23.048a Beschikking hogere grenswaarde Pasgeld
Tekst van het document
DEFINITIEVE BESCHIKKING Wet geluidhinder - hogere waarde(n) geluid
Datum: 22 augustus 2023 Kenmerk: 23.011148 Onderwerp In verband met de vaststelling van het bestemmingsplan Pasgeld-west dienen hogere waarden voor de hoogst toelaatbare geluidsbelasting van maximaal 53 dB, 63 dB, 68 dB en 55 dB(A) te worden vastgesteld voor circa 850 woningen en maximaal 53 dB, 63 dB, 68 dB en 60 dB(A) voor 3 andere geluidgevoelige gebouwen op de locatie RijswijkBuiten, genaamd Pasgeld-West te Rijswijk vanwege wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai. Uit akoestisch onderzoek wordt namelijk geconcludeerd dat de voorkeursgrenswaarde(n) worden overschreden, waardoor hogere waarden benodigd zijn. Daar waar de maximale hogere waarde wordt overschreden dienen dove gevels of gelijkwaardige bouwkundige maatregelen te worden toegepast. Uit een berekening op basis van een voorlopige verkaveling blijkt dat op bepaalde plaatsen mogelijk aanvullende (bouwkundige) maatregelen noodzakelijk zijn of de verkaveling moet worden afgestemd op de akoestische situatie. Bij de verdere uitwerking van de bouwplannen moet ervoor gezorgd worden dat elke woning een geveldeel heeft waar sprake is van een cumulatieve geluidsbelasting van 58 dB of lager, waarbij speciale aandacht moet worden besteed aan de hoeken van de gebouwen Besluit
Wij besluiten: I. de volgende hogere waarden voor geluid vast te stellen voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai, industrielawaai en railverkeerslawaai:
Lange Kleiweg Laan van het Haantje Spoorlijn DSM
Aantal woningen 375 75 550 400
Aantal andere geluidsgevoelige gebouwen 3 3 3 3
Geluidsbelasting dB/dB(A) 63 53 68 55
II. voor te schrijven dat bij de verdere uitwerking van het bestemmingsplan op bouwplanniveau - de hogere waarden die dit in dit besluit zijn vastgesteld in acht moeten worden genomen. Ondertekening Burgemeester en wethouders van Rijswijk, de secretaris,
de burgemeester,
P.M. Schuit
H. Sahin
Beroep Tot en met PM kan tegen de beschikking beroep worden ingesteld. Beroepschriften moet u richten aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist, is het mogelijk om een verzoek tot schorsing of voorlopige voorziening in te dienen bij de Raad van State. Dit verzoek moet worden gericht aan de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak.
OVERWEGINGEN Aanleiding ln verband met de vaststelling van het bestemmingsplan Pasgeld-west dienen hogere waarden voor de hoogst toelaatbare geluidsbelasting van maximaal 63 dB, 68 dB en 55 dB(A) te worden vastgesteld voor circa 850 woningen en maximaal 63 dB, 68 dB en 60 dB(A) voor 3 andere geluidgevoelige gebouwen op de locatie Rijswijk Buiten, genaamd Pasgeld-west te Rijswijk vanwege achtereenvolgens wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai. Het plangebied ligt in stedelijk gebied. De woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen komen te liggen op grondpercelen of grondperceelgedeelten. Bij de invulling van het bestemmingsplan op bouwplanniveau is in voldoende mate duidelijk waar de woningen worden gebouwd en op dat moment worden de hogere waarden geregistreerd bij het Kadaster. Bij de aanvraag is het volgende stuk gevoegd: - Akoestisch rapport KuiperCompagnons ‘Akoestisch onderzoek wegverkeers-, railverkeers- en industrielawaai bestemmingsplan Pasgeld-West’ 7 februari 2023 en kenmerk 621.164.50. Procedure De uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is toegepast op deze beschikking. Toetsingskader en grondslag beschikking Bij vaststelling van het bestemmingsplan dienen (op grond van artikel 76, lid 2 van de Wet geluidhinder) de in dit besluit vastgestelde hogere waarden in acht genomen te worden.
Artikel 110a van de Wet geluidhinder (hierna: Wgh) vormt de grondslag van deze beschikking. Het vaststellen van een hogere waarde gebeurt op grond van de Wgh en het Besluit geluidhinder (Bgh) Beoordeling ln de Wgh zijn normen opgenomen voor de toelaatbare geluidsbelasting van wegverkeerslawaai, industrielawaai en railverkeerslawaai. De Wgh gaat daarbij uit van een voorkeursgrenswaarden en maximale grenswaarden. De voorkeursgrenswaarde ter plaatse van gevels van woningen bedraagt 48 dB voor wegverkeerslawaai, 55 dB voor railverkeerslawaai en 50 dB(A) voor industrielawaai. Voor andere geluidsgevoelige gebouwen gelden voor wegverkeers- en industrielawaai dezelfde grenswaarden. Voor railverkeerslawaai geldt voor andere geluidsgevoelige gebouwen een voorkeursgrenswaarde van 53 dB. Een geluidsbelasting onder de voorkeursgrenswaarde is zonder meer toelaatbaar. De effecten van geluid worden dan aanvaardbaar geacht. Een geluidsbelasting hoger dan de maximale grenswaarde is zonder (bouwkundige) maatregelen niet toelaatbaar. Een geluidsbelasting in het gebied tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale grenswaarde is alleen toelaatbaar na een afwegingsproces. Het afwegingsproces heeft vorm gekregen in de procedure vaststelling hogere waarde voor geluid.
Indien toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de verwachte geluidsbelasting van de gevel van de betrokken woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen, onvoldoende doeltreffend zal zijn, of stuit op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeers- of vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard, is een hogere waarde mogelijk. Gelet op artikel 55 Wgh, 82 Wgh en 4.9 Bgh is voor woningen de hoogst toelaatbare geluidsbelasting vanwege industrielawaai, wegverkeerslawaai en railverkeerslawaai vastgesteld op achtereenvolgens 55 dB(A), 63 dB en 68 dB. Gelet op artikel 2.1 ,3.1 en 4.9 Bgh ís voor andere geluidsgevoelige gebouwen de hoogst toelaatbare geluidsbelasting vanwege industrielawaai, wegverkeerslawaai en railverkeerslawaai vastgesteld op achtereenvolgens 60 dB(A), 63 dB en 68 dB. Ten behoeve van het bestemmingsplan is akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het akoestisch onderzoek toont aan dat op het plangebied de hoogst toelaatbare geluidsbelasting worden overschreden met maximaal 10 dB, 13 dB en 5 dB(A) voor respectievelijk weg-, rail en industrielawaai. Wij zijn - gelet op artikel 45 en 83 van de Wet geluidhinder en artikel 2.2, 3.2,4.10 en 4.1.1 Besluit
geluidhinder - bevoegd hogere waarden vast te stellen tot maximaal 63 en 68 dB ten gevolge van achtereenvolgens weg- en railverkeerslawaai voor zowel woningen als andere geluidsgevoelige gebouwen en 55 dB(A) en 60 dB(A) ten gevolge van industrielawaai voor respectievelijk woningen/andere geluidsgevoelige gebouwen en andere geluidsgevoelige gebouwen (uitsluitend onderwijsgebouwen, ziekenhuizen of verpleeghuizen), mits aan de daartoe gestelde voorwaarde is voldaan. Deze voorwaarde is dat aangetoond moet worden dat geluidwerende voorzieningen: - onvoldoende doeltreffend zijn of; - overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. ln het akoestisch onderzoek zijn de volgende maatregelen overwogen: De geluidsbelasting door wegverkeer kan worden gereduceerd door bronmaatregelen in de vorm van een stilwegdek. ln het bestemmingsplan Sion -'t Haantje is de toepassing van stilwegdek op de Laan van het Haantje vastgelegd. Toegepast is een dunne deklaag A met een minimale geluidsreductie van 3 dB ten opzichte van normaal asfalt (dicht asfalt beton). Hierdoor wordt de geluidsbelasting gereduceerd. Met de toepassing van het stille wegdek op de Laan van het Haantje wordt niet voorkomen dat de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden.
Momenteel vindt onderzoek plaats naar een eventuele reconstructie van de Lange Kleiweg. Met deze reconstructie wordt beoogd om de verkeersintensiteiten op de Lange Kleiweg te reduceren. Dit leidt in principe tot een reductie van de geluidsbelasting onder of op de maximale ontheffingswaarde. Indien besloten wordt om de reconstructie niet uit te voeren, wordt een dunne deklaag A met een minimale geluidsreductie van 3 dB ten opzichte van normaal asfalt (dicht asfalt beton) aangebracht. Hierdoor wordt de geluidsbelasting gereduceerd. Met de toepassing van het stille wegdek op de Lange Kleiweg kan niet worden voorkomen dat de voorkeursgrenswaarde alsnog wordt overschreden. De geluidsbelasting door railverkeerslawaai kan worden gereduceerd door overdrachtsmaatregelen in de vorm van een scherm langs het spoor. Deze schermvariant is als voldoende doeltreffend te beschouwen. Voor het noordelijk deel van het plangebied zal een dergelijk scherm worden toegepast. Omdat een andere (stedenbouwkundige) maatregel hier niet effectief is.
Echter, vanwege financiële overwegingen en omdat in het plangebied aan de spoorzijde zou kunnen worden voorzien in een gelijkwaardige stedenbouwkundige maatregel, die bestaat uit lintbebouwing met geluidsongevoelige functies of geluidsgevoelige functies met toepassing van zogenaamde, volgens de terminologie van de Wet geluidhinder, dove gevels; wordt een scherm hier niet toegepast. Maar zal door deze (stedenbouwkundige) maatregel het railverkeerslawaai worden afgeschermd. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat op basis van de vergunde geluidssituatie bij DSM de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden in een groot deel van de bestemming waarbinnen de nieuwe woningen kunnen worden gebouwd. Het betreft een industrieterrein waarvoor de sanering is afgerond en MTG-waarden1 zijn vastgesteld. Maatregelen, om de geluidbelasting op de nieuwe woningen te verminderen, kunnen dan ook alleen getroffen worden in het overdrachtsgebied. Gelet op de grote spreiding van geluidbronnen over het industrieterrein en de hoogte van bepalende geluidbronnen kan gesteld worden dat het treffen van maatregelen in de vorm van schermen in het overdrachtsgebied onvoldoende doeltreffend is. Daarbij ontmoet dit bezwaren van stedenbouwkundige aard. Voor dit industrieterrein zal een hogere grenswaarde van 55 dB(A) voor woningen en 55 en 60 dB(A) voor andere geluidsgevoelige gebouwen worden vastgesteld.
Deze hogere waarden zijn geen belemmering voor de activiteiten op het industrieterrein. DSM heeft binnen het bestemmingsplan mogelijkheden zijn bedrijfsvoering uit te breiden zonder in conflict te komen met de verleende geluidsruimte. De volgende bron- en overdrachtsmaatregel worden of zijn getroffen: - Een dunne deklaag A op de Lange Kleiweg en/of Laan van het Haantje ter hoogte van het plangebied. - Reconstructie van de Lange Kleiweg - Een geluídsscherm langs de spoorlijn Den Haag - Rotterdam ter hoogte van het plangebied of een gelijkwaardige (stedenbouwkundige) maatregel.
1 MTG = Maxímaal Toelaatbare Geluidsbelasting
Op grond van deze overwegingen is ons college van mening dat overige maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn en er stedenbouwkundige bezwaren bestaan om zodanige maatregelen aan de bronof in het overdrachtsgebied te treffen dat de geluidsbelasting kan worden gereduceerd tot de voorkeurswaarde. Indien bij de invulling van het bestemmingsplan op bouwplanniveau blijkt dat de maximaal te verlenen hogere waarden ten gevolge van wegverkeers-, railverkeers- en/of industrielawaai wordt overschreden op gevels van woningen en/of andere geluidsgevoelige gebouwen dan dienen deze gevels doof te worden uitgevoerd. Cumulatie Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat binnen het plangebied wanneer de cumulatieve geluidsbelasting (omgerekend naar wegverkeerslawaai) niet hoger is dan 58 dB. Ten aanzien van de geluidsgevoelige objecten waar deze beschikking betrekking op heeft, is er sprake van samenloop van verschillende bronnen (rijksweg 44, Lange Kleiweg, Laan van 't Haantje, spoorlijn Den Haag Rotterdam en DSM). In het algemeen grenzen de achterkanten van de woningen aan de zijde van het woongebouw waar sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Aandachtspunten zijn de hoekwoningen aan de zijde van het spoor en de Lange Kleiweg. Op diverse plekken is op beide gevels sprake van een hoge geluidsbelasting.
Deze woningen moeten ook een geveldeel hebben dat is georiënteerd op de geluidsluwe zijde van het bouwblokgebouw. Dit geldt ook voor het appartementengebouw langs het spoor in het uiterste noordwesten van het plan. Hiermee dient bij invulling van het bestemmingsplan op bouwplanniveau rekening te worden gehouden. Kadastrale registratie De in het besluit opgenomen grondpercelen komen voor registratie bij het Kadaster in aanmerking Conclusie Uit de overwegingen volgt dat hogere waarden als gevolg van wegverkeerslawaai, industrielawaai en railverkeerslawaai kunnen worden vastgesteld.