidingswet zal het nieuwkomersonderwijs (in welke vorm dan ook georganiseerd) zowel in de basisschoolleeftijd als in de VO-leeftijd een grote uitdaging worden. Regionaal praten we dan al gauw over een paar honderd extra onderwijsplekken extra ten opzichte van het huidige aanbod. Op voorhand is niet te voorspellen of het onderwijs deze opgave ook in voldoende mate het hoofd kan bieden. Gegeven het tekort aan leraren levert is het vinden van voldoende geschikte leraren een forse uitdaging.
Als we kijken naar ons Rijswijkse basisonderwijs dan constateren we dat er op dit moment al (gedurende het schooljaar) onvoldoende capaciteit aan nieuwkomers onderwijs voorhanden is, en deze leerlingen ook lastig een onderwijsplekken krijgen in een reguliere klas. Indien er in Rijswijk een AZC komt voor de opvang van 350 vluchtelingen, zal dit naar verwachting een behoefte aan 88 onderwijsplekken opleveren (aanname is dat ongeveer 25% van het aantal vluchtelingen leerplichtige leerlingen zijn). Waarbij we uitgaan van een 50-50 verdeling tussen basisschoolleerlingen en onderwijsplekken voor VO-leerlingen. De besturen van de ISK-klassen in Den Haag geven vooralsnog aan de extra opgave aan onderwijsplekken voor VO-leerlingen te kunnen realiseren.
3
De ongeveer 44 nieuwkomers in de basisschoolleeftijd zullen (in principe) een onderwijsplek moeten krijgen binnen het Rijswijkse basisonderwijs en/of één van beide Wereldgroepen. Gezien het feit dat er nu al een tekort aan onderwijsplekken voor nieuwkomers in de basisschoolleeftijd in Rijswijk bestaat moet er, in overleg met het onderwijs, nadere afspraken worden gemaakt over hoe deze extra opgave aangepakt kan worden. Het meest logische lijkt het om (opnieuw) een AZC-school voor leerlingen in de basisschoolleeftijd te vestigen (als dependance van een bestaande school). Dit is onderdeel van het onderwijsveld. Hiermee worden de reguliere klassen en beide al bestaande Wereldgroepen ontlast en kan aan nieuwkomerskinderen uit het AZC direct een onderwijsplek worden geboden. Ook bij deze keuze betekent het tekort aan leraren een forse uitdaging.
4