Bestemmingsplan Campus At The Park - Toelichting
Tekst van het document
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling.
Campus At the Park Pagina 50 van 71
4.9
M.e.r.-beoordeling
4.9.1
Beleidskader
Plannen en activiteiten kunnen nadelige gevolgen hebben voor het milieu. In hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld dat in zulke gevallen een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Het Besluit m.e.r. bestaat uit een hoofddeel en vier bijlagen. De vier bijlagen staan aangeduid als de onderdelen A, B, C en D: Onderdeel A bevat de omschrijving van diverse begrippen die in het Besluit m.e.r. genoemd worden. Onderdeel B is reeds vervallen. Onderdeel C bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het doorlopen van een m.e.r. verplicht is. Onderdeel D bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r.-beoordeling verplicht is. De onderhavige ontwikkeling valt te scharen onder activiteit D11.2: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.' Het Besluit m.e.r. geeft onder 'gevallen' per activiteit aan wat de relevante (indicatieve) drempel is voor een m.e.r.-(beoordelings)plicht. Kolom 2 - Gevallen In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een brutovloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
Met de wijziging van het voornemen worden de (indicatieve) drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. niet overschreden. Aangezien het planvoornemen met een oppervlakte van 7,2 ha, 1.807 woningen en een bruto vloeroppervlakte van 100.024 m2 onder de indicatieve drempelwaarde uit kolom twee blijft, dient op grond van de selectiecriteria in de Europese richtlijn milieueffectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten, een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.- beoordeling'. Pas als is vastgesteld dat belangrijk nadelige gevolgen zijn uitgesloten, geldt voor de activiteit geen m.e.r.- plicht. 4.9.2
Onderzoek
Sweco heeft een aanmeldingsnotitie opgesteld, om te bepalen of er een m.e.r.-plicht geldt voor onderhavig plan. De aanmeldingsnotitie is te raadplegen als Bijlage 14. Gelet op de aard en omvang van de effecten in combinatie met de mitigerende maatregelen, worden geen belangrijk nadelige gevolgen voor het milieu verwacht als gevolg van de beoogde ontwikkeling. Zodoende geldt er voor de activiteit geen m.e.r.-plicht. 4.9.3
Conclusie
Op basis van de conclusies uit de aanmeldnotitie blijkt dat een verdere m.e.r-procedure niet aan de orde is. Het college van burgemeester en wethouders heeft op basis van de aanmeldnotitie voor de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan het besluit genomen dat een verdere m.e.r.-procedure niet aan de orde is en dan geen MER opgesteld hoeftt te worden. Het aspect m.e.r. vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling.
Campus At the Park Pagina 51 van 71
4.10
Stikstof
4.10.1 Beleidskader In de Wet natuurbescherming (Wnb) van 1 januari 2017 zijn regels opgenomen voor de bescherming van natuur en landschap. Het plangebied voor het project Kessler Park is gelegen aan de straten Kessler Park, Volmerlaan en Visseringlaan in Rijswijk. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied met stikstofgevoelige habitattypen is 'Westduinpark & Wapendal' op een afstand van circa 7 kilometer. Voor Natura 2000-gebieden gelden onder meer de volgende verplichtingen: De overheid dient ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert. Tevens mag er geen verstoring optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen. Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied. Bevoegde nationale instanties geven slechts toestemming voor het plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast.
Als een plan of project om dwingende reden van groot openbaar belang toch moet worden gerealiseerd, terwijl significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, moeten alle nodige compenserende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Europees ecologisch netwerk (Natura 2000) bewaard blijft. Bij de beoordeling van de gevolgen van plannen, projecten en handelingen voor de instandhoudingsdoelstellingen spelen onder andere de ecologische effecten van verzuring en vermesting door een eventuele toename van stikstofdepositie een rol. Uit jurisprudentie volgt dat in een overbelaste situatie al bij een kleine toename van stikstofdepositie sprake kan zijn van significante negatieve effecten. In dat geval is een passende beoordeling noodzakelijk. Daarom wordt de grenswaarde van 0,00 mol/hectare/jaar aangehouden. Stikstof wordt gemeten in de eenheid 'mol'. De depositie wordt uitgedrukt in mol per hectare per jaar. Als de grenswaarde van 0,00 mol/hectare/jaar niet wordt overschreden, betekent dat er door de ontwikkeling geen sprake is toename van de stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied.
4.10.2 Onderzoek In het stikstofonderzoek uitgevoerd door het bureau LBP Sight (Bijlage 15) is door middel van een voortoets bekeken of de aanleg- en gebruiksfase leiden tot een toename in de stikstofdepositie en of de resulterende depositie mogelijk significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Hierbij worden de stikstof-emitterende activiteiten tijdens de aanlegfase ('bouwfase') en de gebruiksfase ('beoogde situatie') gekwantificeerd. Daarnaast worden ook de stikstof-emitterende activiteiten van de bestaande bebouwing, de referentiesituatie, gekwantificeerd waarmee intern gesaldeerd kan worden. Op basis van deze gegevens zijn vervolgens stikstofdepositieberekeningen uitgevoerd met behulp van de AERIUS Calculator. Hierbij wordt gekeken naar het verschil in stikstofemissie en depositie die de bouwfase en de gebruiksfase veroorzaken ten opzichte van de huidige situatie (de referentiesituatie). De uitvoering van de projecten ‘At The Park’ en ‘Visseringlaan 26’ duurt naar verwachting 9 jaar in totaal, waarbinnen twee fases zijn te onderscheiden: 1. In de eerste 5 jaar wordt het volledige project ‘Visseringlaan 26’ gebouwd en circa 40% van het project ‘At The Park’ (hierna fase 1). 2. In de laatste 4 jaar wordt het resterende deel c.q. circa 60% van het project ‘At The Park gebouwd (hierna fase 2). In deze situatie wordt ook het gebruik uit fase 1 meegenomen.
Echter levert dat geen stikstofuitstoot op omdat het gaat om gasloze woningen.
Campus At the Park Pagina 52 van 71
3. Uit het onderzoek blijkt dat stikstofemissies tijdens de verschillende beoogde situaties ten opzichte van de referentiesituatie per saldo niet leiden tot een toename van stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden hoger dan 0,00 mol per hectare per jaar. Hierdoor kunnen op voorhand significant negatieve gevolgen ten aanzien van vermesting en verzuring van stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende Natura 2000- gebieden worden uitgesloten. Dit betekent tevens dat een vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming voor wat betreft stikstof niet aan de orde is. 4.10.3 Conclusie Significant negatieve gevolgen in de omliggende Natura 2000- gebieden worden uitgesloten. Dit betekent tevens dat een vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het aspect stikstof niet aan de orde is en dat het aspect stikstof geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling. Wanneer er een verandering in de gebruikte eenheden plaatsvindt, dient de berekening in het mobiliteitsonderzoek opnieuw te worden uitgevoerd. Vervolgens wordt deze conclusie aangaande sitkstof herzien.
4.11
Verkeer en parkeren
4.11.1 Beleidskader Parkeerbehoefte auto De parkeerbehoefte voor ontwikkelingen wordt berekend aan de hand van de parkeernormen van de gemeente Rijswijk, die zijn opgenomen in het Ontwikkelkader Kessler Park en omgeving, en aan de hand van het maximum van het bestaande aantal parkeerplaatsen. De parkeernormen zijn weergeven in tabel 4.1. Het aandeel bezoekers binnen de parkeernorm voor de appartementen is maximaal 0,1 parkeerplaats per woning. Functie
Max. parkeernorm bewoners
Eenheid
Zelfstandige kamer / studio
0,2
Per woning
Micro appartement
0,3
Per woning
Klein appartement
0,4
Per woning
Middelgroot appartement
0,5
Per woning
Tabel 4.1: parkeernormen gemeente Rijswijk overgenomen uit het ontwikkelkader. Parkeerbehoefte fiets In het ontwikkelkader Kessler Park en omgeving is opgenomen dat er uitstekende stallingsvoorzieningen voor fietsen bij nieuwe woningen gerealiseerd dienen te worden. Voor de berekening van het aantal en de bepaling van de locatie parkeren van fietsparkeervoorzieningen voor werknemers en bezoekers aan bewoners wordt uitgegaan van de richtlijnen van het CROW. Het uitgangspunt voor dit bestemmingsplan is dat er afhankelijk van de oppervlakte van de woning 2, 3 of 4 fietsparkeerplaatsen per woning worden gerealiseerd, zoals in artikel 8.2 van de regels is geborgd. Deze norm bestaat uit de fietsparkeerplaatsen voor de bewoners. Voor bezoekers wordt een norm van 0,25 fiets per appartement gehanteerd. Deze fietsparkeerplaatsen worden op het maaiveld gerealiseerd. Indien één jaar na oplevering, of later aantoonbaar sprake is van een overschot, kan de ruimte die nu bestemd is voor fietsbergingen worden aangewend voor andere functies na goedkeuring van de gemeentelijke verkeerskundige. Voor de stalling van buitenmodelfietsen wordt minimaal 5% van het benodigd aantal fietsparkeerplaatsen voor bewoners ingericht. Deze gestelde fietsparkeernormen voldoen aan de criteria die zijn beschreven in de conceptbeleidsregel 'Bergingen bij nieuwe woongebouwen Rijswijk 2020'.
4.11.2 Onderzoek De volgende onderzoeken zijn uitgevoerd ten aanzien van het aspect verkeer en parkeren: Campus At the Park Pagina 53 van 71
Mobiliteitsonderzoek At The Park Rijswijk, uitgevoerd door Sweco, zie Bijlage 16; Parkeerstudie At the Park, uitgevoerd door Goudappel, zie Bijlage 22; Mobiliteitsstudie Visseringlaan 26, uitgevoerd door Goudappel, zie Bijlage 23. Met het verkeersmodel V-MRDH 2.10 is de omvang van de verkeerstoename op het wegennet bepaald als gevolg van de ontwikkelingen in het Kessler Park. Normaliter wordt de verkeersgeneratie berekend aan de hand van een vraaganalyse. De verkeersgeneratie is daarbij gebaseerd op de socio-economische gegevens van het gebied, waar het aantal huishoudens, inwoners en arbeidsplaatsen per categorie onder vallen. Bij de ontwikkeling At The Park wordt er echter vanuit gegaan dat er een beperking bestaat in het aantal parkeerplaatsen. Een modeldoorrekening houdt geen rekening met deze beperking. De combinatie van deze beperking en de locatie vlakbij het station, waardoor een lager autobezit gerechtvaardigd kan worden, zorgt ervoor dat een aanbod-gestuurde analyse van de verkeersgeneratie kan worden gedaan voor de plansituatie. Dit wordt nog verder ondersteund door een eerdere uitspraak van de Raad van State: “Omdat er in het plangebied maar een beperkt aantal parkeerplaatsen worden gerealiseerd, is het niet realistisch om bij de berekening van de verkeersgeneratie uit te gaan van de woningen en functies in het gebied.
In plaats daarvan dient de verkeersgeneratie berekend te worden aan de hand van de parkeervoorzieningen zoals deze nu zijn opgenomen in het plan.” “De beschikbare parkeerruimte is daarmee leidend voor de te verwachten autoverkeerontwikkeling.” Het onderzoek naar de verkeersgeneratie is gebaseerd op een aanbodanalyse, waarbij uit wordt gegaan van het aantal beschikbare parkeerplaatsen. Het aantal parkeerplaatsen is dus leidend in dit mobiliteitsonderzoek. Deze methode volstaat, gelet op onderstaande argumenten: De ontwikkeling krijgt een lage parkeernorm en dit wordt duidelijk naar de beoogde bewoners gecommuniceerd. Hierdoor weten bewoners dat de mogelijkheden tot autogebruik beperkt zijn. De ontwikkeling bevindt zich nabij station Rijswijk, en ook nabij tram- en busvoorzieningen. Hierdoor hebben bewoners een alternatief voor de auto. De beoogde bewoners zijn veelal jonge mensen zonder kinderen. Deze doelgroep wordt in hun mobiliteitsgedrag gekenmerkt door een laag autogebruik. De parkeerregulering wordt ingevoerd of uitgebreid in de direct aangrenzend straatsecties (Lange Kleiweg, Kessler Park en Visseringlaan). Bewoners en bezoekers krijgen geen parkeervergunning om op straat te parkeren. Geïnteresseerde kopers en verhuurders van appartementen en commerciële ruimten worden hierover tijdig geïnformeerd door de initiatiefnemers.
Voor Here At The Park zijn 122 parkeerplaatsen beschikbaar. Voor At The Park zijn 838 parkeerplaatsen beschikbaar. In totaal zijn er dus 960 parkeerplaatsen beschikbaar. Netto levert de aanbod-gestuurde analyse een afname op van 17 ritten voor de ontwikkeling van deelgebied Here At The Park en een toename van 1.098 ritten voor de ontwikkeling van deelgebied At The Park. De extra ritten per dag verdelen zich bij benadering 50/50 over de noordkant (Kessler Park/S.W. Churchillaan) en de zuidkant (Lange Kleiweg/richting A4) van het gehele plangebied. De ontwikkeling resulteert in een verkeerstoename van circa 5 tot 10 procent op de wegen direct langs het plangebied. De verkeerstoenames als gevolg van de planontwikkeling is in de spitsuren onderzocht, omdat potentiële knelpunten voornamelijk in de spitsuren kunnen ontstaan. De beperkte verkeerstoename in de spits als gevolg van de ontwikkeling leidt niet tot problemen. De intensiteit blijft op minder dan 70% de capaciteit. Daarnaast zijn op kruispuntniveau de potentiële knelpunten tijdens spitsuren onderzocht. De planontwikkeling leidt niet tot nieuwe significante verkeersknelpunten. Er is wel sprake van bestaande knelpunten op de kruispunten Kessler Park/Volmerlaan/Treubstraat en Polakweg/Diepenhorstlaan/A4. Deze bestaande knelpunten kunnen in geringe mate verergeren als gevolg van de planontwikkeling.
De invloed van de planontwikkeling op deze bestaande knelpunten is echter zeer beperkt en daarmee niet significant te noemen. Bijlage 22 bevat de parkeerstudie voor At the Park, waarin de autoparkeerbehoefte van het maximale programma van At the Park, wat onderhavig bestemmingsplan mogelijk maakt, inzichtelijk is gemaakt. Bijlage 23 bevat de mobiliteitsstudie voor HERE At the Park, waarin Campus At the Park Pagina 54 van 71
ditzelfde voor HERE At the Park is gedaan. De gehanteerde differentiatie van het woningprogramma in beide studies is daarbij een representatieve weergave van de beoogde ontwikkelingen. Voor zowel het HERE At the Park als At the Park blijkt dat de parkeerbehoefte van het programma van het bestemmingsplan lager is dan het bestaande parkeeraanbod, welke als maximaal is vastgesteld in het Ontwikkelkader. Daarmee is er sprake van een acceptabele parkeersituatie. Alle fietsen voor bewoners kunnen inpandig gestald worden. Dit betreft 2,25 fietsparkeerplek per woning, inclusief bezoekersparkeerplaatsen. Voor Here At The Park geldt dat de fietsen gestald worden in een nieuw te bouwen, toegankelijke en afsluitbare stallingsruimte op het maaiveld. Bezoekers van de commerciële voorzieningen in de plinten van de woongebouwen stallen hun fiets buiten. Bezoekers van de woningen stallen hun fiets in principe ook buiten, maar kunnen ook toegelaten worden tot de inpandige stalling. Voor de fietsen van bewoners zullen fietsparkeerplaatsen op het maaiveld gerealiseerd moeten worden. 4.11.3 Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Door de ligging van de locatie kan worden gesteld dat er sprake is van een acceptabele parkeersituatie voor auto's.
In de parkeerbehoefte wordt voorzien binnen het plangebied of op beschikbare gronden binnen 250 meter van het plangebied, maar niet in het openbaar gebied. Een loopafstand van 250 meter wordt op basis van CROW publicatie 381 acceptabel geacht. Ook wordt voorzien in voldoende fietsparkeervoorzieningen, waardoor alle bewoners de fietsen inpandig kunnen stallen. Tot slot worden er tevens voldoende fietsparkeerplaatsen gerealiseerd voor bezoekers van commerciële voorzieningen in de plinten van de woongebouwen.
4.12
Water
4.12.1 Waterparagraaf Waterbeheer en watertoets Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Delfland. Bij het tot stand komen van dit bestemmingsplan is overleg gevoerd met de waterbeheerder over de ontwikkelingen in het Kessler Park Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's. Europees beleid Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal beleid Nationaal Waterplan (NW) Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) Waterwet Provinciaal beleid Provinciaal Waterplan Hoogheemraadschapsbeleid Het waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP6) van het Hoogheemraadschap van Delfland is op 10 maart 2022 vastgesteld en beschrijft op hoofdlijnen welke maatregelen Delfland neemt om met uitdagingen als klimaatverandering, verstedelijking, energietransitie, arbeidsmarkt en digitalisering om te gaan en zo het gebied veilig en leefbaar te houden. Deze uitdagingen zorgen ervoor dat ze flexibel moeten blijven, moeten innoveren, samenwerken en anticiperen op de veranderende omgeving. Delfland wil bijvoorbeeld wateroverlast als gevolg van extreem weer zoveel mogelijk Campus At the Park Pagina 55 van 71
voorkomen en de invloed van droogte op de hoeveelheid zoetwater verminderen. In het waterbeheerprogramma staat de missie van het Hoogheemraadschap van Delfland centraal, deze is: ‘droge voeten, voldoende water, schoon water en gezuiverd afvalwater’. Hierbij zijn de aspecten duurzaam circulair, waterkwaliteit, samenwerken en financiën leidend. In het waterbeheerprogramma zijn 32 thema’s opgesteld met de doelen, ambities en maatregelen. Het programma is te vinden via de website van het Hoogheemraadschap. Daarnaast heeft het Hoogheemraadschap van Delfland de handreiking watertoets. De handreiking watertoets biedt gemeenten, adviesbureaus en projectontwikkelaars handvatten voor de watertoetsprocedure bij ruimtelijke plannen op gemeentelijk niveau. De handreiking is gebaseerd op beleid van Delfland en sluit aan op de provinciale en landelijke regelgeving. In de legger van het hoogheemraadschap zijn de watergangen, waterkeringen en zoneringen aangegeven. In onderstaande afbeelding is een uitsnede van de legger ter plaatse van het plangebied opgenomen. In het plangebied zijn geen waterkeringen of watergangen aanwezig. Er is in het plangebied enkel sprake van een oppervlaktewaterlichaam, in blauw weergegeven midden in onderstaande afbeelding. Dit betreft de bestaande vijver.
Uitsnede legger met plangebied rood omkaderd (bron: Hoogheemraadschap van Delfland) Gemeentelijk beleid Het Hoogheemraadschap van Delfland en de gemeente Rijswijk hebben een gedeelde verantwoordelijkheid in het waterbeheer. Gezamenlijk hebben zij het "Gemeentelijk Riolerings- en
Campus At the Park Pagina 56 van 71
Waterplan Rijswijk 2021-2025" opgesteld. Het hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor het goed functioneren van het watersysteem en draagt zorg voor een goede waterkwaliteit en de veiligheid van dijken en kades en bergen van overtollig water. De gemeente Rijswijk is verantwoordelijk voor een goed functionerend rioolsysteem om afvalwater te kunnen inzamelen en transporteren, het goed onderhouden van constructies in- en langs het water en van de openbare ruimte en stedelijke inrichting daaromheen. Huidige situatie Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit bedrijfsbebouwing met de bijbehorende verharding van het buitenterrein. Het plangebied is echter ook deels onverhard, en te midden van de bebouwing bevindt zich een vijver. Onder een gedeelte van het plangebied bevindt zich een parkeergarage. Grondwater Het plangebied ligt niet in een waterwingebied of een grondwaterbeschermingsgebied. Omdat het plangebied in de bebouwde kom van Rijswijk ligt is het plangebied niet gekarteerd op de Bodemkaart van Nederland. Het plangebied ligt in Plaspoelpolder, Schaapsweipolder en Hoekpolder in peilgebied PBS2021PSH 1 (maatgevend peil -1,25 NAP m). De gemiddelde maaiveldhoogte in het plangebied is 0,7 NAP m. Het gebied heeft een gemiddelde drooglegging van 1,89 meter. Waterkwantiteit Binnen het plangebied zijn geen watergangen aanwezig.
Wel is een vijver aanwezig, welke op de legger van het Hoogheemraadschap is opgenomen als oppervlaktewaterlichaam. Veiligheid en waterkeringen Binnen het plangebied bevinden zich geen waterkeringen en/of de beschermingszones van waterkeringen. Ook in de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen waterkeringen. Afvalwaterketen en riolering Het plangebied is aangesloten op het gemeentelijke rioolstelsel. Toekomstige situatie De beoogde ontwikkeling bestaat uit de herontwikkeling van het bedrijventerrein tot een woongebied, met bedrijven, commerciële en maatschappelijke voorzieningen. Grondwater Mogelijk is voor de bouw tijdelijk bemaling nodig. Indien dat geval is zal de daarvoor noodzakelijke melding worden ingediend bij het hoogheemraadschap. Waterkwantiteit Conform de Handreiking watertoets van het Hoogheemraadschap van Delfland (2020) geldt als richtlijn voor het watersysteem het 'standstill beginsel'. Dit betekent dat de ontwikkeling niet tot een verslechtering van de waterhuishoudkundige situatie mag leiden en bij voorkeur ook zo wordt ingericht dat schade en overlast bij hevige buien en droogte wordt voorkomen. In de huidige situatie is het deel van het plangebied waar veranderingen plaatsvinden niet volledig verhard en dat zal ook in de nieuwe situatie niet zo zijn. Het verhard oppervlakte neemt zelfs af met 4.000 m2.
Dit is verwerkt in de watersleutel in van het hoogheemraadschap (Bijlage 17). Verharding in het deel van het plangebied waar veranderingen plaatsvinden: Verhard
Onverhard Totaal
Bestaande situatie
26.440 m2
8.556 m2
36.021 m2
Nieuwe situatie
21.101 m2
13.895 m2
36.021 m2
Wateropgave Zowel het Hoogheemraadschap van Delfland als de gemeente Rijswijk hebben richtlijnen voor de Campus At the Park Pagina 57 van 71
inrichting van klimaatadaptieve bebouwing en openbare ruimte. Het Hoogheemraadschap Delfland hanteert zijn eigen richtlijnen, de watersleutel. De gemeente Rijswijk hanteert de Verordening afvoer hemelwater Rijswijk 2022. Er hoeft maar aan een van deze twee richtlijnen te worden getoetst, namelijk deze met de grootste wateropgave. Uit de watersleutel van het hoogheemraadschap (Bijlage 17) blijkt dat de hoeveelheid waterberging die moet worden gegraven 0 m³ bedraagt. Op basis van de Verordening afvoer hemelwater Rijswijk 2022 dient er minimaal 50 mm per m² bebouwd oppervlak te kunnen worden geborgd plus 50 % van het onbebouwde oppervlak van het perceel. Omdat de wateropgave vanuit de Verordening afvoer hemelwater Rijswijk 2022 de grootste is, moet hieraan worden voldaan. Veiligheid en waterkeringen Binnen het plangebied bevinden zich, zoals eerder aangegeven, geen waterkeringen en/of de beschermingszones van waterkeringen. Er vinden geen ontwikkelingen plaats waarvoor op basis van de legger van het Hoogheemraadschap van Delfland een vergunning nodig is. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van duurzame, niet-uitloogbare materialen, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Afvalwaterketen en riolering De beoogde ontwikkeling wordt aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel.
Conform de Verordening afvoer hemelwater Rijswijk 2022 wordt voor nieuwbouw een gescheiden rioleringsstelsel aangelegd zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Overig afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting, (in-) filtratie van afstromend hemelwater, afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater, afstromend hemelwater afvoeren naar de afvalwaterzuiveringsinstallatie. Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het hoogheemraadschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de "Keur". Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. 4.12.2 Betekenis voor plan Uit de voorgaande waterparagraaf blijkt dat de beoogde ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.
4.13
Duurzaamheid en klimaatadaptatie
4.13.1 Beleidskader Nationaal klimaatbeleid Nederland heeft zich verbonden aan verschillende internationale afspraken, namelijk: het Klimaatverdrag van de Verenigde Naties (VN) uit 1992 is het eerste klimaatverdrag. het Kyoto-Protocol uit 1997. Hierin staat dat de emissiereducties van land tot land verschillen en onder elkaar verhandeld kunnen worden. VN-klimaattop in Parijs: de Conference of Parties (COP21). Nederland heeft ingestemd met een nieuw VN-klimaatakkoord, dat in 2020 is ingegaan. Doel van het akkoord: de opwarming van de aarde beperken tot ruim onder 2 graden Celsius. Met een duidelijk zicht op 1,5 graden Campus At the Park Pagina 58 van 71
Celsius. Nationale doelen voor terugdringen van broeikasgassen De Klimaatwet stelt vast met hoeveel procent ons land de CO2-uitstoot moet terugdringen. De Klimaatwet moet burgers en bedrijven zekerheid geven over de klimaatdoelen: 55% minder CO2-uitstoot in 2030 ten opzichte van 1990. Om dit doel te halen, hebben de overheid, bedrijven en maatschappelijke organisaties een Klimaatakkoord gesloten. Er staan ook afspraken in die partijen onderling hebben gemaakt; in 2050 klimaatneutraal. Klimaatakkoord In het Klimaatakkoord staan afspraken met 5 sectoren over de maatregelen die deze sectoren de komende 10 jaar en in de jaren daarna gaan nemen om de klimaatdoelen te halen. Deze sectoren zijn gebouwde omgeving, landbouw en landgebruik, elektriciteit, industrie en mobiliteit. Relevant voor het plan zijn: Gebouwde omgeving: In 2050 moeten 7 miljoen woningen en 1 miljoen andere gebouwen in Nederland van het aardgas af zijn. Dat betekent isoleren en gebruikmaken van duurzame warmte en elektriciteit. Als eerste stap moeten in 2030 de eerste 1,5 miljoen bestaande woningen verduurzaamd zijn. Mobiliteit: In 2050 stoot het Nederlands verkeer en alle transport geen schadelijke uitlaatgassen en CO2 meer uit. Verkeer en transport kunnen schoner, én ook slimmer. Zo wordt ook de bereikbaarheid en de toegankelijkheid voor iedereen beter.
Dit kan door voertuigen en infrastructuur, zoals wegen, spoor en vaarwater, optimaal te gebruiken. Elektrisch vervoer en aandrijving met duurzame waterstof is daarbij belangrijk. Elektriciteit: In 2030 wil Nederland 70% van alle elektriciteit opwekken met windturbines op zee en op land en zonnepanelen op daken en in zonneparken. In 2050 wil Nederland helemaal geen fossiele brandstoffen, zoals aardgas en steenkool, gebruiken. Er is nog veel te doen om dat te bereiken, want in 2018 kwam nog maar 7,2% van alle elektriciteit uit duurzame bronnen. Tegelijk groeit de vraag naar elektriciteit. Gemeentelijk beleid Duurzaamheid wordt verdeeld onder drie pijlers: 1. Energietransitie 2. Klimaatadaptatie 3. Circulaire economie
1. Energietransitie De gemeente Rijswijk wil in 2050 energieneutraal zijn en volgt daarmee de landelijke afspraken. Het basisdocument Energietransitie Rijswijk bevat de kaders en uitgangspunten voor de gemeentelijke bijdrage aan de Regionale Energiestrategie. In december 2021 is de gemeentelijke Transitievisie Warmte vastgesteld. In de Transitievisie Warmte heeft de gemeente aangegeven op welke wijze wordt gewerkt aan de Campus At the Park Pagina 59 van 71
overstap naar duurzame warmte voor de gebouwde omgeving. De hoofdlijn van de Transitievisie Warmte bestaat uit de volgende punten: Inzetten op het verkleinen van de warmtevraag. Hiervoor wordt ingezet op het isoleren van woningen, maar ook gedragsverandering. Lokale initiatieven stimuleren en faciliteren. Het gaat hierbij om het bieden van maatwerk gericht op de behoefte van lokale initatiefnemers. Betaalbaarheid. De overstap naar duurzame energie moet voor inwoners haalbaar en betaalbaar zijn. Stap voor stap en samen. Communicatie en participatie is onmisbaar in het proces van de overstap naar duurzame energie. Daarnaast is per wijk aangeven welke alternatieve warmte opties mogelijk zijn voor het verwarmen van woningen en gebouwen zonder aardgas. Dit is een belangrijke stap op weg naar het behalen van de doelstellingen uit het Nationaal klimaatakkoord. Voor de wijken waar aansluiting op een warmtenet tot de opties behoort, is aangegeven in welke fasering de aanleg van warmtenetten wordt uitgewerkt. Energieprestatie - BENG Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Die eisen vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). 2.
Klimaatadaptatie Het klimaat verandert. Niet alleen stijgt de zeespiegel, maar extremere weertypen komen steeds vaker voor zoals langdurige droogte of extreme regenval. Er wordt daarom hard gewerkt om verdere verandering van het klimaat door de energietransitie te beperken. Tegelijkertijd is aanpassing nodig aan de versnelde klimaatverandering, zodat schade zoveel mogelijk wordt beperkt. Hittestress en droogte zijn onderwerpen die de komende jaren de aandacht behoeven. Convenant Klimaatadaptief Bouwen Zuid-Holland wil voorop lopen op het gebied van klimaatadaptief bouwen. In 2018 is het Convenant Klimaatadaptief Bouwen opgesteld dat ondertekend is door diverse partijen, zoals bouwbedrijven, gemeenten (waaronder Rijswijk), de provincie, waterschappen, maatschappelijke organisaties, financiers en projectontwikkelaars. Vanuit het convenant wordt gezamenlijk opgetrokken om de Zuid-Hollandse delta zo adaptief mogelijk te maken. Het convenant stimuleert partijen om klimaatadaptief te bouwen en biedt daarvoor allerlei ondersteuning aan. Het doel van het convenant is het verminderen van wateroverlast, droogte, hittestress, bodemdaling en overstromingen en het vergroten van de biodiversiteit bij bouwopgaven.
Campus At the Park Pagina 60 van 71
Figuur 4.13.1 Verbeelding Leidraard Klimaatadaptief Bouwen RAAK 2023-2030 Rijswijk moet beter uitgerust worden om de veranderingen van het klimaat beter te kunnen opvangen, voor nu en voor in de toekomst. RAAK 2023-2030 (Rijswijk Adaptatiestrategie en Aanpak Klimaatverandering) is in de zomer 2023 door de gemeenteraad vastgesteld. De strategie bevat prioriteringsthema’s als aanpak van Hittestress en Biodiversiteit en andere strategische doelstellingen, zoals bewustwording met activiteiten van Operatie Steenbreek, maar ook het reguleren en borgen van een gestructureerde aanpak van klimaatadaptatie. Zo is o.a. afgesproken om het Convenant Bouw adaptief, inclusief de Leidraad/PvE, toe te passen op alle nieuwbouwprojecten. Dit wordt in de toekomst aangevuld met een leidraad voor klimaatadaptieve inrichting van onze openbare ruimte. Dit betekent dat klimaatadaptatie niet langer vrijwillig en ad hoc kan worden toegepast. Met deze strategie tot 2030 kunnen we de klimaatrisico’s als gevolg van klimaatverandering op termijn geleidelijk terugdringen, met positieve gevolgen voor de natuur, de economie en de leefbaarheid in onze stad. 3. Circulaire economie De Rijksoverheid werkt via het programma 'Nederland Circulair in 2050' aan een volledig circulaire Nederlandse economie. Op weg daar naar toe, wil Nederland in 2030 het gebruik van primaire grondstoffen met 50% reduceren.
Het programma bouwt voort op een programma als VANG (Van Afval Naar Grondstof). VANG richt zich op preventie (het voorkomen van afval), afvalscheiding en het terugdringen van restafval bij huishoudens en bedrijven. In 2017 hebben maatschappelijke partners (bedrijven en kennisinstellingen) en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) het Grondstoffenakkoord ondertekend. Dit akkoord is gericht op het bereiken van een schaalsprong in de transitie van een lineaire naar een circulaire economie. Daarmee levert het een bijdrage aan het bereiken van de doelstelling van het klimaatakkoord. Bij circulaire economie gaat het over het hergebruiken van producten en het delen van eigendom. Het efficiënter gebruik maken van wat we al hebben helpt om minder grondstoffen te verbruiken. De deeleconomie, waar het delen van eigendommen centraal staat, heeft een vlucht genomen. Ook in Rijswijk groeit de deeleconomie (deelscooters, deelauto's). Het delen van eigendommen verbindt mensen en draagt bij aan sociale cohesie.
Campus At the Park Pagina 61 van 71
4.13.2 Beoogde ontwikkeling Energietransitie Ontwikkeling Campus At the Park wordt aangesloten op een gezamenlijk netwerk van WKO bronnen, waarbij voor een maximaal functioneren van de bronnen een combinatie wordt gezocht met de (bestaande) werkfuncties en de geplande woningen. De werkfuncties die voornamelijk een koude vraag hebben in combinatie met de woonfuncties die voornamelijk een warmtevraag hebben bieden een optimale energiebalans in het WKO systeem. Tevens biedt de aanwezigheid van het Rijswijk Center for Sustainable Geo Energy (RCSG) mogelijkheden naar onderzoek en innovatieve toepassingen van aardwarmte passend bij de innovatie op deze campus. Klimaatadaptatie - Hittestress en verstening Het Kessler Park bevindt zich in de Plaspoelpolder een oude drooggelegde polder, maar is intussen de meest versteende wijk van Rijswijk. Het plangebied ligt in een hitte-eiland.
Figuur 4.13.2 Hittekaart plangebied (Bron: Nationale Hittestresskaart) Initiatiefnemers laten in de planvorming een campus zien die bestaat uit een grid van inheemse bomen die de gebouwen verbindt op een groen tapijt. Samen vormen ze de grootste bomencollectie van Rijswijk, geven ze beschutting en verkoeling, versterken ze het ecosyteem en zorgen ze voor een aangenaam leefklimaat voor de bewoners en werknemers van At the Park. Het groene tapijt loopt waar mogelijk door tot aan de gevel. Dit versterkt het campusgevoel, genereert een aantrekkelijk woon-en werkklimaat en zorgt tegelijkertijg voor privacy. De verstening in de Plaspoelpolder ligt rond 80% volgens de Steenbreekatlas. In het plan Campus At the Park laten initiatiefnemers zien dat het oppervlakte verharding significant afneemt ten opzichte van de huidige situatie (ca 25%). In het plan is slechts de hoofdpadenstructuur verhard, met daar omheen een grid van secundaire halfverharde paden en informele kruipdoor/sluipdoor routes naar de verschillende tuinen die worden gecreëerd. Klimaatadaptatie - Waterbeheer en biodiversiteit Op de campus verdwijnt nu nog veel regenwater direct in het riool, waardoor Campus At the Park last heeft van urban heat en verdroging tijdens hete zomerdagen. In het voorliggende plan wordt regenwater waar mogelijk afgekoppeld en geïnfiltreerd.
Op de daken wordt regenwater Campus At the Park Pagina 62 van 71
vastgehouden met overstortjes richting de campus en openbaar gebied. Regenwater wordt via regenwatertuinen en greppeltjes geinfiltreerd in het tapijt. Een groot deel van de bestaande, ondergrondse bebouwing zal hergebruikt worden en is geïncorporeerd in de nieuwe plannen, Daar waar zich geen bebouwing van de kelders bevindt, worden tuinen of half verhardingen aangebracht. Hiervoor wordt goed doorlatend materiaal gebruikt wat het mogelijk maakt dat hemelwater infiltreert en wordt geborgen. Verdeeld over het terrein worden greppels of wadi’s aangebracht. De bestaande vijver in het midden van de campus wordt vergroot en aangevuld met natuurlijke luie oevers die een gradient vormen tussen nat en droog met oeverbeplanting. Hierdoor ontstaat een wervelende biotoop voor libellen, kikkers, vlinders, vogels en mensen. De huidige vegatie van het Kessler Park kent een zeer lage biodiversiteit, de grote gazonvelden worden getransformeerd in diverse tuinen, met eigen thema’s waarin kruidenrijke grasmengsels, vaste planten in het grid van inheemse bomen zorgen voor verwildering en een hogere biodiversiteit. Pockets worden ingevuld met tuinen met grond en vaste planten voor vrije ontwikkeling van de natuur. Het tapijt loopt waar mogelijk door tot aan de gevel. Dit versterkt het campusgevoel, genereert een aantrekkelijk woon-en werkklimaat en zorgt voor privacy.
De aanwezigheid van gemeenschappelijke tuinen als ontmoetingsplekken met direct daaromheen gesitueerde dragen bij aan kwaliteit van leven en gezondheid en draagt bij aan verhoging van werkproductiviteit in de campus. Ook de gebouwen zelf worden uitgevoerd met daken waarop waterberging plaatsvindt. De daken worden ingezet met een variatie van gebruik als functie voor bewoners, groene daken met vegetatie en bruine daken waar de natuur spoedig zorgt dat verschillende planten op het dak gaan groeien. De hierboven besproken maatregelen zijn getoetst aan de Landelijke Maatlat ‘Groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving’ (Min. BZK, IenW en LNV, 2023), het programma van eisen uit de convenant Bouwadaptief van de Provincie Zuid-Holland (Bouwadaptief, 2023) en het groenbeleid van de gemeente Rijswijk (gemeente Rijswijk, 2010). De uitkomsten van deze toetsing zijn bijgevoegd in Bijlage 20. Uit de uitkomsten kan geconcludeerd worden dat het plan bijdraagt aan de gestelde doelen. Circulariteit Campus At the Park wordt deels ontworpen met hergebruikte materialen die vrijkomen bij de sloop van de huidige gebouwen. De locatie van het plangebied biedt de uitgelezen kans om materiaalstromen op een hoger schaalniveau samen te brengen. De voornaamste materialen en grondstoffen in het plangebied zullen tijdens de uitvoering worden getoetst aan de hand van de R-ladder.
Campus At the Park Pagina 63 van 71
Figuur 4.13.3 R-ladder circulariteit, 10R-Model (Bron: Planbureau voor de Leefomgeving https://platformcb23.nl/ ) Daarnaast worden op de campus relicten uit de periode van Shell waar mogelijk behouden en opnieuw ingezet. Zo worden bestaande tuinen vergroot, de luchtbruggen worden behouden en krijgen een dubbelfunctie als pergola voor schaduwvorming over wandelpaden en de kelders worden hergebruikt als fietskelders, voorzieningen voor installaties, waterberging en regenwatertuinen. Tevens wordt er in de plannen ruimte geboden aan bedrijven die in de maakindustrie werkzaam zijn. Deze sector kent doorgaans een hoge mate van hergebruik van bestaande materialen en speelt een belangrijke rol in de circulaire economie. 4.13.3 Conclusie In voorgaande paragraaf wordt beschreven hoe de Campus At the Park het huidige Kessler Park klimaatbestendiger en groener maakt. Het aspect duurzaamheid en klimaatadaptie is uitvoerig in de plannen verweven en vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling.
Campus At the Park Pagina 64 van 71
4.14
Bezonning
4.14.1 Beleidskader Bij het realiseren van nieuwbouw worden op verschillende momenten eisen en richtlijnen gesteld aan de bezonningssituatie. Zo moet bij het opstellen van een bestemmingsplan een goede ruimtelijke onderbouwing worden opgesteld, waarbij ook de bezonning van de omgeving moet worden beschouwd. Voor een goede ruimtelijke ordening gelden echter geen wettelijke of publiekrechtelijke eisen. 4.14.2 Onderzoek Om goede ruimtelijke ordening te borgen, is er een verkennende bezonningsstudie uitgevoerd door het bureau LBP Sight (Bijlage 18). Hierin zijn de gevolgen van de nieuwbouwplannen in het Kessler Park op de bezonning onderzocht aan de hand van de 'lichte' TNO norm. Als gevolg van de nieuwbouwplannen zal de bezonning voor een aantal gevels van de omliggende woongebouwen aan het Kessler Park en de Sir Winston Churchilllaan afnemen in de periode tussen 19 februari en 21 oktober. Bijna alle gevels van omliggende woongebouwen voldoen zowel in de bestaande als nieuwe situatie aan de minimale bezonningsduur van 2 uur conform de lichte TNO-norm (de 'lichte' TNO-norm: ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam).
Enkel de noordoostelijk gelegen geveldelen voldoen hier niet aan, omdat hier enkele qua omvang beperkte oppervlaktes aanwezig zijn die door de nieuwbouwplannen niet meer voldoen aan de 2 uur bezonningsduur. Een deel van deze gevelvelden voldeed in de bestaande situatie al niet aan de bezonningsduur. De omvang en situatering van de gevelvlakken die door de nieuwbouwplannen niet meer aan 2 uur bezonninsduur voldoen zijn beperkt, waardoor niet wordt verwacht dat de hieraan gesitueerde woningen als gevolg van de nieubouwplannen in geheel niet meer aan 2 uur bezonningsduur voldoen. Dit betekent dat er door de nieuwbouwplannen geen nieuwe situaties ontstaan, waarbij woningen minder dan 2 uur mogelijke bezonningsduur hebben. 4.14.3 Conclusie Uit het onderzoek van LBP Sight (Bijlage 18) blijkt dat door de nieuwbouplannen geen nieuwe situaties ontstaan waarbij woningen minder dan 2 uur mogelijke bezonningsduur hebben. Zodoende vormt het aspect bezonning geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling.
4.15
Wind
4.15.1 Beleidskader De normstelling betreffende het windklimaat in de openbare ruimte vindt haar oorsprong in NEN 8100:2006. In deze norm wordt onderscheid gemaakt tussen windhinder en windgevaar. De definitie van windhinder is het ondervinden van hinder door wind. In de norm wordt verondersteld dat dit bij een gemiddeld persoon zal optreden wanneer de lokale uurgemiddelde windsnelheid meer dan 5 m/s bedraagt. Aan de hand van de activiteit die op een bepaalde locatie wordt uitgevoerd kan deze periode van hinder beoordeeld worden. Zo zal in een gebied waar voetgangers enkel doorheen lopen een relatief lange periode van hinder geaccepteerd kunnen worden. Daarentegen zal het windklimaat in bijvoorbeeld een winkelstraat, bushalte of speeltuin pas acceptabel zijn wanneer de tijdsduur van windhinder beperkt is. Aangenomen wordt dat windgevaar optreedt wanneer de uurgemiddelde lokale windsnelheid meer dan 15 m/s bedraagt. Windgevaar is het optreden van een zeer hoge windsnelheid, waardoor problemen optreden bij het lopen, zoals evenwichtsverlies. Ook hier kan een klein risico op windgevaar geaccepteerd worden bij minder kritische activiteiten, echter een groot risico op Campus At the Park Pagina 65 van 71
windgevaar is in alle voetgangersgebieden onacceptabel. 4.15.2 Onderzoek Om goede ruimtelijke ordening te borgen, is er een Computational Fluid Dynamics (CFD) -onderzoek naar windhinder en windgevaar uitgevoerd door Actiflow (Bijlage 19). Hierin zijn de gevolgen van de nieuwbouwplannen in het Kessler Park op de windhinder onderzocht. De resultaten van het windonderzoek laten het volgende zien: Rondom de projectlocatie heersen variërende windcondities die voornamelijk gekenmerkt worden windklasse A t/m C en beperkt windklasse D. Klasse A en B zijn voor alle activiteiten geschikt, klasse C biedt een comfortabel klimaat om te lopen en te slenteren. De locaties waar klasse D voorkomt, zijn alleen geschikt om door heen te lopen. Er is rondom de projectlocatie geen kans op windgevaar waargenomen. 4.15.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat na realisatie van de nieuwbouw een acceptabel windklimaat wordt bereikt. Wel is het van belang dat de plaatsing van gebouw-entrees of locaties waar men langdurig comfortabel wil verblijven/zitten dient te gebeuren in windluwe gebieden. Door deze aanbeveling in acht te nemen wordt een acceptabel resultaat bereikt. Zodoende vormt het aspect wind geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling.
Campus At the Park Pagina 66 van 71
Hoofdstuk 5
5.1
Planopzet
5.1.1
Algemeen
Juridische planbeschrijving
Het bestemmingsplan is een ruimtelijk besluit waarin de regels voor het gebruik en het bebouwen van gronden worden vastgelegd. In een bestemmingsplan wordt door middel van bestemmingen en aanvullende aanduidingen aangegeven op welke gronden welke functies toegestaan zijn en hoe deze gronden bebouwd mogen worden. Het bestemmingsplan is een digitaal bestand in gml-formaat, waarin geometrisch bepaalde planobjecten zijn vastgelegd. Technisch gezien is een bestemmingsplan zodoende een verzameling objecten (zoals bestemmingsvlakken), waaraan informatie (zoals ligging en naam) is gekoppeld. Om het plan te kunnen raadplegen zijn in feite drie onderdelen van belang: een digitale verbeelding van de geometrisch bepaalde planobjecten; de juridisch bindende regels van het bestemmingsplan; een bijbehorende toelichting. Het bestemmingsplan kan geraadpleegd worden via de internetpagina www.ruimtelijkeplannen.nl. 5.1.2
Verbeelding en regels
Het bestemmingsplan 'Campus At the Park' bestaat naast voorliggende toelichting uit een verbeelding van het plangebied en de daaraan verbonden regels. De bestemming van de gronden is geometrisch bepaald door middel van lijnen, coderingen en arceringen. Bij de bestemmingen zijn regels ten aanzien van het bouwen en het gebruik opgenomen. Bij het opstellen van de verbeelding en de regels is uitgegaan van de door het Rijk ontwikkelde DURP-standaarden (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen). Dat wil zeggen dat een vaste indeling van verbeelding en regels is aangehouden en dat de verbeelding getekend is op een wijze zodat deze eenvoudig geschikt te maken is voor digitale toepassingen en uitwisseling met andere instanties (conform Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP, 2012)). Verder is qua opzet zoveel mogelijk aangesloten bij recente bestemmingsplannen van de gemeente Rijswijk.
5.2
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1 - Begrippen Er zijn omschrijvingen opgenomen van belangrijke begrippen die in de regels voorkomen en algemene begrippen van de gemeente Rijswijk. Door het opnemen van begripsomschrijvingen wordt de interpretatievrijheid ten aanzien van de planregels verkleind, waardoor de rechtszekerheid wordt vergroot. Artikel 2 - Wijze van meten Aangegeven is hoe de in het plan voorgeschreven maten dienen te worden gemeten of berekend. Door het opnemen van aanwijzingen voor het meten wordt de interpretatievrijheid ten aanzien van de planregels verkleind, waardoor de rechtszekerheid wordt vergroot. Artikel 3 - Bestemming Gemengd-1 Deze bestemming is toegekend aan locaties binnen het plangebied waar (gemengde) bedrijvigheid met bijbehorende voorzieningen is toegestaan. Binnen deze bestemming zijn aanduidingen Campus At the Park Pagina 67 van 71
toegevoegd ter bepaling van de specifieke locaties van de testfaciliteit, kantoren, educatie, parkeergarage en horeca-inrichtingen. Artikel 4 - Bestemming Gemengd-2 Deze bestemming is toegekend aan de locaties binnen het plangebied waar gewoond mag worden. Tevens is in deze bestemming geregeld dat een minimaal oppervlakte van de plint ten behoeve van maatschappelijke en commerciële functies wordt gebruikt ter plaatse van een specifieke aanduiding. Ook is er binnen deze bestemming campushuisvesting, voor een maximale huurperiode van 24 maanden, toegestaan. Artikel 5 - Dubbelbestemming Waarde-Archeologie Deze dubbelbestemming ligt over de bestemming van verschillende locaties binnen het plangebied heen. De bestemming regelt dat de voor 'Waarde-Archeologie' aangewezen gronden de archeologische waarden van die gronden worden behouden en beschermd. Artikel 6 - Anti-dubbeltelregel In dit plan zijn sommige bouwregels gerelateerd aan de oppervlakte van gronden, bijvoorbeeld aan de oppervlakte van een bouwvlak. Indien dezelfde gronden meerdere keren in aanmerking worden genomen bij het verlenen van (verschillende) omgevingsvergunningen voor het bouwen, zouden de bebouwingsmogelijkheden daardoor onbedoeld verruimd kunnen worden. De anti-dubbeltelbepaling voorkomt dit. Artikel 7 - Algemene bouwregels In dit artikel zijn diverse algemene bouwregels opgenomen.
Artikel 8 - Algemene gebruiksregels De algemene gebruiksregels geven aan welk gebruik van gronden en bouwwerken in elk geval als verboden gebruik moet worden aangemerkt. Ook is in de algemene gebruiksregels een voorwaardelijke verplichting opgenomen om te zorgen dat er bij toekomstige ontwikkelingen voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd conform de parkeernota van de gemeente Rijswijk. Artikel 9 - Algemene afwijkingsregels Het plan kent een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden. Deze bevoegdheden hebben als doel om flexibel te kunnen inspelen op afwijkingen en overschrijdingen van beperkte aard of omvang. Artikel 10 - Overgangsrecht In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik, dat al bestond bij het opstellen van onderhavig bestemmingsplan maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Dit is toegestaan onder de voorwaarde dat dit bouwwerk of gebruik al aanwezig was op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan of wanneer het gebouwd kan worden door middel van een omgevingsvergunning. Artikel 11 - Slotregel In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam wordt het bestemmingsplan aangehaald. Dit betreft de citeertitel van het bestemmingsplan.
Campus At the Park Pagina 68 van 71
Hoofdstuk 6
6.1
Uitvoerbaarheid en handhaving
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Gedurende de planvorming is de omgeving op verschillende momenten betrokken bij het project. Na vaststelling van het 'Ontwikkelkader Kessler Park en omgeving' is door de gemeente het initiatief genomen om een maandelijks inloopspreekuur te faciliteren waar stakeholders op de hoogte zijn gebracht over de status en vorderingen van het plan. Vanaf het moment dat plannen meer concreet werden zijn hier ook de initiatiefnemers bij aangesloten. In juli 2022 is er door de initiatiefnemers een inloopspreekuur georganiseerd om te informatie te delen over de ontwikkeling. Vervolgens heeft er in oktober 2022 een omgevingsdialoog plaatsgevonden. Hier werd een presentatie gegeven over het conceptkavelpaspoort en werden de gestelde kaders en processtappen uitgelegd. Ook was er ruimte voor het behandelen van vragen, zorgen, knelpunten en wensen. Kort daarop heeft er een door de gemeente Rijswijk georganiseerd inloopspreekuur plaatsgevonden. Hier werd de voortgang van de ontwikkelingen met de omwonenden en lokale ondernemers besproken. In december 2022 volgde er een tweede omgevingsdialoog. Daarna zijn er in maart, april, mei en juli 2023 nog inloopspreekuren georganiseerd. Naast de georganiseerde momenten voor het stellen van vragen en het geven van tussentijdse presentaties, zijn er drie websites in gebruik genomen.
Op deze websites wordt voortdurend informatie gegeven over de ontwikkelingen, en zijn tevens de inspraakmomenten aangekondigd. Het betreft de volgende websites: https://at-the-park.com – informeren over 'At the Park' en de beoogde ontwikkeling. https://hereatthepark.nl – informeren over 'Here At the Park'' en de beoogde ontwikkeling https://wonenatthepark.nl – het terug lezen en kijken van de bijeenkomsten en de mogelijkheid om vragen te stellen aan en zorgen/kansen te delen met de initiatiefnemers. Tenslotte hebben er gesprekken plaatsgevonden met omliggende stakeholders. De stakeholders zijn voortdurend op de hoogte gehouden.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Kostenverhaal De bouw van één of meer woningen wordt aangemerkt als een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening (Wro). Indien er sprake is van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening is de gemeente verplicht een exploitatieplan op te stellen, tenzij het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Dit kan via een anterieure overeenkomst met de eigenaar van de ontwikkeling. Voor de ontwikkeling van het project zijn door de gemeente Rijswijk met de twee initiatiefnemers anterieure overeenkomsten afgesloten waarin de onder andere de financiële afspraken over het project zijn vastgelegd, inclusief kostenverhaal. Financiële uitvoerbaarheid De financiële uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling is gewaarborgd doordat de initiatiefnemers een project realiseren waar behoefte aan is. Door de grote behoefte aan woningen is het project voor de initiatiefnemers financiëel uitvoerbaar is. Ook hebben de initiatiefnemers de bouwkosten zowel bij uitvoerende partijen als een bouwkostenadviseur getoetst. De opbrengsten zijn op basis van een uitgebreide marktanalyse met lokaal bekende makelaars onderbouwd. Aanvullend lopen gesprekken met een aantal grote institutionele beleggers over afname van het
Campus At the Park Pagina 69 van 71
project.
6.3
Handhaving
Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving ligt bij de gemeente. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de duurzame bescherming van mens en omgeving te waarborgen. Binnen het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening (Wro), de vigerende wetgeving ten tijden van het ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Bij overtreding van deze regelgeving moet gedacht worden aan bouwen zonder vergunning, bouwen in afwijking van een verleende vergunning, het handelen zonder of in afwijking van een noodzakelijke omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan of een afwijking van de regels. Handhaving wordt onderscheiden in preventieve en repressieve handhaving. Preventieve handhaving bestaat uit actief toezicht door of namens de gemeente door bijvoorbeeld regelmatige controles op de uitvoering van vergunningen. Voorts bestaat preventieve handhaving uit het opstellen van duidelijke en maatschappelijk geaccepteerde regels en uit communicatie en voorlichting.
Repressieve handhaving bestaat uit de aanwending van publiekrechtelijke middelen bij geconstateerde overtredingen, zoals het opleggen van een dwangsom of het uitoefenen van bestuursdwang. Daarnaast is het mogelijk strafrechtelijke middelen toe te passen en privaatrechtelijke actie te ondernemen bij inbreuk op het eigendomsrecht van de gemeente. Repressieve handhaving heeft als primair doel een einde te maken aan een specifieke overtreding van de Wro.
Campus At the Park Pagina 70 van 71
Hoofdstuk 7
7.1
Proces
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
Het bestemmingsplan is in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegezonden aan de verschillende overlegpartners. Het wettelijk vooroverleg heeft gelijktijdig plaatsgevonden met de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. De ingekomen reacties zijn verwerkt in de Nota van Zienswijzen.
7.2
Ontwerpfase
Na afronding van het vooroverleg wordt de formele bestemmingsplanprocedure gestart. Op de voorbereiding van het bestemmingsplan was artikel 3.8 Wro (gelezen in samenhang met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) van toepassing. De kennisgeving van het ontwerpbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan moet in de Staatscourant worden geplaatst en dient ook via elektronische weg te geschieden. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 22 december 2023 tot en met 1 februari 2024 ter inzage gelegen conform artikel 3.8 Wro. Vanwege de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan heeft op 10 januari een informatiebijeenkomst plaatsgevonden. Tijdens de terinzagelegging bestond voor een ieder de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. Er zijn wel zienswijzen ingediend. De ingekomen zienswijzen zijn toegevoegd en beantwoord in de nota zienswijzen in Bijlage 24. De zienswijzen hebben wel geleid tot aanpassingen aan het bestemmingsplan.
7.3
Vaststellingsfase
Na de termijn van terinzagelegging dient de gemeenteraad te beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking waarna tot vergunningverlening kan worden overgegaan.
7.4
Crisis- en herstelwet
Op dit het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan is de Crisis- en herstelwet van toepassing. Dit betekent, dat de belanghebbende in het beroepschrift moet aangeven welke beroepsgronden hij aanvoert tegen het besluit. Na afloop van de termijn van zes weken kunnen geen nieuwe beroepsgronden meer worden aangevoerd. Vermeld in het beroepschrift dat de Crisis- en herstelwet van toepassing is.
Campus At the Park Pagina 71 van 71