23.072876 Verordening precariobelasting 2024
Tekst van het document
Besluit van de raad van de gemeente Rijswijk tot vaststelling van de verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting Gemeente Rijswijk 2024 (Verordening precariobelasting Gemeente Rijswijk 2024) De raad van de gemeente Rijswijk; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10 oktober 2023 nr.; 23.081054 gelet op artikel 228 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting Gemeente Rijswijk (Verordening precariobelasting Gemeente Rijswijk 2024) Artikel 1 Definities
Voor de toepassing van deze verordening en de tot de verordening behorende tarieventabel: 1.
wordt verstaan onder: -
dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een gedeelte daarvan;
-
maand: een kalendermaand;
-
-
week: periode van zeven achtereenvolgende dagen; jaar: een kalenderjaar;
vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie
opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben.
standplaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 5.17 van de Algemene Plaatselijke Verordening.
Artikel 2 Belastbaar feit
Onder de naam 'precariobelasting' wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van
voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de tot de verordening behorende tarieventabel.
Artikel 3 Belastingplicht 1.
De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of
boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten
behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde grond aanwezig zijn. 2.
In afwijking van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor
het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst
bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.
Artikel 4 Vrijstellingen
De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van:
a. b.
c.
het hebben van voorwerpen waarvan de aanwezigheid door de gemeente op
grond van een wettelijk voorschrift moet worden gedoogd;
het hebben van voorwerpen, waarvan de gemeente Rijswijk genothebbende
krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde;
het hebben van voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van
de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229,
eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke d. e. f.
vergoeding is overeengekomen;
het hebben van voorwerpen welke uitsluitend in een algemeen belang
voorzien of welke uitsluitend worden gebezigd door weldadige doeleinden;
het hebben van wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de ANWB en hiermee
op één lijn te stellen lichamen;
het hebben van voorwerpen of werken die noodzakelijk voor de uitoefening
van hun publiekrechtelijke taak door het Rijk, de provincie, de
Metropoolregio, de gemeente of door waterschappen zijn aangebracht of g. h.
i. j. k.
geplaatst;
het hebben in of op de grond van rails voor openbare middelen van vervoer; het hebben van zonneschermen, markiezen, luifels, vlaggen of andere
voorwerpen van overeenkomstige aard, tenzij het voorwerpen betreft die een bedrijfsmatig dan wel een commercieel doel dienen;
het hebben van voorwerpen, die een essentieel onderdeel uitmaken van niet
op openbare dienst bestemde gemeentegrond;
het hebben van rijwielblokken, rijwieltegels of rijwielrekken in, op of boven
voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond;
het hebben van voorwerpen ten behoeve van enig bouw- en sloopwerk, zoals
schuttingen, loodsen of andere tijdelijke getimmerten, bouwmaterieel,
bouwmaterialen, grond, puin, afbraak of afval, bestemd voor de bouw van woningen ten behoeve van ingevolge de Woningwet toegelaten
woningbouwverenigingen, voor zover verwijdering van de voor de bouw bestemde voorwerpen de door burgemeester en wethouders te bepalen periode niet overschrijdt.
Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief
De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze
verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overige in deze verordening bepaalde.
Artikel 6 Berekening van de precariobelasting 1. 2.
Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel
genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt. Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de
oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald.
3. 4.
De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de
twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek.
Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de
voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor
de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat
geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het vijfde lid van overeenkomstige toepassing is. 5.
Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn
opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze.
6.
In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting:
a. indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week;
b. indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand. 7.
Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is
opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een
week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak.
Artikel 7 Belastingtijdvak 1.
In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het
voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar. 2.
In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de aaneengesloten
periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.
Artikel 8 Wijze van heffing 1.
De belastingen, waarop een jaartarief van toepassing is, worden geheven bij wege van aanslag.
2.
De belastingen, waarop niet een jaartarief van toepassing is, worden geheven door middel van
een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het
gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. 2.
In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de
aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. In de gevallen bedoeld in artikel 7, tweede lid, is de precariobelasting verschuldigd bij het einde
van het belastingtijdvak.
3.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven
geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, de lopende maand meegerekend.
4.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op
ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten
van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,-.
Artikel 10 Termijnen van betaling 1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden
betaald binnen twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet.
2.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.
Artikel 11 Kwijtschelding
Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 12 Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel 1.
De ”Verordening Precariobelasting 2023”, vastgesteld bij raadsbesluit van 8 november 2022 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na de bekendmaking.
3.
De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024.
4.
Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening Precariobelasting Gemeente Rijswijk 2024”.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 7 november 2023. de griffier,
J.A. Massaar, bpa
de voorzitter, H. Sahin
Tarieventabel behorende bij de "Verordening Precariobelasting Gemeente Rijswijk 2024”
De belasting bedraagt:
A. Algemeen tarief
Voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, behoudens de in dit artikel vermelde bijzondere tarieven: per vierkante meter van de ingenomen oppervlakte:
€
0,88 per dag
€
4,07 per maand
€
1,50 per week
€ 38,10 per jaar B. Bouw- en onderhoudswerken
1. voor het hebben van schuttingen, loodsen of andere tijdelijke getimmerten, bouwmaterieel, bouwmaterialen, grond, puin, afbraak of afval:
per vierkante meter van de ingenomen oppervlakte
2. voor het hebben van schoren of steigers zonder afschutting: voor elke paal
€ 1,19 per week € 1,19 per week
C. Plaatsen van kraampjes, wagens enz.
Voor het hebben van kraampjes, wagens, kiosken of dergelijke voorwerpen tot verkoop van waren, uitgezonderd de plaatsing hiervan op de marktplaatsen gedurende de aangewezen marktdagen: per vierkante meter van de ingenomen oppervlakte:
D. Terrassen
€ 0,00 per dag
€ 0,00 per maand € 0,00 per jaar
voor het gebruik van grond als terras voor cafés, restaurants, lunchrooms en dergelijke inrichtingen: per vierkante meter van de ingenomen oppervlakte:
€ 0,00 per maand
E. Brandstofinstallatie enz. 1.
voor het hebben van een installatie voor de levering van benzine of andere brandstoffen, olie, lucht of water: a.
b.
c. 2.
voor een aftappunt (met toebehoren, leidingen inbegrepen) voor motorbrandstof
€
731,34 per jaar
motorbrandstof of olie
€
147,12 per jaar
leidingen inbegrepen) voor lucht en water
€
voor een verplaatsbaar aftappunt (met
toebehoren, leidingen inbegrepen) voor voor een aftappunt (met toebehoren,
voor het hebben van een vulput
€
88,05 per jaar
13,09 per jaar
3.
voor het hebben van een tank voor benzine, olie enz.:
voor elke 1000 liter inhoud of gedeelte daarvan
F. Automaten enz.
€
37,94 per jaar
voor het hebben van een automatisch weeg- of verkooptoestel of een ander toestel, niet zijnde een telefoonzuil bij een frontoppervlakte van: niet meer dan 0,25 m2
€
21,34 per jaar
meer dan 0,25 m2, doch niet meer dan 0,5 m2
€
32,37 per jaar
meer dan 1 m2, per 0,5 m2
€
32,27 per jaar
meer dan 0,5 m2, doch niet meer dan 1 m2
G. Telefoonzuilen
Voor het hebben van een telefoonzuil
€
€
63,41 per jaar
63,93 per jaar
H. Standplaatsen
Voor het hebben van standplaatsen:
per vierkante meter van de ingenomen oppervlakte:
€
€
3,35 per dag
16,44 per maand
€ 157,95 per jaar Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 7 november 2023. de griffier,
J.A. Massaar, bpa
de voorzitter, H. Sahin