CConstaterende datRijswijk
Koppel je AI →
Document · PDF

B Technische rapportage bodemkwaliteitskaart

Forum Stad 4 april 2023, gemeente RijswijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Nota bodembeheer en bodemkwaliteitskaart (RV23-030)25.508 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Technische rapportage bodemkwaliteitskaart gemeente Rijswijk 7 september 2022

Kenmerk

R002-1278094ESM-V03-hme-NL

Verantwoording Titel

Technische rapportage bodemkwaliteitskaart gemeente Rijswijk

Opdrachtgever

Gemeente Rijswijk

Projectleider

Erik Vonkeman

Auteur(s)

Sanne Kruize - Smouter

Tweede lezer

Odile Rutten

Uitvoering meet- en inspectiewerk

Jop (J.) van Rooden en Berry (B.M.) Celie (certificaatnummer K54913)

Projectnummer

1278094

Aantal pagina’s

25

Datum

7 september 2022

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon TAUW bv Rhijnspoor 209 Postbus 6 2900 AA Capelle aan den IJssel T +31 10 28 86 10 0 E info.rotterdam@tauw.com

2/25

Kenmerk

R002-1278094ESM-V03-hme-NL

Inhoud 1

2

3

4

Inleiding ..................................................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding .......................................................................................................................... 5

1.2

Doelstelling en projectresultaat .......................................................................................... 5

Werkwijze .................................................................................................................................. 6 2.1

Beleidskader ...................................................................................................................... 6

2.2

Aanpak opstellen bodemkwaliteitskaarten ......................................................................... 7

2.2.1

Opstellen programma van eisen (stap 1) .................................................................... 7

2.2.2

Vaststellen onderscheidende kenmerken, indelen in deelgebieden (stap 2, 4, 5) ...... 7

2.2.3

Gegevensverzameling en gegevensvoorbewerking (stap 3) ...................................... 7

2.2.4

Verzamelen aanvullende informatie (stap 6)............................................................... 9

2.2.5

Karakteriseren van de bodemkwaliteit per bodemkwaliteitszone (stap 7) ................ 10

2.2.6

Samenstellen ontgravings- en toepassingskaart (stap 8) ......................................... 11

Resultaten bodemkwaliteit....................................................................................................... 12 3.1

Uitgangspunten en programma van eisen bodemkwaliteitskaart..................................... 12

3.2

Vooronderzoek en historie gemeente Rijswijk ................................................................. 13

3.3

Homogene deelgebieden ................................................................................................. 18

3.4

Berekening statistische kentallen ..................................................................................... 19

3.5

Indeling bodemkwaliteitsklassen: toetsing en beoordeling achtergrondgehalten ............ 20

3.5.1

Ontgravingskaart ....................................................................................................... 20

3.5.2

Toepassingskaart ...................................................................................................... 21

Betrouwbaarheid bodemkwaliteitskaart ................................................................................... 21 4.1

Evaluatie gebiedsindeling ................................................................................................ 21

4.2

Uitbijters ........................................................................................................................... 22

4.3

Heterogeniteit ................................................................................................................... 24

4.4

Conclusies ........................................................................................................................ 25

Bijlage 1

Begrippenlijst

Bijlage 2

Bodemfunctiekaart

Bijlage 3

Homogene deelgebiedenkaart

Bijlage 4

Ontgravingskaart

Bijlage 5

Toepassingskaart

3/25

Kenmerk

R002-1278094ESM-V03-hme-NL

Bijlage 6

Statistische kengetallen

Bijlage 7

Uitbijterkaart

Bijlage 8

Risicotoolbox

Bijlage 9

Overzicht kopergehalten

4/25

Kenmerk

R002-1278094ESM-V03-hme-NL

1 Inleiding Dit rapport bevat de technische onderbouwing van de actualisatie van de bodemkwaliteitskaart voor de gemeente Rijswijk. TAUW heeft in opdracht van de gemeente Rijswijk een bodemkwaliteitskaart opgesteld voor de stoffen uit het standaardpakket, aangevuld met bestrijdingsmiddelen in de bovengrond.

1.1

Aanleiding

Om het grondverzet binnen de gemeentegrenzen te vereenvoudigen, heeft de gemeente een bodemkwaliteitskaart opgesteld in 2011. Conform het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) dient een bodemkwaliteitskaart na vijf jaar te worden verlengd en na tien jaar te worden geactualiseerd. De gemeente wil graag de bodemkwaliteitskaart actualiseren, zodat ook voor de komende periode een geldige bodemkwaliteitskaart gebruikt kan worden bij grondverzet. Dit rapport richt zich op de technische uitwerking van de bodemkwaliteitskaart voor de gemeente Rijswijk.

1.2

Doelstelling en projectresultaat

De gemeente wil een geactualiseerde bodemkwaliteitskaart laten opstellen om het grondverzet te faciliteren. De bodemkwaliteitskaart geeft de gemeten achtergrondwaarden weer en dient als wettig bewijsmiddel conform artikel 4.3.5 van de Regeling bodemkwaliteit. Zo wordt voorkomen dat er voor elke partij grond en elke ontvangende locatie een partijkeuring c.q. bodemonderzoek moet worden uitgevoerd.

5/25

Kenmerk

R002-1278094ESM-V03-hme-NL

2 Werkwijze 2.1

Beleidskader

De bodemkwaliteitskaart is opgesteld conform de regels van het Bbk. Onder het Bbk is de ‘Richtlijn bodemkwaliteitskaarten’1 opgesteld. In de Richtlijn staan regels en aanvullende aanwijzingen voor het opstellen van de bodemkwaliteitskaart, hoe omgegaan dient te worden met de kaart en hoe een adequaat grondstromenbeleid er uitziet. De Richtlijn is bedoeld voor het gebruik van bodemkwaliteitskaarten:  Voor toepassen van grond en bagger op bodem 

Als bewijsmiddel van kwaliteit van vrijkomende grond en bagger

Binnen het Bbk wordt er onderscheid gemaakt tussen twee toetsingskaders:  

Generiek beleid Gebiedsspecifiek beleid

Generiek beleid Bij het hergebruik van grond en bagger dient naast de kwaliteit van de ontvangende bodem ook rekening gehouden te worden met de functie van het gebied. Deze functie wordt door de gemeenten vastgesteld in een bodemfunctiekaart. Gebiedsspecifiek beleid In het geval van gebiedsspecifiek beleid kunnen door het bevoegd gezag voor (een deel van) het beheergebied gebiedsspecifieke toetsingswaarden worden opgesteld, waaraan de te hergebruiken grond dient te voldoen. Deze waarden worden getoetst op risico’s voor de in het gebied geldende functie en mogen ruimer of strenger worden gekozen dan de generieke waarden. Het beleidskader zal gaan veranderen door de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het kader zal dan worden gevormd door enerzijds het vernieuwde Besluit Bodemkwaliteit en de bijbehorende Regeling bodemkwaliteit. De regels over (onder andere) het toepassen van grond zullen te vinden zijn in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Bij het opstellen van dit technisch document is (voor zover mogelijk) rekening gehouden met zowel het huidige als het toekomstige beleidskader.

1

Richtlijn voor het opstellen van bodemkwaliteitskaarten. VROM, d.d. 3 september 2007 met wijzigingsblad van 1 januari 2019

6/25

Kenmerk

2.2

R002-1278094ESM-V03-hme-NL

Aanpak opstellen bodemkwaliteitskaarten

De bodemkwaliteitskaart is opgesteld conform de Richtlijn voor het opstellen van bodemkwaliteitskaarten en de eisen uit bijlage M van de Regeling Bodemkwaliteit. In deze richtlijn worden acht stappen onderscheiden: 1. 2. 3.

Opstellen programma van eisen Vaststellen onderscheidende kenmerken Gegevensverzameling en gegevensbewerking

4. 5. 6.

Indelen beheergebied in deelgebieden Controle indeling van het beheergebied Verzamelen aanvullende informatie

7. 8.

Vaststellen bodemkwaliteitszones Opstellen ontgravings- en toepassingskaart (generiek of gebiedsspecifiek)

2.2.1 Opstellen programma van eisen (stap 1) Het programma van eisen bevat de uitgangspunten waaraan de bodemkwaliteitskaart moet voldoen. Dat programma is voortgekomen uit zowel de beleidsmatige wensen en eisen, als uit de technisch inhoudelijke eisen, zoals deze in de Richtlijn zijn verwoord. Zie paragraaf 3.1 voor de uitwerking. 2.2.2 Vaststellen onderscheidende kenmerken, indelen in deelgebieden (stap 2, 4, 5) In deze stap dient te worden vastgesteld welke kenmerken binnen het beheergebied naar verwachting een belangrijke rol spelen bij het definiëren van deelgebieden. Daarnaast moet worden bepaald welke soort locaties uitgesloten dienen te worden van de bodemkwaliteitskaart (puntbronnen). Hiervoor is een vooronderzoek conform NEN5725 aanleiding E uitgevoerd. Zie paragraaf 3.2 voor de uitwerking. 2.2.3 Gegevensverzameling en gegevensvoorbewerking (stap 3) De Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) en de gemeente Rijswijk hebben bodemonderzoeken aangeleverd die in de afgelopen tien jaar zijn uitgevoerd binnen de gemeente Rijswijk. Deze bodemonderzoeken zijn aangeleverd in Pdf-formaat. TAUW heeft vervolgens een grove selectie gemaakt van de bruikbare onderzoeken op basis van het onderzoekstype. Hierbij zijn nadere onderzoeken en saneringsevaluaties uitgezonderd aangezien deze betrekking hebben op locaties die verdacht zijn op het voorkomen van bodemverontreinigingen.

Daarnaast zijn alle waterbodemonderzoeken uitgesloten omdat deze niet onder het bevoegd gezag van de gemeente vallen. Vervolgens zijn de analysegegevens en locaties van boringen gedigitaliseerd. Tevens zijn vanuit het bodeminformatiesysteem van TAUW (TEGSIS®) de bodemonderzoeken die door TAUW in Rijswijk zijn uitgevoerd in opdracht van Stedin en Dunea geëxporteerd. Stedin en Dunea hebben hier toestemming voor verleend. Tevens zijn door Stedin XML-bestanden aangeleverd van onderzoeken die door Antea in opdracht van Stedin uitgevoerd zijn in Rijswijk.

7/25

Kenmerk

R002-1278094ESM-V03-hme-NL

Alle bovenstaande gegevens zijn samengevoegd tot één dataset. Er is een kwantitatieve analyse uitgevoerd op de dataset, waarbij gekeken is naar de volledigheid van de ingevulde velden (of er sprake is van ontbrekende gegevens) en de hoeveelheid waarnemingen per homogeen deelgebied. Een aantal boorpunten lag buiten de gemeentegrenzen. Deze punten zijn verwijderd. De verdere voorbewerkingen hebben onder andere betrekking op waarnemingen beneden de detectielimiet, uitbijters en mengmonsters. Detectielimieten De concentratieniveaus die door een laboratorium bepaald kunnen worden zijn afhankelijk van de onderzoeksmethode, technieken en eventuele storingen in het monster. De minimale concentratie die door het laboratorium gerapporteerd kan worden noemt men de detectielimiet of de rapportagegrens. Indien een concentratie lager is dan de detectielimiet wordt het ‘kleiner dan’ teken gehanteerd. Conform het Bbk wordt een concentratie lager dan de detectielimiet vermenigvuldigd met 0,7. Deze nieuw berekende waarde wordt gebruikt in de berekeningen voor het bepalen van de bodemkwaliteit. Uitbijters Uitbijters zijn individuele waarnemingen die zodanig sterk afwijken van het patroon van de andere waarnemingen in een homogeen deelgebied, dat het vermoeden bestaat dat mogelijk sprake is van een lokale verontreiniging die het gevolg is van een (nog) onbekende bron.

In de uitbijteranalyse zijn per laag en homogeen deelgebied de gestandaardiseerde resultaten in een scatterplot gezet. De duidelijk afwijkende datapunten zijn nader beschouwd. Hierbij is gekeken of er op deze locatie verdachte activiteiten of saneringen hebben plaatsgevonden die de hoge waarden kunnen verklaren. Indien dat het geval was, is gekeken of de gehalten van meerdere parameters verhoogd zijn in het onderzoek. Op basis daarvan is bepaald of het hele onderzoek of slechts de analyse verwijderd moest worden. Uitbijters waarvoor geen verklaring kon worden gevonden, maar statistisch sterk afweken en klassebepalend waren, zijn ook uit de dataset verwijderd. Daarmee zijn ook de locaties waar deze waarnemingen zijn gedaan uitgesloten. Een overzicht van de uitbijters is weergegeven in bijlage 7. Mengmonsters Een monster geeft de bodemkwaliteit weer van een bepaald gebied. Bij een mengmonster is dit gebied groter dan bij een individueel monster. Omdat bij het bepalen van de bodemkwaliteit in een zone dit onafhankelijk is van de oppervlakte maar alleen van het aantal waarnemingen is een mengmonster gelijkgesteld aan een individueel monster en is eenmalig meegenomen in de dataset.

8/25

Kenmerk

R002-1278094ESM-V03-hme-NL

Ruimtelijke structuur en variabiliteit van de waarnemingen Conform de Richtlijn moet voor elk deelgebied voor iedere stof worden vastgesteld of er voldoende meetgegevens beschikbaar zijn om een betrouwbare uitspraak te kunnen doen over de bodemkwaliteit. De hiervoor geldende minimale eisen zijn dat er:   

Voor de deelgebieden voor alle stoffen tenminste 20 waarnemingen beschikbaar zijn De waarnemingen ruimtelijk verdeeld zijn over het deelgebied Voor de deelgebieden waarvoor voldoende informatie beschikbaar is wordt vastgesteld of de indeling in deelgebieden optimaal is, waarbij voor zoveel mogelijk van de stoffen geldt dat er geen ruimtelijke structuur aanwezig is in de gehalten of de variabiliteit

2.2.4 Verzamelen aanvullende informatie (stap 6) In deze stap is aanvullende informatie verzameld voor de homogene deelgebieden waarvoor nog onvoldoende informatie beschikbaar was. Dit om te kunnen vaststellen of er sprake is van homogene bodemkwaliteitszones. Het verzamelen van aanvullende informatie is noodzakelijk indien:  Voor het deelgebied geldt dat, voor de op de bodemkwaliteitskaart weer te geven stoffen,

minder dan 20 waarnemingen beschikbaar zijn of per subdeelgebied minder dan 3 waarnemingen beschikbaar zijn Voor de op de kaart weergegeven stoffen geldt dat er sprake is van onvoldoende ruimtelijke spreiding

In eerste instantie is door middel van een proefberekening op basis van de deelgebieden uit 2011 de globale kwaliteit van de verschillende deelgebieden bepaald. Doel hiervan was om te bepalen welke deelgebieden op basis van vergelijkbare kwaliteit konden worden samengevoegd. Hieruit bleek dat in enkele deelgebieden geen of weinig data beschikbaar waren, waardoor de kwaliteit niet vergeleken kon worden. Voorbeeld hiervan was het bedrijventerrein Vrijenban, waar geen waarnemingen bekend waren, maar waarvan de kwaliteit vermoedelijk niet erg afwijkt van andere bedrijventerreinen in de gemeente. Ook kon op basis van de bestaande data niet overal worden voldaan aan de eis van 3 waarnemingen per subdeelgebied. In een aantal deelgebieden waar wel voldoende data beschikbaar was, bleek de spreiding erg laag (aanwezige waarnemingen lagen dicht bij elkaar lagen). Dit was onder andere het geval in de landgoederenzone in het uiterste noorden van de gemeente, waar enkel op vier plaatsen aan de randen van het gebied in totaal 27 boringen gezet waren. Daardoor was er van het merendeel van die zone geen informatie en daarmee de ruimtelijke spreiding onvoldoende. Ook in een aantal andere deelgebieden was sprake van dit soort ‘witte vlekken’.

Voor bestrijdingsmiddelen bleek, met uitzondering van het voormalig kassengebied (Rijswijk Buiten en het zuidoostelijke deel van Wonen II), weinig tot geen data beschikbaar. Aangezien uit het vooronderzoek gebleken is dat ook in andere delen van de gemeente op kleine schaal glastuinbouw heeft plaatsgevonden, kan niet worden uitgesloten dat ook buiten het voormalig kassengebied bestrijdingsmiddelen aanwezig zijn.

9/25

Kenmerk

R002-1278094ESM-V03-hme-NL

Tevens heeft in de loop der jaren mogelijk enige vermenging van grond plaatsgevonden aangezien er in de eerdere bodemkwaliteitskaart niet specifiek aandacht besteed is aan bestrijdingsmiddelen. Vanwege bovenstaande redenen is besloten om een beperkt aantal aanvullende boringen en analyses te doen. De bovengrond is naast het standaardpakket ook geanalyseerd op bestrijdingsmiddelen om een indicatieve kwaliteitsinschatting te krijgen voor het gedeelte van de gemeente waar niet op grote schaal kassen hebben gestaan. Meer informatie over de aanvullende monstername is opgenomen in de apart gerapporteerde veldwerknotitie2. 2.2.5 Karakteriseren van de bodemkwaliteit per bodemkwaliteitszone (stap 7) De statistische analyse van de voorbewerkte gegevens leidt tot vaststelling van de gebiedseigen bodemkwaliteit voor de onderzochte stoffen en de beschouwde bodemlagen. Het gaat hier om het karakteriseren van de verdeling (ofwel het bereik) van de gehalten. De verdeling van gehalten is middels een aantal statistische kentallen inzichtelijk gemaakt. In dit onderzoek zijn de volgende kentallen per deelgebied, stof en bodemlaag bepaald:  Aantal waarnemingen  Minimum en maximum en een gemiddelde  

Percentielwaarden (P5, P25, P50, P75, P80, P90, P95) en de standaarddeviatie De interventiewaarden en maximale waarden van de bodemklassen van de verschillende stoffen

De statistische kentallen zijn berekend voor de gehalten bij een standaardbodem (lutum 25 %, organische stof 10 %). De belangrijkste kentallen in dit overzicht zijn de 80-percentielwaarde en de 95-percentielwaarde:  Volgens de richtlijn bodemkwaliteitskaarten wordt de kwaliteit van een zone vastgesteld op basis van het gemiddelde. Dit wordt echter onwenselijk geacht omdat de kans dat grond van een slechtere kwaliteit dan de kaart aangeeft vrijkomt dan relatief groot is. Het is inmiddels gebruikelijk (maar niet verplicht) om de zones in de bodemkwaliteitskaart te kwalificeren aan de hand van de P80-waarden (waarde waar 80 % van de gehalten onder ligt). Ook in deze bodemkwaliteitskaart is ervoor gekozen om de zones te kwalificeren op basis van de P80waarden De 95-percentielwaarde (P95) is gebruikt als signaalwaarde. Indien de P95 de

interventiewaarde overschrijdt, bestaat de kans dat er in de bodemkwaliteitszone grond voorkomt die het saneringscriterium overschrijdt. Door middel van de risicotoolbox kan bepaald worden of dit daadwerkelijk het geval is. Indien het saneringscriterium overschreden wordt in een bepaalde zone, is het niet verantwoord om zonder aanvullende partijkeuring grondverzet vanuit die regio te plegen naar gebieden met een gebruik waarbij het toepassen van de grond risico’s oplevert

2

Aanvullende monstername bodemkwaliteitskaart Rijswijk, kenmerk N001-1278094ESM-V01-sal-NL, d.d. 24-01-

2022

10/25

Kenmerk

R002-1278094ESM-V03-hme-NL

De strengste parameter is leidend geweest voor de indeling in een bodemkwaliteitsklasse. Bij deze kwaliteitsindeling zijn de criteria gehanteerd zoals vermeld in tabel 2.1. Tabel 2.1 Criteria kwaliteitsindeling Kwaliteit

Bodemkwaliteitsklasse

P80 < AW2000

Landbouw/natuur

AW2000 < P80 < maxWo

Wonen

Uitzonderingsregels

Uitzonderingsregels

ontgravingskwaliteit

Toepassingseis

Maximaal voor 2* of 3**

Maximaal voor 2*of 3**

stoffen maximale

stoffen maximale

overschrijding tot

overschrijding tot

2xAW2000 maar <

2xAW2000 maar <

maxWo ***

maxWo***

-

Maximaal voor 2*of 3** stoffen maximale overschrijding maxWo+AW2000

maxWo < P80 < maxIn

Industrie

-

-

P80 > maxIn

Niet toepasbaar

-

-

AW2000

Achtergrondwaarden, maximale waarde voor klasse Landbouw/natuur

maxWo

Maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse Wonen

maxIn

Maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse Industrie

* In het geval van 7 tot 16 geanalyseerde parameters (in deze bodemkwaliteitskaart is dit het geval voor de ondergrond van gebieden buiten voormalig kassengebied) ** In het geval van 16 tot 26 geanalyseerde parameters (in deze bodemkwaliteitskaart is dit het geval voor de bovengrond en de ondergrond van gebieden binnen voormalig kassengebied) *** Met uitzondering van nikkel waar de overschrijding groter dan Wonen mag zijn zolang deze lager is dan 2 x AW

2.2.6

Samenstellen ontgravings- en toepassingskaart (stap 8)

In deze fase zijn de kaarten met behulp van GIS-technieken vervaardigd. Het resultaat van deze fase bestaat uit een bodemkwaliteitskaart bestaande uit verschillende kaartlagen. De bodemkwaliteitskaart bestaat uit onderstaande drie kaartlagen: 1. Een kaart met de indeling in homogene deelgebieden 2. De ontgravingskaart, geeft per homogeen deelgebied de feitelijke bodemkwaliteit in klassen weer op het moment dat de grond ontgraven wordt 3. De toepassingskaart, samengesteld uit de bodemfunctie en de ontvangende bodemkwaliteit, geeft de toepassingseis weer bij het toepassen van grond of bagger. Er geldt een dubbele toetsing waarbij de strengste eis van de bodemfunctiekaart en de ontvangende bodemkwaliteit de toepassingseis bepaalt De ontgravingskaart en de toepassingskaart zijn opgesteld conform de normen en rekenregels voor het gebiedsspecifieke beleid.

11/25

Kenmerk

R002-1278094ESM-V03-hme-NL

3 Resultaten bodemkwaliteit 3.1

Uitgangspunten en programma van eisen bodemkwaliteitskaart

De bodemkwaliteitskaart is opgesteld op basis van bodeminformatie aangeleverd door de ODH, gemeente Rijswijk, Stedin en Antea. Daarnaast zijn een aantal aanvullende waarnemingen gedaan. De locaties van de waarnemingspunten zijn weergegeven op de homogene deelgebiedenkaart in bijlage 3. Het programma van eisen omvat de onderstaande afspraken: Beheergebied Het beheergebied van de bodemkwaliteitskaart omvat de landbodem binnen de gemeentegrenzen van Rijswijk. Bodemlagen De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor de bodemlagen 0 - 0,5 m -mv en 0,5 - 2,0 m -mv. Hiervoor zijn alle monsters meegenomen waarvan het gemiddelde van begin- en einddiepte kleiner of gelijk is aan 2,0 m -mv. Dit betreft dus alle beschikbare waarnemingen die aan deze voorwaarde voldoen en geen afwijking of uitbijter betreffen. Parameters Bij het vaststellen van de gebiedseigen bodemkwaliteit is uitgegaan van de stoffen uit het standaardpakket voor grond, aangevuld met een aantal bestrijdingsmiddelen te weten:  9 Zware metalen; lood, molybdeen, kobalt, barium, zink, cadmium, koper, nikkel en kwik  PAK (10 VROM). PCB’s en minerale olie 

Bestrijdingsmiddelen: som drins, DDT, DDD en DDE

In het gedeelte van Rijswijk buiten het voormalig kassengebied zijn de bestrijdingsmiddelen enkel voor de bovengrond in beeld gebracht. Er is in eerste instantie een berekening gemaakt voor alle bestrijdingsmiddelen die in de Regeling bodemkwaliteit zijn opgenomen. Uit de dataset bleek vervolgens dat voor een groot aantal bestrijdingsmiddelen amper gehalten boven de (verhoogde) rapportagegrens zijn gemeten. De rapportagegrens is voor alle bestrijdingsmiddelen 1 µg/kg. Doordat voor een aantal bestrijdingsmiddelen de achtergrondwaarde en de maximale waarde wonen slechts iets hoger of zelfs lager dan de rapportagegrens liggen, geeft dit onterecht de indruk dat er op basis van deze stoffen sprake is van de klasse industrie. Daarom is besloten om alle parameters waarvan meer dan 80 % van de resultaten in de dataset een (verhoogde) rapportagegrens betrof niet mee te nemen in de bodemkwaliteitskaart. Dit betrof de parameters αendosulfan, α-, β- en γ-HCH, heptachloor, som heptachloorepoxide, som chloordaan en hexachloorbenzeen (HCB). Deze zijn daarom uit de dataset verwijderd. Voor PFAS is al een bodemkwaliteitskaart opgesteld, waarbij de gehele gemeente Rijswijk als één zone is gezien. Deze wordt aan de huidige kaart toegevoegd. Voor meer details over de PFASdata wordt verwezen naar de technische rapportage3 bij deze kaart.

3

Bodemkwaliteitskaart PFAS gemeente Rijswijk, TAUW, d.d. 15 mei 2020, R001-1274461ESM-V01-sal-NL

12/25

Kenmerk

R002-1278094ESM-V03-hme-NL

Generiek of gebiedsspecifiek beleid De bodemkwaliteitskaart is opgesteld conform gebiedsspecifiek beleid. Dit beleid is uitgewerkt in de Nota Bodembeheer4

3.2

Vooronderzoek en historie gemeente Rijswijk

Het vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN5725 aanleiding E. Historie, verwachte verontreinigingen en puntbronnen Uit de topografische kaart in figuur 3.1 blijkt dat het centrum van Rijswijk rond 1900 bestond uit een dorpskern met daaromheen landbouw en een havengebied aan de Vliet. Vanwege langdurige menselijke beïnvloeding wordt ter plaatse van de oude kern en de directe omgeving daarvan verwacht dat daar heterogeen verontreinigingen (metalen en PAK) voorkomen. Het is bekend dat in de oude haven en rond de oude kades bedrijvigheid plaatselijk tot bodemverontreiniging heeft geleid (onder andere een betoncentrale en wasserijen). Van de overige bedrijvigheid in Rijswijk wordt weinig beïnvloeding verwacht daar deze zich met name op de dienstverlening (heeft) (ge)richt.

Figuur 3.1 Topografische kaart van Rijswijk in 1900 met in het noordoosten de kern van het Rijswijk en het havengebied

4

Nota Bodembeheer gemeente Rijswijk, TAUW, 2021, R001-1278094ESM-V03-hme-NL d.d. 7 september 2022

13/25

Kenmerk

R002-1278094ESM-V03-hme-NL

Tot aan de oorlog breidde Rijswijk uit in noordelijke richting, waarbij het vastgroeide aan Den Haag (figuur 3.2). In deze periode was er incidenteel glastuinbouw te vinden in het poldergebied. In gebieden waar glastuinbouw zich gevestigd heeft worden verontreinigingen verwacht met voornamelijk bestrijdingsmiddelen maar daarnaast ook incidenteel asbest, olie en aromaten.

Figuur 3.2 Topografische kaart van Rijswijk in 1940 waarbij de uitbreiding richting Den Haag zichtbaar is

Na de oorlog is Rijswijk sterk gegroeid en heeft stedelijke uitbreiding plaatsgevonden (figuur 3.3). Het poldergebied maakte plaats voor woonwijken. Het oude poldergebied is niet direct verdacht op bodemverontreinigingen, incidenten daargelaten. In deze periode ontstond het bedrijventerrein Plaspoelpolder. In het zuidelijke deel van de gemeente Rijswijk is, en wordt het oude kassengebied omgevormd tot woonwijk en het bedrijventerrein Rijswijk Buiten. In het zuidoosten van de gemeente bevindt zich de wijk Vrijenban dat voorheen agrarisch gebied was met aangrenzend enkele woningen en bedrijven. Het Wilhelminapark en het Elsenburgerbos (zie figuur 3.4) liggen ten zuiden van de A4 en betreffen oude vuilstortterreinen. Deze gebieden zijn daarom uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. In Kraayenburg (kleinschalig industriegebied) is een loodbladfabriek aanwezig. Volgens bodemloket zijn hier diverse leeflaagsaneringen uitgevoerd. Dit gebied is daarom uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart.

14/25

Kenmerk

R002-1278094ESM-V03-hme-NL

Aan de Molenwetering was een oliewinning aanwezig van 1953 tot 1994. In totaal zijn hier zo’n 3 miljoen vaten aardolie gewonnen. Uit bodemloket blijkt dat er in 2005 een sanering heeft plaatsgevonden en dat de verontreiniging niet ernstig was. Er wordt daarom geen invloed op de bodemkwaliteit verwacht.

Figuur 3.3 Topografische kaart van Rijswijk in 2020 waarin de stedelijke uitbreiding zichtbaar is

15/25

Kenmerk

R002-1278094ESM-V03-hme-NL

Figuur 3.4 Ligging van de stortplaatsen Wilhelminapark en Elsenburgerbos

Bodemopbouw De bodemopbouw van de gemeente Rijswijk is ook op grote schaal beïnvloed door menselijk handelen. In figuur 3.5 is de bodemkaart van de gemeente Rijswijk weergegeven. Het overgrote gedeelte van de gemeente is bebouwd en daardoor in de bodemkaart niet uitgesplitst in bodemtypen. In het overig gedeelte van de gemeente zijn de volgende bodemtypen te vinden:  Warmoezerijgronden; dit bodemtype bestaat uit verschillende grondsoorten die door menselijk   

handelen heterogeen zijn geworden Drechtvaaggronden; dit bodemtype bestaat uit een kleidek dat op 40-80 centimeter overgaat in veen Leek-/woudeerdgronden; dit bodemtype komt met name voor in droogmakerijen en oude tuinen en bestaat uit een donkere bovengrond en een grijze ondergrond Tochteerdgronden: ook dit bodemtype komt met name in droogmakerijen voor en bestaat uit een humusrijke bovengrond met daaronder meestal een gerijpte kleilaag

16/25

Kenmerk

R002-1278094ESM-V03-hme-NL

Aangezien vrijwel de gehele bodem binnen de gemeente sterk is beïnvloed door menselijk handelen is er geen aanleiding om op basis van bodemopbouw verschillende deelgebieden aan te wijzen.

Figuur 3.5 Bodemkaart van de gemeente Rijswijk

Bodemfunctie In bijlage 2 is de functiekaart van de gemeente Rijswijk opgenomen. Deze is geactualiseerd voorafgaand aan het opstellen van de bodemkwaliteitskaart. Een aantal doorgaande (spoor)wegen hebben de functie ‘industrie’ gekregen, net als industrie- en bedrijventerreinen. (Toekomstige) woongebieden hebben de functie ‘wonen’ en grote parken, landgoederen en sportvelden hebben de functie ‘overig’ (landbouw/natuur). Opgemerkt wordt dat de functiekaart op gebiedsniveau is opgesteld en dat individuele percelen soms een iets afwijkende functie kunnen hebben van het grotere gebied. Conclusie vooronderzoek Op basis van de bovenstaande informatie is er voldoende informatie om deelgebieden voor de gemeente te onderscheiden. Voor de dataset worden enkel gegevens gebruikt die maximaal 10 jaar oud zijn. Deze gegevens zijn voldoende actueel.

17/25

Kenmerk

3.3

R002-1278094ESM-V03-hme-NL

Homogene deelgebieden

De indeling in homogene gebieden is weergegeven op de kaart die is opgenomen in bijlage 3. In de bodemkwaliteitskaart uit 2011 was de gemeente Rijswijk opgedeeld in veel verschillende zones op basis van historie. Door het grote aantal zones is de resulterende bodemkwaliteitskaart ingewikkeld in gebruik. Daarnaast blijkt vaak dat de onderlinge verschillen tussen zones minimaal zijn. Daarom is ervoor gekozen om de zone-indeling sterk te versimpelen. Op basis van de oude zone-indeling is eerst een proefberekening gedaan. Deze proefberekening is de basis van de indeling in homogene deelgebieden zoals aangegeven in bijlage 3. Dit in combinatie met de resultaten uit het vooronderzoek, de historie van de gemeente Rijswijk en de huidige functie van de gebieden. Er is sprake van vijf homogene deelgebieden voor het standaardpakket: 1. Buitengebied 2. Wonen I 3. Wonen II 4. Rijswijk Buiten 5. Bedrijventerreinen Voor de bestrijdingsmiddelen is er gewerkt met een andere zone-indeling, waarbij gekeken is in welke gebieden op grote schaal glastuinbouw heeft plaatsgevonden. Dit betreft het grootste deel van Rijswijk Buiten en het zuidwestelijke deel van Wonen II. Bij het indelen van deze gebieden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:  De voormalige zones Landgoederenzone en Buitengebied Zuid hadden op basis van de proefberekening een vergelijkbare kwaliteit.

Deze zones zijn daarom samengevoegd tot de 

zone ‘Buitengebied De voormalige zone ‘Dorp noord & zuid’ betreft de oude kern van Rijswijk. De kwaliteit van dit gedeelte van Rijswijk is door de langdurige bewoning (beïnvloeding) slechter dan andere gebieden. Ook het oude buurtschap ’Pasgeld' aan de westoever van de Vliet (westelijk deel van de voormalige zone 'Delftkwartier & Vrijenban’) heeft een gebruiksgeschiedenis die terug te zien is in de kwaliteit. Deze gebieden vormen daarom samen de zone ‘Wonen I’

 

De recentere woonbebouwing, met uitzondering van ‘Rijswijk Buiten’, is opgenomen in de zone ‘Wonen II’ De voormalige zone ‘Wonen Midden’ heeft een bijzondere status. Uit de eerste proefberekening bleek dat de kwaliteit van deze zone vrijwel geheel overeenkwam met de kwaliteit in de zone ‘Wonen II’, maar de kwaliteit van de ondergrond vrijwel geheel overeenkwam met de zone ‘Wonen I’. Dit gedeelte van Rijswijk is bebouwd tussen de (grotendeels) vooroorlogse bebouwing van ‘Wonen I’ en de naoorlogse bebouwing van ‘Wonen II’. Dit verklaart waarom dit gebied gelijkenissen met beide zones vertoond. De bovengrond van dit gebied is daarom toegevoegd aan de zone ‘Wonen II’, terwijl de ondergrond bij de zone ‘Wonen I’ is opgenomen

18/25

Kenmerk

R002-1278094ESM-V03-hme-NL

Rijswijk Buiten is als aparte zone beschouwd. Er is voor deze zone, gezien de huidige ontwikkelingen, zo veel data beschikbaar dat samenvoegen met een andere zone niet mogelijk is aangezien er dan geen goede vergelijkbare ruimtelijke spreiding is. Het TNOterrein is ook aan dit deelgebied toegevoegd. Dit terrein grenst aan Rijswijk Buiten en wordt wellicht in de toekomst ook tot woongebied ontwikkeld. Beide gebieden waren in de vorige bodemkwaliteitskaart ook in één zone opgenomen Er zijn bij de proefberekening geen duidelijke kwaliteitsverschillen tussen de verschillende

bedrijventerreinen gevonden. Deze gebieden zijn daarom samengevoegd tot de zone Bedrijventerreinen. Het kleinschalige bedrijventerrein Kraayenburg is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart, vanwege de aanwezigheid van een loodbladfabriek en verschillende leeflaagsaneringen Het gebied waar op grote schaal glastuinbouw aanwezig is geweest is bepaald aan de hand van oud kaartmateriaal en bestaat uit de voormalige zone ‘voormalig kassengebied & TNO’

met uitzondering van het TNO-terrein

3.4

Berekening statistische kentallen

De dataset vormt de input voor de statistische analyse. De resultaten van de statistische analyse voor de bovengrond (bodemlaag 0 - 0,5 m -mv) en de ondergrond (bodemlaag 0,5 - 2,0 m -mv) zijn voor de deelgebieden weergegeven in bijlage 6. Dit zijn tabellen met de statistische weergave van de analysegegevens. Opgenomen hierin zijn onder andere:  De aantallen analyses per parameter  De percentielwaarden: dit zijn de waarden waar een bepaald percentage waarnemingen  

onder ligt. Zo is de P80 de waarde waar 80 % van de waarnemingen onder ligt Het gemiddelde en de maximale geanalyseerde waarde Heterogeniteitsindex die aangeeft hoe heterogeen de zone is

De statistische kentallen zijn zowel voor het generieke beleidskader als het gebiedsspecifieke beleidskader uitgewerkt. Het gebiedsspecifieke beleidskader is in de nota bodembeheer5 nader toegelicht en onderbouwd. Voor de bodemkwaliteitskaart zijn met name de lokale maximale waarden van belang. Deze zijn weergegeven in tabel 3.1. Tabel 3.1 Lokale maximale waarden (LMW), meer details in nota bodembeheer Parameter

LMW – maximale waarde wonen

Koper (mg/kg d.s.)

100

Zink (mg/kg d.s.)

300

Som Drins (µg/kg d.s.)

200*

*Tevens de maximale waarde voor de klasse industrie

5

Nota Bodembeheer gemeente Rijswijk, TAUW, R001-1278094ESM-V03-hme-NL d.d. 7 december 2022

19/25

Kenmerk

R002-1278094ESM-V03-hme-NL

Risico Toolbox (RTB) In de ondergrond van de zone Wonen I overschrijdt de P95 de interventiewaarde voor de parameters lood en PAK. Daarom is er een toetsing aan de RTB uitgevoerd (zie bijlage 8). Hieruit blijkt dat er in deze zone op basis van de huidige kwaliteit sprake is van humane risico’s op basis van lood. Daarnaast is er op basis van zowel lood als PAK sprake van ecologische risico’s. Aangezien de bebouwing in deze zone met name bestaat uit rijtjeshuizen met een kleine stadstuin, kunnen de ecologische risico’s verwaarloosd worden. Conform de richtlijn bodemkwaliteitskaarten is het op basis van de humane risico’s echter niet verantwoord om, zonder aanvullende partijkeuring, grondverzet vanuit de ondergrond van de zone Wonen I te plegen.

3.5

Indeling bodemkwaliteitsklassen: toetsing en beoordeling achtergrondgehalten

3.5.1 Ontgravingskaart In de tabellen in bijlage 6 zijn per deelgebied en per parameter de gemiddelden ten opzichte van de maximale waarden van de bodemkwaliteitsklassen weergegeven. Tabellen 3.2 en 3.3 geven een samenvatting van de resultaten van de toetsing van de parameters aan de ontgravingskaart voor de boven- en ondergrond volgens het gebiedsspecifieke beleidskader. De ontgravingskaarten van de boven- en ondergrond zijn opgenomen in bijlage 4. De P80 van som drins is in alle onderzochte lagen van het voormalig kassengebied hoger dan de achtergrondwaarde, maar lager dan de vastgestelde lokale maximale waarde voor de klasse wonen. Buiten het voormalig kassengebied overschrijdt de P80 van drins de achtergrondwaarde niet. De P80 van DDD, DDE en DDT is in alle onderzochte lagen lager dan de achtergrondwaarde. De bestrijdingsmiddelen zijn in geen van de gevallen klassebepalend. De resultaten voor de bestrijdingsmiddelen zijn daarom niet separaat gepresenteerd in onderstaande tabellen, maar geïntegreerd in de kwaliteit van de deelgebieden van het standaardpakket. Tabel 3.2 Resultaten bovengrond ontgravingskaart-gebiedsspecifiek Homogeen deelgebied

Bodemkwaliteitsklasse

Geldende rekenregels/ lokale maximale

ontgravingskaart

waarden

Buitengebied

Klasse wonen

-

Wonen I

Klasse wonen

LMW zink

Wonen II

Klasse wonen

LMW drins (voormalig kassengebied)

Rijswijk Buiten

Klasse wonen

LMW koper, zink en drins

Bedrijventerreinen

Klasse industrie

-

20/25

Kenmerk

R002-1278094ESM-V03-hme-NL

Tabel 3.3 Resultaten ondergrond ontgravingskaart-gebiedsspecifiek Homogeen deelgebied

Bodemkwaliteitsklasse

Geldende rekenregels/ lokale maximale

ontgravingskaart

waarden

Buitengebied

Klasse landbouw/natuur (AW2000)

max 2 parameters 2xAW2000

Wonen I

Klasse Industrie (partijkeuring nodig)

-

Wonen II, geen

Klasse Landbouw/natuur (AW2000)

max 2-3 parameters 2xAW2000

Wonen II, kassengebied

Klasse Wonen

LMW drins

Rijswijk Buiten

Klasse Wonen

>2 parameters 2xAW2000 excl.

kassengebied

bestrijdingsmiddelen resp. >3 parameters 2xAW2000 incl. bestrijdingsmiddelen Bedrijventerreinen

3.5.2

Klasse Industrie

-

Toepassingskaart

De bodemfunctiekaart is weergegeven in bijlage 2. De toepassingskaart is in dit rapport opgenomen in bijlage 5. De toepassingskaart is gebaseerd op het gebiedsspecifieke beleidskader. Omdat binnen een zone diverse functies kunnen voorkomen, zijn de resultaten uit de functiekaart niet in tabelvorm gepresenteerd.

4 Betrouwbaarheid bodemkwaliteitskaart Om de betrouwbaarheid van een bodemkwaliteitskaart te kunnen aantonen, dient de gebiedsindeling op basis van de beschikbare informatie geëvalueerd te worden. Verder zal om de betrouwbaarheid van de bodemkwaliteitskaart te beoordelen gekeken worden naar mogelijke uitbijters en de aangetroffen heterogeniteit.

4.1

Evaluatie gebiedsindeling

In de Richtlijn worden de volgende minimale eisen gesteld voor het beoordelen van de gebiedsindeling:   

Per deelgebied dienen tenminste 20 waarnemingen beschikbaar te zijn6 en per nietaaneengesloten deel daarvan minimaal 3 waarnemingen De waarnemingen dienen ruimtelijk voldoende verspreid over het deelgebied te liggen Voor elk deelgebied waarvoor voldoende informatie beschikbaar is, wordt vastgesteld of de indeling in deelgebieden optimaal is, waarmee bedoeld wordt dat er geen ruimtelijke structuur aanwezig is in de gehalten of variabiliteit

6

Standaard zijn 20 waarnemingen benodigd, maar voor PFAS worden 30 waarnemingen als minimale eis gesteld in het geval dat er maar één zone in het beheergebied gedefinieerd is, zie ook https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wetregelgeving/bbk/vragen/grond-baggerspecie-pfas-gebruik-milieuhygienische/faq/gemeente-waterkwaliteitsbeheerder-water/

21/25

Kenmerk

R002-1278094ESM-V03-hme-NL

Op basis van de resultaten kan worden gesteld dat aan bovenstaande eisen over het aantal waarnemingen en de ruimtelijke spreiding niet overal wordt voldaan:  Eén niet-aaneengesloten deel heeft slechts twee waarnemingen in plaats van de voorgeschreven drie, namelijk het voormalige buurtschap Pasgeld aan de westoever van de Vliet (Wonen I). Omdat de kwaliteit van de twee waarnemingen overeenkomt met de kwaliteit van onderzoeken ouder dan 10 jaar, wordt aangenomen dat deze waarnemingen representatief zijn 

Het zuidelijke deel van het ‘Buitengebied’ wordt doorkruist door de Vliet, de snelweg en de (uitgesloten) stortplaatsen. Deze infrastructurele werken worden niet als onderbreking van de zone gezien. Dit in overeenstemming met de werkwijze zoals die gebruikelijk is bij partijkeuringen. Dat wordt onderschreven doordat in de aanwezige waarnemingen geen ruimtelijke variatie zichtbaar is Er heeft voor het vaststellen van de definitieve deelgebieden en laagindeling een analyse plaatsgevonden waarbij het verloop van de kwaliteit naar de diepte is geanalyseerd door de kwaliteit van 4 lagen van 50 centimeter te bepalen. Hieruit is gebleken dat de kwaliteit in de laag van 0,5 -2,0 m-mv weliswaar naar de diepte wat verbeterd, maar dat de verschillen niet erg groot zijn. Overigens wordt dit mede veroorzaakt doordat mengmonsters vaak over een grotere diepte dan 50 centimeter worden samengesteld. De laagindeling is door middel van deze gegevensanalyse bevestigd

Naar aanleiding van een verhoogde heterogeniteit van koper in Rijswijk Buiten (met name in de bovengrond, in mindere mate ook in de ondergrond, bestond het vermoeden dat er sprake kon zijn van een ruimtelijke structuur in de data. De gestandaardiseerde kopergehalten van de bovengrond zijn daarom op kaart weergegeven in bijlage 9. Uit deze kaart blijkt echter dat er verspreid door de hele zone Rijswijk Buiten verhoogde kopergehalten voorkomen. Hoewel direct ten westen van het spoor relatief meer verhoogde kopergehalten aanwezig zijn, lijkt een relatie met het spoor uitgesloten aangezien er in de rest van Rijswijk nabij het spoor geen verhoogde kopergehalten zijn aangetoond. Vermoed wordt dat de verhoogde kopergehalten het gevolg zijn van het voormalige gebruik van het gebied

4.2

Uitbijters

Om een betrouwbaar beeld te krijgen van de kwaliteit is gekeken naar de gemeten concentraties. Wanneer een extreme waarde aanwezig is, dient conform de Richtlijn bepaald te worden:  Of deze extreme waarde deel uitmaakt van de achtergrondgehalten  Of deze extreme waarde afkomstig is van een lokale puntbron 

Of deze extreme waarde een uitbijter betreft die het gevolg is van een fout in het onderzoek of een fout bij de invoer van de gegevens

De uitbijteranalyse is uitgevoerd voorafgaand aan het samenvoegen van de oude deelgebieden, zodat de kwaliteit van deze deelgebieden goed vergeleken kon worden. Vervolgens is dit na het samenstellen van de definitieve zones nog eens gecontroleerd.

22/25

Kenmerk

R002-1278094ESM-V03-hme-NL

Er zijn diverse uitbijters in de data gesignaleerd. Hierbij is in eerste instantie gekeken naar de statistiek en de spreiding in de gehalten. Hiertoe zijn de gestandaardiseerde gehalten van de waarnemingen per zone en bodemlaag in een grafiek geplot. Een voorbeeld is te zien in figuur 4.1. In het gepresenteerde voorbeeld is één duidelijke extreme waarde zichtbaar. Daarnaast is er door in te zoomen een oplopende trend waarneembaar, maar hieruit bleek dat er geen verdere extreme waarden aanwezig waren. Van de extreme waarden is vervolgens gecontroleerd of deze afkomstig zijn van een fout in de dataset of het rapport. Indien dit het geval was zijn ze gecorrigeerd of verwijderd. Als dit niet het geval was, is er gecontroleerd of er sprake was van een puntbron. Daarvoor is meer informatie over de betreffende locatie opgezocht in de achterliggende onderzoeksrapportage of op bodemloket. Als hieruit bleek dat er een puntbron aanwezig was of dat er saneringen hebben plaatsgevonden of zijn aanbevolen, is de waarneming uit de dataset verwijderd. Op basis van de beschouwde informatie is vervolgens afgewogen of ook de overige waarnemingen uit dit monster of onderzoek verwijderd moeten worden. Op locaties waar geen sprake was van een puntbron of een fout in de dataset zijn de extreme waarden niet als uitbijter aangemerkt en worden ze geacht deel te maken van de diffuse bodemkwaliteit.

Een overzicht van de verwijderde uitbijters is weergegeven op de kaart in bijlage 7. 7000 6000

Zink (mg/kg d.s.)

5000 4000 3000 2000 1000 0 Figuur 4.1 Voorbeeld van een grafiek met gestandaardiseerde gehalten van zink in de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) van de voormalige zone Woon West

23/25

Kenmerk

4.3

R002-1278094ESM-V03-hme-NL

Heterogeniteit

Heterogeniteit is de mate van spreiding in de gemeten gehalten ten opzichte van de normwaarden. Als er binnen de zone sprake is van sterke heterogeniteit dan kan de algemene kwaliteit (in dit geval de P80) een vertekend beeld gegeven van de bodemkwaliteit en de kwaliteit van de vrijkomende partijen grond. In dat geval kan de bodemkwaliteitskaart niet als bewijsmiddel dienen. De heterogeniteit wordt bepaald door het berekenen van de heterogeniteitsindex (HI) met de volgende formule: 𝑃95 − 𝑃5 𝐻𝐼 = 𝐼𝑛𝑑𝑢𝑠𝑡𝑟𝑖𝑒 − 𝐴𝑊2000

Om te beoordelen welke mate van heterogeniteit aanwezig is, wordt gekeken naar de waarde van de HI:   

< 0,2 0,2-0,5 0,5-0,7

Weinig heterogeniteit Beperkte heterogeniteit Heterogeniteit

> 0,7

Sterke heterogeniteit

De heterogeniteit is weergegeven in de tabellen met statistische kentallen in bijlage 6. Uit deze berekeningen blijkt dat er over het algemeen weinig tot beperkte heterogeniteit is. Er zijn een aantal uitzonderingen: 

In de zone Wonen I is de heterogeniteit van lood en zink sterk in de bovengrond en lood, zink, PAK en minerale olie in de ondergrond. Dit is in lijn met de verwachting van het gebruik in deze zone en wordt vaker aangetoond in oude woongebieden. Voor de ondergrond wordt opgemerkt dat op basis van de uitkomst van de risicotoolbox geen grondverzet op basis van de bodemkwaliteitskaart mogelijk is, maar een partijkeuring noodzakelijk is In een aantal zones is een (sterke) heterogeniteit voor minerale olie aangetoond. Dit wordt met name veroorzaakt doordat de maximale waarde voor de klasse industrie voor minerale olie erg laag is in relatie tot de achtergrondwaarde, hetgeen in de genoemde formule resulteert in een hogere heterogeniteit. De sterke verhoogde heterogeniteit wordt voor deze

parameter daarom niet als een belemmering voor het gebruik van de bodemkwaliteitskaart gezien Drins heeft in alle berekende deelgebieden een sterke heterogeniteit. Ook hier is de relatief lage maximale waarde voor de klasse industrie het gevolg. De sterke verhoogde heterogeniteit wordt voor deze parameter daarom niet als een belemmering voor het gebruik van de bodemkwaliteitskaart gezien

Het deelgebied Rijswijk Buiten is heterogeen voor koper (sterk in de bovengrond, in mindere mate in de ondergrond). Voor deze parameter is daarom de regionale spreiding nader beschouwd (zie bijlage 9). Ook op de kaart is duidelijk te zien dat er sprake is van heterogeniteit in de gehalten. Er is echter geen ruimtelijke relatie in de data aanwezig. Het is dus niet zo dat de hoge gehalten in een bepaald gedeelte van de zone voorkomen. Koper komt dus in deze gehele zone heterogeen voor waarmee de bodemkwaliteitsklasse als representatief wordt gezien voor Rijswijk Buiten

24/25

Kenmerk

4.4

R002-1278094ESM-V03-hme-NL

Conclusies

De bestaande bodemkwaliteit van de gemeente Rijswijk voor de bodemlagen 0 - 0,5 m -mv en 0,5 - 2,0 m -mv is gekarakteriseerd op basis van de P80. Ontgravingskaart In de onderstaande tabel is de klasse aangegeven die volgens het gebiedsspecifieke beleid aan de verschillende zones en bodemlagen zijn toegekend. Deze informatie is ook gepresenteerd op de kaart in bijlage 4. Tabel 4.1 Resultaten ontgravingskaart-gebiedsspecifiek Homogeen deelgebied

Bodemkwaliteitsklasse bovengrond

Bodemkwaliteitsklasse ondergrond

0-0,5 m-mv

0,5-2,0 m-mv

Buitengebied

Klasse wonen

Klasse landbouw/natuur (AW2000)

Wonen I

Klasse wonen

Klasse Industrie (partijkeuring nodig)

Wonen II

Klasse wonen

Klasse landbouw/natuur (AW2000)/ klasse wonen (kassengebied)

Rijswijk Buiten

Klasse wonen

Klasse wonen

Bedrijventerreinen

Klasse industrie

Klasse Industrie

Benadrukt wordt dat voor ontgraving van de ondergrond van de zone Wonen I altijd een partijkeuring nodig is als bewijsmiddel vanwege de humane risico’s op basis van het loodgehalte. Toepassingskaart In bijlage 5 is de toepassingskaart opgenomen. Hierin is te zien wat de kwaliteit van de grond moet zijn die op een bepaalde plaats toegepast kan worden. Omdat binnen een zone diverse functies kunnen voorkomen, zijn de resultaten uit de functiekaart niet in tabelvorm gepresenteerd.

25/25

Kenmerk

Bijlage 1 Beheergebied:

R002-1278094ESM-V03-hme-NL

Begrippenlijst

Gemiddelde:

Gebied waarvoor geldt dat één organisatie dit beheert. De organisatie kan bijvoorbeeld een gemeente, provincie, regio of waterschap zijn. Het rekenkundige gemiddelde van een aantal getallen wordt verkregen door

Percentiel:

de getallen bij elkaar op te stellen en vervolgens het totaal te delen door het aantal. Het xe percentiel is de getalswaarde die de lagere x % van metingen van de hogere (100-x) % onderscheidt. Het 95e percentiel (P95) is bijvoorbeeld de waarde zodanig dat 95 % van de metingen lager is dan deze waarde en 5 % hoger.

Het 50e percentiel wordt ook de mediaan genoemd. Het 25e, 50e en 75e percentiel worden ook respectievelijk het 1e, 2e en 3e kwartiel genoemd. Interkwartielafstand: In de statistiek is de interkwartielafstand het verschil tussen het eerste en Mediaan:

derde kwartiel. Het eerste kwartiel is de getalswaarde die de laagste 25 % van de getalswaarden onderscheidt van de hogere waarden, ook wel 25e percentiel genoemd. Het derde kwartiel is de getalswaarde die de hoogste 25 % van de getalswaarden onderscheidt van de lagere waarden. De interkwartielafstand is een maat voor de spreiding van een verdeling, dus de mate waarin de waarden onderling verschillen. Als bijvoorbeeld de waarde van het eerste kwartiel 25 mg/kg d.s. bedraagt en de waarde van het derde kwartiel is 100 mg/kg d.s., dan is de interkwartielafstand 75 mg/kg d.s. De interkwartielafstand wordt gebruikt bij het bepalen van de uitbijterwaarde. Uitbijter:

Variabiliteit:

Uitbijters zijn individuele waarnemingen die zodanig sterk afwijken van het patroon van de andere waarnemingen in een homogeen deelgebied dat het vermoeden bestaat dat mogelijk sprake is van een lokale verontreiniging die het gevolg is van een (nog) onbekende bron. Mate waarin de gehalten binnen de bodemkwaliteitszone variëren. Feitelijk gaat het hierbij om de vraag in hoeverre een bepaald gebied al of niet tot één bodemkwaliteitszone kan worden gerekend. In de interim-richtlijn wordt geen expliciet onderscheid in bodemkwaliteitszones gemaakt op basis van de variabiliteit. Impliciet is dit echter wel opgenomen. Voor het opstellen van de bodemkwaliteitskaart moet de grootte van de deellocaties mede worden beoordeeld op basis van de variabiliteit. Bij het grondverzet komt de variabiliteit op basis van de ligging van de 95-percentiel waarde terug in de eisen ten aanzien van het al of niet uitvoeren van een aanvullend onderzoek.

Kenmerk

R002-1278094ESM-V03-hme-NL

Rekenregels bodemkwaliteit:

Binnen het Besluit bodemkwaliteit geldt een tweetal rekenregels voor het indelen van gebieden in bodemkwaliteitsklassen. Voor het opstellen van de ontgravingskaart wordt een andere rekenregel gehanteerd dan voor het opstellen van de toepassingskaart. De rekenregel voor de ontgravingskaart is ‘strenger’ dan die voor de toepassingskaart. Hiermee wordt een extra veiligheid in gebouwd, ten aanzien van het verontreinigen van schonere bodem. Onderstaand zijn de twee rekenregels genoemd: Ontgravingskaart  Klasse Landbouw/natuur

 Maximaal tweemaal de norm voor de klassegrens Landbouw/natuur  Aantal overschrijdingen zie tabel Klasse Wonen en Industrie 

Voldoen aan de maximale waarden van respectievelijk wonen en industrie, er zijn geen overschrijdingen toegestaan Toepassingskaart Bij het indelen van het deelgebied zijn in het stoffenpakket een aantal overschrijdingen toegestaan:  Klasse Landbouw/natuur    

Maximaal tweemaal de norm voor de klassegrens Landbouw/natuur Elke overschrijding lager dan de norm voor klassegrens Wonen Aantal overschrijdingen zie tabel

Klasse Wonen  Maximaal de norm voor de klassegrens Wonen + de norm voor klassegrens achtergrondwaarden  Elke overschrijding lager dan de norm voor klassegrens Industrie  Aantal overschrijdingen zie tabel Klasse Industrie 

Indien de indeling niet leidt tot de indeling in klasse Wonen of Landbouw/Natuur wordt de bodemkwaliteit ingedeeld in de klasse Industrie

Aantal gemeten stoffen

Aantal overschrijdingen

Basispakket

2

16 - 26

3

27 - 36

4

37 - 48

5

Kenmerk

R002-1278094ESM-V03-hme-NL

Bodemkwaliteitsklassen:

In de Wet bodembescherming (Wbb) zijn waarden opgenomen waaraan analyseresultaten in bodemonderzoeken worden getoetst, de zogenaamde AW2000-waarden. Dit toetsingskader bestaat uit de bodemkwaliteitsklassen Landbouw/Natuur (achtergrondwaarden AW2000), Wonen en Industrie. Indien een gehalte of concentratie onder de achtergrondwaarde ligt is de grond niet verontreinigd. Bij een overschrijding van de toetsingswaarden voor nader bodemonderzoek is de grond licht verontreinigd; er bestaat dan geen duurzame bodemkwaliteit voor de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, dier en plant. Als de bodemkwaliteitsklasse Industrie wordt overschreden is er sprake van sterk verontreinigde grond dan wel grondwater. Mogelijk zijn er risico’s voor de gezondheid van mens, dier en plant aanwezig. De AW2000-waarden voor grond zijn afhankelijk van het bodemtype, hetgeen wordt bepaald door het gehalte aan lutum (kleifractie) en/of humus (organische stof).

Deelgebied: Subdeelgebied:

Een aaneengesloten deelgebied. Een niet aaneengesloten deelgebied. Een deelgebied bestaat uit twee of meer ruimtelijk van elkaar gescheiden delen van het beheergebied. Voor elk ‘ruimtelijk onafhankelijk’ deel van het deelgebied moeten ten minste drie waarnemingen beschikbaar zijn.

Kenmerk

Bijlage 2

R002-1278094ESM-V03-hme-NL

Bodemfunctiekaart

0

Legenda Overig

Wonen

Industrie Water

Overig (Natuurgebied NNN)

600

Opdrachtgever

Gemeente Rijswijk

´

1.200 m

Schaal

Status

1:30000

A4

DEFINITIEF

Project

Formaat

Projectnummer

Onderdeel

Datum 24-12-21

Tekeningnummer

Bodemkwaliteitskaart Rijswijk Bodemfunctiekaart

Get.

Gec.

1278094

ESM ESM

13

Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 11 Fax (0570) 69 96 66

Esri Nederland, Community Map Contributors 1278094_10013D.MXD

Kenmerk

Bijlage 3

R002-1278094ESM-V03-hme-NL

Homogene deelgebiedenkaart

Legenda Boringen

0

600

´

1.200 m

Buitengebied Wonen I

Wonen II

Rijswijk Buiten

Bedrijventerreinen

Voormalig kassengebied Uitgesloten

Opdrachtgever

Gemeente Rijswijk

Schaal

Status

1:30000

A4

DEFINITIEF

Project

Formaat

Projectnummer

Onderdeel

Datum 24-12-21

Tekeningnummer

Bodemkwaliteitskaart Rijswijk Homogene deelgebieden bovengrond

Get.

Gec.

1278094

ESM ESM

14

Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 11 Fax (0570) 69 96 66

Esri Nederland, Community Map Contributors 1278094_10014D.MXD

Legenda Boringen

0

600

´

1.200 m

Buitengebied Wonen I

Wonen II

Rijswijk Buiten

Bedrijventerreinen

Voormalig kassengebied Uitgesloten

Opdrachtgever

Gemeente Rijswijk

Schaal

Status

1:30000

A4

DEFINITIEF

Project

Formaat

Projectnummer

Onderdeel

Datum 24-12-21

Tekeningnummer

Bodemkwaliteitskaart Rijswijk Homogene deelgebieden ondergrond

Get.

Gec.

1278094

ESM ESM

15

Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 11 Fax (0570) 69 96 66

Esri Nederland, Community Map Contributors 1278094_10015D.MXD

Kenmerk

Bijlage 4

R002-1278094ESM-V03-hme-NL

Ontgravingskaart

0

Legenda Landbouw/natuur (AW2000) Wonen

Industrie

Uitgesloten !

!

!

!

!

!

Partijkeuring noodzakelijk

600

Opdrachtgever

Gemeente Rijswijk

´

1.200 m

Schaal

Status

1:30000

A4

DEFINITIEF

Project

Formaat

Projectnummer

Onderdeel

Datum 24-12-21

Tekeningnummer

Bodemkwaliteitskaart Rijswijk Ontgravingskaart bovengrond

Get.

Gec.

1278094

ESM ESM

16

Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 11 Fax (0570) 69 96 66

Esri Nederland, Community Map Contributors 1278094_10016D.MXD

0

Legenda Landbouw/natuur (AW2000) Wonen

Industrie

Uitgesloten !

!

!

!

!

!

Partijkeuring noodzakelijk

600

Opdrachtgever

Gemeente Rijswijk

´

1.200 m

Schaal

Status

1:30000

A4

DEFINITIEF

Project

Formaat

Projectnummer

Onderdeel

Datum 24-12-21

Tekeningnummer

Bodemkwaliteitskaart Rijswijk Ontgravingskaart ondergrond

Get.

Gec.

1278094

ESM ESM

17

Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 11 Fax (0570) 69 96 66

Esri Nederland, Community Map Contributors 1278094_10017D.MXD

Kenmerk

Bijlage 5

R002-1278094ESM-V03-hme-NL

Toepassingskaart

0

600

Opdrachtgever

Legenda Landbouw/natuur (AW2000) Wonen

Industrie

Uitgesloten

Gemeente Rijswijk

´

1.200 m

Schaal

Status

1:30000

A4

DEFINITIEF

Project

Formaat

Projectnummer

Onderdeel

Datum 24-12-21

Tekeningnummer

Bodemkwaliteitskaart Rijswijk Toepassingskaart bovengrond

Get.

Gec.

1278094

ESM ESM

18

Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 11 Fax (0570) 69 96 66

Esri Nederland, Community Map Contributors 1278094_10018D.MXD

0

600

Opdrachtgever

Legenda Landbouw/natuur (AW2000) Wonen

Industrie

Uitgesloten

Gemeente Rijswijk

´

1.200 m

Schaal

Status

1:30000

A4

DEFINITIEF

Project

Formaat

Projectnummer

Onderdeel

Datum 24-12-21

Tekeningnummer

Bodemkwaliteitskaart Rijswijk Toepassingskaart ondergrond

Get.

Gec.

1278094

ESM ESM

19

Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 11 Fax (0570) 69 96 66

Esri Nederland, Community Map Contributors 1278094_10019D.MXD

Kenmerk

Bijlage 6

R002-1278094ESM-V03-hme-NL

Statistische kengetallen

Buitengebied 0,0-0,5 m-mv

GENERIEK

lutum humus

Exclusief bestrijdingsmiddelen Ontvangende bodemkwaliteit: Ontgravingskwaliteit

11,177 4,392 aantal 32 32 33 32 33 33 32 32 32 34 39 33

minimum 35,574 0,161 5,136 7,000 0,036 11,019 0,350 6,125 26,273 0,254 17,241 4,224

P5 36,661 0,196 5,681 7,241 0,048 13,852 0,350 13,532 56,356 0,287 21,841 5,696

P25 47,650 0,212 7,383 13,798 0,091 29,310 0,538 17,447 88,312 0,357 39,009 10,889

P50 54,250 0,275 8,873 17,603 0,136 48,691 1,050 20,708 98,305 0,640 81,667 14,412

Inclusief bestrijdingsmiddelen (zie aparte percentielbladen) Ontvangende bodemkwaliteit: Industrie Ontgravingskwaliteit Industrie

Wonen Wonen

Stofnaam Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Lood (Pb) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Zink (Zn) PAK (10) (som, 0.7 factor) Minerale olie (C10-C40) PCB (7) (som, 0.7 factor)

Eenheid mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg ug/kg

P75 81,424 0,408 9,931 27,025 0,189 92,587 1,050 23,866 141,388 1,698 122,500 23,333

P80 97,871 0,427 10,415 34,718 0,214 95,054 1,050 24,488 178,264 2,104 127,222 24,500

P90 154,139 0,563 11,243 39,531 0,275 138,812 1,050 26,783 238,624 2,431 196,098 24,500

P95 210,478 0,674 14,122 46,806 0,288 157,325 1,050 27,546 258,507 4,114 212,830 35,620

maximum 334,314 0,762 25,664 77,358 0,336 209,139 1,050 52,500 399,100 25,360 285,714 316,667

toets gemiddelde + ++ +++

gemiddelde gemeten beneden de maximale waarde voor klasse landbouw/natuur -> klasse landbouw/natuur gemiddelde gemeten beneden de maximale waarde voor klasse wonen en boven de maximale waarde voor klasse landbouw/natuur-> klasse wonen gemiddelde gemeten beneden de maximale waarde voor klasse industrie en boven de maximale waarde voor klasse wonen -> klasse industrie gemiddelde gemeten boven de maximale waarde voor klasse industrie -> niet toepasbaar

toets 95-percentielwaarde +

P95 gemeten beneden de interventiewaarde P95 gemeten boven de interventiewaarde

toets heterogeniteit < 0,2 0,2 - 0,5 0,5 - 0,7 > 0,7

weinig heterogeniteit beperkte heterogeniteit heterogeniteit sterke heterogeniteit

≤ achtergrondwaarde > achtergrondwaarde en ≤ maximale waarde wonen (klasse wonen) > maximale waarde wonen en ≤ maximale waarde industrie (klasse industrie) > maximale waarde industrie en ≤ interventiewaarde (niet toepasbaar) > interventiewaarde (niet toepasbaar)

gemiddelde standaarddeviatie 80,023 65,399 0,336 0,157 9,327 3,689 22,925 15,225 0,150 0,080 66,294 49,537 0,837 0,305 21,012 7,417 130,368 78,209 1,817 4,356 96,351 69,115 25,189 53,020

Alle waarden zijn opgenomen in standaardbodem (lutum=25%, humus=10%) De weergegeven ontgravingskwaliteit en ontvangende bodemkwaliteit is bepaald op basis van de P80. toets maximale waarde maximale waarde wonen industrie Heterogeniteit gemiddelde toets P95 achtergrondwaarde 0,129 0,048 0,264 0,052 0,299 0,004 0,216 0,349 0,099 0,616 0,062

+ + +

-

0,60 15,00 40,00 0,15 50,00 1,50 35,00 140,00 1,50 190,00 20,00

1,20 35,00 54,00 0,83 210,00 88,00 39,00 200,00 6,80 190,00 40,00

4,30 190,00 190,00 4,80 530,00 190,00 100,00 720,00 40,00 500,00 500,00

interventiewaarde 13,00 190,00 190,00 36,00 530,00 190,00 100,00 720,00 40,00 5000,00 1000,00

Buitengebied 0,5-2,0 m-mv lutum humus

GENERIEK 13,203 3,223

Ontvangende bodemkwaliteit: Ontgravingskwaliteit aantal 28 28 27 27 26 26 27 28 26 28 28 26

minimum 29,524 0,095 2,757 4,636 0,032 6,538 0,350 5,326 15,948 0,070 45,161 1,633

P5 32,030 0,157 3,482 6,130 0,035 9,994 0,350 6,995 29,776 0,070 48,773 10,208

P25 41,391 0,189 6,781 9,112 0,050 12,509 1,050 10,590 34,650 0,350 70,000 17,837

P50 50,341 0,233 7,819 14,474 0,084 28,969 1,050 20,964 61,033 0,350 93,269 24,500

Landbouw/natuur (AW2000) Landbouw/natuur (AW2000)

Stofnaam Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Lood (Pb) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Zink (Zn) PAK (10) (som, 0.7 factor) Minerale olie (C10-C40) PCB (7) (som, 0.7 factor)

Eenheid mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg ug/kg

P75 71,031 0,241 9,075 25,080 0,140 60,547 1,050 24,083 79,883 0,463 122,500 24,500

P80 84,014 0,262 9,343 29,565 0,149 92,010 1,050 24,790 91,765 0,803 122,500 24,500

P90 121,358 0,461 10,405 49,375 0,424 126,092 1,050 25,499 125,509 1,383 122,500 24,500

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rijswijk&id=ec4c6591-25cb-48c3-be61-edbbc7ef6ca4